<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR215905_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening Harlingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2014, 72758</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening Harlingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging aantal malen dat groene container in de winterperiode wordt gewijzigd.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening Harlingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer ;</al></li><li nr="b."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                            afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en
                            het feitelijk ophalen en innemen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan
                            een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van
                            afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of
                            instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe
                            aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp-
                            of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer,
                            kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden;</al></li><li nr="e."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                            bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer,
                            wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;</al></li><li nr="f."><al>inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen
                            inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke
                            afvalstoffen;</al></li><li nr="g."><al>andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid, aangewezen
                            personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="h."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik
                            maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en
                            artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen
                            van huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></li><li nr="i."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en
                            gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic
                            bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde
                            klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel;</al></li><li nr="j."><al>wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van
                            de Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li><li nr="k."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                            onder c van de Wegenverkeerswet 1994 .</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het
                            inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen
                            die belastzijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            voorschriften enbeperkingen verbinden in het belang van de bescherming
                            van het milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                            categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:</al><lijst><li nr="-"><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="-"><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="-"><al>glas;</al></li><li nr="-"><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="-"><al>textiel;</al></li><li nr="-"><al>elektrische en elektronische apparatuur;</al></li><li nr="-"><al>bouw- en sloopafval; grof tuinafval;</al></li><li nr="-"><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="-"><al>grof huishoudelijk afval;</al></li><li nr="-"><al>huishoudelijk restafval;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                            huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                            perceel;</al></li><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                            percelen;</al></li><li nr="c."><al>en inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr="d."><al>en brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                    verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                    inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke
                                    afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel
                                    plaatsvindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per twee weken bij
                            elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval in door
                            het college aan te wijzen gevallen niet bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt in de maanden april tot en met
                            oktober gemiddeld ten minste tweemaal per maand en in de overige maanden
                            gemiddeld ten minste eenmaal per maand afzonderlijk bij elk perceel
                            ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid wordt groente-, fruit- en tuinafval in
                            door het collegeaan te wijzen gevallen niet afzonderlijk bij elk perceel
                            ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                            overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in
                            aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                    inzamelaars.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het
                                    kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel
                                    van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben
                                    gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.</nr><titel>TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of
                            instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                            algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                            inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke
                            afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals
                            bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter inzameling
                            aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen
                            dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en andere
                            inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij nadere
                            regels aan tewijzen categorieën van personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden
                            van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of instanties die
                            in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel
                            van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen
                            voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4,
                            tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen,
                            verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het
                            betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het
                            betreffende brengdepot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via
                            een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie
                            waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel
                            4, tweede lid is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                            gemeentewege verstekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                            huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die
                            zonderinzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                            inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                            huishoudelijkeafvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden
                            ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waar
                            bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst kunnen worden
                            ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                            inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 13 aangewezen wijken,
                            voor zover degene die gebruik maakt van de inzameling door de
                            inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane belastingplicht op grond
                            van de verordening ... (invullen: betreffende gemeentelijke
                            belastingverordening).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en
                            plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen bedrijfsafvalstoffen
                            aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen
                            bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze
                            regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden
                            van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in
                            strijd met deze regels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop bedrijfsafvalstoffen
                            ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen op andere dagen en tijden ter
                            inzameling aan te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>5.</nr><titel>ZWERFAFVAL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats
                            en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                            afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te
                            houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die
                            aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het
                            milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
                                    vanhuishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
                                    worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen
                                    of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere
                                    werkzaamheden op of aan de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                            Wet bodembescherming of het Besluit bodemkwaliteit voorziet in de
                            beoogde bescherming van het milieu.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                            zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste
                            of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten
                            in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven
                            bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling
                            gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                            inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of
                            deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting
                            op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek
                            afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van
                            een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen
                            blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt
                            geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de
                            inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een
                            ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de
                            nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk
                            uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                            ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
                            verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
                            deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
                            voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden,
                            te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de
                            weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen
                            of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt
                            beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens
                            opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                            verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het
                            wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                            verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van
                            het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct
                            na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>6.</nr><titel>OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
                            de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                            op te slaan of opgeslagen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                            gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere
                            inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van
                            producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of
                            ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van
                            huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een
                            autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte
                            aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer
                            Autowrakken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
                            in de zin van artikel 1a, onder 3, Wet op de economische delicten :</al><al/><al>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                            aanwijzing</al><al>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen</al><al>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</al><al>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst</al><al>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                            ander dan de inzameldienst</al><al>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Artikel 17 Achterlaten van straatafval</al><al>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen</al><al>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren</al><al>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                            promotiemateriaal</al><al>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden</al><al>Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen</al><al>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet
                            aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen verleend krachtens de Algemene plaatselijke verordening
                            Harlingen, vastgesteld op 17 maart 2004 blijven - voor zover zij niet
                            eerder zijn vervallen of ingetrokken –van kracht en worden beschouwd als
                            een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26,
                            tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                            ingetrokken - nog gedurende …. ja(a)r(en) na de inwerkingtreding van
                            deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als
                            bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld
                            in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen
                            ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook
                            zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                            vervallen of ingetrokken - nog gedurende …. ja(a)r(en) na de
                            inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in
                            artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                            inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                            beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing,
                            als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld in
                            artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                            inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                            beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing,
                            als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning
                            ofontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking
                            bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel
                            26, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn,
                            wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 26,
                            tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid
                            heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening
                            genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de
                            rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is
                            in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                            ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Afvalstoffenverordening Harlingen
                            2012”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 5 september 2012.</al></slotformulering><ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening><ondertekening>
          , de raadsgriffier
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr>1</nr><titel>Afvalstoffenverordening 2012</titel></kop><al/><al/><al><vet>PARAGRAAF 1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek
                    zijn voor deze</al><al>verordening. Relevante begrippen die al in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer
                    (hierna te</al><al>noemen Wm) zijn omschreven, worden, voorzover bij de omschrijving in de wet
                    wordt</al><al>aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de volgende
                    begrippen.</al><al>Afvalstoffen Alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren</al><al>tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn</al><al>nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van</al><al>5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder</al><al>zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet</al><al>ontdoen.</al><al>Doelmatig beheer van</al><al>afvalstoffen</al><al>Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt</al><al>gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de</al><al>voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan</al><al>wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de</al><al>criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.</al><al>Huishoudelijke afvalstoffen Afvalstoffen afkomstig uit particuliere
                    huishoudens,</al><al>behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van</al><al>die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke</al><al>afvalstoffen.</al><al>Bedrijfsafvalstoffen Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen
                    of</al><al>gevaarlijke afvalstoffen.</al><al>Gevaarlijke afvalstoffen Bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen</al><al>afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland</al><al>verbindende verdragen en van besluiten van</al><al>volkenrechtelijke organisaties.</al><al>Afvalbeheersplan Het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3 Wm (Nb. LAP</al><al>2002-2012)</al><al>Afvalstoffenverordening De verordening, bedoeld in artikel 10.23 Wm</al><al>Beheer van afvalstoffen Inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering
                    van</al><al>afvalstoffen.</al><al>Nuttige toepassing De handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij
                    richtlijn</al><al>nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van</al><al>5 april 2006 betreffende afvalstoffen.</al><al>Verwijdering De handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn</al><al>nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van</al><al>5 april 2006 betreffende afvalstoffen.</al><al>Grof huishoudelijk afval</al><al>Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Onder
                    grof</al><al>huisafval worden verstaan ‘huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te zwaar
                    zijn om op</al><al>dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te
                    worden</al><al>aangeboden’.</al><al>Straatafval, zwerfafval en illegale dumping</al><al>De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval.
                    Dit heeft te</al><al>maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen oplevert,
                    terwijl een</al><al>juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is. In het Landelijk
                    Afvalbeheersplan (LAP) is</al><al>wel een definitie opgenomen:</al><al>“Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of
                    achtergelaten op</al><al>plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid
                    van mensen op</al><al>zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit
                    verpakkingsmateriaal van</al><al>consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken,
                    kauwgomresten en</al><al>allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues.”</al><al>Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat niet in
                    een prullenmand</al><al>wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte terecht komt, zwerfafval
                    wordt.</al><al>Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In
                    tegenstelling tot</al><al>bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om een of enkele restanten
                    van</al><al>consumptie, maar om grotere hoeveelheden afval (bijvoorbeeld met een volume van
                    ten</al><al>minste en plastic tas). Bovendien gaat het niet om afval dat uit nalatigheid of
                    gemakzucht</al><al>wordt achtergelaten of weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust
                    voor om</al><al>het afval niet via de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het
                    onbeheerd</al><al>achter te laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als
                    bedrijfsafval zijn.</al><al>Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken,
                    accu’s,</al><al>meubilair en autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen
                    valt</al><al>onder illegale dumping.</al><al>b. Inzamelen</al><al>Het begrip ‘inzamelen’ is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen dat er
                    sprake is van</al><al>een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om recht te doen aan het feit dat
                    een</al><al>gemeentelijke inzamelstructuur steeds meer bestaat uit zowel haal- als</al><al>brengvoorzieningen op verschillende niveaus. Bovendien maakt een bredere
                    omschrijving</al><al>van het begrip inzamelen de veelheid van termen uit de vorige modelbepalingen
                    (‘aan te</al><al>bieden of over te dragen’, ‘achterlaten’, etc.) overbodig. Wel is een
                    ondergrens</al><al>aangebracht: voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de afvalstoffen ter
                    inzameling</al><al>te worden aangeboden. Voor de omschrijving van het begrip ‘ter inzameling
                    aanbieden’</al><al>geldt dezelfde brede invulling met betrekking tot haal- en brengvoorzieningen,
                    nu van de</al><al>kant van degene die zich van afval wenst te ontdoen.</al><al>h. Gebruiker van een perceel</al><al>De omschrijving ‘gebruiker van een perceel’ sluit aan bij de begripsomschrijving
                    in de</al><al>VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze is opgenomen om te kunnen
                    bepalen</al><al>dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelstructuur (zie de toelichting
                    bij artikel</al><al>8) en de aangewezen inzameldienst.</al><al/><al><vet>PARAGRAAF 2 INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</vet></al><al><vet>Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</vet></al><al>Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst bij uitvoeringsbesluit</al><al>De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm verplicht bij
                    of krachtens</al><al>de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen.</al><al>Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars</al><al>De brede grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van huishoudelijk
                    afval is</al><al>vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, Wm. Op basis hiervan kunnen regels
                    worden</al><al>gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie
                    van</al><al>Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van bestanddelen van
                    het</al><al>huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst.</al><al>Tweede lid: Detaillisten/reparatiebedrijven</al><al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden
                    gebruikt om</al><al>detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren inzamelen, op hun
                    verzoek aan te</al><al>merken als inzamelpunt. In het kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen
                    nadere</al><al>afspraken worden gemaakt met de inzamelende persoon of instantie over
                    bijvoorbeeld de</al><al>wijze van inzameling, opslag en de afgifte aan de gemeente, monitoring,
                    etc.</al><al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een AMvB, of ministeriële
                    regeling zijn</al><al>aangewezen als inzamelende instantie is de gemeente niet bevoegd daarover
                    nadere</al><al>regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten en/of reparatiebedrijven geen
                    aanwijzing van</al><al>de gemeente nodig hebben om huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt</al><al>bijvoorbeeld voor de Regeling beheer elektrische en elektronische
                    apparatuur.</al><al>Derde lid: Voorschriften en beperkingen</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 APV: Voorschriften en
                    beperkingen. Deze</al><al>voorschriften en beperkingen worden vervolgens nader gespecificeerd in het</al><al>uitvoeringsbesluit. De voorschriften en beperkingen kunnen voortvloeien uit
                    het</al><al>gemeentelijk afvalbeleidsplan.</al><al>Belang van de bescherming van het milieu</al><al>De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het belang
                    van de</al><al>bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De voorschriften
                    of</al><al>beperkingen die krachtens de afvalstoffenverordening aan de inzameling kunnen
                    worden</al><al>verbonden, beogen dus het belang van het milieu te beschermen.</al><al>De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm nog het
                    volgende: “De</al><al>gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De
                    regels worden</al><al>vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige
                    verwijdering van</al><al>afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van handelingen met
                    afvalstoffen te</al><al>beperken, zijn daardoor mogelijk. Men denke aan een verbod om ter voorkoming van
                    (geluids-</al><al>)overlast afvalstoffen in te zamelen voor zeven uur ’s ochtends.”</al><al/><al><vet>Artikel 3 Afzonderlijke inzameling</vet></al><al>Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan</al><al>Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van hun
                    bevoegdheid</al><al>met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te houden met het geldende</al><al>afvalbeheersplan. Hieruit volgt dat bij het vaststellen of wijzigen van de</al><al>afvalstoffenverordening rekening dient te worden gehouden met het LAP. In
                    de</al><al>opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten bij het
                    Landelijk</al><al>afvalbeheersplan (LAP).</al><al>Het LAP benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader de volgende door de</al><al>consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en
                    karton, glas,</al><al>textiel, elektrische en elektronische apparatuur, klein chemisch afval, en
                    componenten van</al><al>grof huishoudelijk afval (grof tuinafval, huishoudelijk bouw- en sloopafval,
                    waaronder</al><al>verduurzaamd hout).</al><al>Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot de
                    afzonderlijke</al><al>inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval). Het Landelijk
                    afvalbeheersplan</al><al>(LAP) gaat er in ieder geval van uit dat GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook
                    het</al><al>ministerie van VROM houdt vast aan een verplichte GFT-inzameling.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij vervuiling van de fracties
                    vanwege</al><al>verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer vervuilde fractie kan leiden tot
                    kostentoerekening</al><al>voor de verwijdering door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het
                    uiterste geval</al><al>tot weigering van de ingezamelde fractie.</al><al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het besluit ook een
                    ‘welles-nietes’-lijst op te</al><al>nemen, waarin is aangegeven welke componenten de betreffende afvalcategorie
                    omvat</al><al>en welke daartoe juist niet behoren.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</vet></al><al>Eerste lid</al><al>In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt recht
                    gedaan</al><al>aan de vervaging van het onderscheid tussen huis-aan-huisinzameling en
                    inzameling via</al><al>brengvoorzieningen op verschillende niveaus.</al><al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij elk perceel (haalsysteem)</al><al>Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht tot het
                    wekelijks</al><al>inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar grondgebied
                    gelegen</al><al>perceel. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval
                    groente-,</al><al>fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld, tenzij daar in het kader van
                    doelmatig beheer</al><al>van mag worden afgeweken (zie de toelichting op artikel 3 van deze
                    verordening).</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via
                    een</al><al>haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen,
                    zoals</al><al>vuilniszakken of minicontainers.</al><al>Eerste lid, onder a: Inzameling bij hoogbouw</al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van gemeentewege
                    eventueel</al><al>een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De inzamelmiddelen worden
                    buitengezet</al><al>op de dag van inzameling. Bij hoogbouw kunnen inpandige
                    inzamelvoorzieningen</al><al>worden getroffen, zoals stortkokers of containers. Benadrukt moet worden dat een
                    of meer</al><al>inzamelvoorzieningen bij één flat, moet worden gezien als inzameling bij elk
                    perceel.</al><al>Voor de inzameling nabij elk perceel wordt gebruik gemaakt van collectieve</al><al>inzamelmiddelen, dit zijn brengsystemen waar een groep huishoudens
                    gezamenlijk</al><al>gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt dus niet bij elk perceel - bij elke
                    woning -</al><al>opgehaald, maar vanaf een centraal punt bij voor meerdere huishoudens
                    gezamenlijk. De</al><al>huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten deze brengen
                    naar</al><al>de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat opgesteld.</al><al>Inzameling nabij elk perceel: clusterplaatsen en inzamelvoorzieningen</al><al>Inzameling nabij elk perceel plaatsvinden via clusterplaatsen en via
                    inzamelcontainers</al><al>nabij elk perceel. Een inzamelcontainer kan boven- of ondergronds zijn.</al><al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de dag van
                    ophalen</al><al>naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een pleintje,
                    een</al><al>parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag worden geparkeerd of een
                    centrale</al><al>plaats op de stoep.</al><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                    laagdrempelig</al><al>moet zijn.</al><al>Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand tussen perceel
                    en</al><al>clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij de raad in bijzondere gevallen
                    maximaal</al><al>125 meter kan toestaan.</al><al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een aantal
                    extra</al><al>eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor een ieder goed bereikbaar
                    en</al><al>toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig worden achtergelaten en er wordt
                    tussen</al><al>clusterplaatsen en overige inzamelwijzen nabij elk perceel (de zogenaamde</al><al>inzamelvoorzieningen) gelegenheid gegeven om ten minste 12 aaneengesloten uren
                    per</al><al>week huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden.</al><al>Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op wijkniveau</al><al>Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden gedacht
                    aan</al><al>glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent aanwezige
                    voorzieningen. De</al><al>voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of niet permanent aanwezig
                    zijn.</al><al>Voorbeelden van dergelijke mobiele voorzieningen zijn de chemokar en
                    ‘afvaleilanden’ die</al><al>gedurende een bepaalde periode in de wijk aanwezig zijn. Het gebruik van de</al><al>wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde groep
                    percelen. In</al><al>het belang van de doelmatige verwijdering van kca, glas, oud papier en karton en
                    textiel</al><al>kan de gemeente bepalen dat dit afval dient te worden gebracht naar een door
                    de</al><al>gemeente aangewezen plaats.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een perceel per
                    categorie</al><al>huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of -voorziening
                    wordt</al><al>ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden verstrekt of</al><al>geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft.</al><al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de gemeente,
                    waarop</al><al>is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen voor de gebruiker van
                    een</al><al>perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van
                    percelen. Wat</al><al>betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken) en de
                    brengdepots kan</al><al>eventueel worden volstaan met het aanwijzen van de categorie van huishoudelijk
                    afval</al><al>waarvoor de voorziening is bestemd (dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van
                    een</al><al>pictogram op de container). Het opstellen van een dergelijk overzicht is
                    bewerkelijker</al><al>naarmate de variatie in inzamelmiddelen en -voorzieningen tussen gebruikers
                    groter is.</al><al>Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun afvalstoffen
                    via een</al><al>bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten) aanbieden, kan van belang zijn
                    om</al><al>tegen te gaan dat ook inwoners uit andere delen van de gemeente gebruik maken
                    van de</al><al>inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig) overvolle
                    container.</al><al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                    afvalstoffenheffing</al><al>binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar het aanbod van afval.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Frequentie van inzamelen</vet></al><al>Wekelijkse inzamelfrequentie</al><al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en
                    groente-, fruit-</al><al>en tuinafval bij elk perceel is op grond van artikel 10.21, eerste lid,
                    respectievelijk tweede</al><al>lid, Wm gesteld op ten minste eenmaal per week. Artikel 10.21, eerste lid, Wm
                    bepaalt dat</al><al>de gemeente, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg
                    draagt dat</al><al>ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij
                    elk</al><al>binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
                    kunnen</al><al>ontstaan. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder
                    geval groente-,</al><al>fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld.</al><al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor
                    grove</al><al>huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21, eerste lid, Wm). Wel geldt
                    voor deze</al><al>categorie huishoudelijke afvalstoffen op grond van artikel 10.22, eerste lid,
                    onder a en b,</al><al>Wm een zorgplicht.</al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid is een uitwerking van artikel 10.26, eerste lid, onder b, Wm, dat
                    de</al><al>mogelijkheid biedt om af te wijken van de wekelijkse inzamelfrequentie van
                    huishoudelijk</al><al>afval en groente-, fruit- en tuinafval. Huishoudelijke afvalstoffen mogen - in
                    het belang van</al><al>een doelmatig beheer - worden ingezameld met een bij de verordening
                    aangegeven</al><al>regelmaat.</al><al>In dit lid is vastgelegd met welke frequentie de huishoudelijke afvalstoffen bij
                    elk perceel</al><al>worden ingezameld.</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid regelt het niet bij elk perceel inzamelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen in</al><al>een eventueel door het college aan te wijzen deel van de gemeente. De basis
                    hiervoor</al><al>wordt gevonden in artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm. De raad kan namelijk,
                    in afwijking</al><al>van 10.21 Wm, bepalen dat - in het belang van een doelmatig beheer - in een
                    gedeelte van</al><al>het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke afvalstoffen worden
                    ingezameld.</al><al>Bij ‘een deel van de gemeente’ kan gedacht worden aan het aanwijzen van
                    bepaalde</al><al>wijken, maar ook aan bepaalde bebouwingstypen.</al><al>Vijfde tot en met zesde lid</al><al>Het vijfde tot en met het achtste lid regelt hetzelfde als het eerste tot en met
                    het vierde lid,</al><al>maar dan voor groente-, fruit- en tuinafval.</al><al>Vijfde lid</al><al>Het college kan op basis van het vijfde lid de frequentie van inzameling bij elk
                    perceel</al><al>bepalen van andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen dan huishoudelijk
                    restafval en</al><al>groente-, fruit- en tuinafval. Dit artikel heeft alleen betrekking op de
                    categorieën</al><al>huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk bij elk perceel worden ingezameld
                    en is</al><al>beperkt tot het regelen van de frequentie van inzamelen.</al><al>De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen
                    worden</al><al>aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van artikel 11 van deze
                    verordening.</al><al>Verplichting gemeente bij afwijking van de inzamelfrequentie genoemd in artikel
                    10.21 Wm</al><al>Indien de gemeente op grond van artikel 10.26 onder a, b en c, Wm bij
                    verordening afwijkt</al><al>van de inzamelfrequentie genoemd in artikel 10.21 Wm, is zij op grond van
                    artikel 10.27</al><al>Wm verplicht om op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen
                    de</al><al>gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende
                    mate</al><al>gelegenheid te bieden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                        aanwijzing</vet></al><al>De inzameling</al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is
                    aan</al><al>andere dan de door het college aangewezen inzameldienst en instanties om</al><al>huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al><al>Tweede lid</al><al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van het begrip
                    inzamelen</al><al>van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in de winkel valt
                    hieronder.</al><al>Wanneer de gemeente deze serviceverlening op prijs stelt, kunnen de betreffende
                    winkels</al><al>op grond van artikel 2, tweede lid, door het college worden aangewezen als
                    inzamelende</al><al>persoon of instantie.</al><al>Derde lid</al><al>Het derde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens aanwijzing niet mag
                    gelden</al><al>voor personen of instanties die bij AMvB of ministeriële regeling in het kader
                    van</al><al>producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben gekregen.</al><al/><al><vet>§3 TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</vet></al><al><vet>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen</vet></al><al><vet>aan anderen</vet></al><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste
                    lid van</al><al>artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn aangewezen
                    krachtens</al><al>het tweede lid van artikel 2 en personen of instanties die in het kader van</al><al>producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of ministeriële regeling een
                    inzamelplicht</al><al>hebben (zie de toelichting bij artikel 2 en artikel 6). In dit geval mag de
                    burger zijn</al><al>huishoudelijke afvalstoffen, zoals elektrische en elektronische apparatuur, ook
                    aan deze</al><al>personen of instanties aanbieden.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen</vet></al><al><vet>door anderen dan de gebruikers van percelen</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                    afvalstoffenheffing</al><al>betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden. Achtergrond van dit
                    artikel is de</al><al>toename in het illegaal aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere
                    gemeenten</al><al>(afvaltoerisme) of door bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op
                    deze</al><al>manier de kosten van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</vet></al><al>In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de categorieën huishoudelijke
                    afvalstoffen</al><al>die afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 9 houdt een verbod in voor de
                    burger.</al><al>Vierde lid</al><al>Het vierde lid is nodig, omdat het verbod op het aanbieden van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst of andere inzamelaars niet mag
                    gelden</al><al>voor het aanbieden van afval aan personen of instanties die bij AMvB of
                    ministeriële</al><al>regeling in het kader van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht
                    hebben</al><al>gekregen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen</vet></al><al>Wettelijke plicht brengdepots</al><al>Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen verplicht
                    om op</al><al>tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente (of
                    binnen de</al><al>gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te realiseren.</al><al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid,
                    onder a, b en</al><al>c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk perceel, inzameling met
                    een bij</al><al>verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel van
                    het</al><al>grondgebied van de gemeente.</al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid betreft het verbod om huishoudelijke afvalstoffen anders aan te
                    bieden dan</al><al>via het aangewezen inzamelmiddel of de inzamelvoorziening.</al><al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan
                    vaste</al><al>inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en
                    dergelijke,</al><al>maar ook aan huisvuilzakken of plastic folie waarin asbesthoudend afval moet
                    worden</al><al>verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van gemeentewege worden
                    verstrekt.</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    anders aan</al><al>te bieden dan via het aangewezen inzamelmiddel of de aangewezen
                    inzamelvoorziening.</al><al>Vijfde lid</al><al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder</al><al>inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) is
                    vooral</al><al>van belang voor grof huisvuil of grof tuinafval.</al><al>Uitvoeringsbesluiten</al><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn
                    voor het</al><al>inzamelen van huishoudelijk afval. Deze regels kunnen bijv. betrekking hebben
                    op:</al><al>- maximale gewicht</al><al>- maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen</al><al>- voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen</al><al>- eisen aan inzamelmiddel</al><al>- regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al><al>- regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij
                    het</al><al>brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al><al>In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het
                    college</al><al>kunnen worden gesteld.</al><al>Uitvoeringsbesluiten</al><al>Derde lid: Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt</al><al>Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder
                    het</al><al>inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis van
                    de</al><al>verstrekking (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels in geval van
                    verhuizing van een</al><al>gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van
                    het</al><al>verstrekte inzamelmiddel.</al><al>Derde lid: Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel</al><al>Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld
                    regels</al><al>worden gesteld rond het aanbrengen van veranderingen aan de container. Dit kan
                    in het</al><al>bijzonder relevant zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen
                    voor</al><al>individuele containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een
                    verbod</al><al>op het deponeren van hete vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat
                    het</al><al>inzamelmiddel in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval
                    in de</al><al>container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit
                    eventueel</al><al>uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de regels
                    gesteld</al><al>krachtens de verordening</al><al>Vierde lid: Plaats van aanbieden</al><al>Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel 11
                    vastgestelde</al><al>inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden geplaatst, eventueel uit
                    te</al><al>breiden met nadere aanwijzingen voor een specifiek verzamelpunt voor het
                    plaatsen van</al><al>de inzamelmiddelen. Dit kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid,
                    maar</al><al>bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In
                    artikel</al><al>10.26 Wm is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd.</al><al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    (met</al><al>name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden geplaatst, maar
                    persoonlijk</al><al>moeten worden aangeboden aan de inzamelaar. Verder kan worden bepaald dat
                    het</al><al>inzamelmiddel zodanig op de weg moet worden geplaatst dat het voetgangers-
                    en</al><al>overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar
                    of</al><al>schade wordt voorkomen.</al><al>Vierde lid: Wijze van aanbieden.</al><al>Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al><al>- het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;</al><al>- er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot verwondingen
                    of het</al><al>scheuren van de huisvuilzak.</al><al>Vierde lid: Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer.</al><al>Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze
                    van</al><al>inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het
                    gebruikte</al><al>inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per inzamelmiddel kan ook
                    een</al><al>beperking worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen dat per keer mag
                    worden</al><al>aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden gelegd met de tarieven in
                    de</al><al>belastingverordening. Overigens moet daarbij wel worden gelet op de
                    handhaafbaarheid</al><al>van de bepaling.</al><al>Vierde lid: Regels ten aanzien van het gebruik van inzamelvoorzieningen</al><al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                    inzamelvoorzieningen</al><al>omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld:</al><al>- de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de verzamelcontainer te
                    worden</al><al>gedeponeerd;</al><al>- de inzamelvoorziening dient na gebruik goed te worden gesloten;</al><al>- het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen</al><al>- het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en
                    tuinafval.</al><al>Vierde lid: Brengdepot</al><al>Met de term ‘brengdepots’ wordt gedoeld op bemande voorzieningen op lokaal
                    of</al><al>regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden
                    gebracht.</al><al>Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft, zal de vaststelling van
                    de wijze</al><al>waarop afvalstoffen bij het depot kunnen worden aangeboden, vaak overgedragen
                    zijn</al><al>aan het bestuur van de regio. De bepalingen in het uitvoeringsbesluit zullen
                    daarop</al><al>moeten worden aangepast.</al><al>Vijfde Lid: Inzamelen zonder inzamelmiddel</al><al>Ten aanzien van die componenten kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld
                    gebundeld</al><al>dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de inzameling van
                    oud</al><al>papier en karton, gebundeld of in kartonnen dozen.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</vet></al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het college
                    een</al><al>onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van inzameling en de
                    daarbij</al><al>gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen. Voor de inzameling via een</al><al>inzamelroute bij de percelen kan worden gedacht aan de volgende regels:</al><al>- plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór … uur op de vastgestelde
                    inzameldag of</al><al>de dag voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al><al>- het van gemeentewege verstrekte inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk na
                    lediging,</al><al>doch uiterlijk voor ... uur op de vastgestelde inzameldag, van de weg te zijn
                    verwijderd;</al><al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep plaatsvindt.
                    Afvalstoffen</al><al>kunnen dan worden aangeboden op de dag die, na de melding van de burger dat
                    hij</al><al>bepaalde afvalstoffen ter inzameling wil aanbieden, wordt aangewezen (niet voor
                    ... uur op</al><al>de vastgestelde inzameldag).</al><al>Met betrekking tot inzamelvoorzieningen op buurt- of wijkniveau kan worden
                    bepaald dat</al><al>de burger zijn afvalstoffen niet mag aanbieden tussen ... en ... uur.</al><al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van brengdepots
                    worden</al><al>vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot betreft en de vaststelling van
                    de</al><al>openingstijden is overgedragen aan het bestuur van de regio, dient dat in dit
                    artikel tot</al><al>uitdrukking te komen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                        huishoudelijke</vet></al><al><vet>afvalstoffen</vet></al><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen</al><al>calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                    bijvoorbeeld nodig</al><al>kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen bij wegopbrekingen.</al><al/><al><vet>§4 INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</vet></al><al><vet>Artikel 13 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</vet></al><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook</al><al>bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                    inzamelen.</al><al>Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/dienstensector of bouw-
                    en</al><al>sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval).De
                    gemeente</al><al>heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht en kan niet
                    bepalen wie er</al><al>binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke
                    afvalstoffen</al><al>het geval is.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                        inzameldienst</vet></al><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen,</al><al>voor zover artikel 13 daartoe de mogelijkheid biedt, hun bedrijfsafvalstoffen
                    aanbieden</al><al>aan de inzameldienst. Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen,
                    regels stellen</al><al>over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden
                    aangeboden.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                        ander dan</vet></al><al><vet>de inzameldienst</vet></al><al>De Wet milieubeheer geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels te
                    stellen</al><al>over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van de bescherming van
                    het</al><al>milieu. Dit artikel is de uitwerking hiervan. Het college kan in het belang van
                    de</al><al>bescherming van het milieu regels stellen omtrent bijvoorbeeld de dagen, tijden,
                    wijze en</al><al>plaatsen waarop bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden
                    aangeboden.</al><al>Het college kan in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen
                    over</al><al>bijvoorbeeld dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop de bedrijfsafvalstoffen
                    worden</al><al>aangeboden.</al><al>Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen
                    aanwijzen</al><al>waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking
                    of</al><al>voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk
                    te</al><al>combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van</al><al>bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard gelden deze regels
                    voor alle</al><al>betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.</al><al/><al><vet>PARAGRAAF 5 ZWERFAFVAL</vet></al><al><vet>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</vet></al><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                    gemeenten</al><al>een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet-
                    of</al><al>regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Zie
                    voor</al><al>illegale dumpingen ook de toelichting op artikel 1.</al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem
                    zodanig</al><al>kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming of het
                    Besluit</al><al>Bodemkwaliteit van toepassing is.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Achterlaten van straatafval</vet></al><al>Straatafval</al><al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van straatafval.
                    Bij het</al><al>begrip straatafval gaat het in feite om afval ‘dat onderweg ontstaat’, buiten
                    een perceel,</al><al>dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en
                    waarvoor je</al><al>de burger (in dit geval ook toeristen) de mogelijkheid wilt bieden om zich ter
                    plekke ervan</al><al>te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch
                    afval is</al><al>uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen
                    via de daartoe</al><al>opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd.</al><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over “buiten een
                    perceel</al><al>ontstaan”. Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet
                    worden</al><al>aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3 ‘Ter inzameling aanbieden
                    van</al><al>huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over de aanbieding van
                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen)’.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen</vet></al><al>Eerste lid</al><al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de “morgenster”-problematiek wordt
                    genoemd.</al><al>Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen van ter
                    inzameling</al><al>aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de inzameldienst ter plaatse
                    zijn.</al><al>Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat het huisvuil over de hele straat
                    verspreid</al><al>ligt en de inzameldienst zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane
                    zwerfafval</al><al>veroorzaakt een zware belasting van de gemeentelijke veegdienst.</al><al>Er zou kunnen worden gekozen voor toevoeging van een extra lid: “Het verwijderen
                    van</al><al>grof huishoudelijke afvalstoffen is toegestaan, mits dit niet gepaard gaat met
                    het veroorzaken</al><al>van verontreiniging van de omgeving.”</al><al>Tweede lid</al><al>Met het tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij ter inzameling gereed
                    staande</al><al>afvalstoffen te voorkomen.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                        drinkwaren</vet></al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een
                    winkel, hal</al><al>of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld papier,
                    etensresten,</al><al>verpakkingsmateriaal of ander afval.</al><al>Wet milieubeheer</al><al>Opgemerkt wordt dat een inrichting zoals bedoeld in dit artikel,
                    vergunningplichtig kan</al><al>zijn op grond van de Wet milieubeheer, dan wel meldingsplichtig op grond van het
                    Besluit</al><al>algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, ook wel het Activiteitenbesluit
                    genoemd.</al><al>Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is het
                    voormalig</al><al>Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer komen te
                    vervallen.</al><al>De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze gevallen
                    als</al><al>voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden verbonden, dan wel
                    rechtstreeks</al><al>voortvloeien uit het Activiteitenbesluit.</al><al>In de nabijheid van de inrichting</al><al>Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het volgende: ‘Degene die de
                    inrichting drijft</al><al>verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen,
                    of andere</al><al>materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn
                    bestemd binnen een</al><al>straal van 25 meter van de inrichting.’ Hieruit volgt dat het criterium ‘in de
                    nabijheid van de</al><al>inrichting’ kan worden uitgelegd als binnen een straal van 25 meter van de
                    inrichting.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal</vet></al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander</al><al>promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de
                    zogenaamde</al><al>samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een
                    kleine</al><al>hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die
                    dergelijk</al><al>promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de
                    verpakking of de</al><al>inhoud daarvan op te ruimen of te laten opruimen.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                        werkzaamheden</vet></al><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of
                    vervoeren van</al><al>afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen.</al><al/><al><vet>PARAGRAAF 6 OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</vet></al><al><vet>Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen</vet></al><al>Dat artikel beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van
                    autowrakken</al><al>die op de weg zijn geplaatst heeft het artikel in de APV een aanvullend motief
                    op grond</al><al>van de verkeersveiligheid.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</vet></al><al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, Besluit Beheer Autowrakken
                    (hierna te</al><al>noemen BBA) als volgt gedefinieerd: “voertuig dat een afvalstof is in de zin van
                    artikel 1.1 lid 1</al><al>van de Wm”.</al><al>De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als: “alle stoffen,
                    preparaten of andere</al><al>producten …… waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of
                    zich moet</al><al>ontdoen”.</al><al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en valt
                    hiermee</al><al>dus onder de werking van deze bepaling.</al><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip
                    autowrak.</al><al>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen, voornemens
                    zijn zich</al><al>daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen, wanneer het voertuig
                    rijtechnisch in</al><al>onvoldoende staat verkeert en het niet meer op rendabele wijze in een
                    rijtechnisch voldoende</al><al>staat is te brengen. Een motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende
                    staat wanneer het</al><al>niet voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de
                    wegenverkeerswetgeving of aan</al><al>de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent, bijvoorbeeld of
                    essentiële onderdelen</al><al>zijn gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of een voertuig op
                    rendabele wijze</al><al>weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan worden uitgegaan van de
                    richtprijzen</al><al>voor gebruikte voertuigen en van de door garages en schadeherstelbedrijven
                    gehanteerde</al><al>tarieven voor reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak
                    zal van</al><al>geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden
                    op grond</al><al>van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie terzake.”</al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch
                    rendabele</al><al>wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen.</al><al>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer</al><al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer
                    autowrakken</al><al>opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor inrichtingen die
                    onder de</al><al>werking van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer vallen.
                    In</al><al>dergelijke inrichtingen is de opslag van maximaal vier autowrakken
                    toegestaan.</al><al>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van
                    autowrakken door</al><al>huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten gemeenten in hun</al><al>afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk
                    afvalstof,</al><al>slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en</al><al>autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan
                    Nederland is</al><al>gevestigd (onder strikte voorwaarden).</al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                    uitdrukkelijk</al><al>uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van
                    huishoudelijk afval.</al><al/><al><vet>PARAGRAAF 7 SLOTBEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 24 Strafbepaling</vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 model-APV:
                    Strafbepaling.</al><al>Aanduiding strafbare feiten</al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                    aangeduid om</al><al>strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling van artikel
                    10.23 Wm</al><al>over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de
                    economische</al><al>delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening
                    zich voor</al><al>strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling geclausuleerd.</al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: “Economische delicten zijn eveneens:
                    overtredingen</al><al>van voorschriften, gesteld bij of krachtens: …. de Wet milieubeheer, 10.23 –
                    voor zover</al><al>aangeduid als strafbare feiten - en …….” In de afvalstoffenverordening moet
                    daarom</al><al>worden aangegeven welke overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen)
                    een</al><al>strafbaar feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de
                    overtreding een</al><al>economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed.</al><al>Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de
                    model-Afvalstoffenverordening</al><al>Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de
                    model-Afvalstoffenverordening</al><al>kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder
                    3º Wed:</al><al>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing</al><al>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                    aan</al><al>anderen</al><al>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen</al><al>door anderen dan de gebruikers van percelen</al><al>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                    inzameldienst</al><al>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander
                    dan de</al><al>inzameldienst</al><al>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Artikel 17 Achterlaten van straatafval</al><al>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                    afvalstoffen</al><al>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                    drinkwaren</al><al>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</al><al>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                    werkzaamheden</al><al>Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen</al><al>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al>Strafmaat</al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen</al><al>die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                    afvalstoffenverordening</al><al>hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
                    Artikel</al><al>23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van
                    de vierde</al><al>categorie vast op maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van
                    Strafrecht geeft</al><al>de officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te
                    voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Toezichthouders</vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.2 model-APV:
                    Toezichthouders.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Inwerkingtreding</vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.4 model-APV:
                    Inwerkingtreding.</al><al/><al><vet>Artikel 27 Overgangsbepaling</vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.5 model-APV: Overgangsbepaling.
                    Omdat</al><al>echter de oude verordening een vergunningstelsel kende en de nieuwe verordening
                    dit</al><al>niet kent zijn de bepalingen iets aangepast.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid moet geregeld worden in het uitvoeringsbesluit
                    dat hoort</al><al>bij deze nieuwe verordening door het intrekken van het oude
                    uitvoeringsbesluit.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Citeerbepaling</vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.6 model-APV:
                    Citeerbepaling.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>