<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2159_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de weekmarkten voor de gemeente Bergen 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Duinstreek, 03-07-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Bergen 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 151</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-08-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de weekmarkten voor de gemeente Bergen 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeesters en wethouders;</al><al>gelezen het advies van de commissie Beheer en Economie van 6 juni 2002;</al><al>gelet op de artikelen 149 en 151 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop
                        van de weekmarkten;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de verordening op de weekmarkten voor de gemeente Bergen
                        2002</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1 In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de warenmarkt die plaatsvindt op de krachtens artikel 1.2
                                    vastgestelde dag, tijd en plaats; weekmarkt: </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek
                                    toegankelijke oppervlakte grond, die krachtens artikel 1.2 is
                                    aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het
                                    marktterein is aangewezen voor het uitoefenen van de
                                    markthandel;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al> vaste plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde
                                    tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt
                                    gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
                                    plaats is toegewezen dan wel ingenomen; </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college van
                                    burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het
                                    innemen van een standplaats; </al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al> wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het
                                    college van burgemeester en wethouders; </al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al> branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal
                                    vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep;</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al> het college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li></lijst><lijst><li nr="k."><al>levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het
                                    oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke
                                    huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke
                                    verklaring ingericht volgens door het college te stellen regels;
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Dag, tijd en plaats van de markt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="1."><al>De weekmarkt in Egmond vindt plaats elke donderdag van 08.00
                                        uur tot 16.00 uur aan het Burgemeester Eymaplein in het dorp
                                        Egmond aan Zee.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De weekmarkt in Bergen vindt plaats elke zaterdag van 8.30
                                        uur tot 17.00 uur aan de Oude Prinsweg en een deel van de
                                        Raadhuisstraat in het dorp Bergen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het
                                eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een andere dag;</al></li><li nr="b."><al>op een andere tijd;</al></li><li nr="c."><al>op een andere plaats;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Inrichting van de markt-
                                branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste plaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen (branches); en</al></li><li nr="b."><al>een maximumaantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>De marktcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt een commissie van advies in die tot taak heeft het
                                college te adviseren inzake marktaangelegenheden;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt nadere regels met betrekking tot de samenstelling
                                en werkwijze van deze marktcommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter
                                bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen over het aanvragen en verlenen van de
                            vergunning</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vergunning voor innemen
                                    standplaats</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                                vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Toewijzing standplaatsen</titel></kop><al>Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats of dagplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking
                                een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een
                                vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens
                                aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke
                                verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en
                                bedrijfsorganisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt
                                    ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond
                                            van artikel 2.9 de vergunning wordt overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan een vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel
                                            onvolledige gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                            artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van
                                            een standplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.9 is
                                    overgeschreven, reeds</al><al>vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt,
                                    wordt deze vergunning ingetrokken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vaste plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Inhoud vergunning</titel></kop><al>Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college
                                een vergunning waarin in ieder geval is bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het
                                        adres en de woonplaats van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>de verkoopmaterialen en de afmetingen die de
                                        vergunninghouder bij het innemen van de vaste plaats mag
                                        gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag
                                        verhandelen;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst
                                        vergunning is verleend</al></li><li nr="e."><al>dat de vergunninghouder zelf zorgt voor inzameling en afvoer
                                        van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon
                                        oplevert;</al></li><li nr="f."><al>van wie de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt;</al></li><li nr="g."><al>welke geluidsapparatuur op de standplaats is
                                        toegestaan;</al></li><li nr="h."><al>welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn
                                        toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Inschrijving op de wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college schrijft de aanvrager in op de wachtlijst,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3,
                                            maar aan hem geen vaste plaats kan worden toegewezen;
                                            en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager heeft aangegeven dat hij op de wachtlijst
                                            wil worden geplaatst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het
                                            adres en de woonplaats van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de artikelen (branche) die de aanvrager wil
                                            verhandelen;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopmaterialen die de aanvrager wil
                                            gebruiken.</al></li></lijst><al>Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van
                                    inschrijving op de wachtlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien
                                    deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk
                                    wordt verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Doorhalen van inschrijving op
                                    wachtlijst</titel></kop><al>De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks
                                        voor 1 januari heeft verlengd;</al></li><li nr="b."><al>op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>bij overlijden van de ingeschrevene;</al></li><li nr="d."><al>wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste
                                        plaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere
                                        omstandigheden niet aanvaardt;</al></li><li nr="e."><al>indien niet meer aan de vereisten van artikel 2.3 wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Toewijzing vaste plaatsen</titel></kop><al>Als er een vaste plaats vrijkomt, wordt deze toegewezen aan degene
                                die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven voor dezelfde
                                branche, in volgorde van inschrijving op deze lijst;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Overschrijving vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid
                                    van de</al><al>vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden
                                    overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de
                                    geregistreerde partner of de levenspartner van</al><al>de vergunninghouder of de persoon die tezamen met de
                                    vergunninghouder de onderneming ter uitoefening van de ambulante
                                    handel drijft en die gedurende een aaneengesloten periode van
                                    ten minste de voorafgaande drie jaar de vergunninghouder op zijn
                                    standplaats heeft bijgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van
                                    het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning
                                    voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste driejaar in
                                    loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft
                                    gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit
                                    bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op
                                    de wachtlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee
                                    maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat
                                    de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                    van het bepaalde in dit artikel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Dagplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Toewijzing dagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een
                                    vergunning door het college op het moment dat de standplaats
                                    niet als vaste plaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de
                                    wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf
                                    vóór 08.00 aanmelden bij de marktmeester.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen over het gebruik van de
                            standplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen
                                persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of
                                in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Aantal keren innemen standplaats</titel></kop><al>De vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten
                            minste tienmaal per dertien weken zijn plaats op de markt in, dit met
                            inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3 en 3.4.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of
                                bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie
                                of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste plaats in te
                                nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie
                                geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende
                                marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of
                                telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een
                                schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de
                                vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden een
                                geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het college hiervan
                                ontheffing heeft verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Ontheffing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>in geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het
                                college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste plaats hem
                                tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste
                                eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de plaats op de
                                markt in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning
                                verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met
                                name genoemde persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Legitimatie en identiteit
                                vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen,
                                dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de
                                vergunninghouder is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar
                                zijn naam en bedrijfsnaam aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer
                                goederen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan
                                twee uur voor aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt met
                                een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen dan wel
                                goederen aan of af te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de
                                sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan van
                                deze verplichting ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de vergunninghouder zijn vaste plaats niet uiterlijk op het
                                tijdstip van opening van de markt heeft ingenomen, wordt de
                                betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de
                                vergunninghouder de marktmeester vóór dit tijdstip, onder opgave van
                                een geldige reden die hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft
                                verzocht de plaats vrij te houden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                            hoogste twee maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking
                            van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>intrekking vergunning en schorsing</titel></kop><al>Het college kan een vergunning voor een vaste plaats, al dan niet
                            voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier
                            achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of
                            degene die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>uitsluiting dagplaatshouder</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats van de toewijzing
                            van een dagplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, gelegen
                            binnen een periode van twee jaar na de bekendmaking van het besluit tot
                            uitsluiting, indien deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                            college, indien het dit noodzakelijk acht, een vergunninghouder gelasten
                            zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het
                            college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Inwerkingtreding en vervallen oude
                                regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van zes weken na de
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Marktverordening, vastgesteld op 31 januari 1994 door de raad van de
                                gemeente Egmond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de marktverordening als bedoeld in artikel 4.7 lid 2, blijven -
                                indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of
                                ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van
                                kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of
                                totdat zij worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de marktverordening
                                als bedoeld in artikel 4.7 lid 2, blijven - indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze marktverordening - van kracht tot de termijn
                                waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                verordening te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de verordening is ingediend
                                en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet
                                op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Marktverordening gemeente Bergen
                            2002'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</al><al>Raad van de gemeente Bergen op 25 juni 2002</al></slotformulering><ondertekening>De secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Toelichting op Marktverordening gemeente Bergen
                    2002</tussenkop><tussenkop>1. Inleiding</tussenkop><tussenkop>De totstandkoming van de marktverordening</tussenkop><al>In de gemeente Bergen worden al meer dan twintig jaar weekmarkten gehouden. Op
                    25 januari 1983 heeft de raad van de voormalige gemeente Bergen hiertoe een
                    raadsbesluit genomen en in de voormalige gemeente Egmond stelde de raad op 31
                    januari 1994 de 'Marktverordening' vast, waardoor de eerder vastgestelde
                    'Marktverordening Egmond aan Zee' vastgesteld op 3 april 1968 kwam te vervallen.
                    In de voormalige gemeente Bergen is in 1983 verzuimd een marktverordening vast
                    te stellen en dit verzuim wordt thans rechtgetrokken.</al><al>Bij het ontwerp van de nieuwe marktverordening (hierna te noemen: de
                    marktververordening) is zoveel mogelijk de modelmarktverordening van de VNG
                    gevolgd. Deze modelmarktverordening is in samenwerking met het Centraal Overleg
                    Marktaangelegenheden totstandgekomen.</al><tussenkop>Grondslag en belang verordening</tussenkop><al>Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordeningen die hij
                    in het belang van de gemeente nodig acht. In artikel 151 van de Gemeentewet is
                    bepaald dat de raad besluit tot het instellen, afschaffen of veranderen van
                    jaarmarkten of gewone marktdagen. Artikel 151 is bij amendement ingevoegd.
                    Overweging van het amendement was dat het toezicht op het instellen van markten
                    van groot belang is. Op deze wijze is de bepaling van artikel 178 van de oude
                    gemeentewet gehandhaafd. Met deze bepaling heeft de wetgever duidelijk gemaakt
                    dat het marktwezen tot de gemeentelijke huishouding behoort.</al><al>De marktverordening beoogt de gemeentelijke belangen te beschermen. Het gaat
                    hier om belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van
                    overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de (verkeers)veiligheid
                    binnen de gemeente.</al><tussenkop>Inhoud</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 van de modelmarktverordening bevat een aantal algemene bepalingen
                    die betrekking hebben op de markt in zijn geheel. Hoofdstuk 2 bevat de
                    regelingen die van belang zijn voor de vergunningaanvraag en de
                    vergunningverlening bezien vanuit de gemeente. De procedure voor het verkrijgen
                    van een vaste plaats en dagplaats wordt beschreven. In hoofdstuk 3 worden de
                    algemene verplichtingen voor de vergunninghouder genoemd die hij met betrekking
                    tot zijn standplaats in acht moet nemen. Hoofdstuk 4 bevat de straf-, overgangs-
                    en slotbepalingen.</al><tussenkop>Mandaat</tussenkop><al>Overal waar in deze verordening het college staat, bestaat de mogelijkheid te
                    mandateren, overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (Awb). Het college kan zijn bevoegdheden aan de marktmeester mandateren, maar
                    niet delegeren in verband met het verbod tot delegatie aan ondergeschikten
                    (artikel 10:14 Awb).</al><tussenkop>Koppelingswet</tussenkop><al>Op 1 juli 1998 is de Koppelingswet in werking getreden. Met de Koppelingswet
                    wordt</al><al>onder meer beoogd vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven uit
                    te</al><al>sluiten van de toegang tot een groot aantal collectieve voorzieningen en
                    uitkeringen. Tevens is het de bedoeling te voorkomen dat aan deze illegalen
                    vergunningen worden verstrekt die tot gevolg hebben dat een inkomen wordt
                    verworven. Bij de aanvraag van een vergunning voor een standplaats op de markt
                    moet sinds de inwerkingtreding van de Koppelingswet op 1 juli 1998 worden bezien
                    in hoeverre een vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft.</al><tussenkop>Vrijhouden van het marktterrein</tussenkop><al>Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein tijdens
                    de uren dat de markt plaatsvindt vrij te maken van alle verkeer, met
                    uitzondering van voetgangers, dient het college een verkeersbesluit te nemen. Om
                    duidelijk te maken dat het terrein beschikbaar moet zijn voor de markt, dienen
                    verkeersborden (bijvoorbeeld Cl, wit bord met rode rand) te worden geplaatst met
                    de aanduiding van de uren waarvoor het verbod geldt. Ten onrechte geparkeerde
                    auto's kunnen met toepassing van bestuursdwang op kosten van de eigenaars, van
                    het marktterrein worden verwijderd. Overigens zal de gemeente in de regel deze
                    auto's moeten wegsiepen om schadeclaims te voorkomen.</al><al>De burgemeester kan op grond van artikel 2.4.12 van de model-APV het
                    marktterrein aanwijzen als plaats waar het verboden is op de door hem aangewezen
                    uren zich met een fiets of bromfiets te bevinden.</al><tussenkop>Toepassing</tussenkop><al>Deze verordening is op elk van de markten van de gemeente Bergen afzonderlijk
                    van</al><al>toepassing.</al><tussenkop>2. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                    gehanteerd,</al><al>gedefinieerd.</al><al>De onder i genoemde branche-indeling kan de markt aantrekkelijker maken voor
                    de</al><al>consument.</al><al>Het onder j genoemde college van burgemeester en wethouders kan als
                    bestuursorgaan</al><al>besluiten in de zin van de Awb nemen. Tegen deze besluiten kan in beginsel
                    bezwaar</al><al>en vervolgens beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedureregels van
                    de</al><al>Awb.</al><al>In de modelmarktverordening worden nog de begrippen: standwerken,</al><al>standwerkersplaats en anciënniteitslijst gedefinieerd. Deze drie begrippen zijn
                    niet</al><al>opgenomen in de marktverordening omdat het op de markten in de gemeente
                    Bergen</al><al>geen gebruik is om een plaats toe te kennen aan standwerkers. Het gaat bij</al><al>standwerkers vaak om een tijdelijke plaats met sterk wisselende produkten en
                    bij</al><al>kleine markten is hier weinig of geen behoefte aan, terwijl ook het aanbod
                    te</al><al>verwaarlozen is. Een anciëniteitslijst is niet in de marktverordening opgenomen
                    omdat</al><al>de plaatsen op de markt worden toegewezen door de marktmeester. Om
                    praktische</al><al>redenen bekijkt hij waar de betreffende branche het best kan staan. Rekening
                    moet</al><al>worden gehouden met de beschikbare ruimte en eventuele (stank)overlast voor
                    de</al><al>omliggende winkels.</al><tussenkop>Artikel 1.2 Dag, tijd en plaats van de markt</tussenkop><al>Het eerste lid houdt de instelling van de markt als bedoeld in artikel 151 van
                    de Gemeentewet in. De raad bepaalt op welke dag, tijd en plaats de markt
                    plaatsvindt. Indien nodig kan ook worden bepaald dat het college de grenzen van
                    de markt en het karakter daarvan (algemene warenmarkt dan wel gespecialiseerde
                    markt) bepaalt. Bij meer dan één markt kan worden volstaan met één verordening,
                    waarbij in artikel 1.2 is aangegeven welke markten (met aanduiding van dag, tijd
                    en plaats) er zijn. De in het tweede lid genoemde dringende redenen dienen het
                    doorgang laten vinden van de markt (op de vaste dag, tijd en/of plaats)
                    praktisch onmogelijk te maken. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verrichten
                    van bestrating- en</al><al>rioleringswerkzaamheden op het marktterrein. Het is niet de bedoeling dat het
                    begrip dringende redenen zo ruim wordt opgevat dat de warenmarkt veelvuldig kan
                    worden verplaatst. De ervaring heeft geleerd, dat marktverplaatsingen de
                    kooplieden sterk in hun omzet benadelen. Het is uiteraard van belang om de
                    belanghebbenden in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte te stellen van een
                    voorgenomen verplaatsingbesluit.</al><al>Indien de markt gedurende een langere tijd of permanent wordt verplaatst, dient
                    de raad hierover te besluiten overeenkomstig artikel 151 van de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 1.3 Inrichting van de markt -
                    branche-indeling</tussenkop><al>Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal standplaatsen
                    op de</al><al>markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt voor
                    de</al><al>consumenten. Het aantal branches is in principe onbeperkt.</al><al>Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid, onder
                    c, wordt</al><al>rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde op de markt is het
                    van</al><al>belang te bepalen welke materialen (standaardmaterialen of ook alternatieve</al><al>materialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden opgesteld.</al><al>De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook
                    een</al><al>beperking geven voor bepaalde materialen.</al><al>Het tweede lid is facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een beperkt
                    aantal kooplieden per branche toe te laten. Hierdoor wordt bereikt dat op de
                    markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt
                    voorkomen dat te veel kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor
                    wordt de markt aantrekkelijker voor de consument.</al><al>De regels ten behoeve van een brancheverdeling lenen zich voor herhaalde
                    toepassing. De brancheverdeling is daarmee aan te merken als een algemeen
                    verbindend voorschrift. Op grond van de Awb is bezwaar en beroep hiertegen
                    uitgesloten.</al><tussenkop>Artikel 1.4 De marktcommissie</tussenkop><al>Ten behoeve van het structureel overleg tussen de gemeente en de markt stelt het
                    college een marktcommissie in. De marktcommissie kan het college van
                    burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd van advies dienen. In de
                    marktcommissie van Egmond aan Zee zijn drie personen namens de
                    marktstandplaatshouders op de markt afgevaardigd en namens de gemeente de
                    portefeuillehouder Economische Zaken, de marktmeester en de beleidsmedewerker
                    economische zaken. Deze laatste is tevens secretaris van de commissie. Ook voor
                    de weekmarkt in het dorp Bergen is inmiddels een marktcommissie ingesteld en
                    zijn drie standplaatshouders op de markt afgevaardigd en namens de</al><al>gemeente de portefeuillehouder Economische Zaken, de marktmeester en de
                    beleidsmedewerker economische zaken. Deze laatste is tevens secretaris van de
                    commissie.</al><tussenkop>Artikel 1.5 Nadere regels</tussenkop><al>In de marktverordening is gekozen voor een vrij uitgebreide regeling van de
                    markt. Het college is op grond van dit artikel bevoegd - in aanvulling op
                    artikel 1.3 - nadere regels te stellen.</al><al>Nadere regels worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften. Op grond
                    van de Awb is bezwaar en beroep hiertegen uitgesloten.</al><tussenkop>Artikel 1.6 Voorschriften en beperkingen</tussenkop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden,
                    kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het
                    eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                    vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en
                    gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en
                    de veiligheid binnen de gemeente. Zie ook de inleiding bij deze toelichting
                    onder Grondslag en belang verordening.</al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden
                    zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor
                    toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel
                    4.1 is eveneens van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 2.1 Vergunning voor innemen
                    standplaats</tussenkop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                    vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                    vergunning zijn verbonden (artikel 1.6) De vergunning is persoonlijk en niet
                    overdraagbaar.</al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen
                    aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze
                    van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                    gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 2.2 Toewijzing standplaatsen</tussenkop><al>Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats of dagplaats. In de paragrafen
                    2 (artikelen 2.5 tot en met 2.9) en 3 (artikel 2.10) wordt aangegeven op welke
                    manier de toewijzing van de verschillende standplaatsen geschiedt.</al><tussenkop>Artikel 2.3 De vergunningaanvraag</tussenkop><al>De genoemde publiekrechtelijke verplichtingen zijn de inschrijving in het
                    handelsregister en de registratiekaart van het Centraal Registratiekantoor
                    (CRK). Indien de aanvrager niet voldoet aan de genoemde eisen, kan dit reden
                    zijn de vergunning te weigeren (of in te trekken op grond van artikel 2.4). Het
                    is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden
                    toegelaten. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie
                    op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een
                    natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle
                    marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de
                    natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook
                    dan wordt de natuurlijke</al><al>persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet
                    mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. Een
                    model-aanvraagformulier is als bijlage bij deze verordening gevoegd. Het
                    aanvraagformulier dient als overzicht om een zo volledig mogelijk beeld van de
                    vergunningaanvrager te krijgen.</al><al>Een model-aanvraagformulier is als bijlage bij deze verordening gevoegd. Het
                    aanvraagformulier dient als overzicht om een zo volledig mogelijk beeld van de
                    vergunningaanvrager te krijgen. Op het formulier is geen vraag met betrekking
                    tot een WA-marktverzekering opgenomen. Een plicht tot verzekering is niet in de
                    verordening opgenomen, aangezien dit niet tot de belangen van de gemeente
                    behoort. De vergunning kan dus niet worden geweigerd, indien de aanvrager niet
                    verzekerd is tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als
                    vergunninghouder op een markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen
                    zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.</al><tussenkop>Artikel 2.4 Intrekking vergunning</tussenkop><al>Tot intrekking van de vergunning wordt altijd op de in het eerste lid genoemde
                    gronden overgegaan. Het eerste lid betreft alleen de vaste plaatsen. In het
                    tweede lid worden intrekkingsbevoegdheden genoemd ten aanzien van de vergunning
                    in het algemeen. Intrekking ligt uiteraard minder voor de hand bij niet-vaste
                    plaatsen, maar het kan onder omstandigheden toch gewenst zijn een dagplaats in
                    te trekken. In de regel zal echter eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of
                    onmiddellijke verwijdering op grond van artikel 4.4. Het derde lid vormt het
                    sluitstuk van artikel 2.9.</al><tussenkop>Artikel 2.5 Inhoud vergunning</tussenkop><al>Om aan de houders van vaste plaatsen de nodige rechtszekerheid te verschaffen,
                    is het gewenst hun een vergunning voor die plaats te verstrekken, waaruit blijkt
                    dat zij hun plaats rechtsgeldig bezetten.</al><al>Een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van
                    een nummer en de afmetingen daarvan, zoals gesteld in de modelmarktverordening,
                    is niet in de marktverordening opgenomen. De marktmeester bekijkt, indien nodig
                    samen met de leden van de marktcommissie, wat de beste locatie is voor de uit te
                    geven vaste plaats.</al><al>Ingevolge het vermelde onder b. worden in de vergunning de verkoopmaterialen
                    (kramen, tafels, wagens en dergelijke) opgesomd die de vergunninghouder bij het
                    innemen van de plaats mag gebruiken. Het verdient aanbeveling beleidsregels vast
                    te stellen ten aanzien van het toegestane materiaal, standaardmateriaal dan wel
                    alternatieve materialen. Zie ook de toelichting op artikel 1.3, eerste lid,
                    onder c.</al><tussenkop>Artikel 2.6 Inschrijving op de wachtlijst</tussenkop><al>Voor het goed functioneren van de markt is een goede registratie van de
                    marktkooplieden noodzakelijk. De wachtlijst is bedoeld voor die personen die
                    graag een vaste plaats op de markt willen verwerven, maar aan wie op het moment
                    dat zij de aanvraag doen geen plaats kan worden toegewezen. In de
                    marktverordening is niet gekozen voor een zogenaamd meeloopsysteem. Dit systeem
                    heeft als nadeel dat een gegadigde zich iedere keer moet melden zonder dat hij
                    de zekerheid heeft, dat hij op de markt kan staan. Dit kan problemen opleveren
                    bij verse, bederfelijke waren. Om rechtszekerheid voor de aanvrager te
                    verschaffen, is het gewenst dat hij van zijn inschrijving als gegadigde voor een
                    vaste plaats een schriftelijk bewijs krijgt.</al><al>Ingevolge het tweede lid dient de aanvrager op eigen initiatief zijn
                    inschrijving te verlengen. Het verzoek dient voor 1 januari van elk jaar te zijn
                    gedaan. Om verlenging te vergemakkelijken kan het college voorzien in een
                    standaard-verlengingsformulier. De branche-organisaties achten het redelijk voor
                    elke verlenging leges te heffen. Zodoende worden de kosten van instandhouden van
                    de wachtlijst niet door de standplaatshouders gedragen.</al><tussenkop>Artikel 2.7 Doorhalen van inschrijving op
                    wachtlijst</tussenkop><al>In dit artikel worden de dwingende redenen genoemd waarom een gegadigde voor een
                    vaste plaats van de wachtlijst dient te worden gehaald. Het verdient aanbeveling
                    de invulling van bijzondere omstandigheden als genoemd onder d, duidelijk te
                    omschrijven teneinde onduidelijkheden omtrent de plaats op de wachtlijst te
                    voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 2.8 Toewijzing vaste plaats</tussenkop><al>De volgorde van inschrijving op de wachtlijst én de branche-indeling welke door
                    het college is vastgesteld, bepalen wie een vaste plaats kunnen innemen bij het
                    vrijkomen van een standplaats.</al><tussenkop>Artikel 2.9 Overschrijving vergunning</tussenkop><al>Komt een vergunninghouder te overlijden of wordt hij blijvend arbeidsongeschikt,
                    dan moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd worden geacht, dat zijn
                    vergunning voor de vaste plaats op de achterblijvende echtgenoot, de
                    geregistreerde partner (als bedoeld in artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek)
                    of de levenspartner kan worden overgeschreven, of de persoon die tezamen met de
                    vergunninghouder de onderneming ter uitoefening van de ambulante handel drijft
                    en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste de voorafgaande
                    driejaar de vergunninghouder op zijn standplaats heeft bijgestaan.</al><al>In het eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde
                    partners, of mede-eigenaar recht hebben op de vaste plaats van de
                    vergunninghouder. Een kind van de vergunninghouder dat voldoet aan de in het
                    tweede lid gestelde eisen heeft recht op een vaste plaats op de markt, indien er
                    geen van de hierboven genoemde personen gebruik maken van het recht van
                    overschrijving op de vaste plaats. Als bewijs van arbeidsongeschiktheid dient
                    een verklaring van een arts te worden overgelegd. Het gaat hier uiteraard om
                    arbeidsongeschiktheid voor de markthandel.</al><tussenkop>Artikel 2.10 Toewijzing dagplaats</tussenkop><al>De in het eerste lid vereiste vergunning wordt veelal mondeling verleend en
                    hieraan kunnen geen verdere rechten voor volgende marktdagen worden ontleend.
                    Het in het tweede lid vermelde uiterste tijdstip van melding bij de marktmeester
                    dient te worden gekoppeld aan het in artikel 3.6, derde lid, genoemde uiterste
                    tijdstip voor het innemen van een vaste plaats.</al><tussenkop>Artikel 3.1 Persoonlijk innemen standplaats</tussenkop><al><vet>In </vet>artikel 3.1 is bepaald dat de vergunninghouder in principe
                    verplicht is zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 2.3
                    is bepaald dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent
                    dit dat de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de
                    vergunninghouder kan worden ingenomen.</al><al>De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid. De
                    artikelen 3.3. (bijzondere omstandigheden) en 3.6 geven aan de vergunninghouder
                    de mogelijkheid om zaken te regelen, bijvoorbeeld om naar de veiling te
                    gaan.</al><tussenkop>Artikel 3.2 Aantal keren innemen standplaats</tussenkop><al>De plicht voor de vergunninghouder om de standplaats het minimum aantal
                    vastgestelde keren in te nemen, is noodzakelijk om de continuïteit in de
                    bezetting te waarborgen.</al><tussenkop>Artikel 3.3 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of
                    bijzondere omstandigheden</tussenkop><al>In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat de
                    vergunninghouder zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn. Het is wel
                    noodzakelijk dat het college of de marktmeester van elke verhindering tot
                    marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld. Het college kan
                    bepalen dat kortstondige afwezigheid zonder mededeling of ontheffing is
                    toegestaan. Dit is van belang voor vergunninghouders, bijvoorbeeld voor
                    veilingbezoek, inkoop, bezoek aan vergaderingen en overige bedrijfs- en sociale
                    verplichtingen.</al><al>De ontheffing van het derde lid kan aan een maximum van twee jaar worden
                    gebonden voor wat betreft ziekte. Indien de ziekte langer dan twee jaar duurt,
                    is veelal sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.</al><al>Het derde lid schrijft voor dat de vergunninghouder bij langdurige ziekte in
                    beginsel iedere drie maanden een geneeskundige verklaring dient te overleggen.
                    Er is geen wettelijke basis op grond waarvan het college de vergunninghouder zou
                    kunnen verplichten een geneeskundige keuring te ondergaan. Het college kan de
                    vergunninghouder uiteraard wel aanbieden zich bijvoorbeeld door de GGD te laten
                    onderzoeken om zijn ziekte aan te tonen.</al><tussenkop>Artikel 3.4 Ontheffing en vervanging</tussenkop><al>In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college de
                    vergunninghouder van een vaste plaats toestaan zich op zijn plaats te laten
                    vervangen. Een maximumtermijn van zes weken is voor vakantie gebruikelijk. Het
                    college kan (bij langdurige vervanging) als voorwaarde stellen dat de vervanger
                    aan de vereisten van artikel 2.3.</al><tussenkop>Artikel 3.5 Legitimatie en identiteit
                    vergunninghouder</tussenkop><al>Bij herhaling is gebleken dat de kopers op de markt er behoefte aan hebben te
                    weten bij wie zij hun inkopen hebben gedaan. In de praktijk wordt hier echter
                    weinig de hand aan gehouden. Het moet ook door iedere bonafide marktkoopman-
                    of-koopvrouw van belang worden geacht. Het vormen van een vaste klantenkring kan
                    hierdoor tevens worden bevorderd. Vermelding van adres en woonplaats wordt in
                    verband met gevaar van inbraak bij de koopman, die tijdens de markt immers van
                    huis is, niet wenselijk geacht,</al><tussenkop>Artikel 3.6 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer
                    goederen</tussenkop><al>Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein tijdens
                    de markt vrij te maken van alle verkeer dient het college een verkeersbesluit te
                    nemen. Ten onrechte geparkeerde auto's kunnen met toepassing van bestuursdwang,
                    op kosten van de eigenaars, van het marktterrein worden verwijderd nog vóór de
                    eigenlijke opbouw van de markt. Voorwaarde is wel dat de tijden waarop het
                    terrein beschikbaar moet zijn ten behoeve van de markt, duidelijk worden
                    medegedeeld.</al><al>De in het eerste lid gegeven tijdspanne is zo ruim genomen dat hieraan in de
                    regel kan worden voldaan. De tijden zijn vastgesteld in overleg met de
                    marktstandplaatshouders. Het tweede lid maakt duidelijk dat het in het algemeen,
                    in het belang van de orde op de markt, de vergunninghouder niet kan worden
                    toegestaan de markt op willekeurige, vóór de sluitingstijd gelegen, momenten te
                    verlaten. Het college dient invulling te geven aan de bijzondere omstandigheden
                    die ontheffing mogelijk maken. Op grond van het derde lid is het mogelijk dat
                    over een vaste plaats beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman,
                    indien de vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt. Daartoe is
                    bepaald dat de vaste plaats vóór een bepaald uur ingenomen moet zijn.</al><al>Indien bekend is dat de rechthebbende later op de markt verschijnt, zal de
                    plaats uiteraard open moeten blijven. Het vierde lid bevat hiervoor een
                    regeling. Vroegtijdig - eventueel vóór de openingstijd van de markt - toewijzen
                    van de dagplaatsen (zie hiervoor artikel 2.10)biedt het voordeel, dat het
                    publiek geen of weinig hinder ondervindt van het aanvoeren van de
                    marktartikelen. Indien de gemeente de houder van een vaste plaats nog enig
                    voorrecht wil geven boven de pas beginnende kooplieden, die nog niet over een
                    vaste plaats beschikken, dan zou het toewijzen van dagplaatsen na de opening van
                    de markt dienen te geschieden.</al><tussenkop>Artikel 4.1 Strafbepaling</tussenkop><al>Ten aanzien van de in artikel 4.1 opgenomen strafbepaling geldt dat van
                    overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of verbodsnorm
                    (een verplichtende norm) inhoudt.</al><al>Tegen overtredingen van de in deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede
                    tegen handelingen die de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen verstoren,
                    verdient voor wat de marktkooplieden betreft een administratieve afhandeling de
                    voorkeur. Verwacht mag worden dat van de bepalingen, opgenomen in de artikelen
                    4.2 tot en met 4.4 een sterk preventieve werking zal uitgaan.</al><tussenkop>Artikel 4.2 Intrekking vergunning en
                    schorsing</tussenkop><al>In artikel 4.2 worden de gronden genoemd waarop een vergunning voor een vaste
                    plaats kan worden ingetrokken of geschorst. Het verdient aanbeveling een
                    sanctiebeleid vast te stellen waarin wordt aangegeven in welke gevallen de
                    vergunning wordt geschorst dan wel ingetrokken. Het hangt van de omstandigheden
                    af of tot intrekking of tot schorsing wordt overgegaan.</al><al>Indien het college overweegt om de vergunning in te trekken ofte schorsen, dient
                    het daarbij te letten op het bepaalde in artikel 4:8 van de Awb.</al><tussenkop>Artikel 4.3 Uitsluiting dagplaatshouder</tussenkop><al>In artikel 4.2 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste
                    plaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard meer voor de hand bij
                    niet-vaste plaatsen, maar in de praktijk is het van belang gebleken om naast de
                    bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 4.4) ook een
                    vergunninghouder van een dagplaats langdurig van de markt te kunnen verwijderen.
                    Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een vergunninghouder voor een vaste
                    plaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder.</al><al>In artikel 4.3. is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde
                    gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de
                    toewijzing van een dagplaats. Deze vier dagen moeten zijn gelegen binnen een
                    periode van twee jaar na de bekendmaking van het uitsluitingsbesluit. Deze
                    termijn is</al><al>gekoppeld aan de bekendmaking, aangezien in artikel 3:40 van de Awb is bepaald
                    dat een besluit niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. De maximale
                    termijn van twee jaar is gekozen om te voorkomen dat de uitsluiting voor
                    onbepaalde tijd voortduurt. Indien de dagplaatshouder na afloop van deze twee
                    jaar weer op de markt komt, kan hij weer in aanmerking komen voor een plaats op
                    de markt.</al><tussenkop>Artikel 4.4 Onmiddellijke verwijdering</tussenkop><al><vet>In </vet>artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van
                    wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                    verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te
                    passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om
                    bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop
                    gebaseerde voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de Awb worden
                    regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en
                    dwangsom) gegeven. De in artikel 4.4 geregelde onmiddellijke verwijdering is een
                    vorm van bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24,
                    zesde lid, van de Awb wordt verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot
                    het toepassen van bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze
                    bevoegdheid dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te
                    worden gemaakt. Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de
                    bepalingen over bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden
                    ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 4:8 van
                    de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing van artikel 4.4 in beginsel in de
                    gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk)
                    kenbaar te maken.</al><tussenkop>Artikel 4.5 Toezichthouders</tussenkop><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                    verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift
                    is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als
                    toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5:2 van de Awb
                    opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze
                    bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt.</al><tussenkop>Artikel 4.6 Inwerkingtreding en vervallen oude
                    regeling</tussenkop><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><al>De Marktverordening valt onder de werking van de Tijdelijke referendumwet (Trw)
                    Artikel 4.7 geeft aan dat de verordening zes weken na bekendmaking in werking
                    treedt. Deze termijn sluit aan bij de termijnen gegeven in de Trw. Als er een
                    inleidend verzoek wordt gedaan, vervalt de termijn van zes weken van rechtswege.
                    De raad dient dan een nieuw besluit te nemen over de inwerkingtreding van de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 4.7 Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Een uitgebreide overgangsregeling als hier opgenomen wordt noodzakelijk geacht
                    voor de rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen.</al><tussenkop>Artikel 4.8 Citeertitel</tussenkop><al>In de citeertitel is het jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>