<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21578_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening 2010 gemeente Grootegast</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Streekkrant, 5 oktober 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening 2010 Gemeente Grootegast</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 15.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 38</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de Monumentenverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 4 april 1995</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Erfgoedverordening 2010 gemeente Grootegast
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Grootegast;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van 14 september 2010;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 15 en 38 van de
                        Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit vast te stellen de volgende Erfgoedverordening 2010 gemeente
                            Grootegast</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMEEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst>
                  <li nr="1"><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li>
                  <li nr="2"><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                                    onderdeel a;</al></li>
              <li nr="c."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li>
              <li nr="d."><al>monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988
                                    ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                    eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                    Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
                                    de verordening en het monumentenbeleid;</al></li>
              <li nr="e."><al>gemeentelijke archeologische waardekaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische
                                    verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li>
              <li nr="f."><al>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
                                    landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van
                                    geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid
                                    van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                                    gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al></li>
              <li nr="g."><al>provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart
                                    van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                                    archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li>
              <li nr="h."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waardekaart, waarvan is aangegeven dat in
                                    bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                    zijn;</al></li>
              <li nr="i."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li>
              <li nr="j."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                    vondsten of informatie;</al></li>
              <li nr="k."><al>lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li>
              <li nr="l."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li>
              <li nr="m."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al></li>
              <li nr="n."><al>gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de
                                    archeologische paragraaf van het bestemmingsplan.</al></li>
              <li nr="o."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
              <li nr="p."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Grootegast.</al></li>
              <li nr="q."><al>Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li>
              <li nr="r."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Het gebruik van het monument</titel>
            </kop>
            <al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                                    een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                                    het college advies aan de monumentencommissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming
                                    dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de
                                    uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument
                                    aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al></li>
              <li nr="4."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
                                    grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                                    aangewezen op grond van de monumentenverordening van de
                                    provincie Groningen.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Voorbescherming</titel>
            </kop>
            <al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
                            bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument
                            niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van
                            overeenkomstige toepassing.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                    ontvangst van het verzoek van het college.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van het advies
                                    van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 26 weken
                                    na de adviesaanvraag.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel>
            </kop>
            <al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel>
            </kop>
            <al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                            monumentenlijst.</al>
            <al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                            datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving
                            van het gemeentelijke monument.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende
                                    de aanwijzing wijzigen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn
                                    van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                    ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing,
                                    als bedoeld in lid 2, achterwege.</al></li>
              <li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Intrekken van de aanwijzing</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                    lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988
                                    of aan de monumentenverordening van de provincie Groningen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                    geregistreerd.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Instandhoudingbepaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
                                    artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst>
                  <li nr="a"><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te
                                            verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten
                                            gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
                                            of in gevaar gebracht.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
                                    lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
                                    betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden
                                    uitgevoerd.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
                                    een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het
                                    tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                    voorzover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
                                    belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                                    geding zijn.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>De schriftelijke aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                            gegevens en bescheiden worden in 5-voud ingediend.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Termijnen advies</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk
                                    monument aan de monumentencommissie voor advies.</al></li>
              <li nr="2."><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                    brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                    college.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li>
              <li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen;</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BESCHERMDE MONUMENTEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument
                                    aan de monumentencommissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                    binnen acht weken na de datum van verzending van het
                                    afschrift.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Instandhoudingbepaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in
                                    artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch
                                    verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem
                                    dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst>
                  <li nr="a"><al>het een verstoring betreft van een archeologisch
                                            monument of archeologisch verwachtingsgebied als
                                            aangegeven op de provinciale Archeologische
                                            Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van
                                            Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring
                                            plaatsvindt:</al><lijst>
                      <li nr="1"><al>in een gebied met lage archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m2, of;</al></li>
                      <li nr="2"><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m2, of;</al></li>
                      <li nr="3"><al>in een gebied met hoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m2.</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b"><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                            omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li>
                  <li nr="c"><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel
                                            2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn
                                            opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li>
                  <li nr="d"><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                            uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een
                                            verstoring van een archeologisch monument of
                                            archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op
                                            gemeentelijke archeologische waardenkaart of de
                                            gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het
                                            ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische
                                            Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van
                                            Archeologische Waarden;</al></li>
                  <li nr="e"><al>een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde
                                            van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                            bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en
                                            waaruit blijkt dat:</al><lijst>
                      <li nr="1"><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                  voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li>
                      <li nr="2"><al>de archeologische waarden door de verstoring
                                                  niet onevenredig worden geschaad; of</al></li>
                      <li nr="3"><al>in het geheel geen archeologische waarden
                                                  aanwezig zijn.</al><al/></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Opgravingen en begeleiding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Grootegast
                                    onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van
                                    opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988,
                                    dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><lijst>
                  <li nr="a"><al>het college een programma van eisen vast te stellen als
                                            bedoeld in artikel 1 onder m, waarbij nadere regels
                                            worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al></li>
                  <li nr="b"><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan
                                            van aanpak als bedoel in artikel 1 onder l van deze
                                            verordening ter goedkeuring aan het college te
                                            overleggen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met
                                    betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het
                                    plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van
                                    het college in acht te worden genomen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma
                                    van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het college
                                    advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                    Archeologische monumentenzorg.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Procedure</titel>
            </kop>
            <al>De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en
                            artikel 17, eerste lid, onder b.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Tegemoetkoming in schade</titel>
            </kop>
            <al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid
                            te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat
                            tot:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li>
              <li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 16, tweede lid, onder d;</al></li>
              <li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en
                            artikel 16 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e,
                            van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast: de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel>Intrekken oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De Erfgoedverordening 2008, gemeente Grootegast, vastgesteld op 16
                            september 2008 wordt ingetrokken.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23.</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken
                                    Erfgoedverordening 2008 aangewezen en geregistreerde
                                    gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                    geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de
                                    inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                    inachtneming van de in artikel 22 ingetrokken verordening.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2010 Gemeente
                            Grootegast.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 september
                        2010.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>K.B. Dijkstra H.R. Kastermans</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>