<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21571_9</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Grootegast 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 30-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Grootegast</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1.2, 1.3, 2.2.2.a, 4.1.3, 4.1.3.a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit tot gebiedsaanwijzing alcoholverbod Grootegast inwerking getreden op 1 augustus 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-18790</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE GROOTEGAST 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Weg:</al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige
                                    beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn.</al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: eenieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
                                    en onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="g."><al>Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot woning bestemd.</al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="i."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="j."><al>Vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage
                                    II, behorend bij artikel 55 van de Meststoffenwet.</al></li><li nr="k."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen. </al></li><li nr="l."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt de termijn 12 weken
                                    voor de beslissing op een aanvraag voor een
                                    evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2.2.2, eerste
                                    lid.</al></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht
                                    weken verdagen.</al></li><li nr="4."><al>Voor specifieke aanvragen kan het college afwijkende termijnen
                                    vaststellen. </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2.1.5.1, derde lid, artikel 2.1.5.2 of artikel 4.3.2.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt voor aanvragen voor een
                                    evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2.2.2, eerste
                                    lid:</al><lijst><li nr="a."><al>een termijn van 20 weken indien de vergunning wordt
                                            aangevraagd voor één evenement;</al></li><li nr="b."><al>een termijn van 26 weken indien een meerjarige
                                            vergunning wordt aangevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></li><li nr="4."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan bepaald worden dat deze voor
                                    een bepaalde datum in het kalenderjaar moeten worden
                                    aangevraagd. Aanvragen die te laat worden ingediend, worden niet
                                    in behandeling genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                    Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                    vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li><li nr="f."><al>overigens wordt in dit kader verwezen naar de rechten en
                                    verplichtingen als bedoeld in de Awb (Algemene wet
                                    bestuursrecht).</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                            samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                            gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></li><li nr="2."><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval
                                            waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                            ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                            gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in
                                            of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                            een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                            politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                            aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                            openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid
                                            of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            derde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                            betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                            levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                            openbare manifestaties. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Optochten en betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>Vervallen (zie artikel 2.2.2; evenementenartikel
                                    /vrijstellingsmogelijkheid burgemeester) </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats
                                            een betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                            aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de
                                            betoging zal worden gehouden, schriftelijk kennis geven
                                            aan de burgemeester, met inachtneming van wat in artikel
                                            2.1.2.4, eerste lid, hierover is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving
                                            door terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                            zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag,
                                            wordt dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de
                                            voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen
                                            erkende feestdag is.</al></li><li nr="3."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als
                                            bedoeld in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van
                                            de Wet openbare manifestaties </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.2, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en
                                    een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route
                                                  en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                  treffen om een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een
                                            bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is
                                            vermeld. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.1</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                            afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel
                                            openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te
                                            maken op of aan door het college aangewezen wegen of
                                            gedeelten daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                            bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden
                                            of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                            stukken en afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.1</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Vervallen)</titel></kop><al>Niet opgenomen. Voorgesteld wordt om deze “evenementen” te
                                    betrekken bij het algemene evenementenartikel 2.2.2. (Toezicht
                                    op evenementen). In dat verband is artikel 2.2.1, onder f
                                    aangepast. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.2</nr><titel>Dienstverlening (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.3</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als
                                            straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf,
                                            tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op of aan
                                            door de burgemeester aangewezen wegen of gedeelten
                                            daarvan.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken
                                            tot uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Bruikbaarheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de
                                        weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg
                                            of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                            overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a"><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze
                                                  geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor
                                                  personen of goederen en niet voor commerciële
                                                  doeleinden worden gebruikt;</al></li><li nr="b"><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven
                                                  het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg
                                                  en mits:</al><lijst><li nr="1"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="2"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li></lijst></li><li nr="c"><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li><li nr="d"><al>de voorwerpen of stoffen, die
                                                  noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht
                                                  worden in verband met laden of lossen ervan en
                                                  mits degene die de werkzaamheden verricht of doet
                                                  verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het
                                                  beëindigen daarvan, in elk geval voor
                                                  zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                                  verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd
                                                  is;</al></li><li nr="e"><al>voertuigen;</al></li><li nr="f"><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                                  gevoelens worden geopenbaard;</al></li><li nr="g"><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="h"><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen
                                            voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, indien dit
                                            gebruik niet is toegestaan op grond van het tweede lid
                                            en voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                            artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet
                                            algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een
                                            voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden
                                            geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                                            indien:</al><lijst><li nr="a"><al>deze door zijn omvang of vormgeving, constructie
                                                  of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de
                                                  weg,</al></li><li nr="b"><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                                  of voor het doelmatig en veilig gebruik van de
                                                  weg, of</al></li><li nr="c"><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer
                                                  en onderhoud van. de weg.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt
                                            onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                            1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid en in het derde
                                            lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a"><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                                  de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                                                  de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                                  het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b"><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c"><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak. </al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                            wegenreglement. </al></li><li nr="8."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder a, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="9."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder b, geldt
                                            niet voor bouwwerken; </al></li><li nr="10."><al>De weigeringsgrond van het zesde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                                            door de Wet milieubeheer. </al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                        veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                            vergunning van het college een weg aan te leggen, de
                                            verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of
                                            te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                            veranderen of anderszins verandering te brengen in de
                                            wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a"><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                  indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                  bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                  exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b"><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat, alsmede alle niet openbare
                                            ontsluitingswegen van gebouwen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de
                                            gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van
                                            zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                            Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                            Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                            Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                            Telecommunicatieverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel>Maken of veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het
                                            college een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                            te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Bij de melding wordt een situatieschets van de gewenste
                                            uitweg en een foto van de bestaande situatie
                                            overgelegd.</al></li><li nr="4."><al>Het college laat binnen vier weken na ontvangst van de
                                            melding weten of het college aan de gewenste uitrit
                                            voorschriften stelt.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt voorschriften aan de gewenste uitweg
                                            indien door het realiseren ervan:</al><lijst><li nr="a."><al>gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan
                                                  voor het wegverkeer ter plaatse;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van een bestaande openbare
                                                  parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt
                                                  te worden gemaakt; </al></li><li nr="c."><al>de groenvoorziening in de gemeente wordt
                                                  geschaad of dreigt te worden geschaad. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college stelt de indiener van de melding binnen zes
                                            weken na ontvangst van de melding op de hoogte van de
                                            voorschriften als bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of
                                            het Provinciaal wegenreglement. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6:</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>Niet overgenomen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                            beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                            winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van
                                            de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en
                                            de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of
                                            langs de weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                            verwijderen of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet milieubeheer. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                            gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen
                                            gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                                            opleveren.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                            artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
                                            Strafrecht. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of
                                            veengronden dan wel in duingebieden of binnen een
                                            afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het
                                            college aangewezen periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan
                                            wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd
                                            meter daarvan, voorzover het de open lucht betreft,
                                            brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg
                                            te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                            Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                            voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en
                                            aangrenzende, als tuin ingerichte, erven. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een
                                    voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                            laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en
                                            overeenkomstig de aanwijzingen van het college,
                                            voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
                                            openbaar verkeer of de openbare verlichting worden
                                            aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn
                                            besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of
                                            wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                            Belemmeringenwet Privaatrecht. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.10</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                            weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                            bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                            houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te
                                            merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen
                                            of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                                            spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                            toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.11</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>Niet overgenomen. </al><al/></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.2.4 van
                                                deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2.1,
                                                2.1.4.2, 2.3.3.1 en 5.7.2 van deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2.1..2.2 op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het verbod in
                                        het eerste lid. In een besluit tot vrijstelling van het
                                        verbod wordt bepaald in welke situaties de vrijstelling
                                        geldt. In een besluit tot vrijstelling kunnen algemene
                                        voorschriften worden opgenomen voor evenementen waarvoor de
                                        vrijstelling geldt.</al></li><li nr="3."><al>De organisator van een evenement als bedoeld in het tweede
                                        lid dient 10 werkdagen daaraan voorafgaand melding te doen
                                        aan de burgemeester.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                        melding besluiten het organiseren van een evenement als
                                        bedoeld in het tweede lid te verbieden dan wel daaraan
                                        aanvullende voorschriften te stellen indien daardoor de
                                        openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of
                                        het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan een evenement als bedoeld in het tweede
                                        lid dat niet gemeld is terstond verbieden indien door het
                                        evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                        volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="6."><al>De organisator van een evenement als bedoeld in het tweede
                                        lid is verplicht de voorschriften na te komen die op grond
                                        van het tweede lid en het vierde lid worden gesteld. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2.a.</nr><titel>Meerjarige vergunnning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 1.7 kan voor een jaarlijks
                                        terugkerend evenement een meerjarige vergunning verleend
                                        worden voor een periode van maximaal 5 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan nadere regels stellen voor de toepassing
                                        van hetgeen bepaald is in het eerste lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Niet overgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al>Niet overgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><al>Niet overgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>Niet opgenomen. Grootegast hanteert systeem van vrije
                                    sluitingstijden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                            veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                            bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor
                                            een of meer horecabedrijven tijdelijk sluitingstijden
                                            vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                            het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                            artikel 13b van de Opiumwet. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf ingevolge een op grond van artikel 2.3.1.5
                                    genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                                    bevinden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                    inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                    treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met
                                    2.3.1.5. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1a:</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                    Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1a.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsbepalingen uit artikel 1 van de Drank- en Horecawet
                                    zijn op deze paragraaf van toepassing.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1a.2</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken
                                            alcoholhoudende drank vanaf één uur voor aanvang tot één
                                            uur na beëindiging van de activiteiten uitsluitend
                                            indien deze passen binnen de statutaire doelstellingen
                                            van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, en:
                                            indien er sprake is van sportkantines mag het
                                            verstrekken van alcoholhoudende drank uitsluitend
                                            geschieden:</al><lijst><li nr="•"><al>één uur voor, tijdens en twee uur na collectieve
                                                  trainingen;</al></li><li nr="•"><al>één uur voor, tijdens en twee uur na
                                                  (oefen)wedstrijden;</al></li><li nr="•"><al>één uur voor, tijdens en twee uur na
                                                  clubbijeenkomsten.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het
                                            paracommerciële rechtspersonen verboden om in de
                                            inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken na 24.00
                                            uur.</al></li><li nr="3"><al>De burgemeester kan aan een paracommerciele
                                            rechtspersoon in bijzondere omstandigheden, in relatie
                                            tot de activiteiten van die rechtspersoon, ontheffing
                                            verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede
                                            lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1a.3</nr><titel>Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen
                                            alcoholhoudende drank tijdens in de inrichting
                                            plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                            bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of
                                            niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                            desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. </al></li><li nr="2."><al>Paracommerciële rechtspersonen geven aan derden geen
                                            gelegenheid om in de inrichting alcoholhoudende drank te
                                            verstrekken tijdens in de inrichting plaatsvindende
                                            bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die
                                            gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks
                                            bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                                            betrokken zijn.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan aan een paracommerciële
                                            rechtspersoon ontheffing verlenen van het bepaalde in
                                            het eerste lid voor bijeenkomsten die niet leiden tot
                                            oneerlijke mededinging. Van oneerlijke mededinging kan
                                            geen sprake zijn indien:</al><lijst><li nr="a"><al>er sprake is van een lokale behoefte, of</al></li><li nr="b"><al>de bijeenkomsten een dorpsgebonden karakter
                                                  hebben, of</al></li><li nr="c"><al>de bijeenkomsten een relatie hebben met de aard
                                                  van de instelling, en</al></li><li nr="d"><al>de bijeenkomsten redelijkerwijs niet kunnen
                                                  worden gehouden in een commerciële lokaliteit in
                                                  de directe omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan aan een paracommerciële
                                            rechtspersoon in bijzondere omstandigheden ontheffing
                                            verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede
                                            lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1a.4</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                            sterke drank te verstrekken in inrichtingen, die of
                                            waarvan:</al></li><li nr="2."><al>een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is
                                            bij jeugdorganisaties;</al></li><li nr="3."><al>een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is
                                            bij sportorganisaties of -instellingen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van
                                            de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid en/of
                                            de volksgezondheid aan de vergunning als bedoeld in
                                            artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften
                                            verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken
                                            van zwakalcoholhoudende drank. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Niet opgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Niet opgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Niet opgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Niet opgenomen </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor
                                            het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig
                                            of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de
                                            mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                                            waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                            worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een speelgelegenheid te exploiteren of te doen
                                            exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                  artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                  Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van
                                                  Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                                  vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt
                                                  geboden om het kleine kansspel als bedoeld in
                                                  artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                                  beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                                  bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen,
                                                  of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a,
                                                  van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                                                  dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                                  speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                  ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
                                                  de exploitatie van de speelgelegenheid.</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid
                                                  in strijd is met een geldend bestemmingsplan. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.2</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                  30, onder a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                  artikel 30, onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, waarvan maximaal twee
                                            kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in
                                            het geheel niet zijn toegestaan. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend
                                        erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede
                                        lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende
                                        zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                        bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of
                                        openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2.4.2. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg te
                                        vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels,
                                        touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp
                                        of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang
                                        tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                        sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel
                                        van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                        voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                        niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                        handelingen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Niet overgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg.</al></li><li nr="2."><al>Onder weg wordt verstaan wat artikel 1 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet indien dat rijden door de
                                        omstandigheden redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement ...
                                        . </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op
                                                een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                                openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                                andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor
                                                niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                                weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                                woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door
                                        het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                        nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                        alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen
                                        of woonschip bevindende persoon te bespieden. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Bewakingsapparatuur (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Nodeloos alarmeren (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Alarminstallaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband
                                                of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
                                                houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd
                                        in het eerste lid onder a, niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden
                                        niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich
                                        vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden
                                        en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of
                                        indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                        gekwalificeerd opleidt tot geleidehond. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                                bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide; c. op een andere door het college
                                                aangewezen plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op
                                        het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                                eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
                                                die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                                aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de
                                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                                gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                                muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt
                                        voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                        voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
                                        verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                        buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1,
                                                onder d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                                met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
                                                niet langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.20</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van
                                        de Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                        plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                        van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden
                                        is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen ter voorkoming of opheffing van overlast
                                                of schade aan de openbare gezondheid gestelde
                                                regels; dan wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide
                                        dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders
                                        dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                        door het- college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Wet
                                        milieubeheer van toepassing is. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.21</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.22</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.23</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Niet opgenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.24</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed; e. de naam en het adres van
                                                degene die het goed heeft verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het
                                    Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten
                                        dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                        andere wijze overdraagt.</al></li><li nr="2."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel
                                                2.3.1.1, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1,
                                                vierde lid. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Niet opgenomen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op
                                        een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien
                                        zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7:</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8:</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>Niet opgenomen. </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9:</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.1</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                                door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                                naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het
                                                Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                  en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en
                                                  de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 250a (oud), 252, 273f, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                        bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                        sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                        eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste tot en met tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, eerste lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3,
                                                eerste lid geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                        vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                        seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te
                                        zien dat in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen
                                                wegen of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                                tijden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                        belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                        bevinden op de wegen en tijden bedoeld in het eerste lid,
                                        het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                        richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2,
                                        tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste
                                        eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
                                        bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                        verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3.2.2 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                                leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                        bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel de aanwijzing
                                        of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, worden
                                        geweigerd in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                        prostituee. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede
                                        lid, onder b, het beheer in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                        daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                        beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.1</nr><titel>Overgangsbepaling;</titel></kop><al>Niet opgenomen (n.v.t.).</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als omschreven in artikel 2 van
                                        het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen zoals
                                        dat gold op 31 december 2007;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De waarden als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit zijn niet van toepassing voor inrichtingen
                                        op door het college per kalenderjaar aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen voor collectieve festiviteiten.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 4.113, eerste lid van het Besluit is niet van
                                        toepassing voor inrichtingen op door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen dagen of dagdelen voor
                                        collectieve festiviteiten.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede
                                        lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt
                                        in een door het college aan te wijzen gebied.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Aanwijzing incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, in verband met het bepaalde in artikel 2.21
                                        en/of artikel 4.113 van van het Besluit, op aanvraag van de
                                        houder van een inrichting een deel van een dag aanwijzen ten
                                        behoeve van de viering van een incidentele festiviteit in de
                                        desbetreffende inrichting.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt een formulier vast om een aanvraag als
                                        bedoeld in het eerste lid in te dienen.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid dient tenminste
                                        twee weken voor de voorgenomen aanvang van de incidentele
                                        festiviteit bij het college te worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        college op verzoek van de houder van een inrichting een deel
                                        van een dag terstond aanwijst ten behoeve van een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was.</al></li><li nr="5."><al>Indien het college, gelet op de begin- en/of eindtijd van de
                                        incidentele festiviteit en/of gelet op de te verwachten
                                        geluidbelasting van oordeel is dat de desbetreffende
                                        festiviteit overmatige hinder kan veroorzaken voor
                                        omwonenden van de inrichting, wordt de aanvraag geweigerd of
                                        wordt de aanwijzing beperkt tot een zodanig deel van de dag
                                        dat de desbetreffende festiviteit naar het oordeel van het
                                        college geen overmatige hinder zal veroorzaken.</al></li><li nr="6."><al>Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan niet een
                                        deel van een dag omvatten dat is gelegen tussen 02.00 uur en
                                        09.00 uur.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3.a.</nr><titel>Nadere bepalingen voor festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het maximale aantal aanwijzingen op grond van artikel 4.1.2.
                                        en artikel 4.1.3 bedraagt totaal 12 per kalenderjaar per
                                        inrichting</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels vaststellen voor de toepassing
                                        van de artikelen 4.1.2. en 4.1.3</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al> (niet opgenomen) </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                        hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                        dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, artikel
                                        5.7.2, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften,
                                        de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de
                                        Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet,
                                        het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het
                                        Vuurwerkbesluit van toepassing zijn. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.6</nr><titel>(geluid)hinder door bromfietsen e.d.)</titel></kop><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig
                                te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat. </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van hoofdstuk 4, afdeling 3 van de Algemene
                                Plaatselijke Verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                        dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter ofwel
                                        een omtrek van 94 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.
                                        Voor eikenbomen, beukenbomen en lindebomen wordt in dit
                                        kader een diameter aangehouden van minimaal 20 centimeter
                                        ofwel een omtrek van 63 cm. In geval van meerstammigheid
                                        geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van
                                        herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften
                                        gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan
                                        30 cm dwarsdoorsnede (of 20 centimeter in geval van eik,
                                        beuk en linde) op 1,3 meter boven maaiveld;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal, een houtsingel of één of
                                        meer bomen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn
                                        afgezet, opnieuw op de stronk uitlopen; </al></li><li nr="d."><al>dunning: velling, die uitsluitend als een
                                        verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de
                                        overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;</al></li><li nr="e."><al>rooien: het geheel verwijderen van het boven- en
                                        ondergrondse deel van een houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse
                                        deel van de houtopstand;</al></li><li nr="g."><al>afzetten: het geheel of grotendeels verwijderen van het
                                        bovengrondse deel van de houtopstand met als doel dat de
                                        houtopstand opnieuw op de stronk uitloopt;</al></li><li nr="h."><al>vellen: rooien van een houtopstand, kappen van een
                                        houtopstand, afzetten van een houtopstand anders dan bij
                                        wijze van dunning, verplanten van een houtopstand,
                                        onoordeelkundig snoeien van een houtopstand (i.c. meer dan
                                        20% van de kroon of het wortelgestel wegnemen) alsmede het
                                        verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds,
                                        die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering
                                        van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;</al></li><li nr="i."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                        verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                        gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk
                                        onderhoud;</al></li><li nr="j."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li><li nr="k."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
                                        volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse
                                        Vereniging van Taxateurs van Bomen;</al></li><li nr="l."><al>houtsingelcompensatiefonds: een gemeentelijk fonds voor
                                        onderhoud, instandhouding en uitbreiding van houtsingels in
                                        de buitengebieden van de gemeenten Grootegast, Leek en
                                        Marum:;</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is zonder een vergunning van het bevoegd gezag verboden
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze
                                        van dunning.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande
                                                uit populieren of wilgen;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                                                te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                                het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen
                                        is binnen een bebouwde kom, is op deze houtopstand het
                                        verbod slechts van toepassing, indien de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt en hetzij geen grotere
                                        oppervlakte beslaat dan 10 are, hetzij in geval van
                                        rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet
                                        meer bomen omvat dan 20.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet
                                        vereist, indien houtopstand moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het college van burgemeester en wethouders, zulks
                                        onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.12 van de Algemene
                                        Plaatselijke Verordening.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor het
                                        periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij
                                        daarvoor geschikte boomsoorten.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><al>Vervallen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.4</nr><titel>Weigering ex lege</titel></kop><al>Vervallen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5</nr><titel>Voorschriften aan een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan aan een krachtens deze verordening
                                        verleende vergunning onder meer voorschriften en beperkingen
                                        verbinden in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de handhaving van het natuurschoon en/of
                                                landschapsschoon;</al></li><li nr="b."><al>de handhaving van het dorps-/stadsschoon;</al></li><li nr="c."><al>andere redenen van milieubeheer.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren
                                        het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                        overeenkomstig de door het college van burgemeester en
                                        wethouders te geven aanwijzingen moet worden
                                        herbeplant.</al></li><li nr="3."><al>Indien uitvoering van de plicht tot herbeplanting als
                                        bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is of naar
                                        maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt
                                        voor het vellen van de houtsingel(s) kan aan de vergunning
                                        het voorschrift worden verbonden dat de houtsingel niet mag
                                        worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage in het
                                        gemeentelijke houtsingelcompensatiefonds is gestort.</al></li><li nr="4."><al>Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen
                                        aanwijzingen behoren ter bescherming van in en rond de
                                        houtopstand voorkomende flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Wordt een voorschrift, als in het eerste of tweede lid
                                        bedoeld, gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald
                                        binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze
                                        niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5a</nr><titel>Gemeentelijk houtsingelcompensatiefonds</titel></kop><al>De geldelijke bijdragen die op grond van het bepaalde in artikel
                                4.3.5, derde lid, zijn gestort in het gemeentelijke
                                houtsingelcompensatiefonds mogen slechts worden gebruikt ten behoeve
                                van de uitbreiding en handhaving van de in de gemeente Grootegast,
                                Leek en Marum bestaande houtsingels in het buitengebied.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.6</nr><titel>Weigering van een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan onder meer worden geweigerd indien dit in
                                        het belang is van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                                dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de
                                                houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de recreatieve waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="g."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de
                                                houtopstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder
                                        voorschriften verlenen van een vergunning tevens de
                                        boomwaarde (artikel 4.3.1 onder k) als motivering
                                        hanteren.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.7</nr><titel>Openbaarmaking</titel></kop><al>Vervallen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.8</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De vergunning vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar
                                na afgifte volledig gebruik is gemaakt tenzij er voorschriften in de
                                vergunning zijn opgenomen die anders bepalen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.9</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 17,
                                        juncto artikel 13, vierde lid, van de Boswet, beslist de
                                        gemeenteraad.</al></li><li nr="2."><al>Bij de toezending van de beslissing op de aanvraag om
                                        schadevergoeding doet het college van burgemeester en
                                        wethouders mededeling van het bepaalde in artikel 14 van de
                                        Boswet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.10</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                                Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis
                                                ulmi (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk
                                                ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten
                                                Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus
                                                (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die
                                        naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar
                                        opleveren voor verspreiden van iepziekte of voor
                                        vermeerdering van de iepenspintkever, is de rechthebbende,
                                        indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is
                                        aangeschreven, verplicht binnen de aanschrijving vast te
                                        stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontbasten en de bast te
                                                vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te
                                                vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van het voorhanden hebben, het in voorraad
                                        hebben of het vervoeren van iepenhout geldt het
                                        volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                                voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                                vervoeren;</al></li><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                                iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner
                                                dan 4 centimeter;</al></li><li nr="c."><al>burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
                                                verlenen van het onder a. van dit lid gestelde
                                                verbod.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde
                                        aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van
                                        bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor
                                        risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens
                                        de gemeente kunnen worden verricht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.11</nr><titel>Verhouding tussen kap-, bouw- en aanlegvergunning</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.12</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                        toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is
                                        geveld anders dan bij wijze van dunning, dan wel op andere
                                        wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                                        zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                        bevond, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                        overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzin­gen binnen een door het bevoegd gezag te stellen
                                        termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als in het vorige lid bedoeld
                                        opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
                                        termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                        toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd,
                                        kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                        grond waarop zich de houtopstand bevindt, de verplichting
                                        opleggen om overeenkomstig de door het bevoegd gezag te
                                        geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen
                                        termijn maatregelen te nemen, waardoor die bedreiging wordt
                                        weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
                                        tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen
                                        plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                        overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                        gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij
                                        nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming
                                        van de door hem gestelde regels: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan; </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                                dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                                gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of
                                                aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, l oof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen; </al></li><li nr="e."><al>autowrakken</al></li><li nr="f."><al>opslag overige materialen, zoals bouwmaterialen,
                                                brandstoffen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen
                                        daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een door hem aangeduide voorwerp of stof:</al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan
                                                wel</al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben
                                                anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                                regels.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening ... . </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1a</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>Niet opgenomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving of ernstige strijd is met redelijke
                                eisen van welstand.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.3</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>Niet opgenomen.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:</al><al>Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin
                                van artikel 40 van de</al><al>Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt
                                wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                        eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                        artikel 4.5.2. eerste lid, niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4.5.2. vierde lid.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b,
                                        van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al></li><li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                                                deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
                                                in het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                        weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke
                                        doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat
                                        rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in
                                        een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, camper, caravan
                                        of een ander dergelijk voertuig langer dan zeven
                                        achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2"><al>Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen
                                        of ander dergelijk voertuig langer dan drie
                                        achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.
                                    </al></li><li nr="3"><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste lid.</al></li><li nr="4"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen
                                        daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van
                                        nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of
                                        overlast kunnen ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                        door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                        plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder
                                                a;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                                uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor
                                                dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar
                                        het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                        ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter
                                        voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                                        is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                        bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde
                                        toestand verkeren, op de weg te laten staan. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Venten e.d. (niet overgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het
                                        vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere
                                        voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        of het anderszins aanbieden van goederen of diensten, al dan
                                        niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                        een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld
                                                in artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                                2.2.1;</al></li><li nr="c."><al>vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in
                                                artikel 5.2.4. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.2</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand; </al></li><li nr="b."><al>vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.3</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.4.</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                        wegenreglement. </al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond overlast geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="3."><al>de weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede lid, onder b,
                                        geldt niet voor bouwwerken. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.5</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan,
                                indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een
                                vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is
                                vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede
                                lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al><lijst><li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking -
                                                voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een
                                                markt te organiseren of toe te laten, waar ter
                                                plaatse aanwezige goederen worden verhandeld;</al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te
                                                geven, dat in of op een - al dan niet met enige
                                                beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of
                                                plaats met een kraam, een tafel of enig ander
                                                dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen
                                                om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen
                                                of te verstrekken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en
                                        voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in
                                        gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                        Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd in het belang van een krachtens de
                                        Gemeentewet ingestelde markt. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden zonder vergunning van het college een voorwerp,
                                        niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                        voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
                                    </al></li><li nr="3."><al>3 Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen
                                        waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                        omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                        gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                        water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                        wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                        onderhoud van het openbaar water. </al></li><li nr="4."><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover
                                        in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                vaartuigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, tweede
                                lid, en 5.3.3 bepaalde. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.8</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.2</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de door het college aangewezen
                                                plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met die worden
                                                gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                                exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                                bedoeld</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                                als in het eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod. </al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2"><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a)"><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                degelijke;</al></li><li nr="b)"><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c)"><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat
                                                geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                                oplevert.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4"><al>De ontheffing kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a)"><al>in het belang van de openbare orde en
                                                veiligheid;</al></li><li nr="b)"><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="c)"><al>ter bescherming van de flora en de fauna.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.2</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen; </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.3</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7:</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>carbidschieten: het in een (melk)bus/container/opslagvat op
                                        explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van
                                        een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of
                                        gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het
                                        betreft openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174
                                        van de Gemeentewet, de burgemeester. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7.2</nr><titel>Verbod op carbidschieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Carbidschieten is verboden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor carbidschieten dat plaatsvindt op
                                        31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het
                                        daarop volgende jaar, waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                        bussen met een maximale inhoud van 1 liter, mits daarbij
                                        geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene
                                        die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had
                                        kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor
                                        mens of milieu.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor carbidschieten dat plaatsvindt op
                                        31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het
                                        daarop volgende jaar op een erf behorende bij een woning
                                        buiten de bebouwde kom, waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                        bussen met een maximale inhoud van 60 liter mits aan de
                                        volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>er is minimaal één meerderjarige bewoner van de
                                                woning aanwezig die ervoor zorg draagt dat deze
                                                voorwaarden worden nageleefd;</al></li><li nr="b."><al>er zijn maximaal vier personen aanwezig die geen
                                                bewoner zijn van de desbetreffende woning; </al></li><li nr="c."><al>er worden in totaal niet meer dan twee bussen
                                                gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten
                                                plaatsvindt tot gebouwen van derden bedraagt
                                                tenminste 100 meter;</al></li><li nr="e."><al>het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter; dit
                                                terrein is in eigendom van of wordt gehuurd of
                                                gepacht door een bewoner van de desbetreffende
                                                woning; hierin liggen geen openbare paden of
                                                wegen;</al></li><li nr="f."><al>indien het carbidschieten plaatsvindt na
                                                zonsondergang dient het schietterrein goed te worden
                                                verlicht;</al></li><li nr="g."><al>er worden geen handelingen verricht of nagelaten
                                                waarvan degene die het carbidschieten verricht weet
                                                of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor
                                                gevaren kunnen optreden voor mens of milieu.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast, of in het belang van de
                                        natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar
                                        het gestelde in het tweede en/of het derde lid niet van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="5."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                        milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                                        milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                        stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing
                                        zijn.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="•"><al>de ambtenaren die krachtens de Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht belast zijn met het toezicht op de
                                            naleving van voorschriften gegeven bij of krachtens die
                                            wet;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                    verstrijken van een termijn van zes weken na de datum waarop zij
                                    is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Grootegast
                                    (vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 4 december 1991) alsmede de
                                    daarop vastgestelde wijzigingsverordeningen worden ingetrokken. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
                                    krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                    blijven - indien en voorzover het gebod of verbod waarop de
                                    vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze
                                    verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van
                                    kracht.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                    bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en
                                    voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
                                    bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en
                                    voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de
                                    inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe
                                    ook genaamd - op grond van een verordening bedoeld in artikel
                                    6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                    is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                    onderhavige verordening toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                    vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                    voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
                                    na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen
                                    binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met
                                    toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                    lid.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                    vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                    onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens
                                    een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod
                                    vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten
                                    minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde
                                    termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></li><li nr="6."><al>Gebods-of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
                                    ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
                                    voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                    lid, zijn niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende acht weken na het in werking treden van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene
                                            die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze
                                            termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
                                            onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                    lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                    verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                    aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop
                                    de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                    verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Grootegast. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 januari 2008. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Grootegast/i244314.pdf">Verordening tot 7e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Grootegast.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>