<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21562_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Streekkrant, 21 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 108, 147, 149, 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet basisregistraties adressen en gebouwen, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-18786</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Grootegast;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van 16 april 2013;</al><al/><al>gelet op artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en
                        artikel 147 van de Gemeentewet (medebewindstaken), en de artikelen 108,
                        eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet (autonome taken), en artikel
                        156, eerste lid, van de Gemeentewet (delegatiebesluit);</al><al/><al>overwegende dat gelet op de invoering van de basisregistratie adressen en
                        gebouwen (BAG), het wenselijk is regels vast te stellen voor naamgeving van
                        (delen van) de openbare ruimte en de nummering van objecten;</al><al/><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013.</al><al/><al>Gegevens van de regeling</al><al>Overheidsorganisatie: Gemeente Grootegast</al><al>Officiële naam regeling: Verordening naamgeving en nummering (adressen)
                        2013</al><al>Citeertitel: Verordening naamgeving en nummering 2013</al><al>Vastgesteld door: Gemeenteraad</al><al>Onderwerp: volkshuisvesting en woningbouw</al><al>Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld):</al><al/><al/><al>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd</al><al>Gemeentewet, art. 108, 147, 149, 156</al><al>Wet basisregistraties adressen en gebouwen, art. 6</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1,</nr><titel>algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel/></kop><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
                            onder:</al><al>Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een
                            ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam
                            van een openbare ruimte, een nummer­aanduiding en de naam van een
                            woonplaats.</al><al>Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke
                            afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat
                            betreedbaar en afsluitbaar is.</al><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al><al>Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
                            Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de
                            Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant
                            inzake postcodes.</al><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water,
                            al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een
                            gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor
                            woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.</al><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van
                            een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend
                            terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met
                            toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.</al><al>Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam
                            voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen.</al><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                            bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met
                            de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.</al><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk
                            recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een
                            onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak
                            te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
                            beheerder.</al><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een
                            gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet
                            direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige
                            of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.</al><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en
                            nummering (adressen).</al><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en
                            voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid
                            van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf
                            de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp
                            kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel
                            opzicht zelfstandig is.</al><al>Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en
                            buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt.</al><al>Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam
                            voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al><al>De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2,</nr><titel>naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de
                            openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                            standplaatsen en afgebakende terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast
                                    en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                    bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met
                                    namen, zo nodig met letters en nummers.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de
                                    openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en
                                    bouwwerken.</al></li><li nr="3."><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals
                                    bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen
                                    het wijzigen en intrekken daarvan.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers
                                    toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. </al></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                    standplaatsen en ligplaatsen.</al></li><li nr="4."><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en
                                    derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten,
                                    zijnde niet verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden
                                    toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk
                                    is.</al></li><li nr="5."><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het
                                    eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                    en intrekken daarvan.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                    worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en
                                    in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></li><li nr="2."><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer
                                    is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                    aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen
                                    aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te
                                    kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></li><li nr="4."><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een
                                    pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend
                                    terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan
                                    te brengen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3,</nr><titel>plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                    naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                    (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                    schutting of een andere soort terreinafscheiding worden
                                    aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier
                                    bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                                    gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop
                                    de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord
                                    met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit
                                    toelaten als daaraan door het college een termijn van niet
                                    langer dan een jaar is verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede
                                    lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                    blijven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende
                                    van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel
                                    3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens
                                    artikel 7 is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                    genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het
                                    besluit van het college zijn aangebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                    afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                    vier weken na voltooiing aangebracht. </al></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                    vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het
                                    nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of
                                    daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een
                                    termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                    verlengen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4,</nr><titel>nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende
                                    het proces en de wijze van:</al><lijst><li nr="a"><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                            buurten en bouwblokken;</al></li><li nr="b"><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li><li nr="c"><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en
                                            standplaatsen en afgebakende terreinen;</al></li><li nr="d"><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                    inzake postcodes.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5,</nr><titel>straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en
                                    artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met
                                    een geldboete van de eerste categorie.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening is belast de in artikel 141 van het
                                    Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de
                                    bij besluit van het college aangewezen afdeling c.q.
                                    personen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                            bekend gemaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende
                            gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de
                            openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten:
                            “Verordening tot het benoemen van openbare ruimte en het nummeren van
                            bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                            standplaatsen”, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 december 1997.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde
                                    regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                    inwerkingtreding van deze verordening bestaan. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de
                                    op grond van de in het eerste lid genoemde regels en
                                    voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen
                                    te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers
                                    die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    voorschriften.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen) 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering der gemeente
                            Grootegast op 14 mei 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting op de verordening naamgeving en nummering (adressen)</al><al>Wettelijke grondslag</al><al>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties Adressen en Gebouwen (hierna:
                            Wet BAG), in werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels
                            betreffende de methodische registratie van adresgegevens. Met de
                            invoering van de Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om ten
                            behoeve van de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet
                            BAG genoemde zaken, van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor
                            zover het deze zaken betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in
                            artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de
                            gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering te
                            treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt,
                            dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten,
                            algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                            bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een
                            aanvullingsbevoegheid heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft
                            ter voorbereiding daarvan wel rekening te houden met twee grenzen. Een
                            benedengrens (niet treden in de bijzondere belangen van de ingezetenen)
                            en een bovengrens (regels mogen niet in strijd zijn met hogere
                            regelgeving).</al><al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede
                            uitvoering van het medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in
                            het kader van de Wet BAG nader te regelen. Het gaat hier om het
                            zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen regels worden
                            gegeven voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde
                            methodische registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en
                            toekennen van namen aan woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte
                            en de methode van toekennen van nummeren aan objecten en plaatsen.</al><al/><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                            huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en
                            nummering bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet BAG in het
                            geheel niet voorziet. Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de
                            afbakening en aanduiding van wijken, buurten en bouwblokken, alsmede het
                            nummeren van afgebakende en afsluitbare terreinen en de naamgeving van
                            gemeentelijke bouwwerken. De verordening naamgeving en nummering heeft
                            daardoor een dubbele grondslag nodig. Met betrekking tot de
                            beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er sprake van
                            regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid, en
                            artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                            beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108,
                            eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor
                            deze verordening worden dan ook in de aanhef van de verordening
                            genoemd.</al><al/><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6
                            van die wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden
                            genomen, waarmee wordt aangesloten op de voorheen bestaande
                            taaktoedeling op basis van artikel 108, eerste lid en hoofstuk IX van de
                            Gemeentewet. Het is zodoende – mede ingevolge artikel 149 van de
                            Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel, ook het
                            onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                            verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden
                            geregeld op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156,
                            eerste lid, van de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval.
                            (Zie verder ook hierna onder dualistisch bestel)</al><al/><al>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</al><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk
                            verkeer. Niet alleen voor dienstverlenende instanties als politie,
                            brandweer, posterijen en ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld
                            de makelaardij, de advocatuur, het notariaat en het bedrijfsleven. Zij
                            kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren zonder goed sluitende
                            informatie over adressen. Ook de burger heeft belang bij goede
                            adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin vindbaar te
                            zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een
                            wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de
                            overheidsregistraties geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde
                            van adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke betekenis voor het
                            koppelen en maken van selecties uit deze registraties. Het benoemen van
                            delen van de openbare ruimte (voorheen straatnamen) en het toekennen van
                            nummers aan verblijfsobecten (voorheen huisnummers) is een taak die de
                            gemeente met extra zorg moet omgeven.</al><al/><al>Algemene wet bestuursrecht</al><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de
                            verordening is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
                            (Awb). Het besluit zal aan de formele en materiële eisen van de Awb
                            moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een besluit
                            een bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan.
                            Tevens staat de mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij
                            de sector bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank. </al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake
                            is van een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien
                            het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het
                            besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling die een
                            gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in
                            verband met het op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden.
                            Op grond van deze verordening zal derhalve sprake zijn van een besluit
                            tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of
                            nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte
                            van de AWB. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet
                            worden afgewezen of een een besluit tot naamgeving of nummering een
                            belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel
                            4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting
                            in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit wordt
                            genomen. </al><al/><al>Dualistisch bestel</al><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en
                            nummering; namelijk het dualistische stelsel. De kern van het dualisme
                            is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en het
                            college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de
                            raad gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college
                            geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden
                            onderscheiden in a.) bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                            opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de
                            autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de
                            Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet
                            dualisering gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd.</al><al/><al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                            bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen.
                            Pas na de aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de
                            artikelen 108 en 147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college
                            worden toegekend. Voorlopig blijft deze bevoegdheid nog bij de
                            Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen om vooruitlopend op deze
                            wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan
                            het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel
                            ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de
                            verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de
                            bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de naamgeving en
                            nummering bij de raad blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al
                            – voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en
                            nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet aan het college te
                            delegeren. Dat is in deze modelverordening ook voor gekozen.</al><al/><al>Regelen van de gevolgen</al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het
                            college rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven.
                            Wijziging van een naam of een nummer treft immers de belangen van
                            bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een
                            gemeentelijke gehoudenheid tot regeling van de gevolgen van de
                            wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de
                                    wijziging dient voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en
                                    de bedrijven zich op de gewijzigde naam of het veranderde nummer
                                    kunnen voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de
                                    gemeenten gehouden is tot compenserende maatregelen. De in
                                    artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen als een
                                    redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                                    afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een
                                    groot klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het
                                    verdient aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen
                                    met de betrokken bewoners en bedrijven. De Algemene wet
                                    bestuursrecht (Awb) kent deze verplichting op grond van artikel
                                    4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                                    vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te
                                    geven waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden
                                    afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                                    voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een
                                    aantal adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke
                                    vorm van schadeloosstelling. </al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar
                                    onredelijk in hun belangen worden getroffen, kunnen een
                                    aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten die ze
                                    maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen:</al><lijst><li nr="a"><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te
                                            besluiten;</al></li><li nr="b"><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf
                                            dientengevolge is toe te rekenen, waarbij de keuze voor
                                            vermelding van het adres op verpakkingsmateriaal,
                                            winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                                            productieonderdelen geacht worden tot het
                                            ondernemersrisico te behoren;</al></li><li nr="c"><al>De lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="d"><al>De specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="e"><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                            andersoortige productieonderdelen die niet tot het
                                            ondernemingsrisico zijn te rekenen;</al></li><li nr="f"><al>De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;</al></li><li nr="g"><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van
                                            de onder punt e genoemde zaken;</al></li><li nr="h"><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale
                                            afschrijving van de onder punt e genoemde zaken.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1.</al><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de
                                            omschrijving zoals opgenomen in artikel 1 van de wet.
                                            Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde
                                            begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw,
                                            complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject,
                                            pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling,
                                            wooonplaats en convenant zijn aan de
                                            begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen
                                            zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt
                                            gewezen op het feit dat het begrip</al><al>&lt; openbare ruimte &gt; onder punt g niet precies
                                            overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in
                                            het spraakgebruik.</al><al/><al>Artikel 2.</al><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van
                                            de woonplaats(en). Het totale grondgebied van de
                                            gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                                            opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd
                                            samenvalt met de woonplaatsgrenzen. Verder biedt het
                                            eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen te verdelen
                                            in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling
                                            1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische
                                            diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
                                            een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                                            met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling
                                            werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en
                                            landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de
                                            onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds
                                            1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                                            interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon
                                            ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De
                                            minister van Economische Zaken is voornemens zijn
                                            coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te
                                            reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere
                                            bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig
                                            verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats in
                                            wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk-
                                            en buurtindeling uit 1970 aan te houden. </al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van
                                            openbare ruimte. In de Wet BAG zijn geen bepalingen
                                            opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de
                                            openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor
                                            gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare
                                            ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels
                                            geen naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de
                                            begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen
                                            van begrenzingen van benoemde delen van de openbare
                                            ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het tweede
                                            lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en
                                            bouwwerken meegenomen. Deze taak kan, naast de
                                            naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan
                                            de Commissie voor de naamgeving worden opgedragen.</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de
                                            openbare ruimte komt een einde aan discussies over de
                                            naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet
                                            BAG schrijft namelijk voor dat alle verblijfsobjecten
                                            van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt dus ook
                                            voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels
                                            die alleen via een rijks- of provinciale weg zijn te
                                            bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als
                                            zij worden gerelateerd aan een door het college
                                            vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte.
                                            Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG
                                            voor rijks- en provinciale wegen een naambesluit nemen.
                                            Gemeenten moeten hier verstandig met hun bevoegdheid
                                            omgaan. In dit soort gevallen kan worden aangesloten bij
                                            de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze,
                                            waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op de
                                            nummer en het type weg. Bijvoorbeeld door de A3 in een
                                            bepaalde woonplaats de naam toe te kennen. Daarmee
                                            blijft de A-nummering in tact en ook het type weg
                                            (rijksweg) blijft onveranderd. (E-aanduidingen moeten
                                            niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.)
                                            Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam
                                            worden toegekend. Ook hier blijft het type weg en de
                                            N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben
                                            gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden.</al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en
                                            wateren van internationale betekenis. Na ampel beraad is
                                            besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                                            buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening.
                                            Er bestaat voor de gemeente immers geen enkele
                                            aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                                            rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere
                                            uitleg dat het tot onoverzichtelijke situaties leidt als
                                            bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een andere naam
                                            krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een
                                            object of plaats dient te worden gekoppeld aan de naam
                                            van de openbare ruimte naast voornoemde rivieren en
                                            wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                                            voordoen om een naam van een rivier of water van
                                            internationale betekenis te wijzigen, dan kan dat niet
                                            eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                                            bestuursorgaan die dat aangaat.</al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen,
                                            vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het
                                            eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken
                                            daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover
                                            in het verleden problemen zijn gerezen.</al><al/><al>Artikel 3.</al><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van
                                            standplaatsen en ligplaatsen en het toekennen van
                                            nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                                            standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet
                                            voor de term huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende
                                            terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden
                                            gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding
                                            wordt gebruikt.</al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een
                                            nummeraanduiding bij burgemeester en wethouders
                                            indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te
                                            merken als een verzoek van een belanghebbende om een
                                            besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid,
                                            van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de
                                            afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van
                                            de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene
                                            toelichting). De strekking van het derde lid spreekt
                                            voor zich en behoeft geen verdere toelichting. Het
                                            vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde
                                            lid ook kan worden toegepast op andere betreedbare en
                                            afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende
                                            terreinen - als het college dat nodig oordeelt.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen,
                                            verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en
                                            twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan
                                            omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het
                                            verleden problemen zijn gerezen.</al><al/><al>Artikel 4.</al><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van
                                            het college worden aangebracht. De kosten daarvan komen
                                            voor rekening van de gemeente. De in het eerste lid
                                            vervatte zinsnede ‘in voldoende aantallen ter plaatse’
                                            verdient nadere toelichting. Onder dit begrip wordt
                                            verstaan, dat een verkeersdeelnemer bij het oprijden van
                                            een kruising van wegen, door in voldoende aantallen
                                            aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een
                                            oogopslag de naam van de dwarsstraat moet kunnen lezen.
                                            Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van de
                                            kruising borden dienen te worden aangebracht. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of
                                            terrein een door het college toegekend nummer ook
                                            feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid
                                            geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen
                                            van nummers. Met het oog op de dienstverlening is het
                                            immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college
                                            zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden.
                                            Voor de hieraan verbonden kosten wordt verwezen naar de
                                            algemene toelichting. </al><al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is
                                            bevoegd, namen toe te kennen aan delen van de openbare
                                            ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te
                                            brengen. Het komt steeds vaker voor dat burgers - om de
                                            meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de
                                            tuin plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat
                                            geeft veelal verwarring met de door de gemeente
                                            toegekende namen aan de openbare ruimte. </al><al>Het derde lid geeft de gemeente de bevoegdheid om
                                            hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop gewezen
                                            dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen
                                            aan zijn onroerende zaak, zolang dat geen verwarring
                                            geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de
                                            openbare ruimte.</al><al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is
                                            bevoegd nummers toe te kennen aan onroerende zaken die
                                            privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te
                                            brengen. Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door
                                            eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten,
                                            plaatsen en terreinen is de laatste decennia hand over
                                            hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de
                                            BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook
                                            worden nummers soms zo abstract vormgegeven dat zij niet
                                            meer aan het criteria van doeltreffendheid, zoals
                                            bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen
                                            worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften, zoals
                                            bedoeld in artikel 7.</al><al/><al>Artikel 5.</al><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang
                                            dienen naamborden door of namens de gemeente ter plaatse
                                            goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                                            aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te
                                            bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan
                                            paaltjes die op prive-terrein worden geplaatst. De
                                            betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te
                                            laten. Het artikel houdt verder rekening met de
                                            omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf,
                                            maar op verzoek van de gemeente door derden worden
                                            aangebracht.</al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een
                                            bord met de oude (doorgehaalde) naam enige tijd te
                                            handhaven naast een bord met de nieuwe naam. Op deze
                                            wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de
                                            herbenoeming op de hoogte zijn, hun bestemming niet
                                            kunnen vinden.</al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de
                                            leesbaarheid/zichtbaarheid van een aangebracht naambord
                                            door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of
                                            reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat
                                            de rechthebbende ervoor dient te zorgen dat de bedoelde
                                            borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven. </al><al/><al>Artikel 6.</al><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit
                                            dat het aanbrengen van nummerborden per gemeente
                                            verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de
                                            nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt
                                            echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer.
                                            Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van een
                                            bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de
                                            rechthebbende opgedragen om de nummers, conform de
                                            gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.</al><al>In de verordening is gekozen voor een formulering
                                            waarbij de rechthebbende het nummer dient aan te
                                            brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste
                                            zal vaak het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij
                                            een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt
                                            geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid
                                            voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van het
                                            nummerbesluit te regelen.</al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het
                                            college toegekende nummer binnen een bepaalde termijn
                                            moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object
                                            nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de
                                            voltooiing zijn aangebracht.</al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een
                                            bord met het oude (doorgehaalde) nummer enige tijd te
                                            handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze
                                            wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de
                                            hernummering op de hoogte zijn, hun bestemming niet
                                            kunnen vinden. Het handhaven van het oude (doorgehaalde)
                                            nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde
                                            vernummering toegepast. </al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in
                                            het tweede en derde lid genoemde termijnen te
                                            verlengen.</al><al/><al>Artikel 7.</al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om
                                            uitvoeringsvoorschriften vast te stellen ten aanzien van
                                            naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften
                                            zijn gericht op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van
                                            belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De
                                            uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met
                                            betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en
                                            inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede
                                            bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning
                                            van nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en
                                            plaatsing van borden en voorschriften van
                                            administratief-organisatorische aard. Ook kunnen
                                            modellen worden voorgeschreven voor verklaringen,
                                            besluiten en formulieren.</al><al>Artkel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in
                                            strijd mogen zijn met het postcodeconvenant.</al><al/><al>Artikel 8.</al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de
                                            verordening, heeft alleen zin wanneer deze
                                            verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen
                                            worden afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is
                                            gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van
                                            de eerste categorie te verbinden. </al><al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst
                                            aangewezen, die op de naleving van de bepalingen in de
                                            verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de
                                            afdeling of dienst Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren
                                            wordt dit toezicht steeds vaker opgedragen aan de
                                            afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is
                                            opgedragen.</al><al/><al>Artikel 9.</al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de
                                            verordening.</al><al/><al>Artikel 10.</al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen.
                                            De strekking van dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 11.</al><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en
                                            het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                                            standplaatsen en afgebakende terreinen dateert al uit de
                                            vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende
                                            voorschriften van kracht geweest. Het is niet zinvol bij
                                            de invoering van de verordening te eisen dat alle
                                            nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de
                                            nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel
                                            7. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn
                                            gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de
                                            mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><al/><al>Artikel 12.</al><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is
                                            voor het nummeren van verblijfsobjecten, afgebakende
                                            terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de term
                                            straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen
                                            e.d., is gekozen voor de nieuwe citeertitel Verordening
                                            naamgeving en nummering (adressen).</al><al/></li></lijst></li></lijst></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Grootegast/i218939.pdf">Raadsvoorstel verordening naamgeving en nummering_adressen 2013.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>