<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21436_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-11-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiele bekendmakingen, Gemeenteblad nr. 62297, 4-11-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 44, tweede en derde lid en artikel 147 van de Gemeentewet, artikelen 23, eerste lid en 27a, vijfde lid van het Rechtspositiebesluit wethouders.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14RB000057</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening voorzieningen wethouders gemeente Overbetuwe 2007 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9332</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Ons kenmerk: 14RB000057</al><al/><al>Nr. 11</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 2 september
                        2014;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 7 oktober
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikelen 44, tweede en derde lid en artikel 147 van de
                        Gemeentewet, </al><al>gelet op de artikelen 23, eerste lid en 27a, vijfde lid van het
                        Rechtspositiebesluit wethouders;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2014</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                                1994, Stb. 243;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                                februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                        tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                        artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2
                        vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 2
                        bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt overeenkomstig het
                        bepaalde in artikel 4 en artikel 5a van de Regeling Rechtspositie
                        Wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college van burgemeester en wethouders vereist. De
                                gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Persoonlijk budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan gedurende het wethouderschap beschikken over een
                                persoonlijk budget van € 5.000. Bij aanvang van de benoemingsperiode
                                wordt voor de gehele periode het budget toegekend. Voor een volgende
                                zittingsperiode kan dit bedrag door het college geïndexeerd worden
                                conform het dan van toepassing zijnde prijsindexcijfer
                                gezinshuishoudingen van het CBS. Als de wethouder in enig jaar niet
                                volledig beschikt over het hem ter beschikking staande budget, mag
                                over het restant beschikt worden in een volgend jaar. Als het
                                wethouderschap tussentijds eindigt, wordt het budget herrekend op
                                basis van de daadwerkelijke benoemingsperiode van de wethouder. Als
                                bij het einde van de daadwerkelijke benoemingsperiode door de
                                wethouder meer is besteed dan naar evenredigheid van de
                                benoemingsduur hem ter beschikking zou staan, dient hij het meerdere
                                aan de gemeente te vergoeden tenzij het college heeft besloten dat
                                de meerkosten voor rekening van de gemeente komen. Als bij het eind
                                van de daadwerkelijke benoemingsduur door de wethouder minder is
                                besteed dan het hem ter beschikking staande budget dan wel het
                                budget dat hem naar evenredigheid van de benoemingsduur ter
                                beschikking zou staan, vervalt het restant aan de gemeente. Uitgaven
                                ten laste van dit budget mogen slechts worden gedaan voor zover ze
                                specifiek zijn gemaakt voor het werk als wethouder voor zover die de
                                kwaliteit van dat werk verbeteren.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></li><li nr="3."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, kunnen door de wethouder gedeclareerd worden uit zijn
                                persoonlijk budget. Noodzakelijke reis- en verblijfskosten die
                                verband houden met congres, cursus, seminar en symposium voor zover
                                gehouden buiten de gemeente, kunnen ten laste van dit budget
                                gedeclareerd worden tot het niveau zoals gesteld in artikel 4. </al></li><li nr="4."><al>De wethouder kan kosten met betrekking tot het gebruik van een
                                computer/laptop/tablet, en/of aanschaf/ reparatie van de
                                computer/laptop/tablet declareren uit het persoonlijk budget. De
                                wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. Vaste abonnementskosten van internet, ISDN of kabel zijn,
                                evenals gesprekskosten, uitgesloten van declaratie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
                            </al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. </al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></li><li nr="4."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor privé-doeleinden is gebruikt, kan een verrekening van de
                                gesprekskosten plaatsvinden. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                        beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van
                                de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                        eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f,
                        van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 28a
                        van het Rechtspositiebesluit wethouders voor zover deze voor de gemeente
                        Overbetuwe van toepassing zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen of;</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5
                                en 7 wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                declaratieformulier, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                                zijn betaald. </al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. De
                                wethouder dient het declaratieformulier binnen 3 maanden na het
                                maken van de kosten bij de gemeentesecretaris of een door hem
                                aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                                bewijsstukken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 4 en 5 en 7, kan
                                plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door de wethouder
                                voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                invullen en ondertekenen van het door het college vastgestelde
                                formulier betaalopdracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In het geval strikte toepassing van deze verordening, gelet op het
                        rechtspositionele belang van de wethouder, naar zijn oordeel leidt tot
                        onbillijkheid, kan het college afwijken van het bepaalde in deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen wethouders gemeente Overbetuwe 2007 wordt
                        ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en
                        werkt terug tot en met 1 juli 2014, uitgezonderd artikel 8. Dit artikel
                        treedt in werking op 1 januari 2015 of op een andere datum van inwerking
                        treden van de Werkkostenregeling voor de gemeente Overbetuwe. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders
                        2014. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 28 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.J. van den Brink MBA.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs A.S.F. van Asseldonk.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Algemene Toelichting.</titel></kop><al/><al><vet>Wettelijke regelingen </vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders vindt op drie of vier niveaus
                    plaats, te weten bij wet, AMvB, ministeriële regeling en gemeentelijke
                    verordening. </al><al>Wettelijk is voor wethouders in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
                    (Appa) de uitkering na aftreden en het pensioen geregeld. In de Gemeentewet is
                    aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van wethouders moet
                    worden geregeld bij AMvB. Daartoe is tot stand gekomen het Rechtspositiebesluit
                    wethouders. Enkele vergoedingen voor wethouders die gelijk zijn aan die voor
                    rijksambtenaren, maar voor hen voorheen in verschillende regelingen waren
                    opgenomen waarnaar in het verleden werd verwezen, zijn om pragmatische redenen
                    sinds 1 januari 2004 opgenomen in een ministeriële regeling, de Regeling
                    rechtspositie wethouders. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de
                    rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen,
                    zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen, is
                    in de rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingende bepalingen. </al><al/><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening </vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten
                    laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent dat de
                    rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn
                    in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en de
                    Verordening rechtspositie wethouders. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak
                    op een ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke
                    ambtsdragers. </al><al/><al><vet>Inhoud verordening</vet></al><al>De verordening rechtspositie wethouders bevat bepalingen inzake: </al><al>– reis- en verblijfkosten van wethouders, waarbij voor wethouders een
                    onderscheid is gemaakt tussen woon-werkverkeer en zakelijke reizen (artikelen 2
                    t/m 4); </al><al>– beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan wethouders en
                    faciliteiten in de vorm van deelname van wethouders aan cursussen, congressen,
                    en dergelijke (artikel 6); </al><al>– reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming verhuisplichtige
                    wethouder (artikel 7); </al><al>– de procedure van declareren (artikelen 9 t/m 11). </al><al/><al><vet>De arbeidsverhouding van de wethouder </vet></al><al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare
                    dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen
                    over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing
                    op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst
                    door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt
                    voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                    arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat
                    wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen.
                    Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en
                    WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na
                    aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                    de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). </al><al/><al><vet>De loon- en inkomstenbelasting </vet></al><al>Als de gemeente de Werkkostenregeling heeft ingevoerd dan gelden er alleen nog
                    maar netto (on)kostenvergoedingen. </al><al/><al><vet>De vergoedingssystematiek </vet></al><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende
                    wijze van redeneren: </al><al>– welke voorzieningen worden aangeboden door de organisatie (bedrijfsvoering en
                    bestuurskosten); </al><al>– welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor de uitoefening van het ambt, maar
                    zijn niet rechtstreeks aan te bieden door de organisatie; </al><al>– kan voor deze voorzieningen nog een onbelaste vergoeding worden aangeboden
                    (indien de loonbelasting geldt); </al><al>– voor voorzieningen die niet onbelast aangeboden kunnen worden, kan een (bruto)
                    vergoeding worden verstrekt. </al><al>Concreet betekent deze vergoedingssystematiek het volgende: </al><al>De zakelijke uitgaven hoeven niet te worden voorgeschoten door de wethouder,
                    maar worden direct door de gemeente voldaan. </al><al/><al><vet>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar onbelast kunnen
                        worden vergoed. </vet></al><al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het
                    systeem overeind dat de gedane zakelijke uitgaven van de wethouder op basis van
                    declaratie worden vergoed. Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde
                    voorwaarden, onbelast worden vergoed. </al><al/><al><vet>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten en niet onbelast kunnen
                        worden vergoed </vet></al><al>Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto) kostenvergoeding
                    verstrekt. </al><al/><al><vet>Controle en verantwoording </vet></al><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting. </al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven. </al><al>In verband hiermee is, in aanvulling op de in de beheers- en controleverordening
                    vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures vastgelegd over
                    rechtstreekse facturering van functionele uitgaven en declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten. </al><al>In aanvulling hierop is een gedragscode ontwikkeld waarin nadere gedragsregels
                    zijn vastgelegd. Daarbij gaat het onder meer om afspraken omtrent de
                    bestuurlijke uitgaven die in aanmerking komen voor bespreking en zonodig
                    besluitvorming in het college. In die gedragscode is ook het beleid rond
                    buitenlandse reizen en de bekostiging van zakendiners met derden opgenomen.
                    Verder zijn er aanvullende administratieve procedures beschreven over de
                    afwikkeling van declaraties en facturen en de daarbij te hanteren verdeling van
                    verantwoordelijkheden en hoe bijvoorbeeld om te gaan met interpretatie- of
                    meningsverschillen. </al><al/><al>Zaken die uit de vaste onkostenvergoeding bekostigd moeten worden zijn onder
                    andere:</al><lijst><li nr="a."><al>Representatie</al></li><li nr="a."><al>Vakliteratuur</al></li><li nr="b."><al>Bureaukosten, porti</al></li><li nr="c."><al>Zakelijke giften</al></li><li nr="d."><al>Bijdrage aan fractiekosten</al></li><li nr="e."><al>Ontvangsten thuis</al></li><li nr="f."><al>Excursies</al></li></lijst><al>De kosten voor computer- en communicatieapparatuur en mobiele telefoon maken
                    geen onderdeel uit van de vaste onkostenvergoeding (zie artikel 5 en 6).</al><al/><al/><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><al/><al><vet>Artikel 2 en 3 Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten </vet></al><al>Voor wethouders is een belastingvrije vergoeding voor het woon-werkverkeer
                    geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit
                    wethouders (artikel 23) en de Regeling rechtspositie wethouders (artikel 3). Dit
                    betekent dat kosten voor openbaar vervoer volledig vergoed worden en bij gebruik
                    van een auto € 0,15 per afgelegde kilometer.</al><al>De zakelijke reiskosten (dienstreizen), indien gemaakt met het openbaar vervoer
                    of met een taxi, worden volledig vergoed (mits in redelijkheid gemaakt). Indien
                    gemaakt met de eigen personenauto is de vergoeding in 2014 € 0,28 per afgelegde
                    kilometer. De kilometervergoeding is, voor zover die meer bedraagt dan € 0,19,
                    belast. </al><al>Voor zakelijke kilometers kan, zoals gezegd, een onbelaste vergoeding worden
                    verleend van maximaal € 0,19 per kilometer, ongeacht het gebruikte
                    vervoermiddel. Vergoedingen die daarboven uitgaan zijn voor dat hogere deel
                    belast. </al><al>Voor de verdere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op het
                    rechtspositiebesluit wethouders. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Buitenlandse dienstreis </vet></al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland en
                    bijbehorende Reisregeling (Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister
                    van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/94/U1011, Stcrt. 181)
                    zijn daarbij richtsnoer. In de eerder genoemde gedragscode zijn nadere
                    gedragsregels vastgesteld. Daarbij gaat het om expliciete besluitvorming in het
                    college over buitenlandse reizen en over uitnodigingen daartoe op kosten van
                    derden. Maar ook om bijvoorbeeld de rekening en verantwoording achteraf (zowel
                    inhoudelijk als financieel), het meereizen van de partner en het combineren van
                    een dienstreis met een (direct voorafgaande of aansluitende) privéreis.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Persoonlijk budget </vet></al><al>Het persoonlijk budget betreft een geoormerkt bedrag dat per ambtsperiode voor
                    de wethouder wordt gereserveerd. Hier kunnen de kosten genoemd in artikel 6 uit
                    vergoed worden.</al><al>Een wethouder kan gedurende het wethouderschap per volledige zittingsperiode
                    beschikken over een budget van € 5.000 (4 jaar x € 1.250). De ervaring van de
                    afgelopen jaren heeft geleerd dat dit bedrag in beginsel voldoende is. Dit
                    budget is geoormerkt voor specifieke uitgaven. Bij onderbesteding vervalt het
                    aan de gemeente en bij overbesteding zal de wethouder in eerste instantie het
                    verschil uit eigen middelen moeten bekostigen, tenzij er een collegebesluit aan
                    ten grondslag ligt dat de meerkosten betaald worden door de gemeente. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Mobiele telefoon </vet></al><al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon zijn geheel onbelast als
                    het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt. </al><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                    privé-doeleinden is gebruikt, waarbij de kosten de normale belbundel
                    overstijgen, kan een verrekening van de gesprekskosten plaatsvinden. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</vet></al><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de
                    gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet
                    in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te
                    gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. In artikel 7 is
                    geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een
                    verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en pensionkosten
                    in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn onbelast. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Werkkostenregeling </vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2015 of met het inwerking treden van de
                    Werkkostenregeling bij de gemeente Overbetuwe, wordt de Werkkostenregeling
                    vastgesteld. Na vaststelling hiervan is dit artikel van toepassing. </al><al>De WKR moet verplicht worden ingevoerd en houdt in dat de werkgever een vrij
                    beschikbare ruimte heeft van 1,2 procent van de totale fiscale loonsom, die
                    besteed mag worden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers.
                    Geeft de werkgever meer uit aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen binnen
                    de werkkostenregeling dan de vrij beschikbare ruimte, dan betaalt de werkgever
                    een naheffing van 80% over het meerbedrag boven de vrij beschikbare ruimte.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Betaling van kosten</vet></al><al>In artikel 9 zijn de twee wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 10 t/m
                    11 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde
                    is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Declaratie van vooruitbetaalde kosten </vet></al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten: </al><al>– zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al><al>– reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders; </al><al>– reis- en pensionkosten en verhuiskosten.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Rechtstreekse facturering bij de gemeente </vet></al><al>Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de
                    volgende gevallen: </al><al>– deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door wethouders; </al><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders; </al><al>contributie van lidmaatschap van landelijke beroepsvereniging;</al><al>– reis- en pensionkosten en verhuiskosten; </al><al>– reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders.</al><al>Met uitzondering van rechtstreekse facturen van deelname aan cursussen,
                    congressen, seminars en symposia, dient een betaalopdracht bijgevoegd te worden
                    bij de factuur. </al><al/><al><vet>Artikel 12 t/m 15</vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i244738.pdf">Rechtspositie wethouders gemeente Overbetuwe 2014.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>