<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21432_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, gemeenteblad 65783, 20 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="Gemeentewet: artikel(en) 95, 96,eerste en tweede lid en 97 en 147"/><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15rb000072</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening voorzieningen raads- en commissieleden gemeente Overbetuwe 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 27 maart 2014, wordt ingetrokken.</al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmakingen en werkt terug tot 1 juli 2014, uitgezonderd artikelen 7, 10 en 14 over het persoonlijk budget, het persoonlijk opleidingsbudget voor burgerleden en de Werkkostenregeling. Deze laatste artikelen werken terug tot 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9331</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Verordening voorzieningen raads- en burgerleden gemeente
                        Overbetuwe 2015</al><al/><al/><al>Ons kenmerk: 15RB000072</al><al/><al>Nr. 9a</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van het de werkgroep Voorziening namens het
                        presidium van </al><al>3 juni 2015;</al><al/><al>gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 30 juni 2015;</al><al/><al>gelet op artikel(en) 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet en Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening voorzieningen raads- en burgerleden gemeente Overbetuwe
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Burgerlid: een door de raad benoemd lid van de fractie, die
                                    namens de fractie mag deelnemen aan het raadspreekuur en
                                    voorronden;</al></li><li nr="b."><al>Raadspreekuur: een bijeenkomst voor raads- en burgerleden als
                                    bedoeld in artikel 18 van het Reglement van orde politieke avond
                                    gemeente Overbertuwe;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244, inclusief alle
                                    wijzigingen;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de regeling van het
                                    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1
                                    januari 2004, Stcrt. 41, als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders, inclusief alle
                                    wijzigingen;</al></li><li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, Stcrt. 56, inclusief alle
                                    wijzigingen;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, Stcrt. 181, inclusief
                                    alle wijzigingen;</al></li><li nr="g."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, Stcrt. 212,
                                    inclusief alle wijzigingen;</al></li><li nr="h."><al>Voorronde: een of meerdere vergaderingen, als bedoeld in artikel
                                    19, eerste van het Reglement van orde politieke avond gemeente
                                    Overbetuwe, met als doel voorbereiding op toekomstige
                                    besluitvorming.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het</al><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de
                            minister van</al><al>Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5
                            vastgestelde maximum.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekening en betaling van de vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van een kalenderjaar raadslid is
                                    geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening en artikel 2, derde lid van het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden, naar evenredigheid van het aantal
                                    dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening en artikel 2, derde lid van het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden gebeurt in maandelijkse termijnen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de voor de gemeente gemaakte kosten voor
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                                    een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            taxi: een volledige vergoeding van de noodzakelijke en
                                            redelijkerwijs gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                            van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                            reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4
                                            onderdeel b van de Regeling rechtspositie wethouders.
                                        </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verblijfskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte verblijfskosten voor
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                    raadslid vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het
                                    overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid dat aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste
                                    lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wilt
                                    deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden
                                    of verzorgd, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in
                                    bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                    inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></li><li nr="3."><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                    beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                    Nederlandse Gemeenten komen altijd voor vergoeding door de
                                    gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden
                                    genoemd in het eerste lid. </al></li><li nr="4."><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze
                                    verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in
                                    aanmerking.</al></li><li nr="5."><al>De kosten van scholing betaalt een raadslid uit zijn persoonlijk
                                    budget.</al></li><li nr="6."><al>In de gevallen waarin dit artikel niet voorziet beslist het
                                    seniorenconvent. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Persoonlijk budget en computerapparatuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder raadslid kan gedurende het lidmaatschap van de raad
                                    beschikken over een persoonlijk budget van € 1.250. Bij aanvang
                                    van de zittingsperiode wordt voor de gehele zittingsperiode dit
                                    budget toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van scholing genoemd in artikel 6, met uitzondering
                                    van de kosten van scholing die namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, kunnen worden gedeclareerd uit het
                                    persoonlijk budget. Ook de daarmee samenhangende noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten kunnen ten laste van dit budget worden
                                    gedeclareerd tot het niveau zoals in artikel 4, tweede lid, sub
                                    a. en b. van deze verordening is gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Op aanvraag kan aan een raadslid, indien wordt voldaan aan het
                                    noodzakelijkheids-criterium, een volledige tegemoetkoming worden
                                    verstrekt voor de aanschaf van een tablet of een laptop en een
                                    printer, tegen overlegging van een aankoopnota. Vaste
                                    abonnementskosten van internet evenals aansluit- en
                                    gesprekskosten e.d. zijn uitgesloten van vergoeding. De
                                    verstrekte vergoeding voor de aanschaf van een tablet of laptop
                                    en een printer komt ten laste van het persoonlijk budget. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen voor burgerleden (niet zijnde raadsleden)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een burgerlid ontvangt voor het bijwonen van het raadspreekuur
                                    en/of een voorronde een vergoeding als bedoeld in artikel 14 van
                                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden die gelijk is
                                    aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                    Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde
                                    maximum.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoeding genoemd in het eerste lid gebeurt
                                    per kwartaal. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reis- en verblijfskosten</titel></kop><al>Voor de reis- en verblijfskosten wordt een vergoeding verstrekt conform
                            de artikelen 4 en 5. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing op burgerleden.</al></li><li nr="2."><al>Een burgerlid ontvangt voor de kosten van scholing gedurende de
                                    zittingsperiode van de raad een persoonlijk opleidingsbudget van
                                    € 500. Dit bedrag is inclusief de daarmee samenhangende
                                    noodzakelijke reis- en verblijfkosten. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door: </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen, of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten bedoeld in de artikelen 4, 5 en
                                    9 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, indien deze
                                    kosten uit eigen middelen zijn betaald. </al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid of burgerlid dient het declaratieformulier binnen 3
                                    maanden na het maken van de kosten in bij de griffie, onder
                                    bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><al>De vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 10 kan
                            plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid voor
                            akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gelet op de Wet loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31 lid 1 onder f van die
                            wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van
                            het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>De raad kan één of meerdere artikelen van deze verordening buiten
                            toepassing laten of</al><al>daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van het
                            vergoeden van kosten,</al><al>leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen raads- en burgerleden en gemeente
                            Overbetuwe 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 27 maart 2014, wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                            bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2014, uitgezonderd de artikelen
                            7, 10 en 14 over het persoonlijk budget, het persoonlijk
                            opleidingsbudget voor burgerleden en de Werkkostenregeling. Deze laatste
                            artikelen werken terug tot 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen raads-
                            en burgerleden gemeente Overbetuwe 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 14 juli 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink MBA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A.S.F. van Asseldonk</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting bij de Verordening voorzieningen raads- en burgerleden
                        gemeente</titel></kop><al><vet>Overbetuwe 2015</vet></al><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al><vet>Wettelijke regelingen</vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van raadsleden en burgerleden vindt op drie
                    niveaus plaats, te weten bij wet, Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en
                    gemeentelijke verordening. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere
                    invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij AMvB. Daartoe is tot stand gekomen het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden. Daarin zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde
                    onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de
                    bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen, zijn in de
                    rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingende bepalingen. Voor de
                    secundaire voorzieningen van raadsleden, zoals de uitkering bij aftreden geldt
                    dat de gemeente de vrijheid heeft om deze voorzieningen te treffen.</al><al/><al>De vergoedingen en regelingen voor raads- en burgerleden die bij of krachtens de
                    wet (dus in de Gemeentewet, een rechtspositiebesluit of een regeling)
                    dwingendrechtelijke geregeld zijn, zijn niet meer opgenomen in deze verordening.
                    Dit betreft: </al><al>1. de onkostenvergoeding voor raadsleden</al><al>2. de toelage voor fractievoorzitters, leden van de vertrouwenscommissie en
                    leden van een onderzoekscommissie zoals bedoeld in artikel 155a lid 3
                    Gemeentewet</al><al>3. de compensatieregelingen voor raads- en burgerleden als zij een uitkering
                    hebben op grond van de WW, het Besluit werkloosheid onderwijs- en
                    onderzoekspersoneel of op basis van arbeidsongeschiktheid</al><al>4. de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al><al>5. de vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap va de raad</al><al>6. de voorziening bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of
                    ziekte</al><al>7. de tegemoetkoming in de ziektekosten</al><al>8. de voorzieningen voor raads- en commissieleden met een fysieke beperking </al><al/><al>De onkostenvergoeding onder 1. is opgebouwd op basis van onder andere de
                    volgende kostencomponenten:</al><al>• representatie (kleding);</al><al>• vakliteratuur;</al><al>• contributies, lidmaatschappen;</al><al>• telefoonkosten;</al><al>• bureaukosten (waaronder printpapier en inktpatronen), portokosten;</al><al>• zakelijke giften;</al><al>• bijdrage aan fractiekosten;</al><al>• ontvangsten thuis;</al><al>• excursies.</al><al/><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raads-
                    en burgerleden, voor zover die niet dwingend zijn geregeld in hogere wet- en
                    regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemd
                    rechtspositiebesluit.</al><al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al><al>• de beloning voor de werkzaamheden van raads- en burgerleden (artikelen 2 en
                    8);</al><al>• reis- en verblijfkosten van raads- en burgerleden (artikelen 4, 5 en 9);</al><al>• faciliteiten in de vorm van deelname van raads- en burgerleden aan cursussen,
                    congressen </al><al> e.d. (artikelen 6 en 10);</al><al>• het persoonlijk budget van raadsleden en welke kosten ten laste van dit budget
                    komen </al><al> (artikel 7);</al><al>• faciliteiten voor de aanschaf van een laptop of tablet en een printer (artikel
                    7); </al><al>• de procedure voor declareren (artikelen 11, 12 en 13).</al><al/><al><vet>De arbeidsverhouding van het raadslid</vet></al><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de
                    werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Evenmin
                    geldt voor hen de pensioenvoorziening van bijvoorbeeld het ABP. Omdat er geen
                    dienstbetrekking met de gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de
                    loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet
                    inkomstenbelasting 2001. Wel kan een raadslid opteren voor de loonbelasting door
                    te kiezen voor het fictief werknemerschap (zie hieronder). </al><al/><al><vet>De loon- en inkomstenbelasting</vet></al><al/><al><vet>Opting-in-regeling</vet></al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst, dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk
                    wordt gekozen voor het loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden
                    loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de
                    formele zin van het woord is, valt hij, zoals gezegd, vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid ingehouden.</al><al>De inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval
                    geen administratie bij te houden. De gemeente kan onder voorwaarden bepaalde
                    vergoedingen onbelast verstrekken, zoals de vergoeding van reis- en
                    verblijfskosten. Er zijn ook vergoedingen die niet belastingvrij kunnen worden
                    verstrekt. Deze vergoedingen worden gebruteerd toegekend waardoor na inhouding
                    van de loonheffing de netto bedoelde vergoeding resteert.</al><al/><al><vet>Fiscale standaardpositie</vet></al><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het</al><al>winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle ontvangsten verantwoorden
                    als</al><al>winst en kan de gemaakte kosten daarop in mindering brengen. Raadsleden die
                    hebben gekozen voor de standaardregeling zullen dan ook over de
                    netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten betalen, tenzij zij aan de
                    hand van bewijsmateriaal kunnen aantonen dat de vergoeding is besteed aan
                    onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap. </al><al/><al/><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met</al><al>inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en normeringen, in mindering
                    brengen</al><al>op hun belastbaar inkomen (belastbare resultaat). De gemeente dient jaarlijks
                    alle betalingen</al><al>en verstrekkingen op grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden
                    middels</al><al>een opgave IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische
                    verkeer</al><al>worden opgegeven. Het daadwerkelijke zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek. </al><al/><al><vet>Eenmalige keuze per zittingsperiode</vet></al><al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode.</al><al/><al><vet>De vergoedingssystematiek</vet></al><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen</al><al>hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van belang.
                    Voor functionele uitgaven verdient het aanbeveling terughoudend te zijn met een
                    financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen vooruit betaalt
                    en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke middelen moeten
                    zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die overweging heeft het de
                    voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de gemeente. Aan de
                    mogelijkheid om zo declaraties in te dienen zal echter behoefte blijven bestaan. </al><al/><al><vet>Controle en verantwoording </vet></al><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de uitgaven van de publieke
                    middelen - transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijke gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al><al/><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgave. Daartoe is vereist dat er een zodanige sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan over de
                    juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven. </al><al/><al>In hoofdstuk 4 is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven en declaratie
                    van vooruit betaalde kosten. Verder zijn er aanvullende administratieve
                    procedures beschreven over de afwikkeling van declaraties en facturen en de
                    daarbij te hanteren verdeling van verantwoordelijkheden en hoe bijvoorbeeld om
                    te gaan met interpretatie- en meningsverschillen. </al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor raadsleden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid</vet></al><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat raadsleden
                    voor hun</al><al>werkzaamheden een vergoeding ontvangen. De hoogte van de vergoeding wordt
                    bij</al><al>gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit het
                    maximale bedrag</al><al>van de vergoeding voor de werkzaamheden aangegeven. In artikel 2 is de hoogte
                    van de</al><al>vergoeding bepaald op het maximale bedrag. </al><al/><al>Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het wordt
                    jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen
                    overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig, omdat in
                    deze verordening in algemene zin is aangegeven dat de raadsvergoeding gelijk is
                    aan het door de minister te bepalen maximum.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Berekening en betaling vaste vergoedingen</vet></al><al>Dit artikel geeft aan hoe de vaste vergoeding wordt berekend (eerste lid) en hoe
                    uitbetaald (tweede lid). </al><al/><al><vet>Artikelen 4 en 9 Reiskosten raads- en burgerleden</vet></al><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werk-verkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als
                    raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente. Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads-
                    en burgerleden wel in een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen
                    buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                    gemeentebestuur.</al><al/><al>Aan burgerleden kan krachtens artikel 96, eerste lid, van de Gemeentewet echter
                    wel een vergoeding worden gegeven van reis- en verblijfkosten in verband met
                    reizen binnen de gemeente. De gemeente Overbetuwe heeft hiervoor niet gekozen. </al><al/><al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte reiskosten is niet
                    nader ingevuld, omdat het een lokale aangelegenheid betreft. Omdat in het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden geen eigen vergoedingsregeling is
                    opgenomen, is in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregeling voor wethouders. </al><al/><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd. </al><al/><al><vet>Artikelen 5 en 9 Verblijfkosten raads- en burgerleden</vet></al><al>Dit artikel regelt de vergoeding van verblijfkosten. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in artikel 97 van de Gemeentewet. De vergoeding wordt toegekend als een
                    raads- of burgerlid een dienstreis maakt ter uitvoering van een besluit van de
                    raad, het college of de burgemeester. Omdat in het Rechtspositiebesluit raads-
                    en commissieleden verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, is
                    aansluiting gezocht bij de vergoedingsregeling voor wethouders. </al><al/><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De verblijfkosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden
                    als aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al><al/><al><vet>Artikelen 6 en 10 Scholing</vet></al><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                    vervulling van de functie van raads- en burgerleden ten laste van de gemeente.
                    In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt. </al><al/><al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raads- en burgerleden
                    opleidingen voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het
                    ambt. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde
                    vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Onder deze
                    scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten van het
                    studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van verplicht
                    lesmateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader van de opleiding. </al><al/><al>Voor de vergoeding van de kosten van scholing van raadsleden wordt verwezen naar
                    de toelichting van artikel 7 van deze verordening. </al><al/><al>Om de kosten van scholing van burgerleden enigszins binnen de perken te houden
                    is gekozen voor een persoonlijk opleidingsbudget van € 500 per 4 jaar. </al><al>Als een burgerlid in enig jaar niet volledig beschikt over het hem ter
                    beschikking staande budget, mag over het restant worden beschikt in een volgend
                    jaar. Als het burgerlidmaatschap tussentijds eindigt, wordt het opleidingsbudget
                    herrekend op basis van de daadwerkelijke zittingsduur van het burgerlid. Als het
                    burgerlidmaatschap tussentijds aanvangt wordt het budget berekend op basis van
                    de nog te vervullen zittingsduur. Als bij het einde van de daadwerkelijke
                    zittingsduur het burgerlid meer heeft besteed dan hem naar evenredigheid van de
                    zittingsduur ter beschikking zou staan, moet hij het meerdere aan de gemeente
                    vergoeden. Als bij het einde van de daadwerkelijke zittingsduur het burgerlid
                    minder heeft besteed dan het hem ter beschikking staande budget dan wel het
                    budget dat hem naar evenredigheid van de zittingsduur ter beschikking zou staan,
                    vervalt het restant aan de gemeente.</al><al/><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De scholingskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden
                    als aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al><al/><al>Het zesde lid bevat een hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte hebben aan
                    een extra oordeel of de gevraagde vergoeding binnen de geldende regels voor
                    vergoeding in aanmerking komt, dan kan het seniorenconvent om een oordeel worden
                    gevraagd. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Persoonlijk budget en computerapparatuur</vet></al><al><onderstreept>Persoonlijk budget</onderstreept></al><al>Bij aanvang van de zittingsperiode werd aan een raadslid voor de gehele
                    zittingsperiode van 2014 - 2018 een persoonlijk budget van € 3.694 toegekend.
                    Vanwege de invoering van een fractievergoeding met terugwerkende kracht tot 1
                    januari 2015 en gelet op de uitgaven van de afgelopen raadsperiode van gemiddeld
                    € 1.100 per raadslid is het voorstel het persoonlijk budget met terugwerkende
                    kracht tot 1 januari 2015 naar beneden bij te stellen tot € 1.250. Het restant
                    dat vrijvalt, wordt ingezet voor het budget fractievergoedingen. Als een
                    raadslid in enig jaar niet volledig beschikt over het hem ter beschikking
                    staande budget, mag over het restant worden beschikt in een volgend jaar. Als
                    het raadslidmaatschap tussentijds eindigt, wordt het budget herrekend op basis
                    van de daadwerkelijke zittingsduur van het raadslid. Als het raadslidmaatschap
                    tussentijds aanvangt wordt het budget berekend op basis van de nog te vervullen
                    zittingsduur. Als bij het einde van de daadwerkelijke zittingsduur het raadslid
                    meer heeft besteed dan hem naar evenredigheid van de zittingsduur ter
                    beschikking zou staan, moet hij het meerdere aan de gemeente vergoeden. Als bij
                    het einde van de daadwerkelijke zittingsduur het raadslid minder heeft besteed
                    dan het hem ter beschikking staande budget dan wel het budget dat hem naar
                    evenredigheid van de zittingsduur ter beschikking zou staan, vervalt het restant
                    aan de gemeente.</al><al/><al><onderstreept>Scholingskosten</onderstreept></al><al>Er wordt een onderscheid gemaakt tussen scholingskosten (cursussen, congressen
                    e.d.) die door de gemeente of vanwege het gemeentelijke belang zijn
                    georganiseerd en scholingskosten waaraan het individuele raads- en of burgerlid
                    al dan niet in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap op eigen
                    initiatief deelneemt. De scholingskosten die door de gemeente zijn georganiseerd
                    zijn voor rekening van de gemeente zelf. De kosten van scholing waaraan een
                    raads- en of burgerlid op eigen initiatief na instemming van de griffier
                    deelneemt, kunnen worden gedeclareerd uit het persoonlijke budget van raadsleden
                    of uit het persoonlijk opleidingsbudget van burgerleden. Dit bekent ook dat de
                    bijhorende reis- en verblijfkosten, als deze buiten het grondgebied van de
                    gemeente vallen, vergoed kunnen worden uit deze budgetten. </al><al/><al><onderstreept>Computerapparatuur</onderstreept></al><al>Vanaf 1 januari 2015 is de werkkostenregeling van toepassing. Dit is een nieuw
                    fiscaal regime waarbij alle niet zakelijke vergoedingen en verstrekkingen aan
                    het personeel (ook aan raadsleden) bij elkaar worden opgeteld en belast. De
                    fiscus heeft bepaald dat computerapparatuur is vrijgesteld als wordt voldaan aan
                    het noodzakelijkheidscriterium. De mate van zakelijk gebruik is dan niet langer
                    relevant. Hiervoor in de plaats is het noodzakelijkheidscriterium gekomen
                    waarbij de werkgever in beginsel bepaalt of de aangeschafte computerapparatuur
                    noodzakelijk is voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
                    ‘Noodzakelijk’ betekent dat de werknemer zonder de voorziening zijn
                    dienstbetrekking niet goed kan uitoefenen. Het noodzakelijkheidscriterium houdt
                    dus in dat de werkgever aannemelijk moet maken dat de voorziening gebruikelijk
                    en tevens noodzakelijk is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap. Hierbij
                    staat soberheid voorop. Om als raadslid papierloos en plaatsonafhankelijk te
                    kunnen werken is het noodzakelijk de beschikking te hebben over een tablet of
                    een laptop. </al><al/><al>Voorbeeld</al><al>Een raadslid vraagt een tablet en een desktop voor zijn werk. De werkgever moet
                    bepalen of deze voorzieningen gebruikelijk en noodzakelijk zijn voor de
                    behoorlijke uitoefening van de dienstbetrekking. Voor het werk van een raadslid
                    is een tablet niet ongebruikelijk en kan deze dus noodzakelijk zijn om
                    papierloos en plaatsonafhankelijk te kunnen werken. Voor een desktop geldt dat
                    niet. </al><al>Ook voor een smartphone geldt dat deze naast een tablet of een laptop niet
                    noodzakelijk is voor een behoorlijke uitoefening van het raadslidmaatschap.
                    Daarnaast is verstrekking of vergoeding van een smartphone in strijd met artikel
                    99 Gemeentewet. </al><al/><al>Kortom, computerapparatuur mag onbelast vergoed of ter beschikking worden
                    gesteld als voldaan wordt aan de volgende criteria:</al><al>- het is noodzakelijk voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking
                    (dit dient </al><al> bepaald te worden door de werkgever);</al><al>- de werkgever neemt de kosten op zich;</al><al>- de werknemer geeft de apparatuur terug of er vindt verrekening plaats zodra
                    deze niet </al><al> meer nodig is. </al><al/><al>In artikel 7a lid 4 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden staat
                    dat de raad nadere regels kan stellen over bruikleen van of een tegemoetkoming
                    voor de aanschaf van computerapparatuur. </al><al/><al>In de verordening is gekozen voor een tegemoetkoming. Dit betekent dat een
                    raadslid als de voorziening noodzakelijk is een volledige tegemoetkoming
                    ontvangt ten laste van zijn persoonlijk budget. Gaat een raadslid uit dienst dan
                    dient de voorziening te worden teruggegeven of de restwaarde van de voorziening
                    tot zijn loon te worden gerekend. </al><al/><al>Een andere mogelijkheid is de computerapparatuur die noodzakelijk is voor de
                    uitoefening van het raadslidmaatschap in bruikleen ter beschikking te stellen.
                    Het raadslid tekent daarvoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Bij
                    bruikleen verzorgt de gemeente onder meer de technische ondersteuning en wordt
                    na beëindiging van de dienstbetrekking de voorziening teruggegeven. Om
                    raadsleden de maximale vrijheid te bieden in de keuze van hun computerapparatuur
                    (keuze tussen een tablet of laptop van elk willekeurig merk) én om de nadere
                    uitwerking zo eenvoudig mogelijk te houden met zo min mogelijk administratie,
                    technische ondersteuning etc. is niet voor bruikleen maar voor een
                    tegemoetkoming gekozen. </al><al/><al>Onderstaande kostencomponenten kunnen uit het persoonlijk budget worden
                    betaald:</al><al>• laptop of tablet (noodzakelijkheidscriterium )</al><al>• printer (noodzakelijkheidscriterium) </al><al>• bijbehorende apparatuur zoals muis en toetsenbord
                    (noodzakelijkheidscriterium)</al><al>• software (bijv. antivirusprogramma) (noodzakelijkheidscriterium) </al><al>• kosten van scholing genoemd in artikel 6 voor zover deze niet door de gemeente
                    worden aangeboden of verzorgd </al><al>• reiskosten buiten de gemeente (alleen i.v.m. scholing/cursus of Euregio)</al><al>• verblijfkosten </al><al/><al>Voor de raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte</al><al>inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de gemaakte
                    kosten</al><al>binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen
                    worden</al><al>opgevoerd.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Voorzieningen voor burgerleden (niet zijnde
                    raadsleden)</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</vet></al><al>In dit artikel is het presentiegeld voor burgerleden geregeld. De hoogte van het
                    presentiegeld wordt in deze verordening vastgesteld op het maximale bedrag. Het
                    bedrag van het presentiegeld is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari
                    herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid. Hiervoor is in de
                    gemeente geen nadere besluitvorming nodig. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Procedure van declaratie </vet></al><al/><al><vet>Artiken 11, 12 en 13 Betaling, declaratie en rechtstreekse facturering van
                        de kosten</vet></al><al>In artikel 11 zijn de twee wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 12 en
                    13 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijzen aan de orde
                    is en welke procedurevoorschriften in acht moeten worden genomen. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14 Werkkostenregeling</vet></al><al>Door de werkkostenregeling worden een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Anders
                    worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hiervoor belasting
                    worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen, moeten in eerste instantie wel worden aangewezen. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Hardheidsclausule</vet></al><al>Indien gelet op het belang van het vergoeden van de kosten, bepalingen van
                    deze</al><al>verordening tot een onbillijkheid van overwegende aard zouden leiden, dan is de
                    raad</al><al>bevoegd om het gestelde in deze verordening buiten toepassing te laten of
                    daarvan af te</al><al>wijken. Het spreekt voor zich dat uiterst zorgvuldig en transparant met deze
                    mogelijkheid</al><al>moet worden omgegaan.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Intrekking oude regeling</vet></al><al>Hiermee wordt de bestaande regeling ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i258099.pdf">verordening voorzieningen raads- en burgerleden 150714.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>