<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21370_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grootegast</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Streekkrant, 16 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Grootegast 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 19, lid 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 19, lid 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 23, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. X van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels Participatiebudget</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2013, onder intrekking van de 'Verordening Wet inburgering Grootegast 2008'</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Grootegast, in vergadering bijeen op 11 juni
                        2013</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 mei 2013; inzake
                        de Verordening wet inburgering, gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid en
                        zesde, 23, derde lid 24e, 24f en 35 van de Wet inburgering, zoals deze
                        luidde op 31 december 2012 en artikel X van de wet van 13 september 2012 tot
                        wijziging </al><al>van de Wet inburgering (Stb. 2012,430);</al><al/><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen en de
                        rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgerings
                        of taalkennis-voorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij
                        verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die
                        voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;</al><al/><al>overwegende dat als gevolg van de wijziging van de Wet inburgering de taken
                        van gemeenten op het terrein van inburgering op termijn beëindigd zullen
                        worden; </al><al>overwegende dat gedurende een overgangsperiode gemeenten nog een aantal
                        taken op het terrein van inburgering zullen uitoefenen; </al><al>overwegende dat daarom de onder de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31
                        december 2012 opgestelde verordening dient te worden
                        gewijzigd/aangepast/ingetrokken; </al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>Wet: de Wet inburgering zoals deze luidde op 31 december
                                            2012</al></li><li nr="b"><al>De Wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot
                                            wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten
                                            in verband met de versterking van de eigen
                                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                                            (Stb.2012, 430).</al></li><li nr="c"><al>Inburgeringsplichtige: de persoon die op grond van de
                                            artikelen 3 tot en met 6 van de wet inburgeringsplichtig
                                            is, voor zover zij voor 1 januari 2013
                                            inburgeringsplichtig zijn geworden. </al></li><li nr="d"><al>Eigen bijdrage: de bijdrage, bedoeld in artikel 23
                                            tweede lid, van de wet.</al></li><li nr="e"><al>College: het college van burgemeester en wethouders van
                                            de gemeente.</al></li><li nr="f"><al>Boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 29
                                            tot met 46 van de wet.</al></li><li nr="g"><al>Asielgerechtigde inburgeringsplichtige: houder is van
                                            een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33
                                            van de Vreemdelingenwet 2000.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Afstemming en dringende redenen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het opleggen van een boete wordt deze verordening in acht
                                    genomen. Wanneer een inburgeringsplichtige in strijd met artikel
                                    7, artikel 23 eerste lid dan wel met de krachtens artikel 23
                                    derde lid gestelde regels, artikel 25 vierde lid en artikel 33
                                    handelt, legt het college met betrekking tot de overtreding aan
                                    de inburgeringsplichtige bij beschikking een bestuurlijke boete
                                    op.</al></li><li nr="2."><al>Indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt wordt er géén
                                    boete opgelegd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                    middelen: </al><lijst><li nr="a"><al>Het lokale loket van de gemeente.</al></li><li nr="b"><al>Het verstrekken van voorlichtingsmateriaal bij aanvragen
                                            om uitkeringen of inburgeringsvoorzieningen. </al></li><li nr="c"><al>Voorlichtingsmateriaal voor personen van wie, al dan
                                            niet op grond van gegevens uit het Bestand Potentiële
                                            Inburgeringsplichtigen, redelijkerwijs kan worden
                                            aangenomen dat zij inburgeringsplichtig zijn. </al></li><li nr="d"><al>Het geven van informatie over het gemeentelijke beleid
                                            op de gemeentelijke website.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaar na invoering
                                    van de wet:</al><lijst><li nr="a"><al>de doeltreffendheid en doelmatigheid van de
                                            informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en
                                            rapporteert daarover aan de raad;</al></li><li nr="b"><al>de tevredenheid onder klanten die een door de gemeente
                                            aangeboden inburgeringcursus hebben gevolgd. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanbieden inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt een inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige, te
                                    weten:</al><lijst><li nr="a"><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in
                                            artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en</al></li><li nr="b"><al>de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1,
                                            onderdeel g van de wet, die geen oudkomer is als bedoeld
                                            in artikel 1, onderdeel c, van de wet, voor zover deze
                                            uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig is
                                            geworden.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op
                                    het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                    omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                    inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></li><li nr="3."><al>Een inburgeringsvoorziening moet toe leiden naar het
                                    inburgeringsexamen en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van
                                    het examen. Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat
                                    in de wet is geregeld, de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>Trajectbegeleiding.</al></li><li nr="b"><al>Het (periodiek) houden van voortgangsgesprekken.</al></li><li nr="c"><al>Maatschappelijke stage.</al></li><li nr="d"><al>Maatgerichte onderdelen afgestemd op de persoonlijke
                                            situatie. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Maatschappelijke begeleiding van de inburgeringsplichtige
                                    asielgerechtigde maakt onderdeel uit van de voorziening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld, is een eigen bijdrage verschuldigd zoals in de wet
                                    is aangegeven. </al></li><li nr="2."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt in beginsel in een keer betaald.</al></li><li nr="3."><al>Het innen van de eigen bijdrage vangt niet eerder aan dan drie
                                    maanden na beëindiging van het inburgeringstraject. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toekennen van een deelnamebonus.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de inburgeringsplichtige heeft deelgenomen aan het
                                    inburgeringsexamen dat deel uitmaakt van het door het college
                                    vastgestelde inburgeringstraject, komt hij in aanmerking voor
                                    een deelnamebonus.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de deelnamebonus komt overeen met de hoogte van de
                                    eigen bijdrage, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de
                                    wet.</al></li><li nr="3."><al>De deelnamebonus wordt indien mogelijk verrekend met de eigen
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of
                                    meer van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a"><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;</al></li><li nr="b"><al>het deelnemen aan gesprekken met de
                                            trajectbegeleider;</al></li><li nr="c"><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d"><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen
                                            op een tijdstip dat door of namens het college wordt
                                            bepaald;</al></li><li nr="e"><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere
                                            relevante omstandigheden niet aan </al></li><li nr="f"><al>de verplichtingen in de beschikking kan worden
                                            voldaan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgerings- of taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                    tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden
                                    naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                    basisadministratie is ingeschreven. </al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgerings- of taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en
                                    worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan die
                                    voorziening worden verbonden. </al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen 4 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                    dan niet aanvaardt. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen 8 weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat
                                    in ieder geval: </al><lijst><li nr="a"><al>een beschrijving van de inburgerings- of
                                            taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b"><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                            inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c"><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of het
                                            staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet
                                            zijn behaald;</al></li><li nr="d"><al>de wijze van betaling van de verplichte eigen bijdrage;
                                            en</al></li><li nr="e"><al>de voorwaarden waaronder de deelnamebonus wordt
                                            toegekend.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal 20 % van de
                                    bijstandsnorm (voor een maand die voor de inburgeringsplichtige
                                    geldt of zou gelden als hij uitkeringsgerechtigde in de zin van
                                    de WWB zou zijn), met een maximum van € 250,00, indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
                                    wet. De bestuurlijke boete kan nooit hoger zijn dan het maximum
                                    van het bedrag genoemd in artikel 34 lid a an de wet.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal 40 % van de
                                    bijstandsnorm (voor een maand die voor de inburgeringsplichtige
                                    geldt of zou gelden als hij uitkeringsgerechtigde in de zin van
                                    de WWB zou zijn), met een maximum van € 500,00, indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid of de
                                    krachtens artikel 23 derde lid gestelde regels van de wet of aan
                                    de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. De
                                    bestuurlijke boete kan nooit hoger zijn dan het maximum van het
                                    bedrag genoemd in artikel 34 lid b van de wet.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal 40 % van de
                                    bijstandsnorm (voor een maand die voor de inburgeringsplichtige
                                    of oudkomer geldt of zou gelden als hij uitkeringsgerechtigde in
                                    de zin van de WWB zou zijn), met een maximum van € 500,00,
                                    indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                    eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                    college op grond van artikel 32 of 33 van de wet verlengde
                                    termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></li><li nr="4."><al>Het college legt géén bestuurlijke boete op indien voor dezelfde
                                    gedraging de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel
                                    18 tweede lid, van de Wet werk en bijstand, dan wel voor
                                    dezelfde gedraging een boete of maatregel kan of moet worden
                                    opgelegd op grond van de bij de AMVB aangewezen sociale
                                    zekerheidswetten. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het percentage van de bestuurlijke boete voor overtredingen,
                                    bedoeld in artikel 11, eerste lid of tweede lid wordt verhoogd,
                                    indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                                    vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
                                    maakt aan dezelfde overtreding. De bestuurlijke boete kan nooit
                                    hoger zijn dan het maximum van het bedrag genoemd in artikel 34
                                    lid a en lid b van de wet. </al></li><li nr="2."><al>Het percentage van de bestuurlijke boete voor overtredingen,
                                    bedoeld in artikel 11, derde lid wordt verhoogd indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald. De bestuurlijke boete kan
                                    nooit hoger zijn dan het maximum van het bedrag genoemd in
                                    artikel 34 van de wet.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1
                            januari 2013, onder intrekking van de 'Verordening Wet inburgering
                            Grootegast 2008'. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: “Verordening Wet inburgering
                            gemeente Grootegast 2013”.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 juni 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening><ondertekening>K.B. Dijkstra H.R. Kastermans</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>