<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR213418_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie toezicht en handhaving kinderopvang 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 07-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie toezicht en handhaving kinderopvang 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-08-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-09-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 12-390</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>het afwegingsmodel 2012 (bijlage II) is te raadplegen op www.reuseldemierden.nl</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Notitie toezicht en handhaving kinderopvang 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Voorwoord </label></kop><structuurtekst><al>In de gemeente Reusel–De Mierden maakt ruim de helft van de kinderen
                            jonger dan 4 jaar gebruik van een kinderdagverblijf en/of
                            peuterprogramma (gegevens afkomstig uit Jeugdmonitor 0 t/m 11-jarigen
                            2008-2009 van GGD Brabant-Zuidoost). Het gebruik van gastouderopvang
                            liet landelijk na de invoering van de Wet Kinderopvang een enorme groei
                            zien. Deze groei is na recentelijke aanscherping van de kwaliteitseisen
                            en de invoering van leges in onze gemeente de laatste tijd weer
                            afgenomen. De groei van kinderopvang en buitenschoolse opvang is door
                            versobering van de financiële regelingen ook teruggelopen. </al><al>De gemeente staat middels haar jeugdbeleid voor het bevorderen van de
                            doorgaande ontwikkelingslijn en het bieden van ontwikkelingskansen en
                            ruimte om op te groeien voor alle jongeren in onze gemeente. Het is
                            belangrijk dat ouders hun kinderen met een gerust hart uit handen kunnen
                            geven en de gemeente wil haar inwoners dan ook kunnen garanderen dat er
                            sprake is van kwalitatief goede voorzieningen. Om deze garantie waar te
                            kunnen maken is er een goed en voor alle betrokken partijen helder
                            lokaal handhavingsbeleid nodig. Daarover gaat deze beleidsnotitie. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.Inleiding </label></kop><structuurtekst><al>Onder kinderopvang wordt opvang verstaan: in kinderdagverblijven, op de
                            buitenschoolse opvang,</al><al>bij gastouders (geregistreerd bij een gastouderbureau) en in
                            peuterspeelzalen. In de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen (Wko) worden twee zaken geregeld:</al><lijst><li nr="-"><al>de financiering van de kosten van de kinderopvang</al></li><li nr="-"><al>de kwaliteit van de kinderopvang en het toezicht daarop.</al></li></lijst><al>Ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun
                            kindercentrum. De gemeente is belast met het toezicht op de kwaliteit en
                            met de handhaving en sanctionering. Het toezicht wordt, namens het
                            college, uitgevoerd door de GGD Brabant-Zuidoost. De handhaving doet de
                            gemeente zelf. </al><al>Over zowel toezicht als handhaving en sanctionering heeft de gemeente
                            Reusel–De Mierden, samen met de andere gemeenten in de regio
                            Zuidoost-Brabant, afspraken gemaakt met de GGD. Dit om
                            rechtsongelijkheid en verschillen te voorkomen. Deze afspraken zijn
                            vastgelegd in de SRE notitie ‘Toezicht en handhaving wet kinderopvang en
                            kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ (mei 2011).</al><al>Elk jaar stelt de gemeente een jaarverslag omtrent toezicht en
                            handhaving Wet kinderopvang op. Dit jaarverslag wordt aangeboden aan de
                            gemeenteraad en opgestuurd naar de Inspectie van het Onderwijs.</al><al>Doel beleidsplan </al><al>De doelstelling van deze beleidsnotitie is om in een document vast te
                            leggen hoe de gemeente Reusel–De Mierden vorm geeft aan haar wettelijke
                            taak van toezicht, handhaving en sanctionering van de kinderopvang. </al><al>Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) </al><al>Per 1 augustus 2011 is de wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en
                            educatie (OKE) volledig in werking getreden. Deze wet regelt
                            harmonisering van de regelgeving van kinderopvang, peuterspeelzaalwerk
                            en voor- en vroegschoolse educatie. </al><al>De belangrijkste wijzigingen van de wet OKE zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>er zijn kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen.</al></li><li nr="-"><al>de regierol van gemeenten ten aanzien van het
                                    onderwijsachterstandenbeleid is verstevigd en gemeenten hebben
                                    de verantwoordelijkheid gekregen voor het aanbod en de
                                    toegankelijkheid van de voorschoolse educatie. De Inspectie van
                                    het Onderwijs houdt toezicht op de educatieve kwaliteit van de
                                    voorschoolse educatie.</al></li></lijst><al>Peuterspeelzalen </al><al>In onze gemeente heeft een volledige harmonisatie van kinderopvang en
                            peuterspeelzalen plaatsgevonden. Met ingang van 1 september 2011 zijn
                            alle peuterspeelzalen opgeheven en geïntegreerd binnen de kinderopvang
                            in de vorm van peuterprogramma’s voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar.
                            Omdat de peuterprogramma’s binnen de kinderopvang zijn ondergebracht is
                            hierop het toetsingskader kinderopvang van toepassing. In deze notitie
                            wordt er om die reden niet ingegaan op toezicht en handhaving van
                            peuterspeelzalen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.Situatieschets kinderopvang in de gemeente Reusel–De Mierden</label></kop><structuurtekst><al>In de gemeente Reusel–De Mierden wordt kinderopvang en buitenschoolse
                            opvang aangeboden door de Kinderopvang Nummereen en Beestenboel
                            Kinderopvang. Gastouderbureaus gevestigd binnen onze gemeente zijn:
                            gastouderbureau G4 en gastouderbureau Roodkapje de Kempen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1 Kwantitatieve gegevens</label></kop><structuurtekst><al>In juli 2012 zijn er in de gemeente Reusel–De Mierden 7
                                kinderdagverblijven, 7 voorzieningen voor buitenschoolse opvang, 2
                                gastouderbureaus en 166 gastouders in het landelijk register
                                opgenomen. Ter vergelijking; in februari 2007 waren er 2
                                kinderdagverblijven, 2 voorzieningen voor buitenschoolse opvang en 1
                                gastouderbureau met een onbekend aantal gastouders.</al><al>Tabel 1: Overzicht aantallen kinderopvang gemeente Reusel-De Mierden
                                d.d. 26-7-2012</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Opvang type</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Status</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Aantal</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Aantal kindplaatsen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>210</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Niet meer geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderbureau</al></entry><entry colname="col2"><al>Geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>181</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Niet meer geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry><entry colname="col4"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderopvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Aangemeld</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderopvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>166</al></entry><entry colname="col4"><al>875</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderopvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Niet meer geregistreerd</al></entry><entry colname="col3"><al>57</al></entry><entry colname="col4"><al>285</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Status ‘Niet meer geregistreerd’ wil zeggen dat deze
                                    kindcentra zijn gesloten. Status ‘Aangemeld’ wil zeggen dat een
                                    controle van de GGD nog moet plaatsvinden voor een voorziening
                                    in het landelijk register kinderopvang (LRKP) kan worden
                                    geregistreerd (dit gebeurt indien voldaan wordt aan de gestelde
                                    eisen).</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Kwalitatieve gegevens</label></kop><structuurtekst><al>Alle huidige kinderopvangvoorzieningen binnen de gemeente Reusel-De
                                Mierden zijn jaarlijks door de GGD geïnspecteerd. Na de inspectie
                                waren er in de meeste gevallen verbeterpunten. In 2011 heeft de
                                gemeente op de helft van de kinderdagverblijven en bijna alle BSO
                                locaties gehandhaafd. In het jaarverslag over 2011 is een overzicht
                                opgenomen van het aantal uitgevoerde onderzoeken, het aantal
                                locaties met tekortkomingen, en het aantal locaties waarop
                                gehandhaafd is.. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Verwachte situatie</label></kop><structuurtekst><al>De kinderopvang zal naar verwachting stabiel blijven of wat
                                teruglopen. Nieuwe landelijke regelgeving waardoor de eigen bijdrage
                                van ouders van ouders omhoog is gegaan met ingang van 2012 heeft
                                voor een vertraging in de groei gezorgd. De effecten van de
                                harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen zullen in de loop van
                                2012 en verder zichtbaar worden. </al><al/><al>Tabel 2: Overzicht kindcentra gemeente Reusel-De Mierden juli
                                2012</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colwidth="54*"/><colspec colname="col3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort opvang</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Naam/locatie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Adres</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Plaats</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Kinderopvang Beestenboel</al></entry><entry colname="col3"><al>Turnhoutseweg 46 </al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie De
                                                  Akkerwinde</al></entry><entry colname="col3"><al>Averbodelaan 1</al></entry><entry colname="col4"><al>Hooge Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie De
                                                  Leilinde</al></entry><entry colname="col3"><al>Groeneweg 27</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie Den
                                                  Opstap</al></entry><entry colname="col3"><al>Broekkant 9</al></entry><entry colname="col4"><al>Lage Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie
                                                  Dooleg</al></entry><entry colname="col3"><al>Dooleg 20</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie
                                                  Hoogemierdseweg</al></entry><entry colname="col3"><al>Hoogemierdseweg 2</al></entry><entry colname="col4"><al>Lage Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kinderdagverblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang KDV Paraplu locatie
                                                  Mariaschool</al></entry><entry colname="col3"><al>Beukenlaan 60</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Buitenschoolse opvang Beestenboel</al></entry><entry colname="col3"><al>Turnhoutseweg 46</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang </al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie De Akkerwinde</al></entry><entry colname="col3"><al>Averbodelaan 1</al></entry><entry colname="col4"><al>Hooge Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie De Klimop</al></entry><entry colname="col3"><al>Dooleg 18 </al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie De Leilinde</al></entry><entry colname="col3"><al>Groeneweg 27</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie Den Opstap</al></entry><entry colname="col3"><al>D’n Houtert 2-4</al></entry><entry colname="col4"><al>Lage Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie Mariaschool</al></entry><entry colname="col3"><al>Beukenlaan 60</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buitenschoolse opvang </al></entry><entry colname="col2"><al>Nummereen kinderopvang BSO Clup Hasta La Pasta
                                                  locatie St.Clemensschool</al></entry><entry colname="col3"><al>Huisacker 9</al></entry><entry colname="col4"><al>Hulsel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderbureau</al></entry><entry colname="col2"><al>Gastouderbureau G4</al></entry><entry colname="col3"><al>Neterselsedijk 18A</al></entry><entry colname="col4"><al>Lage Mierde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gastouderbureau</al></entry><entry colname="col2"><al>Gastouderbureau Roodkapje de Kempen</al></entry><entry colname="col3"><al>Mierdseweg 53</al></entry><entry colname="col4"><al>Reusel</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3.Toezicht kinderopvang</label></kop><structuurtekst><al>De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) biedt een
                            aantal mogelijkheden om de handhaving van de kwaliteit van de
                            kinderopvang goed te regelen. In dit hoofdstuk wordt de aanpak hiervan
                            binnen de gemeente Reusel-De Mierden beschreven. </al><al>Naast toezicht op basis van de Wko, vindt ook toezicht plaatsvindt in
                            het kader van de brandveiligheidseisen en het bestemmingsplan. Dit
                            toezicht wordt nader beschreven in het integrale toezicht- en
                            handhavingsbeleid 2012-2016. In deze notitie wordt alleen toezicht met
                            betrekking tot de Wko beschreven.</al><al>Toezicht geschiedt door middel van een inspectie op basis van een
                            toetsingskader. Het resultaat van een inspectie wordt vastgelegd in een
                            inspectierapport wat na de hoor- en wederhoorfase openbaar wordt. Indien
                            uit een inspectierapport blijkt dat er gebreken zijn geconstateerd, kan
                            de gemeente handhavend optreden. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>3.1 Kindcentra</label></kop><structuurtekst><al>In 2011 zijn onderstaande afspraken over de inspecties van de
                                kindcentra gemaakt tussen GGD Brabant-Zuidoost en de gemeenten in
                                Zuidoost-Brabant. </al><tussenkop> 3.1.1 Onderzoek voor aanvang registratie </tussenkop><al>De houder die van plan is een voorziening voor kinderopvang te
                                    exploiteren dient hiertoe bij de gemeente een aanvraagformulier
                                    in ter registratie van de kinderopvangvoorziening in het
                                    Landelijk Register Kinderopvang . Binnen twee weken na ontvangst
                                    van de aanvraag controleert de gemeente of deze volledig is.
                                    Indien, na een eventuele hersteltermijn van 14 dagen, de
                                    aanvraag volledig is, stuurt de gemeente de toezichthouder een
                                    kopie van het aanvraagformulier samen met een opdracht tot een
                                    “onderzoek voor aanvang registratie”. Binnen twee weken na
                                    ontvangst van de opdracht gaat de GGD op bezoek bij de houder.
                                    Uiterlijk vijf weken later meldt de GGD middels een
                                    inspectierapport aan de gemeente of de exploitatie
                                    redelijkerwijs in overeenstemming met de Wet kinderopvang en
                                    kwaliteitseisen peuterspeelzalen kan plaatsvinden. De GGD stuurt
                                    een afschrift van het inspectierapport naar de houder. Binnen
                                    een termijn van 10 weken bericht de gemeente de houder of de
                                    instelling wel of niet in exploitatie mag worden genomen. Indien
                                    de instelling in exploitatie wordt genomen, wordt tevens het
                                    registratienummer uit het LRKP vermeld. De gemeente stuurt een
                                    afschrift daarvan naar de GGD.</al><al>De gemeente overlegt met de GGD indien:</al><lijst><li nr="·"><al>een kindercentrum in exploitatie wordt genomen voordat
                                            dit formeel is gemeld</al></li><li nr="·"><al>een kindercentrum in exploitatie wordt genomen voordat
                                            de in de wet genoemde termijn van 10 weken na aanvraag
                                            is verstreken.</al></li><li nr="·"><al>het aantal kindplaatsen is uitgebreid zonder dat dit is
                                            gemeld bij de gemeente</al></li><li nr="·"><al>het vermoeden bestaat dat het centrum niet zal voldoen
                                            aan de kwaliteitseisen genoemd in de Wko kan een sanctie
                                            worden opgelegd. </al></li></lijst><tussenkop> 3.1.2 Onderzoek na aanvang exploitatie </tussenkop><al>Binnen 3 maanden nadat een kindercentrum in exploitatie is
                                    genomen, voert de GGD een onderzoek na aanvang exploitatie uit.
                                    De opdracht hiertoe is door de gemeente reeds verstrekt aan de
                                    GGD bij het verzoek tot inspectie van het kindercentrum voor de
                                    aanvraag tot registratie.</al><tussenkop> 3.1.3 Risicoprofielen voor risicogestuurd toezicht </tussenkop><al>Het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang is vanaf 2012
                                    in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en
                                    Werkgelegenheid (SZW) nog meer risicogestuurd ingezet. Alle
                                    GGD’s zijn gaan werken met risicoprofielen. In opdracht van de
                                    gemeente worden alle locaties voor kinderopvang , met
                                    uitzondering van voorzieningen voor gastouderopvang, elk jaar
                                    bezocht. De inspectieactiviteit wordt ingezet op basis van het
                                    risicoprofiel van de opvanglocatie. Aan de hand van het
                                    landelijke model risicoprofiel stellen de inspecteurs van iedere
                                    locatie een risicoprofiel op. Doel hiervan is om op uniforme
                                    wijze per locatie de kans te kunnen inschatten of een houder
                                    verantwoorde kinderopvang blijft bieden. Hiermee wordt nagegaan
                                    of er een verhoogde kans bestaat op niet-naleving van de
                                    kwaliteitseisen. De uitkomsten worden benut voor het bepalen van
                                    de vorm en mate van een volgend inspectieonderzoek. Het
                                    risicoprofiel is daarmee geen inspectierapport. Een inspectie
                                    met een bijbehorend inspectierapport geeft een oordeel over de
                                    kwaliteit op een bepaald moment. Dit geldt niet voor de uitkomst
                                    van het risicoprofiel van een bepaalde locatie. Aan een
                                    inspectierapport van een locatie is eventueel een
                                    handhavingsadvies aan de gemeente gekoppeld. Aan het
                                    risicoprofiel van een locatie is alleen de vorm en mate van
                                    inspectie gekoppeld.</al><tussenkop> 3.1.4 Inspectiecyclus </tussenkop><al>Vanaf 2012 ligt de focus op jaarlijks toezicht bij alle
                                    locaties, met uitzondering van voorzieningen voor
                                    gastouderopvang. Op basis van het opgestelde risicoprofiel werkt
                                    de inspecteur de benodigde inspectieactiviteit voor de locatie
                                    uit. Dit gebeurt binnen de kaders van gemeentelijke afspraken
                                    met de GGD. De inspecteur stelt de omvang, diepgang, frequentie
                                    en type van het onderzoek vast. Dit leidt tot een inspectie op
                                    maat voor iedere locatie. Locaties waarvan op basis van de
                                    risico-inschatting wordt verwacht dat er geen zorg bestaat over
                                    de kwaliteit (of in de nabije toekomst) worden tijdens het
                                    inspectiebezoek minstens getoetst op de belangrijkste
                                    kwaliteitseisen. Het bepalen van de inspectieactiviteit is een
                                    voortdurend proces zonder start of eindpunt. Een inspectie
                                    levert namelijk veel informatie op die van invloed kan zijn op
                                    de risico-inschatting. In de perioden tussen de locatiebezoeken
                                    kan het risicoprofiel en daarmee de inspectieactiviteit
                                    bijgesteld worden als daarvoor aanleiding is. Bijvoorbeeld na
                                    melding van een klacht of signaal of omdat een
                                    handhavingsmaatregel van de gemeente niet tot verbetering heeft
                                    geleid.</al><al>De GGD overlegt aan de gemeente bij het begin van ieder
                                    kalenderjaar een planningsoverzicht waarin zij aangeeft in welk
                                    kwartaal welke voorziening voor kinderopvang c.q.
                                    gastouderbureau zal worden geïnspecteerd.</al><tussenkop> 3.1.5 Nader onderzoek </tussenkop><al>Naar aanleiding van het inspectierapport kan de gemeente de
                                    houder een sanctie opleggen. Het kan hierbij gaan om een
                                    herstellende sanctie of een bestraffende sanctie. Indien er een
                                    herstellende sanctie is opgelegd en gebleken is dat de houder
                                    van het kindercentrum binnen de gestelde termijn daarop heeft
                                    gereageerd, stelt de ambtenaar de GGD daarvan in kennis en geeft
                                    indien nodig de GGD opdracht tot het uitvoeren van een nader
                                    onderzoek. Aan de hand van het verzoek, of in overleg met de
                                    ambtenaar, bepaalt de GGD of een bezoek noodzakelijk is of dat
                                    een papieren controle kan plaatsvinden.</al><al>Ook indien het kindercentrum niet heeft gereageerd op de
                                    opgelegde sanctie kan de gemeente de GGD opdracht geven tot het
                                    uitvoeren van een nader onderzoek om na te gaan of de houder de
                                    geconstateerde tekortkomingen wel afdoende heeft
                                    gerealiseerd.</al><al>Ook een houder kan en mag de gemeente (niet de GGD) verzoeken
                                    opdracht te geven tot een nader onderzoek om de tekortkomingen
                                    opnieuw te beoordelen.</al><tussenkop> 3.1.6 Incidenteel onderzoek </tussenkop><al>Naar aanleiding van een melding over onvoldoende kwaliteit,
                                    klachten van derden of berichten uit de media kan de GGD
                                    incidenteel onderzoek verrichten. Afhankelijk van de urgentie
                                    van de melding of de klacht kan dit onderzoek onaangekondigd
                                    worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek wordt echter pas
                                    uitgevoerd nadat de GGD hiervoor een schriftelijke opdracht van
                                    de gemeente heeft ontvangen. De uitkomst van een dergelijk
                                    onderzoek zal de GGD zowel aan de gemeente als aan de direct
                                    betrokkenen (houder en/of klager) meedelen.</al><al>Ook kan de GGD op de hoogte raken of worden gebracht van niet
                                    geregistreerde kinderopvang. Na overleg hierover met de
                                    gemeente, en na ontvangst van de schriftelijke opdracht van de
                                    gemeente, vindt onderzoek plaats door de GGD. </al><al>Het actief opsporen van niet geregistreerde kinderopvang is en
                                    blijft een taak van de gemeente.</al><tussenkop> 3.1.7 Wijzigingen kindcentra </tussenkop><al>Een houder is verplicht alle wijzigingen direct door te geven
                                    aan de gemeente. De gemeente verwerkt de gegevens na ontvangst
                                    in het LRKP en informeert de GGD over de wijzigingen. In overleg
                                    met de GGD wordt bepaald of de wijzigingen aanleiding geven tot
                                    een vervroegde reguliere inspectie. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Gastouders</label></kop><structuurtekst><al>Vanaf 2010 worden niet alleen gastouderbureaus geïnspecteerd maar
                                ook de gastouders zelf. Dit betekent dat ook gastouders
                                geregistreerd moeten zijn in het landelijk registerkinderopvang. Om
                                het toezicht op de gastouders beter te laten aansluiten bij de
                                verantwoordelijkheid van het gastouderbureau, controleert de GGD
                                vanaf 2012 jaarlijks een selectie van de gastouders.</al><al>Dit is onderdeel van de controle op het gastouderbureau. De selectie
                                gebeurt op basis van het risicoprofiel van het gastouderbureau.</al><tussenkop> 3.2.1 Inspectie gastouder </tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2012 zijn de Beleidsregels Werkwijze
                                    Toezichthouders komen te vervallen. Hiermee is de werkwijze van
                                    een gesplitst onderzoek in toetsingskader A (documentenanalyse
                                    TKA) en toetsingskader B (huisbezoek TKB) komen te vervallen.
                                    Ook heeft het ministerie van SZW besloten dat voor een nieuwe
                                    aanvraag voor een voorziening voor gastouderopvang geen
                                    onderscheid meer gemaakt wordt tussen de gastouderlocatie en de
                                    vraagouderlocatie. Dit betekent dat bij een nieuwe aanvraag
                                    (voor opname in het LRKP) een inspectie uitgevoerd wordt op het
                                    volledige toetsingskader (in ieder geval hetgeen je daarvan kan
                                    toetsen voor de start van de opvang). </al><al>Een inspectie start met een documenten controle. De GGD bekijkt
                                    dan of de gastouder beschikt over de vereiste papieren, namelijk
                                    diploma’s, EHBO-diploma’s en Verklaringen Omtrent het Gedrag
                                    (VOG). Als aan het eerste deel van het onderzoek niet wordt
                                    voldaan, kan de GGD besluiten geen onderzoek op locatie uit te
                                    voeren (tweede deel van het onderzoek), omdat de aanvraag al op
                                    grond van onjuiste documenten afgewezen kan worden. Indien wel
                                    wordt voldaan vindt (óók bij de vraagouderlocatie) een onderzoek
                                    op locatie plaats. Zowel de documentencontrole als het onderzoek
                                    op locatie moet plaatsvinden binnen 10 weken na ontvangst van de
                                    aanvraag.</al><tussenkop> 3.2.2 Wijzigingen gastouders </tussenkop><al>In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko)
                                    is in artikel 1.47 bepaald dat een houder van een kindercentrum
                                    of GOB onverwijld mededeling moet doen van wijzigingen in de
                                    gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt. In overleg met de
                                    GGD wordt bepaald of de wijzigingen aanleiding geven tot
                                    inspectie. Dit bijvoorbeeld is het geval bij verhuizing van het
                                    opvangadres naar een nieuwe locatie.</al><al>Het is vanaf 1 oktober 2012 wettelijk verplicht om alle
                                    opvanglocaties van een gastouder te registeren. Gastouders die
                                    op dit moment al in het LRKP staan en op meerdere opvanglocaties
                                    acties zijn moeten er samen met het gastouderbureau voor zorgen
                                    dat al deze opvanglocaties tussen 14 juni en 1 oktober 2012 bij
                                    de gemeente worden doorgegeven om te worden geregistreerd. De
                                    aanmelding en registratie van de extra opvanglocaties tussen 14
                                    juni en 1 oktober 2012 wordt beschouwd als een administratieve
                                    inhaalactie. Aanmeldingen van extra locaties na 1 oktober 2012
                                    worden gezien als een nieuwe aanvraag. In dat geval zal ook een
                                    GGD inspectie op deze locatie plaats vinden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Afspraken tussen gemeente en GGD</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente maakt jaarlijks afspraken met de GGD waarin onder meer
                                de volgende zaken zijn opgenomen: een overzicht van de te
                                inspecteren locaties, een planning van jaarlijkse inspecties en de
                                risicoprofielen. Ook wordt de raming voor het aantal inspecties van
                                nieuwe meldingen besproken, het aantal nadere en incidentele
                                onderzoeken en de wijze waarop de inspecties worden uitgevoerd.</al><al>De afspraken tussen de GGD en de gemeente worden contractueel
                                vastgelegd. Indien er naast de jaarlijkse inspecties op basis van de
                                risicoprofielen nog extra inspecties benodigd zijn wordt gebruik
                                gemaakt van het opdrachtformulier van de GGD. Afspraken tussen de
                                gemeente en de GGD over het uurtarief worden gemaakt in het Algemeen
                                Bestuur (AB) van de GGD.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4.Overleg en overreding</label></kop><structuurtekst><al>De VNG heeft het initiatief genomen om overleg en overreding procedureel
                            te ontwikkelen. Overleg houdt een gesprek in tussen toezichthouder (GGD)
                            en houder om een geconstateerde overtreding op te lossen. Overreding
                            houdt het beïnvloeden van de houder door de toezichthouder (GGD) in om
                            iets te doen (oplossen van een geconstateerde overtreding, de houder
                            overtuigen de tekortkoming op te lossen. Overleg en overreding omvat die
                            acties van de toezichthouder waarin de toezichthouder, binnen de tijd
                            van het opstellen van het inspectierapport, probeert de houder
                            geconstateerde overtredingen alsnog te laten oplossen. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.1 Doel</label></kop><structuurtekst><al>Het doel van overleg en overreding is overtredingen vroegtijdig en
                                informeel op te lossen met de houder. Met deze wijze wordt de
                                kwaliteit van de opvang bevorderd en kan handhaving in sommige
                                gevallen voorkomen worden. Het is de professionele afweging van de
                                inspecteur om overleg en overreding in te zetten. Het gaat vooral om
                                die overtredingen waarvan de inspecteur verwacht dat de houder deze
                                voor het indienen van de zienswijze kan oplossen. Overleg en
                                overreding zijn daarmee niet geschikt voor iedere overtreding. Zo
                                zijn steeds terugkerende overtredingen op dezelfde domeinen,
                                overtredingen op domein 4 “Accommodatie” en domein 5 “Groepsgrootte
                                en beroepskracht-kind-ratio” geen onderwerpen waarop overleg en
                                overreding toepasbaar is.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Toepassen overleg en overreding</label></kop><structuurtekst><al>In principe is overleg en overreding toe te passen bij elke vorm van
                                inspectie met uitzondering van het nader onderzoek omdat hierbij
                                sprake is van een herinspectie op overtredingen van een vorige
                                inspectie. Overleg en overreding valt binnen de gebruikelijke
                                inspectie-uren. Het kan in een incidentele situatie voorkomen dat,
                                na overleg met de gemeente, extra uren in rekening gebracht
                                worden.</al><al>Overleg en overreding kan enkel plaatsvinden in de ‘conceptfase’.
                                Met conceptfase wordt bedoeld: Het moment tussen het
                                ‘inspectiebezoek’ en de ‘Hoor en Wederhoor’. Ondanks dat er overleg
                                en overreding plaatsvindt, wordt er wel direct na het
                                inspectiebezoek een conceptrapport opgesteld en verstuurd naar de
                                houder. Het uitwerken van het conceptrapport wordt niet uitgesteld,
                                omdat dit teveel vertraging teweeg zou brengen. In het concept
                                rapport geeft de toezichthouder in de “Beschouwing” een nadere
                                uitleg over het inzetten van Overleg en Overreding. In het
                                definitieve rapport wordt dit aangevuld met de resultaten in het
                                “Advies aan de gemeente”. </al><al>Bijlage I bevat een nadere uitwerking van overleg en overreding.
                            </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5.Rapportage</label></kop><structuurtekst><al>Van alle in hoofdstuk 3 genoemde inspecties stelt de GGD, eventueel na
                            overleg en overreding, binnen zes weken na het bezoek een conceptrapport
                            op (m.u.v. een onderzoek na aanvraag registratie). Binnen twee weken na
                            verzending van het conceptrapport vindt de hoor- en wederhoorfase plaats
                            en heeft de houder de mogelijkheid een zienswijze aan te leveren. De GGD
                            geeft na het opstellen van het conceptrapport de houder vier weken
                            waarin zij een zienswijze kunnen indienen of het herstel aan kunnen
                            tonen. De toezichthouder kan hiervoor een zienswijze ontvangen, soms
                            voorzien van aangepaste documenten. In het “Advies aan gemeente”
                            beschrijft de toezichthouder welke documenten ontvangen zijn. Na
                            vaststelling van het rapport wordt het verzonden naar de gemeente en de
                            houder. Het rapport bevat een handhavingsadvies van de GGD.</al><al>De ambtenaar kinderopvang verzorgt de handhaving. De ambtenaar kan
                            contact opnemen met de betreffende toezichthouder indien er vragen zijn.
                            De houder dient het rapport op zijn/haar website te plaatsen en
                            beschikbaar te maken in het kindcentrum. De GGD plaatst de
                            inspectierapporten in de online handhavingsomgeving GIR-Handhaven
                            (Gemeenschappelijke Inspectie Ruimte). De ambtenaar kan in deze online
                            omgeving (indien van toepassing) het handhavingstraject aanmaken.</al><al>Uitsluitend bij een incidentele inspectie kan het voorkomen dat de aard
                            of omvang van het onderzoek zich tegen een openbare rapportage verzet.
                            De GGD zal hierover overleg voeren met de gemeente waarna de gemeente op
                            advies van de GGD kan besluiten het rapport niet openbaar te maken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6.Handhaving kinderopvang</label></kop><structuurtekst><al>De kwaliteitseisen waaraan de houder van een kindercentrum, een
                            gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang moet voldoen, worden
                            geregeld in:</al><lijst><li nr="-"><al>de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko)
                                    ;</al></li><li nr="-"><al>het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen;</al></li><li nr="-"><al>de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012;
                                </al></li><li nr="-"><al>de Tijdelijke Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en
                                    peuterspeelzalen 2012*</al></li></lijst><al><cursief>* Voor de VOG-eis voor stagiaires en uitzendkrachten zijn nog
                                ‘Tijdelijke beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
                                2012’ opgesteld. In de loop van dit jaar (verwacht wordt rond
                                oktober) wordt deze eis middels een wetswijziging in de Wko
                                opgenomen. Hierop is in al geanticipeerd, gezien de toelichting op
                                deze wetswijziging (kamerstuk 33212, nummer 5), mag dit ook. Hierin
                                staat dat er al op de invoering van deze regel vooruitgelopen zal
                                worden om de toezichtspraktijk niet te ontregelen.</cursief></al><al/><al>Indien de houder niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen, begint na
                            ontvangst van het inspectierapport van de GGD het handhavingtraject. De
                            gemeente streeft er naar om binnen vier weken het handhavingstraject in
                            te zetten. Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart
                            afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang.
                            Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van
                            toepassing op een geconstateerde overtreding, maar zal telkens afgewogen
                            worden of toepassing onder meer proportioneel is. Het college kan in
                            alle gevallen gemotiveerd afwijken van het GGD-advies.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>6.1 Sancties</label></kop><structuurtekst><al>Binnen de handhaving kunnen verschillende typen sancties
                                onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende
                                sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en daarom kunnen
                                sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden
                                opgelegd.</al><al>Herstellende sancties:</al><lijst><li nr="·"><al>Schriftelijk bevel</al></li><li nr="·"><al>Schriftelijke aanwijzing</al></li><li nr="·"><al>Last onder dwangsom</al></li><li nr="·"><al>Last onder bestuursdwang</al></li><li nr="·"><al>Exploitatieverbod</al></li><li nr="·"><al>Verwijdering uit het LRKP</al></li></lijst><al>Bestraffende sancties:</al><al>·Bestuurlijke boete</al><al>De verschillende sancties worden nader beschreven in bladzijde 2 tot
                                en met 11 van Bijlage II Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en
                                peuterspeelzalen 2012 VNG.</al><al/><al>Schriftelijke waarschuwing </al><al>Bij lichte overtredingen kan er door de gemeente voor worden gekozen
                                om voorafgaande aan het opleggen van een sanctie, een schriftelijke
                                waarschuwing af te geven aan de houder. Hierin wordt de houder van
                                het kindercentrum erop gewezen dat er een tekort is geconstateerd en
                                wordt verzocht om dit binnen een gestelde termijn te herstellen. </al><al>De schriftelijke waarschuwing verschilt van de schriftelijke
                                aanwijzing, omdat deze geen juridische gevolgen heeft. Een
                                schriftelijke aanwijzing daarentegen heeft deze wel. Daarin wordt
                                aangekondigd dat indien het tekort binnen een bepaalde termijn niet
                                is hersteld een herstelsanctie zal worden opgelegd, zoals een last
                                onder dwangsom, bestuursdwang of een bestuurlijke boete. De
                                schriftelijke aanwijzing volgt op de schriftelijke waarschuwing
                                wanneer blijkt dat de verlangde verbetering niet is opgetreden.</al><al>Opgemerkt wordt dat in de praktijk zo veel mogelijk getracht wordt
                                om via een schriftelijkewaarschuwing en overleg door de GGD de
                                gewenste situatie te bereiken. De bedoeling vanhet handhavingsbeleid
                                is om kwalitatief goede kinderopvang te realiseren en in stand
                                tehouden en natuurlijk niet het opleggen van sancties.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.2 Verscherpt toezicht</label></kop><structuurtekst><al>Indien een kinderopvangcentrum of gastouder bij meerdere inspecties
                                tekortkomingen heeft getoond en geen blijk geeft van verbetering dan
                                kan het onder verscherpt toezicht worden gesteld. Dit besluit ligt
                                bij B&amp;W. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.3 Prioriteitstelling</label></kop><structuurtekst><al>Prioriteitstelling is nodig omdat niet elke overtreding
                                gesanctioneerd kan worden. Prioriteitsstelling maakt het makkelijker
                                om consequent op te treden. Voor de prioritering maakt de gemeente
                                Reusel-De Mierden gebruik van het Afwegingsmodel handhaving
                                kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 van de VNG (zie bijlage II).
                                De zwaarte van de prioritering komt tot uiting in de hersteltermijn.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.4 Afspraken met gemeentelijke toezichthouders</label></kop><structuurtekst><al>Naast de eisen van de Wko gelden ook eisen uit andere wet- en
                                regelgeving waarop wordt toegezien door toezichthouders. </al><lijst><li nr="-"><al>De vestiging van een kindercentrum mag niet in strijd zijn
                                        met de voorschriften van het bestemmingsplan.</al></li><li nr="-"><al>Voor de bouw van een nieuwe locatie of bij ingrijpende
                                        verbouwingen om een bestaand pand geschikt te maken als
                                        opvanglocatie is een bouwvergunning nodig. </al></li><li nr="-"><al>Voor alle locaties waar 10 of meer kinderen worden
                                        opgevangen, geldt dat een gebruiksvergunning noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst><al>Met het oog op deze eisen informeert de gemeente behalve de GGD ook
                                de afdeling Ruimte en de brandweer over elke melding (inclusief
                                wijzigingen) en registratie van een kinderopvangvoorziening. Op deze
                                wijze kunnen de betreffende toezichthouders snel in actie komen
                                indien nodig. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Overleg en overreding (behorend bij hoofdstuk 4)</titel></kop><al/><al>Wanneer is overleg en overreding in te zetten? </al><lijst><li nr="·"><al>Bij overtredingen waarbij sprake is van ‘papieren’ zaken en geen
                            ‘praktijk’ zaken. Dit betreft kleine zaken die tijdens een conceptfase
                            door de houder kunnen worden aangepast. Te denken valt onder andere aan:
                            protocol kindermishandeling, pedagogisch beleidsplan, aanmelding
                            klachtencommissie, handtekeningen ontbreken bij een reglement
                            oudercommissie, etc.</al></li><li nr="·"><al>VOG’s en diploma’s die niet op orde zijn, komen niet in aanmerking voor
                            overleg en overreding. </al></li></lijst><al>GGD-BZO heeft een interne afspraak dat als VOG’s en diploma’s niet op een
                    locatie aanwezig zijn, maar bijv. op het hoofdkantoor van een kinderopvang
                    instelling, deze precies binnen 1 week na de inspectiedatum door de
                    toezichthouder ontvangen dienen te zijn. </al><al/><al>Criteria voor de afweging om overleg en overreding niet toe te passen </al><al>Er zijn enkele afwegingen op basis waarvan de toezichthouder kan beslissen geen
                    overleg en overreding in te zetten:</al><lijst><li nr="1."><al>koepels met steeds dezelfde overtredingen,</al></li><li nr="2."><al>kindercentra met veel overtredingen waarbij niet gehandhaafd is,</al></li><li nr="3."><al>geen proactieve houding van houder om kwaliteit te verbeteren,</al></li><li nr="4."><al>geen overleg en overreding jaarlijks op dezelfde voorwaarden
                            toepassen</al></li><li nr="5."><al>nieuwe centra en/of houders,</al></li><li nr="6."><al>inspectiegeschiedenis met veel overtredingen.</al></li></lijst><al>De gevolgen voor het definitieve inspectierapport bij toepassing van overleg en
                    overreding</al><al>Het oordeel betreffende een voorwaarde waaraan tijdens de inspectie niet wordt
                    voldaan, verandert niet nadat er overleg en overreding heeft plaatsgevonden. Een
                    ‘nee’ blijft een ‘nee’ in het rapport. </al><al/><al>Vermelding in het rapport van overleg en overreding. </al><lijst><li nr="·"><al>In het inspectierapport wordt in de “Beschouwing“ vermeld dat er overleg
                            en overreding plaats heeft gevonden in de conceptfase. Tevens wordt kort
                            en bondig toegelicht wat dit inhoudt.</al></li><li nr="·"><al>In het ”Advies aan gemeente” wordt in het definitieve rapport een
                            beschrijving gegeven aan welke voorwaarden de houder voldaan heeft nadat
                            er overleg en overreding heeft plaatsgevonden. Voldoet de houder wel of
                            niet en waarom. Op deze wijze wordt de gemeente geïnformeerd welke
                            inspanningen de houder ná de inspectie heeft verricht om in een later
                            stadium aan de betreffende voorwaarde(n) te voldoen.</al></li><li nr="·"><al>De toezichthouder vinkt in het definitieve rapport echter wel aan:
                            “Handhaven conform handhavingsbeleid”. Zodat de gemeente weet dat er
                            zaken tijdens de conceptfase niet op orde waren en de gemeente dit terug
                            kan lezen in het rapport. Onderzocht wordt of er een extra toevoeging
                            gemaakt kan worden met “Niet handhaven, overtredingen zijn middels
                            overleg en overreding opgelost".</al><al/></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage II: Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen
                        2012 VNG (niet opgenomen, te raadplegen op www.reuseldemierden.nl)</titel></kop><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>