<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21298_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening Oldebroek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 19-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Oldebroek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 14</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVV</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Oldebroek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Monumentenverordening Oldebroek </vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2.2 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht;;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Monumentenverordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>monument:</al><lijst><li nr="a."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr="b."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak als bedoeld onder a.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel
                                1, onder b.</al></li><li nr="3."><al>gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                is aangewezen;</al></li><li nr="4."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                                overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken;</al></li><li nr="5."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li><li nr="6."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel
                                wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al></li><li nr="7."><al>monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie met
                                als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren
                                over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het
                                monumentenbeleid;</al></li><li nr="8."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit
                                van een monument;</al></li><li nr="9."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij
                                advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                                vragen van dit advies achterwege blijven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                                monument bepalen dat een bouwhistorisch onderzoek wordt
                                verricht.</al></li><li nr="4."><al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                                aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie Gelderland.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                                adviesaanvraag.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt
                                medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                                kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschrevenen hypothecaire
                                schuldeisers.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de datum waarop de mededeling heeft plaatsgevonden
                                tot het moment van registratie als gemeentelijk monument als bedoeld
                                in artikel 6, zijn de artikelen 10 tot en met 17 van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><al>1. Het college registreert het gemeentelijk monument op de gemeentelijke
                        monumentenlijst.</al><al>2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                        datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een
                        beschrijving van het gemeentelijk monument.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, tweede tot en met het vierde lid, alsmede artikel 4 zijn
                                van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van
                                artikel 3, tweede tot en met het vierde lid, alsmede artikel 4,
                                eerste lid, achterwege.</al></li><li nr="4."><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></li><li nr="3."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                aangetekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                        vernielen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in
                                gevaar gebracht.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag vraagt advies aan de monumentencommissie voordat
                                zij beslist op de aanvraag op grond van artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Binnen 4 weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie
                                schriftelijk advies uit aan het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                        vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met
                        de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
                        wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                        geding zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                        onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld
                                        in artikel 10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                        zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt
                                        gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                                monumentencommissie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd
                                rijksmonument aan de monumentencommissie.</al></li><li nr="2."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als
                                        bedoeld in artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                        vergunning als bedoeld in artikel 10;</al><al>schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet
                                        geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd
                                        gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen
                                        schadevergoeding toe.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening,
                        wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het bevoegd gezag aan te wijzen
                        personen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op een aanvraag die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze verordening
                        van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de
                        bepalingen van de Monumentenverordening 2005 Oldebroek van toepassing, zoals
                        die luidde vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te
                        kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de
                        Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Monumentenverordening
                        Oldebroek.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 30 juni 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>