<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR212893_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blik op Barendrecht, 20-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2012-08-29">Gemeentwet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004471&amp;artikel=12&amp;g=2012-08-29">Monumentenwet 1988, art. 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004471&amp;artikel=14&amp;g=2012-08-29">Monumentenwet 1988, art. 14</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0004471&amp;artikel=15&amp;g=2012-08-29">Monumentenwet 1988, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-09-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>338815</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en bekendgemaakt als onderdeel van het verzamelbesluit ‘Verordening implementatie Wet elektronische bekendmaking 2012\Raad’. Artikel 24 bevat inwerkingtredeingsbepalingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20150</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Barendrecht;</al><al/><al>overwegende, dat de wijzigingen door de inwerkingtreding van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht nog niet in de Monumentenverordening Gemeente
                        Barendrecht 2007 zijn verwerkt; </al><al/><al>gezien het advies van de monumentencommissie;</al><al/><al>gelet op ;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ;</al><al/><al/><al>besluit:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007 in te
                                trekken;</al></li><li nr="2."><al>Vast te stellen de Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2011
                                als volgt luidende:</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>A.</label><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument: </al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr="2."><al> terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                        aanwezige zaak als bedoeld onder 1; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel
                                a, onder 2; </al></li><li nr="c."><al> gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                is aangewezen; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                                overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken;</al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li><li nr="f."><al> kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel
                                wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; </al></li><li nr="g."><al>monumentencommissie: de op basis van art. 15, lid 1 Monumentenwet
                                1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                1988 , de verordening en het monumentenbeleid. </al></li><li nr="h."><al> bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit
                                van een monument.</al></li><li nr="i."><al> dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang
                                zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of
                                structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of
                                cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer
                                monumenten bevinden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>B.</label><titel>Het monument</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al> Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                            monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij
                            advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                            vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                            monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing
                            van een gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                            aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in
                            artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van
                            artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de
                            monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                            ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van
                            de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                            adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al> De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan
                        en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                            monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                            datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en
                            een beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                            belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
                            betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede
                            tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                            monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, vierde en
                            vijfde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Voordat het
                            college over het intrekken van de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
                            zij advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt
                            gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 4 van de
                            monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                            aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al> Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al> Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften: </al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in
                                gevaar gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning als
                            bedoeld in artikel 10 is de reguliere voorbereidingsprocedure van
                            toepassing conform paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om een vergunning voor een gemeentelijk monument aan de
                            monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen twee weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de
                            monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college niet besluit binnen de (in artikel 3.9 van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht) gestelde termijn, wordt de
                            vergunning geacht te zijn verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al> Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                        vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met
                        de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
                        wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                        geding zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Conform artikel 2.33 en 2.33a van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht kan de vergunning door het college worden ingetrokken
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen drie jaar van de vergunning gebruik wordt
                                    gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van de monumentenzorg
                                    zwaarder moet wegen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                            monumentencommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning is de
                            uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing conform paragraaf 3.3
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                            monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                            twee weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het derde lid genoemde termijn wordt de
                            monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>C.</label><titel>Het beschermde dorpsgezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanwijzing beschermd dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een dorpsgezicht aanwijzen als beschermd
                            dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt vraagt zij
                            advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond
                            van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond
                            van de Monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                            ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van
                            de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na de
                            adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 15 wordt meegedeeld aan degene die als
                        zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de
                        ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het beschermde dorpsgezicht op de gemeentelijke
                            monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduidingen, de
                            datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermd
                            dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte
                            cultuurhistorische waarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                            verstande dat aan artikel 8, tweede lid nog toegevoegd wordt artikel 35
                            van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd dorpsgezicht
                            een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de ruimtelijke
                            ordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht wordt door
                            het college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als
                            beschermd plan in de zin van het eerste lid kunnen worden
                            aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het college de gemeenteraad terzake een voorstel doet, wordt de
                            monumentencommissie gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                            ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbodsbepaling/vergunningsvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In een beschermd dorpsgezicht is het verboden een bouwwerk geheel of
                                gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning
                                van het college.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een
                                aanschrijving van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                zijn, totdat een beschermd dorpsgezicht onherroepelijk is geworden,
                                de artikelen 9 t/m 13 van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>D.</label><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die
                                    redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
                                    blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar
                                    billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                            verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49
                            van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al> Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 en 20 van deze
                        verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de in artikel 141 van het Wetboek van
                            Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten
                            treedt zij in werking op de achtste dag na bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Monumentenverordening 2002, voor zover het betreft bepalingen over
                            gemeentelijke monumenten, vervalt op het moment van inwerkingtreding van
                            de Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Monumentenverordening 2002, vastgesteld bij besluit van de raad van
                            28 januari 2002, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                            rijksmonumenten, vervalt op het moment van inwerkingtreding van de
                            Monumentenverordening Gemeente Barendrecht 2007 overeenkomstig art. 15
                            lid 2, Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de
                            ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht
                            geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aanvragen om vergunningdie zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                            van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het
                            tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening Gemeente
                        Barendrecht 2007’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Barendrecht</ondertekening><ondertekening>van </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier De voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Mevrouw mr. G.E. Figge drs. J. van Belzen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Barendrecht/i130826.pdf">toelichting bij Monumentenverordening 2007</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>