<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>212876_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gedragscode politiek ambtsdragers</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-29+02:00</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Woerdense Courant 18 april 2012	 </dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:alternative>Gedragscode politiek ambtsdragers</dcterms:alternative><dcterms:issued>2012-03-29+02:00</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-19+02:00</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>	2012/13	 </overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al> Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Woerden,</al><al> gelezen het voorstel d.d. 20 maart 2012 van burgemeester en wethouders;
                        gelet op het bet bepaalde in de Gemeentewet;</al><al> besluit;</al><al> vast te stellen de "Verordening Gedragscode politiek ambtsdragers"</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al> Integer handelen is niet alleen te vatten in regels, voorschriften en
                            deze Gedragscode. Het gaat ook om de uitgangspunten die voor dat
                            handelen worden gehanteerd. Daarom worden eerst de waarden genoemd die
                            een politiek ambtsdrager als toetssteen moet gebruiken om zijn handelen
                            aan te meten. 1. - Betrouwbaarheid Op een politiek ambtsdrager moet men
                            kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie
                            waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor
                            het doel waarvoor die zijn gegeven. 2. - Openheid Het handelen van een
                            politiek ambtsdrager is transparant, zodat optimale verantwoording
                            mogelijk is en controlerende instanties volledig inzicht hebben in het
                            handelen en zijn beweegredenen daarbij. 3. - Onafhankelijkheid Het
                            handelen van een politiek ambtsdrager wordt gekenmerkt door
                            onafhankelijkheid, dat wil zeggen dat er geen vermenging plaatsvindt van
                            het publiek belang en het persoonlijk belang of dat van derden en dat
                            ook iedere schijn van vermenging wordt vermeden. 4. - Zorgvuldigheid Het
                            handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle organisaties
                            en burgers op gelijke wijze met respect worden bejegend en dat alle
                            belangen op correcte wijze worden afgewogen. 5. - Dienstbaarheid Het
                            handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht op
                            het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daarvan
                            onderdeel zijn. </al><al> 6. - Functionaliteit Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft
                            een herkenbaar verband met de functie en is voor degenen met wie hij
                            contact heeft uitdrukkelijk benoemd.</al><al></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al> De uitgangspunten die zijn genoemd in afdeling I worden nu uitgewerkt
                            in een algemeen toetsingskader voor bestuurlijk handelen. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al> 1. Onder bestuurder wordt verstaan: burgemeester of wethouder.</al><al> 2. Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en
                            wethouders.</al><al> 3. Onder raadslid wordt verstaan: raadslid of fractieassistent.</al><al> 4. Onder presidium wordt verstaan: het periodiek overleg van
                            fractievoorzitters over de huishouding en agendavorming van de
                            raad.</al><al> 5. Deze Gedragscode geldt voor bestuurders, raadsleden en
                            fractieassistenten, tezamen genoemd politiek ambtsdrager.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belangenverstrengeling</titel></kop><al> 1. Een politiek ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen in
                            ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen
                            onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager voorkomt bij zijn handelen te allen tijde
                            (de schijn van) bevoordeling van zichzelf dan wel derden. Een bestuurder
                            vertegenwoordigt de gemeente in onderhandelingen en zakelijke gesprekken
                            altijd in het bijzijn van een ambtenaar.</al><al> 3. Een politiek ambtsdrager onthoudt zich van deelname aan
                            besluitvorming over een aanbieder van diensten, werken of leveringen aan
                            de gemeente, waarmee hij persoonlijke betrekkingen heeft.</al><al> 4. Een politiek ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten,
                            werken of leveringen aan de gemeente geen aangeboden faciliteiten of
                            diensten, waar geen redelijke vergoeding tegenover staat, aan die zijn
                            onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen
                            beïnvloeden.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nevenfuncties</titel></kop><al> 1. Een politiek ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die strijdig
                            kunnen zijn met het belang van de gemeente.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager meldt al zijn nevenfuncties en geeft
                            daarbij aan of de functie wel of niet bezoldigd is.</al><al> 3. De kosten die een politiek ambtsdrager maakt in verband met een
                            nevenfunctie uit hoofde van zijn ambt, worden niet vergoed door de
                            gemeente, tenzij deze bij de organisatie waar de nevenfunctie wordt
                            uitgeoefend niet voor vergoeding in aanmerking komen.</al><al> 4. Een bestuurder of raadslid die een nevenfunctie wil vervullen anders
                            dan uit hoofde van zijn ambt, bespreekt dit voornemen in het college
                            respectievelijk de raad.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Informatie</titel></kop><al> 1. Een politiek ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met de
                            informatie waar hij uit hoofde van zijn functie over beschikt. Hij maakt
                            daarbij aan derden duidelijk wat zijn functie is.</al><al> 2. Een politiek ambtsdrager houdt geen informatie achter, tenzij hij
                            daartoe gehouden is op grond van de Wet openbaarheid bestuur of de
                            Gemeentewet.</al><al> 3. Een politiek ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten behoeve
                            van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van informatie, waarover hij
                            in zijn hoedanigheid van politiek ambtsdrager beschikt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Geschenken en uitnodigingen</titel></kop><al> 1. Een politiek ambtsdrager is zich voortdurend bewust van zijn positie
                            ten opzichte van zijn omgeving. Als hij (met inachtneming van lid 2 en
                            3) geschenken aanneemt, aanbiedingen of uitnodigingen aanvaardt, zal hij
                            te allen tijde voorkomen dat zijn onafhankelijke positie daardoor wordt
                            beïnvloed of de schijn daarvan wordt gewekt.</al><al> 2. Aanbiedingen en uitnodigingen kunnen door bestuurders worden gemeld
                            in het college en door raadsleden het presidium. Bestuurders en
                            raadsleden betrekken bij hun beslissing het standpunt van
                            respectievelijk college of het presidium.</al><al> 3. Als een bestuurder of raadslid twijfelt of aanvaarding van een
                            geschenk zijn onafhankelijke positie in het gedrang kan brengen, meldt
                            hij dit in respectievelijk het college of het presidium. Er worden dan
                            afspraken gemaakt over wat met het betreffende geschenk wordt gedaan.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Declaraties</titel></kop><al> 1. Een politiek ambtsdrager declareert geen kosten die al op een andere
                            wijze worden vergoed.</al><al> 2. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vast te stellen
                            administratieve procedure.</al><al> 3. Gemaakte kosten worden binnen drie maanden gedeclareerd.</al><al> 4. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke
                            administratieve afhandeling en registratie van declaraties van
                            bestuurders; de gemeentesecretaris tekent voor akkoord. De griffier is
                            dat voor de raadsleden; de griffier tekent voor akkoord.</al><al> 5. In geval van twijfel omtrent een declaratie wordt deze voorgelegd
                            aan de burgemeester. Zo nodig gaat de declaratie ter besluitvorming aan
                            het college, dan wel het presidium indien het raadsleden betreft.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Reizen</titel></kop><al> 1. Een bestuurder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn
                            functie een verre reis (is meer dan 250 kilometer vanaf Woerden) te
                            maken, heeft toestemming nodig van het college.</al><al> 2. Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                            informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                            beleidsoverwegingen en de geraamde kosten.</al><al> 3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                            derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst op
                            het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang is
                            doorslaggevend voor de besluitvorming.</al><al> 4. De kosten van eventueel meereizende ambtenaren komen ten laste van
                            de gemeente.</al><al> 5. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                            niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten wordt in dat
                            geval bij de besluitvorming van het college betrokken.</al><al> 6. Het verlengen van reizen voor privédoeleinden is toegestaan, mits
                            dit is betrokken in de besluitvorming van het college. De extra reis- en
                            verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebruik gemeentelijke eigendommen</titel></kop><al> 1. Gebruik van gemeentelijke eigendommen voor privédoeleinden is niet
                            toegestaan.</al><al> 2. Bestuurders dan wel raadsleden kunnen op basis van een overeenkomst
                            ter zake voor zakelijk gebruik een computer in bruikleen ter beschikking
                            krijgen.</al><al> 3. Overigens zijn de voorschriften van toepassing die zijn of worden
                            vastgelegd bij het gebruik van gemeentelijke eigendommen.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Klachten</titel></kop><al> 1. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
                            van een bestuurder, raadslid, fractieassistent of ambtenaar, bespreekt
                            hij deze met de burgemeester.</al><al> 2. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
                            van de burgemeester, bespreekt hij deze met de plaatsvervangend
                            voorzitter van de raad.</al><al> 3. Een burger of organisatie kan klachten over de integriteit van
                            politiek ambtsdragers bij de burgemeester indienen. Klachten over de
                            integriteit van de burgemeester zelf kunnen worden ingediend bij de
                            plaatsvervangend voorzitter van de raad.</al><al> 4. De burgemeester respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter van
                            de raad stellen een procedure van behandeling van deze klachten
                            vast.</al><al> 5. Indien de inhoud van de klacht daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            besproken in het college respectievelijk de raad.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al></al><al> 1. In gevallen waarin de Gedragscode niet voorziet of waarbij de
                            toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium
                            dan wel het college.</al><al> 2. Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze is bekend
                            gemaakt en kan worden aangehaald als ”Gedragscode politiek ambtdragers”.
                        </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 maart 2012,</al><al> de griffier, de voorzitter,</al><al> E.M. Geldorp mr. H.W. Schmidt</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr></nr><titel></titel></kop><al>Artikelsgewijze toelichtingArtikel 2 BelangenverstrengelingDit artikel is de
                    uitwerking van het uitgangspunt onafhankelijkheid.Om te voorkomen dat
                    belangenverstrengeling ontstaat of de schijn daarvan gewekt wordt, is in dit
                    artikel een aantal concrete normen vastgelegd.In het eerste lid is vastgelegd
                    dat een politiek ambtsdrager zijn financiële belangen in ondernemingen en
                    organisaties meldt. Bij een financieel belang moet gedacht worden aan het zijn
                    van eigenaar, aandeelhouder, of stille vennoot van een bedrijf. Niet alle
                    financiële belangen hoeven te worden gemeld. Het gaat alleen om die bedrijven
                    waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt.De gemelde financiële
                    belangen worden openbaar gemaakt, op dezelfde wijze als nevenfuncties openbaar
                    worden gemaakt.Het tweede lid schrijft voor dat een bestuurder de gemeente niet
                    mag vertegenwoordigen in onderhandelingen en zakelijke gesprekken zonder een
                    ambtenaar aan zijn zijde. Zou een bestuurder dergelijke gesprekken alleen voeren
                    dan is hij kwetsbaar voor suggesties van bevoordeling. Dat voorgesteld wordt een
                    ambtenaar aanwezig te laten zijn, is daarom ter bescherming van de
                    bestuurder.Het derde en vierde lid lijken vanzelfsprekend, maar worden toch
                    nadrukkelijk vastgelegd. Normen en waarden die verband houden met integriteit
                    zijn er immers niet alleen voor een politiek ambtsdrager om de grenzen aan te
                    geven, maar ook voor de burger. Het derde lid is streng geformuleerd: ook
                    wanneer een politiek ambtsdrager van mening is dat hij zijn persoonlijke
                    betrekkingen goed kan scheiden van zijn verantwoordelijkheid als lid van het
                    gemeentebestuur, moet hij zich toch onthouden van stemming. De schijn van
                    belangenverstrengeling kan ook schadelijk zijn voor de gemeente, maar ook voor
                    de politiek ambtsdrager zelf.Artikel 3 NevenfunctiesIn artikelen 12, 41b en 67
                    van de Gemeentewet worden regels gesteld over nevenfuncties. Deze bepaling is
                    een aanvulling op de wet. Transparantie over nevenfuncties is belangrijk in het
                    kader van de uitgangspunten onafhankelijkheid en dienstbaarheid. Het dienen van
                    het gemeentelijk belang wordt zo belangrijk geacht, dat dit de eerste prioriteit
                    moet zijn van al diegenen die deel uitmaken van het gemeentelijk bestuur. Daarom
                    bevat lid 1 de regel dat een nevenfunctie van een politiek ambtsdrager niet
                    strijdig mag zijn met het belang van de gemeente. Nevenfuncties die een politiek
                    ambtsdrager al vervult op het moment dat hij aantreedt moeten worden gemeld
                    middels de geloofsbrieven. Wil een bestuurder of raadslid gedurende zijn termijn
                    een nevenfunctie aanvaarden, die niet uit hoofde van zijn ambt vervuld moeten
                    worden, dan dient hij dit eerst te bespreken in het college respectievelijk de
                    raad. Er kan dan collectief een afweging worden gemaakt of de nevenfunctie
                    verenigbaar is met het dienen van het gemeentelijk belang.In aanvulling op de
                    Gemeentewet wordt niet alleen gevraagd dat alle nevenfuncties gemeld worden,
                    maar ook dat daarbij wordt aangegeven of deze bezoldigd zijn. Hiermee wordt
                    aangesloten op de landelijke discussie over bijverdiensten van bestuurders. Er
                    wordt overigens niet gevraagd aan te geven hoeveel er verdiend wordt, maar
                    alleen of de nevenfunctie bezoldigd is.De Gemeentewet schrijft voor dat
                    nevenfuncties openbaar gemaakt worden. Naast de ter inzage legging op het
                    gemeentehuis zal er tevens op internet een pagina worden ingericht waar dit te
                    raadplegen is.Lid 3 bevat een aanvulling op de Gemeentewet die wel aangeeft wat
                    er met de verdiensten van zogenaamde qualitate qua functie moet gebeuren, maar
                    niets regelt over de kosten die in dat verband gemaakt worden.Artikel 4
                    InformatieIn dit artikel worden de uitgangspunten openheid en betrouwbaarheid
                    uitgewerkt. Een politiek ambtsdrager beschikt uit hoofde van zijn functie over
                    veel informatie. De overheid dient transparant en open te werken, daarom
                    schrijft de Wet openbaarheid van bestuur voor dat in beginsel alle bestuurlijke
                    informatie openbaar is. Tegelijkertijd geeft die wet ook ruimte informatie
                    vertrouwelijk te behandelen als de privacy daardoor geschonden wordt of in die
                    wet genoemde belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. Op dit snijvlak moet
                    een politiek ambtsdrager zich bewegen en dat is niet altijd gemakkelijk. Daar
                    geeft de gedragscode een handvat.Voorop staat dat bestuurlijke informatie in
                    principe openbaar is. Informatie die een burger of bedrijf verstrekt, in
                    bijvoorbeeld een zakelijk gesprek of onderhandeling, valt niet onder
                    bestuurlijke informatie en moet daarom vertrouwelijk behandeld worden. In ieder
                    geval is het niet de bedoeling dat een politiek ambtsdrager informatie, die hij
                    uit hoofde van zijn functie heeft, gebruikt buiten zijn functie.Artikel 5
                    Geschenken en uitnodigingenDoor een geschenk of uitnodiging te aanvaarden kan
                    een politiek ambtsdrager zijn onafhankelijkheid verliezen. Een bedrijf dat
                    bijvoorbeeld een uitnodiging voor een golfclinic verstuurt of een kistje wijn
                    laat bezorgen doet dat om de relatie met de gemeente of die bestuurder of dat
                    raadslid te versterken.Zo bezien moet ieder geschenk en elke uitnodiging met de
                    nodige zorgvuldigheid beoordeeld worden. Of die politiek ambtsdrager zich
                    daardoor daadwerkelijk laat beïnvloeden doet dan minder ter zake; voor de
                    buitenwereld kan al snel het beeld ontstaan dat van beïnvloeding sprake is. Dat
                    beeld is op zichzelf al schadelijk, zowel voor de gemeente als voor de betrokken
                    politiek ambtsdrager.In het eerste lid staat de hoofdregel: de onafhankelijke
                    positie van een politiek ambtsdrager moet worden gewaarborgd. Beïnvloeding en
                    zelfs de schijn daarvan moet worden vermeden. Als een politiek ambtsdrager het
                    aannemen van een geschenk of uitnodiging in dit licht onverstandig acht, zou hij
                    moeten weigeren.Een aanbieding of uitnodiging kan worden gemeld, dit wordt aan
                    de verantwoordelijkheid van de politiek ambtsdrager overgelaten. Bestuurders
                    melden dit bij het college en raadsleden bij het presidium. Een geschenk wordt
                    gemeld wanneer een politiek ambtsdrager twijfelt over het aanvaarden daarvan. De
                    beslissing of het geschenk aanvaard kan worden, wordt dan in het college of het
                    presidium genomen.Artikel 6 DeclaratiesEen raadslid declareert geen kosten bij
                    de gemeente tenzij er vooraf besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
                    Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vast te stellen
                    administratieve procedure. Een declaratie wordt ingediend inclusief een
                    betalingsbewijs en waarbij aangegeven wordt wat de functionaliteit van de
                    uitgave is. De gemeentesecretaris respectievelijk de griffier is
                    verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie
                    van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld
                    door een daartoe aangewezen ambtenaar.Artikel 7 ReizenEen bestuurder zal uit
                    hoofde van zijn functie geregeld reizen maken. Dat voor dienstreizen gemaakte
                    kosten worden vergoed is terecht, maar er zijn situaties waar gemaakte kosten
                    vragen kunnen oproepen in het kader van integriteit. Daarbij kan gedacht worden
                    aan meereizende partners, of het plakken van vakantie aan een dienstreis. Om
                    deze vragen te voorkomen, worden in dit artikel regels gesteld ten aanzien van
                    het vergoeden van kosten voor reizen. Dit artikel is grotendeels overgenomen van
                    het VNG-model, met uitzondering van het eerste lid. In deze gedragscode staat te
                    lezen dat een bestuurder die het voornemen heeft om uit hoofde van zijn functie
                    een verre reis te maken, toestemming van het college nodig heeft. Een verre reis
                    is daarbij gedefinieerd als verder dan 250 km vanaf Woerden. Het VNG-model
                    spreekt alleen over buitenlandse reizen, daarmee wordt echter miskent dat vanaf
                    Woerden bepaalde bestemmingen in het buitenland dichterbij zijn dan Nederlandse
                    bestemmingen. Met het noemen van een bepaalde afstand wordt deze discussie
                    vermeden.Een verre reis vereist toestemming van het college. Een reis dichtbij,
                    hoeft dus niet aan het college voorgelegd te worden, tenzij deze reis door
                    derden wordt betaald. Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen,
                    moeten reizen die door derden worden betaald altijd worden gemeld. Een
                    bestuurder laat zich in principe alleen vergezellen door ambtenaren. Reist een
                    derde mee, dan vergoedt de gemeente niet de kosten van die derde. Daarnaast is
                    toestemming van het college daarvoor vereist. Ook voor het verlengen van een
                    dienstreis met vakantie vereist de toestemming van het college. De kosten
                    daarvan worden evenmin vergoed.Artikel 8 Gebruik gemeentelijke eigendommenDe
                    hoofdregel is dat privégebruik van gemeentelijke eigendommen is verboden. Met
                    deze regel wordt een duidelijk signaal afgegeven, niet alleen naar de burger,
                    maar ook naar de ambtelijke organisatie.De reden voor deze strikte regeling is
                    het bewustzijn van de bijzondere positie als politiek ambtsdrager en ambtenaar
                    dat de gemeente het belastinggeld van de burger uitgeeft. Het vertrouwen van de
                    burger mag niet geschaad worden dat deze middelen voor andere doeleinden
                    aangewend worden.Alleen bij nadere voorschriften kunnen uitzonderingen op deze
                    hoofdregel worden vastgelegd.Artikel 9 KlachtenEen politiek ambtsdrager kan
                    klachten die hij heeft over het niet-integer handelen van een andere bestuurder,
                    raadslid of ambtenaar bij de burgemeester onder de aandacht brengen. Als de
                    klacht daar aanleiding toe geeft kan een ambtenaar disciplinaire maatregelen
                    worden opgelegd.De burgemeester is echter niet bij machte maatregelen te treffen
                    tegen niet-integere bestuurders of raadsleden, daarom is in het vijfde lid
                    bepaald dat de burgemeester klachten kan bespreken in het college, als het gaat
                    om een bestuurder, of in de raad, als het gaat om een raadslid.Klachten over de
                    burgemeester zelf kunnen worden besproken met de plaatsvervangend voorzitter van
                    de raad.Een burger die klachten heeft over het niet integer handelen van een
                    ambtenaar, kan zijn klacht via de reguliere klachtenregeling indienen bij de
                    klachtencoördinator van de gemeente. Besluitvorming vindt dan plaats in het
                    college. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>