<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21277_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Kapverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 19-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kapverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVV</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kapverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet><onderstreept>Kapverordening</onderstreept></vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2010; </al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht;</al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>tot vaststelling van de Kapverordening </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling word verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al><onderstreept>boom</onderstreept> : een houtachtig,
                                        overblijvend gewas, dat: </al><lijst><li nr="-"><al>één of meerstammig kan zijn, waarbij in geval van
                                                meerstammigheid de stammen zich bovengronds moeten
                                                vertakken; </al></li><li nr="-"><al>een dwarsdoorsnede van de stam, of bij
                                                meerstammigheid de dwarsdoorsnede van de dikste
                                                stam, van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte
                                                boven het maaiveld heeft. In het. kader van een
                                                herplant- of instandhoudingsplicht kunnen
                                                voorschriften en maatregelen genomen worden voor
                                                bomen kleiner dan de in de vorige regel bepaalde
                                                dwarsdoornsnede; </al></li></lijst></li><li nr="b"><al><onderstreept>houtopstand</onderstreept> : één of meer
                                        bomen, hakhout, een houtwal, een lintplanting in de vorm van
                                        heesters en struiken, een planting van bosplantsoen; </al></li><li nr="c"><al><onderstreept>hakhout</onderstreept> : één of meer bomen of
                                        boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                                        uitlopen; </al></li><li nr="d"><al><onderstreept>dunning </onderstreept>: velling, die
                                        uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van
                                        de groei van de overblijvende houtopslag moet. worden
                                        beschouwd;</al></li><li nr="e"><al><onderstreept>bebouwde kom</onderstreept>:de bebouwde kom
                                        van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde
                                        lid, van de Boswet.</al></li><li nr="f"><al><onderstreept>boomwaarde</onderstreept> : het. getal dat
                                        wordt. gevonden door het product van de factoren:</al><lijst><li nr="-"><al>het aantal cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter
                                                boven het maaiveld;</al></li><li nr="-"><al> de eenheidsprijs per cm²;</al></li><li nr="-"><al>de standplaatswaarde;</al></li><li nr="-"><al>de conditiewaarde;</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de plantwijze</al></li></lijst></li><li nr="g"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1,
                                        eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al><al/><al>Het bevoegd gezag kan bij de toepassing van de boomwaarde
                                        tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt. onder vellen verstaan rooien, met inbegrip
                                van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven-
                                als ondergronds, die de dood of beschadiging of ontsiering van
                                houtopslag ten gevolge kunnen hebben,. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het. is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van
                                dunning. </al></li><li nr="2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden,
                                die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden
                                geëxploiteerd, indien het betreft,: </al><lijst><li nr="a"><al>populieren en wilgen als wegbeplanting en éénrijige
                                        beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                        geknot; </al></li><li nr="b"><al>fruitbomen, en windschermen om boomgaarden; </al></li><li nr="c"><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                        bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
                                        in het bijzonder, bestemde terreinen; </al></li><li nr="d"><al>kweekgoed</al></li><li nr="e"><al>houtopslag die deel van als zodanig bij het Bosschap
                                        geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is
                                        binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte
                                        beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting,
                                        gerekend over het aantal rijen, niet meer bomen omvat dan
                                        20,. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: </al><lijst><li nr="a"><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de
                                        artikelen 9 en 12 van deze verordening; </al></li><li nr="b"><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften
                        verlenen in het belang van: </al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden; </al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden; </al></li><li nr="-"><al>waarden van dorpsschoon; </al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften
                                verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering
                                hanteren. Zij verwijzen zoveel mogelijk naar gemeentelijke
                                bestemmings-, groen- of landschapsplannen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken of
                        gewijzigd:</al><lijst><li nr="a"><al>als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b"><al>als de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden
                                nagekomen;</al></li><li nr="c"><al>als dit, op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, noodzakelijk
                                is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                vergunning is vereist;</al></li><li nr="d"><al>niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt;</al></li><li nr="e"><al>als de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                                Indien gemeentelijk bestemming-, bomen-, groen-, of landschapsplan
                                de te vellen houtopslag direct of indirect als waardevol omschrijft,
                                wordt altijd een herplantingsplicht opgelegd.</al></li><li nr="2"><al>Wordt een voorschrift. als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet.-geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3"><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                voorkomende flora en fauna, met name het niet uitvoeren van
                                kapwerkzaamheden in het broedseizoen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Herplant-/instandhoudingdplicht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd
                                gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                een door hen te stellen termijn. </al></li><li nr="2"><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></li><li nr="3"><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                treffen, waardoor die bedreiging wordt. weggenomen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van
                        artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld
                        op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bestrijding iepeziekte</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Dit artikel verstaat onder: </al><lijst><li nr="a"><al>iepeziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b"><al>iepespintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus acolytus (F ) en Scolytus
                                        multistriatus (Marsch) </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                de iepeziekte of voor vermeerdering van de iepespintkevers, is
                                rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
                                aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                                termijn:</al><lijst><li nr="a"><al>indien de iepen in de grond deze te vellen;</al></li><li nr="b"><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li><li nr="c"><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                        zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepeziekte
                                        wordt voorkomen. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al/><lijst><li nr="a"><al>het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                        in voorraad te hebben of te vervoeren; </al></li><li nr="b"><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepehout
                                        en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;
                                    </al></li><li nr="c"><al>het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder a.
                                        van dit lid gestelde verbod,. </al></li></lijst></li><li nr="4"><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene, door of namens het bevoegd gezag kunnen worden
                                verricht,. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
                                of in artikel 8, eerste of tweede lid, is gegeven, onderscheidenlijk
                                een verplichting als bedoeld in artikel 9 is opgelegd, alsmede diens
                                rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen. </al></li><li nr="2"><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, danwel bedoeld
                                in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie. Tevens kan
                                een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar
                                gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
                                gehouden met de boomwaarde. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op een aanvraag die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze verordening
                        van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de
                        bepalingen van de Kapverordening 1994 Oldebroek van toepassing, zoals die
                        luidde vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen
                        geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als kapverordening </al></li><li nr="2"><al>Zij treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. </al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        Oldebroek op 30 juni 2010. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>