<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21276_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 28-12-2016.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>262985.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 262985</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november
                        2016;</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de: 'financiële verordening'.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie.</al><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en
                            raadsbesluiten.</al><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                            mogelijke inzet van middelen.</al><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijk effecten van
                            het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al><al>product: een samenhangend geheel van goederen, diensten, activiteiten en
                            voorzieningen, dat bijdraagt aan het realiseren van een programma,
                            meetbaar gemaakt in tijd, geld, kwantiteit en kwaliteit.</al><al>budget: de middelen die via de programmabegroting en productenraming
                            zijn toegekend voor het realiseren van een samenhangend geheel van
                            doelstellingen, resultaat- en prestatie afspraken.</al><al>budgethouder: de medewerker die, in de door het college vastgestelde
                            productenraming, voor het betreffende product dan wel
                            investeringskrediet als zodanig is aangewezen.</al><al>deelbudgethouder: de door de budgethouder als zodanig aangewezen
                            medewerker.</al><al>garantie: een financieringsinstrument, waarbij de gemeente zich
                            tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan voor de
                            betalingsverplichtingen van een derde, waardoor deze geldverstrekker
                            bereid is een lening te verstrekken of om een lening tegen gunstiger
                            condities te verstrekken.</al><al>regresvordering: recht van verhaal op een derde wegens een bepaalde
                            vordering.</al><al>beheerplan: een planmatige opzet voor het beheer van de eigendommen van
                            de gemeente, waarbij het groot onderhoud en de
                            (vervanging-)investeringen worden gefinancierd vanuit voorzieningen of
                            reserves.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma's</titel></kop><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al><al>De raad stelt per programma vast:</al><al>de beoogde maatschappelijke effecten: wat willen we bereiken?</al><al>de te leveren producten: wat gaan we daarvoor doen?</al><al>de baten en lasten: wat mag het kosten en wat zijn de opbrengsten?</al><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                            beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste
                            de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid,
                            onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten</al><al>Het college zorgt voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de
                            geleverde producten voor de uitvoering van de programma's en de
                            maatschappelijke effecten daarvan, zodat de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van het beleid kan worden getoetst.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><al>De raad kan, aanvullend op wat in het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten verplicht is gesteld,
                            beheersmatige onderwerpen vaststellen die in de paragrafen worden
                            behandeld.</al><al>De raad kan het college verzoeken het beleid over een paragraaf of
                            onderdeel daarvan uiteen te zetten in een afzonderlijke
                            beleidsnota.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële begroting</titel></kop><al>Het college zorgt dat de baten en lasten van al het beleid waartoe het
                            gemeentebestuur heeft besloten in de financiële begroting zijn
                            opgenomen.</al><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                            aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in
                            de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de
                            meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.</al><al>De programma’s, het onderdeel algemene dekkingsmiddelen en de financiële
                            begroting per taakveld geven inzicht in de financiële gevolgen van het
                            beleid voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar.</al><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële begroting de
                            daarin opgenomen investeringskredieten en de mutaties in de reserves en
                            voorzieningen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><al>Na overleg met de griffie stelt het college jaarlijks de planning vast
                            van de volgende aan de raad aan te bieden onderwerpen: de
                            programmabegroting met meerjarenraming, de kaders voor de
                            meerjarenprogrammabegroting (MJPB), de tussentijdse rapportage, het
                            jaarverslag en de jaarrekening. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Autorisatie begroting, kredieten en begrotingswijzigingen</titel></kop><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de
                            lasten per programma, het hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen en een
                            bedrag voor de post onvoorzien. </al><al>De raad autoriseert de kredieten voor te plegen investeringen. Dit kan
                            plaatsvinden bij de begrotingsbehandeling of door middel van tussentijds
                            kredietaanvragen.</al><al>Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een
                            programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de
                            investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde
                            investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een
                            programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. </al><al>Naar aanleiding van tussentijdse rapportage over de uitvoering van de
                            begroting en de aanwending van de post onvoorzien doet het college
                            voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten.</al><al>Voor wijzigingen binnen het programma wordt een administratieve
                            wijziging gemaakt die door het college wordt vastgesteld. Ambtelijke
                            wijzigingen betreffen begrotingsaanpassingen die binnen de bevoegdheid
                            van een individuele budgethouder plaats kunnen vinden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse
                            rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over het
                            lopende boekjaar.</al><al>De tussentijdse rapportage geeft een uiteenzetting over de uitvoering en
                            gewenste bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                            raming van: </al><al>de baten en lasten per programma uitgesplitst naar
                            taakvelden/product;</al><al>het overzicht van de overhead en de geraamde
                            vennootschapsbelasting;</al><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per
                            programma;</al><al>en de post onvoorzien.</al><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de indeling
                            van de programmabegroting.</al><al>In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de ramingen, van de
                            baten en lasten, van taakvelden/producten en investeringskredieten per
                            programma toegelicht, waarbij de minimaal te rapporteren afwijking per
                            programma overeenkomt met de goedkeuringstoleranties die de raad
                            vaststelt in het controleprotocol.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><al>Het college legt in het jaarverslag verantwoording af over de
                            realisering van de begroting en investeringskredieten. In de
                            verantwoording geeft het college per programma uitgesplitst naar
                            taakvelden/producten aan:</al><al>wat is bereikt;</al><al>welke producten zijn geleverd: wat is gedaan</al><al>wat de lasten en de baten zijn.</al><al>De inrichting van de Jaarverslag sluit aan bij de indeling van de
                            programmabegroting.</al><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Activeren</al><al>1. Investeringen in infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals
                            wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken worden geactiveerd en
                            afgeschreven.</al><al>2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal 5 jaar
                            afgeschreven.</al><al>3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden bij voorkeur
                            ineens afgeschreven. Indien bijdragen van derden worden geactiveerd
                            gebeurt dit op basis van een raadsbesluit.</al><al>4. Het minimumbedrag voor het activeren van een investering is € 10.000,
                            -.</al><al>5. De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en
                            disagio worden direct ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht
                            in het jaar van het afsluiten van de geldlening.</al><al/><al>Waarderen</al><al>6. Bijdragen van derden worden direct in mindering gebracht op zowel
                            investeringen met economisch nut als op investeringen in de openbare
                            ruimte met een maatschappelijk nut. </al><al/><al>Afschrijven</al><al>7. Met het afschrijven wordt begonnen in het jaar volgend op het jaar
                            waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen of is verworven en in gebruik
                            genomen.</al><al>8. Op de waarde van gronden wordt niet afgeschreven. Een uitzondering
                            hierop is de waarde van gronden van begraafplaatsen.</al><al>9. Bij het bepalen van de hoogte van de afschrijvingen wordt geen
                            rekening gehouden met een eventuele restwaarde van het nieuwe
                            actief.</al><al>10. Geactiveerde kosten worden lineair afgeschreven.</al><al>11. Bij (vervangingen van) investeringen met een economisch nut wordt
                            waar mogelijk de componentenbenadering toegepast. Dit houdt in dat
                            verschillende samenstellende delen van een actief afzonderlijk worden
                            afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van de delen. </al><al>12. Afschrijvingstermijnen van vaste activa zijn als volgt: </al><al>Gebouwen:</al><al>Nieuw (ge)bouw 40 jaar</al><al>Terreinen 40 jaar </al><al>Gevels 15 jaar</al><al>Daken 20 jaar</al><al>Interieur 15 jaar </al><al>Inventaris – niet gemeentehuis 10 jaar</al><al>Installaties/ installaties zwembad 15 jaar/ 20 jaar</al><al>Afvalwater (riolering):</al><al>Vervanging/renovatie/relinen riool 70 jaar</al><al>Vervanging/renovatie bouwkundige deel </al><al>gemalen en pompunits 30 jaar</al><al>Vervanging/renovatie electrisch/mechanisch 15 jaar</al><al>Vervanging/renovatie IBA’s 15 jaar</al><al>Begraven:</al><al>Grafliften, grafbekisting, looproosters en</al><al>Materiaalwagens 20 jaar</al><al>Inventaris Gemeentehuis 7 jaar</al><al>ICT middelen</al><al>Laptops/smartphones 3 jaar</al><al>Thin Clients en Servers 5 jaar</al><al>13. Afwijken van de bovenstaande afschrijvingstermijn kan alleen met
                            instemming van de raad.</al><al>14. Een krediet dat is verleend voor de oprichting en/of financiering
                            van vaste activa kan maximaal twee maal worden doorgeschoven als niet is
                            overgegaan tot de investering/activering. Dit vindt plaats bij de
                            behandeling van het jaarverslag door de raad waarbij het doorschuiven
                            wordt toegelicht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>1. In de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen
                            toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de
                            taakvelden/producten plaats.</al><al>2. Het college biedt bij de begroting en de jaarrekening een overzicht
                            aan van de stand en de te verwachten ontwikkelingen van de reserves en
                            voorzieningen.</al><al>3. De reserves en voorzieningen worden gerubriceerd naar de volgende
                            onderdelen:</al><al>a. reserves:</al><al>o algemene reserve (AR)</al><al>o bestemmingsreserves voor egalisatie van tarieven</al><al>o overige bestemmingsreserves</al><al>b. voorzieningen:</al><al>o verplichtingen met onzekere omvang</al><al>o verplichtingen waarvan de omvang is in te schatten</al><al>o voorzieningen met een egalisatiefunctie;</al><al>c. reserves van het grondbedrijf:</al><al>o Reserve Algemeen Grondbedrijf (RAG).</al><al>4. Bij het instellen van een reserve of voorziening wordt tenminste de
                            ontstaansreden, de </al><al>gewenste omvang (boven- en ondergrens), de reden van toevoegingen en
                            onttrekkingen aan de reserve of voorziening en de reden van opheffing
                            aangegeven.</al><al>5. Na realisatie van de bestemming wordt de reserve / voorziening
                            opgeheven. Restant saldi worden middels het resultaat van het
                            betreffende boekjaar toegevoegd aan de algemene reserve.</al><al>6. Reserves en voorzieningen mogen geen negatief saldo hebben. Bij het
                            opstellen van de jaarrekening worden negatieve saldi aangevuld vanuit de
                            algemene reserve. Bij de volgende jaarrekening(en) wordt het bedrag van
                            het negatieve saldo uit een voorgaand jaar vanuit de betreffende reserve
                            / voorziening teruggestort/toegevoegd aan de algemene reserve.</al><al>7. Een voorstel voor beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen
                            wordt eenmaal in de vier jaar aan de raad aangeboden. Jaarlijks in de
                            jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over de uitvoering van dat
                            beleid.</al><al>8. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen informeert het College de
                            Raad over de geraamde investeringen en de gerealiseerde investeringen
                            van de beheerplannen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen
                            waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en
                            diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een
                            extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze
                            kostentoerekening worden de directe kosten, de overheadkosten en de
                            rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor
                            de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.</al><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
                            van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                            activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor
                            de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht,
                            worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde
                            (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid
                            betrokken.</al><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die
                            kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden
                            bekostigd met een specifieke uitkering, binnen het taakveld overhead
                            apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de
                            besteding toegerekend aan die activiteiten. </al><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die
                            kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen
                            het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte
                            aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten
                            toegerekend.</al><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten
                            en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van
                            goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en
                            derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en
                            vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale
                            overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de
                            economische categorieën. De verdeling programma overhead geschiedt op
                            basis van de productieve uren in de programma’s.</al><al>Gemeente Oldebroek hanteert voor de rentetoerekening een vaste
                            rekenrente met uitzondering van het Grondbedrijf. De rekenrente wordt in
                            de begroting vastgelegd. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel over de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor belastingen en heffingen.</al><al>2. Het college biedt de raad tweejaarlijks, of eerder als daartoe
                            aanleiding is, een voorstel aan voor de prijzen voor de verhuur en
                            verkoop van onroerende goederen en de prijzen voor de uitgifte van
                            gronden en erfpachtcanons.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie
                            maanden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg
                            voor:</al><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van
                            overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde
                            kaders van de begroting uit te kunnen voeren;</al><al>het afstemmen van nieuwe leningen/uitzettingen op de bestaande
                            financiële positie en de liquiditeitenplanning;</al><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie
                            zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                            liquiditeitenrisico’s;</al><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het
                            bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;</al><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het
                            beheren van de geldstromen en financiële posities.</al><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                            volgende richtlijnen in acht:</al><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij
                            financiële ondernemingen die gevestigd zijn in landen behorende tot de
                            Europese Economische Ruimte. Zowel de financiële onderneming als het
                            land behorende tot de EER dient tenminste te beschikken over een
                            AA-rating afgegeven door tenminste twee ratingbureaus</al><al>overtollige geldmiddelen worden op zodanige manier uitgezet dat de
                            hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is;</al><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden
                            tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële ondernemingen
                            gevraagd;</al><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen
                            of het verlenen van garanties luiden in euro’s;</al><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke
                            waarden, die op grond van de Wet financiering decentrale overheden niet
                            mogen worden overschreden. Het college informeert de raad indien de
                            kasgeldlimiet of de renterisiconorm (dreigt te) worden
                            overschreden.</al><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                            participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend
                            gedaan uit hoofde van de publieke taak aan door de raad goedgekeurde
                            derde partijen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar
                            belang van het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                            financiële participaties en hoort de raad alvorens hij hierover
                            definitief een besluit.</al><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van leningen en
                            garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de
                            publieke taak / het algemeen maatschappelijk belang bedingt het college
                            indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het
                            openbaar belang van het uitzetten van middelen, het verstrekken van
                            leningen en garanties en financiële participaties. </al><al>Voorwaarden om in aanmerking te komen voor garantieverstrekking zijn
                            dat:</al><al>de activiteiten waarvoor garantie wordt gevraagd, een publiek / algemeen
                            maatschappelijk belang dient;</al><al>aantoonbaar is dat geen financiering op de markt kan worden verkregen en
                            gemeentegarantie strikt noodzakelijk is;</al><al>de geldnemer structureel in staat is de verschuldigde rente en aflossing
                            te dragen;</al><al>alleen onroerende zaken voor garantie in aanmerking komen, overige
                            bestedingsdoelen zijn uitgesloten;</al><al>de weerstandscapaciteit toereikend is om de garantie te kunnen
                            verlenen.</al><al>Eisen te stellen aan de garantie:</al><al>Als een garantie is verstrekt, is dit alleen tot zekerstelling van de
                            lening waarvoor de garantie is verstrekt.</al><al>In een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die
                            wettelijk aan een borg toekomen.</al><al>In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid
                            van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de betaling van
                            rente en aflossing.</al><al>Als de gemeente op grond van een garantie een betaling heeft verricht in
                            de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering
                            in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele
                            andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.</al><al>Beslissingsbevoegdheid:</al><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verlenen, weigeren,
                            vaststellen van de garantie, leningen en financiële participaties.</al><al>Het college kan aanvullende regels stellen bij een
                            garantieverlening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            de aanbesteding van goederen, werken en diensten. De regels waarborgen,
                            dat wordt gehandeld in overeenstemming met de inkoop- en
                            aanbestedingsregels van de Europese Unie.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente
                            als geheel en in de afdelingen;</al><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                            activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
                            vorderingen, schulden, contracten, enzovoorts;</al><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                            budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                            kostencalculaties;</al><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de
                            gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke
                            effecten van het gemeentelijke beleid;</al><al>het bevorderen van en het afleggen van verantwoording over de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en
                            relevante wet- en regelgeving;</al><al/><al>In de administratie worden middelen van specifieke uitkeringen (SU)
                            verantwoord onder de overlopende passiva met in achtneming van de
                            volgende regels:</al><al>De raad besluit tot toevoegingen en onttrekkingen aan overlopende
                            passiva van SU-middelen door de vaststelling van de programmabegroting.
                            Ook kan op voorstel van het college dit door apart raadsbesluit
                            plaatsvinden;</al><al>De Raad kan de in lid f genoemde overlopende passiva instellen, opheffen
                            en herschikken;</al><al>Bij het instellen van een overlopend passief van SU-middelen worden
                            tenminste de ontstaansreden, de gewenste omvang (boven- en ondergrens),
                            de reden van toevoegingen en onttrekkingen aan de overlopende passiva en
                            de reden van opheffing aangegeven;</al><al>Vanuit het oogpunt van sturing en beheersing worden toevoegingen en
                            onttrekkingen van SU-middelen per programma vastgesteld. De standen van
                            de post niet bestede SU-middelen worden verantwoord op
                            programmaniveau;</al><al>De overlopende passiva van SU-middelen worden gerubriceerd naar de
                            volgende onderdelen:</al><al>O die binnen de systematiek van single information singel audit (SISA)
                            worden verantwoord</al><al>O die via een aparte accountantscontrole en -verklaring worden
                            verantwoord;</al><al>Na de definitieve beschikking en verrekening van een (jaar)bijdrage
                            wordt een eventueel restant van het afgerekende jaar toegevoegd aan de
                            algemene reserve. Als een specifieke uitkering niet meer op onze
                            gemeente van toepassing is en de definitieve beschikking en verrekening
                            van het laatste jaar is ontvangen, wordt het overlopend passief van
                            SU-middelen opgeheven. Eventuele restant saldi worden verrekend met de
                            algemene reserve.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt, ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                            van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt dat misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
                            regelingen en eigendommen wordt voorkomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                            bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;</al><al>de te maken afspraken met de algemeen directeur over de te leveren
                            prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie
                            van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van
                            middelen.</al><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en
                            baten aan de producten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Budgethouderschap</titel></kop><al>Verantwoordelijkheid programma's en producten </al><al>De budgethouders zijn verantwoordelijk voor de budgetbeheersing en
                            -bewaking van de door de raad in de gemeentelijke begroting ter
                            beschikking gestelde financiële middelen ter realisatie van de vermelde
                            programma's. Dit is inclusief de daaruit voortvloeiende producten -
                            zowel uitgaven als inkomsten - evenals de op de kostenplaatsen geraamde
                            uitgaven en inkomsten.</al><al>Verantwoordelijkheid producten</al><al>De budgethouder is verantwoordelijk voor de volledige, juiste en tijdige
                            budgetbeheersing en -bewaking.</al><al>De budgethouder is verplicht alles te doen wat voor een goede
                            uitoefening van de functie nodig is. </al><al>De budgethouder kan zich bij de uitoefening van zijn functie niet
                            beroepen op onvolledigheid van deze regeling of een ander voorschrift
                            bij het nalaten van datgene wat in redelijkheid tot zijn taak wordt
                            geacht te behoren;</al><al>Kaders/voorwaarden </al><al>Bij de uitoefening van het budgethouderschap handelen de budgethouders
                            zelfstandig, met inachtneming van de volgende voorwaarden, dat: </al><al>er ruimte is binnen de voor de producten beschikbaar gestelde budgetten; </al><al>de ingezette financiële middelen worden ingezet in overeenstemming met
                            het doel waarvoor ze zijn geraamd; </al><al>er geen nieuwe aspecten of interpretaties aan de orde komen, die in de
                            toekomst kunnen leiden tot, een groter beslag op financiële middelen,
                            een hoger risico en/of een wijziging of een inperking van beleid; </al><al>bij voorstellen tot wijziging van bestaand beleid, c.q. voorstellen voor
                            nieuw beleid tegelijkertijd een dekkingsplan wordt aangeboden. </al><al>Machtiging binnen budget/investeringskrediet</al><al>De budgethouder is met het oog op de realisatie van de onder zijn
                            verantwoordelijkheid tot stand te brengen producten gemachtigd binnen de
                            aangewezen en goedgekeurde budgetten - investeringskredieten daaronder
                            begrepen - en in overeenstemming met het vastgestelde inkoopbeleid
                            contractuele verplichtingen met derden aan te gaan en uitgaven te doen
                            voor: </al><al>uitvoering van werken; </al><al>levering van goederen; </al><al>verlening van diensten. </al><al>Hieronder vallen ook de begrote inkomsten te verwerven met het oog op de
                            realisering van het betreffende product.</al><al>Budgetover- en onderschrijding </al><al>Als rapporteringstolerantie voor budgetover- en onderschrijdingen wordt
                            aangesloten bij de door de raad vastgestelde controleprotocol. </al><al>Uitgaven zonder budget/investeringskrediet</al><al>In zeer dringende gevallen is de budgethouder gemachtigd om, na
                            verkregen instemming van de portefeuillehouder, verplichtingen aan te
                            gaan om een product te realiseren, zonder dat daarvoor een goedgekeurd
                            dan wel toereikend budget of investeringskrediet aanwezig is.</al><al>Als van de bepaling onder a gebruik wordt gemaakt, wordt het college van
                            burgemeester en wethouders hiervan door de budgethouder schriftelijk op
                            de hoogte gesteld, onder vermelding van de noodzaak om hiertoe over te
                            gaan. Indien noodzakelijk kan een voorstel tot het beschikbaar stellen
                            van een budget voorgelegd worden aan het college van burgemeester en
                            wethouders.</al><al>Administratie</al><al>Opdrachten tot uitvoering van werken, levering van goederen en diensten
                            en alle gunningen en de opdrachten tot meerwerk, worden zoveel als
                            mogelijk schriftelijk gedaan. </al><al>Aan/toewijzing deelbudgethouders</al><al>De budgethouder is bevoegd, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid
                            en zo nodig onder nader te stellen voorwaarden, zijn/haar taken en
                            verantwoordelijkheden te mandateren aan een deelbudgethouder. </al><al>De budgethouder verstrekt op verzoek aan het college een overzicht van
                            de op grond van het eerste lid van dit artikel aangewezen
                            deelbudgethouders. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Deelname verbonden partijen</titel></kop><al>het college besluit tot deelname aan en aansturing van een verbonden
                            partij, mits de raad bepaald welk publieke taak / publiek belang wordt
                            behartigd. </al><al>binnen het college wordt, per individuele verbonden partij, de rol van
                            bestuurder/eigenaar en de rol van klant/opdrachtgever indien mogelijk
                            bij verschillende collegeleden belegd. </al><al>met het besluit tot deelname worden zoveel als mogelijk concrete
                            afspraken gemaakt over doelen, prestaties, kosten, risico´s en
                            beheersinstrumenten.</al><al>raadsleden en ambtenaren nemen niet als vertegenwoordiger van de
                            gemeente plaats in het bestuur van een verbonden partij.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het
                            college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><al>een overzicht van de activiteiten die we voor de bouwgrond in
                            exploitatie en de strategische voorraad per complex gaan doen en wat
                            deze activiteiten de gemeente per complex gaan kosten of opleveren.</al><al>2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota
                            grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht
                            besteed aan:</al><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;</al><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al>het verloop van de grondvoorraad;</al><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; </al><al>de uitgangspunten voor aankoop van gronden; </al><al>de uitgangspunten voor het doorrekenen van de grondexploitaties en;</al><al>de uitgangspunten voor het bepalen van de hoogte van de risicoreserve
                            algemeen grondbedrijf (RAG).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting
                            en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                            grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording
                            provincies en gemeenten in ieder geval op: </al><al>de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al><al>het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van
                            reserves als percentage van de inkomsten;</al><al>de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage
                            van de inkomsten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In al die gevallen waarin deze verordening niet voorziet geeft het
                            college de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over deze
                            taakuitoefening en het ter zake genomen besluit. Randvoorwaarde is dat
                            in het belang van de gemeente het college voor haar taakuitoefening
                            wordt geacht een besluit te nemen en daarbij niet in de gelegenheid is
                            geweest om de raad op grond van de actieve informatieplicht vooraf te
                            informeren </al><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De oude vastgestelde financiële verordening wordt ingetrokken, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het
                            jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand
                            aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.</al><al>Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor
                            1 januari 2015 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening van
                            toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze
                            verordening. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente
                            Oldebroek 2017.</al><al/><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 15 december
                        2016</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op enkele artikelen:</titel></kop><al>Indien van toepassing wordt in de toelichting aanvullende informatie
                vermeld over het betreffende artikel uit de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 6 - lid 1- post onvoorzien</vet></al><al>Om de financiële gevolgen van niet voorziene ontwikkelingen in de loop
                            van het jaar te kunnen opvangen is het verplicht een bedrag in de
                            begroting op te nemen voor onvoorzien (art. 8 lid 1 BBV).</al><al>In de regeling houdende nadere voorschriften met betrekking tot
                            informatie voor derden van het Ministerie van BZK staat bij
                            functie922 - Algemene baten en lasten: Kernbegrippen bij deze
                            functie zijn onder meer: een geraamd bedrag ter dekking van niet
                            voorziene uitgaven in het begrotingsjaar. Het gaat hier onder meer om
                            het bedrag dat door de gemeenten wordt geraamd ter dekking van
                            incidentele, niet voorziene, lasten.</al><al/><al>Het college informeert de raad over de hoogte van de post onvoorzien
                            vooraf in de kaderbrief. De Raad stelt de post onvoorzien vast in de
                            MJPB. Het college verantwoordt de aanwending van de post onvoorzien
                            achteraf op zijn laatst met de jaarstukken van het betreffende
                            begrotingsjaar. Het college kan in de loop van het begrotingsjaar de
                            raad verzoeken de post onvoorzien aan te vullen.</al><al/><al>De omschrijving van functie 922 bevat twee elementen die in dit verband
                            van belang zijn te weten:</al><al/><al>Incidenteel en niet voorzien in het begrotingsjaar</al><al/><al><vet> A. incidenteel </vet></al><al/><al>Uitgangspunt is om het gebruik van deze post daarom te beperken tot
                            werkelijk onvoorziene uitgaven. Dit betekent dat oneigenlijk gebruik
                            zoveel mogelijk moet worden voorkomen.</al><al/><al> Een ruime interpretatie van niet voorzien leidt tot de begrippen (de 3
                            O's):</al><al><vet>B. onvoorzien</vet></al><al><vet> C. onvermijdelijk</vet></al><al><vet> D. onuitstelbaar</vet></al><al/><al>Vier genoemde elementen zijn de toetsingscriteria om te bepalen of iets
                            ten laste van onvoorziene uitgaven mag worden gebracht.</al><al/><al><vet>Ad A Incidenteel</vet></al><al>Uitgaven en inkomsten in de exploitatiebegroting kunnen structureel of
                            incidenteel zijn. In het algemeen is de post onvoorziene uitgaven de
                            sluitpost van de begroting. De opstellers van de
                            comptabiliteitsvoorschriften hebben door middel van de omschrijving
                            onder functie 922 nog eens expliciet willen benadrukken, dat deze post
                            dient ter dekking van incidentele uitgaven.</al><al>Dit betekent dat nieuwe activiteiten die structurele lasten veroorzaken,
                            ook al voldoen ze aan de drie O's niet ten laste van deze post gebracht
                            mogen worden. </al><al/><al><vet>Ad B Onvoorzienbaar</vet></al><al>Indien uitgaven voorzienbaar zijn met andere woorden indien ze al
                            planbaar zijn, is het niet toegestaan deze ten laste van onvoorziene
                            uitgaven te brengen. In de praktijk blijkt vaak dat om wat voor reden
                            dan ook geen goede planning is opgesteld van de werkvoorraad waardoor
                            allerlei ad hoc voorstellen nodig zijn om dit te herstellen. Voorbeelden
                            van onvoorziene uitgaven zijn: verplichtingen voortvloeiende uit
                            wettelijke maatregelen, besluitvorming ten aanzien van
                            gemeenschappelijke regelingen, buitengewoon onderhoud dat zich voordoet
                            in verband met niet voorzienbare omstandigheden (calamiteiten).</al><al/><al><vet>Ad C Onvermijdelijk</vet></al><al>Hiervan is sprake wanneer het gaat om uitgaven op basis van een wet,
                            contract of overeenkomst, een zwaarwegende politieke toezegging/politiek
                            belang.</al><al>Aanvullend indien door het tijdig treffen van maatregelen uitgaven
                            voorkomen hadden kunnen worden, wordt gehandeld in strijd met dit
                            principe. Is dit het geval dan zal geen beroep op onvoorziene uitgaven
                            gedaan kunnen worden.</al><al/><al><vet>Ad D Onuitstelbaar (niet verschuifbaar in de tijd)</vet></al><al>Indien activiteiten niet direct noodzakelijk zijn en daarom uitgesteld
                            kunnen worden, is het niet de bedoeling de budgettaire consequenties ten
                            laste van onvoorziene uitgaven te brengen. Wel kunnen ze worden
                            meegenomen in de eerstvolgende begrotingscyclus.</al><al/><al/></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>