<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21266_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013-A</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 09-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013-A</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Ingetrokken per 1/1/2015 als gevolg van inwerkingtreding van Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 gemeente Oldebroek.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2013-A</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al> Verordening langdurigheidstoeslag 2013-A </al><al> kenmerk 106099</al><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 augustus 2012; </al><al/><al>gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b en artikel
                        36 van de Wet werk en bijstand; </al><al/><al>B E S L U I T : </al><al/><al>vast te stellen de Verordening langdurigheidstoeslag 2013-A gemeente
                        Oldebroek. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                                    bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                    Gemeentewet. </al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet</cursief>: de WWB. </al></li><li nr="b."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                    wethouders van Oldebroek. </al></li><li nr="c."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van Oldebroek. </al></li><li nr="d."><al><cursief>de peildatum</cursief>: de datum waartegen
                                    langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd. </al></li><li nr="e."><al><cursief>de referteperiode</cursief>: een periode van 36 maanden
                                    voorafgaand aan de peildatum. </al></li><li nr="f."><al><cursief>inkomen</cursief>: het inkomen als bedoeld in artikel
                                    32 WWB. In afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor
                                    de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag gezien als
                                    inkomen. </al></li><li nr="g."><al><cursief>WTOS</cursief>: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                    schoolkosten.</al></li><li nr="h."><al><cursief>WSF 2000</cursief>: Wet studiefinanciering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen
                                    zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan indien
                                    gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen
                                    niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke
                                    bijstandsnorm. </al></li><li nr="2."><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                    belanghebbende die een opleiding volgt in de zin van de WTOS,
                                    dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar 38,5% van de
                                    voor die persoon van toepassing zijnde bijstandsnorm. De
                                    bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond. </al></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                                    van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                    een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                    alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="3."><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op
                                    de peildatum bepalend.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van de percentages genoemd in dit artikel,
                                    geldt dat deze percentages worden toegepast op de bijstandsnorm
                                    die geldt per 1 januari van het jaar waarin de peildatum
                                    valt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en
                            vervangt de Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013
                            gemeente Oldebroek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                            2013-A gemeente Oldebroek. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 27 september 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter mr. A. Hoogendoorn,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier J. Tabak.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Algemene toelichting Verordening langdurigheidstoeslag 2013-A
                            gemeente Oldebroek</titel></kop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                            bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                            toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                            op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er
                            na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen
                            uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van
                            de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1
                            januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de
                            langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van
                            (categoriale) bijzondere bijstand. </al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                            een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die
                            langdurig een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op
                            inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 WWB). De gemeenteraad moet bij
                            verordening regels vaststellen over het verlenen van een
                            langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB. Deze regels
                            moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling
                            wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Daarbij
                            geldt dat in ieder geval geen sprake is van een laag inkomen bij een
                            inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De
                            gemeenteraad dient in de verordening eveneens de hoogte van de
                            langdurigheidstoeslag te bepalen. </al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting Verordening langdurigheidstoeslag 2013-A gemeente
                            Oldebroek</tussenkop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb,
                            WTOS en WSF of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze
                            verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende
                            definities in de betreffende wetten ook de Verordening moet worden
                            gewijzigd. </al><al/><al><cursief>Lid 2 onderdeel d: peildatum </cursief></al><al>De peildatum is de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                            aangevraagd (artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening). Het gaat
                            dus uitdrukkelijk niet om de datum waarop is aangevraagd. Het betreft de
                            datum waarop een belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen
                            in aanmerking te nemen vermogen (zoals bedoeld in artikel 34 WWB) en
                            geen uitzicht op inkomensverbetering. </al><al/><al><cursief>Lid 2 onderdeel e: referteperiode </cursief></al><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening is bepaald wat onder
                            de referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden
                            voorafgaand aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 2 onder
                            ‘Langdurig’. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                            vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt
                            verstaan. </al><al><cursief>Langdurig </cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan
                            de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                            vastgesteld in artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening. Uit het
                            feit dat de minimumleeftijd voor het recht op langdurigheidstoeslag is
                            verlaagd van 23 naar 21 jaar kan echter worden afgeleid dat onder
                            langdurig tenminste 3 jaar moet worden begrepen. Een belanghebbende is
                            immers in beginsel vanaf 18 jaar een zelfstandig rechtssubject. De
                            gemeenteraad sluit aan bij de periode van 3 jaar. De referteperiode
                            bedraagt een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. </al><al><cursief>Laag inkomen </cursief></al><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de
                            gemeenteraad gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De
                            ondergrens van “laag” is de bijstandsnorm. De bovengrens bedraagt 110
                            procent van de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 6 WWB). Bij
                            een inkomen hoger dan deze 110 procent, is geen sprake meer van een
                            “laag” inkomen. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen aan te sluiten bij
                            de bovengrens. Dit betekent dat het in aanmerking te nemen inkomen
                            gedurende de referteperiode niet hoger mag zijn dan 110 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de
                            referteperiode niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 110
                            procent van de toepasselijke bijstandsnorm, dient niet al te rigide te
                            worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen
                            moet worden genegeerd (vergelijk CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.,
                            LJN BE8918, en CRvB 15-02-2011, nr. 08/5141 WWB, LJN BP5532). </al><al/><al>Personen die een opleiding volgen op grond van de WTOS of WSF 2000 komen
                            niet in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Zij hebben met het
                            volgen van een dergelijke opleiding uitzicht op inkomensverbetering. In
                            artikel 36 lid 1 WWB wordt als voorwaarde gesteld dat er geen uitzicht
                            is op inkomensverbetering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. De
                            hoogte van de langdurigheidstoeslag is uitgedrukt in een percentage van
                            de geldende bijstandsnorm geldend op 1 januari van het jaar waarin de
                            peildatum valt. Daarmee wordt voorkomen dat de vast te stellen
                            verordening telkens bij een wijziging van de landelijke bijstandsnorm
                            moet worden aangepast. </al><al>Bij gehuwden moet in het oog gehouden worden dat het recht op
                            langdurigheidstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                            belanghebbenden op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten
                            beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB.
                            Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden
                            geen recht op langdurigheidstoeslag (vergelijk bijvoorbeeld CRvB
                            13-07-2010, nr. 08/2345 WWB, LJN BN2529). </al><al>Is één van de echtgenoten echter uitgesloten van het recht op
                            langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                            voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, dan komt de rechthebbende partner
                            wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om een
                            partner die op een van de in artikel 11 of 13 lid 1 WWB genoemde gronden
                            geen recht heeft op bijstand. </al><al>Als slechts één partner recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt deze
                            rechthebbende partner in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar
                            de hoogte die voor een alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
                            Dat is geregeld in artikel 3 lid 2 van deze verordening. </al><al>In artikel 3 lid 3 is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van
                            de langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                            peildatum. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Er is
                            gekozen om de wijziging in te laten gaan per 1 januari, omdat het hier
                            een regeling betreft waarop per kalenderjaar aanspraak kan worden
                            gemaakt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>. Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>