<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21257_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad: 6-7-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81oa</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al/><al> Nr. 242643</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het Presidium van de raad van 21 april 2016;</al><al/><al>overwegende de wenselijkheid om over te gaan tot een vaste, jaarlijkse
                        vergoeding voor de werkzaamheden van de leden;</al><al/><al>gelet op:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>artikel 81oa van de Gemeentewet;</al><al/></li><li nr="-"><al>de samenwerkingsovereenkomst d.d. 12 april 2005 tussen de gemeenten
                                Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten betreffende de gezamenlijke
                                uitvoering van de rekenkamer-functie;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende gewijzigde "Verordening op de
                                rekenkamercommissie".</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Oldebroek;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie van de gemeente
                                Oldebroek;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Oldebroek;</al></li><li nr="e."><al>raad: de raad van de gemeente Oldebroek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt
                                aangeduid als de rekenkamercommissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie bestaat uit drie leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt de leden, waaronder de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De leden worden voor een periode van vier jaar benoemd. Herbenoeming
                                is één keer mogelijk voor maximaal vier jaar. In geval van
                                gelijktijdige afloop van een zittingsperiode van de leden worden
                                twee van de drie leden voor een periode van twee jaar
                                herbenoemd.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen
                                van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van
                                de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                                besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met
                                de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de
                                voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel,
                                als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het
                                oudste lid in jaren. </al></li><li nr="4."><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden
                                van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de commissie. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de leden is artikel 81g van de Wet van overeenkomstige
                        toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.</al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                lidmaatschap van de rekenkamercommissie.</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een
                                maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                onder curatele is ge-steld, in staat van faillissement is verklaard,
                                surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
                                gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>bij einde van de benoemingsperiode.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen
                                wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun
                                functie te vervullen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en overige leden ontvangen een vaste vergoeding per
                                jaar voor hun werkzaamheden. Voor de voorzitter is dit € 6.100,- per
                                jaar en voor de leden € 5.200 per jaar. Indexering vindt niet
                                plaats.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het
                                budget van de commissie.</al></li><li nr="3."><al>Naast de vaste vergoeding bestaat geen recht op een
                                onkostenvergoeding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt de ambtelijk secretaris in overleg met de
                                commissie.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                                terzijde.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie
                                over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaam-heden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter
                        kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert
                                de probleemstel-ling en stelt de onderzoeksopzet vast. </al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennis-neming aan de raad verstuurd.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een on-derzoek. De commissie bericht de raad binnen
                                twee maanden in hoeverre aan dat ver-zoek wordt voldaan. Indien de
                                commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor
                                goede gronden aanvoeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                                begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                                vastgestelde onderzoeksopzet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren.</al><al/></li><li nr="3."><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                                bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in
                                te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken.
                                De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente
                                zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie
                                gestelde redelijke termijn te verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                                procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al></li><li nr="5."><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                                openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur (Wob) kan de commissie rapporten, die aan
                                de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken.</al></li><li nr="6."><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></li><li nr="7."><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen.</al></li><li nr="8."><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                                door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                                zienswijze op het concept van een onderzoeksrapport aan de commissie
                                kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering
                                (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt
                                verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt.</al></li><li nr="9."><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                                nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van
                                betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van
                                een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad
                                aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                                beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                                uitvoering van haar taken.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de leden;</al></li><li nr="b."><al>de ambtelijk secretaris;</al></li><li nr="c."><al>eventuele interne onderzoeksmedewerkers;</al></li><li nr="d."><al>eventuele externe deskundigen die door de commissie zijn
                                ingeschakeld;</al></li><li nr="e."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                                verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening op de
                        rekenkamercommis-sie". </al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 2 juni 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter mr. A. Hoogendoorn,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , griffier J. Tabak.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting op de Verordening op de rekenkamercommissie.</titel></kop><al/><al>Artikel 1 </al><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.</al><al>In deze verordening is er voor gekozen om de begrippen doelmatigheid,
                    doeltreffendheid en rechtmatigheid (zoals in dit verband genoemd in artikel 182
                    van de Gemeentewet) niet in artikel 1 op te nemen. Wel wordt in deze toelichting
                    uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan.</al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                    mogelijke kosten zijn bereikt.</al><al>Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt
                    aan wat er mee is beoogd, en of de gestelde beleidsdoelen zijn
                    verwezenlijkt.</al><al>Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is
                    voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                    lasten. </al><al/><al>Artikel 2</al><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, kunnen zij op grond van artikel
                    81oa van de Gemeentewet regels vaststellen voor de uitoefening van de zogeheten
                    rekenkamerfunctie door middel van de commissievorm. De gemeenten Elburg,
                    Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben er in 2005 voor gekozen hun
                    rekenkamercommissies gezamenlijk te bemensen (een 'personele unie') met drie
                    gezamenlijk te werven en te benoemen externen.</al><al>De samenwerking krijgt verder gestalte door vaststelling van zoveel mogelijk
                    gelijkluidende verordeningen en reglementen van orde.</al><al>Het is tevens de bedoeling om door samenwerking schaalvoordelen te behalen bij
                    het func-tioneren van de commissie en de uitvoering van onderzoeken.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Dit artikel regelt met name de benoeming, herbenoeming en nu ook begrenzing van
                    de her-benoeming. Het artikel kent met deze wijziging mede een bepaling om te
                    voorkomen dat bij gelijk aantreden van de leden er ook sprake zou kunnen zijn
                    van gelijk aftreden, waardoor de continuïteit van de commissie in het geding zou
                    kunnen komen.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>De verplichting om deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de
                    rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling
                    wordt vanuit het oog-punt van integer bestuur van overeenkomstige toepassing
                    verklaard op de leden van de re-kenkamercommissie.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplich-ting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>Dit artikel regelt de vergoeding die de leden voor hun werkzaamheden ontvangen.
                    De Ge-meentewet is van toepassing op deze vergoeding.</al><al/><al>Artikel 7</al><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Deze
                    wordt even-eens door de raad benoemd.</al><al>De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is
                    voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten
                    opzichte van de rekenkamer-commissie.</al><al/><al>Artikel 8</al><al>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten of kunnen zaken worden
                    geregeld zoals de verhouding secretaris - voorzitter, de procedure die wordt
                    gevolgd bij onderzoeken, enz.</al><al/><al>Artikel 9</al><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn. Om deze onafhankelijkheid te
                    bevor-deren, is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De re-kenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen, maar is niet ver-plicht het verzoek van de raad in te willigen. Deze
                    mogelijkheid voor de raad tot het doen van een verzoek wordt in artikel 182, 2e
                    lid, van de Gemeentewet expliciet genoemd. Door-dat deze mogelijkheid
                    uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan
                    een verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet kan of wil voldoen
                    aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad, zal zij daarvoor goede gronden
                    aanvoeren. </al><al/><al>Artikel 10</al><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken, is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlich-tingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren. De rap-porten van de rekenkamercommissie zijn in
                    beginsel openbaar, maar op grond van de be-langen, genoemd in artikel 10 van de
                    Wet openbaarheid van bestuur, kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim
                    worden aangemerkt. </al><al/><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op een (nog niet gepubliceerd)
                    conceptonderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats, waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien, aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden er uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    reken-kamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot
                    brengt de rekenka-mercommissie een definitief rapport naar buiten met
                    bevindingen, conclusies en aanbeve-lingen.</al><al/><al>Artikel 11</al><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al/><al>Artikel 12 en 13</al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>