<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21254_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 22-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149, 216 en 229</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 10.32a en 10.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de waterhuishouding, art. 9a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Extern werkend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-70582</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-70583</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 november
                        2009;</al><al/><al>gelet op de artikelen 149, 216 en 229 van de Gemeentewet, de artikelen
                        10.32a en 10.33 van de Wet milieubeheer en artikel 9a van de Wet op de
                        waterhuishouding;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek
                        2010.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Aansluitleiding: de particuliere afvoerleiding, het aansluitpunt en de
                        perceelaansluitleiding tezamen.</al><al>b. Aansluitkosten: de kosten die de eigenaar van het aan te sluiten perceel
                        in rekening worden gebracht voor het realiseren van de
                        perceelaansluitleiding en het aansluit-punt gebaseerd op de werkelijke
                        kosten achteraf te voldoen door de eige-naar.</al><al>c. Aansluitpunt: - de ontstoppingsvoorziening, gelegen om en nabij 0,5 meter
                        van de ka-dastrale eigendomsgrens op het terrein van de gemeente;- bij
                        afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een vrij vervalstelsel het
                        punt waar de aansluitleiding de kadastrale eigendomsgrens snijdt,- bij
                        afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een mechanisch stelstel het
                        punt, gelegen op 0,5 meter van een gemeentelijke voorzie-ning.</al><al>d. Afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, waarvan de houder
                        zich – met het oog op de verwijdering daarvan – ontdoet, voornemens is zich
                        te ontdoen of zich moet ontdoen, exclusief hemelwater, bronneringswater en
                        drainagewater, tenzij het redelijkerwijs niet van de houder kan worden
                        gevergd dat het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                        oppervlaktewater wordt gebracht.</al><al>e. Beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Oldebroek</al><al>f. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                        ander materi-aal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij
                        indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
                        of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. </al><al>g. Bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke
                        verlaging van de grond-waterstand.</al><al>h. Drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend
                        buizensysteem</al><al>i. Drainagestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer van
                        overtollig grondwater, met uitzondering van de aansluitleidingen</al><al>j. Drukriolering: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater waarbij
                        het transport door het riool plaats vindt door middel van met
                        pompinstallaties veroorzaakte druk.</al><al>k. Gebruiker: de perceeleigenaar, de beperkt zakelijk gerechtigde van het
                        perceel, de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar
                        riool of ie-mand die krachtens een ander recht gebruik maakt van het
                        openbaar riool.</al><al>l. Gemeente: de gemeente Oldebroek.</al><al>m. Huishoudelijk afval-water: afvalwater dat overwegend afkomstig is van
                        menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.</al><al>n. Mechanische riole-ring: drukriolering.</al><al>o. Gemengd stelsel: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater,
                        inclusief hemelwater, bronneringswater en drainagewater.</al><al>p. Gescheiden stelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de
                        afvoer van hemelwater dat niet dienst doet als leiding voor de afvoer van
                        drainagewater en bronne-ringswater en een buizenstelsel voor de afvoer van
                        afvalwater.</al><al>q. Hemelwater: regenwater en andere neerslag afvloeiend via verharde
                        oppervlakken, daken en andere verhardingen.</al><al>r. Hemelwaterriool: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer
                        van hemelwater. </al><al>s. IBA: systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater.</al><al>t. Infiltratiestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor infiltratie
                        van hemelwater.</al><al>u. Openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in
                        eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater,
                        hemelwater, bronneringswater en drainagewater, met inbegrip van de daartoe
                        behorende rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen en werken en
                        installaties van overeenkomstige aard, inclusief IBA’s, met uitzondering van
                        de perceelaansluitleiding.</al><al>v. Ontstoppings-voorziening: voorziening in aansluitleiding voor inspectie
                        en onderhoud van de leiding.</al><al>w. Particuliere afvoerlei-ding: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van
                        het aan te sluiten perceel gelegen binnen- of buiten- of
                        terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt.</al><al>x. Perceel-aansluitleiding: het bij de gemeente in beheer zijnde riool en de
                        voorzieningen die daarvan onderdeel uitmaken, tussen het openbaar riool en
                        het aansluitpunt.</al><al>y. Rechthebbende: 1. de eigenaar, de vereniging van eigenaren of beperkt
                        zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op
                        het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden. 2. De
                        rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1.
                        bedoelde personen.</al><al>z. Vrij vervalriool: het openbaar riool waarbij afvalwater, hemelwater,
                        bronneringswater en/of drainagewater door middel van de zwaartekracht wordt
                        getransporteerd.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>De vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                        aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool tot
                        stand te brengen of te wijzigen.</al><al>2. De vergunning geldt voor de rechthebbende en is perceelsgebonden. </al><al>3. Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen voor
                        het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het
                        particulier riool en de perceelaansluiting: </al><al>a. voor de afvoer van afvalwater naar een daarvoor bedoeld
                        leidingenstelsel;</al><al>b. voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoeld buizenstelsel,
                        als ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is en redelijkerwijs niet
                        kan worden gevergd dat het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                        oppervlaktewater wordt gebracht;</al><al>c. voor het tijdelijk afvoeren van bronneringswater als er geen
                        oppervlaktewater in de nabije omgeving aanwezig is;</al><al>d. voor de afvoer van grondwater als ter plaatse een drainagestelsel of een
                        gemengd stelsel aanwezig is.</al><al>4. Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één particuliere
                        afvoerleiding op het openbaar riool een aansluitvergunning aanvraagt, wordt
                        voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend, waarin alle
                        aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al><al>5. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden opgenomen met
                        betrekking tot:</al><al>a. het tot stand brengen van de aansluiting;</al><al>b. het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluitleiding; </al><al>c. sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al><al>d. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de aansluiting is
                        bedoeld voor de afvoer van bronneringswater en dit een tijdelijke
                        aansluiting betreft.</al><al>6. Als de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
                        aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van
                        de aansluiting waarop die aansluitingvergunning betrekking heeft, uit te
                        voeren, komt de aansluitvergunning van rechtswege te vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><al>1. De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk met behulp van
                        een daartoe bestemd formulier, bij burgemeester en wethouders ingediend door
                        de rechthebbende van het aan te sluiten perceel.</al><al>2. Bij de aanvraag van een aansluitvergunning moeten de volgende gegevens
                        door de rechthebbende worden verstrekt:</al><al>a. de naam en het adres van de rechthebbende;</al><al>b. de dagtekening;</al><al>c. de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning betreft;</al><al>d. de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><al>1. aan de hand van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is
                        toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende
                        perceel;</al><al>2. aangegeven op een situatieschets 1:1000 of grotere schaal;</al><al>e. voor zover het een lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de aard en de
                        hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij moet worden aangegeven
                        of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd
                        water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden
                        afgevoerd;</al><al>f. voor zover het een lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of er
                        daarnaast ook hemelwater zal worden afgevoerd. Als de rechthebbende
                        afvloeiend hemelwater wil afvoeren middels het openbaar riool, dan moet hij
                        aannemelijk te maken dat het redelijkerwijs van hem niet gevergd kan worden
                        het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te
                        brengen;</al><al>g. van de aan te sluiten of te wijzigen particuliere afvoerleiding ten
                        minste de volgende gegevens: </al><al>1. Het leidingverloop en de dimensionering</al><al>2. De hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt</al><al>3. Een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de afvalwater- en
                        hemelwaterafvoerleidingen</al><al>4. De wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van de
                        particuliere afvoerleiding ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden
                        gemarkeerd</al><al>3. Als de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in de
                        voor het perceel afgegeven bouwvergunning of een vergunning op grond van de
                        Wet milieubeheer, kan bij de aanvraag van een aansluitvergunning voor dit
                        perceel worden volstaan met het overleggen van een kopie van de gegevens uit
                        deze vergunning. </al><al>4. De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                        genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens zijn
                        verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover
                        geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na
                        kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen. Als daarna nog steeds gegevens
                        ontbreken, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel></kop><al>1. Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd als een aansluiting
                        van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of wijziging van die
                        aansluiting bezwaarlijk is, omdat het de doelmatige inzameling en afvoer van
                        het openbaar riool belemmert.</al><al>2. Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging
                        van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: </al><al>a. de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt
                        dan de bovenzijde van het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus de
                        benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding;</al><al>b. de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de
                        kruin van de straat, tenzij er via een pompinstallatie voorzien van
                        terugslagklep wordt aangesloten;</al><al>c. de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning wordt
                        gevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft gekregen op grond van
                        artikel 10.33, derde lid, Wet milieubeheer;</al><al>d. de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl
                        een gescheiden openbaar riool aanwezig is. Een samengevoegde voorziening is
                        in een nieuwe situatie niet meer mogelijk;</al><al>e. de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                        bronneringswater betreft, waarvoor een vergunning op grond van de Wet
                        milieubeheer, een vergunning op grond van de Wet verontreiniging
                        oppervlaktewateren of de Waterwet, of een ontheffing op grond van artikel
                        10.63 lid 1 van de Wet milieubeheer is vereist, maar niet is verleend of
                        niet toereikend is gelet op de lozingssituatie, of dat niet aan de geldende
                        algemene regels is voldaan;</al><al>f. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende
                        capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen
                        afvoeren;</al><al>g. de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de openbare
                        riolering en de RWZI belemmert;</al><al>h. de lozing niet verontreinigd drainagewater betreft en er voldoende
                        berging op eigen terrein mogelijk is;</al><al>i. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd
                        bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan
                        worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd;</al><al>j. een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer
                        voor het aan te sluiten perceel is geweigerd;</al><al>k. het gaat om een hemelwateraansluiting van een perceel gelegen in een op
                        grond van artikel 12 aangewezen gebied, tenzij een ontheffing krachtens
                        artikel 12, zesde lid, verleend is. </al><al>3. Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed, waarbij
                        burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het particulier
                        riool moet voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders besluiten binnen een termijn van 8 weken na
                        ontvangst op de aanvraag.</al><al>2. In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de
                        beslissing omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan als er geen
                        reden is de vergunning te weigeren:</al><al>a. terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden
                        gedaan of in behandeling is voor een bouwvergunning krachtens artikel 40
                        Woningwet,</al><al>b. terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag of melding
                        moet worden gedaan of in behandeling is in het kader van artikel 8.1 Wet
                        milieubeheer of het Activiteitenbesluit.</al><al>3. De rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van de aanhouding
                        op de hoogte gesteld. Gedurende de aanhouding wordt de termijn als bedoeld
                        in lid 1 opgeschort.</al><al>4. Na verlening van de in lid 2 onder sub a en b bedoelde vergunningen,
                        beslissen burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk op de aanvraag,
                        doch in elk geval binnen de termijn als bedoeld in lid 1.</al><al>5. Als een aansluitleiding dient voor aansluiting van meer dan één woning,
                        gebouw of perceel wordt per woning, gebouw, of perceel één
                        aansluitvergunning verstrekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen van hoofdstuk II
                        afwijken voor zover toe-passing, gelet op het belang dat deze regeling
                        beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                        aard.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De aansluiting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding</titel></kop><al>1. De rechthebbende aan wie ingevolge hoofdstuk II een aansluitvergunning is
                        verleend kan de gemeente verzoeken de aansluiting of wijziging van de
                        aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De
                        rechthebbende moet minste vier weken voordat de aansluiting moet worden
                        gerealiseerd een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in bij burgemeester
                        en wethouders.</al><al>2. Bij het verzoek tot aansluiting moeten in ieder geval de volgende
                        gegevens door de rechthebbende worden vermeld:</al><al>a. de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al><al>b. het nummer van de aansluitvergunning;</al><al>c. de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.</al><al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen als deze
                        gegevens volledig zijn vermeld.</al><al>3. Als de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan uit
                        hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten
                        overeenkomst of op andere wijze, moet de rechthebbende dit naast de in het
                        tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te
                        vermelden.</al><al>4. Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het
                        verzoek stellen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk in overleg met
                        rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de
                        perceelaansluitleiding. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering
                        wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende
                        gewenste tijdstip. De afspraak zal schriftelijk door de gemeente aan de
                        rechthebbende worden bevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders stellen de kosten van de aanleg van de
                        perceelaansluitleiding vast aan de hand van de werkelijk gemaakte kosten. </al><al>2. De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding, zoals bedoeld in
                        het eerste lid, kunnen niet meer in rekening worden gebracht als deze reeds
                        op andere wijze op de rechthebbende worden/zijn verhaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding</titel></kop><al>1. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding
                        vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente.</al><al>2. Nadat de gemeente de perceelaansluitleiding heeft aangelegd, voert de
                        rechthebbende zelf de aansluiting van de particuliere afvoerleiding uit.
                        Deze aansluiting mag slechts plaatsvinden, als de aan te sluiten
                        particuliere afvoerleiding voldoet aan de daaraan te stellen eisen.</al><al>3. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt, na melding bij de gemeente
                        dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het
                        zicht. Na controle door de gemeente dekt de rechthebbende de aansluitleiding
                        af.</al><al>4. De aansluiting van de particuliere afvoerleiding op de
                        perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als de aan te sluiten
                        particuliere afvoerleiding tot aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet
                        aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit of de Bouwverordening gemeente
                        Oldebroek te stellen eisen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Beheer en Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><al>1. Onjuist gebruik is niet toegestaan. </al><al>2. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al><al>a. het via deze aansluiting lozen van stoffen en/of zaken die, vanwege hun
                        aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het openbaar
                        riool veroorzaken of anderszins de werking van het openbaar riool negatief
                        kunnen beïnvloeden;</al><al>b. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of
                        concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten.</al><al>c. andere lozingen op een niet daarvoor bedoeld stelsel.</al><al>3. Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                        perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor
                        rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende
                        werkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik
                        van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de
                        rechthebbende of veroorzaker komen. Onder renovatie wordt tevens begrepen
                        het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging
                        van het openbaar riool.</al><al>4. De kosten voor het onderhoud van de particuliere afvoerleiding komen voor
                        rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de
                        noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar
                        riool.</al><al>5. Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het aansluitpunt
                        moet de rechthebbende ervoor te zorgen dat de particuliere afvoerleiding
                        hierop kan worden aangesloten op een zodanig wijze dat de afvoer vanuit het
                        perceel ongehinderd kan plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><al>1. Bij een verstopping of een andere storing in de particuliere
                        afvoerleiding, neemt de rechthebbende contact op met de gemeente voor het
                        verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden.</al><al>2. Als de ontstoppingsvoorziening vol staat, dan bevindt de verstopping zich
                        op gemeenteterrein en wordt dit gebrek kosteloos door de gemeente hersteld.
                        Als de ontstoppingsvoorziening leeg is, dan bevindt de verstopping zich in
                        de particuliere afvoerleiding en moet de rechthebbende of gebruiker zelf de
                        verstopping of storing te verhelpen. Als de verstopping niet het gevolg is
                        van een constructief gebrek aan de perceelaansluiting worden de door de
                        gemeente ter zake gemaakte kosten bij de vergunninghouder in rekening
                        gebracht. Als een verstopping is veroorzaakt door een constructief gebrek
                        aan de perceelaansluiting wordt dit gebrek kosteloos door de gemeente
                        hersteld casu quo weggenomen.</al><al>3. Als de rechthebbende of de gebruiker, zonder expliciete voorafgaande
                        toestemming van de gemeente, zelf, of aan een derde opdracht geeft tot het
                        verrichten van werkzaamheden, komen de kosten daarvan voor rekening van die
                        rechthebbende of gebruiker.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Afvoer van hemelwater</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Plicht tot afkoppelen</titel></kop><al>1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen
                        het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aangesloten te houden op het
                        openbaar riool.</al><al>2. De beheerder kan de wijze bepalen waarop afkoppelen plaatsvindt.</al><al>3. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van
                        de Wet milieubeheer en op de openbare weg. </al><al>4. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het
                        openbaar riool reke-ning met het gemeentelijk rioleringsplan.</al><al>5. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de achtste week na
                        de dag waarop zij bekend is gemaakt.</al><al>6. De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen
                        die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, als van de eigenaar van het
                        bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer
                        van het hemelwater kan worden gevergd. </al><al>7. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de
                        Algemene wet bestuurs-recht van toepassing. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><al>1. Bij sloop of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool
                        aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan
                        de particuliere afvoerleiding worden getroffen dat iedere belemmering van
                        het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.</al><al>2. Als de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het
                        eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de
                        aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden
                        kosten te verhalen op de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beëindiging gebruik</titel></kop><al>1. Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd is de
                        rechthebbende verplicht de gemeente hiervan binnen vier weken in kennis te
                        stellen. </al><al>2. Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt
                        de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning ingetrokken, waarna
                        de particuliere afvoerleiding op kosten van de rechthebbende door de
                        gemeente wordt verwijderd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>1. Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                        verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot
                        stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van hoofdstuk IV, V en hoofdstuk VI
                        van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al><al>2. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten
                        tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze
                        overeenkomsten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Rioolaansluit- en
                        afkoppelverordening Oldebroek 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 15 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Oldebroek/i1502.pdf">Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Oldebroek/i1501.pdf">Toelichting Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>