<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21253_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huis, 19-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Oldebroek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Extern werkend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 2004003698</al><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 6 juli 2004;</al><al/><al>gelet op artikel 213a Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde
                        bestuur.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                            beperkt mogelijke inzet van middelen;</al><al>b. Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde
                            maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden
                            behaald. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><al/><al>1. Het college stelt ieder jaar een onderzoeksplan vast voor de in het
                            volgende jaar te verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid
                            van (delen van) gemeentelijke organisatieonderdelen en/of de uitvoering
                            van gemeentelijke taken of werkprocessen,en de toetsing van de
                            doeltreffendheid van (delen van) programma's en paragrafen </al><al>2. In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><al>a. het object van onderzoek;</al><al>b. de reikwijdte van het onderzoek;</al><al>c. de onderzoeksmethode;</al><al>d. doorlooptijd van het onderzoek;</al><al>e. de wijze van uitvoering.</al><al>3. In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke middelen (capaciteit en
                            budget) in de productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van
                            onderzoeken.</al><al>4. Het onderzoeksplan wordt door het college ter kennisname naar de raad
                            en de rekenkamer(functie) gestuurd.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al/><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                            jaarstukken en indien daartoe aanleiding toe is in de tussentijdse
                            rapportages over de realisatie van het onderzoeksplan.</al><al/><al/><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><al/><al>1. De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en - indien nodig - aanbevelingen voor verbeteringen. </al><al>2. Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college
                            indien nodig een plan van verbetering op. </al><al>De rapportage en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan de
                            raad aangeboden. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 november 2004.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Oldebroek”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de gemeenteraad van Oldebroek</ondertekening><ondertekening>op 12 oktober 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>, griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage/><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><al/><al>Artikel 2. Onderzoeksplan</al><al/><al>Er wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en
                    onderzoeken naar de doeltreffendheid. </al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten
                    eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste
                    richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><al/><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Gelet op de samenhang die
                    er is tussen de verschillende onderzoeks- en controle-instrumenten van raad en
                    college, is het raadzaam de raad te informeren over de uit te voeren
                    onderzoeken. Hierin voorziet het onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal. </al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. </al><al>Het door het college vastgestelde onderzoeksplan wordt informatief aangeboden
                    aan de raad.</al><al/><al>In de verordening kan worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval
                    moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt
                    worden toegelicht:</al><al/><al>a) Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                    aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij de
                    doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten aanzien van
                    de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de doeltreffendheidonderzoeken
                    worden duidelijk de scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven.</al><al/><al>b) De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                    organisatie-eenheden waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of
                    waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden
                    bekostigd. De reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het
                    aangeven van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen,
                    organisatie-eenheden. De reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk
                    worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en welke
                    organisatie-eenheden en (eventueel) niet-gemeentelijke instellingen bij het
                    onderzoek worden betrokken.</al><al/><al>c) Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden (benchmarking,
                    enquête, enzovoorts).</al><al/><al>d) Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld in
                    fasen.</al><al/><al>e) Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door het
                    ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van derden) of
                    door derden.</al><al>Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken uitvoert, zullen in de
                    onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de
                    onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen ter verbeteringen worden
                    gegarandeerd. </al><al/><al/><al/><al>Artikel 6. Rapportage en gevolgtrekking </al><al/><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld. </al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering, daarom is in
                    deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van
                    verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                    zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren.
                    Het plan van verbetering wordt ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd. </al><al/><al/><al>Artikel 6. [m.z. 6] Citeertitel</al><al/><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>