<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR212498_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Dinkellander
                03-07-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand, art. 35, lid 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand, art. 48, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-05-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19-06-2012, 8</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sport, welzijn en recreatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening werkt terug tot en met 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Losser; - gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Losser, - gelet op artikel 8, eerste lid,
                        onderdeel g, tweede lid, onderdeel b en artikel 35 lid 5, alsmede artikel 48
                        lid 4, van de Wet werk en bijstand; besluit vast te stellen de volgende
                        verordening: Verordening maatschappelijke participatie 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Losser;</al></li><li nr="c."><lijst><li nr="-"><al>alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in
                                                  artikel 4, lid 1 sub a van de wet;</al></li><li nr="-"><al>alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als
                                                  bedoeld in artikel 4, lid 1 sub b van de wet;</al></li><li nr="-"><al>gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1
                                                  sub c van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel
                                            5, sub c van de wet.</al></li><li nr="e."><al>schoolgaand kind: ten laste komend kind van een ouder
                                            met een laag inkomen tot 110% van de van toepassing
                                            zijnde bijstandsnorm, dat onderwijs of een
                                            beroepsopleiding volgt;</al></li><li nr="f."><al>maatschappelijke participatie: een sociaal-culturele,
                                            educatieve respectievelijk sportieve activiteit die
                                            beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te
                                            doorbreken.</al></li><li nr="g."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
                                            wet waarbij een eventuele bijstandsuitkering in
                                            afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling
                                            van het recht op categoriale bijstand als inkomen wordt
                                            gezien;</al></li><li nr="h."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                                            wet op de aanvraagdatum;</al></li><li nr="i."><al>bijdrage: de bijstand als bedoeld in artikel 35, lid 5
                                            van de wet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel> Doel en strekking</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Degenen die tot de doelgroep, zoals omschreven in artikel 3 van
                                    deze verordening, behoren alsmede aan de voorwaarden voldoen,
                                    hebben om vergroting van de deelneming aan de samenleving van
                                    ten laste komende kinderen te bevorderen, recht op een bijdrage
                                    in de kosten hiervan.</al></li><li nr="b."><al>Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie
                                    van een ten laste komend kind dat onderwijs of een
                                    beroepsopleiding volgt, komen in aanmerking voor
                                    bijstandsverlening op grond van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>VOORWAARDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De alleenstaande ouder of het gezin met één of meer ten laste komende
                            kinderen, met een laag inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde
                            bijstandsnorm, en die niet beschikt over in aanmerking te nemen
                            vermogen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergoeding voor kosten maatschappelijke participatie </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Behoudens hetgeen hierover is bepaald in artikel 16 Wet werk en
                                    bijstand, verstrekt het college geen categoriale bijstand voor
                                    de kosten van participatie van schoolgaande kinderen die vallen
                                    onder de werkingssfeer van het gemeentelijk minimabeleid via de
                                    Kortingsregeling en het Jeugdsportfonds Overijssel.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het college besluit ook deel te nemen aan het
                                    Jeugdcultuurfonds Overijssel, geldt het Jeugdcultuurfonds
                                    Overijssel ook als fonds als bedoeld onder lid 1 van dit
                                    artikel.</al></li><li nr="3."><al>Indien de verstrekkingen via de gemeentelijke Kortingsregeling,
                                    het Jeugdsportfonds Overijssel en eventueel het
                                    Jeugdcultuurfonds Overijssel naar het oordeel van het college
                                    niet passend en toereikend zijn, kan het college individuele
                                    bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van maatschappelijke
                                    participatie van het schoolgaande kind op basis van artikel 35
                                    lid 1 van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen en bevoegdheid van het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door of namens het college van burgemeester en wethouders kan in
                                    bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden
                                    afgeweken van de bepalingen van deze verordening, indien
                                    toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard
                                    leidt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering
                                    van deze verordening nadere beleidsregels stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            participatie 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en
                            heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad op 19 juni 2012; griffier,
                        voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Toelichting verordening maatschappelijke participatie 2012</titel></kop><al>Algemene toelichting Het wordt door de wetgever van wezenlijk belang geacht dat
                    kinderen zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en
                    ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door de financiële positie van de
                    ouder(s). De gemeenten dienen daaraan bij te dragen door het voeren van beleid,
                    gericht op inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen. Het
                    beleid daarvoor moet op basis van artikel 8 lid 1 worden vastgelegd in een
                    gemeentelijke verordening. Op basis van artikel 8 lid 2 d dient opgenomen te
                    worden op welke wijze het college invulling geeft aan het begrip
                    maatschappelijke participatie. Maatschappelijke participatie van schoolgaande
                    kinderen kan o.a. plaatsvinden door:</al><lijst><li nr="•"><al>lidmaatschap van een jeugd- of sportvereniging;</al></li><li nr="•"><al>deelneming aan muziek- en/of dansonderwijs; </al></li><li nr="•"><al>bezoek aan zwembad, bibliotheek;</al></li><li nr="•"><al>deelneming aan schoolreisjes, excursies en andere door school
                            georganiseerde activiteiten; Voor al deze activiteiten kan een gehele of
                            gedeeltelijke vergoeding worden verstrekt via het bestaande
                            gemeentelijke minimabeleid (Kortingsregeling) en via het Jeugdsportfonds
                            Overijssel. Mogelijk sluit de gemeente Losser zich aan bij het
                            Jeugdcultuurfonds Overijssel. Wanneer dat het geval is, gelden
                            vergoedingen vanuit het Jeugdcultuurfonds Overijssel ten behoeve van
                            schoolgaande kinderen uit de gemeente Losser ook ter bevordering van de
                            maatschappelijke participatie op basis van deze verordening. Om die
                            reden worden deze regelingen als passende en toereikende voorliggende
                            voorzieningen (artikel 15 lid 1 WWB) voor de kosten van maatschappelijke
                            participatie van schoolgaande kinderen beschouwd. In de voorliggende
                            verordening wordt dit geregeld. </al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>