<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21171_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijk grondbedrijf</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldebroek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis, 23-02-1994. Huis aan Huis, 11-05-1994. Huis aan Huis, 01-12-2009.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijk grondbedrijf</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1993-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1994-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-08-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVV</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-70545</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijk grondbedrijf</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. </al><al><onderstreept>Beheersverordening</onderstreept></al><al><onderstreept>gemeentelijk grondbedrijf </onderstreept></al><al/><al>De raad van de gemeente Oldebroek; </al><al/><al>gelezen het besluit van burgemeester en we houders d.d. 2 november 1993; </al><al/><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet; </al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening: Beheersverordening grondbedrijf
                        Oldebroek. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Het bedrijf wordt beschouwd als een administratie zelfstandig
                            organisatieonderdeel</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Het beheer van het bedrijf berust bij burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Eigendommen die op het moment van inbreng niet langer dan één jaar
                            eigendom van de gemeente zijn, worden ingebracht tegen kostprijs,
                            waaronder wordt verstaan de kosten van verwerving, verhoogd met alle
                            andere kosten verbonden </al><al>aan de exploitatie van deze eigendommen, de rente daaronder begrepen,
                            over de </al><al>periode van het moment van eigendomsverkrijging tot het tijdstip van
                            inbreng, </al><al>verminderd met de inkomsten, verkregen uit de exploitatie van deze
                            eigendommen </al><al>over deze periode. De overige eigendommen worden ingebracht tegen door
                            de raad </al><al>voorzover nodig onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten vastgestelde
                            be</al><al>dragen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Reserves worden en voorzieningen kunnen worden aangewend ter
                                    financiering van de vaste en vlottende activa. Voorzover
                                    reserves en voorzieningen aldus zijn vastgelegd, wordt rente ten
                                    laste van de exploitatie gebracht volgens een jaarlijks door de
                                    raad vast te stellen percentage. </al></li><li nr="2"><al>Een eventueel overschot aan financieringsmiddelen wordt bij de
                                    Algemene Dienst belegd tegen een jaarlijks door de raad vast te
                                    stellen percentage. </al></li><li nr="3"><al>De in lid 1 en 2 bedoelde rentepercentages zijn aan elkaar
                                    gelijk. In voorkomende gevallen is het in lid 1 en 2 bedoelde
                                    rentepercentage tevens gelijk aan het in artikel 5, lid 4
                                    bedoelde rentepercentage dat over de kapitaalverstrekking door
                                    de Algemene Dienst is verschuldigd. </al></li><li nr="4"><al>De in lid 1 en 2 bedoelde gekweekte rente wordt als bate in de
                                    rekening van lasten en baten opgenomen De raad kan bepalen dat
                                    rente aan de reserves en/of voorzieningen wordt toegevoegd.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De Algemene Dienst verstrek aan het bedrijf kapitaal voor de
                                    financiering van de vaste en eventueel vlottende activa, daarbij
                                    rekening houdend met de artikel 4 bedoelde interne
                                    financieringsmiddelen.</al></li><li nr="2"><al>Het kapitaal wordt jaarlijks aangepast op grond van de mutaties
                                    die zich in de boekwaarde van de vaste activa alsmede in de voor
                                    interne financiering beschikbare middelen hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="3"><al>Voor het overige geschiedt de financiering door middel van een
                                    rekeningcourantverhouding met de Algemene Dienst. </al></li><li nr="4"><al>Over de van de Algemene verkregen financieringsmiddelen wordt
                                    rente berekend volgens een jaarlijks door de raad vast te
                                    stellen percentage. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>FUNKTIONARISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De dagelijkse leiding van het grondbedrijf berust bij de
                                    directeur van de sector Grondgebied.</al></li><li nr="2"><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 draagt een administrateur
                                    verantwoordelijkheid voor de administratieve organisatie en het
                                    bijhouden van de financiële organisatie en het bijhouden van de
                                    financiële administratie van het grond bedrijf</al></li><li nr="3"><al>Onder toezicht van de administrateur is een ambtenaar - te
                                    noemen betalingsfiatteur - belast met het effectueren van de
                                    betalingen</al></li><li nr="4"><al>De funktie van kassier wordt uitgeoefend door de kassier van de
                                    Algemene Dienst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De in artikel 6 genoemde zijn onverenigbaar,. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>De in artikel 6 genoemde funktionarissen worden vervangen op een door
                            burgemeester en wethouders te bepalen wijze. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Burgemeester en wethouders stellen op voorstel van de
                                    administrateur de organisatiestructuur met betrekking tot de
                                    financiële administratie en het beheer der geldmiddelen vast met
                                    inachtneming van het gestelde in deze verordening en zenden deze
                                    ter kennisneming aan de raad en aan Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="2"><al>De organisatiestructuur als bedoeld in het eerste lid kan
                                    ondermeer omvatten:</al><lijst><li nr="•"><al>een organisatiestructuur dat een doelmatige
                                            funktiescheiding waarborgt;</al></li><li nr="•"><al>beschrijvingen van de bij het financieel beleid en
                                            beheer alsmede de financiële administratie betrokken
                                            funkties;</al></li><li nr="•"><al>procesgerichte beschrijvingen;</al></li><li nr="•"><al>een regeling van de teken- en
                                            beschikkingsbevoegdheden;</al></li><li nr="•"><al>een beschrijving van de beveiligingsmaatregelen van
                                            gegevensbestanden;</al></li><li nr="•"><al>voorschriften inzake periodieke verslaggeving en de
                                            rapportering zowel naar burgemeester en wethouders als
                                            naar beheersfunktionarissen.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De deskundige, belast met de controle van het geldelijk beheer,
                                    wordt gehoord over het ontwerp van de voorschriften als bedoeld
                                    in het eerste en tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>EIGENDOMMEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al/><al>De gronden, inclusief de zich eventueel daarop bevindende opstallen,
                            worden conform de comptabiliteitsvoorschriften gerangschikt naar de
                            volgende hoofdgroepen: </al><lijst><li nr="a."><al>nog niet in bouwexploitatie genomen gronden; </al></li><li nr="b."><al>in bouwexploitatie genomen gronden; </al></li><li nr="c."><al>in erfpacht of anderszins uitgegeven gronden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Binnen deze hoofdgroepen worden de betreffende gronden voor zover zij
                            als één zelfstandig geheel kunnen worden beschouwd, gesplitst in
                            complexen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Voor de gronden genoemd in artikel 10 onder a, wordt als boekwaarde
                            aangehouden de aankoop c.q de inbrengwaarde, vermeerderd met alle op het
                            complex rustende lasten en verminderd met de bedragen wegens verkopen
                            als bedoeld in artikel 18. Ieder jaar wordt eveneens het saldo van de
                            overige baten en lasten van deze gronden op deze waarde bij- of
                            afgeschreven met inachtneming van eisen ten aanzien van het BTW-regiem.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>De waardering van de in artikel 10 onder b genoemde gronden (onderhanden
                            werken) geschiedt tegen vervaardigingskosten verminderd met de
                            opbrengsten wegens verkopen en eventuele subsidies. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al>De waardering van de in artikel 10 onder c genoemde gronden geschiedt
                            eenmaal per 5 jaar door een schattingscommissie bestaande uit 3 door de
                            raad benoemde leden (zie artikel 40). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De waarde van de gronden genoemd inartikel 10a, die 5 jaar na de
                                    inbreng nog niet in een kostprijsberekening zijn opgenomen,
                                    worden geschat en, zo nodig, telkens na 5 jaar opnieuw geschat.
                                </al></li><li nr="2"><al>Ingeval de totale schattingswaarde lager is dan de totale
                                    boekwaarde wordt dit verschil gedekt door een onttrekking aan de
                                    algemene reserve. </al></li><li nr="3"><al>Indien en voor zover de algemene reserve niet toereikend is,
                                    worden de nadelige taxatieverschillen geactiveerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel/></kop><al>In het geval bedoeld in artikel 15, lid 3 worden de geactiveerde
                            nadelige taxatieverschillen in 5 jaar afgeschreven.. De afschrijving
                            wordt. jaarlijks gedekt door een bijdrage van de Algemene Dienst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De raad stelt regelen vast onder welke voorwaarden gronden
                                    worden verkocht, uitgegeven of in optie worden gegeven. </al></li><li nr="2"><al>Deze regelen worden ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten
                                    toegezonden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij verkopen van de in artikel 10a bedoelde gronden worden in
                                    het algemeen geen winsten of verliezen becijferd. De opbrengsten
                                    worden via de exploitatierekening in mindering op de boekwaarden
                                    gebracht. </al></li><li nr="2"><al>In bijzondere gevallen kan de raad tot resultatenverrekening van
                                    de in het vorige lid bedoelde verkopen besluiten De hieruit
                                    resulterende winsten en/of verliezen verrekend met de Algemene
                                    Reserve. Indien en voorzover deze reserve niet toereikend is om
                                    de verliezen te dekken, wordt het verschil door de gemeente uit
                                    haar gewone middelen aan het bedrijf uitgekeerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel/></kop><al>De winsten en/of verliezen voortvloeiende uit de uitgifte van de in
                            artikel 10 onder b genoemde gronden, worden zolang het complex nog niet
                            geheel is uitgegeven als "voorlopig" beschouwd en overgebracht naar de
                            reserve "voorlopige winsten en verliezen grondverkopen", welke per
                            complex wordt gespecificeerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel/></kop><al>Als voorlopige winsten of verliezen worden aangemerkt de verschillen
                            tussen opbrengst bij verkoop en de opbrengst zoals deze is berekend in
                            de jaarlijks herziene exploitatie-opzet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien het saldo van de in artikel 19 bedoelde reserve negatief
                                    is, wordt het verlies gedekt door een bijdrage van de Algemene
                                    Reserve. </al></li><li nr="2"><al>Indien de Algemene Reserve niet toereikend is, wordt het
                                    verschil door de gemeente uit haar gewone middelen aan het
                                    bedrijf uitgekeerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel/></kop><al>Zodra een complex geheel voltooid en uitgegeven is, wordt het. bedrag
                            dat voor dit complex ingevolge de in artikel 19 genoemde reserve
                            resteert, overgeboekt naar de Algemene Reserve. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De voor de aanleg van straten en wegen, met inbegrip van
                                    plantsoenen, parken en speeltuinen bestemde gronden, worden
                                    behoudens het bepaalde in het tweede lid zonder verrekening met
                                    de gemeente uit het bedrijf genomen. </al></li><li nr="2"><al>Indien straten, wegen, plantsoenen, parken en speeltuinen niet
                                    uitsluitend worden aangelegd ten behoeve van het grondcomplex
                                    waarin zij komen te liggen, worden de daarvoor bestemde gronden
                                    uit het bedrijf genomen tegen een uit dien hoofde in de
                                    exploitatie-opzet vast te leggen vergoeding. </al></li><li nr="3"><al>Gronden ten behoeve van sportterreinen en ten behoeve van de
                                    openbare dienst, zoals scholen, gemeentegebouwen enz., worden
                                    door de gemeente uit het bedrijf genomen tegen een vergoeding,
                                    zoals deze in de exploitatie-opzet is vastgelegd. </al></li><li nr="4"><al>De in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde
                                    handelingen worden beschouwd als verkopen in de zin van de
                                    verordening </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel/></kop><al>De in erfpacht of anderszins uitgegeven gronden blijven in het bedrijf
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien volgens de erfpachtsvoorwaarden bij het beëindigen van de
                                    erfpacht een vergoeding voor de opstal is verschuldigd, wordt
                                    jaarlijks een bedrag voor dit doel ten laste van de exploitatie
                                    van de in erfpacht uitgegeven eigendommen gebracht.</al></li><li nr="2"><al>Deze bedragen worden geadministreerd als een voorziening</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Een batig saldo de exploitatie van de in erfpacht of anderszins
                                    uitgegeven eigendommen strekt niet tot dekking van een nadelig
                                    saldo van de exploitatie van de andere eigendommen, maar wordt
                                    gereserveerd.</al></li><li nr="2"><al>Een nadelig saldo van die exploitatie wordt. voor zover mogelijk
                                    gedekt uit. de in het. eerste lid bedoelde reserve.. Indien en
                                    voorzover deze reserve niet toereikend is en wanneer het nadelig
                                    saldo niet zal kunnen worden gedekt uit de in de volgende jaren
                                    redelijkerwijs te verwachten voordelige saldi kan het nadelig
                                    saldo worden gedekt uit de Algemene Reserve. Indien en voorzover
                                    ook deze niet toereikend is, vindt. dekking plaats uit de gewone
                                    middelen van de Algemene Dienst. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>INTERNE EN ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Door de technische dienst van de gemeente wordt in samenwerking
                                    met de administrateur een gedetailleerde exploitatie-opzet.
                                    opgesteld. </al></li><li nr="2"><al>Deze exploitatieberekening bestaat uit: </al><lijst><li nr="a"><al>een gedetailleerde kostprijsberekening; </al></li><li nr="b"><al>een gedetailleerde opbrengstraming. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Voor de gedetailleerde opbrengstraming dient de
                                    kostprijsberekening als grondslag voor het. bepalen van de
                                    (eventueel gedifferentieerde) minimum verkoopprijzen van de
                                    gronden, het totaal van de geraamde opbrengsten gelijk is aan
                                    het totaal van de geraamde kosten.</al></li><li nr="4"><al>Indien blijkt de geraamde opbrengsten op basis van de aldus
                                    berekende minimum verkoopprijzen hoger zijn dan de geraamde
                                    opbrengsten op grond van de door de raad c.q. burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde minimum verkoopprijzen, dan moet het
                                    daar uit.voortvloeiende geraamde verlies in de
                                    exploitatiebegroting tot uitdrukking worden gebracht..</al></li><li nr="5"><al>De exploitatiebegroting wordt, indien de afwijkingen tussen
                                    raming en werkelijkheid dit. noodzakelijk maken, tijdig herzien.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel/></kop><al>De berekeningen, die grondslag liggen aan de ramingen van werken genoemd
                            in de in het vorige artikel bedoelde kostprijsberekening, moeten zodanig
                            zijn opgesteld dat: </al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurig en gedetailleerd inzicht. wordt gegeven van de
                                    kostenopbouw van elk van bedoelde werken;</al></li><li nr="b."><al>waar mogelijk een kwantificering van de te verrichten
                                    werkzaamheden en de eenheidsprijzen wordt gegeven; </al></li><li nr="c."><al>de ramingen kunnen worden gebruikt bij het opstellen van de
                                    begroting.. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De administrateur draagt mede zorg dat de financiële belangen
                                    van het bedrijf op de juiste wijze worden behartigd. </al></li><li nr="2"><al>De hiervoor in aanmerking komende funktionarissen van de
                                    gemeente verstrekken de administrateur alle gegevens en stukken
                                    die hij ten behoeve van een juiste verzorging van zijn
                                    administratie, de kredietbewaking en de verslaggeving nodig
                                    heeft. Zij stellen in overleg met de administrateur zodanige
                                    administratieve maatregelen vast dat aan deze verplichting
                                    tijdig en volledig wordt voldaan. </al></li><li nr="3"><al>De administrateur wordt tijdig schriftelijk op de hoogte gesteld
                                    van alle door de raad en burgemeester en wethouders genomen
                                    besluiten waaraan financiële consequenties voor het grondbedrijf
                                    zijn verbonden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel/></kop><al>De administrateur draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="1"><al>de administratieve organisatie zodanig is dat kan worden voldaan
                                    aan de eisen van doelmatig beheer alsmede dat de nodige
                                    maatregelen worden genomen voor een goede werking van de interne
                                    controle, gericht op de volledigheid, juistheid en tijdigheid
                                    van de administratieve verantwoording en verslaggeving;</al></li><li nr="2"><al>de verslaglegging van de omzetbelasting, zowel wat betreft de
                                    vooraftrek alsmede de afdracht, per complex wordt
                                    geadministreerd en dat jaarlijks met name ten aanzien van niet
                                    sluitende (is verliesgevende) exploitatie-opzetten wordt
                                    nagecalculeerd in hoeverre er nog verrekeningen met de
                                    belastinginspectie dienen plaats te vinden;</al></li><li nr="3"><al>aan burgemeester en wethouders van de gemeente en de daarvoor in
                                    aanmerking komende funktionarissen van de gemeente alle door hen
                                    benodigde informatie wordt verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel/></kop><al>Het geldverkeer zal via een rekening-courantverhouding met de Algemene
                            Dienst worden geleid. Om praktische redenen kan gebruik worden gemaakt
                            van een zogenaamde nevenrekening (deze is voor wat betreft de
                            renteberekening compensabel met de hoofdrekening van de Algemene
                            Dienst). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel/></kop><al>Betalingen door het grondbedrijf vinden plaats met inachtneming van door
                            burgemeester en wethouders vast te stellen procedures en toe te kennen
                            fiatteringsbevoegdheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De administrateur is belast met het toezicht op de inning van
                                    inkomsten en het tijdig nemen van invorderingsmaatregelen. </al></li><li nr="2"><al>De administrateur verstrekt aan het einde van elk kwartaal aan
                                    de directeur van de sector Grondgebied en aan burgemeester en
                                    wethouders en voorts zo dikwijls zij dit verlangen een opgave
                                    van de vervallen en nog niet geïnde bedragen met vermelding van
                                    de genomen invorderingsmaatregelen. </al></li><li nr="3"><al>De administrateur stelt de kassier tijdig in kennis van de te
                                    ontvangen bedragen. </al></li><li nr="4"><al>De kassier stelt de administrateur tijdig in kennis van
                                    ontvangen en betaalde bedragen </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel/></kop><al>De administrateur biedt jaarlijks tenminste 4 maanden vóór aanvang van
                            het nieuwe dienstjaar een ontwerpbegroting aan burgemeester en
                            wethouders aan. Deze ontwerpbegroting wordt door de administrateur voor
                            gezien getekend. Indien en voorzover de ontwerpbegroting de
                            administrateur aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen, doet hij
                            daarvan na overleg met de directeur van de sector Grondgebied en de chef
                            van de afdeling financiën schriftelijk mededeling aan burgemeester en
                            wethouders. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel/></kop><al>In de memorie van toelichting wordt een onderverdeling van de geraamde
                            bedragen opgenomen. De raming van de kosten van de uit te voeren werken
                            alsmede van de in de loop van het jaar op de begroting te brengen nieuwe
                            werken moet zodanig geschieden dat:</al><lijst><li nr="-"><al>een nauwkeurig, gedetailleerd inzicht wordt gegeven van de
                                    kostenopbouw van elk van de bedoelde werken; </al></li><li nr="-"><al>de ramingen dienstbaar kunnen worden gemaakt aan de
                                    kredietbewaking</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De administrateur draagt zorg voor een zodanige
                                    kredietbewakingsadministratie dat te verwachten overschrijdingen
                                    van begrotingsposten en/of geraamde kosten van uit te voeren c.q
                                    afzonderlijk geraamde onderdelen daarvan tijdig worden
                                    gesignaleerd. Hij geeft daarvan onmiddellijk kennis aan de
                                    directeur van de sector Grondgebied, onverminderd zijn
                                    bevoegdheid om daarna burgemeester en wethouders van genoemde
                                    overschrijding in kennis te stellen.</al></li><li nr="2"><al>Zodra een te verwachten overschrijding is gesignaleerd, dient de
                                    administrateur bij burgemeester en wethouders een voorstel in
                                    tot wijziging van de begroting. Dit voorstel wordt door de
                                    directeur van de sector Grondgebied voor akkoord verklaard.
                                    Indien het voorstel het hoofd van de afdeling financiën
                                    aanleiding geeft tot opmerkingen deelt hij deze aan burgemeester
                                    en wethouders en de directeur van de sector Grondgebied mede.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel/></kop><al>Zo dikwijls burgemeester en wethouders dit verlangen, doch in ieder
                            geval eenmaal per 6 maanden, dient de administrateur in samenwerking met
                            de directeur van de sector Grondgebied per complex een overzicht in van
                            de uitgevoerde en nog uit te voeren werken, dat per werk, c.q.
                            afzonderlijk geraamde onderdelen daarvan, de navolgende gegevens bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>toegestaan krediet; </al></li><li nr="b."><al>verbruikt krediet, waaronder lopende bestellingen en
                                    aanneemsommen; </al></li><li nr="c."><al>nog beschikbaar krediet; </al></li><li nr="d."><al>nog benodigde bedragen om het werk te voltooien; </al></li><li nr="e."><al>te verwachten afwijkingen t.o.v. de ramingen (verschil tussen c
                                    en d). </al><al>Dit overzicht dient vergezeld te gaan van een toelichting waarin
                                    de te verwachten afwijkingen nader zijn geanalyseerd en
                                    gemotiveerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>De jaarrekening van het grondbedrijf wordt opgemaakt door de
                                    administrateur en de directeur van de sector Grondgebied, na
                                    tekening voor gezien door het hoofd van de afdeling financiën,
                                    en uiterlijk 4 maanden na afloop van het. verslagjaar aan
                                    burgemeester en wethouders aangeboden. Aan de rekening wordt een
                                    door de administrateur te vervaardigen verslag toegevoegd met.
                                    hierin opgenomen de financiële positie van het bedrijf als
                                    geheel, de belangrijkste ontwikkelingen in afgelopen jaar
                                    alsmede een prognose voor de toekomst..</al></li><li nr="2"><al>Indien en voorzover de rekening de directeur van de sector
                                    Grondgebied of het hoofd van de afdeling financiën aanleiding
                                    geeft tot het maken van opmerkingen doet hij daarvan na overleg
                                    met de administrateur schriftelijk mededeling aan burgemeester
                                    en wethouders. </al></li><li nr="3"><al>Indien de administrateur met betrekking tot de inhoud van de
                                    jaarrekening een van het. college van burgemeester en wethouders
                                    afwijkend standpunt. heeft, doet hij daarvan bij de aanbieding
                                    van de rekening schriftelijk mededeling. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel/></kop><al>Zowel de begroting als de jaarrekening worden opgesteld conform de
                            geldende gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel/></kop><al>Met alle in deze verordening genoemde schattingen wordt belast een
                            externe, onafhankelijke commissie van schatting bestaande uit drie door
                            burgemeester en wethouders te benoemen deskundige leden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel/></kop><al>De directeur van de sector Grondgebied en de administrateur dragen er
                            zorg voor dat, indien als gevolg van gewijzigde omstandigheden de
                            verordening moet worden herzien, de daartoe benodigde voorstellen tijdig
                            bij burgemeester en wethouders worden ingediend </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel/></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Beheersverordening grondbedrijf
                            Oldebroek". </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    1994. </al></li><li nr="2"><al>Met ingang van bovengenoemde datum vervalt de oude verordening
                                    zoals vastgesteld op 26 februari 1991. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus door de raad der qemeente Oldebroek in zijn openbare
                        vergadering van 23 november 1993</ondertekening><ondertekening> , voorzitter.&lt;</ondertekening><ondertekening> , secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Oldebroek/i1260.pdf">Beheerverordening gemeentelijke grondbedrijf.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>