<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21135_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Deelverordening Samenleving</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Deelverordening Samenleving</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>1.1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>amateurkunstbeoefening: de beoefening op amateurbasis door
                                    harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands, drumbands en
                                    majorettekorpsen, zang- en toneelverenigingen;</al></li><li nr="2."><al>actief lid: een natuurlijk persoon die als lid van een
                                    vereniging actief deelneemt aan de activiteiten van die
                                    vereniging;</al></li><li nr="3."><al>jeugdlid: een lid van een vereniging dat op 1 januari van het
                                    subsidiejaar in de leeftijdscategorie van 4 tot en met 17 jaar
                                    valt en dat tevens is ingeschreven in de Gemeentelijke
                                    Basisadministratie van de gemeente Achtkarspelen.</al></li><li nr="4."><al>sportvereniging: </al><lijst><li nr="a)"><al>een vereniging die is aangesloten bij een regionale of
                                            landelijke door het NOC*NSF erkende sportbond en
                                            statutair is gevestigd in de gemeente
                                            Achtkarspelen;</al></li><li nr="b)"><al>een rechtspersoon die naar het oordeel van burgemeester
                                            en wethouders met een in het eerste lid bedoelde
                                            vereniging kan worden gelijkgesteld;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>sporttechnisch kader: sporttechnisch geschoolde leiding, in het
                                    bezit van de door de betreffende landelijke of regionale
                                    sportorganisaties vereiste diploma’s en/of bevoegdheden en in
                                    dienst bij de Stichting Sport Fryslân;</al></li><li nr="6."><al>kwaliteitsfactor: de factor die de zwaarte van de bevoegdheid
                                    van de leider c.q. trainer die de jeugdleden traint,
                                    aangeeft;</al></li><li nr="7."><al>evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van
                                    vermaak die voldoet aan de nadere eisen als bedoeld in artikel
                                    4.2;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Algemene subsidieverordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Achtkarspelen is van
                                toepassing op subsidies die op basis van deze verordening worden
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover in deze verordening van de Algemene subsidieverordening
                                afwijkende bepalingen zijn opgenomen, geldt deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen welzijnsactiviteiten subsidiëren,
                                voor zover deze activiteiten betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a)"><al>cultuur;</al></li><li nr="b)"><al>sport;</al></li><li nr="c)"><al>samenlevingszaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten bedoeld in het eerste lid kunnen gericht zijn op
                                speciale categorieën van de bevolking en/of op bijzondere
                                situaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>1.In afwijking van artikel 5 van de Algemene subsidieverordening
                            gemeente Achtkarspelen hoeft geen aanvraag tot verlening van subsidie te
                            worden ingediend, tenzij anders vermeld bij de betreffende
                            paragraaf.</al><al>2.Een ingediende aanvraag wordt pas in behandeling genomen na het
                            verstrijken van de gehanteerde uiterste indieningsdatum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:25, tweede lid en artikel
                            4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen burgemeester en wethouders
                            een subsidie weigeren wanneer: </al><lijst><li nr="1."><al>de activiteit niet plaatsvindt in de gemeente
                                    Achtkarspelen;</al></li><li nr="2."><al>de activiteit naar hun mening niet of niet voldoende aansluit
                                    bij de initiatieven en de behoeften van de bevolking of groepen
                                    daaruit;</al></li><li nr="3."><al>de subsidieaanvrager statutair buiten de gemeente Achtkarspelen
                                    is gevestigd;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten niet worden begeleid door, naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders, deskundige leiding;</al></li><li nr="5."><al>de activiteit niet voor iedereen toegankelijk is;</al></li><li nr="6."><al>overwegend partijpolitieke, godsdienstige of
                                    levensbeschouwelijke vorming of bewustwording wordt beoogd of
                                    feitelijk verricht;</al></li><li nr="7."><al>burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het derde lid,
                                    mits de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend direct ten
                                    goede komt aan de inwoners van de gemeente Achtkarspelen en de
                                    activiteit niet reeds in voldoende mate door een lokale
                                    instelling wordt verricht.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.2</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Personeel</titel></kop><al>Op werknemers in dienst van de subsidieontvanger zijn de bepalingen als
                            gesteld in de CAO die op het betreffende werkveld van toepassing
                            is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage van de deelnemers dient in redelijke verhouding te
                                staan tot de kosten van de activiteiten, waarbij de doelgroep en de
                                aard van de activiteiten een rol kunnen spelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Of een eigen bijdrage als bedoeld in het eerste lid in redelijke
                                verhouding staat tot de kosten van de activiteiten, staat ter
                                beoordeling van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Toegankelijkheid accommodaties</titel></kop><al>Als activiteiten worden uitgevoerd in een accommodatie, kunnen
                            burgemeester en wethouders de subsidieontvanger verplichten er voor te
                            zorgen dat de accommodatie mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is
                            voor lichamelijk gehandicapten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Een subsidieontvanger dient mee te werken aan door of namens de minister
                            van VWS of OCW in te stellen onderzoek, dat is gericht op het verkrijgen
                            van gegevens voor het beleid van rijk en gemeente ten aanzien van het
                            welzijnswerk.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2</nr><titel>Cultuur</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>Amateurkunst</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>2.1.1</nr><titel>Harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor
                            harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen moet een
                                vereniging een minimum aantal actieve leden hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde minimum aantal bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>harmonieën en fanfares: 40 leden</al></li><li nr="b)"><al>brassbands: 25 leden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteiten moeten grotendeels plaatsvinden in de gemeente
                                Achtkarspelen en moeten een regelmatig karakter hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken een jaarlijkse subsidie per
                                vereniging per actief jeugdlid tot een maximum van 30
                                jeugdleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in het eerste lid
                                bedoelde subsidie besluiten tot het verstrekken van een jaarlijkse
                                vaste subsidie. Deze subsidie kan variëren per soort
                                vereniging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde subsidies
                                stellen burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in een
                            beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                            begrotingspost.</al><al>2.Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het vastgestelde
                            subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                            evenredigheid verdeeld.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.1.2</nr><titel>Drumbands en majorettekorpsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor
                            drumbands en majorettekorpsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen dient een korps
                                of band een minimum aantal van 20 actieve leden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten dienen grotendeels plaats te vinden in de gemeente
                                Achtkarspelen en moeten een regelmatig karakter hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken een jaarlijkse subsidie per
                                vereniging per actief jeugdlid tot een maximum van 30
                                jeugdleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in het eerste lid
                                bedoelde subsidie besluiten tot het verstrekken van een jaarlijkse
                                vaste subsidie. Deze subsidie kan variëren per soort
                                vereniging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde subsidies
                                stellen burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in een
                            beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                            begrotingspost.</al><al>2.Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                            overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar evenredigheid
                            verdeeld.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.1.3</nr><titel>Zangverenigingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor
                            zangverenigingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen dient een
                                vereniging een minimum aantal van 20 actieve leden te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten dienen grotendeels plaats te vinden in de gemeente
                                Achtkarspelen en moeten een regelmatig karakter hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken een jaarlijkse subsidie per
                                vereniging per actief jeugdlid tot een maximum van 30
                                jeugdleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in het eerste lid
                                bedoelde subsidie besluiten tot het verstrekken van een jaarlijkse
                                vaste subsidie. Deze subsidie kan variëren per soort
                                vereniging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde subsidie
                                stellen burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                    overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                    evenredigheid verdeeld.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.1.4</nr><titel>Toneelverenigingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor
                            toneelverenigingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen dient een
                                vereniging een minimum aantal van 15 actieve leden te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten dienen grotendeels plaats te vinden in de gemeente
                                Achtkarspelen en moeten een regelmatig karakter hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken een jaarlijkse subsidie per
                                vereniging per actief jeugdlid tot een maximum van 30 jeugdleden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in het eerste lid
                                bedoelde subsidie besluiten tot het verstrekken van een jaarlijkse
                                vaste subsidie. Deze subsidie kan variëren per soort
                                vereniging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde subsidie
                                stellen burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                    overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                    evenredigheid verdeeld.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>2.2</nr><titel>Culturele activiteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor het
                            organiseren van culturele activiteiten op het gebied van podiumkunsten,
                            beeldende kunst, literatuur en muziek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie per activiteit stellen burgemeester en
                            wethouders vast in een beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond overschrijdt,
                                    wordt de subsidie verleend in volgorde van binnenkomst van de
                                    aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Als datum van binnenkomst als bedoeld in het vorige lid wordt de
                                    datum aangehouden waarop de aanvraag compleet is ingediend.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>2.3</nr><titel>Friese taal en cultuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor het
                            organiseren van activiteiten op het gebied van de Friese taal en
                            cultuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie per activiteit stellen burgemeester en
                            wethouders vast in een beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond overschrijdt,
                                    wordt de subsidie verleend in volgorde van binnenkomst van de
                                    aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Als datum van binnenkomst als bedoeld in het vorige lid wordt de
                                    datum aangehouden waarop de aanvraag compleet is ingediend.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3</nr><titel>Sport</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Jeugdsport</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor een
                            bijdrage in de loonkosten van het sporttechnisch kader ten behoeve van
                            de training van jeugdleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De jeugdleden dienen gedurende het sportseizoen als regel ten minste
                                één keer per week in teamverband, minimaal één uur onder begeleiding
                                van een gekwalificeerde trainer te oefenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden het
                                trainingsschema, de behaalde diploma’s van het sporttechnisch kader
                                en een volledige ledenlijst met jeugdleden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 oktober van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie bestaat uit een bijdrage voor de kwaliteitsfactor van het
                            sporttechnisch kader. </al></li><li nr="2."><al>De sportopleidingen waaraan de in het eerste lid bedoelde
                                    kwaliteitsfactor wordt toegekend, bestaan uit de opleidingen
                                    genoemd in de meest recente door het Ministerie van VWS en
                                    NOC*NSF uitgegeven brochure ‘Erkende Sportopleidingen in
                                    Nederland’. </al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid, onder a, bedoelde kwaliteitsfactor
                                    bedraagt:</al><lijst><li nr="a)"><al>1 voor kader in het bezit van een bevoegdheid waarvan de
                                            opleiding minimaal 9 en maximaal 75 uren heeft bedragen;
                                        </al></li><li nr="b)"><al>2 voor kader in het bezit van een bevoegdheid waarvan de
                                            opleiding minimaal 76 en maximaal 200 uren heeft
                                            bedragen;</al></li><li nr="c)"><al>3 voor kader in het bezit van een bevoegdheid waarvan de
                                            opleiding meer dan 200 uren heeft bedragen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het subsidiebedrag dat per trainer(ster)/leider(ster)
                                    beschikbaar wordt gesteld, stellen burgemeester en wethouders
                                    vast in een beleidsregel.</al></li><li nr="5."><al>Een sportvereniging die niet is aangesloten bij een regionale of
                                    landelijke door het NOC*NSF erkende sportbond ontvangt 50% van
                                    het subsidiebedrag waar op grond van het derde lid aanspraak op
                                    zou bestaan wanneer zij wel bij een dergelijke sportbond
                                    aangesloten zou zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in een
                                beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                begrotingspost.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                evenredigheid verdeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Sportstimulering</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2.1</nr><titel>Sportactiviteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan sportverenigingen een subsidie
                                verstrekken voor activiteiten die voortvloeien uit gemeentelijke
                                sportstimuleringsprojecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend
                                minimaal acht weken voordat de activiteit plaatvindt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie per activiteit stellen burgemeester en
                                wethouders vast in een beleidsregel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast
                                        in een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad
                                        vastgestelde begrotingspost. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond
                                        overschrijdt, wordt de subsidie verleend in volgorde van
                                        binnenkomst van de aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Als datum van binnenkomst als bedoeld in het vorige lid
                                        wordt de datum aangehouden waarop de aanvraag compleet is
                                        ingediend.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2.2</nr><titel>Cursussen en trainingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor het
                                deelnemen van verenigingsleden aan trainingen of cursussen om te
                                kunnen functioneren als bestuurder, scheidsrechter, leider, trainer
                                of vrijwilliger.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat het
                                        diploma wordt behaald en dat kopieën van de nota’s worden
                                        overgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten waarvoor
                                        subsidie krachtens deze paragraaf is verleend na beëindiging
                                        van de subsidie binnen de eigen organisatie voort te zetten,
                                        tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet uiterlijk acht
                                weken na ontvangst van de laatste diploma-uitslag worden
                                ingediend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie stellen burgemeester en wethouders vast in
                                een beleidsregel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast
                                        in een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad
                                        vastgestelde begrotingspost. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond
                                        overschrijdt, wordt de subsidie verleend in volgorde van
                                        binnenkomst van de aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Als datum van binnenkomst als bedoeld in het vorige lid
                                        wordt de datum aangehouden waarop de aanvraag compleet is
                                        ingediend.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Sportaccommodaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor de nieuwbouw,
                                        uitbreiding en/of renovatie van kleedaccommodaties op
                                        sportcomplexen een subsidie verstrekken aan de volgende
                                        sportverenigingen:</al><lijst><li nr="a)"><al>voetbalverenigingen;</al></li><li nr="b)"><al>korfbalverenigingen;</al></li><li nr="c)"><al>tennisverenigingen;</al></li><li nr="d)"><al>fierljepverenigingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt maximaal één
                                        keer per: </al><lijst><li nr="a)"><al>40 jaar verleend aan voetbal-, korfbal- en
                                                tennisverenigingen;</al></li><li nr="b)"><al>15 jaar verleend aan fierljepverenigingen.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.16</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De minimale oppervlakte van kleedaccommodaties dient te
                                        voldoen aan de richtlijnen vermeld in het ‘Handboek
                                        sportaccommodaties’ van NOC*NSF.</al></li><li nr="2."><al>In overleg worden vooraf afspraken gemaakt over de mate van
                                        zelfwerkzaamheid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.17</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 5 van de Algemene
                                        subsidieverordening gemeente Achtkarspelen moet de aanvraag
                                        tot subsidieverlening uiterlijk drie maanden voor aanvang
                                        van de bouw-, uitbreidings- of renovatiewerkzaamheden worden
                                        ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag moeten een (bouw-)plan en de begroting
                                        worden ingeleverd.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.18</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>De aanvraag tot subsidievaststelling moet binnen een zes maanden na
                                oplevering van de nieuwe of gerenoveerde accommodatie worden
                                ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.19</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de kosten van de
                                nieuwbouw, uitbreiding of renovatie en is mede afhankelijk van de
                                inbreng van zelfwerkzaamheid, vermeld in artikel 3.16, tweede lid. </al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4</nr><titel>Samenlevingszaken</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>4.1</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen evenementen subsidiëren, voor
                                zover deze betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a)"><al>sport;</al></li><li nr="b)"><al>cultuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De evenementen bedoeld in het eerste lid kunnen gericht zijn op
                                speciale categorieën van de bevolking en/of op bijzondere
                                situaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen dient het evenement
                            te voldoen aan de volgende criteria.</al><lijst><li nr="1."><al>het evenement draagt in positieve zin bij aan de vergroting van
                                    de naamsbekendheid van de gemeente Achtkarspelen en;</al></li><li nr="2."><al>het evenement heeft, naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders, een bovengemeentelijke uitstraling en; </al></li><li nr="3."><al>het evenement draagt bij aan het lokale welzijn van de bewoners
                                    van de gemeente Achtkarspelen c.q. is van waarde voor de
                                    inwoners van Achtkarspelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het bepalen van de hoogte van de subsidie worden de
                                evenementen door burgemeester en wethouders verdeeld in twee
                                categorieën, afhankelijk van de mate waarin het evenement in
                                positieve zin bijdraagt aan de vergroting van de naamsbekendheid van
                                de gemeente Achtkarspelen, de mate van bovengemeentelijke
                                uitstraling en de mate waarin het evenement bijdraagt aan het lokale
                                welzijn van de bewoners van de gemeente Achtkarspelen c.q. van
                                waarde is voor de inwoners van Achtkarspelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen beleidsregels vast waarin is
                                opgenomen de hoogte van de subsidiebedragen die verbonden zijn aan
                                de in het tweede lid bedoelde categorieën, alsmede een methodiek om
                                te bepalen tot welke categorie een evenement behoort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                    overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                    evenredigheid verdeeld.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.2</nr><titel>Leefbaarheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks een subsidie verstrekken
                            voor activiteiten ter handhaving of verbetering van de leefbaarheid van
                            een dorp dat deel uitmaakt van de gemeente Achtkarspelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Te subsidiëren instelling</titel></kop><al>De subsidie wordt alleen verleend aan één vereniging plaatselijk belang
                            per dorp die zich specifiek ten doel heeft gesteld het dorpsbelang te
                            behartigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidiegelden moeten in het algemeen belang ten gunste van de
                                inwoners van het dorp of van een specifieke doelgroep binnen de
                                bevolking van het dorp worden aangewend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar
                                waarvoor subsidie is verleend, legt de subsidieontvanger rekening en
                                verantwoording af over de besteding van de subsidiegelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen eisen stellen ten aanzien van de
                                wijze waarop de in het tweede lid bedoelde rekening en
                                verantwoording wordt afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidieontvanger is niet verplicht de subsidie te besteden in
                                het jaar waarin het beschikbaar is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie stellen burgemeester en wethouders vast in een
                            beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in een
                                beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                begrotingspost.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                evenredigheid verdeeld. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.3</nr><titel>Sociaal-cultureel werk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor
                                sociaal-cultureel werk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Te subsidiëren instelling</titel></kop><al>De subsidie wordt verleend aan maximaal één organisatie of
                                instelling per dorp die sociaal-culturele activiteiten
                                aanbiedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De activiteiten dienen in hoofdzaak gericht te zijn op
                                        jeugdactiviteiten.</al></li><li nr="2."><al>Binnen de jeugdactiviteiten heeft de doelgroep 12- tot
                                        18-jarigen de hoogste prioriteit.</al></li><li nr="3."><al>De activiteiten gericht op volwassenen dienen kostendekkend
                                        te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend voor
                            1 april van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>1.De subsidie wordt bepaald door:</al><al>a) het activiteitenbudget;</al><al>b) de subsidiabele kosten.</al><al>2.Tot de subsidiabele kosten behoren:</al><lijst><li nr="a)"><al>de kosten voor huisvesting (huur), voor zover deze
                                    redelijkerwijs aan de te subsidiëren activiteiten kunnen worden
                                    toegeschreven;</al></li><li nr="b)"><al>de kosten voor organisatie (schoonmaak, klein onderhoud e.d.)
                                    voor zover deze niet zijn opgenomen in de huur en voor zover
                                    deze redelijkerwijs aan de te subsidiëren activiteiten kunnen
                                    worden toegeschreven.</al></li></lijst><al>3.De hoogte van de in het eerste lid, onder a, bedoelde subsidie stellen
                            burgemeester en wethouders vast in een beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond voor het
                                    activiteitenbudget en voor de subsidiabele kosten vast in een
                                    beleidsregel binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                    overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar
                                    evenredigheid verdeeld. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.4</nr><titel>Ouderenwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidies verstrekken voor het
                            organiseren van activiteiten die gericht zijn op inwoners vanaf 55 jaar
                            in de gemeente Achtkarspelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.19</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoen de activiteiten, naar
                            het oordeel van burgemeester en wethouders, aan de volgende
                            criteria.</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteit levert een bijdrage aan het bevorderen van
                                    maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="2."><al>de activiteit levert een bijdrage aan het voorkómen van sociaal
                                    isolement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.20</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie per activiteit stellen burgemeester en
                            wethouders vast in een beleidsregel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.21</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in
                                    een beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                    begrotingspost.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het aantal aanvragen het subsidieplafond overschrijdt,
                                    wordt de subsidie verleend in volgorde van binnenkomst van de
                                    aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Als datum van binnenkomst als bedoeld in het vorige lid wordt de
                                    datum aangehouden waarop de aanvraag compleet is ingediend.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.5</nr><titel>EHBO-verenigingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.22</nr><titel>Te subsidiëren activiteiten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor het
                            organiseren van activiteiten door de afdelingen Eerste Hulp Bij
                            Ongelukken (EHBO) binnen de gemeente Achtkarspelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.23</nr><titel>Nadere eisen</titel></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de subsidieaanvrager
                            aangesloten te zijn bij de landelijke koepelorganisatie, de Koninklijke
                            Nederlandse Vereniging EHBO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.24</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie stellen burgemeester en wethouders vast in een
                            beleidsregel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.25</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast in een
                                beleidsregel, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde
                                begrotingspost.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                                overschrijdt, wordt de subsidie verleend in volgorde van binnenkomst
                                van de aanvragen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders treffen de nodige voorzieningen of nemen de
                            nodige besluiten in de gevallen waarin de verordening niet
                            voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening
                                verleend zijn, blijven de bepalingen zoals opgenomen in de
                                Sportsubsidieverordening d.d. 24 april 2003, de Deelverordening
                                evenementensubsidie d.d. 24 november 2005 en de Deelverordening
                                Samenlevingzaken d.d. 8 november 2007 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag, die wel is ingediend maar nog niet is afgehandeld
                                voor de inwerkingtreding van deze verordening, zijn deze
                                verordeningen van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Intrekken oude regelingen</titel></kop><al>De Sportsubsidieverordening d.d. 24 april 2003, de Deelverordening
                            evenementen-subsidie d.d. 24 november 2005 en de Deelverordening
                            Samenlevingzaken d.d. 8 november 2007 worden gelijktijdig met de
                            inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Deelverordening
                            Samenleving’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente
                        Achtkarspelen </ondertekening><ondertekening>van 17 december 2009.</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide T.J. van der Zwan</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Deelverordening Samenleving</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Deelverordening Samenleving van de gemeente Achtkarspelen geeft aan voor
                    welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Het is een uitwerking van
                    artikel 3, derde lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Achtkarspelen.
                    Daarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt bij
                    gemeentelijke verordening nader kunnen worden bepaald. Bovendien kunnen daarbij
                    andere criteria voor die verstrekking worden vastgesteld en regels worden
                    gesteld met betrekking tot de verplichtingen die aan de subsidiebeschikking
                    kunnen worden verbonden.</al><al>Hiermee wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 4:23 van de Algemene wet
                    bestuursrecht, waarin is voorgeschreven dat subsidie slechts wordt verstrekt op
                    grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie
                    kan worden verstrekt.</al><al>Het is overigens niet voorgeschreven om voor alle gemeentelijke subsidies
                    afzonderlijke deelverordeningen vast te stellen. Met name in die gevallen waarin
                    de te subsidiëren activiteiten slechts door één of een zeer gering aantal
                    subsidieontvangers worden verricht, kan worden volstaan met het vermelden van de
                    naam van de subsidieontvanger en de maximumsubsidie per ontvanger in de
                    begroting. Een voorbeeld is de stichting Openbare Bibliotheken Noordoost
                    Fryslân. Hetzelfde geldt voor incidentele gevallen, mits de subsidie voor
                    maximaal vier jaar wordt verstrekt. Eventuele verplichtingen die in het kader
                    van de subsidieverstrekking moeten worden opgelegd aan de subsidieontvanger
                    worden opgenomen in de subsidiebeschikking.</al><al>In de Deelverordening Samenleving zijn alleen die subsidies opgenomen waarbij
                    meerdere subsidieontvangers zijn of kunnen zijn.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Van de artikelen die hieronder niet worden toegelicht, spreekt de inhoud voor
                    zichzelf.</al><tussenkop>Artikel 1.2 Algemene subsidieverordening</tussenkop><al>Naast de Deelverordening Samenleving is ook de Algemene subsidieverordening van
                    toepassing op de subsidiëring van welzijnsactiviteiten. Regelt de
                    Deelverordening Samenleving iets anders dan de Algemene subsidieverordening, dan
                    gaat de Deelverordening Samenleving voor.</al><tussenkop>Artikel 1.3 Te subsidiëren activiteiten</tussenkop><al>Diverse activiteiten worden van belang geacht voor het welzijn van de inwoners
                    van de gemeente Achtkarspelen. Deze activiteiten zijn in de verordening
                    onderverdeeld in cultuur, sport en samenlevingszaken. Deze onderdelen zijn
                    uitgewerkt in de hoofdstukken 2 tot en met 4. Om ervoor te zorgen dat de
                    subsidie daadwerkelijk voorziet in een behoefte moeten de activiteiten
                    aansluiten bij de initiatieven en wensen van de inwoners van Achtkarspelen. Om
                    de kwaliteit te waarborgen moeten de activiteiten worden begeleid door
                    deskundige leiding. </al><tussenkop>Artikel 1.4 Aanvraag</tussenkop><al>Per 1 oktober 2009 is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in
                    werking getreden. Deze wet vereist dat de gemeente binnen de wettelijke termijn
                    beslist op een aanvraag. In het kader van efficiëncy worden subsidies voor
                    bijvoorbeeld sportverenigingen en verenigingen amateurkunst in één keer
                    afgehandeld. Deze werkwijze kan echter tot termijnoverschrijding leiden. Om dit
                    te voorkomen, is het tweede lid in dit artikel opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 1.5 Weigeringsgronden</tussenkop><al>De gronden waarop een subsidie kan worden geweigerd, staan ook in de Algemene
                    wet bestuursrecht (Awb., art. 4:25, lid 2 en art. 4:35).</al><tussenkop>Artikel 4:25, lid 2 Awb</tussenkop><tussenkop>.</tussenkop><tussenkop>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking het
                    subsidieplafond zou worden overschreden.</tussenkop><al>Het begrip <cursief>subsidieplafond</cursief> geeft een oplossing voor het
                    probleem dat enerzijds de begroting geen ruimte biedt voor subsidiëring, terwijl
                    anderzijds de verordening of algemene beginselen van behoorlijk bestuur
                    weigering van de subsidie niet zonder meer toelaten. Het enkel ontbreken of niet
                    toereikend zijn van een begrotingspost ontslaat de overheid namelijk niet van
                    haar plicht om aan financiële aanspraken van haar burgers te voldoen.</al><al>In de praktijk doet dit probleem zich voor als het aantal aanvragen en daarmee
                    de omvang van het beroep op een subsidieregeling vooraf onbekend is
                    (open-einderegeling). Door het vaststellen van een subsidieplafond worden de
                    wettelijke aanspraken beperkt. </al><al>Wel is vereist dat het subsidieplafond is vastgesteld en bekendgemaakt voor de
                    aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld (art. 4:27 Awb).</al><tussenkop>Artikel 4:35 Awb.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien
                                een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                        plaatsvinden;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                        verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                        activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten,
                                        voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                                        belang zijn.</cursief></al><al>2.<cursief>De subsidieverlening kan voort in ieder geval worden
                                        geweigerd indien de aanvrager:</cursief></al></li></lijst></li><li nr="a."><al><cursief>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid,
                                of</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                                verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling
                                natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een
                                verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</cursief></al></li></lijst><al>In aanvulling hierop bevat de deelverordening een aantal weigeringsgronden die
                    moet voorkomen dat subsidie wordt verleend ten behoeve van activiteiten die niet
                    in het algemeen belang zijn van de inwoners van de gemeente Achtkarspelen.</al><tussenkop>Paragraaf 1.2 Verplichtingen (artikel 1.5 tot en met 1.8)</tussenkop><al>Paragraaf 1.2 bevat verplichtingen waaraan instellingen die een subsidie
                    ontvangen, moeten voldoen. Daarnaast noemt de paragraaf onderwerpen waarvoor
                    burgemeester en wethouders verplichtingen op kunnen leggen. Voor een deel beogen
                    de verplichtingen de kwaliteit van de activiteiten / instellingen te waarborgen.
                    Onder andere zien deze bepalingen op de verplichte toepassing van de CAO die
                    geldt voor het het betreffende werkveld en de toegankelijkheid van een
                    accommodatie. </al><al>Naast deze verplichtingen kunnen in de subsidiebeschikking altijd verplichtingen
                    worden opgenomen met betrekking tot de onderwerpen die genoemd staan in artikel
                    4:37 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 4:37 Awb.</tussenkop><al>1.<cursief>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen
                        met betrekking tot:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                verleend;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                inkomsten;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                                subsidie.</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>de te verzekeren risico's;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>het stellen van zekerheid voor verleende
                                voorschotten;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de
                                verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                inkomsten</cursief><cursief>, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                                belang zijn;</cursief></al></li><li nr="g."><al><cursief>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                subsidie voor derden;</cursief></al></li><li nr="h."><al><cursief>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                                artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                wetboek</cursief><cursief> op het door het bestuursorgaan gevoerde financieel beheer en
                                de financiële verantwoording daarover.</cursief></al><al>2.<cursief>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van
                                overeenkomstige toepassing.</cursief></al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstukken 2 tot en met 4 (algemeen)</tussenkop><al>De opbouw van de hoofdstukken waarin nadere bepalingen over de te subsidiëren
                    activiteiten zijn uitgewerkt, is in grote lijnen steeds dezelfde. Aangegeven is
                    welke specifieke activiteiten worden gesubsidieerd en aan welke nadere eisen
                    voldaan moet zijn om in aanmerking te komen voor subsidiëring. Voorts is
                    aangegeven wat de hoogte van de subsidie is, dan wel op welke wijze deze
                    berekend wordt. Tenslotte zijn de verdeelregels opgenomen. Deze regels geven aan
                    op welke wijze het totaal beschikbare subsidiebedrag (het subsidieplafond) wordt
                    verdeeld wanneer het aantal aanvragen dit bedrag overschrijdt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Cultuur</tussenkop><al>Cultuur is onderverdeeld in de volgende subactiviteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>amateurkunstbeoefening;</al></li><li nr="-"><al>culturele activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>Friese taal en cultuur.</al><al><onderstreept>Paragraaf 2.1 Amateurkunstbeoefening </onderstreept></al><al>De amateurkunstbeoefening is onderverdeeld in:</al><lijst><li nr="-"><al>harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands;</al></li><li nr="-"><al>drumbands en majorettekorpsen;</al></li><li nr="-"><al>zangverenigingen;</al></li><li nr="-"><al>toneelverenigingen.</al></li></lijst><al>De verenigingen amateurkunstbeoefening vergroten het
                            saamhorigheidsgevoel, verstevigen de sociale structuur in de samenleving
                            en dus ook de leefbaarheid van het platteland. Deze verenigingen
                            vervullen een belangrijke rol binnen het culturele klimaat van onze
                            gemeente. Om deelname aan de amateurkunstbeoefening te stimuleren, zijn
                            subsidiemogelijkheden gecreëerd voor alle soorten verenigingen binnen de
                            amateurkunstbeoefening. </al><al><onderstreept>Paragraaf 2.2 Culturele activiteiten</onderstreept></al><al>Cultuur kan bijdragen aan de ontplooiing en verrijking van individuele
                            burgers, maar deelname aan culturele activiteiten heeft ook een
                            belangrijke bindende werking voor de lokale samenleving. Door middel van
                            het creëren van subsidiemogelijkheden worden de culturele activiteiten
                            gestimuleerd. Organisaties die jaarlijks een cultureel programma
                            aanbieden komen ook in aanmerking voor deze subsidiemogelijkheden.</al><al>Onder culturele activiteiten worden verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>podiumkunsten;</al></li><li nr="-"><al>beeldende kunst;</al></li><li nr="-"><al>literatuur;</al></li><li nr="-"><al>muziek.</al></li></lijst><al><onderstreept>Paragraaf 2.3 Friese taal en cultuur </onderstreept></al><al>Om het gebruik en behoud van de Friese taal en cultuur te stimuleren
                            zijn er subsidiemogelijkheden voor het organiseren van activiteiten op
                            dit terrein.</al><al><vet>Hoofdstuk 3</vet><vet> Sport</vet></al><al>Sportbeoefening is in het belang van de ontwikkeling en het welzijn van
                            de inwoners van de gemeente Achtkarspelen. Sport wordt bovendien gezien
                            als middel om maatschappelijke problemen aan te pakken. Subsidiëring van
                            sportactiviteiten is daarom op zijn plaats. Het accent wordt gelegd bij
                            de jeugd en de stimulering van deelname aan activiteiten door alle
                            categorieën van de bevolking. Deskundige begeleiding en goede
                            accommodaties zijn belangrijke hulpmiddelen. </al><al>Sport is onderverdeeld in de volgende subactiviteiten. </al><lijst><li nr="-"><al>jeugdsport;</al></li><li nr="-"><al>sportstimulering;</al></li><li nr="-"><al>sportaccommodaties.</al></li></lijst><al>Uitdrukkelijk regelt de verordening dat het moet gaan om de vorming van
                            lichaam en/of geest. Ook denksporten vallen dus onder de reikwijdte van
                            de verordening. </al><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 3.1 Jeugdsport</onderstreept></cursief></al><al>In het geval van de jeugdsport is de subsidie afhankelijk van de zwaarte
                            van de opleiding die de trainer/leider met succes heeft gevolgd. Het
                            moet dan wel gaan om een opleiding die is vermeld in de meest recente
                            brochure “Erkende Sportopleidingen in Nederland”, uitgevoerd door het
                            Ministerie van VWS en NOC*NSF. Afhankelijk van de duur van de opleiding
                            wordt de subsidie vermenigvuldigd met een factor 1, 2 of 3.</al><al>Het sportseizoen en het subsidiejaar komen niet met elkaar overeen. Het
                            komt daarom voor dat gedurende een subsidiejaar wordt gewerkt met
                            verschillende trainers die verschillend gekwalificeerd zijn. Omdat de
                            subsidie na afloop wordt vastgesteld, kan met dit verschil rekening
                            worden gehouden. </al><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 3.2 Sportstimulering</onderstreept></cursief></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan sportverenigingen een subsidie
                            verstrekken voor activiteiten met als doel burgers te stimuleren tot
                            sportdeelname dan wel voor activiteiten die sportverenigingen in staat
                            moeten stellen goed te functioneren. Hiertoe behoren activiteiten die
                            voortvloeien uit gemeentelijke stimuleringsprojecten en het deelnemen
                            van verenigingsleden aan trainingen of cursussen om te kunnen
                            functioneren als bestuurder, scheidsrechter, leider, trainer of
                            vrijwilliger.</al><al><cursief><onderstreept>Paragraaf 3.3 Sportaccommodaties</onderstreept></cursief></al><al>Bij sportaccommodaties bedraagt de hoogte maximaal 50% van de kosten van
                            nieuwbouw, uitbreiding en/of renovatie. Daarbij wordt niet uitgegaan van
                            de werkelijke kosten, maar hanteren burgemeester en wethouders een
                            fictieve prijs per m². Het aantal m² waarvoor maximaal subsidie kan
                            worden verleend, stellen burgemeester en wethouders vast overeenkomstig
                            de normen voor de minimale oppervlakte van kleedaccommodaties van het
                            NOC*NSF. </al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 Samenlevingszaken</tussenkop><al>Het onderdeel samenlevingszaken is onderverdeeld in de volgende
                    subactiviteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>evenementen;</al></li><li nr="-"><al>leefbaarheid; </al></li><li nr="-"><al>sociaal-cultureel werk;</al></li><li nr="-"><al>ouderenwerk;</al></li><li nr="-"><al>EHBO-verenigingen.</al></li></lijst><tussenkop>Paragraaf 4.1 Evenementen</tussenkop><al>Voor het stimuleren van evenementen met een bovengemeentelijke uitstraling op
                    het terrein van sport en cultuur zijn subsidiemogelijkheden gecreërd. Hiernaast
                    moeten de evenementen in positieve zin bijdragen aan de vergroting van de
                    naamsbekendheid van de gemeente en bijdragen aan het welzijn van haar
                    inwoners.</al><tussenkop>Paragraaf 4.2 Leefbaarheid</tussenkop><al>Om de leefbaarheid van de dorpen die deel uitmaken van de gemeente Achtkarspelen
                    te handhaven of te verbeteren, worden jaarlijks subsidies verstrekt aan de
                    verenigingen die zich specifiek ten doel stellen het dorpsbelang te
                    behartigen.</al><al>Voor deze activiteiten wordt niet een afzonderlijk verleningsbesluit genomen
                    omdat het niet gaat om grote bedragen. De subsidie wordt op aanvraag direct
                    vastgesteld. Wel moet er jaarlijks voor 1 april van het opvolgend jaar rekening
                    en verantwoording worden afgelegd over de besteding van de subsidiegelden.
                    Wanneer het geld voor andere activiteiten is gebruikt dan waarvoor het bestemd
                    was, kunnen burgemeester en wethouders besluiten het jaar daarop geen subsidie
                    te verstrekken. </al><tussenkop>Paragraaf 4.3 Sociaal-cultureel werk</tussenkop><al>Uitgangspunt van het beleid is dat elke van de elf dorpen in Achtkarspelen een
                    voorziening heeft voor sociaal-cultureel werk. En hoewel deze noemer breder is
                    dan alleen kinder- en jeugdwerk, wordt de subsidie gebaseerd op de activiteiten
                    voor jeugd en jongeren. Er wordt van uit gegaan dat activiteiten gericht op
                    volwassenen kostendekkend kunnen worden uitgevoerd.</al><al>Ten aanzien van de jeugd geldt dat de voorziening de plek moet zijn binnen het
                    dorp die jongeren als een eigen plek ervaren, en die een alternatief biedt voor
                    het rondhangen op straat of in keten en caravans. Tegelijkertijd is dit de
                    plaats waar professionele begeleiding en signalering aanwezig kan zijn door
                    middel van de jongerenwerkers van de welzijnsorganisatie. </al><al>Jeugdactiviteiten kunnen worden onderscheiden in drie categorieën: peuterwerk (2
                    tot 5 jaar), kinderwerk (5 tot 12 jaar) en jongerenwerk (12 tot 18 jaar). De
                    gemeente Achtkarspelen geeft hierbij de hoogste prioriteit aan het jongerenwerk.
                    Hoofdactiviteit binnen het jongerenwerk is het aanbieden van soosactiviteiten.
                    Dit sluit aan bij de doelstellingen van het gemeentelijk beleid inzake
                    alcoholpreventie (in de jeugdsoos mag geen alcohol worden geschonken) en biedt
                    de mogelijkheid voor signalering en begeleiding van jongeren door
                    beroepskrachten.</al><tussenkop>Artikel 4.16</tussenkop><al>Afhankelijk van de grootte van het dorp en het aanbod aan activiteiten kunnen de
                    aanwezige voorzieningen variëren van een gehuurde ruimte in het dorpshuis die
                    één avond per week als jeugdhonk wordt opengesteld tot een eigen accommodatie
                    met meerdere openstellingen per week. Afhankelijk van de vorm kunnen
                    (huisvestings)kosten die noodzakelijk zijn voor deze voorziening gesubsidieerd
                    worden. Te denken valt aan huur, onderhoud, verzekeringen, schoonmaak etc.. Dit
                    wil niet zeggen dat álle huisvestingskosten subsidiabel zijn. Het gaat om die
                    kosten die rederlijkerwijs toe te schrijven zijn aan de bovenbedoelde
                    activiteiten. Hiervoor zijn geen algemeen geldende regels, zodat van geval tot
                    geval een beoordeling zal moeten plaatsvinden.</al><tussenkop>Paragraaf 4.4 Ouderenwerk</tussenkop><al>De algemene doelstelling van het gemeentelijk ouderenbeleid is het creëren van
                    voorwaarden waardoor ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen participeren in
                    de maatschappij. Om deze doelstelling te realiseren, worden incidentele
                    subsidies verleend voor activiteiten die een bijdrage leveren aan het bevorderen
                    van maatschappelijke participatie en aan het voorkómen van sociaal isolement. </al><tussenkop>Paragraaf 4.5 EHBO-verenigingen</tussenkop><al>In deze paragraaf is de subsidieverlening voor verenigingen Eerste Hulp bij
                    Ongelukken (EHBO) opgenomen. EHBO-verenigingen hebben tot doel het bevorderen
                    van datgene dat bijdraagt tot een zo goed mogelijke eerste hulpverlening bij
                    ongelukken. EHBO-verenigingen trachten dit doel te bereiken door onder andere
                    het organiseren van cursussen en het geven van voorlichting. </al><al>------------------</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>1 Algemeen 3</vet></al><al>1.1 Algemene bepalingen 3</al><al>1.2 Verplichtingen 4</al><al><vet>2 Cultuur 5</vet></al><al>2.1 Amateurkunst 5</al><al>2.1.1 Harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands 5</al><al>2.1.2 Drumbands en majorettekorpsen 5</al><al>2.1.3 Zangverenigingen 6</al><al>2.1.4 Toneelverenigingen 6</al><al>2.2 Culturele activiteiten 7</al><al>2.3 Friese taal en cultuur 7</al><al><vet>3 Sport 8</vet></al><al>3.1 Jeugdsport 8</al><al>3.2 Sportstimulering 9</al><al>3.2.1 Sportactiviteiten 9</al><al>3.2.2 Trainingen en cursussen 9</al><al>3.3 Sportaccommodaties 10</al><al><vet>4 Samenlevingszaken 11</vet></al><al>4.1 Evenementen 11</al><al>4.2 Leefbaarheid 11</al><al>4.3 Sociaal-cultureel werk 12</al><al>4.4 Ouderenwerk 13</al><al>4.5 EHBO-verenigingen 13</al><al><vet>5 Slotbepalingen 14</vet></al><al>Toelichting 15</al></bijlage></regeling></body></cvdr>