<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR211182_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening winkeltijden Heumen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 03-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening winkeltijden Heumen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 147 en 148, Gmwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>02.09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels openstelling Heumen 2012</al><al>Lotingsreglement Heumen 2012</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening winkeltijden Heumen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 februari
                        2012;</al><al>gelet op de Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening winkeltijden Heumen 2012:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>Het college kan een termijn stellen voor het indienen van een aanvraag,
                        zonder dat daarbij de beslistermijn op een aanvraag gaat lopen, voor daarbij
                        aan te wijzen ontheffingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 12 weken na
                            ontvangst van de aanvraag, dan wel indien het college hiertoe regels
                            heeft opgesteld, binnen 12 weken gerekend vanaf de uiterste
                            inschrijving- c.q. indieningtermijn voor het aanvragen van een
                            ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Overdracht en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontheffing op grond van deze verordening is overdraagbaar na
                            verkregen toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de ontheffing
                            hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college onder
                            vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde
                            rechtverkrijgende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de ontheffing</titel></kop><al>Het college kan een ontheffingintrekken of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk
                                maken in verband met het belang of de belangen ter bescherming
                                waarvan de ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders
                                dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de
                                veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen
                                een redelijke termijn;</al></li><li nr="f."><al>de houder hierom verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van
                            de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf, door het college aan te
                            wijzen, zondagen of feestdagen per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op de avonden van zon- en
                            feestdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2,
                            eerste lid, aanhef en onder a en b. van de wet genoemde verboden, aan
                            winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te
                            worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel
                            1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet en die gesloten zijn op de in
                            de verboden bedoelde zondag- en/of feestdagen tussen 00.00 uur en 16.00
                            uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de ontheffing aan ten hoogste één winkel verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing wordt verleend voor de duur van één jaar. Het college kan
                            regels opstellen op grond waarvan de ontheffing, voor telkens één jaar,
                            gedurende een langere periode wordt vergeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ontheffing wordt in elk geval het voorschrift verbonden dat de
                            winkel naast het bepaalde in lid 1, op zondagen gesloten dient te zijn
                            tussen 20.00 uur en 24.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd indien: a. de woonsituatie of de
                            leefsituatie in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig
                            wordt beïnvloed door de openstelling. b. de veiligheid of de openbare
                            orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                            beïnvloed door de openstelling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het bepaalde onder lid 5 sub a is in ieder geval sprake indien: a.
                            de verkeersaantrekkende werking van de winkel naar verwachting de
                            veiligheid op de weg in gevaar zal brengen en/of overlast zal
                            veroorzaken voor nabijgelegen panden. b. de winkel waarvoor ontheffing
                            wordt gevraagd naar redelijke verwachting een aanzuigende werking zal
                            hebben op overlast veroorzakende groepen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van het bepaalde onder lid 5 sub b is in ieder geval sprake indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de winkel in een gebied ligt waarin in de directe omgeving
                            voornamelijk sprake is van een woonfunctie. </al></li><li nr="b."><al>de verkeersaantrekkende werking van de winkel naar verwachting de
                            verkeers- afwikkeling en/of de veiligheid op de weg in gevaar zal
                            brengen en/of overlast zal veroorzaken voor nabijgelegen panden. </al></li><li nr="c."><al>het gebruik van parkeerplaatsen bij winkelbezoek in de directe
                            omgeving van de winkel overlast of parkeerproblematiek voor reguliere
                            gebruikers/bewoners in de omgeving zal veroorzaken. </al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid van het ontstaan van hinder door overlast
                            veroorzakende groepen in de directe omgeving van de winkel wordt
                            beoordeeld als een reëel risico.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Daarnaast wordt de ontheffing geweigerd indien de aanvrager bij de
                            aanvraag onvoldoende heeft toegelicht op welke wijze de aanvrager
                            overlast zal voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij toetsing van de aanvraag wordt een advies van de politie
                            betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen ontheffing
                            verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten behoeve
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;</al></li><li nr="b."><al>het uitstallen van goederen;</al></li><li nr="c."><al>tentoonstellingen in kunstateliers en galeries</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden,
                            bijeenkomsten, veilingen of beurzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Het bepaalde in deze verordening en de op grond daarvan door het college
                        nader op te stellen regels, is van toepassing op de afdoening van aanvragen
                        voor ontheffingen vanaf 22 maart 2013, zijnde de datum dat de huidige
                        ontheffing is uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt bekendgemaakt in de Regiodiek van 3 april 2012 van de
                        gemeente.</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2012.Tezelfdertijd wordt de </al><al> Verordening winkeltijden Heumen vastgesteld op 19 september 1996
                        ingetrokken.</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening winkeltijden Heumen 2012. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 maart 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>MvdH</ondertekening><ondertekening>Malden, 29 maart 2012</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Algemene toelichting</al><al><vet>De Winkeltijdenwet</vet></al><al>Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet tezamen met het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet in werking getreden. Deze wet stelt ruimere regels voor de
                        openingstijden van winkels dan zijn voorganger, de Winkelsluitingswet 1976.
                        De tekst van de Winkeltijdenwet en het bijbehorende Vrijstellingenbesluit
                        zijn gepubliceerd in het Staatsblad van 28 maart 1996, onder nummer 182 en
                        183. </al><al>Op 1 januari 2011 is een wijziging van de Winkeltijdenwet in werking
                        getreden (stb 2010 nr 796). Deze wijziging heeft tot doel een in kadering te
                        geven van de bevoegdheid om toeristische gebieden aan te wijzen, waar de
                        winkels op alle zon- en feestdagen open mogen zijn. Het gaat om een aantal
                        extra eisen aan de besluitvorming en een aanscherping van de bevoegdheid op
                        grond van artikel 3, derde lid, onder a, van de wet. Verder worden door deze
                        wetswijziging de vrijstellingen die de raad op basis van dit artikel bij
                        verordening kan geven, vatbaar voor bezwaar en beroep bij het College van
                        Beroep voor het bedrijfsleven. Met deze wijziging is meer duidelijkheid
                        verschaft inzake de mogelijkheden om openstelling van winkels aan te passen
                        aan de lokale omstandigheden. </al><al>De Winkeltijdenwet kent de volgende uitgangspunten:</al><al>Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels
                        toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen
                        beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.</al><al>Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum
                        verbonden.</al><al>Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen
                        niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van
                        deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24
                        december) en Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht
                        zijn.</al><al>Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor maximaal 12
                        zon- en feestdagen per kalenderjaar kan de gemeente vrijstelling of
                        ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De Winkeltijdenwet merkt
                        in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                        Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.</al><al>Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden verkocht (in
                        de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen ontheffing krijgen om op
                        zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open te zijn. Ze moeten dan wel op alle
                        zon- en feestdagen voor 16.00 uur dicht zijn, ook als die als koopzondag
                        zijn aangewezen. Belangrijk is ook dat er in een gemeente maar één
                        ontheffing per 15.000 inwoners mag worden verleend.</al><al>De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verplichte
                        winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met op de gemeente of een
                        deel daarvan gericht autonoom toerisme. Zoals hiervoor vermeld is deze
                        bevoegdheid door de wetswijziging nader ingekaderd.</al><al>De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels: het is op de in
                        artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen en tijden ook verboden om
                        in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te
                        koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel
                        2, tweede lid.</al><al>Gemeentelijke bevoegdheden</al><al>Als algemene regel geldt dat op zon- en feestdagen de winkels gesloten zijn.
                        Hierop bestaat een aantal uitzonderingen in de vorm van vrijstellings- en
                        ontheffingsmogelijkheden. Hiermee kan het gemeentebestuur ook buiten de
                        wettelijk geregelde sluitingstijden winkelopening toestaan. Deze
                        bevoegdheden kunnen worden ingedeeld in de volgende vier categorieën. </al><al>1.Bevoegdheden op werkdagen</al><al>De gemeentelijke bevoegdheden op werkdagen behelzen feitelijk de
                        mogelijkheid om ook na 22.00 uur winkelopening toe te staan
                        (Afwijkingsmogelijkheid van het ingevolge artikel 2, eerste lid, onder c.
                        jo. artikel 7 van de Winkeltijdenwet opgenomen verbod om een winkel voor het
                        publiek geopend te hebben op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur. Om van dit
                        verbod te kunnen afwijken moet in de Winkeltijdenverordening worden voorzien
                        in een grondslag om de detailhandelsactiviteiten mogelijk te maken die na
                        22.00 uur op werkdagen plaatsvinden. Het gaat hier om zogeheten
                        nachtwinkels. In Heumen zijn deze winkels er niet. Mede daarom is in de
                        Winkeltijdenverordening geen grondslag opgenomen om van dit verbod in de
                        Winkeltijdenwet te kunnen afwijken.</al><al>2.Bevoegdheden op zon- en feestdagen en 19-uurdagen</al><al>De gemeenteraad heeft op grond van artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet de
                        bevoegdheid om per kalenderjaar maximaal twaalf zondagen of feestdagen als
                            <vet>koopzondag</vet> aan te wijzen. Deze bevoegdheid geldt per deel van
                        de gemeente afzonderlijk en kan worden overgedragen aan het college van
                        burgemeester en wethouders. Ook kan de raad het college van burgemeester en
                        wethouders een ontheffingsbevoegdheid toekennen.</al><al>Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, Winkeltijdenwet bepaalt dat de
                        winkels op zondag gesloten moeten zijn. In het eerste lid, onder b, wordt
                        een aantal andere dagen genoemd waarop de winkels gesloten moeten zijn,
                        namelijk Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag
                        en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de
                        verordening gedefinieerd als <vet>feestdagen</vet>. Daarnaast noemt artikel
                        2, eerste lid onder b, van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de
                        winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24
                        december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdagen. In deze
                        toelichting worden ze verder aangeduid als <vet>“19-uurdagen”.</vet></al><al>Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste
                        en tweede Kerstdag zijn ook in artikel 1 van het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet gedefinieerd als feestdagen.</al><al>Artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet noemt als dagen die als
                        koopzondag kunnen worden aangewezen naast de zondagen alleen de hiervoor
                        vermelde feestdagen Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                        Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Daaruit volgt dat de 19uurdagen
                        niet als koopzondag kunnen worden aangewezen indien zij op een zondag
                        vallen.</al><al>3.Bevoegdheden voor specifieke situaties</al><al>De gemeente heeft de bevoegdheid om bij verordening een vrijstelling te
                        verlenen van het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn vanwege op de
                        gemeente of een deel daarvan gericht <vet>autonoom toerisme</vet> (artikel
                        3, derde lid, onder a). Deze vrijstelling kan worden verleend voor de gehele
                        gemeente of een deel daarvan. Hierbij geldt de wettelijke voorwaarde dat de
                        lokale aantrekkingskracht voor toeristen niet wordt bepaald door de
                        (vrijgestelde) winkelopening. </al><al>Door de wetswijziging is dit artikellid uit de Winkeltijdenwet aangescherpt.
                        De wet stelt een aantal criteria waaraan voldaan moet zijn:</al><al>Er moet sprake zijn van toerisme met een substantiële omvang;</al><al>De toeristische aantrekkingskracht moet autonoom zijn, dat wil zeggen dat
                        zij los moet staan van de winkelopening op zondag;</al><al>De raad dan wel het college dient een nadrukkelijke afweging te maken van
                        een aantal belangen. </al><al>De gemeente Heumen kenmerkt zich in het geheel niet als een bijzondere
                        toeristische gemeente en daarom kan geen gebruik gemaakt worden van deze
                        bevoegdheid. In de Winkeltijdenverordening is een dergelijke bepaling dus
                        ook niet opgenomen. </al><al>De wet voorziet in artikel 3, vierde lid, in een bevoegdheid van de
                        gemeenteraad om in een verordening een bevoegdheid aan het college van
                        burgemeester en wethouders toe te kennen om aan winkels die uitsluitend of
                        hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen een ontheffing te verlenen voor
                            <vet>opening op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur</vet>. Per 15.000
                        inwoners van de gemeente mag slechts één winkel worden aangewezen. In
                        gemeenten met minder dan 15.000 inwoners mag aan één winkel een dergelijke
                        ontheffing worden verleend. </al><al>Deze bepaling komt in plaats van de avondwinkelbepaling in de
                        Winkelsluitingswet 1976. Net als onder de Winkelsluitingswet 1976 moeten
                        deze winkels zich uitsluitend of hoofdzakelijk richten op de verkoop van
                        eet- en drinkwaren, met uitzondering van sterke drank in de zin van artikel
                        1 van de Drank en Horecawet. Het gaat in de praktijk vaak om supermarkten.
                        Doordat artikel 3, vierde lid van de Winkeltijdenwet verwijst naar artikel
                        2, tweede lid onder a en b, kan een dergelijke supermarkt dus op zondagen,
                        feestdagen en op 19uur dagen geopend zijn. Zie verder de toelichting bij
                        artikel 7 van deze verordening.</al><al>Winkels die een ontheffing op grond van artikel 3, vierde lid, hebben mogen
                        op werkdagen ook op de reguliere winkeltijden, dus tussen 06.00 uur en 22.00
                        uur, onbeperkt geopend zijn. De betrokken winkels moeten echter wel op alle
                        zon- en feestdagen gesloten zijn tot 16.00 uur. Dit geldt dus ook voor die
                        zon- en feestdagen die als koopzondag zijn aangewezen.</al><al>Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om voor <vet>grensoverschrijdend
                            verkeer</vet> een vrijstelling te verlenen aan winkels in de nabijheid
                        van grensovergangen langs daarop aansluitende doorgaande wegen. In Heumen is
                        deze situatie niet voor handen. Mede daarom is in de Winkeltijdenverordening
                        geen grondslag hiervoor opgenomen.</al><al>Het college heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet de
                        bevoegdheid om bij <vet>plotseling opkomende bijzondere omstandigheden</vet>
                        een vrijstelling van de verplichte winkelsluiting te verlenen. Daarnaast kan
                        de raad het college in bij de verordening aangewezen gevallen de bevoegdheid
                        toe kennen op verzoek een ontheffing verlenen bij <vet>bijzondere
                            gelegenheden van tijdelijke aard en voor het uitstallen van
                            goederen</vet>. Zie daarover ook de toelichting bij artikel 8.</al><al>Het college kan op grond van artikel 6 van de Winkeltijdenwet op verzoek een
                        ontheffing verlenen voor de openstelling van de winkel op zondag aan
                        winkeliers die tot een kerkgenootschap behoren dat de <vet>wekelijkse
                            religieuze rustdag</vet> op een andere dag dan de zondag houdt. Deze
                        winkeliers moeten dan wel op hun eigen religieuze rustdag hun winkel
                        gesloten houden.</al><al>4.Algemeen</al><al>Alle op grond van de wet en de verordening te verlenen vrijstellingen en
                        ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend; ook kunnen er
                        voorschriften aan worden gebonden. Aan de ontheffingen op grond van artikel
                        3, vierde lid, en op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenwet
                        (avondopenstelling op zondag respectievelijk op werkdagen) kan bijvoorbeeld
                        de beperking worden verbonden dat er na een bepaald tijdstip geen
                        alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB 18-03-2009, AWB 08/802 S2,
                        Zaanstad)</al><al>Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</al><al>In het Vrijstellingenbesluit worden aan enkele vormen van detailhandel
                        landelijke vrijstellingen verleend van de openingsverboden uit de
                        Winkeltijdenwet. Hierbij worden landelijke vrijstellingen voor de gehele
                        week en landelijke vrijstellingen voor de zondagen en de feestdagen
                        onderscheiden. Voor de detailhandelsactiviteiten van de laatste categorie
                        kunnen voor de werkdagen op lokaal niveau vrijstellingen en ontheffingen
                        worden verleend. De twee categorieën zijn hieronder nader uitgewerkt.</al><al>Aan dit onderscheid ligt de keuze ten grondslag om het zwaartepunt bij de
                        mogelijkheid voor het verlenen van vrijstellingen bij de gemeenten te
                        leggen. Voor een beperkt aantal detailhandelsactiviteiten wordt de
                        vrijstelling gedurende de gehele week echter van zo groot landelijk belang
                        geacht, dat hiervoor landelijke vrijstellingen zijn opgenomen. Het gaat om
                        de detailhandel in instellingen voor de volksgezondheid, verkeer en vervoer
                        en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften. </al><al>Omdat de bevoegdheid van gemeenten om detailhandel op zon- en feestdagen toe
                        te staan beperkt blijft tot twaalf dagen per jaar, geeft het besluit ook
                        landelijke vrijstellingen voor enkele soorten detailhandel die van oudsher
                        op zon- en feestdagen plaatsvindt. Het gaat deels om winkels die gewoonlijk
                        ook op werkdagen na 22.00 uur geopend zijn. Om de openstelling van deze
                        winkels dan mogelijk te maken, kan in de verordening een vrijstelling of
                        mogelijkheid voor het verlenen van een ontheffing worden opgenomen.</al><al>1.Vrijstellingen voor zon- en feestdagen en werkdagen</al><al>De vrijstellingen die voor de hele week gelden zijn alleen van toepassing
                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>Instellingen van volksgezondheid (apotheken en winkels in en op het
                                terrein van ziekenhuizen en verpleeghuizen). Het college krijgt
                                daarbij de bevoegdheid om op verzoek een ontheffing te verlenen voor
                                verkooppunten van uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren,
                                prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften, alsmede bloemen en
                                planten, op ten hoogste 250 meter afstand van de publieksingang van
                                een ziekenhuis of verpleeghuis. Deze ontheffing mag gelden vanaf een
                                half uur voor de aanvang van de bezoektijden tot het einde
                                daarvan.</al></li><li nr="b."><al>Instellingen van verkeer en vervoer (winkels in NS-stationsgebouwen,
                                luchtvaartterreinen voor intercontinentaal verkeer, shops in
                                benzinestations en wegrestaurants en verkoop ten behoeve van de
                                beroepsscheepvaart). Het college krijgt daarbij de bevoegdheid op
                                verzoek een ontheffing te verlenen aan winkels gericht op reizigers
                                in een gebouw voor een knooppunt van openbaar vervoer of voor het
                                verkopen van bloemen en planten op een afstand van ten hoogste 100
                                meter daarvan.</al></li><li nr="c."><al>Instellingen voor de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften.</al><lijst><li nr="2."><al>Vrijstellingen uitsluitend voor zon- en feestdagen</al></li></lijst></li></lijst><al>Vrijstellingen voor uitsluitend de zon- en feestdagen worden in dit besluit
                        verleend voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Bepaalde winkels (musea; winkels waar uitsluitend maaltijden, voor
                                directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, via
                                een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen ter voorkoming van
                                zwangerschap en damesverband worden verkocht; videotheken, mits geen
                                andere goederen te koop worden aangeboden of verkocht dan
                                videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en
                                catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden
                                assortiment).</al></li><li nr="b."><al>Openstelling van winkels anders dan voor verkoop, indien
                                noodzakelijk voor het betreden van een restaurant of lunchroom en
                                voor fietsenwinkels voor zover noodzakelijk voor het huren van
                                fietsen en bromfietsen.</al></li><li nr="c."><al>Straatverkoop van eetwaren voor directe consumptie en alcoholvrije
                                dranken.Indien de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven, kan de raad bij verordening bepalen dat deze vrijstelling
                                niet geldt voor de betrokken gemeente of een of meer delen
                                daarvan.</al></li><li nr="d."><al>Verkoop van bloemen en planten gedurende de openingstijden op een
                                afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een
                                begraafplaats.</al></li><li nr="e."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen bij
                                voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard vanaf
                                een uur voor aanvang tot een uur na afloop.</al></li><li nr="f."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen in of op het
                                terrein van sportcomplexen gedurende de openingstijden van die
                                sportcomplexen.</al></li><li nr="g."><al>Winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend
                                of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen
                                en tijdschriften, alsmede bloemen en planten worden verkocht.</al></li><li nr="h."><al>Winkels in fotoartikelen, indien betreden noodzakelijk is voor het
                                maken van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige
                                Communie.</al></li><li nr="i."><al>Verkoop van bloemen en planten op dagen waarop Allerheiligen en
                                Allerzielen worden gevierd.</al></li><li nr="j."><al>Verkoop van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor hen
                                die zich aan de</al><al> Ramadan houden, en wel tussen twee uur vóór zonsondergang tot
                                zonsondergang </al><al> gedurende de Ramadan, mits in die winkel dat brood en gebak ook
                                pleegt te worden </al><al> verkocht buiten de periode van de Ramadan.</al></li><li nr="k."><al>Verkoop van eetwaren voor directe consumptie en alcoholvrije
                                dranken, religieuze artikelen en souvenirs, alsmede bloemen en
                                planten, in de directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende
                                de tijd dat deze plaats als zodanig wordt bezocht.</al></li><li nr="l."><al>Verkoop van feestartikelen op zondag waarop carnaval wordt gevierd,
                                vanaf 12.00 uur en op zon- en feestdagen waarop in de gemeente een
                                kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden van die
                                kermis.</al></li></lijst><al>Handhaving</al><al>De controle op de naleving van de regels is in eerste instantie een taak van
                        de plaatselijk bevoegde politie in overleg met de gemeente. De
                        Belastingdienst/FIOD-ECD wordt daarbij ingeschakeld als er een landelijke
                        coördinatie vereist is.</al><al>Uiteraard is ook bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Over de handhaving
                        van de Winkeltijdenwet heeft de Minister van Economische Zaken op 22
                        december 2006 een brief naar alle gemeenten gestuurd. Over de samenloop van
                        strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving heeft de VNG nadere
                        informatie gegeven. Deze is te vinden op de website van de VNG,
                        http://www.vng.nl/eCache/DEF/62/907.html.</al><al>artikelgewijze toelichting</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek
                        toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te
                        worden verkocht.</al><al>Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij
                        artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen
                        definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als
                        dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag):
                        Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste
                        en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de verordening
                        gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van
                        de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn
                        vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus
                        niet onder het begrip feestdag in de verordening.</al><al>Door in de verordening het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig
                        worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet
                        steeds alle dagen bij naam genoemd te worden. Koninginnedag en
                        Bevrijdingsdag (5 mei) zijn, voor zover deze dagen niet op zondag vallen, in
                        de wet niet aangemerkt als een dag waarop de winkels gesloten moeten
                        zijn.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen in het kader van jurisprudentie over ontheffingen
                        op grond van artikel 7 van de verordening. Dit artikel hangt samen met
                        artikel 3 van de verordening en biedt de mogelijkheid voor het college om in
                        beleidsregels en/of een lotingsreglement de procedure voor het verlenen van
                        een ontheffing verder uit te werken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al/><al>Hier worden de termijnen gegeven, waarbinnen het college gehouden is te
                        beslissen op een aanvraag voor een ontheffing. Artikel 4:13 van de Algemene
                        wet bestuursrecht (Awb) geeft een regeling voor beslistermijnen voor zover
                        deze niet in andere wettelijke voorschriften staan. In de Awb staan geen
                        strikte beslistermijnen op een aanvraag om ontheffing van de bepalingen uit
                        de Winkeltijdenwet. In de regel wordt een termijn van acht tot dertien weken
                        redelijk geacht. </al><al>Op het moment dat een aanvraag wordt ingediend gaat in beginsel een
                        beslistermijn lopen. Wanneer het college het besluit op een aanvraag op een
                        nader te bepalen tijdstip wil nemen (bijvoorbeeld ingeval van meerdere
                        aanvragers en slechts 1 te verlenen ontheffing), is dit slechts mogelijk als
                        de verordening hiervoor een grondslag biedt. Daarom is in de verordening
                        bepaald dat de beslistermijn ingaat op het moment dat de uiterste datum voor
                        indiening van de aanvraag is aangebroken. Hierbij is de koppeling met
                        artikel 2 van de verordening wederom van belang (zie de uitspraak van het
                        CBb van 14 maart 2011, LJN: BP7726, Zutphen) </al><al>Nu de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen per 1 oktober 2009 in
                        werking is getreden, bestaat het risico dat bestuursorganen, die zich niet
                        aan de door zichzelf gestelde termijnen houden, met een dwangsom kunnen
                        worden geconfronteerd. In gevallen waarin de behandeling van aanvragen
                        uitgesteld wordt tot een bepaald moment, ligt het daarom voor de hand in
                        nadere regels te bepalen wanneer een beslistermijn van start gaat</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><al>De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het
                        college. De ontheffing kan aan een rechts)persoon worden verleend als het
                        gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de
                        Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar zijn
                        aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt uitgeoefend. Als
                        het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de tussenkomst het
                        college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de
                        opvolger. Als het gaat om overdracht van het winkelpand aan een ander
                        rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan
                        blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden
                        verbonden. Er kan immers sprake zijn van een heel ander soort winkel dan
                        voorheen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zon- en feestdagregeling (koopzondagen)</titel></kop><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, tweede lid, Winkeltijdenwet,
                        dat de raad de mogelijkheid geeft de bevoegdheid die in het eerste lid aan
                        de raad wordt gegeven, te delegeren aan het college. Dit is wel een beperkte
                        delegatie: de raad zelf verleent vrijstelling, B&amp;W bepalen wanneer die
                        precies geldt door het aanwijzen van maximaal 12 koopzondagen per jaar.
                        Anders gezegd de raad bepaalt dat het mag en B&amp;W bepalen wanneer het
                        mag. De eerste twee leden van artikel 3 Winkeltijdenwet luiden:</al><al><cursief>1.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf
                            door hem aan te wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van
                            de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op
                            de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                            Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag. De beperking tot twaalf dagen
                            per kalenderjaar geldt voor elk deel van de gemeente
                            afzonderlijk.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan, al dan niet onder het
                            stellen van regels, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren
                            aan burgemeester en wethouders.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op zon- en feestdagen</titel></kop><al>Dit artikel van de verordening steunt op artikel 3, vierde lid, van de
                        Winkeltijdenwet, dat luidt:</al><al><cursief>“Voorts kan de gemeenteraad bij verordening aan burgemeester en
                            wethouders de bevoegdheid verlenen op een daartoe strekkende aanvraag en
                            met inachtneming van de in die verordening gestelde regels ontheffing te
                            verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a en b, vervatte
                            verboden, voor zover het winkels betreft die gesloten zijn op de in die
                            verboden bedoelde dagen tussen 0 uur en 16 uur, en waar uitsluitend of
                            hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden verkocht met
                            uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
                            de Drank- en Horecawet. De verordening bepaalt in ieder geval het aantal
                            winkels waarvoor in de gemeente ontheffing kan worden verleend. Dit
                            aantal kan ten hoogste één winkel per 15 000 inwoners van de gemeente
                            zijn of, indien het inwonertal lager is dan 15 000, één
                            winkel”.</cursief></al><al>De vereisten uit de Winkeltijdenwet zijn dus:</al><al>de ontheffing kan alleen worden verleend aan winkels:</al><lijst><li nr="-"><al>die gesloten zijn op zon- en feestdagen vóór 16 uur, ook als die als
                                koopzondag zijn aangewezen (verwerkt in onderdeel a van derde lid),
                                en</al></li><li nr="-"><al>waar hoofdzakelijk eet- en drinkwaren worden verkocht met
                                uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                van de Drank- en Horecawet (verwerkt in het eerste lid van artikel 7
                                van deze verordening);</al><al>er mag maar 1 ontheffing verleend worden per 15.000 inwoners
                                (verwerkt in het tweede lid van artikel 7 van deze Verordening). Dit
                                aantal moet strikt worden toegepast, er mag dus niet naar boven
                                worden afgerond. Een gemeente die minder dan 15.000 inwoners heeft
                                mag aan één winkel de ontheffing ex artikel 3, vierde lid
                                verlenen.</al></li></lijst><al>Het zal vaak voorkomen dat er - na toetsing aan de weigeringsgronden - meer
                        aanvragen liggen dan dat er ontheffingen kunnen worden verleend. Het
                        verdient daarom aanbeveling dat het college beleid ontwikkelt over de manier
                        waarop in dat geval wordt geselecteerd tussen de aanvragers. In het derde
                        lid van dit artikel wordt - voor zover noodzakelijk - expliciet aan het
                        college de mogelijkheid geboden om nadere regels te stellen. In deze nadere
                        regels kan het college bepalen, op welke wijze de schaarse ontheffing zal
                        worden verdeeld. Dit kan bijvoorbeeld door een systeem van loting. Ook zou
                        een rouleersysteem in het leven kunnen worden geroepen, waarbij diverse
                        supermarkten tijdelijk ontheffing krijgen, elk voor een afzonderlijke
                        periode. Ontheffing voor een bepaalde periode heeft ook los daarvan het
                        voordeel dat er na verloop van tijd kan worden geëvalueerd.</al><al> Eveneens kan er worden gekozen voor een lotingsysteem in combinatie met een
                        roulatiesysteem. </al><al>Ook kan het college de ontheffingen elk jaar aan andere winkels verlenen of
                        de ontheffingen verdelen via een vergelijkende toets (zie CBb 8 januari
                        2010, AB 2010, 73). Een vergelijkende toets in dit verband houdt in dat het
                        college een tijdvak bekend maakt waarbinnen ondernemers die interesse hebben
                        een ontheffing kunnen aanvragen, waarna het college alle factoren afweegt
                        voordat het besluit welke winkel de ontheffing voor de
                        zondagavondopenstelling krijgt. Er werd in het concrete geval van de
                        hiervoor aangehaalde uitspraak onder andere gekeken naar mogelijke overlast,
                        voldoende parkeergelegenheid en een afscheiding tussen de (verkoop van)
                        sterke drank en de overige winkelruimte.</al><al>Aan de ontheffing op grond van artikel 3, vierde lid, van de Winkeltijdenwet
                        kan bijvoorbeeld de beperking worden verbonden dat er na een bepaald
                        tijdstip geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBb 18-03-2009, AWB
                        08/802 S2, Zaanstad). </al><al>Ten tijde van de totstandkoming van deze verordening is overigens duidelijk
                        dat het college van zijn bevoegdheid om nadere regels te stellen gebruik zal
                        maken door het in het leven roepen van een lotingsysteem in combinatie met
                        een roulatiesysteem. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><al>Dit artikel steunt op artikel 4, tweede lid, Winkeltijdenwet. Artikel 4
                        luidt:</al><al><cursief>1.</cursief><cursief> Burgemeester en wethouders kunnen
                            vrijstelling van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze
                            betrekking hebben op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                            Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag,
                            verlenen op grond van plotseling opkomende bijzondere
                            omstandigheden.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> Zij kunnen in door de gemeenteraad bij
                            verordening aangewezen gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste
                            lid bedoelde verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van
                            tijdelijke aard en ten behoeve van het uitstallen van
                            goederen.</cursief></al><al><cursief>3.</cursief><cursief> De vrijstellingen en ontheffingen kunnen
                            onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen
                            kunnen voorschriften worden verbonden.</cursief></al><al>Aangezien de Winkeltijdenwet in artikel 7, eerste lid een directe
                        bevoegdheid verleent aan het college om vrijstelling te verlenen op grond
                        van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden hoeft deze mogelijkheid
                        niet afzonderlijk te worden genoemd in de verordening. Wel worden hier op
                        grond van het tweede lid van artikel 7 van de Winkeltijdenwet de gevallen
                        aangewezen waarin ontheffing kan worden verleend ten behoeve van bijzondere
                        gelegenheden van tijdelijke aard.</al><al>Uit de bewoordingen van artikel 4, eerste lid, van de Winkeltijdenwet in
                        relatie tot die van 3, vierde lid volgt dat deze ontheffing zowel op
                        aanvraag als ambtshalve kan worden verleend.</al><al>In artikel 8, eerste lid onder c worden tentoonstellingen in kunstateliers
                        en galeries genoemd. De reden daarvan is het volgende. Kunstateliers en
                        galeries zijn winkels, maar hebben in de Winkeltijdenwet een speciale
                        status, die voortkomt uit de oude Winkelsluitingswet en het daarop
                        berustende Besluit gemeentelijke ontheffingen Winkelsluitingswet. In artikel
                        4 van dat landelijk geldende besluit was een afzonderlijke regeling
                        opgenomen voor kunstateliers en galeries. Deze bepaling hield in dat
                        burgemeester en wethouders ontheffing konden verlenen ten behoeve van het
                        uitstallen van niet fabrieksmatig vervaardigde kunstvoorwerpen door of voor
                        rekening van de vervaardiger daarvan, voor de zon- en feestdagen en de
                        sluitingsuren op werkdagen. Bij het opstellen van de Winkeltijdenwet in 1996
                        is deze ontheffingsmogelijkheid niet meer expliciet overgenomen in het
                        Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Daar kwamen direct veel vragen over.
                        In overleg met het ministerie van Economische Zaken zijn de kunstateliers en
                        de galeries in de verordening Winkeltijdenwet opgenomen. </al><al>Op grond van artikel 4, tweede lid, van de wet, zoals uitgewerkt in artikel
                        8, eerste lid van de verordening, kunnen burgemeester en wethouders
                        ontheffing verlenen voor de zon- en feestdagen voor bijzondere situaties. De
                        wet laat hierin de gemeenten beleidsvrijheid. Met gebruikmaking van deze
                        beleidsvrijheid kan de ontheffing verleend worden voor tentoonstellingen in
                        kunstateliers en galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor
                        kunstateliers en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun
                        werk bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te
                        zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen concurrentieoverwegingen
                        hier nauwelijks een rol, gezien het individuele karakter van de betrokken
                        voorwerpen. </al><al>Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard kunnen feestelijkheden
                        worden verstaan. In een uitspraak van 28 oktober 2008, LJN: BG2147
                        (Amsterdam Noord), heeft het CBb het begrip “feestelijkheden” ingevuld. Het
                        ging in deze zaak onder meer om de vraag of allerlei buitenlandse en nogal
                        buitenissige feestdagen zoals de Chinese dag van het kind, de Amerikaanse
                        "doe vriendelijk dag" en dergelijke konden worden aangemerkt als
                        "feestelijkheden" zoals bedoeld in de Winkeltijdenverordening van het
                        desbetreffende stadsdeel. Uit de uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om
                        feestelijkheden die bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard zijn. </al><al>Bij het hanteren van het begrip "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard"
                        moet er een verband kunnen worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met
                        het beleven of uiten van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een
                        breed gedragen mening van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk
                        dan wel op lokaal niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet
                        worden gehecht."</al><al>In een uitspraak van 18 december 2009 bepaalde de voorzieningenrechter dat
                        het verlenen van ontheffing om op zondag 20 december open te zijn in verband
                        met het plaatsvinden van een feestelijkheid (de laatste zondag voor
                        Kerstmis), niet mogelijk was. In deze mondelinge uitspraak overwoog de
                        rechter: “Er is echter niet gebleken welke feestelijkheid op die dag plaats
                        zal vinden en tevens niet of de genoemde feestelijke activiteiten ten tijde
                        van het verlenen van de ontheffing reeds gepland waren. Doordat de
                        ontheffing is verleend aan alle winkeliers in de gemeente Lisse, komt de
                        ontheffing eigenlijk overeen met het aanwijzen van een extra algemene
                        koopzondag. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat de gemeenteraad de
                        mogelijkheid heeft om burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven
                        twaalf koopzondagen aan te wijzen. De gemeenteraad heeft deze bevoegdheid
                        echter beperkt tot zes zon- en feestdagen, van welke bevoegdheid ook gebruik
                        is gemaakt. Door het aanwijzen van deze extra koopzondag, hebben
                        burgemeester en wethouders in strijd met de verordening gehandeld.” (LJN BK
                        7097, Lisse).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>overgangsrecht</titel></kop><al>Omdat mogelijk aanvragen voor ontheffingen binnen zullen komen, voordat deze
                        verordening - na bekendmaking - in werking treedt, is bepaald dat het
                        bepaalde in deze verordening en in de door het college op grond daarvan op
                        te stellen en op de juiste wijze bekend te maken beleidsregel en/of een
                        lotingreglement van toepassing is, op de afdoening van aanvragen voor
                        toekomstige ontheffingen vanaf 22 maart 2013 (VZngr. CBb 19 september 2011,
                        AB 2011/364, LJN BT 6359). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Er is gekozen voor een vaste datum van inwerkingtreding. Dat is duidelijker
                        en later makkelijker terug te vinden dan een afzonderlijk besluit van het
                        college, zoals in de vorige Verordening winkeltijden Heumen was opgenomen. </al><al>Om te voorkomen dat de nieuwe verordening dezelfde naam heeft als de
                        voorganger - die via dit artikel wordt ingetrokken op het moment van
                        inwerkingtreding van deze nieuwe verordening - wordt voorgesteld achter onze
                        gemeentenaam het jaartal van vaststelling te plaatsen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>