<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20922_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heuvelland Aktueel, 27-02-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 139</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 140</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ID/164</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij besluit van het College van B&amp;W d.d. 29-04-2008 is deze verordening van toepassing verklaard op besluiten genomen op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), onderdeel hulp bij het huishouden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de
                        burgemeester van Gulpen-Wittem </al><al/><al>Ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van 21 augustus 2007</al><al>Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet
                        bestuursrecht</al><al/><al>Besluiten vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem
                            2007</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen;</al></li><li nr="·"><al>commissie: commissie van advies voor de bezwaarschriften;</al></li><li nr="·"><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="·"><al>Voorzitter: de voorzitter van de commissie bezwaarschriften;</al></li><li nr="·"><al>Secretaris: de secretaris van de commissie bezwaarschriften;</al></li><li nr="·"><al>Bestuursorgaan: de raad, het college van burgemeester en wethouders
                                of burgemeester van Gulpen-Wittem;</al></li><li nr="·"><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaren tegen besluiten van het bestuursorgaan; </al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften
                                    die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:</al><al>- <inf/>een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet
                                    waardering onroerende zaken;</al><al>- besluiten genomen door Pentasz;</al><al>- de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) onderdeel Hulp bij
                                    het Huishouden.</al></li><li nr="3."><al>De bestuursorganen, ieder voor zover het zijn bevoegdheid
                                    betreft, zijn bevoegd de categorieën van gevallen als bedoeld in
                                    artikel 2 lid 2 te wijzigen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een of meerdere voorzitters en ten minste twee
                            leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast
                            welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden
                            behandeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie bepaalt voorts haar onderlinge taakverdeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de leden worden door het college benoemd, geschorst
                            en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter(s).</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de leden van de commissie mogen niet woonachtig of
                            werkzaam zijn binnen de gemeente Gulpen-Wittem.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 7 is niet van toepassing op de reeds benoemde
                            commissieleden en geldt slechts voor de leden die na vaststelling van
                            deze verordening worden benoemd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de leden van de commissie worden benoemd voor een
                            termijn van vier jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenmalige herbenoeming is mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in lid
                            1 en 2 en herbenoeming nog maximaal voor een periode toestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                            ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
                        </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aftredende voorzitter(s) en de aftredende leden van de commissie
                            blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter(s) en de leden van de commissie (en hun plaatsvervangers)
                            treden voorts af met ingang van de eerste van de maand volgend op de
                            maand waarin de 70-jarige leeftijd wordt bereikt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter of een lid van de commissie (of hun plaatsvervangers)
                            worden door het college ontslagen: </al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is om
                                    zijn functie te vervullen;</al></li><li nr="c."><al>bij de aanvaarding van een betrekking waarvan de uitoefening
                                    ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt
                                    of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en
                                    onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin;</al></li><li nr="d."><al>wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                    wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="e."><al>wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schuld is gegijzeld;</al></li><li nr="f."><al>indien hij naar het oordeel van het bestuursorgaan ernstig
                                    nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college stelt de voorzitter of een lid van de commissie (of hun
                            plaatsvervangers) op non-activiteit indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                    wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling
                                    natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance
                                    van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld
                                    ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een of meer
                                door het college aangewezen (plaatsvervangende) secretarissen.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is namens de commissie bevoegd alle inlichtingen in te
                                winnen die nodig worden geacht in verband met de voorbereiding van
                                de behandeling van het bezwaarschrift.</al></li></lijst><al/><al><vet>De procedure </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken alsmede de overige
                            op de zaak betrekking hebbende stukken worden uiterlijk 2 weken voor de
                            zitting in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                        voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de
                        voorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:3;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>artikel 7:6, vierde lid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(Voor)onderzoek</titel></kop><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij
                        deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen
                        daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn
                        verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door of namens de voorzitter wordt plaats en tijdstip van de zitting,
                            waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen, bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van artikel 7:3 Awb besluit af te zien van
                            het horen, wordt door of namens hem daarvan mededeling aan de
                            belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door of namens de voorzitter worden de belanghebbenden en het verwerend
                            bestuursorgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk
                            uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na ontvangst van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk
                            aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het horen van bezwaarmakers en belanghebbenden geschiedt door de
                            (plaatsvervangend) voorzitter en één of meer (plaatsvervangende) leden
                            van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen kan in uitzonderlijke gevallen ook geschieden door alleen de
                            (plaatvervangend) voorzitter van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                            belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een verzoek als bedoeld in artikel 13 lid 2 voorafgaand aan de
                            zitting wordt gedaan door een belanghebbende wordt door of namens de
                            voorzitter daarop beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de voorzitter of de commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                            redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                            verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoorzittingen vinden in ieder geval achter gesloten deuren plaats
                            indien het betreft bezwaren met betrekking tot personele zaken en
                            bezwaren op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                            commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 8 van deze verordening en artikel 7:9 Awb is van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beraadslaging en Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies wordt uitgebracht door ten minste de (plaatsvervangend)
                            voorzitter en twee (plaatsvervangende) leden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen
                            advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij een stemming, de stemmen staken, beslist de stem van de
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien
                            die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                            ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie
                            uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                            beslissen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid,
                            van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                            advies en het nemen van een beslissing, wordt door of namens de
                            voorzitter van de commissie het verwerend orgaan tijdig verzocht de
                            beslissing te verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><al>De secretaris kan, desgewenst in overleg met de voorzitter en na overleg met
                        het verwerend orgaan, onderzoeken of het bezwaar in der minne kan worden
                        bijgelegd en daartoe de nodige handelingen verrichten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem 2003 wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                        bezwaarschriften gemeente Gulpen-Wittem 2007.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het de gemeenteraad op </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier, </ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op </ondertekening><ondertekening>De burgemeester, De secretaris, </ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester op</ondertekening><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente
                    Gulpen-Wittem 2007</tussenkop><al>De verordening wordt vastgesteld door de drie bestuursorganen die zich bij de
                    afhandeling van bezwaarschriften laten adviseren door de adviescommissie. In de
                    aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de gemeente, de
                    raad, het college en de burgemeester, ieder voorzover het zijn bevoegdheden
                    betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat de raad de
                    verordende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben deze
                    bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de commissie
                    bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de bestuursorganen samen
                    een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op bezwaren tegen besluiten
                    van de raad, het college en de burgemeester. De ondertekening gebeurt eveneens
                    door de drie bestuursorganen.</al><al>De verordening, die sinds 2003 in werking was, is inmiddels geëvalueerd hetgeen
                    heeft geleid tot de nu aangepaste verordening. Diverse artikelen zijn aangepast
                    zowel inhoudelijk als louter redactioneel. Getracht is een verordening op te
                    stellen die recht doet aan de wensen van flexibiliteit in combinatie met het
                    belang van rechtszekerheid. </al><al>Nieuw is de vermelding dat de leden van de commissie niet woonachtig en/of
                    werkzaam mogen zijn binnen de gemeente Gulpen-Wittem. Dit in verband met het
                    waarborgen van de onafhankelijkheid van de commissie. Vanwege de omvang van de
                    gemeente in combinatie met de hechte gemeenschappen wordt het raadzaam geacht
                    deze voorwaarden te stellen aan nieuwe leden. Voor de huidige commissieleden
                    geldt deze bepaling niet. Daarnaast is een maximale zittingsduur van 4 jaar
                    bepaald met de mogelijkheid tot eenmalige verlenging. </al><al>In verband met de flexibiliteit is het mogelijk gemaakt dat het horen geschiedt
                    door alleen de voorzitter. Daarnaast is opgenomen dat de commissie haar
                    onderlinge taakverdeling bepaald. Daarbij kan worden opgemerkt dat voor wat
                    betreft bezwaren op het gebied van Personeel in samenwerking met de gemeente
                    Kerkrade op dit gebied deskundige leden zijn benoemd (P&amp;O Kamer). </al><al>Nieuw is tot slotte de bepaling dat de betreffende bestuursorganen de
                    categorieën van besluiten waarover de commissie adviseert kan wijzigen. Op die
                    manier kan sneller worden ingespeeld op wetswijzigingen (denk aan Wet
                    Maatschappelijke Ondersteuning). Het is zo mogelijk om categorieën toe te voegen
                    alsmede uit te sluiten, zonder dat hiervoor de verordening gewijzigd dient te
                    worden. </al><al>Hierna volgt een toelichting per artikel van de verordening. </al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><al>In dit artikel zijn enkele begripsbepalingen opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven over welke bezwaarschriften de commissie
                    adviseert. Uitgesloten zijn de bezwaarschriften op het gebied van het
                    belastingrecht. Dit vanwege het feit dat de Algemene wet inzake rijksbelastingen
                    en de WOZ afwijkende of aanvullende bepalingen bevatten over beslistermijnen,
                    het horen en de geheimhouding.</al><al>Vanwege de gemeenschappelijke regeling Pentasz zijn nu ook formeel de
                    bezwaarschriften die daar betrekking op hebben uitgezonderd.</al><al>Verder is nieuw de uitzondering van de bezwaarschriften op het gebied van de Wet
                    Maatschappelijke Ondersteuning voor zover het betreft het onderdeel, hulp in de
                    huishouding. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat de gemeente dit
                    prestatieveld uitbesteed aan het CIZ. Onderdeel van deze uitbesteding zijn de
                    bezwaarschriften die hier betrekking op hebben.</al><al>Op grond van lid 3 is het mogelijk om de uitsluitingen te wijzigen. Dit lid is
                    toegevoegd om zo beter te kunnen inspelen op wetswijzigingen en veranderingen in
                    de werkwijze zonder dat daarvoor wijziging van de verordening dient plaats te
                    vinden (flexibiliteit dus). </al><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</tussenkop><al>In dit artikel is de samenstelling van de commissie weergegeven. Een voorzitter
                    en twee leden. Zoals opgemerkt worden er nu andere criteria gesteld aan nieuwe
                    leden (niet woonachtig en werkzaam binnen de gemeente). </al><al>De commissie bepaalt zelf haar onderlinge taakverdeling en kan derhalve een
                    onderverdeling maken in zogenaamde kamers. Hierdoor is het mogelijk om bij een
                    stroom van bezwaarschriften zaken door te schuiven van de ene naar de andere
                    kamer teneinde de beslistermijn te kunnen halen. Vanzelfsprekend dient daarbij
                    de specialisatie van iedere kamer in acht te worden genomen. Voor wat betreft
                    het onderdeel Personeelszaken zijn in samenwerking met de leden van de
                    adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente Kerkrade op dit gebied
                    deskundige leden benoemd. Deze leden zijn enkel en alleen voor dit onderdeel
                    benoemd. </al><al>Verder is geregeld dat het college de bevoegdheid tot benoemen, schorsen en
                    ontslaan heeft. </al><tussenkop>Artikel 4 Zittingsduur</tussenkop><al>Dit artikel is uitgebreid ten opzichte van de oude verordening. Nieuw is de
                    toevoeging dat herbenoeming mogelijk is maar de totale zittingsduur maximaal 8
                    jaar bedraagt. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat er steeds nieuwe leden in
                    de commissie komen. Op deze manier kan de kwaliteit gewaarborgd worden. Nieuw
                    zijn ook diverse bepalingen in geval van ontslag of schorsing. Dit is in het
                    belang van de rechtszekerheid.</al><tussenkop>Artikel 5 Secretaris</tussenkop><al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie beschikt over een ambtelijk secretaris ter
                    ondersteuning van de werkzaamheden. De secretaris regelt de voorbereiding van
                    hoorzittingen en stelt daarnaast het advies op en zorgt voor de verslaglegging
                    en verdere afhandeling van het bezwaarschrift. </al><tussenkop>Procedure</tussenkop><al>In de navolgende procedure voorschriften wordt veelal volstaan met een korte
                    uitleg van de wettelijke bepalingen die hier worden genoemd. Er is voor de
                    belanghebbende een folder opgesteld waarin de gehele procedure staat beschreven.
                    Deze informatiefolder wordt in ieder geval bij de ontvangst van een
                    bezwaarschrift verzonden aan de belanghebbenden.</al><tussenkop>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. In de Awb wordt uitgebreid aandacht geschonken
                    aan de wijze waarop een bezwaarschrift ingediend moet worden en de daarmee
                    samenhangende ontvankelijkheidsvragen. </al><tussenkop>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan door de voorzitter toepassing worden gegeven aan de
                    navolgende artikelen. Het betreft het vragen van een machtiging, verzoeken een
                    verzuim te herstellen, toezending stukken aan gemachtigde, afzien van de
                    hoorplicht in gevallen waarin bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk of
                    ongegrond is. Ter inzage leggen van de stukken alsmede het niet informeren van
                    belanghebbende over het verhandelde tijdens het horen wegens geheimhouding om
                    gewichtige redenen. Voor de uitoefening van deze bevoegdheden wordt veelal
                    mandaat verleend aan de secretaris van de commissie. </al><tussenkop>Artikel 8 Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met bezwaarmaker in contact te treden
                    om nadere informatie in te winnen. Het inschakelen van externe deskundigen zal
                    bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien in de
                    normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om bijzondere
                    kosten gaat. Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting,
                    ligt het voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat
                    college de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om
                    deze reden is in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een
                    machtiging vooraf geïntroduceerd. </al><tussenkop>Artikel 9 Hoorzitting</tussenkop><al>De commissie vergadert één keer per maand. Om de afhandeling binnen de gestelde
                    termijnen mogelijk te maken kan het noodzakelijk zijn dat vaker vergadert wordt.
                    Om die reden is het mogelijk dat het horen geschiedt door alleen de voorzitter,
                    zie artikel 11. </al><tussenkop>Artikel 10 Uitnodiging zitting</tussenkop><al>Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt ook het verwerend orgaan
                    uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang dat dit orgaan zich ook ter
                    zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de
                    inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor een
                    externe commissie van groot belang om van bestuurlijke zijde te vernemen hoe een
                    beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk
                    worden om een goede afweging te maken. </al><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. In het algemeen moet gedacht worden aan een
                    zodanige termijn dat de bezwaarde en de overige belanghebbenden voldoende
                    gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op de zitting voor te bereiden.
                    Bezwaarden worden geattendeerd op de mogelijkheid om hun reactie op schrift te
                    stellen.</al><al>Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede in verband met de termijn van
                    10 weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie
                    artikel 7:10 Awb) en het bepaalde in artikel 7:4 Awb (zie hierna). Voorts is een
                    regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip van de
                    zitting. Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden verleend. Betrokkene
                    dient wel tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel te krijgen. Een
                    verzoek om uitstel moet niet automatisch gehonoreerd worden. Een gemotiveerd
                    verzoek om uitstel kan ingewilligd worden, maar dient dan wel te worden beperkt
                    tot een eenmalig uitstel omdat anders de afwikkeling van het bezwaarschrift een
                    te grote vertraging kan ondervinden. </al><tussenkop>Artikel 11 Quorum</tussenkop><al>Dit artikel is gewijzigd. In verband met de gewenste flexibiliteit is ervoor
                    gekozen dat het horen ook kan plaatsvinden door alleen de voorzitter. Hierbij
                    kan gedacht worden aan in te plannen extra zittingen alsmede eenvoudige zaken.
                    De advisering geschiedt wel door de voltallige commissie. </al><tussenkop>Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Vanwege het feit dat er reeds bijzondere eisen worden gesteld aan de
                    commissieleden zal naar verwachting niet vaak sprake zijn van mogelijke
                    partijdigheid bij de behandeling van een bezwaarschrift. </al><tussenkop>Artikel 13 Openbaarheid zitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voorzover niet
                    bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de
                    commissie toegekend. In de onderhavige verordeningsbepaling is vastgelegd dat de
                    hoorzitting in principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel
                    blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van
                    familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk
                    karakter aan de orde komen. Bepaald is dat zittingen met betrekking tot
                    bezwaarschriften op grond van de WMO alsmede personele zaken in ieder geval
                    achter gesloten deuren plaatsvinden. </al><al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die achter gesloten deuren plaatsheeft. </al><tussenkop>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden
                    niet door de Awb geregeld. Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader
                    van de besluitvorming in de bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel
                    niet voorgeschreven in de Awb) dat het verslag van de zitting uiterlijk
                    gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar aan belanghebbenden wordt
                    toegezonden. </al><tussenkop>Artikel 15 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na de hoorzitting gehouden
                    telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader onderzoek (Nationale ombudsman
                    9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het
                    bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder
                    dat de andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt
                    dienaangaande kenbaar te maken (Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311). </al><tussenkop>Artikel 16 Advies</tussenkop><al>De advisering dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen
                    van artikel 7:13, eerste lid, onder a. Hoe het advies totstandkomt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621). Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in
                    strijd met artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Het horen kan wel geschieden door
                    alleen de voorzitter.</al><tussenkop>Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging</tussenkop><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht. De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van
                    de Awb 10 weken, behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van
                    de mogelijkheid van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de
                    voorzitter van de commissie dat, indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor
                    bedoeld niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing
                    op het bezwaar te verdagen. </al><al>Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook
                    belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden. </al><tussenkop>Artikel 18 Bemiddeling</tussenkop><al>In de praktijk blijkt dat veel bezwaarschriften in der minne kunnen worden
                    opgelost. </al><tussenkop>Artikel 19 Intrekking oude regeling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 20 Inwerkingtreding </tussenkop><al>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de bekendmaking en
                    inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                    geregeld. Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. De
                    bekendmaking geschiedt door plaatsing in het Gemeenteblad of in een andere door
                    de gemeente algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave (huis-aan-huisblad of
                    plaatselijk dagblad). </al><tussenkop>Artikel 21 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften
                    gemeente Gulpen-Wittem 2007.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>