<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20879_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>1995-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 11-07-1995</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1995/41</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Uden;</al><al>gelet op de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>vast te stellen de</al><al>Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>Welstandszorg Noord-Brabant: het openbaar lichaam als
                                        bedoeld in artikel 2, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende
                                        gemeente;</al></li><li nr="d."><al>het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de
                                        voorzitter: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en
                                        de voorzitter van Welstandszorg Noord-Brabant;</al></li><li nr="e."><al>de dienst: de dienst als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="f."><al>commissies: de commissies als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="g."><al>de directeur: de directeur van de dienst;</al></li><li nr="h."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten' van
                                        Noord-Brabant.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Waar in de regeling artikelen van de gemeentewet of enige andere wet
                                of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden
                                verklaard, treden in die artikelen in plaats van: de gemeente, de
                                raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester,
                                onderscheidenlijk: Welstandszorg Noord-Brabant, het algemeen
                                bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Waar in de regeling over personen een mannelijk voornaamwoord danwel
                                een mannelijk functionarisbegrip wordt gebruikt, worden zowel
                                mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.</al></li></lijst><al>Artikel 2. Naam, plaats van vestiging en bestuur</al><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd Welstandszorg Noord-Brabant. Het
                                is gevestigd te Veldhoven. Het omvat de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur van Welstandszorg Noord-Brabant bestaat uit een algemeen
                                bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Welstandszorg
                                Noord-Brabant.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en van
                                het dagelijks bestuur.</al></li></lijst><al>Artikel 3. Doel</al><al>Welstandszorg Noord-Brabant heeft tot doel de deelnemende gemeenten bij te
                        staan in hun zorg voor de vormgeving van gebouwen en bouwwerken zowel op
                        zichzelf als in verband met de bestaande omgeving of de te verwachten
                        ontwikkeling daarvan.</al><al>Artikel 4. Middelen</al><lijst><li nr="1."><al>Welstandszorg Noord-Brabant tracht het doel te bereiken door middel
                                van het instandhouden van een dienst en van adviescommissies, die de
                                deelnemende gemeenten adviseren met betrekking tot de in artikel 3
                                omschreven zorg.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur regelt de samenstelling, taak en werkwijze van
                                de commissies en de tegemoetkomingen en vergoedingen van haar
                                leden.</al></li></lijst><al>Artikel 5. Adviezen</al><lijst><li nr="1."><al>De adviezen van de in het vorige artikel genoemde commissies worden
                                zo spoedig mogelijk aan de betrokken gemeentebesturen
                                medegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>Is nader overleg met gemeentebesturen of architecten nodig, dan
                                geschiedt dit op de wijze door het dagelijks bestuur
                                aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>De deelnemende gemeenten zijn gehouden om aan Welstandszorg
                                Noord-Brabant de stukken over te leggen, die het voor een juiste
                                vervulling van haar taak nodig heeft.</al></li></lijst><al>Artikel 6. Opdrachten</al><al>Het dagelijks bestuur kan van niet aan de regeling derden deelnemende
                        openbare lichamen opdrachten aanvaarden met betrekking tot de in artikel 3
                        omschreven zorg.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11.</nr><titel>Bestuur</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1. Algemeen Bestuur</al><al>Artikel 7. Aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende
                                gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De leden worden door de raden van de deelnemende gemeenten uit hun
                                midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, op aanbeveling van
                                burgemeester en wethouders aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De raden wijzen tevens uit hun midden, de voorzitter van de raad
                                inbegrepen, op aanbeveling van burgemeester en wethouders, een
                                plaatsvervangend lid aan. Bepalingen van de regeling, geldende voor
                                de leden van het algemeen bestuur, zijn mede van toepassing op de
                                plaatsvervangende leden.</al></li><li nr="4."><al>De raden besluiten zo mogelijk in de eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode, doch uiterlijk binnen drie maanden na het begin van
                                die periode, tot de aanwijzing van de leden en de plaatsvervangende
                                leden van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="5."><al>Van de aanwijzing van de leden en de plaatsvervangende leden doen
                                burgemeester en wethouders binnen acht dagen aan de voorzitter
                                mededeling.</al></li><li nr="6."><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat
                                schriftelijk in bij de voorzitter van de raad die hen heeft
                                aangewezen.</al></li><li nr="7."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege Welstandszorg Noord-Brabant
                                aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></li><li nr="8."><al>Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijk
                                gesteld zij die in dienst van Welstandszorg Noord-Brabant op
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.</al></li></lijst><al>Artikel 8. Zittingsduur</al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van het algemeen bestuur is gelijk aan die van de
                                raden.</al></li><li nr="2."><al>Indien en zo lang de leden hun kwaliteit om aangewezen te worden
                                behouden, blijven zij na periodieke aftreding of na ontslagname hun
                                functie als lid van het algemeen bestuur waarnemen, totdat in hun
                                opvolging is voorzien.</al></li><li nr="3."><al>In tussentijdse vacatures wordt door de raad die het aangaat zo
                                mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering voorzien.</al></li><li nr="4."><al>Indien een tussentijdse vacature is ontstaan delen burgemeester en
                                wethouders dat binnen acht dagen aan de voorzitter mede; na de
                                aanwijzing van een nieuw lid ter voorziening in die vacature delen
                                burgemeester en wethouders dat eveneens binnen acht dagen aan de
                                voorzitter mede.</al></li></lijst><al>Artikel 9.</al><al><vet><onderstreept>Vergaderingen</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en
                                voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig
                                oórdelen, of het door een vijfde van de leden schriftelijk met
                                opgave van redenen, wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter stelt, met inachtneming van hetgeen daaromtrent in het
                                reglement van orde is bepaald, dag, uur en plaats van de vergadering
                                vast. Hij roept de leden tenminste eenentwintig dagen v66r het
                                houden der vergadering schriftelijk op, door middel van een
                                kennisgeving, houdende dag, uur en plaats der vergadering en
                                bevattende tevens een agenda van de te behandelen punten. Hij zendt
                                de kennisgeving gelijktijdig aan de burgemeesters van de deelnemende
                                gemeenten met het verzoek dag en uur van de vergadering ter openbare
                                kennis te brengen.</al></li><li nr="3."><al>De vergaderingen zijn openbaar. In een besloten vergadering kan niet
                                worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het voorlopig vaststellen van de jaarrekening en</al></li><li nr="c."><al>het wijzigen of opheffen van deze regeling.</al><al>4.Het voorschrift van het vorige lid belet niet dat te allen
                                        tijde, wanneer de handhaving van de orde zulks mocht
                                        vorderen, de voorzitter van de bij artikel 22 van de Wet
                                        gemeenschappelijke regelingen juncto artikel 72, tweede
                                        zinsnede, van de gemeentewet, bedoelde bevoegdheid gebruik
                                        kan maken.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet><onderstreept>Stemrecht</onderstreept></vet></al><al>5.Elk lid heeft in de vergadering één stem.</al><al>Artikel 10.</al><al>De directeur woont de vergaderingen van het algemeen bestuur bij. Hij heeft
                        daarin een raadgevende stem.</al><al>De voorzitters van de commissies kunnen op uitnodiging van de voorzitter de
                        vergaderingen van het algemeen bestuur bijwonen. Zij hebben daarin een
                        raadgevende stem.</al><al>Paragraaf 2. Dagelijks bestuur</al><al>Artikel 11. Samenstelling</al><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter en</al></li><li nr="b."><al>zeven andere leden, door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te
                                wijzen.</al></li></lijst><al>Bij de aanwijzing van de leden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met
                        een spreiding over de provincie Noord-Brabant.</al><al>Artikel 12.</al><al><vet><onderstreept>Aanwijzing van de leden</onderstreept></vet></al><al>1.De leden van het dagelijks bestuur worden zo mogelijk in de eerste
                        vergadering van elke zittingsperiode van het algemeen bestuur aangewezen.
                        Zij treden als zodanig af op de dag, waarop de zittingsperiode van het
                        algemeen bestuur afloopt.</al><al><vet><onderstreept>Beëindiging lidmaatschap</onderstreept></vet></al><lijst><li nr="2."><al>Zij houden op lid van het dagelijks bestuur te zijn op de dag waarop
                                zij ophouden lid van het algemeen bestuur te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat schriftelijk
                                in bij het algemeen bestuur.</al></li><li nr="4."><al>In de gevallen voorzien in de leden een, twee en drie van dit
                                artikel blijven de leden van het dagelijks bestuur hun functie
                                waarnemen, zolang zij hun functie als lid van het algemeen bestuur
                                blijven vervullen of op grond van lid twee van artikel 8 waarnemen
                                en in hun opvolging als lid van het dagelijks bestuur niet is
                                voorzien.</al></li><li nr="5."><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt,
                                voorziet het algemeen bestuur daarin ten spoedigste. Gaat het
                                openvallen van een plaats gepaard met het openvallen van een plaats
                                in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het
                                aanwijzen van een nieuw lid uit, totdat de opengevallen plaats in
                                het algemeen bestuur is bezet.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Tijdelijke waarneming</onderstreept></vet></al><al>6.Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis van een lid van het dagelijks
                        bestuur kan het algemeen bestuur een lid uit zijn midden aanwijzen, dat
                        tijdelijk de functie van lid van het dagelijks bestuur waarneemt.</al><al>Artikel 13. Vergaderingen</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter stelt dag, uur en plaats van de vergadering vast.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 52, eerste en tweede zinsnede, en 98 van de gemeentewet
                                zijn van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Elk lid heeft in de vergadering één stem.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 10 is van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 14. Taak van het dagelijks bestuur</al><al>Het dagelijks bestuur heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het houden van toezicht op al wat Welstandszorg Noord-Brabant
                                aangaat;</al></li><li nr="b."><al>het behoorlijk voorbereiden van al hetgeen in het algemeen bestuur
                                ter overweging en beslissing moet worden gebracht;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="d."><al>het beheren van de inkomsten en de uitgaven van Welstandszorg
                                Noord-Brabant;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de
                                controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="f."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten
                                rechten, en het doen van wat nodig is ter voorkoming van verjaring
                                en verlies van recht of bezit.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3. Voorzitter</al><al>Artikel 15. Aanwijzing</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt zo mogelijk in de eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden
                                aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis wordt hij vervangen door een
                                ander door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen
                                lid.</al></li></lijst><al>Artikel 16. Taak van de voorzitter</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Tot zijn taak als voorzitter behoort onder meer:</al><lijst><li nr="a."><al>het tekenen van alle stukken die van het algemeen bestuur of
                                        van het dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 75, tweede
                                        volzin, van de gemeentewet is van toepassing;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het dagelijks
                                        bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het vertegenwoordigen van Welstandszorg Noord-Brabant in en
                                        buiten rechten. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door
                                        hem aangewezen gemachtigde opdragen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In rechtsgedingen tussen Welstandszorg NoordBrabant en de gemeente,
                                waarvan hij lid is van het bestuur, wordt hij vervangen door een
                                ander door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen
                                lid.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4. Secretaris en penningmeester</al><al>Artikel 17. Aanwijzing</al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een
                                penningmeester aan. Het is bevoegd deze functies door één persoon te
                                doen bekleden.</al></li><li nr="2."><al>De functies van secretaris en penningmeester zijn met die van
                                voorzitter onverenigbaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis voorziet het dagelijks
                                bestuur in de vervanging.</al></li></lijst><al>Artikel 18. Taken van de secretaris</al><lijst><li nr="1."><al>Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks
                                bestuur uitgaan worden door de secretaris mede-ondertekend.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris draagt zorg voor de notulering van het in de
                                vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur
                                verhandelde.</al></li></lijst><al>Artikel 19. Taken van de penningmeester</al><al>De penningmeester heeft toezicht op de geldmiddelen en op de tijdige inning
                        van alle inkomsten en het doen van alle betalingen.</al><al>Paragraaf 5. Inlichtingen en verantwoording</al><al>Artikel 20. Inlichtingen en verantwoording van leden aan de raden</al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur is verplicht aan de raad, die dit
                                lid heeft aangewezen, de door één of meer leden van die raad
                                verlangde inlichtingen te verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van het algemeen.'bestuur kan door de raad, die dit lid
                                heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door
                                hem in dat bestuur gevoerde beleid.</al></li></lijst><al>Artikel 21. Ontslag</al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur,
                                dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslaan.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 87a, met uitzondering van de eerste zinsnede, van de
                                gemeentewet is daarop van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 22. Inlichtingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen
                        bestuur</al><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder
                                afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor
                                het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven te dien
                                aanzien alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur heeft het recht aan het dagelijks
                                bestuur en/of een of meer leden daarvan schriftelijk vragen te
                                stellen over zaken Welstandszorg Noord-Brabant betreffende. Hij
                                geeft daarbij aan of schriftelijk dan wel mondeling antwoord wordt
                                verlangd. De vragen worden bij de voorzitter ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge
                                beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering van
                                het algemeen bestuur beantwoord. Indien om een schriftelijke
                                beantwoording <vet>is </vet>gevraagd geschiedt deze binnen één
                                maand, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de gestelde
                                vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is geschied, een
                                afschrift van het antwoord worden aan de leden van het algemeen
                                bestuur ter kennisname toegezonden.</al></li><li nr="4."><al>Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde
                                termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo spoedig
                                mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks de
                                vragensteller en de leden van het algemeen bestuur onder opgave van
                                redenen, tijdig medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit
                                artikel vragen heeft gesteld, kan bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde vergadering van het algemeen bestuur en bij schriftelijke
                                beantwoording in de eerstvolgende vergadering, zonder verlof van het
                                algemeen bestuur, nadere inlichtingen vragen omtrent door het
                                dagelijks bestuur of een lid daarvan gegeven antwoord.</al></li></lijst><al>Artikel 23. Verantwoording van het dagelijks bestuur aan het algemeen
                        bestuur</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van het algemeen bestuur het dagelijks bestuur, of
                                een lid van dat college afzonderlijk, ter verantwoording wenst te
                                roepen omtrent een onderwerp, vreemd aan de orde van de dag,
                                verzoekt hij daartoe het verlof van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met de
                                vragen welke hij wenst te stellen, tenminste vier maal vierentwintig
                                uur vóór de aanvang van de vergadering in handen van de voorzitter.
                                Deze zorgt dat de leden van het algemeen bestuur daarvan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk kennis krijgen.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval het verlof wordt verleend, bepaalt het algemeen bestuur
                                tevens in welke vergadering de interpellatie kan worden
                                gehouden.</al></li><li nr="4."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.</al></li></lijst><al>Artikel 24. Ontslag</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, dat zijn
                                vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslaan.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 87a, met uitzondering van de eerste zinsnede, van de
                                gemeentewet is daarop van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 25. Inlichtingen van het algemeen bestuur aan de raden</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter
                                verstrekken aan de raden de door een of meer leden van die raden
                                gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk.</al></li><li nr="2."><al>Een verzoek om inlichtingen wordt door het lid van de raad ingediend
                                bij de voorzitter van zijn raad, die het onmiddellijk doorzendt aan
                                het desbetreffende orgaan van het lichaam.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur verstrekt aan de desbetreffende raad, door
                                tussenkomst van zijn voorzitter, de inlichtingen in ieder geval
                                binnen drie maanden; het dagelijks bestuur en de voorzitter binnen
                                één maand.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III.</nr><titel>Vergoedingen en tegemoetkomingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 26.</al><lijst><li nr="1."><al>De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur
                                kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming
                                in de kosten ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>De leden van commissies van advies als bedoeld in artikel 24 van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen, die geen burgemeester, wethouder
                                of lid van de raad zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van
                                vergaderingen van de commissie ontvangen.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoedingen en de
                                tegemoetkomingen vast.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV.</nr><titel>Dienst</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 27. Dagelijkse leiding; directeur </al><lijst><li nr="1."><al>De dagelijkse leiding van de dienst wordt, onder toezicht van het
                                dagelijks bestuur, opgedragen aan de directeur, die de organen van
                                Welstandszorg Noord-Brabant bij de uitoefening van hun taak
                                bijstaat.</al></li><li nr="2."><al>De directeur wordt, op aanbeveling van het dagelijks bestuur, door
                                het algemeen bestuur benoemd en ontslagen. Schorsing vindt plaats
                                door het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur stelt voor de directeur een .instructie
                                vast.</al></li><li nr="4."><al>Aan de dienst wordt het nodige personeel toegevoegd.</al></li></lijst><al>Artikel 28. Rechtspositie van het personeel</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de
                                Ambtenarenwet 1929 de rechtspositie van de ambtenaren en van het
                                personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht.</al></li><li nr="2."><al>Indien het algemeen bestuur daartoe besluit regelt het dagelijks
                                bestuur de bezoldiging van de ambtenaren en van het personeel,
                                werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover in deze rechtspositieregeling door het algemeen bestuur
                                niet zelf is voorzien, gelden de rechtspositieregels van de gemeente
                                Veldhoven.</al></li></lijst><al>Artikel 29.</al><al>Behoudens het bepaalde in het tweede lid van artikel 27 worden de ambtenaren
                        en het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht,
                        door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. De directeur
                        wordt daarover gehoord.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 30. Bekostiging</al><lijst><li nr="1."><al>Voor zoveel de kosten niet door andere inkomsten worden gedekt,
                                dragen de deelnemende gemeenten de kosten van Welstandszorg
                                Noord-Brabant naar door het algemeen bestuur jaarlijks, bij het
                                vaststellen van de begroting, vast te stellen regelen.</al></li><li nr="2."><al>De vaststelling van het door elke gemeente verschuldigde bedrag
                                geschiedt door het dagelijks bestuur na afloop van het kalenderjaar,
                                uiterlijk in de maand maart.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur doet van de in het tweede lid bedoelde
                                vaststelling mededeling aan de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="4."><al>Zo spoedig mogelijk na toezending van de in het vorige lid bedoelde
                                mededeling doen de deelnemende gemeenten de door haar verschuldigde
                                bedragen toekomen aan Welstandszorg Noord-Brabant.</al></li><li nr="5."><al>Op de bedragen, bedoeld in het tweede lid worden 'door de
                                deelnemende gemeenten volgens door het dagelijks bestuur te stellen
                                regelen voorschotten verleend.</al></li><li nr="6."><al>Voor zover de bijdragen van de gemeenten worden berekend naar
                                verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal
                                op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarover de
                                bijdrage is verschuldigd. Voor de vaststelling van de aantallen
                                inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></li></lijst><al>Artikel 31. Begroting</al><lijst><li nr="1."><al>Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur maakt elk jaar een ontwerpbegroting voor het
                                volgende jaar. Daarbij wordt een ontwerppersoneelsformatie, die voor
                                dat begrotingsjaar zal gelden, gevoegd.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt beide ontwerpen zes weken voordat zij
                                aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de
                                deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="4."><al>De raden leggen de ontwerpbegroting veertien dagen ter inzage en
                                stellen haar tegen betaling van de kosten algemeen
                                verkrijgbaar.</al></li><li nr="5."><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de
                                ontwerpbegroting en de ontwerppersoneelsformatie het dagelijks
                                bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt
                                de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de
                                ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
                                aangeboden.</al></li><li nr="6."><al>Uiterlijk vier weken vódr de behandeling van de ontwerpbegroting en
                                de ontwerp-personeelsformatie in het algemeen bestuur, wordt deze
                                door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur aangeboden.</al></li><li nr="7."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting en de personeelsformatie
                                uiterlijk 1 juli, voorafgaande aan het jaar waarop ze betrekking
                                heeft, vast. Daarna zendt het dagelijks bestuur de begroting
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de raden van de deelnemende gemeenten, die terzake
                                        Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken
                                        en</al></li><li nr="b."><al>Gedeputeerde Staten met het verzoek om de begroting goed te
                                        keuren.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het dagelijks bestuur deelt de beslissing van Gedeputeerde Staten
                                omtrent de goedkeuring van de begroting mede aan het algemeen
                                bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="9."><al>Het bepaalde in het derde, zesde, zevende en achtste lid is mede van
                                toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.</al></li></lijst><al>Artikel 32. Rekening</al><lijst><li nr="1."><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>De penningmeester maakt onmiddellijk na de sluiting van de dienst de
                                rekening van Welstandszorg Noord-Brabant over het voorafgaande
                                dienstjaar op en legt deze v66r 1 april aan het dagelijks bestuur
                                over.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een
                                verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, ingesteld door de
                                op grond van artikel 34 aangewezen deskundige, en hetgeen het
                                dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle
                                bijbehorende bescheiden, ter voorlopige vaststelling aan het
                                algemeen bestuur aan.</al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur zendt de rekening met het bijbehorende verslag
                                bovendien aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze kunnen
                                daaromtrent binnen zes weken het.dagelijks bestuur van hun gevoelen
                                doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit
                                gevoelen is vervat, bij de rekening.</al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur onderzoekt vervolgens de rekening en stelt ze
                                uiterlijk 1 juli volgende op het jaar waarop ze betrekking heeft,
                                voorlopig vast.</al></li><li nr="6."><al>Zij wordt binnen een maand na de voorlopige vaststelling met alle
                                bijbehorende stukken, aan Gedeputeerde Staten ter vaststelling
                                aangeboden.</al></li><li nr="7."><al>Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur, de
                                penningmeester en de ambtenaren, aangewezen op grond van de
                                krachtens artikel 33 gestelde regelen, tot decharge, behoudens later
                                in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere
                                onregelmatigheden.</al></li></lijst><al>Artikel 33. Administratief en geldelijk beheer</al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde
                                Staten regelen vast met betrekking tot de organisatie van de
                                financiële administratie en van het geldelijk beheer. Deze regelen
                                dienen te waarborgen, dat aan de eisen van doelmatigheid en controle
                                wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De financiële administratie en het geldelijk beheer worden door het
                                dagelijks bestuur opgedragen aan een of meer daartoe bij de in het
                                eerste lid bedoelde regelen aan te wijzen ambtenaren.</al></li></lijst><al>Artikel 34. Controleregelen</al><al>Het algemeen bestuur stelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten regelen
                        vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en het
                        geldelijk beheer van de in het tweede lid van artikel 33 bedoelde
                        ambtenaren. Deze controle wordt opgedragen aan een of meer bij de bedoelde
                        regelen aan te wijzen deskundigen.</al><al>Artikel 35. Verzekeringgelden</al><al>Het algemeen bestuur stelt regelen vast omtrent de verzekering van de gelden
                        tegen benadeling door zijn personeel of door anderen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 36. Archief</al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de
                                bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig de
                                door het algemeen bestuur vast te stellen regelen.</al></li><li nr="2."><al>De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de
                                archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door
                                het algemeen bestuur vast te stellen regelen.</al></li></lijst><al>Artikel 37. Jaarverslag</al><al>Het dagelijks bestuur maakt elk ]'aar een verslag van hetgeen in het
                        afgelopen jaar door Welstandszorg Noord-Brabant is verricht. Het zendt
                        gelijktijdig met de aanbieding van de rekening een exemplaar van dit verslag
                        aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII.</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 38. Toetreding</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toetreding van gemeenten wordt met een besluit van de raad
                                en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente
                                volstaan, mits het algemeen bestuur met de toetreding instemt. Het
                                algemeen bestuur kan aan de instemming voorwaarden verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De toetreding gaat in op een door het dagelijks bestuur in overleg
                                met het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende
                                gemeente te bepalen datum, die ligt na de datum. waarop het besluit
                                tot toetreding door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd en in de
                                registers, als bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen is ingeschreven.</al></li></lijst><al>Artikel 39. Uittreding</al><lijst><li nr="1."><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het
                                dagelijks bestuur van een daartoe strekkend besluit van de raad en
                                het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur regelt binnen een jaar nadat het in het eerste
                                lid bedoelde besluit is ontvangen de financiële en de overige
                                gevolgen van de uittreding voor de uittredende gemeente.</al></li><li nr="3."><al>De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op dat
                                waarin de in het tweede lid bedoelde gevolgen zijn geregeld, mits
                                het besluit tot uittreding voordien door Gedeputeerde Staten is
                                goedgekeurd en in de registers als bedoeld in artikel 27, eerste en
                                tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is
                                ingeschreven. Indien op voormelde datum aan die voorwaarden niet is
                                voldaan, gaat de uittreding in op de eerste dag volgende op die
                                waarop die voorwaarden zijn vervuld. Met inachtneming van het
                                vorenstaande kan het dagelijks bestuur in overeenstemming met het
                                desbetreffende gemeentebestuur een andere datum van uittreding
                                vaststellen.</al></li></lijst><al>Artikel 40. Wijziging</al><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden gewijzigd en worden opgeheven bij
                                eensluidend besluit van de raden en colleges van burgemeester en
                                wethouders van tenminste drie vierde der deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en
                                stelt daartoe de nodige regels op.</al></li><li nr="3."><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld.</al></li></lijst><al>Artikel 41. Overgangsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt de eerste
                                maal plaats binnen vier weken na de inwerkingtreding van de
                                regeling.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur komt in eerste vergadering bijeen binnen twee
                                maanden na de inwerkingtreding van de regeling. In deze vergadering
                                worden de voorzitter en de andere leden van het dagelijks bestuur
                                aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De personen, die op de dag dat de opheffing van de
                                gemeenschappelijke regelingen voor Welstandszorg Oost-Brabant en
                                Welstandszorg West-Brabant van kracht wordt, lid van de dagelijkse
                                besturen van die lichamen zijn, oefenen tezamen de taken en
                                bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van
                                Welstandszorg Noord-Brabant uit, totdat het vorige lid toepassing
                                heeft gevonden. Zij wijzen uit hun midden een tijdelijke voorzitter
                                aan.</al></li><li nr="4."><al>De tijdelijke voorzitter roept de leden voor de in het tweede lid
                                bedoelde vergadering bijeen. Hij bepaalt datum, plaats en uur der
                                vergadering. Hij opent en leidt de eerste vergadering tot een
                                voorzitter is aangewezen.</al></li></lijst><al>Artikel 42. Inwerkingtreding</al><al>De regeling treedt in werking op 1 januari 1993, mits de regeling voordien
                        door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd en in de registers als bedoeld in
                        artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                            <vet>is </vet>ingeschreven. Indien op voormelde datum aan die
                        voorwaarden niet is voldaan, treedt de regeling in werking op de eerste dag
                        volgende op die waarop die voorwaarden zijn vervuld.</al><al>Artikel 43. Toezending aan Gedeputeerde Staten</al><al>Voor de uitvoering van artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                        wordt de gemeente Veldhoven aangewezen.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van</ondertekening><ondertekening>de gemeente d.d.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders van</ondertekening><ondertekening>de gemeente d.d.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen 1</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen 1</al><al>Artikel 2. Naam, plaats van vestiging en bestuur 1</al><al>Artikel 3. Doel 1</al><al>Artikel 4. Middelen 2</al><al>Artikel 5. Adviezen 2</al><al>Artikel 6. Opdrachten 2</al><al>HOOFDSTUK 11. Bestuur 2</al><al>Paragraaf 1. Algemeen Bestuur 2</al><al>Artikel 7. Aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden 2</al><al>Artikel 8. Zittingsduur 2</al><al>Artikel 9. 3</al><al>Vergaderingen 3</al><al>Stemrecht 3</al><al>Artikel 10. 3</al><al>Paragraaf 2. Dagelijks bestuur 3</al><al>Artikel 11. Samenstelling 3</al><al>Artikel 12. 3</al><al>Aanwijzing van de leden 3</al><al>Beëindiging lidmaatschap 4</al><al>Tijdelijke waarneming 4</al><al>Artikel 13. Vergaderingen 4</al><al>Artikel 14. Taak van het dagelijks bestuur 4</al><al>Paragraaf 3. Voorzitter 4</al><al>Artikel 15. Aanwijzing 4</al><al>Artikel 16. Taak van de voorzitter 4</al><al>Paragraaf 4. Secretaris en penningmeester 5</al><al>Artikel 17. Aanwijzing 5</al><al>Artikel 18. Taken van de secretaris 5</al><al>Artikel 19. Taken van de penningmeester 5</al><al>Paragraaf 5. Inlichtingen en verantwoording 5</al><al>Artikel 20. Inlichtingen en verantwoording van leden aan de raden 5</al><al>Artikel 21. Ontslag 5</al><al>Artikel 22. Inlichtingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur
                        5</al><al>Artikel 23. Verantwoording van het dagelijks bestuur aan het algemeen
                        bestuur 6</al><al>Artikel 24. Ontslag 6</al><al>Artikel 25. Inlichtingen van het algemeen bestuur aan de raden 6</al><al>HOOFDSTUK III. Vergoedingen en tegemoetkomingen 6</al><al>Artikel 26. 6</al><al>HOOFDSTUK IV. Dienst 7</al><al>Artikel 27. Dagelijkse leiding; directeur 7</al><al>Artikel 28. Rechtspositie van het personeel 7</al><al>Artikel 29. 7</al><al>HOOFDSTUK V. Financiële bepalingen 7</al><al>Artikel 30. Bekostiging 7</al><al>Artikel 31. Begroting 7</al><al>Artikel 32. Rekening 8</al><al>Artikel 33. Administratief en geldelijk beheer 8</al><al>Artikel 34. Controleregelen 9</al><al>Artikel 35. Verzekeringgelden 9</al><al>HOOFDSTUK VI. Overige bepalingen 9</al><al>Artikel 36. Archief 9</al><al>Artikel 37. Jaarverslag 9</al><al>HOOFDSTUK VII. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing 9</al><al>Artikel 38. Toetreding 9</al><al>Artikel 39. Uittreding 9</al><al>Artikel 40. Wijziging 10</al><al>Artikel 41. Overgangsbepalingen 10</al><al>Artikel 42. Inwerkingtreding 10</al><al>Artikel 43. Toezending aan Gedeputeerde Staten 10</al><al>Toelichting Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant 1</al><al>Artikel 3. 1</al><al>Artikel 6. 1</al><al>Artikel 9. 1</al><al>Artikel 10. 1</al><al>Artikel 11. 1</al><al>Artikel 13. 2</al><al>De artikelen 14 tot en met 25 komen nagenoeg letterlijk in beide regelingen
                        voor. 2</al><al>Artikel 26. 2</al><al>Artikel 30. 2</al><al>Artikelen 31 en 32. 2</al><al>Artikel 39. 2</al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting </vet><vet>Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg
                            Noord-Brabant</vet></al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 3.</al><al>De doelomschrijving, (die tevens het belang waarvoor de regeling wordt
                        getroffen aanduidt) is gerelateerd aan artikel 34, eerste lid, van de
                        Model-bouwverordening, luidende: "Het uiterlijk en de plaatsing van een
                        bouwwerk zowel op zichzelf als in verband met de bestaande omgeving of de te
                        verwachten ontwikkeling daarvan voldoet aan redelijke eisen van
                        welstand".</al><al>Artikel 12 van de nieuwe Woningwet is inhoudelijk daarmede in
                        overeenstemming.</al><al>Artikel 6.</al><al>Dit artikel vormt de basis voor de samenwerking met het Streekgewest
                        Brabant-Noordoost.</al><al>Artikel 9.</al><al>Artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) verklaart de
                        artikelen 46 tot en met 48, 52 tot en met 59 en 72, tweede, derde en vierde
                        lid, van de gemeentewet op het houden en de orde van de vergaderingen van de
                        raad van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het algemeen
                        bestuur tenminste tweemaal per jaar moet vergaderen. Een en ander betekent,
                        dat de bepalingen met betrekking tot het bijeenroepen van de leden, de
                        onschendbaarheid, het quorum en het stemmen in de raadsvergadering, het
                        reglement van orde en de handhaving van de orde in Is raadd'vergadering van
                        toepassing zijn.</al><al>Artikel 22 bepaalt verder, dat de vergaderingen van het algemeen bestuur
                        openbaar zijn, dat de deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van
                        de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het
                        algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt
                        vergaderd.</al><al>Ingevolge het derde lid moeten de volgende onderwerpen in een openbare
                        vergadering worden behandeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het voorlopig vaststellen van de jaarrekening en</al></li><li nr="c."><al>het wijzigen of opheffen van deze regeling.</al></li></lijst><al>De redactie van dit lid is ten opzichte van beide bestaande regelingen
                        verbeterd. Punt c kent de regeling van Oost-Brabant niet.</al><al>In verband hiermede wordt verwezen naar de bijlage die de belangrijkste van
                        toepassing zijnde bepalingen van de gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke
                        regeling bevat.</al><al>Artikel 10.</al><al>Dit artikel bepaalt, dat de directeur aan de vergaderingen van het algemeen
                        bestuur deelneemt. Hij heeft daarin een raadgevende stem.</al><al>De voorzitters van de adviescommissies als bedoeld in artikel 4 kunnen
                        worden uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. Ook zij hebben daarin een
                        raadgevende stem.</al><al>Opgemerkt wordt dat het bestuur uiteraard te allen tijde bevoegd is
                        personen, die geen deel van Welstandszorg uitmaken, toe te laten teneinde
                        voorlichting of advies te geven.</al><al>Artikel 11.</al><al>Ingevolge dit artikel bestaat het dagelijks bestuur uit de voorzitter en
                        zeven andere leden. Rekening is gehouden met de indeling van Noord-Brabant
                        in zeven gewesten en de wenselijkheid, vrijheid te hebben bij het kiezen van
                        de voorzitter, onafhankelijk van de vraag uit welk deel van de provincie hij
                        afkomstig is.</al><al>Artikel 13.</al><al>De van toepassing verklaarde artikelen van de gemeentewet hebben betrekking
                        op het quorum en de besluitvorming.</al><al>De artikelen 14 tot en met 25 <onderstreept>komen nagenoeg letterlijk in
                            beide regelingen voor.</onderstreept></al><al>Artikel 26.</al><al>Ingevolge artikel 21 WGR kunnen de leden van het bestuur een vergoeding voor
                        hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Daarbij is
                        bepaald, dat de hoogte daarvan in een redelijke verhouding moet staan tot de
                        aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden en kosten. Bovendien moet
                        rekening worden gehouden met de vergoeding voor werkzaamheden en de
                        tegemoetkoming in de kosten, welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van
                        zijn lidmaatschap van het gemeentebestuur. Andere vergoedingen ten laste van
                        het openbaar lichaam mogen niet worden genoten.</al><al>Ingevolge artikel 24 WGR kunnen de organen van een openbaar lichaam
                        commissies van advies instellen. Deze bevoegdheid wordt rechtstreeks bij de
                        wet toegekend, zodat de regeling daaromtrent geen voorschriften behoeft te
                        bevatten. Het betreft hier commissies die de bestuursorganen van het
                        openbaar lichaam adviseren. Dit artikel heeft dus geen betrekking op de
                        adviescommissies bedoeld in artikel 4 van het ontwerp. Ten aanzien van de
                        adviescommissies bedoeld in de WGR kan een vergoedingsregeling worden
                        vastgesteld die afwijkt van die welke voor de bestuursleden kan worden
                        getroffen. Als leden van een adviescommissie burgemeester, wethouder of
                        raadslid zijn kunnen zij namelijk geen vergoeding of tegemoetkoming
                        ontvangen.</al><al>Artikel 30.</al><al>Dit artikel bepaalt dat, voor zoveel de kosten niet door andere inkomsten
                        worden gedekt, de deelnemende gemeenten de kosten dragen naar door het
                        algemeen bestuur bij het vaststellen van de begroting vast te stellen
                        regelen. De kosten worden thans over de gemeenten omgeslagen naar rato van
                        het aantal inwoners. Deze wijze van bekostiging kan op basis van artikel 30
                        worden gehandhaafd.</al><al>De verwachte ontwikkelingen in het welstandswerk pleiten er voor dit artikel
                        zodanig te redigeren dat er ruimte is voor een andere wijze van bekostiging.
                        Verwacht wordt immers, dat de gemeenten in de toekomst een gedifferentieerd
                        pakket van werkzaamheden zullen afnemen, waardoor behoefte zal ontstaan de
                        thans geldende wijze van bekostiging te veranderen. Het voorgestelde artikel
                        30 biedt daartoe de mogelijkheid.</al><al>Artikelen 31 en 32.</al><al>Deze artikelen geven voorschriften omtrent de begroting en de rekening. Zij
                        zijn van procedurele aard. De inhoudelijke bepalingen, die voor de begroting
                        en de rekening van de gemeente gelden, zijn op grond van artikel 33 WGR van
                        toepassing.</al><al>Artikel 39.</al><al>In beide gemeenschappelijke regelingen is bepaald, dat uittreding van een
                        gemeente niet eerder ingaat dan na verloop van een jaar na toezending van
                        haar besluit tot uittreding. De gevolgen voor de uittredende gemeente worden
                        eerst vastgesteld binnen één jaar na de datum van ingang van de
                        uittreding.</al><al>Het bezwaar tegen deze regeling is, dat eerst nadat de uittreding een feit
                        is de gevolgen voor de uittredende gemeente worden bepaald. Het
                        gemeentebestuur kent bij uittreding dus niet de voor de gemeente daaraan
                        verbonden financiële en ' andere gevolgen. Bovendien is de desbetreffende
                        gemeente bij het regelen van die gevolgen geen deelgenote meer van de
                        gemeenschappelijke regeling, zodat zij daarover in de vergadering van het
                        algemeen bestuur haar stem niet kan laten horen.</al><al>Aan deze bezwaren wordt in het voorgestelde artikel 39 tegemoet gekomen.
                        Ingevolge het tweede lid van dat artikel regelt het algemeen bestuur binnen
                        een jaar nadat bericht van uittreding is ontvangen de gevolgen voor de
                        uittredende gemeente. Op dat moment is die gemeente nog deelgenote van de
                        regeling en kan zij op haar besluit nog terugkomen. Verder gaat de
                        uittreding pas in op 1 januari van het jaar volgende op dat waarin door het
                        algemeen bestuur de gevolgen zijn vastgesteld.</al><al><onderstreept>Besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regelinq van
                            Welstandszorg Oost-Brabant</onderstreept>.</al><al>Ingevolge artikel 40 van de Gemeenschappelijke regeling voor Oost-Brabant
                        zal, nadat tot opheffing is besloten, door het algemeen bestuur een
                        liquidatieplan moeten worden vastgesteld. Artikel 38 van de regeling voor
                        Welstandszorg WestBrabant bevat dezelfde bepaling. Deze bepaalt bovendien,
                        in afwijking van de Oost-Brabantse regeling, dat-het liquidatieplan
                        goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.</al><al>Met de afspraken, die met het Streekgewest Brabant-Noordoost zijn gemaakt,
                        zal bij het ontwerpen van het liquidatieplan voor Welstandszorg Oost-Brabant
                        rekening moeten worden gehouden.</al><al>Opgemerkt wordt dat dit besluit ingevolge artikel 39 WGR geen goedkeuring
                        van Gedeputeerde Staten behoeft doch enkel aan dat College moet worden
                        medegedeeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>