<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR208226_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GB 2012/030</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-05-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rvs 2/2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1 | <vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>monumenten</vet></al><lijst><li nr="a."><al>alle (groepen van) zaken die, hetzij op zichzelf, hetzij
                                            in onderlinge samenhang, van algemeen belang zijn wegens
                                            hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun
                                            cultuurhistorische of bouwhistorische waarde;</al></li><li nr="b."><al>terreinen die van algemeen archeologisch belang zijn
                                            wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al>alle zaken en terreinen die van algemeen belang zijn
                                            wegens de aan die zaken en terreinen verbonden
                                            geschiedkundige herinneringen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>stadsbeeld</vet></al></li></lijst><al>Verschijningsvorm van een begrensd gebied, in zijn stedenbouwkundige en
                            architectonische samenhang, zoals deze wordt gevormd door groepen van
                            zaken, hieronder begrepen bomen, boomgroepen, tuinen, plantsoenen,
                            parken, wegen, straten, pleinen en bruggen, vaarten, sloten en andere
                            wateren, die met één of meer tot de groep behorende rijksmonumenten of
                            gemeentelijk beschermde monumenten een beeld vormen, dat van algemeen
                            belang is wegens de schoonheid, het eigen karakter van het geheel, de
                            onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel vanwege de
                            wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde.</al><al>3.<vet>gemeentelijk</vet><vet>monumentenregister</vet><vet>Nijmegen</vet></al><al>Register waarin zijn opgenomen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de overeenkomstig deze verordening
                                            aangewezen beschermde gemeentelijke monumenten,
                                            bouwhistorie monumenten, stadsbeelden,
                                            stadsbeeldobjecten en identiteitsbepalende
                                            objecten;</al></li><li nr="b."><al>de redengevende omschrijvingen van overeenkomstig deze
                                            verordening aangewezen beschermde gemeentelijke
                                            monumenten en bouwhistorie monumenten;</al></li><li nr="c."><al>de typeringen van overeenkomstig deze verordening
                                            aangewezen beschermde identiteitsbepalende
                                            objecten;</al></li><li nr="d."><al>kaarten waarop, met een verwijzing naar de Atlas, de
                                            begrenzingen van de beschermde stadsbeelden zijn
                                            aangeduid. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al><vet>selectiecriteria</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Criteria, zoals opgenomen in de bijlage van deze verordening, op basis
                            waarvan objecten kunnen worden geselecteerd die in aanmerking komen om
                            overeenkomstig de bepalingen van deze verordening aangewezen te worden
                            als gemeentelijk monument, bouwhistorie monument of als
                            identiteitsbepalend object. </al><al>5.<vet>beschermde</vet><vet>rijksmonumenten</vet></al><al>Onroerende monumenten die zijn ingeschreven in de ingevolge de
                            Monumentenwet 1988 vastgestelde registers.</al><lijst><li nr="6."><al><vet>beschermde gemeentelijke monumenten</vet>Onroerende
                                    monumenten die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening
                                    zijn aangewezen als gemeentelijke monumenten en die zijn
                                    opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen.</al></li><li nr="7."><al><vet>beschermde bouwhistorie monumenten</vet></al></li></lijst><al>Onroerende monumenten die overeenkomstig de bepalingen van deze
                            verordening zijn aangewezen als bouwhistorie monumenten en die zijn
                            opgenomen in het gemeentelijke monumentenregister Nijmegen. De
                            bescherming betreft de bouwhistorische waarde of indicatieve
                            bouwhistorische waarde zoals vermeld in de redengevende
                            omschrijving.</al><al>8.<vet>beschermde stadsbeelden</vet></al><al>Stadsbeelden (ook wel gemeentelijk stads- of dorpsgezicht) die
                            overeenkomstig de bepalingen van deze verordening zijn aangewezen als
                            beschermde stadsbeelden en waarvan een kaart met daarop aangegeven de
                            begrenzing van het te beschermen gebied is opgenomen in het gemeentelijk
                            monumentenregister Nijmegen. </al><al>9.<vet>beschermde stadsbeeldobjecten</vet></al><al>Bouwwerken die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening zijn
                            aangewezen als beschermd stadsbeeldobject en die zijn opgenomen in het
                            gemeentelijk monumentenregister Nijmegen. Het betreft bouwwerken</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>die zijn gelegen binnen een overeenkomstig de bepalingen
                                            van deze verordening aangewezen beschermd stadsbeeld;
                                        </al></li><li nr="b."><al>die van beeldbepalend belang zijn voor het beschermde
                                            stadsbeeld en</al></li><li nr="c."><al>waarvan de straatbeeldbepalende gevels en de
                                            beeldbepalende elementen zoals opgenomen in de Atlas
                                            zijn beschermd.</al></li></lijst></li><li nr="10."><al><vet>beschermde identiteitsbepalende objecten</vet></al></li></lijst><al>Onroerende objecten die overeenkomstig de bepalingen van deze
                            verordening zijn aangewezen als identiteitsbepalende objecten en die
                            zijn opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen. De
                            bescherming betreft de identiteitsbepalende waarden die van belang zijn
                            op het niveau van de buurt, de wijk of de stad, zoals omschreven in de
                            typering. </al><al>11.<vet>kerkelijke monumenten</vet></al><al>Onroerende monumenten die eigendom zijn van een kerkgenootschap, een
                            zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen
                            zijn verenigd, of van ander genootschap op geestelijke grondslag en die
                            uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor het
                            gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging. </al><al>12.<vet>redengevende omschrijving</vet></al><al>Document dat onderdeel moet uitmaken van besluiten tot aanwijzing van
                            gemeentelijke monumenten en bouwhistorie monumenten waarin zijn
                            opgenomen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de omschrijving van het monument; </al></li><li nr="b."><al>een foto;</al></li><li nr="c."><al>de kadastrale aanduiding(en);</al></li><li nr="d."><al>de plaatselijke aanduiding(en);</al></li><li nr="e."><al>de tenaamstelling en</al></li><li nr="f."><al>de datum van het aanwijzingsbesluit.</al></li></lijst></li><li nr="13."><al><vet>typering</vet></al></li></lijst><al>Document dat onderdeel moet uitmaken van besluiten tot aanwijzing van
                            identiteitsbepalende objecten waarin zijn opgenomen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>een beknopte typering van het monument; </al></li><li nr="b."><al>een foto;</al></li><li nr="c."><al>de kadastrale aanduiding(en);</al></li><li nr="d."><al>de plaatselijke aanduiding(en);</al></li><li nr="e."><al>de tenaamstelling en</al></li><li nr="f."><al>de datum van het aanwijzingsbesluit.</al></li></lijst></li><li nr="14."><al><vet>Atlas</vet></al></li></lijst><al>Boekwerk dat onderdeel uitmaakt van besluiten tot aanwijzing van
                            stadsbeelden en waarin een beschrijving en waardering van het beschermde
                            stadsbeeld, van de stadsbeeldobjecten en van de stadsbeeldbepalende
                            elementen zijn opgenomen.</al><al>15.<vet>eigenaren en zakelijk gerechtigden</vet></al><al>Degenen die in de kadastrale legger als eigenaren en zakelijk
                            gerechtigden van een beschermd gemeentelijk monument, beschermd
                            bouwhistorie monument of beschermd identiteitsbepalend object zijn
                            ingeschreven.</al><al>16.<vet>Commissie Beeldkwaliteit</vet></al><al>De op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met
                            als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over
                            onder meer de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht en deze verordening.</al><al>17.<vet>bouwhistorisch onderzoek</vet></al><al>In schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-,
                            verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van
                            een monument (pand, object, bouwwerk) in de vorm van een bouwhistorische
                            inventarisatie, een bouwhistorische verkenning, een bouwhistorische
                            opname of een bouwhistorische ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de
                            Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek.</al><lijst><li nr="18."><al><vet>het college</vet>Het college van burgemeester en
                                    wethouders van Nijmegen.</al></li><li nr="19."><al><vet>de raad</vet>De raad van de gemeente Nijmegen.</al></li><li nr="20."><al><vet>het bevoegd gezag</vet></al></li></lijst><al>Bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.</al><al>21.<vet>vergunning</vet></al><al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of
                            artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al>Artikel 2 | <vet>Het gebruik van het monument</vet></al><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met de
                            bestemming en de gebruiksmogelijkheden van het monument.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De bescherming van gemeentelijke monumenten en bouwhistorie
                            monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument of bouwhistorie
                                monument</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3 | <vet>De aanwijzing als gemeentelijk monument of
                                    bouwhistorie monument</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad besluit, op voorstel van het college, onroerende
                                        monumenten aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument
                                        of bouwhistorie monument. Het besluit tot aanwijzing als
                                        gemeentelijk monument of bouwhistorie monument is gebaseerd
                                        op een redengevende omschrijving.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden,
                                        aan de raad een voorstel doen als bedoeld in het eerste lid.
                                    </al></li><li nr="3."><al>Van een voorstel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        schriftelijk mededeling gedaan aan de eigenaar, aan degenen
                                        die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                                        staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en,
                                        indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Het
                                        voorstel als bedoeld in het tweede lid wordt gedurende zes
                                        weken ter inzage gelegd.</al></li><li nr="4."><al>Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het college in een
                                        of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, of op een
                                        andere geschikte wijze kennis van het voorstel, als bedoeld
                                        in het tweede lid. Volstaan kan worden met het vermelden van
                                        de zakelijke inhoud.</al></li><li nr="5."><al>In de kennisgeving wordt vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>waar en wanneer de stukken ter inzage zullen
                                                liggen;</al></li><li nr="b."><al>wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen
                                                naar voren te brengen;</al></li><li nr="c."><al>op welke wijze dit kan geschieden.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Belanghebbenden kunnen gedurende de termijn van
                                        terinzagelegging bij het college naar keuze schriftelijk of
                                        mondeling hun zienswijze over het voorstel, als bedoeld in
                                        het tweede lid, naar voren brengen. Op schriftelijk naar
                                        voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9 en 6:10
                                        van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige
                                        toepassing. Van hetgeen mondeling naar voren is gebracht
                                        wordt een verslag gemaakt. </al></li><li nr="7."><al>De raad neemt geen besluit over aanwijzing als gemeentelijk
                                        monument of bouwhistorie monument dan nadat de Commissie
                                        Beeldkwaliteit door het college om advies is gevraagd.</al></li><li nr="8."><al>De Commissie Beeldkwaliteit adviseert binnen acht weken na
                                        ontvangst van het verzoek om advies.</al></li><li nr="9."><al>Het college doet met betrekking tot kerkelijke monumenten
                                        geen voorstel als bedoeld in het tweede lid dan nadat de
                                        eigenaar is uitgenodigd voor overleg.</al></li><li nr="10."><al>De raad neemt een besluit binnen zesentwintig weken na de
                                        datum van terinzagelegging van het voorstel, als bedoeld in
                                        het tweede lid. </al></li><li nr="11."><al>Het college deelt een besluit van de raad tot aanwijzing als
                                        gemeentelijk monument of bouwhistorie monument,
                                        tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na verzenddatum,
                                        mee aan de verzoeker, aan degenen die als zakelijk
                                        gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de
                                        ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Van het besluit of
                                        de zakelijke inhoud ervan wordt kennis gegeven in een van
                                        overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                        huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
                                    </al></li><li nr="12."><al>Monumenten die na aanwijzing als bouwhistorie monument
                                        worden aangewezen als gemeentelijk monument worden geacht
                                        niet meer aangewezen te zijn als bouwhistorie monument.</al></li><li nr="13."><al>Monumenten die zijn ingeschreven in het register bedoeld in
                                        artikel 6 van de Monumentenwet 1988 worden door de raad niet
                                        aangewezen als gemeentelijk monument of bouwhistorie
                                        monument.</al></li><li nr="14."><al>Monumenten die na aanwijzing als gemeentelijk monument of
                                        bouwhistorie monument worden ingeschreven in het
                                        monumentenregister bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet
                                        1988 worden geacht niet meer aangewezen te zijn als
                                        beschermd gemeentelijk monument respectievelijk bouwhistorie
                                        monument.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 4 | <vet>Het intrekken van de aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, indien omstandigheden en feiten zijn
                                        gewijzigd, de raad een voorstel doen tot intrekken van de
                                        aanwijzing als gemeentelijk monument of bouwhistorie
                                        monument.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan de raad een voorstel doen de aanwijzing
                                        in te trekken van panden die (mede) op basis van het
                                        criterium ‘bouwhistorische verwachting’ zijn aangewezen als
                                        bouwhistorie monument, wanneer is aangetoond dat geen of
                                        onvoldoende bouwhistorische waarden aanwezig zijn om de
                                        aanwijzing als bouwhistorie monument op basis van de
                                        bouwhistorische selectiecriteria te handhaven. Een dergelijk
                                        voorstel doet het college op basis van bouwhistorisch
                                        onderzoek van die delen van het pand waarvoor in de
                                        inventarisatie ‘indicatieve of verwachte bouwhistorische
                                        waarde’ is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>De raad neemt geen besluit tot intrekken van de aanwijzing
                                        als gemeentelijk monument of bouwhistorie monument dan nadat
                                        de Commissie Beeldkwaliteit door het college is gehoord,
                                        tenzij het bepaalde in artikel 16, derde lid, van toepassing
                                        is. </al></li><li nr="4."><al>Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt,
                                        tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de
                                        bekendmaking, schriftelijk mededeling gedaan aan degenen die
                                        als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                                        staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en,
                                        indien om intrekking van de aanwijzing is verzocht, aan de
                                        verzoeker.Tevens wordt van het besluit, als bedoeld in het
                                        derde lid, of van de zakelijke inhoud ervan kennis gegeven
                                        in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-,
                                        nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere
                                        geschikte wijze. Indien alleen van de zakelijke inhoud wordt
                                        kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd ter inzage
                                        gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer het
                                        besluit ter inzage ligt.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Rechtsgevolgen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5 | <vet>Toepasselijkheid van de paragraaf</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op
                                        beschermde gemeentelijke monumenten en bouwhistorie
                                        monumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid. Voor de
                                        toepassing van deze bepalingen worden met beschermde
                                        gemeentelijke monumenten en bouwhistorie monumenten
                                        gelijkgesteld monumenten ten aanzien waarvan het college een
                                        voorstel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, ter inzage
                                        heeft gelegd met dien verstande dat de toepasselijkheid van
                                        deze bepaling eindigt wanneer de termijn van zesentwintig
                                        weken als bedoeld in artikel 3, achtste lid, is
                                        verstreken.</al></li><li nr="2."><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op
                                        beschermde monumenten ten aanzien waarvan de minister belast
                                        met monumentenzorg ingevolge artikel 3, vierde lid van de
                                        Monumentenwet 1988 advies heeft gevraagd over zijn voornemen
                                        tot aanwijzing als beschermd rijksmonument, als bedoeld in
                                        het eerste lid van dat artikel, totdat onherroepelijk
                                        vaststaat dat inschrijving in het register als bedoeld in
                                        artikel 6, eerste lid van de Monumentenwet 1988 niet zal
                                        plaatsvinden.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 6 | <vet>Verbodsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument en
                                        beschermd bouwhistorie monument te beschadigen of te
                                        vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van het bevoegd gezag: </al></li><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument of beschermd
                                        bouwhistorie monument geheel of gedeeltelijk af te breken,
                                        te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen,
                                        dan wel als rechthebbende een van deze gedragingen te
                                        gedogen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument of beschermd
                                        bouwhistorie monument te herstellen, te gebruiken of te
                                        laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of
                                        in gevaar gebracht, dan wel als rechthebbende een van deze
                                        gedragingen te gedogen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
                                        lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
                                        betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
                                        worden uitgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, kan worden
                                        geweigerd in het belang van de monumentenzorg.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, is niet
                                        vereist, indien de activiteit betrekking heeft op:</al></li><li nr="a."><al>gewoon onderhoud, voor zover detaillering, profilering,
                                        vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij
                                        een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige
                                        veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het
                                        oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.</al></li><li nr="6."><al>Geen vergunning, als bedoeld in het tweede lid, is vereist
                                        voor werkzaamheden ingevolge een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De bescherming van stadsbeelden en stadsbeeldobjecten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd stadsbeeld en
                                stadsbeeldobject</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 7 | <vet>De aanwijzing als stadsbeeld en
                                    stadsbeeldobject</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad besluit, op voorstel van het college, over
                                        aanwijzing als beschermd stadsbeeld en over aanwijzing van
                                        daarin gelegen stadsbeeldobjecten. Het besluit tot
                                        aanwijzing als beschermd stadsbeeld dient gebaseerd te zijn
                                        op een Atlas.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, gehoord hebbende de Commissie
                                        Beeldkwaliteit, een voorstel aan de raad doen als bedoeld in
                                        het eerste lid. Het voorstel wordt gedurende zes weken ter
                                        inzage gelegd.</al></li><li nr="3."><al>Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het college in een
                                        of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, of op een
                                        andere geschikte wijze kennis van het voorstel, als bedoeld
                                        in het tweede lid. Volstaan kan worden met het vermelden van
                                        de zakelijke inhoud.</al></li><li nr="4."><al>In de kennisgeving wordt vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>waar en wanneer de stukken ter inzage zullen
                                                liggen;</al></li><li nr="b."><al>wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen
                                                naar voren te brengen;</al></li><li nr="c."><al>op welke wijze dit kan geschieden.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Belanghebbenden kunnen gedurende de termijn van
                                        terinzagelegging bij het college naar keuze schriftelijk of
                                        mondeling hun zienswijze over het voorstel, als bedoeld in
                                        het tweede lid, naar voren brengen. Op schriftelijk naar
                                        voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9 en 6:10
                                        van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige
                                        toepassing. Van hetgeen mondeling naar voren is gebracht
                                        wordt een verslag gemaakt. </al></li><li nr="6."><al>Het college maakt een besluit van de raad, als bedoeld in
                                        het eerste lid, bekend door kennisgeving van het besluit of
                                        van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege
                                        uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad,
                                        dan wel op een andere geschikte wijze. Indien alleen van de
                                        zakelijke inhoud wordt kennisgegeven,wordt het besluit
                                        tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt
                                        vermeld waar en wanneer het besluit ter inzage ligt. </al></li><li nr="7."><al>Stadsbeeldobjecten die zijn aangewezen als gemeentelijk
                                        monument als bedoeld in artikel 3 worden door de raad niet
                                        aangewezen als beschermd stadsbeeldobject.</al></li><li nr="8."><al>Stadsbeeldobjecten die na aanwijzing als beschermd
                                        stadsbeeldobject worden aangewezen als gemeentelijk monument
                                        als bedoeld in artikel 3 worden geacht niet meer aangewezen
                                        te zijn als beschermd stadsbeeldobject.</al></li><li nr="9."><al>Stadsbeeldobjecten die zijn ingeschreven in het register als
                                        bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 worden door
                                        de raad niet aangewezen als beschermd stadsbeeldobject.</al></li><li nr="10."><al>Stadsbeeldobjecten die na aanwijzing als beschermd
                                        stadsbeeldobject worden ingeschreven in het
                                        monumentenregister bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet
                                        1988 worden geacht niet meer aangewezen te zijn als
                                        beschermd stadsbeeldobject.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 8 | <vet>Het intrekken van de aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, indien omstandigheden en feiten zijn
                                        gewijzigd, de raad een voorstel doen tot intrekken van de
                                        aanwijzing als beschermd stadsbeeld of beschermd
                                        stadsbeeldobject.</al></li><li nr="2."><al>De raad neemt geen besluit tot intrekken van de aanwijzing
                                        als beschermd stadsbeeld of beschermd stadsbeeldobject dan
                                        nadat de Commissie Beeldkwaliteit door het college is
                                        gehoord, tenzij het bepaalde in artikel 16, derde lid van
                                        toepassing is. </al></li><li nr="3."><al>Het college maakt een besluit van de raad, als bedoeld in
                                        het tweede lid, bekend door kennisgeving van het besluit of
                                        van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege
                                        uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad,
                                        dan wel op een andere geschikte wijze. Indien alleen van de
                                        zakelijke inhoud wordt kennisgegeven,wordt het besluit
                                        tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt
                                        vermeld waar en wanneer het besluit ter inzage ligt. </al></li><li nr="4."><al>Bij aanwijzing door de minister van een beschermd
                                        stadsgezicht, gelegen in een gebied dat is aangewezen als
                                        beschermd stadsbeeld, komt de aanwijzing beschermd
                                        stadsbeeld niet te vervallen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Rechtsgevolgen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 9 | <vet>Toepasselijkheid van deze paragraaf</vet></al><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op beschermde
                                stadsbeelden en beschermde stadsbeeldobjecten, als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid.</al><al/><al>Artikel 10 | <vet>Verbodsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in een beschermd stadsbeeld zonder of in
                                        afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag
                                        stadsbeeldbepalende gevels van stadsbeeldobjecten alsmede
                                        stadsbeeldbepalende erfafscheidingen en erfinrichtingen:
                                    </al></li><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk af te breken, te verstoren, te
                                        verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, dan wel als
                                        rechthebbende een van deze gedragingen te gedogen;</al></li><li nr="b."><al>te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een
                                        wijze, waardoor deze worden ontsierd of in gevaar gebracht,
                                        dan wel als rechthebbende een van deze gedragingen te
                                        gedogen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod en de vergunningplicht bedoeld in het eerste lid
                                        gelden niet indien het college nadere regels stelt met
                                        betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
                                        worden uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan worden
                                        geweigerd in het belang van de monumentenzorg.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, is niet
                                        vereist, indien de activiteit betrekking heeft op gewoon
                                        onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving,
                                        materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park
                                        of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt.</al></li><li nr="5."><al>Geen vergunning is vereist voor werkzaamheden ingevolge een
                                        aanschrijving van het bevoegd gezag. </al></li><li nr="6."><al>De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na
                                        afloop van de termijn, bedoeld in artikel 6:7 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht, voor het indienen van:</al><lijst><li nr="a."><al>een bezwaarschrift indien het een
                                                omgevingsvergunning betreft waarop de reguliere
                                                voorbereidingsprocedure (§ 3.2 Wet algemene
                                                bepalingen omgevingsrecht) van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>een beroepschrift in gevallen waarin zij is
                                                voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de
                                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Indien in gevallen als bedoeld in het zesde lid, gedurende
                                        de daar bedoelde termijn bij de bevoegde rechter een verzoek
                                        om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de beschikking
                                        niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. </al><al/></li></lijst><al>Artikel 11 | <vet>Sloop</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In een beschermd stadsbeeld is het verboden een bouwwerk
                                        geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking
                                        van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In een beschermd stadsbeeld kan een vergunning, als bedoeld
                                        in het eerste lid, worden geweigerd indien naar het oordeel
                                        van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats
                                        van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal
                                        worden gebouwd. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De bescherming van identiteitsbepalende objecten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd identiteitsbepalend object</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 12 | <vet>De aanwijzing als identiteitsbepalend
                                object</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden,
                                        onroerende zaken aanwijzen als beschermd identiteitsbepalend
                                        object. Het besluit tot aanwijzing als beschermd
                                        identiteitsbepalend object dient gebaseerd te zijn op een
                                        typering van het object.</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt geen besluit over aanwijzing als
                                        identiteitsbepalend object dan nadat de Commissie
                                        Beeldkwaliteit om advies is gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>De Commissie Beeldkwaliteit adviseert binnen acht weken na
                                        ontvangst van het verzoek om advies.</al></li><li nr="4."><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt,
                                        tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de
                                        bekendmaking, schriftelijk mededeling gedaan aan degenen die
                                        als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                                        staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en,
                                        indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Tevens
                                        wordt van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan
                                        kennis gegeven in een van overheidswege uitgegeven blad of
                                        een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een
                                        andere geschikte wijze en wordt een afschrift gezonden aan
                                        de raad.</al></li><li nr="5."><al>Identiteitsbepalende objecten die zijn aangewezen als
                                        gemeentelijk monument of bouwhistorie monument als bedoeld
                                        in artikel 3, of zijn aangewezen als beschermd
                                        stadsbeeldobject als bedoeld in artikel 7, worden door het
                                        college niet aangewezen als beschermd identiteitsbepalend
                                        object.</al></li><li nr="6."><al>Identiteitsbepalende objecten die na aanwijzing als
                                        beschermd identiteitsbepalend object worden aangewezen als
                                        gemeentelijk monument of bouwhistorie monument als bedoeld
                                        in artikel 3 van deze verordening of worden aangewezen als
                                        beschermd stadsbeeldobject als bedoeld in artikel 7 van deze
                                        verordening worden geacht niet meer aangewezen te zijn als
                                        beschermd identiteitsbepalend object.</al></li><li nr="7."><al>Identiteitsbepalende objecten die zijn ingeschreven in het
                                        register bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988
                                        worden door het college niet aangewezen als beschermd
                                        identiteitsbepalend object.</al></li><li nr="8."><al>Identiteitsbepalende objecten die na aanwijzing als
                                        beschermd identiteitsbepalend object worden ingeschreven in
                                        het monumentenregister bedoeld in artikel 6 van de
                                        Monumentenwet 1988 worden geacht niet meer aangewezen te
                                        zijn als beschermd identiteitsbepalend object.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 13 | <vet>Het intrekken van de aanwijzing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, indien omstandigheden en feiten zijn
                                        gewijzigd, besluiten tot intrekken van de aanwijzing als
                                        identiteitsbepalend object.</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt geen besluit tot intrekken van de
                                        aanwijzing als identiteitsbepalend object, dan nadat de
                                        Commissie Beeldkwaliteit is gehoord, tenzij het bepaalde in
                                        artikel 16, derde lid, van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt,
                                        tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de
                                        bekendmaking, schriftelijk mededeling gedaan aan degenen die
                                        als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                                        staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en,
                                        indien om intrekking van de aanwijzing is verzocht, aan de
                                        verzoeker. Tevens wordt van het besluit of van de zakelijke
                                        inhoud ervan kennis gegeven in een van overheidswege
                                        uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad,
                                        dan wel op een andere geschikte wijze en wordt een afschrift
                                        gezonden aan de raad. Indien alleen van de zakelijke inhoud
                                        wordt kennisgegeven, wordt het besluit tegelijkertijd ter
                                        inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en
                                        wanneer het besluit ter inzage ligt.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Rechtsgevolgen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 14 | <vet>Toepasselijkheid van deze paragraaf</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op
                                        beschermde identiteitsbepalende objecten als bedoeld in
                                        artikel 12, eerste lid. </al></li><li nr="2."><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op
                                        beschermde identiteitsbepalende objecten, ten aanzien
                                        waarvan de minister belast met de monumentenzorg ingevolge
                                        artikel 3, vierde lid van de Monumentenwet 1988 advies heeft
                                        gevraagd over zijn voornemen tot aanwijzing als beschermd
                                        rijksmonument, als bedoeld in het eerste lid van dat
                                        artikel, totdat onherroepelijk vaststaat dat inschrijving in
                                        het register als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de
                                        Monumentenwet 1988 niet zal plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op
                                        beschermde identiteitsbepalende objecten, ten aanzien
                                        waarvan het college een voorstel heeft gedaan als bedoeld in
                                        artikel 3, tweede lid, tot onherroepelijk vaststaat dat
                                        aanwijzing als gemeentelijk monument of bouwhistorie
                                        monument niet zal plaatsvinden. </al><al/></li></lijst><al>Artikel 15 | <vet>Verbodsbepaling (sloop)</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van het bevoegd gezag een beschermd identiteitsbepalend
                                        object geheel of gedeeltelijk af te breken of te
                                        verplaatsen, dan wel als rechthebbende een van deze
                                        gedragingen te gedogen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd indien de schriftelijke rapportage als bedoeld in
                                        artikel 18, tweede lid niet of in onvoldoende mate aantoont
                                        dat herbestemming redelijkerwijs onmogelijk is.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan worden
                                        geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet
                                        aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk
                                        een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. </al></li><li nr="4."><al>Geen vergunning is vereist voor werkzaamheden ingevolge een
                                        aanschrijving van het bevoegde gezag.</al></li><li nr="5."><al>De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na
                                        afloop van de termijn, bedoeld in artikel 6:7 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht, voor het indienen van:</al><lijst><li nr="a."><al>een bezwaarschrift indien het een
                                                omgevingsvergunning betreft waarop de reguliere
                                                voorbereidingsprocedure (§ 3.2 Wet algemene
                                                bepalingen omgevingsrecht) van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>een beroepschrift in gevallen waarin zij is
                                                voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de
                                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Indien in gevallen als bedoeld in het vijfde lid, gedurende
                                        de daar bedoelde termijn bij de bevoegde rechter een verzoek
                                        om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de beschikking
                                        niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 16 | <vet>Het gemeentelijk monumentenregister
                            Nijmegen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een gemeentelijk monumentenregister Nijmegen
                                    bij waarin zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de beschermde gemeentelijke
                                            monumenten, bouwhistorie monumenten, stadsbeelden,
                                            stadsbeeldobjecten en identiteitsbepalende
                                            objecten;</al></li><li nr="b."><al>de redengevende omschrijving van beschermde
                                            gemeentelijke monumenten en bouwhistorie monumenten</al></li><li nr="c."><al>de typering van beschermde identiteitsbepalende
                                            objecten</al></li><li nr="d."><al>kaarten waarop, met een verwijzing naar de Atlas, de
                                            begrenzingen van de beschermde stadsbeelden zijn
                                            aangeduid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot gemeentelijke monumenten en bouwhistorie
                                    monumenten, die (mede) op basis van het selectiecriterium
                                    ‘bouwhistorische verwachting’ zijn aangewezen als gemeentelijk
                                    beschermd monument, is het college bevoegd de redengevende
                                    beschrijving van de onderdelen die betrekking hebben op de
                                    ‘bouwhistorische verwachting’ te wijzigen als onderzoek aantoont
                                    dat de te beschermen bouwhistorische waarden zijn gewijzigd. Zij
                                    doen de eigenaren een afschrift van de gewijzigde beschrijving
                                    toekomen.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd ambtshalve of op verzoek van
                                    belanghebbenden in het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen
                                    wijzigingen aan te brengen van administratieve aard. Indien de
                                    wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
                                    betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de
                                    inschrijving van een beschermd gemeentelijk monument,
                                    bouwhistorie monument, stadsbeeldobject of identiteitsbepalend
                                    object dat is tenietgegaan, blijft de toepassing van het
                                    bepaalde in artikel 4, 8 en 13 achterwege.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 17 | <vet>Kennisgeving van het register</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen ligt voor een ieder
                                    ter inzage in het gemeentelijk informatiecentrum Open Huis en is
                                    opgenomen op de gemeentelijke website.</al></li><li nr="2."><al>Van het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen wordt een
                                    afschrift van de inhoudsopgave ter kennisneming gezonden aan de
                                    minister belast met monumentenzorg, aan Gedeputeerde Staten, aan
                                    de raad, aan de Commissie Beeldkwaliteit en aan de Rijksdienst
                                    voor het Cultureel Erfgoed. Deze instanties worden tevens op de
                                    hoogte gesteld van wijzigingen in het register.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Vergunning voor restauratie, wijziging, sloop of verwijdering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 18 | <vet>De vergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 15,
                                    eerste lid dient vergezeld te gaan van een schriftelijke
                                    rapportage waaruit blijkt dat de mogelijkheden tot herbestemming
                                    op adequate wijze zijn onderzocht.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor vergunning als bedoeld in artikel 6, tweede
                                    lid betreffende een monument dat is aangewezen als beschermd
                                    bouwhistorie monument (mede) op basis van het selectiecriterium
                                    ‘bouwhistorische verwachting’ dient altijd vergezeld te gaan van
                                    een bouwhistorische verkenning van de onderdelen van het pand
                                    die bij de wijziging betrokken zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    aanvraag voor advies naar de Commissie Beeldkwaliteit.</al></li><li nr="4."><al>Binnen twee weken na de datum van verzending van het afschrift
                                    bedoeld in het derde lid brengt de Commissie Beeldkwaliteit
                                    schriftelijk haar advies uit aan het bevoegd gezag.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 19 | <vet>De schriftelijke aanvraag</vet></al><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit omgevingsrecht
                            en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud
                            ingediend.</al><al/><al>Artikel 20 | <vet>Intrekken van de vergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning kan door het bevoegd gezag worden
                                    ingetrokken:</al></li><li nr="a."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend of</al></li><li nr="b."><al>indien de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder
                                    zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 21 | <vet>Kerkelijke monumenten</vet></al><al>Het bevoegd gezag verleent met betrekking tot een kerkelijk monument
                            geen vergunning dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor
                            zover het betreft een vergunning, waarbij wezenlijke belangen van de
                            godsdienstoefening in dat monument in het geding zijn.</al><al/><al>Artikel 22 | <vet>Rijksmonumenten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                    aanvraag om vergunning met betrekking tot een beschermd
                                    rijksmonument voor advies naar de Commissie Beeldkwaliteit.</al></li><li nr="2."><al>De Commissie Beeldkwaliteit adviseert schriftelijk over de
                                    aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het
                                    afschrift.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 23 | <vet>Schadevergoeding</vet></al><al>1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                            van:</al><al>a de weigering van het bevoegd gezag een vergunning tot wijziging, sloop
                            of verwijdering van een gemeentelijk monument, van een bouwhistorie
                            monument, van een stadsbeeldobject of van een identiteitsbepalend object
                            te verlenen of</al><al>b voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning tot
                            wijziging, sloop of verwijdering van een gemeentelijk monument, van een
                            bouwhistorie monument, van een stadsbeeldobject of van een
                            identiteitsbepalend object;</al><al>schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijze niet of niet geheel te
                            zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn
                            verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al><al>2.Voor de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid zijn
                            de bepalingen van de Regeling procedure planschadevergoeding van
                            overeenkomstige toepassing. </al><al/><al>Artikel 24 | <vet>Strafbepaling</vet></al><al>Degene die handelt in strijd met artikel 6, artikel 10, artikel 11 en
                            artikel 15 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de
                            tweede categorie.</al><al/><al>Artikel 25 | <vet>Opsporing strafbare feiten</vet></al><al>De opsporing van de in artikel 24 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met
                            de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
                            zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al/><al>Artikel 26 | <vet>Binnentreden</vet></al><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist,
                            wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor
                            zover zij door het bevoegd gezag zijn belast met het toezicht op de
                            naleving van deze verordening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 27 | <vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                    die van bekendmaking van het besluit. </al></li><li nr="2."><al>De Monumentenverordening 2010, vastgesteld bij besluit van de
                                    raad van 16 juni 2010 (GB2010-091), wordt ingetrokken op
                                    dezelfde dag als bedoeld in lid 1.</al></li><li nr="3."><al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen
                                    verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten,
                                    bouwhistorie monumenten, beschermde stadsbeelden en
                                    stadsbeeldobjecten en identiteitsbepalende objecten worden
                                    geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="4."><al>De op grond van de Monumentenverordening 2007, vastgesteld bij
                                    besluit van de raad van 31oktober 2007, geregistreerde
                                    beschermde gemeentelijke monumenten, beschermde stadsbeelden en
                                    stadsbeeldobjecten en identiteitsbepalende objecten worden
                                    geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="5."><al>De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de
                                    monumentenlijst en de beschermde stadsbeelden en
                                    stadsbeeldobjecten, geregistreerd op de lijst beschermde
                                    stadsbeelden en de identiteitsbepalende objecten, geregistreerd
                                    op de monumentenlijst van de Monumentenverordening 2007, worden
                                    geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                                    deze verordening.</al></li><li nr="6."><al>Op een aanvraag om vergunning, die is ingediend voor het
                                    tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en waarop op
                                    genoemd tijdstip nog niet onherroepelijk is beslist, zijn de
                                    bepalingen van de Monumentenverordening 2010 van
                                    toepassing.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 28 | <vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Monumentenverordening 2012.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al>Bijlage I</al><al>Selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijke monumenten en bouwhistorie
                    monumenten</al><al>Bijlage II</al><al>Selectiecriteria voor aanwijzing van identiteitsbepalende objecten</al><al/><al><vet>GEMEENTE NIJMEGEN</vet></al><al><vet>Bijlage I</vet></al><al>(bijlage van Monumentenverordening 2012)</al><al>Selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijke monumenten en bouwhistorie
                    monumenten</al><al>De onderstaande selectiecriteria zijn gericht op het algemeen belang van de
                    gemeente Nijmegen en dienen dus te worden toegepast op het niveau van de stad,
                    de buurt of de wijk. </al><al>Hieronder zijn begrepen de geïncorporeerde dorpskernen en de buitengebieden.
                    Voor gemeentelijke monumenten kunnen elk van de vier criteria grondslag bieden
                    voor bescherming. Voor bouwhistorie monumenten zijn de bouwhistorische of
                    stedenbouwkundige criteria relevant.</al><lijst><li nr="1."><al>Architectuurhistorische criteria / Het object als zodanig</al></li><li nr="a."><al>Bouwstijl</al></li></lijst><al>Het object is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant – al dan
                    niet met plaatselijke variaties - en van belang vanwege zijn esthetische
                    kwaliteiten.</al><al>b.Ontwerper</al><al>Het object is van bijzonder belang voor het oeuvre van een bouwmeester,
                    architect, interieur-, tuin- of stedenbouwkundig ontwerper dan wel een beeldend
                    kunstenaar. </al><al>c.Bouwtype</al><al>Het object is van belang als goed voorbeeld van een functionele of typologische
                    ontwikkeling.</al><al>d.Detaillering</al><al>Het object is van belang vanwege het bijzondere materiaalgebruik, detaillering,
                    kleurgebruik of de ornamentiek. </al><al>e.Interieur</al><al>Het object is van belang vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en
                    interieur(onderdelen), of vanwege bepaalde interieuronderdelen. </al><al>f.Bouwtechniek</al><al>Bijzonder belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur,
                    bouwhistorie of bouwtechniek.</al><al>Het object als zodanig dient karakteristiek te zijn voor een bepaalde periode,
                    een bepaalde architect of een bepaalde functie. De toegepaste detaillering of
                    nog aanwezige interieuronderdelen of aspecten van bouwtechniek kunnen in
                    belangrijke mate bijdragen aan de monumentwaardigheid van het object.</al><lijst><li nr="2."><al>Bouwhistorische criteria / Het object en zijn bouw-, verbouwings- en
                            gebruiksgeschiedenis.</al></li><li nr="a."><al>Bouw- en verbouwingssporen</al></li></lijst><al>Het object is van belang vanwege de aanwezige bouw- en verbouwingssporen.</al><al>b.Materiaal (gebruik)</al><al>Het object is van belang vanwege het bijzondere materiaal (gebruik)</al><al>c.Bouwtechniek</al><al>Het object is van belang vanwege een bijzondere constructie(wijze), bouwwijze of
                    bouwtechniek</al><al>d.Structuur</al><al>Het object is van belang vanwege de (historische) (gegroeide) structuur.</al><al>e.Wetenschappelijke bron</al><al>Het object is van belang als wetenschappelijke bron.</al><al>f.Bouwhistorische verwachting</al><al>Het object is van belang vanwege de verwachting dat het aan een of meer van
                    bovenstaande bouwhistorische criteria voldoet. Deze verwachting dient gebaseerd
                    te zijn op een bouwhistorische inventarisatie c.q.verkenning.</al><al>Het object en zijn bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis dient een
                    bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kennis over de bouwgeschiedenis,
                    bouwtechniek en historische ontwikkeling van Nijmegen. Aspecten als bouwmassa,
                    gevels, constructie, structuur, materiaalgebruik en bouwtechniek alsmede de
                    (interieur)afwerking, inclusief (sporen van) wijzigingen en toevoegingen kunnen
                    hiervoor relevante informatie opleveren. </al><lijst><li nr="3."><al>Stedenbouwkundige criteria / Het object in zijn omgeving</al></li><li nr="a."><al>Concept</al></li></lijst><al>Het object is beeldbepalend onderdeel van een belangrijk stedenbouwkundig of
                    landschappelijk concept.</al><al>b.Gegroeid geheel</al><al>Het object is onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk of landschappelijk
                    samenhangend gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol of is van belang
                    voor de historische stadsstructuur. </al><al>c.Verkaveling</al><al>Het object is van bijzondere betekenis vanwege de wijze van verkaveling of
                    terrein.</al><al>d.Ensemble</al><al>Het object heeft een ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing of
                    met park/tuin, groenvoorzieningen, wegen, wateren of bodemgesteldheid.</al><al>e.Silhouet</al><al>Het object is van bijzondere betekenis voor het gezicht van een streek, stad,
                    dorp of wijk.</al><al>Het object in zijn omgeving dient karakteristiek te zijn voor de ruimtelijke en
                    structurele ontwikkeling van de stad Nijmegen met daarin vervat de
                    materialisatie van het leefklimaat of het geestelijk leven in deze stad en de
                    daarin opgenomen en tot stadswijk uitgegroeide oude dorpskernen. </al><lijst><li nr="4."><al>Cultuurhistorische criteria / Het object in de geschiedenis</al></li><li nr="a."><al>Nederzettingenhistorie</al></li></lijst><al>Het object is van belang als bijzondere uitdrukking van een geografische,
                    landschappelijke of bestuurlijke ontwikkeling. </al><al>b.Historische waarde</al><al>Het object is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk
                    historisch gegeven, zoals bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten of
                    gebeurtenissen.</al><al>c.Sociaal-economisch belang</al><al>Het object is van belang vanwege de bestemming die verbonden is met bijvoorbeeld
                    een sociaalhistorische, economische, technische of religieuze ontwikkeling.</al><al>Het object in zijn geschiedenis omvat de aspecten van plaats, tijd en functie
                    die ervoor zorgen dat het object een bijzondere plaats in de cultuurhistorie van
                    Nijmegen heeft gekregen. Hieronder vallen onder meer landgoederen en boerderijen
                    ter herinnering aan de landelijke situatie van voorheen, maar ook technische
                    gebouwen zoals gemalen, alsmede andere gebouwen die in de stedelijke
                    geschiedenis een rol hebben gespeeld, waaronder de gebouwen verbonden met de
                    stichting van de Katholieke Universiteit in 1923.</al><al>Naast de vier bovenstaande intrinsieke criteria worden de criteria gaafheid en
                    zeldzaamheid meegewogen, die een verbijzondering zijn van de eerstgenoemde vier
                    criteria. </al><al>Gaafheid / Ongeschonden de tijd getrotseerd</al><al>a.Omgeving</al><al>Het object is van belang in relatie tot de structurele of visuele gaafheid van
                    de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving. </al><al>b.Hoofdvorm</al><al>Het object is van belang vanwege de architectonische kwaliteit van de
                    samenstellende onderdelen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken en tuinaanleg
                    e.d.).</al><al>c.Detaillering</al><al>Het object heeft een meerwaarde vanwege de architectonische gaafheid van de
                    detaillering van ex- of interieur. </al><al>Een object dat ongeschonden de tijd getrotseerd heeft, verdient een hogere
                    monumentwaardigheid dan vergelijkbare objecten. Het is daarbij wel van belang om
                    mee te wegen dat gaafheid zowel ‘oorspronkelijk’ als ‘procesmatig’ kan zijn: dat
                    wil zeggen, gaaf vanaf de bouwtijd of een gaaf voorbeeld van een kenmerkende
                    ontwikkeling (woonhuis met latere pui). </al><al>Zelfzaamheid / Spaarzaam bewaard gebleven</al><al>Het object is van belang vanwege architectuurhistorische, bouwhistorische,
                    stedenbouwkundige, typologische of functionele zeldzaamheid, eventueel verbonden
                    met een bijzondere ouderdom. Dit belang kan, na vergelijking met andere
                    vergelijkbare overgebleven objecten, van nationaal, regionaal of lokaal belang
                    zijn.</al><al>Voor de waardering van spaarzaam bewaard gebleven objecten is de grootte van het
                    vergelijkingsgebied maatgevend; een stadhuis is lokaal, een gerechtsgebouw is
                    regionaal en een archeologisch museum is nationaal een zeldzaamheid. In deze
                    afweging dient ook meegenomen te worden, dat naarmate er sprake is van grotere
                    zeldzaamheid de gaafheid minder zwaar weegt en omgekeerd.</al><al/><al><vet>GEMEENTE NIJMEGEN</vet></al><al><vet>Bijlage II</vet></al><al>(bijlage bij de Monumentenverordening 2012)</al><al>Selectiecriteria voor aanwijzing van identiteitsbepalende objecten</al><al>De onderstaande selectiecriteria zijn gericht op het algemeen belang van de
                    gemeente Nijmegen en dienen dus te worden toegepast op het niveau van de stad,
                    de buurt of de wijk. Hieronder zijn begrepen de geïncorporeerde dorpskernen en
                    de buitengebieden. </al><lijst><li nr="1."><al>Architectuurhistorische criteria / Het object als zodanig</al></li><li nr="a."><al>Bouwstijl</al></li></lijst><al>Het object is een voorbeeld van een (plaatselijke) bouwtrant.</al><al>b.Bouwtype</al><al>Het object is van belang als voorbeeld van een functionele of typologische
                    ontwikkeling.</al><al>c.Detaillering</al><al>Het object is van belang vanwege het materiaalgebruik, detaillering,
                    kleurgebruik of de ornamentiek.</al><al>d.Bouwtechniek</al><al>Het belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur, bouwhistorie
                    of bouwtechniek. </al><al>Het object als zodanig dient karakteristiek te zijn voor Nijmegen.</al><lijst><li nr="2."><al>Stedenbouwkundige criteria / Het object in zijn omgeving</al></li><li nr="a."><al>Concept</al></li></lijst><al>Het object is beeldbepalend onderdeel van een stedenbouwkundige of
                    landschappelijke aanleg.</al><al>b.Gegroeid geheel</al><al>Het object is een beeldondersteunend onderdeel van een historisch gegroeid
                    stedelijk of landschappelijk samenhangend gebied. </al><al>c.Verkaveling</al><al>Het object is van betekenis vanwege de wijze van verkaveling of inrichting. </al><al>d.Ensemble</al><al>Het object heeft een ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing of
                    met park/tuin, groenvoorzieningen, wegen, wateren of bodemgesteldheid. </al><al>e.Silhouet</al><al>Het object is van betekenis voor het gezicht van de stad, de wijk, de buurt of
                    de straat. </al><al>Het object in zijn omgeving dient karakteristiek te zijn voor de ruimtelijke en
                    structurele ontwikkeling en samenhang van Nijmegen.</al><lijst><li nr="3."><al>Cultuurhistorische criteria / Het object in de Nijmeegse
                            geschiedenis</al></li><li nr="a."><al>Nederzettingshistorie</al></li></lijst><al>Het object is van belang als uitdrukking van een geografische, landschappelijke
                    of bestuurlijke ontwikkeling.</al><al>b.Historische waarde</al><al>Het object is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk
                    historisch gegeven, zoals bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten of
                    gebeurtenissen. </al><al>c.Sociaal-economische belang</al><al>Het object is van belang vanwege de bestemming die verbonden is met bijvoorbeeld
                    een sociaalhistorische, economische, technische, agrarische of religieuze
                    ontwikkeling. </al><al>Het object in de Nijmeegse geschiedenis omvat de aspecten van plaats, tijd en
                    functie die ervoor zorgen dat het object een plaats in de cultuurhistorie van
                    Nijmegen heeft gekregen. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>