<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 24-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-02-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/105</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        17 oktober 2006;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a<cursief>.</cursief>College : het College van burgemeester en
                            wethouders;</al><lijst><li nr="b."><al>Openbare ruimte : alle voor het openbaar rijverkeer of ander
                                    verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                                    plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee
                                    vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al
                                    dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle
                                    bouwwerken die daar deel van uitmaken;</al></li><li nr="c."><al>Woonplaats : een door het College aangewezen gebied waaraan een
                                    woonplaatsnaam is toegekend;</al></li><li nr="d."><al>Bouw- en/of kunstwerk : elke constructie van enige omvang van
                                    hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                    bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is
                                    verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                                    grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren;</al></li><li nr="e."><al>Gebouw : elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt;</al></li><li nr="f."><al>Complex : een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en
                                    bouwwerken (industriecomplex, complex met vakantiehuisjes,
                                    kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex,
                                    etc.);</al></li><li nr="g."><al>Afgebakend terrein : een terrein met afsluitbare toegang, waarop
                                    zich geen bouwwerken bevinden;</al></li><li nr="h."><al>Ligplaats : een deel van het openbare water dat is bestemd voor
                                    het permanent afmeren van een (woon)schip of een woonark;</al></li><li nr="i."><al>Standplaats : een kavel, die is bestemd voor het plaatsen van
                                    een woonwagen, waarop (nuts)voorzieningen aanwezig zijn;</al></li><li nr="j."><al>Nummer : een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische
                                    cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of cijfer, of
                                    combinatie van letters en cijfers;</al></li><li nr="k."><al>Object : een gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
                                    standplaats;</al></li><li nr="l."><al>Rechthebbende : eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak,
                                    alsmede de beheerder;</al></li><li nr="m."><al>Uitvoeringsvoorschriften : nadere bepalingen van technische en
                                    administratieve aard;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bevoegdheid College</titel></kop><al>Het College is bevoegd tot:</al><lijst><li nr="1."><al>de vaststelling van grenzen van de woonplaatsen en de naamgeving
                                    van woonplaatsen;</al></li><li nr="2."><al>de verdeling van de gemeente in wijken en buurten, al dan niet
                                    op basis van bouwblokken, en het aanduiden van de wijken en
                                    buurten met nummer, zonodig aangevuld met letters of namen;</al></li><li nr="3."><al>het toekennen van namen aan (delen van) de openbare ruimte en
                                    aan gemeentelijke bouw- en/of kunstwerken;</al></li><li nr="4."><al>het toekennen van nummers aan objecten of een te onderscheiden
                                    deel daarvan;</al></li><li nr="5."><al>onder vaststellen, verdelen en toekennen wordt ook begrepen het
                                    wijzigen en intrekken van de vaststelling, verdeling en
                                    toekenning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het College aan delen van de openbare ruimte toegekende
                                namen en de daaraan gelegen objecten toegekende nummers, worden op
                                doeltreffende wijze, dat wil zeggen zichtbaar en in voldoende
                                aantallen, ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel 2
                                vierde lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                het College aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij door het College anders is besloten, is de rechthebbende van
                                een object verplicht het in artikel 2 vierde lid genoemde nummer,
                                alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te
                                brengen op een wijze zoals krachtens artikel 5 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier
                                weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij nieuwbouwprojecten worden de nummerborden door het College
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is iedereen, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan delen van
                                de openbare ruimte namen en aan de daaraan liggende objecten nummers
                                toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het College kan de in het tweede en vierde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Gedoogplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het College het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met straatnamen, borden met huisnummers en
                                verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een
                                andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de
                                rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden
                                overeenkomstig de aanwijzingen van het College worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste
                                lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College laat zich adviseren door een ‘Commissie straatnaamgeving
                                en huisnummering’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen
                                betreffende het bepaalde in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikelen 3 en 4, wordt gestraft met een geldboete
                                van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze regeling zijn belast de door het College aangewezen
                                toezichthouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de vijfde dag na die
                            waarop zij bekend gemaakt is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>De artikelen 5.7.1. en 5.7.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Uden 2006 en het raadsbesluit inzake de bevoegdheidsverdeling
                            tussen de Raad en het College van burgemeester en wethouders, zoals
                            vastgesteld op 16 maart 1995 en laatstelijk gewijzigd op 13 december
                            2001, voor wat betreft onderdeel II onder s, vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers, die voor de inwerkingtreding van deze verordening
                                aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn toegekend, blijven
                                na het in werking treden van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, als bedoeld in het tweede
                                lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het
                                nieuwe nummer gedurende minimaal een half jaar mogen worden gebruikt
                                op een wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld
                                in artikel 5 lid 2.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                College.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening naamgeving en
                            nummering gemeente Uden 2006.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 december 2006.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al> 1</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1</al><al>Artikel 2. Bevoegdheid College 2</al><al>Artikel 3. Namen en nummers aanbrengen 2</al><al>Artikel 4. Gedoogplicht 2</al><al>Artikel 5. Uitvoeringsvoorschriften 2</al><al>Artikel 6. Strafbepaling 2</al><al>Artikel 7. Inwerkingtreding 3</al><al>Artikel 8. Vervallen oude regels 3</al><al>Artikel 9. Overgangsbepalingen 3</al><al>Artikel 10. Citeertitel 3</al><al>Toelichting Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006
                            1</al><al>Bijlage A. bij de Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006
                            6</al><al>Toelichting bijlage A: technische uitvoeringsvoorschriften 7</al><al>Bijlage B. bij de Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006
                            9</al><al>Toelichting Bijlage B: de administratieve uitvoeringsvoorschriften
                            10</al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage A. bij de Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden
                    2006</tussenkop><tussenkop>Technische uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 5, eerste
                    lid</tussenkop><al>Het College van de gemeente Uden, gelet op artikel 2 en artikel 5, tweede, van
                    de Verordening straatnaamgeving en huisnummering gemeente Uden 2006, besluit
                    vast te stellen de volgende:</al><tussenkop>Technische uitvoeringsvoorschriften voor de nummering</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Wijze van toekenning van nummers</tussenkop><al>De wijze van toekenning van de nummers gebeurt overeenkomstig systeem A van
                    “Wijzen van num-</al><al>meren en plaats” uit de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983.</al><tussenkop>Artikel 2. Plaatsing van de nummerdragers</tussenkop><al>Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse
                    norm NEN 1773, uitgave 1983. </al><tussenkop>Artikel 3. Afmetingen en vormgeving nummerdragers</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Nummerdragers moeten voldoen aan het gestelde inzake afmetingen en
                            vormgeving in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.</al></li><li nr="2."><al>Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid,
                            hebben de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste
                            gelijkwaardig is aan wat wordt beoogd met het eerste lid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Materiaalkeuze voor de nummerdragers</tussenkop><al>Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te
                    verlichten nummerdragers, is in overeenstemming met het over de uitvoering van
                    de dragers gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959. </al><tussenkop>Artikel 5. Voeren oude en nieuwe nummers</tussenkop><al>Bij het gedurende een half jaar naast elkaar gebruiken van de oude naam of het
                    oude nummer naast de nieuwe naam of het nieuwe nummer wordt de oude naam met een
                    streep en het oude nummer met een kruis doorgehaald.</al><tussenkop>Artikel 6. Naamdragers</tussenkop><al>De naamdragers moeten voldoen aan de gestelde functionele eisen ten aanzien van
                    de afmetingen, de uitvoering, de constructie, de kleursoorten en de
                    lichttechnische eigenschappen van de toegepaste materialen en de plaatsing van
                    naamborden en naamverwijsborden, zoals vervat in de Nederlandse norm NEN 1772,
                    uitgave 1992. </al><al>Aldus vastgesteld door het College in de vergadering van 14 december 2006.</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><tussenkop>Toelichting bijlage A: technische uitvoeringsvoorschriften </tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>Ook voor nieuwe wijken of buurten verdient het aanbeveling om een systeem van
                    nummering te kiezen dat zo veel mogelijk aansluit bij het systeem dat van
                    oudsher in de gemeente gangbaar is. In de Nederlandse norm 1773 (uitgave:
                    Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, herziene uitgave, 1983), hoofdstuk 3,
                    zijn de in gemeente gangbare systemen van nummering nader gedefinieerd:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>systeem A:</cursief> de hoofdregel van dit systeem houdt in dat
                            de nummers oplopen, gerekend vanuit het centrum van de gemeente (of
                            vanaf het (oude) Gemeentehuis);</al></li><li nr="-"><al><cursief>systeem B:</cursief> de hoofdregel van dit systeem houdt in dat
                            de nummers oplopen, gerekend van noord naar zuid en van west naar
                            oost;</al></li><li nr="-"><al><cursief>systeem C:</cursief> de nummering vindt in dit systeem plaats
                            gerekend vanaf hoofdwegen naar het einde van (doodlopende) zijwegen of
                            woonerven. </al></li></lijst><al>Voor elk systeem bevat de norm detailregels voor situaties waarin de hoofdregels
                    niet onverkort toepasbaar zijn, alsmede nadere regels over etagewoningen en
                    dergelijke. Tevens zijn toelichtende tekeningen opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Met het oog op de zichtbaarheid vanaf de openbare weg bevat de Nederlandse norm
                    NEN 1773, hoofdstuk 4, maatvoorschriften voor de plaats van de nummerdragers,
                    gerekend vanaf het maaiveld en de bijbehorende voordeur. Tevens worden regels
                    gegeven voor de verzamel- en verwijsbordjes die nodig zijn bij de ligging van
                    meer dan één woning (of bedrijf) in hetzelfde gebouw, respectievelijk bij de
                    ligging binnen een complex of op grote afstand van de weg. </al><al>Lid 1. In de Nederlandse norm NEN 1774 zijn tekeningen voor nummerdragers
                    opgenomen met volledige maatvoering. Uitgegaan is van een hoogte van de cijfers
                    van 88 millimeter. De breedte van de nummerdragers varieert, afhankelijk van het
                    aantal cijfers waaruit een bepaald nummer bestaat. Het opgenomen cijferontwerp
                    is van een schreefloos, op grote afstand leesbaar type. </al><al>Lid 2. Bij de beoordeling van een gelijkwaardige leesbaarheid verdient het in
                    elk geval aanbeveling om geen cijfers van een geringere hoogte dan circa 9 cm te
                    accepteren. </al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>De overigens globaal omschreven uitvoeringseisen in de Nederlandse norm NEN
                    1774, uitgave 1959, zijn gericht op de keuze van materialen die duurzaam bestand
                    zijn tegen weersinvloeden. Te verlichten nummerdragers bestaan in de regel uit
                    zogenaamde transparanten, waarachter bij duisternis een lampje brandt. </al><al>(De bovenstaande tekst is een beschrijving gebaseerd op de in gemeente van
                    oudsher gehanteerde werkwijze die later in NEN-normen zijn neergelegd. Gemeenten
                    worden aangeraden uit te gaan van de genoemde NEN-normen, waarin de voornoemde
                    werkwijze is gecodificeerd. De NEN-bladen zijn verkrijgbaar bij het NEN,
                    Vlinderweg 6, postbus 5059, 2600 GB Delft, telefoon (015) 269 03 90, </al><al>fax (015) 269 01 90.)</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>Dit artikel regelt de afmeting en vorm van nummerdragers. De inhoud van dit
                    artikel spreekt voor zich. </al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Met het met een streep doorhalen van de oude naam en met een kruis doorhalen van
                    het oude nummer wordt voor eenieder die zoekt op de oude naam of het oude nummer
                    duidelijk dat er een wijziging in de naam of nummer is opgetreden.</al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Dit artikel regelt de functionele eisen voor naamborden en
                    naamverwijsborden.</al><tussenkop>Bijlage B. bij de Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden
                    2006</tussenkop><tussenkop>Administratieve uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 5, tweede
                    lid</tussenkop><al>Het College van de gemeente Uden, gelet op artikel 5, tweede lid, van de
                    Verordening straatnaamgeving en huisnummering gemeente Uden 2006, besluit vast
                    te stellen de volgende:</al><tussenkop>Administratieve uitvoeringsvoorschriften voor namen en nummers
                    (adressen)</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                    ruimte</tussenkop><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld de bestuurlijke,
                    taalkundige en inhoudelijke uitgangspunten bij het benoemen van woonplaatsen en
                    delen van de openbare ruimte.</al><tussenkop>Artikel 2. De indeling in wijken en buurten </tussenkop><al>Door de gemeente zelf in te vullen regels in aansluiting op de door het CBS
                    voorgestelde werkwijze.</al><tussenkop>Artikel 3. De nummering van objecten</tussenkop><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld de algemene en
                    bijzondere uitgangspunten bij het toekennen van nummers aan objecten. Daarnaast
                    kunnen regels worden gegevens over het gemeentelijk nummeringsproces.</al><tussenkop>Artikel 4. De opmaak van documenten</tussenkop><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het opmaken van het straatnaambesluit met de bijbehorende
                            straatnaamtekeningen;</al></li><li nr="b."><al>door gemeenten zelf in te vullen regels inzake de huisnummerbeschikking
                            met bijbehorende gevelschets en situatietekening;</al></li><li nr="c."><al>door de gemeente zelf in te vullen regels met betrekking tot het
                            plaatsen van verwijs- en verzamelborden.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. De openbare registratie van namen en nummers</tussenkop><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels voor de openbare registratie van
                    bijvoorbeeld de:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentenaam en de gemeentecode;</al></li><li nr="b."><al>woonplaatsen en de geometrische weergave daarvan;</al></li><li nr="c."><al>wijk- en buurtindeling en de geometrische weergave daarvan;</al></li><li nr="d."><al>naamgeving aan delen van de openbare ruimte en de geometrische weergave
                            daarvan;</al></li><li nr="e."><al>huisnummers.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6. Overige regels</tussenkop><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over het in het kader van de registratie
                    bijhouden van bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>brondocumenten in een openbare register van brondocumenten;</al></li><li nr="b."><al>de verzending van stukken en gegevens;</al></li><li nr="c."><al>het in bewaring nemen van stukken;</al></li><li nr="d."><al>afgeven van afschriften;</al></li><li nr="e."><al>tekenbevoegdheid van relevante stukken;</al></li><li nr="f."><al>het veranderen van fouten in documenten;</al></li><li nr="g."><al>wijze van aanbrengen van correcties in de registratie.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld door het College in de vergadering van 14 december 2006.</al><al>De secretaris, de burgemeester,</al><tussenkop>Toelichting Bijlage B: de administratieve
                    uitvoeringsvoorschriften</tussenkop><al>Het rapport ‘Adres onbekend’ van het Overlegorgaan RAVI, bijlage D, alsmede het
                    rapport ‘De grondslagen voor een gemeentelijke basisregistratie adressen’ is in
                    nauwe samenwerking met de VNG opgesteld en door enkele gemeenten beproefd. Met
                    name de voornoemde grondslagen zijn te beschouwen als de administratieve
                    organisatie op hoofdlijnen. Een gemeente kan desgewenst deze grondslagen
                    aanvullen in aansluiting op de in haar organisatie geldende omstandigheden. </al><al>Daarnaast kunnen onderdelen uit het VNG-handboek ‘Benoemen, nummeren en
                    begrenzen’ worden gebruikt. Daarbij moet worden gedacht aan bepalingen die
                    verband houden met bijvoorbeeld binnengemeentelijk gebruik, levering aan externe
                    instanties, meervoudig gegevensgebruik en dergelijke.</al><al>Noot: De administratieve uitvoeringsvoorschriften vormen geen onderdeel van de
                    beleidsregels, zoals beschreven in paragraaf 10 van de algemene toelichting op
                    de Modelverordening naamgeving</al><al>A.Toepassingsregister</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="24*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Jaartal-</al><al><vet>Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling</vet></al><al><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwerkingtreding </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Voorbe-reidings-afdeling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-2006-140</al></entry><entry colname="col2"><al>Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden 2006</al></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>PZLZ</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>B.Supplementenregister</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="11*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="25*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Jaartal-Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp </vet><vet> besluit B(&amp;W)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling
                                                </vet><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwe</vet><vet>r</vet><vet>king-treding</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Wijziging en/of
                                        aanvu</vet><vet>l</vet><vet>ling:</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Aangeduid met:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Nieuw!</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Versie 1. 20 juli 2005</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening naamgeving en nummering gemeente Uden
                    2006</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>In artikel 1 is een nummer gedefinieerd als een cijferreeks dat bestaat uit een
                    of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of
                    cijfercombinatie. Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te
                    nemen. Desondanks laat het ‘Logisch ontwerp GBA’ deze mogelijkheid open.</al><al>Het begrip ‘bouwwerk’ is opgenomen, omdat het van belang is voor de naamgeving.
                    Aan bijvoorbeeld bruggen en viaducten, als onderdeel van de openbare ruimte, kan
                    de gemeente namen toekennen. Aan bouwwerken worden overigens geen nummers
                    toegekend, omdat zij geen voor mensen toegankelijke ruimte bevatten. </al><tussenkop>Artikel 2.</tussenkop><al>Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                    gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over. Artikel 158 van de
                    Gemeentewet bepaalt – ook na de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 –
                    dat de raad de naam van de gemeente kan wijzigen. Deze bevoegdheid geldt
                    ongeacht of de naam eerder bij wet is vastgesteld. De gemeenteraad zal de
                    gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als financiële, in zijn besluitvorming
                    mee moeten wegen. Wel moet een raadsbesluit tot wijziging van de gemeentenaam
                    ter kennis worden gebracht van de minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties en het provinciaal bestuur. Tevens is bepaald dat de in het
                    raadsbesluit genoemde ingangsdatum moet zijn gelegen ten minste een jaar na de
                    datum van het raadsbesluit. De voorgeschreven termijn van invoering stelt de
                    minister en het provinciaal bestuur in staat zonodig bepaalde werkzaamheden uit
                    te voeren. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het vervaardigen van een
                    nieuw of aangepast gemeentewapen en de registratie daarvan bij de Hoge Raad van
                    Adel. Maar de termijn van een jaar is ook nuttig voor de gemeente, omdat
                    verandering van de naam de nodige gevolgen zal hebben voor de administratieve
                    organisatie. Alleen al uit registratieve overwegingen is het dringend gewenst
                    een nieuwe gemeentenaam op 1 januari te laten ingaan. In de verordening is het
                    geven van een naam aan de gemeente niet meegenomen, omdat dit is geregeld in de
                    Gemeentewet (de gemeentenaam is ook nog geen onderdeel van het adres). </al><al>Over de woonplaats en woonplaatsgrens bestaat veel onduidelijkheid. De komgrens,
                    zoals vervat in de Wegenwet, wordt vaak aangezien voor een woonplaatsgrens, maar
                    dat is onjuist. De woonplaatsgrens valt soms samen met de komgrens, maar dat is
                    een gelukkige coïncidentie. Het is veelal onduidelijk waar de grenzen van
                    woonplaatsen lopen. Wie bijvoorbeeld binnen de gemeente Dronten van
                    Biddinghuizen naar Swifterbant reist, zal ergens halverwege – men heeft dan de
                    komgrens al gepasseerd – de woonplaats Biddinghuizen verlaten en woonplaats
                    Swifterbant binnengaan. De woonplaatsgrens ligt dus veelal in wat in het
                    spraakgebruik wordt aangeduid met het buitengebied. Toch heeft elke gemeente een
                    woonplaatsgrens vastgesteld. Destijds heeft PTT Post (hierna te noemen TNT Post)
                    in overleg met elke gemeente een voorstel gemaakt over de woonplaatsgrenzen. TNT
                    Post heeft namelijk haar postcoderegistratie gebaseerd op woonplaatsen. Het
                    gemeentebestuur is vervolgens gevraagd formeel in te stemmen met dit voorstel.
                    Begin jaren zeventig zijn alle gemeenten – soms na wat aanpassingen –
                    schriftelijk akkoord gegaan met de voorstellen van TNT Post.</al><tussenkop>De overeengekomen woonplaatsgrens heeft gevolgen voor de gemeente.
                    Gemeenten moeten bij het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en
                    het toekennen van nummers aan objecten namelijk rekening houden met deze
                    woonplaatsgrenzen. Indien een nummerbeschikking leidt tot wijziging van de
                    postcoderegistratie – hiervan is sprake als de nummering van een ene woonplaats
                    doorloopt op het gebied van een andere woonplaats – worden de kosten daarvan bij
                    de gemeente in rekening gebracht. Er zijn overigens door TNT Post en de VNG
                    afspraken gemaakt over wijzigingen waarop de kostenverrekening al dan niet van
                    toepassing is (zie hiervoor het convenant tussen de VNG en PTT Post BV in
                    hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren en
                    begrenzen’). Er is een aantal gemeenten die de woonplaatsgrenzen, al dan niet in
                    samenhang met de wijk- en buurtindeling, bij raadsbesluit (hebben) laten
                    vaststellen. Het streven van de gemeente moet er immers op zijn gericht om
                    wijzigingen van woonplaatsgrenzen waar mogelijk te voorkomen of tot een minimum
                    te beperken. </tussenkop><al>Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam voor
                    dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan woonplaatsen wijkt
                    niet af van het proces van naamgeving van de openbare ruimte. Het is ook
                    wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen van woonplaatsen komt
                    relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat de naam met zorg moet
                    worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang mee. Het is verstandig om
                    bij het vaststellen van een woonplaatsnaam vooraf contact op te nemen met TNT
                    Post (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie ‘Benoemen, nummeren
                    en begrenzen’).</al><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                    planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                    gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term ‘CBS-wijk- en
                    buurtindeling’. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en
                    landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het
                    gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg over dit onderwerp, waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. Zo is gebleken dat tal van
                    veranderingen in de wijk- en buurtindeling die door gemeenten zijn doorgevoerd,
                    niet bekend zijn bij het CBS. Ook is gebleken dat veel van de veranderingen in
                    de wijk- en buurtindeling wel bij het CBS bekend zijn, maar door het CBS zelf
                    zijn afgeleid uit de sinds 1980 ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. </al><al>Op provinciaal en landelijk niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan
                    van onzekerheid over de actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en
                    buurtindelingen gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                    Interprovinciaal Overleg (IPO) voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet de
                    minister van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn
                    coördinerende rol qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister heeft
                    dit verzoek ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid tot
                    nadere bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten dienen zich
                    dan ook te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening
                    komt derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug, wat tot de
                    bevoegdheid van het College wordt gerekend.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok wordt van belang gevonden voor de verwerving van
                    onroerende zaken, het bouwblokonderzoek, het uitvoeren van bestemmingsplannen,
                    het opstellen van voorbereidingsbesluiten, de stratentabellen en het statistisch
                    onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen etc.</al><al>Er bestaan geen voorschriften voor de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent
                    dat gemeenten die de wijk- en buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken
                    naar eigen inzicht nummers kunnen hanteren bij het aanduiden van de bouwblokken.
                    De wijknamen worden vaak in een kleiner lettersoort onder de naam op het
                    naambord weergegeven. Een afzonderlijk onder het naambord opgehangen wijkbordje
                    heeft overigens de voorkeur.</al><al>In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De
                    openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de
                    openbare ruimte is een bevoegdheid van het College. Dit benoemt delen van de
                    openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is, maar de meeste gemeenten
                    streven ernaar om de totale openbare ruimte van namen te voorzien.</al><al>De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij het College indienen. Zo’n
                    aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een
                    belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van
                    de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval hoofdstuk 3 en 4
                    van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over
                    besluiten).</al><al>Het vierde lid regelt het toekennen van nummers aan gebouwen, complexen,
                    afgebakende terreinen, ligplaatsen en standplaatsen door het College. Hier is
                    niet voor de term ‘huisnummer’ gekozen omdat bij een afgebakend terrein of
                    ligplaatsen en standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een
                    huis. Het toekennen van nummers aan lig- en standplaatsen raakt meer in zwang,
                    omdat woonschepen en woonwagens wettelijk worden beschouwd als woonruimte in de
                    zin van de Woningwet.</al><al>Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede
                    bereikbaarheid qua dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding,
                    politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen
                    van een afzonderlijk nummer te voorzien. De registratie van woonadressen in de
                    GBA noodzaakt in de meeste gevallen al tot het afzonderlijk nummeren van deze
                    delen. Uitgangspunt daarbij is wel dat achter de voordeur door de gemeente niet
                    wordt genummerd. Kamers in verpleeghuizen, bejaardenhuizen, verpleegstershuizen,
                    alsmede kantoorunits, ruimten ten behoeve van inwoning en dergelijke worden niet
                    van gemeentewege genummerd. </al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij het College kunnen indienen. Ook deze aanvraag
                    kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4
                    van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over
                    besluiten).</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals
                    vervat in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt
                    bedoeld. Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en
                    verdelen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van beroep-
                    en bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie. Vandaar dat
                    ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een
                    afzonderlijk lid op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 3.</tussenkop><al>Het artikel regelt dat naam- en nummerborden overeenkomstig de wens van het
                    College zullen worden aangebracht.</al><al>In het eerste lid is vastgelegd dat een object een door het College toegekend
                    nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het College de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan objecten.
                    Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers die
                    door het College zijn toegekend ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het ligt
                    niet voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de uitwerking
                    van dit artikel, bij de eigenaar van het desbetreffende object in de vorm van
                    leges in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van een individueel
                    belang.</al><al>Het aanbrengen van nummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld. Sommige
                    gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt in
                    bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als
                    onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de
                    eigenaar worden overgelaten om de nummers, conform de nadere gemeentelijke
                    voorschriften, aan te brengen. </al><al>In deze verordening is gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar het
                    nummer dient aan te brengen, tenzij het College anders besluit. Het laatste kan
                    bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform
                    uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de
                    verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van de
                    nummerbeschikking te regelen. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat het door het College toegekende nummer binnen
                    een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog
                    niet is voltooid, is in het vierde lid een andere termijn gesteld. Het zevende
                    lid geeft het College de mogelijkheid de in het tweede en vierde lid genoemde
                    termijnen te verlengen.</al><al>Het zesde lid verbiedt eenieder namen en nummers toe te kennen door deze namen
                    en nummers aan te brengen. Vooral het door de burgers aanbrengen van
                    zelfbedachte nummers aan de bij hen in gebruik zijnde onroerende zaken is de
                    laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van
                    een grote gemeente aangetoond dat niet alleen ‘eigen nummers’ worden toegekend
                    aan objecten, maar dat dikwijls ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo
                    abstract zijn vormgegeven dat zij niet meer aan de criteria van doeltreffendheid
                    voldoen. De criteria van doeltreffendheid dienen te worden uitgewerkt in de
                    nadere uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7 van de verordening.
                    Overtreding van het zesde lid wordt strafbaar gesteld.</al><tussenkop>Artikel 4.</tussenkop><al>In verband met de dienstverlening dienen naamborden door of namens de gemeente
                    ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de
                    naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of
                    paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden
                    geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de
                    borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog
                    opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald
                    dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare
                    weg leesbaar blijven.</al><tussenkop>Artikel 5.</tussenkop><al>Dit artikel geeft het College de mogelijkheid nadere uitvoeringsvoorschriften te
                    stellen. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te
                    gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan andere
                    technische zaken, zoals de methode van nummering en maatvoering van de borden.
                    Ook kunnen de uitvoeringsvoorschriften een bepaling omvatten dat naast een
                    zelfvervaardigde nummerdrager – van geschilderde dakpannen tot keramische tegels
                    en van zuiltjes tot deurschilderingen – het voorgeschreven nummerbordje altijd
                    aanwezig moet zijn op de bij verordening voorgeschreven plaats.</al><al>Naast meer technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende redenen ook
                    worden gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve aard. In de
                    eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in
                    het maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding,
                    ambulancevervoer, postbezorging etc.) kan niet zonder een goedsluitende
                    registratie van namen en nummers (adres). In de tweede plaats zijn tal van
                    gemeentelijke registraties geordend naar volgorde van naam en nummer (adres). In
                    de derde plaats is een systematische en eenduidige verstrekking van naam- en
                    nummergegevens aan instanties noodzakelijk. Zo bestaan er verplichtingen tot
                    levering van adresgegevens aan afnemers en derden in de zin van de Wet GBA en
                    aan bijvoorbeeld waterschappen en de Rijksbelastingdienst voor hun
                    belastingheffing. In de vierde plaats is een goede registratie van adressen
                    noodzakelijk om gemeentelijke bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te
                    stemmen. Ten slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de
                    uitkering uit het gemeentefonds. Redenen genoeg om ook administratieve
                    uitvoeringsvoorschriften te formuleren (zie ook het algemeen deel, paragraaf 1,
                    van de toelichting).</al><tussenkop>Artikel 6.</tussenkop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden.
                    Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste
                    categorie te verbinden. In het tweede lid kunnen bijvoorbeeld medewerkers van
                    Bouw- en Woningtoezicht (BWT) worden aangewezen om op naleving van de
                    verordening toe te zien. Het voorbereiden van nummer- en naambeschikkingen en
                    het aanbrengen van de naamborden etc. zijn doorgaans taken waarmee medewerkers
                    van BWT zijn belast. De controle op de naleving kan dan ook beter aan deze
                    medewerkers worden opgedragen.</al><tussenkop>Artikel 7.</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Tot 1 januari 2002
                    traden alle verordeningen in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    een ander tijdstip daarvoor was aangewezen (artikel 142 van de Gemeentewet).
                    Hierin is verandering gekomen door de inwerkingtreding van de Tijdelijke
                    referendumwet (Trw) op 1 januari 2002. Deze wet maakt referenda mogelijk over
                    onder andere de vaststelling, wijziging of intrekking van verordeningen. Wel
                    zijn enkele verordeningen uitgezonderd, maar die zijn hier niet van belang. De
                    vaststelling, wijziging of intrekking van bijvoorbeeld een APV of de verordening
                    inzake naamgeving en nummering is een besluit waarover een referendum kan worden
                    gehouden. Verordeningen waarvoor op grond van de Trw een referendum kan worden
                    gehouden treden, in afwijking van artikel 142 van de Gemeentewet, niet eerder in
                    werking dan zes weken na bekendmaking van de verordening (artikel 22 Trw). De
                    termijn van zes weken hangt ermee samen dat, na bekendmaking van de verordening
                    en na de mededeling dat over deze verordening een referendum kan worden
                    gehouden, een verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend.
                    Wel kan worden gekozen voor een later tijdstip van inwerkingtreding. </al><tussenkop>Artikel 8.</tussenkop><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en voorschriften. Deze
                    regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd. Er kan niet worden
                    volstaan met de zinsnede ‘met de inwerkingtreding van deze verordening komen
                    alle eerdere regels en voorschriften te vervallen’. Het artikel spreekt verder
                    voor zich. </al><tussenkop>Artikel 9.</tussenkop><al>Het principe van het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen
                    dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben vele voorschriften
                    gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat
                    alle namen en nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 7. Nummers die onder
                    het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het College heeft
                    wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. Lid 3 is een nadere
                    uitwerking van lid 2.</al><tussenkop>Artikel 10.</tussenkop><al>De term ‘huisnummer’ is in principe geen juiste term voor het nummeren van
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen en de term
                    ‘straatnaamgeving’ is geen goede term voor het benoemen van openbaar (sier)water
                    en bouwwerken. Vandaar dat de titel van de modelverordening is veranderd in
                    ‘naamgeving en nummering (adressen)’. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>