<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20766_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 19-07-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene Wet bestuursrecht, Politiewet1993, de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de Wet ambulancevervoer/Wet Ambulancezorg</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/38</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Gemeenschappelijke regeling Regionale Hulpverleningsdienst Brabant-Noord en Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord</al><al>De Raden, de Colleges en de burgemeesters van de gemeenten Bernheze,
                        Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Heusden,
                        ’s-Hertogenbosch, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss,
                        Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden,
                        Veghel en Vught en</al><al>het Regionaal College en de korpsbeheerder van de politieregio
                        Brabant-Noord</al><al>ieder voor zover het zijn verantwoordelijkheden aangaat;</al><al>overwegende dat; dat het voor een goede behartiging van de zorg voor de
                        veiligheid van en de hulpverlening aan de burgers in hun werkgebied van
                        belang is bestuurlijk samen te werken;</al><al>dat die bestuurlijke samenwerking beter kan verlopen naarmate met elkaar
                        samenhangende taken meer in onderlinge samenhang worden
                        georganiseerd;</al><al>dat het gewenst is, in het kader van de rampenbestrijding,
                        crisisbeheersing en alarmering &amp; verbindingen, nadrukkelijk af te
                        stemmen tussen de hulpverleningsdiensten;</al><al>dat het gewenst is daartoe de gemeenschappelijke regeling Regionale
                        Hulpverleningsdienst Brabant-Noord en de gemeenschappelijke regeling
                        Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord te integreren;</al><al>dat het voorts gewenst is daarbij zo veel mogelijk rekening te houden
                        met actuele bestuurlijke ontwikkelingen in Nederland en in de regio
                        Brabant-Noord met betrekking tot de verdeling van taken en
                        verantwoordelijkheden bij de hulpverleningsdiensten;</al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de
                        Algemene Wet Bestuursrecht, de Politiewet 1993, de Brandweerwet 1985, de
                        Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij
                        ongevallen en rampen, de Wet ambulancevervoer/Wet ambulancezorg;;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>aan te gaan</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet : Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="b."><al>regeling : deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="c."><al>gemeente : aan deze regeling deelnemende gemeente;</al></li><li nr="d."><al>College : College van burgemeester en wethouders van een
                                        gemeente;</al></li><li nr="e."><al>politieregio : de politieregio Brabant-Noord;</al></li><li nr="f."><al>Regionaal College : het Regionaal College van de
                                        politieregio zoals bedoeld in artikel 22 van de Politiewet
                                        1993;</al></li><li nr="g."><al>werkgebied : het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende
                                        gemeenten, dat samenvalt met de politieregio;</al></li><li nr="h."><al>Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van de provincie
                                        Noord-Brabant;</al></li><li nr="i."><al>korpsbeheerder : de korpsbeheerder van de politieregio zoals
                                        bedoeld in artikel 1 van de Politiewet 1993;</al></li><li nr="j."><al>regionaal commandant (brandweer) : commandant, zoals bedoeld
                                        in artikel 3 lid 2 van de Brandweerwet 1985;</al></li><li nr="k."><al>regionaal geneeskundig functionaris : functionaris zoals
                                        bedoeld in artikel 2 van de Wet geneeskundige hulpverlening
                                        bij ongevallen en rampen;</al></li><li nr="l."><al>korpschef : de korpschef van de politieregio zoals bedoeld
                                        in artikel 1 van de Politiewet 1993;</al></li><li nr="m."><al>coördinerend gemeentesecretaris : de secretaris van één van
                                        de deelnemende gemeenten, welke -uit hun midden- is
                                        aangewezen;</al></li><li nr="n."><al>regionale ambulancevoorziening : de rechtspersoon zoals
                                        bedoeld in artikel 1 van (het wetsvoorstel) Wet
                                        ambulancezorg, die ambulancezorg voor het werkgebied
                                        verricht;</al></li><li nr="o."><al>hulpverlening : hulpverlening door politie, brandweer en
                                        GHOR, waarbij onder hulpverlening door politie wordt
                                        verstaan: de hulpverlening, zoals bedoeld in artikel 2
                                        Politiewet, maar beperkt zich tot situaties waarin sprake is
                                        van een ramp of crisis.</al></li><li nr="p."><al>geneeskundige hulpverlening : hulpverlening zoals bedoeld in
                                        artikel 1 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij
                                        rampen;</al></li><li nr="q."><al>gemeenschappelijk meldcentrum : een facilitaire
                                        infrastructurele voorziening inclusief ‘112-centrale’ voor
                                        het werkgebied waarvan gebruik wordt gemaakt door de
                                        regionale brandweeralarmcentrale, de meldkamer van de
                                        politieregio en de meldkamer ambulancezorg en waarin het
                                        callcenter van de politieregio en een regionaal
                                        coördinatiecentrum is ondergebracht;</al></li><li nr="r."><al>meldkamer ambulancezorg : centrale post (ambulancevervoer)
                                        zoals bedoeld in de Wet geneeskundige hulpverlening bij
                                        ongevallen en rampen en de Wet ambulancevervoer;</al></li><li nr="s."><al>Regionaal coördinatiecentrum : gezamenlijk centrum van
                                        waaruit (multidisciplinair) grootschalig en bijzonder
                                        optreden kan worden gecoördineerd;</al></li><li nr="t."><al>operationele leiding : bevoegdheid tot het geven van
                                        bindende aanwijzingen aan commandanten van de bij de
                                        bestrijding van branden, zware ongevallen en rampen
                                        samenwerkende diensten, zonder daarbij te treden in de
                                        bevoegdheden van de commandanten van die diensten aangaande
                                        de wijze van uitvoering van de aan hen opgedragen
                                        taken;</al></li><li nr="u."><al>veiligheidsbureau : een voorziening waarbinnen op
                                        projectbasis werkzaamheden worden uitgevoerd;</al></li><li nr="v."><al>bijstand : aanvullend personeel en materieel ten behoeve van
                                        de ondersteuning binnen en buiten de eigen regio,
                                        aangevraagd door of namens het bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in de regeling de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing
                                wordt verklaard, treden - voor zover relevant - in plaats van de
                                gemeente, de Raad, het College en de burgemeester onderscheidenlijk:
                                het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Waar in de regeling met betrekking tot personen, een mannelijk
                                voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip gebruikt wordt,
                                worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd ‘Veiligheidsregio
                                Brabant-Noord’. Het is gevestigd te ’s-Hertogenbosch.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord bestaat uit het
                                algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Beperking deelname politieregio</titel></kop><al>De politieregio Brabant Noord neemt aan deze regeling slechts deel voor
                            zover het betreft het gemeenschappelijk meldcentrum zoals bedoeld in
                            artikel 3.5 en voor zover het betreft het veiligheidsbureau zoals
                            bedoeld in artikel 3.6. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Toepassing Gemeentewet</titel></kop><al>Voor zover daarvan niet in deze regeling is afgeweken is de Gemeentewet
                            van overeenkomstige toepassing op deze regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Doelstelling, taken en verantwoordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord behartigt het belang van een doelmatig
                            georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering
                            van de hulpverlening in het werkgebied alsmede de voorbereiding
                            daarop.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Taken algemeen</titel></kop><al>De aan de regeling deelnemende rechtspersonen werken in de
                            Veiligheidsregio Brabant-Noord bestuurlijk samen ter behartiging van het
                            in artikel 3.1 genoemde belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Taken brandweerzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een Regionale Brandweer
                                Brabant-Noord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van de
                                regionale brandweerzorg tot taak:</al><lijst><li nr="I."><al>Het zorgdragen voor:</al></li><li nr="a."><al>het instellen en in stand houden van een regionale
                                        brandweeralarmcentrale;</al></li><li nr="b."><al>het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk
                                        materieel;</al></li><li nr="c."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de commandant en het
                                        overige personeel van de regionale brandweer en het
                                        vaststellen van een instructie voor het personeel;</al></li><li nr="d."><al>het beschikbaar stellen van personeel en materieel voor
                                        bijstandverlening;</al></li><li nr="e."><al>het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van
                                        rampen en zware ongevallen;</al></li><li nr="f."><al>het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de
                                        brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van
                                        de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en
                                        zware ongevallen;</al></li><li nr="g."><al>het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de
                                        waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een
                                        ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het
                                        ontstaan daarvan;</al></li><li nr="h."><al>het waarschuwen van de bevolking door middel van het
                                        sirenenet;</al></li><li nr="i."><al>het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van
                                        ontsmetting;</al></li><li nr="j."><al>de coördinatie van de bijstandverlening bedoeld onder
                                        d.;</al></li><li nr="k."><al>de coördinatie van de brandweerkwaliteitszorg in het
                                        werkgebied;</al></li><li nr="l."><al>het verzorgen van oefeningen met het oog op het optreden in
                                        groter verband;</al></li><li nr="m."><al>het verzorgen van opleidingen.</al></li><li nr="II."><al>Het vaststellen van:</al></li><li nr="a."><al>een beheersplan als bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen
                                        en zware ongevallen;</al></li><li nr="b."><al>een organisatieplan als bedoeld in artikel 4a van de
                                        Brandweerwet 1985;</al></li><li nr="c."><al>het niveau van lokale brandweerzorg waaraan ieder van de
                                        deelnemende gemeenten minimaal moet voldoen en het daartoe
                                        vaststellen van prestatie-eisen en kwaliteitskaders;</al></li><li nr="d."><al>een uitvoeringsregeling voor de bijstand, die de gemeenten
                                        elkaar op verzoek verlenen op het gebied van brandweerzorg,
                                        openbare veiligheid, crisisbeheersing en
                                        rampenbestrijding.</al></li><li nr="III."><al>Het adviseren van de besturen van de gemeenten:</al></li><li nr="a."><al>op het gebied van de brandpreventie;</al></li><li nr="b."><al>ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de
                                        brandbestrijding en -beperking in bepaalde objecten;</al></li><li nr="c."><al>over het aanschaffen van materieel;</al></li><li nr="d."><al>over de benoeming door deelnemende gemeenten van een lokale
                                        brandweercommandant.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>Taken geneeskundige hulpverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een organisatorisch
                                samenwerkingsverband voor de geneeskundige hulpverlening bij
                                ongevallen en rampen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van de
                                geneeskundige hulpverlening tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het instellen en in stand houden van een centrale post voor
                                        het ambulancevervoer;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de taken van de binnen het werkgebied
                                        werkzame gezondheidsdiensten in het kader van de
                                        geneeskundige hulpverlening en de realisering daarvan;</al></li><li nr="c."><al>het instellen en in stand houden van een organisatorisch
                                        samenwerkingsverband gericht op geneeskundige
                                        hulpverlening;</al></li><li nr="d."><al>het zorgdragen voor onderlinge bijstand bij de uitvoering
                                        van de geneeskundige hulpverlening;</al></li><li nr="e."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de regionaal
                                        geneeskundig functionaris;</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van een organisatieplan als bedoeld in
                                        artikel 6 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij
                                        ongevallen en rampen;</al></li><li nr="g."><al> het vaststellen van een regeling met betrekking tot de
                                        inzet van het organisatorisch samenwerkingsverband zoals
                                        bedoeld onder c) bij het verlenen van geneeskundige
                                        hulp;</al></li><li nr="h."><al>het stellen van regels ten aanzien van het beslissen op
                                        aanvragen van ambulancevervoer zoals bedoeld in artikel 7
                                        lid 3 van de Wet ambulancevervoer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.</nr><titel>Taken gemeenschappelijk meldcentrum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een gemeenschappelijk
                                meldcentrum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van het
                                gemeenschappelijk meldcentrum tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het beheer van het gemeenschappelijk meldcentrum dat omvat
                                        de exploitatie van het gebouw en de technische
                                        infrastructuur en het genereren van managementinformatie ten
                                        behoeve van een adequate taakuitoefening;</al></li><li nr="b."><al>het aanbieden, instandhouden en doorontwikkelen van
                                        onderlinge en vernieuwende communicatie- en
                                        informatiemogelijkheden en –voorzieningen waardoor de
                                        hulpverleningsdiensten hun inzet efficiënt en effectief
                                        kunnen aansturen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de meldkamers is als volgt
                                geregeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheidsregio Brabant-Noord is verantwoordelijk voor
                                        de organisatie, operationele aansturing en wijze van
                                        invulling van de operationele prestaties van de meldkamer
                                        brandweer;</al></li><li nr="b."><al>de politieregio is verantwoordelijk voor de organisatie,
                                        operationele aansturing en wijze van invulling van de
                                        operationele prestaties van de meldkamer politie en het call
                                        center politie;</al></li><li nr="c."><al>de regionale ambulancevoorziening is verantwoordelijk voor
                                        de organisatie, operationele aansturing en wijze van
                                        invulling van de operationele prestaties van de meldkamer
                                        ambulancezorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de
                                meldkamers, zoals omschreven in het vorige lid, hebben de
                                Veiligheidsregio, de politieregio en de regionale
                                ambulancevoorziening een verplichting zich in te spannen voor een zo
                                groot mogelijke integrale samenwerking op de meldkamers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6.</nr><titel>Taken Veiligheidsbureau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een veiligheidsbureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van het
                                veiligheidsbureau tot taak: het projectmatig samenwerken aan het
                                opstellen van plannen voor het voorkomen, beperken en bestrijden van
                                crises, rampen en ongevallen in de regio met behoud van de eigen
                                verantwoordelijkheid van de samenwerkende organisaties.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat maximaal uit zoveel leden als het
                                aantal rechtspersonen dat aan de regeling deelneemt. Ieder lid heeft
                                een plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Raden van de deelnemende gemeenten wijzen de burgemeester aan als
                                lid van het algemeen bestuur. Het Regionaal College wijst uit zijn
                                midden de voorzitter aan als lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raden van de deelnemende gemeenten wijzen elk een wethouder aan
                                als plaatsvervangend lid. Het Regionaal College wijst uit zijn
                                midden een plaatsvervangend lid aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. De leden van het algemeen bestuur hebben ieder één stem.</al><lijst><li nr="b."><al>Het lid van het Regionaal College heeft zowel een stem
                                        namens de gemeente waarvan hij burgemeester is als namens de
                                        politieregio.</al></li><li nr="c."><al>Het lid dat door het Regionaal College is aangewezen neemt
                                        als vertegenwoordiger van de politieregio slechts aan de
                                        besluitvorming deel voorzover het betreft het
                                        gemeenschappelijk meldcentrum en het veiligheidsbureau.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De (plaatsvervangende) leden van het algemeen bestuur hebben zitting
                                gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad. In een nieuwe
                                zittingsduur van de gemeenteraad kunnen zij terstond opnieuw worden
                                aangewezen. Zij blijven, onverminderd in het bepaalde in lid 2, als
                                lid van het algemeen bestuur fungeren totdat hun opvolgers zijn
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt zodra het
                                (plaatsvervangend) lid ophoudt burgemeester c.q. wethouder c.q. lid
                                van het Regionaal College te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van elke wijziging in het (plaatsvervangend) lidmaatschap geeft het
                                College van de gemeente die het aangaat c.q. het Regionaal College
                                binnen 14 dagen kennis aan de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal. Het
                                algemeen bestuur vergadert voorts zo vaak als de voorzitter of het
                                dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het
                                aantal leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. De voorzitter
                                is gehouden binnen drie weken na ontvangst ervan uitvoering te geven
                                aan een dergelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 16, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26 en 28 tot en met 32 van
                                de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij de wet niet is
                                afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het
                                algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen
                                bestuur en vier andere leden. Ieder lid heeft een
                                plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden en de plaatsvervangende leden worden uit en door het
                                algemeen bestuur aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het dagelijks bestuur
                                eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of
                                wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag
                                neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur dat ontslag
                                neemt, blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het
                                algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>Onvrijwillig ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een (plaatsvervangend) lid van het
                                dagelijks bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het
                                vertrouwen bezit van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 49 van de Gemeentewet is zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen
                                bestuur wordt toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 54 t/m 60 van de Gemeentewet zijn op de vergaderingen
                                van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Aanwijzing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst de voorzitter aan van het openbaar
                                lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en van
                                het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door
                                een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen
                                plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks
                                bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de secretaris
                                mede-ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het dagelijks
                                bestuur de voorzitter toestaan om de ondertekening van stukken die
                                van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van
                                het dagelijks bestuur of de ondertekening te mandateren aan de
                                secretaris of aan een ander persoon.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio Brabant-Noord in
                                en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een
                                door hem aan te wijzen gemachtigde.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Taken en bevoegdheden bestuursorganen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>Bevoegdheden algemeen</titel></kop><al>Aan de veiligheidsregio Brabant-Noord zijn door de (organen van) de
                            deelnemende rechtspersonen alle bevoegdheden tot regeling en bestuur
                            toegekend die op enig moment nodig zijn voor de uitvoering van de aan de
                            veiligheidsregio Brabant-Noord opgedragen taken. De bevoegdheden genoemd
                            in artikel 1 lid 6 van de Brandweerwet 1985 en de bevoegdheden genoemd
                            in artikel 2 en 4 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen
                            en rampen zijn daaronder begrepen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>Verdeling van taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken is op de
                            veiligheidsregio Brabant-Noord en haar bestuursorganen de verdeling van
                            taken en bevoegdheden van toepassing zoals deze geldt in de Gemeentewet.
                            Met dien verstande dat voor gemeente, gemeenteraad, burgemeester en
                            wethouders en burgemeester in de plaats treden respectievelijk:
                            veiligheidsregio Brabant-Noord, algemeen bestuur, dagelijks bestuur en
                            voorzitter. En met dien verstande dat de verdeling van bevoegdheden over
                            die organen de in deze regeling bepaalde verdeling van taken volgt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.</nr><titel>Algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de veiligheidsregio
                                Brabant-Noord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de
                                huishouding van de veiligheidsregio Brabant-Noord voor zover bij de
                                wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het
                                dagelijks bestuur of de voorzitter is toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de verordeningen van de veiligheidsregio
                                Brabant-Noord vast die het in het belang van de veiligheidsregio
                                nodig acht en voor zover bij de wet of in deze regeling de
                                bevoegdheid daartoe niet aan het dagelijks bestuur is toegekend.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4.</nr><titel>Bindende voorschriften brandweerzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam is bevoegd bindende
                                voorschriften te geven aan het bestuur van een gemeente ten aanzien
                                van het niveau van lokale brandweerzorg en daarbij behorende
                                prestatie-eisen en kwaliteitskaders, waaraan die gemeente minimaal
                                moet voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het bestuur van een gemeente naar het oordeel het algemeen
                                bestuur in gebreke blijft bij het opvolgen van de voorschriften
                                bedoeld in het eerste lid, kan het algemeen bestuur dit geschil op
                                grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter
                                beslissing voorleggen aan Gedeputeerde Staten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5.</nr><titel>Dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten
                                van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 53, 53a, 74, 170 lid 1 en lid 3 en 171 van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen
                                bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft
                                aangewezen ongevraagd alle informatie die voor een juiste
                                beoordeling van het door de veiligheidsregio Brabant-Noord gevoerde
                                en te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft
                                aangewezen de door een of meer leden van dat orgaan gevraagde
                                inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden
                                schriftelijk gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens de gevraagde inlichtingen te verstrekken kan het lid van
                                het algemeen bestuur zich daarover laten adviseren door het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan
                                het orgaan dat hem heeft aangewezen voor het door hem in het
                                algemeen bestuur gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het afleggen van verantwoording vindt plaats overeenkomstig het
                                reglement van orde van het desbetreffende orgaan met dien verstande
                                dat termijnen worden verdubbeld om het lid van het algemeen bestuur
                                de gelegenheid te geven zich door het dagelijks bestuur te laten
                                informeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag
                                vast waarin verslag wordt gedaan over het door de veiligheidsregio
                                Brabant-Noord gevoerde bestuur en bereikte resultaten. Het
                                jaarverslag wordt gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten
                                en aan het Regionaal College van de politieregio Brabant-Noord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht (leden) dagelijks
                                bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als
                                ieder afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer
                                leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde
                                inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als
                                ieder afzonderlijk de, door de organen van de deelnemers of een of
                                meer leden daarvan, gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als
                                ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor
                                het door hen gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 8.2 is van overeenkomstige toepassing op de
                            voorzitter voor het door hem als zodanig gevoerde
                            bestuur.Hoofdstuk 9. Functies, personeel en organisatie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1.</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een secretaris die door het
                                algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is tevens regionaal commandant brandweer zoals bedoeld
                                in artikel 9.2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en
                                de voorzitter, bij de uitoefening van hun taak terzijde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur stellen nadere regels voor de
                                taak en de bevoegdheden van de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van
                                het dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur
                                uitgaan worden door de secretaris mede ondertekend tenzij de
                                ondertekening door de voorzitter aan hem is opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2.</nr><titel>Regionaal commandant brandweer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een regionaal commandant
                                brandweer die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en
                                ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regionaal commandant brandweer is tevens secretaris zoals bedoeld
                                in artikel 9.1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regionaal commandant is belast met de leiding over het
                                veiligheidsbureau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regionaal commandant brandweer is belast met de operationele
                                leiding bij buitengewone omstandigheden, rampen, zware ongevallen en
                                grootschalige incidenten of ernstige vrees daarvoor, tenzij het
                                bevoegde gezag als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Wet
                                rampen en zware ongevallen, een andere voorziening treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3.</nr><titel>Regionaal geneeskundig functionaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een regionaal geneeskundig
                                functionaris die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst
                                en ontslagen. De regionaal geneeskundig functionaris is belast met
                                de operationele leiding over de geneeskundige hulpverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regionaal geneeskundig functionaris coördineert de voorbereiding
                                van de spoedeisende medische hulpverlening op de geneeskundige
                                hulpverlening en stemt de maatregelen ter voorbereiding van de
                                geneeskundige hulpverlening af op de maatregelen van de andere bij
                                de rampenbestrijding betrokken disciplines.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4.</nr><titel>Korpschef politie</titel></kop><al>De korpschef is belast met de uitvoering van taken, zoals bedoeld in
                            artikel 3.5., lid 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5.</nr><titel>Overig personeel</titel></kop><al>Overig personeel in dienst van het openbaar lichaam wordt benoemd,
                            geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6.</nr><titel>Organisatieverordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een organisatieverordening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisatieverordening bevat in ieder geval bepalingen
                                betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden
                                        tussen de secretaris/regionaal commandant, de regionaal
                                        geneeskundig functionaris, de korpschef en de coördinerend
                                        gemeentesecretaris;</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming en de
                                        wijze waarop daarbij een of meer adviseurs worden
                                        betrokken;</al></li><li nr="c."><al>het veiligheidsbureau zoals bedoeld in artikel 3.6.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7.</nr><titel>Rechtspositieregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op personeel aangesteld bij de veiligheidsregio Brabant-Noord, de in
                                deze regeling benoemde functionarissen inbegrepen, is de
                                rechtspositie van de gemeente ’s-Hertogenbosch van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten, op het gehele personeel of een
                                deel daarvan een andere rechtspositieregeling van toepassing te
                                verklaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan afwijken van enige van toepassing
                                verklaarde rechtspositieregeling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1.</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><al>Voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet of deze regeling is
                            afgeweken is op dit hoofdstuk van</al><al>overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2.</nr><titel>Financiële administratie, geldelijk beheer en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor
                                het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de
                                inrichting van de financiële organisatie vast. Artikel 212
                                Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de
                                controle op het financiële beheer en op de inrichting van de
                                financiële organisatie. Het algemeen bestuur wijst een of meer
                                accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2
                                van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de
                                jaarrekening en het daarbij verstrekken van een
                                accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van
                                bevindingen. Artikel 213 Gemeentewet is hierop van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3.</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting worden aangegeven de door elke aan deze regeling
                                deelnemende rechtspersoon naar raming verschuldigde bijdrage voor
                                het jaar waarop de begroting betrekking heeft. De begroting vermeldt
                                tevens de termijnen waarin de bijdrage is verschuldigd en de daarbij
                                behorende vervaldata.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven in hoeverre deze bijdragen verdeeld
                                worden naar verhouding van de inwonertallen van de in de regeling
                                deelnemende gemeenten en/of in hoeverre een andere verdeelsleutel
                                wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar
                                verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal
                                op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de
                                bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen
                                inwoners worden aangehouden de door het Centraal bureau voor de
                                Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de bijdragen bedoeld in lid 1 betrekking hebben op de
                                kosten van het gemeenschappelijk meldcentrum worden deze naar rato
                                verdeeld over de al dan niet in de regeling deelnemende
                                rechtspersonen die functioneel verantwoordelijk zijn voor de
                                onderscheidenlijke functies.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aan de meldkamer ambulancezorg toe te rekenen kosten worden in
                                rekening gebracht bij de regionale ambulancevoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4.</nr><titel>Begrotingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 mei
                                toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het Regionaal
                                College. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming
                                voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende
                                jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor een
                                ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen
                                verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de
                                Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal College
                                kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de
                                ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de
                                commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de
                                ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter
                                vaststelling wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast
                                in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur daarover
                                bericht aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal
                                College, zo nodig vergezeld van de vastgestelde begroting, die ter
                                zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen
                                brengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen in
                                dit artikel van overeenkomstige toepassing tenzij die wijziging geen
                                verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten en/of de
                                politieregio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.5.</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het
                                dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd aan
                                het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening
                                met daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt
                                daarbij een verslag van bevindingen van de accountant(s)
                                overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende
                                op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende
                                op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden
                                van de deelnemende gemeenten, aan het Regionaal College en aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de
                                vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur
                                ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt -overeenkomstig de in de desbetreffende
                                begroting opgenomen verdeelsleutel- het door elk van de
                                onderscheidenlijke rechtspersonen over het desbetreffende jaar
                                werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11.</nr><titel>Archieffunctie en ombudsfunctie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1.</nr><titel>Archiefbescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening vast op de zorg voor de
                                archiefbescheiden van het openbaar lichaam alsmede op het beheer
                                daarvan en op het toezicht op het beheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archieven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aan de uitvoering van deze zorg verbonden kosten komen voor
                                rekening van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2.</nr><titel>Ombudsfunctie</titel></kop><al>De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18,
                            eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de
                            ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12.</nr><titel>Toetreden, uittreden, wijzigen, opheffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.1.</nr><titel>Toetreden</titel></kop><al>Na het aangaan van deze regeling kan een rechtspersoon alleen toetreden
                            na instemming van het algemeen bestuur, dat de gevolgen van toetreding
                            regelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.2.</nr><titel>Uittreden</titel></kop><al>Na het aangaan van deze regeling kan een rechtspersoon alleen uittreden
                            na instemming van het algemeen bestuur, dat de gevolgen van uittreden
                            regelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.3.</nr><titel>Wijzigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de
                                organen van tenminste vijftien deelnemende rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt de wijziging bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.4.</nr><titel>Opheffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de
                                organen van tenminste vijftien deelnemende rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt,
                                nadat de organen van de deelnemende gemeenten en de politieregio
                                zijn gehoord, een liquidatieplan op. Daarbij kan hij van deze
                                regeling afwijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In dit liquidatieplan wordt een regeling getroffen voor de bewaring
                                en het toekomstig beheer van de archieven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in
                                functie tot dat de liquidatie volledig is voltooid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt de opheffing openbaar bekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.1.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking per 1 juli 2006.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling kent een toelichting.</al></li><li nr="3."><al>De deelnemende gemeenten en de politieregio dragen op de
                                    gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van deze
                                    regeling.</al></li></lijst><al>4 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling
                            Veiligheidsregio Brabant-Noord’.</al><lijst><li nr="5."><al>Het bestuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt aangewezen
                                    als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de
                                    wet.</al></li><li nr="6."><al>Tegelijk met de inwerkingtreding van deze regeling worden
                                    opgeheven:</al><lijst><li nr="a."><al>de ‘Gemeenschappelijke regeling Regionale
                                            Hulpverleningsdienst Brabant-Noord’ en</al></li><li nr="b."><al>de ‘Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk
                                            Meldcentrum Brabant-Noord’.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Raad van de gemeente Uden,</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 29 juni 2006.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>………………… …………………..</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door het College van de gemeente ……………,</ondertekening><ondertekening>in zijn vergadering van……………….</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>…………………..……………………...</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente ……………………..,</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>………………….</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen 1</al><al>Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen 3</al><al>Hoofdstuk 3. Doelstelling, taken en verantwoordelijkheden 3</al><al>Hoofdstuk 4. Het algemeen bestuur 5</al><al>Hoofdstuk 5. Het dagelijks bestuur 6</al><al>Hoofdstuk 6. De voorzitter 7</al><al>Hoofdstuk 7. Taken en bevoegdheden bestuursorganen 7</al><al>Hoofdstuk 8. Informatie en verantwoording 8</al><al>Hoofdstuk 9. Functies, personeel en organisatie 9</al><al>Hoofdstuk 10. Financiële bepalingen 10</al><al>Hoofdstuk 11. Archieffunctie en ombudsfunctie 12</al><al>Hoofdstuk 12. Toetreden, uittreden, wijzigen, opheffen 12</al><al>Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen 13</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio
                    Brabant-Noord</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Met het vaststellen van deze gemeenschappelijke regeling stellen de deelnemers
                    de Veiligheidsregio Brabant-Noord in. De regeling is een samentrekking van de
                    gemeenschappelijke regelingen voor de Regionale Hulpverleningsdienst
                    Brabant-Noord respectievelijk het Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord
                    (GMC). De regeling is primair gebaseerd op de Wet Gemeenschappelijke regelingen
                    (WGR) en de Gemeentewet.</al><al>De veiligheidsrisico’s in de samenleving vragen om een overheid die duidelijk,
                    daadkrachtig en consequent kan reageren. Dit vergt een bestuurlijke structuur
                    die slagvaardig is en waarin democratische controle gewaarborgd is. Dit is een
                    van de uitgangspunten die zijn benoemd in het Kabinetsstandpunt
                    Veiligheidsregio’s (Kamerstukken II 2001-2002, 27575, nr.9).</al><al>Veiligheidsregio’s zijn gebieden waarin wordt samengewerkt door verscheidene
                    besturen en diensten ten aanzien van taken op het terrein van brandweerzorg,
                    rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening bij rampen en
                    handhaving van de openbare orde en veiligheid. Er is sprake van een territoriaal
                    congruente indeling conform de huidige indeling van de politieregio’s. De
                    samenwerking vindt plaats binnen een structuur die is gebaseerd op wettelijke
                    regelingen en bestuursafspraken.</al><al>Een van de zaken uit voornoemd Kabinetsstandpunt, die geregeld moeten zijn in
                    juli 2006, is de verplichte bestuurlijke samenwerking van de regionale brandweer
                    en GHOR met politie. Bij brief (27 april 2005, kenmerk PVR2005/55559) heeft de
                    Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aangegeven dat
                    uiteindelijk gekozen is voor de inrichting van één regionaal veiligheidsbestuur
                    dat zowel verantwoordelijk is voor beleid en beheer ten aanzien van de regionale
                    brandweer en GHOR als voor de rampen- en crisisbeheersing en het beheer van de
                    gemeenschappelijke meldkamer. Om dit te realiseren dient iedere regio een
                    gemeenschappelijke regeling op te stellen waarin de huidige gemeenschappelijke
                    regelingen zullen opgaan.</al><al>Hierna volgt, waar nodig, een artikelsgewijze toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Algemene Bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.2.</tussenkop><al>Naast de gemeenten uit de regio Brabant-Noord neemt de politieregio deel aan de
                    regeling. In dit artikel wordt die deelname beperkt tot de aspecten die het
                    gemeenschappelijk meldcentrum en het veiligheidsbureau betreffen.</al><al>Deze beperking is het logische gevolg van de in voornoemde brief benoemde
                    verantwoordelijkheid van het regionale veiligheidsbestuur. Voor het overige
                    blijft het Regionaal College gepositioneerd naast het nieuwe regionale
                    veiligheidsbestuur, in ieder geval tot 1 januari 2008 (gelet op het
                    Kabinetsstandpunt evaluatie politieorganisatie (Kamerstukken II 2004-2005, 29628
                    nr. 5).</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Doelstelling, taken en verantwoordelijkheden</tussenkop><tussenkop>Artikel 3.1. Doelstelling</tussenkop><al>In dit artikel wordt de doelstelling van de veiligheidsregio uiteengezet. De in
                    dit artikel genoemde hulpverlening ziet op de hulpverlening door brandweer,
                    politie en de geneeskundige hulpverlening. De hulpverlening door de politie die
                    bedoeld wordt in artikel 2 Politiewet beperkt zich, voor wat deze regeling
                    betreft, tot de situaties waarin sprake is van een ramp of crisis.</al><al>De geneeskundige hulpverlening is die zoals bedoeld wordt in artikel 1 van de
                    Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.</al><al>De uitvoering van de hulpverlening gebeurt waar mogelijk integraal hetgeen met
                    zich meebrengt dat betrokken hulpdiensten in een vroeg stadium de mogelijkheden
                    van samenwerking verkennen en ook benutten indien mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 3.2. Taken algemeen</tussenkop><al>In dit artikel wordt duidelijk gemaakt dat deze regeling de bestuurlijke
                    inbedding van de Veiligheidsregio beoogt. Het Ministerie van BZK heeft in haar
                    brief van 27 april 2005 (kenmerk: PVR2005/55559) aan de Tweede Kamer aangegeven
                    dat het regionaal veiligheidsbestuur een aantal kerntaken heeft te vervullen.
                    Deze zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>het opstellen, vaststellen en uitvoeren van een multidisciplinair
                            beleidsplan rampen- en crisisbeheersing (dit is een verbreding van het
                            huidige regionaal beheersplan rampenbestrijding artikel 5 Wet rampen en
                            zware ongevallen);</al></li><li nr="2."><al>het beheer van de gemeenschappelijke meldkamer en de 112-centrale;</al></li><li nr="3."><al>het beheer en beleid ten aanzien van de regionale brandweer en
                            GHOR;</al></li><li nr="4."><al>het toetsen en adviseren van het gemeentelijk en sectorale proactie- en
                            preventiebeleid ten behoeve van het (regionale)
                            crisisbeheersingsbeleid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3.3. Taken brandweerzorg</tussenkop><al>In dit artikel worden de taken van de regionale brandweer conform artikel 4 van
                    de Brandweerwet 1985 genoemd.</al><al>Het bestuur stelt ten minste één maal in de vier jaren een organisatieplan vast.
                    Het organisatieplan bevat de operationele prestaties van de regionale brandweer
                    en de geneeskundige hulpverlening die nodig zijn om uitvoering te geven aan het
                    beheersplan, bedoeld in artikel 5 van de Wrzo. In het organisatieplan is een
                    adequate organisatie van brandweer en geneeskundige hulpverlening (lokaal en
                    regionaal) beschreven; waarbij de brandweer is toegerust op het vastgestelde
                    brandweerzorgniveau en (de voorbereiding op) de rampenbestrijding.</al><al>De deelnemende gemeenten kennen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een
                    sterk regionaal bureau. Uitgangspunt zijn sterke lokale brandweren, geschraagd
                    door een sterk regionaal bureau. Op regionaal niveau worden de kwaliteitseisen
                    geformuleerd, op lokaal niveau ingevuld. Indien de gemeente hiertoe zelf niet in
                    staat is of het niet alleen wil doen, dient samengewerkt te worden met één of
                    meerdere gemeente(n) in beginsel uit het (brandweer)district. Bij het niet of
                    onvoldoende voldoen aan de vastgestelde eisen, krijgt de betreffende gemeente
                    een periode om dit niveau alsnog te halen. Zoniet, dan heeft het regionale
                    bestuur het recht daaraan consequenties te verbinden voor de samenwerking. Het
                    regionaal niveau verplicht zich tot het effectief en efficiënt uitvoeren van
                    zowel de wettelijke taken als het aangeven van de kwaliteitskaders.</al><al>In dit kader verplicht het gemeentebestuur zich advies te vragen aan de
                    regionaal commandant met betrekking tot de benoeming van deze functionaris. Van
                    dit advies kan alleen op basis van zwaarwegende redenen worden afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 3.4. Taken geneeskundige hulpverlening</tussenkop><al>De GHOR is het organisatorisch samenwerkingsverband voor de geneeskundige
                    hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit artikel volgt de tekst van artikel 4
                    van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. De relatie met
                    de meldkamer ambulancezorg ligt niet meer specifiek in deze wet vast.. In de
                    nieuwe Wet Ambulancezorg staat namelijk dat deze taak een bevoegdheid zal worden
                    van de Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV). De operationele GHOR is daarbij
                    een regulier onderdeel van de openbare gezondheidszorg, zoals ook de
                    infectieziektebestrijding, de medische milieukunde en de openbare geestelijke
                    gezondheidszorg dat zijn.</al><al>Het bestuur van de Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het instellen van
                    de meldkamer ambulancezorg: de aanwijzing van de locatie van de meldkamer, het
                    beheer van het gebouw waarin de meldkamer is gehuisvest en het zorgdragen voor
                    een deugdelijke infrastructuur. De RAV(-directeur) is belast met de aansturing
                    van de meldkamer, omdat de meldkamerfunctie een integraal onderdeel is van het
                    leveren van ambulancezorg.</al><al>De RAV maakt gebruik van de gemeenschappelijke meldkamer en sluit daarvoor een
                    dienstverleningsovereenkomst met de beheerder van de meldkamer. De RAV betaalt
                    maximaal de hoogte van de ontvangen vergoeding conform de beleidsregels van het
                    College Tarieven Gezondheidszorg (CTG).</al><tussenkop>Artikel 3.5. Taken gemeenschappelijk meldcentrum</tussenkop><al>Naar aanleiding van een evaluatie van het GMC zijn de taken van het GMC als
                    volgt te omschrijven:</al><lijst><li nr="-"><al>het GMC is een facilitaire voorziening ten behoeve van de drie
                            organisaties en het Regionaal Coördinatie Centrum (RCC);</al></li><li nr="-"><al>het GMC fungeert als ‘informatiecentrum’. Efficiencywinst zit vooral in
                            minder-meerkosten voor gezamenlijke ICT. De ICT-component wordt binnen
                            deze samenwerkingsvariant veel belangrijker. Hieronder verstaan zij
                            geïntegreerde systemen, software, hardware en ook gegevensbeheer,
                            applicatie- en functioneel beheer;</al></li><li nr="-"><al>het GMC genereert uit de systemen de benodigde managementinformatie voor
                            de drie organisaties.</al></li></lijst><al>De verantwoordelijkheid voor de organisatie, operationele aansturing en wijze
                    van invulling van operationele prestaties ligt in de lijn van de verschillende
                    moederorganisaties. Ingeval van de meldkamer brandweer is dat het bestuur van de
                    veiligheidsregio overeenkomstig het gestelde in artikel 3.3., tweede lid onder
                    I, sub a.</al><al>In het vierde lid wordt de inspanningsverplichting vastgelegd voor de
                    hulpdiensten om integrale samenwerking op de meldkamer na te streven. Dit is in
                    overeenstemming met de doelstelling zoals geformuleerd in artikel 3.1. De
                    inspanningsverplichting leidt ertoe dat de hulpdiensten de mogelijkheden van
                    samenwerking in een vroeg stadium verkennen en indien mogelijk ook
                    benutten.</al><tussenkop>Artikel 3.6. Taken Veiligheidsbureau</tussenkop><al>Voor een adequate hulpverlening en voorbereiding op het grootschalig optreden en
                    de rampenbestrijding in de regio is, op bestuurlijk en operationeel niveau,
                    samenwerking nodig. Verbetering van de samenwerking moet uitgaan van de huidige
                    situatie en gericht zijn op haalbare ambities. In een veiligheidsbureau, onder
                    functionele leiding van de regionaal commandant, en waar nodig in overleg met de
                    regiogemeenten kunnen medewerkers van brandweer, GHOR en politie (en in sommige
                    gevallen ook waterschappen, milieudiensten, nutsbedrijven, etc) projectmatig de
                    voorbereiding van de rampenbestrijding vormgeven.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Het Algemeen Bestuur</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1.</tussenkop><al>De WGR bepaalt in artikel 13 dat de aanwijzing van de leden van het algemeen
                    bestuur geschiedt door de gemeenteraden. Bedoeling hiervan is -ook als het de
                    aanwijzing van burgemeesters betreft- het karakter van verlengd lokaal bestuur
                    te benadrukken. In elke raadsperiode moet daarom een aanwijzing plaatsvinden.
                    Omdat de doelstelling, taken en verantwoordelijkheden van de Veiligheidsregio
                    Brabant-Noord betrekking hebben op de portefeuilles zoals die aan burgemeesters
                    zijn toegekend wijst elke gemeenteraad de burgemeester aan als lid van het
                    algemeen bestuur en een wethouder als plaatsvervangend lid. Het Regionaal
                    College wijst zijn voorzitter aan. Het lid van het algemeen bestuur dat zowel
                    door de Raad van zijn gemeente als door het Regionaal College als lid is
                    aangewezen heeft zowel een stem namens zijn gemeente als namens het Regionaal
                    College.</al><al>Gelet op hetgeen wordt bepaald in artikel 2.2. van de regeling is evident dat
                    het stemrecht van de politievertegenwoordiger zich beperkt tot die besluiten die
                    het GMC dan wel het veiligheidsbureau betreffen.</al><tussenkop>Artikel 4.3. Vergaderingen</tussenkop><al>De wet bepaalt dat het algemeen bestuur tenminste twee maal per jaar vergadert.
                    In de praktijk zal de vergaderfrequentie voortvloeien uit de planning &amp;
                    controlecyclus van Hoofdstuk 13. Lid 2 verklaart een aantal artikelen uit de
                    Gemeentewet van toepassing:</al><al>-Artikel 16.</al><al>De Raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere
                    werkzaamheden vast.</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 19</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering
                                    op.</al></li><li nr="2."><al>Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester dag,
                                    tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De
                                    agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van
                                    de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden
                                    tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare
                                    kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Artikel 20</al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de Raad wordt niet geopend voordat blijkens
                                    de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                    hebbende leden tegenwoordig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                    geopend, belegt de burgemeester, onder verwijzing naar dit
                                    artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten
                                    minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is
                                    gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De Raad kan echter over andere
                                    aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid
                                    niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                    besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></li></lijst></li></lijst><al>-Artikel 22</al><al>De leden van het gemeentebestuur en andere personen die deelnemen aan de
                    beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel
                    worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid,
                    van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de
                    vergadering van de Raad hebben gezegd of aan de Raad schriftelijk hebben
                    overgelegd.</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel. 23</al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de Raad wordt in het openbaar gehouden.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het
                                    aantal leden dat de</al></li></lijst></li></lijst><al>3 De Raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd
                    presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                    oordeelt.</al><lijst><li nr="4."><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag
                            opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de Raad anders
                            beslist.</al></li><li nr="5."><al>De Raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de
                            gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De Raad laat de openbaarmaking
                            achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op
                            grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan
                            openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.</al></li></lijst><tussenkop>- Artikel 24</tussenkop><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: </al><lijst><li nr="a."><al>de toelating van nieuw benoemde leden;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de
                            jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen,
                            en</al></li><li nr="d."><al>de benoeming en het ontslag van wethouders.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 25</al><lijst><li nr="1."><al>De Raad kan op grond van een belang, genoemd in
                                        <onderstreept>artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                        bestuur</onderstreept> (Stb. 1991, 703), omtrent het in een
                                    besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de
                                    stukken die aan de Raad worden overgelegd, geheimhouding
                                    opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering
                                    behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De
                                    geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig
                                    waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis
                                    dragen, in acht genomen totdat de Raad haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in <onderstreept>artikel 10 van
                                        de Wet openbaarheid van bestuur</onderstreept>, kan de
                                    geheimhouding eveneens worden opgelegd door het College, de
                                    burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken
                                    die zij aan de Raad of aan leden van de Raad overleggen. Daarvan
                                    wordt op de stukken melding gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
                                    geheimhouding met betrekking tot aan de Raad overgelegde stukken
                                    vervalt, indien de oplegging niet door de Raad in zijn
                                    eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door
                                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                    bezocht, wordt bekrachtigd.</al></li><li nr="4."><al>De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
                                    geheimhouding met betrekking tot aan leden van de Raad
                                    overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat
                                    de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk
                                    waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de Raad is voorgelegd,
                                    totdat de Raad haar opheft. De Raad kan deze beslissing alleen
                                    nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door
                                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                    bezocht.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel. 26</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
                                    vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze
                                    door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere
                                    toehoorders te doen vertrekken.</al></li><li nr="2."><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                    vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang
                                    tot de vergadering te ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan de Raad voorstellen aan een lid dat door zijn
                                    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                    niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                    vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                    verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                    voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
                                    worden ontzegd.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 28</al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de Raad neemt niet deel aan de stemming over:</al><lijst><li nr="a."><al>een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
                                            persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger
                                            is betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling of goedkeuring der rekening van een
                                            lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks
                                            bestuur hij behoort.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de
                                    stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.</al></li><li nr="3."><al>Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort
                                    tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een
                                    herstemming is beperkt.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit
                                    betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing
                                    benoemde leden.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 29</al><lijst><li nr="1."><al>Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
                                    aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan
                                    de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over
                                            een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer
                                            personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering
                                            een stemming op grond van dat lid niet geldig was;</al></li><li nr="b."><al>in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede
                                            lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de
                                            daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid,
                                            niet geopende vergadering aan de orde waren
                                            gesteld.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 30</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt
                                    de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                                    uitgebracht.</al></li><li nr="2."><al>Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van
                                    een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
                                    stembriefje.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 31</al><lijst><li nr="1."><al>De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
                                    voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en
                                    ongetekende stembriefjes.</al></li><li nr="2."><al>Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een
                                    voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde
                                    vergadering een herstemming gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist
                                    terstond het lot.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 32</al><lijst><li nr="1."><al>De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping,
                                    indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat
                                    geval geschieden zij mondeling.</al></li><li nr="2."><al>Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het
                                    aangenomen.</al></li><li nr="4."><al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van
                                    stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
                                    vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden
                                    heropend.</al></li><li nr="5."><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een
                                    ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het
                                    voorstel niet aangenomen.</al></li><li nr="6."><al>Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering
                                    waarin alle leden waaruit de Raad bestaat, voor zover zij zich
                                    niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem
                                    hebben uitgebracht.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 5. Het dagelijks bestuur</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.1. Samenstelling</tussenkop><al>In de samenstelling van het dagelijks bestuur is het algemeen bestuur vrij, met
                    uitzondering van de voorzitter (artikel 6.1 lid 2). Het valt echter te overwegen
                    om hierbij aansluiting te zoeken bij de samenstelling van de agendacommissie
                    Regionaal College waarbij uit elk van de vijf politiedistricten een burgemeester
                    is aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 5.3. Onvrijwillig ontslag</tussenkop><al>De tekst van artikel 49 Gemeentewet luidt als volgt:</al><al>-Artikel 49</al><al>Indien een uitspraak van de Raad inhoudende een opzegging van zijn vertrouwen in
                    een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder zijn ontslag indient,
                    kan de Raad besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de
                    Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 5.4. Vergaderingen</tussenkop><al>De tekst van de genoemde artikelen in de Gemeentewet luiden als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 54</al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van het College worden met gesloten deuren
                                    gehouden, voor zover het College niet anders heeft bepaald.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven
                                    omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het
                                    College.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 55</al><lijst><li nr="1."><al>Het College kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10
                                    van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten
                                    vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die
                                    aan het College worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
                                    Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
                                    wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
                                    door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van
                                    het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen
                                    totdat het College haar opheft. </al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                    openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                    opgelegd door de burgemeester of een commissie, ten aanzien van
                                    de stukken die zij aan het College overleggen. Daarvan wordt op
                                    de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht
                                    genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd,
                                    dan wel de Raad haar opheft. </al></li><li nr="3."><al>Indien het College zich ter zake van het behandelde waarvoor een
                                    verplichting tot geheimhouding geldt tot de Raad heeft gericht,
                                    wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de Raad haar
                                    opheft. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 56</al><lijst><li nr="1."><al>In de vergadering van het College kan slechts worden
                                    beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het
                                    aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. </al></li><li nr="2."><al>Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
                                    burgemeester, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
                                    vergadering. </al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. Het College kan echter over andere
                                    aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was
                                    belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de
                                    helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
                                </al></li></lijst></li></lijst><al>-Artikel 57</al><al>De leden van het College en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging
                    kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de
                    vergadering van het College hebben gezegd of aan het College schriftelijk hebben
                    overgelegd. </al><al>-Artikel 58</al><al>De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 zijn ten aanzien van de
                    vergaderingen van het College van overeenkomstige toepassing. </al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 59</al><lijst><li nr="1."><al>Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen
                                    van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen
                                    staken, wordt opnieuw gestemd. </al></li><li nr="2."><al>Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist
                                    de stem van de voorzitter. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 60</al><lijst><li nr="1."><al>De Raad kan regelen van welke besluiten van het College aan de
                                    leden van de Raad kennisgeving wordt gedaan. Daarbij kan de Raad
                                    de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden
                                    volstaan.</al></li><li nr="2."><al>Het College van burgemeester en wethouders laat de kennisgeving
                                    of terinzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met
                                    het openbaar belang.</al></li><li nr="3."><al>Het College maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de
                                    in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. Het College laat de
                                    openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft
                                    ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is
                                    opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met
                                    het openbaar belang.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 7. Taken en bevoegdheden bestuursorganen</tussenkop><tussenkop>Artikel 7.3. Algemeen bestuur</tussenkop><al>In lid 3 wordt geregeld dat het algemeen bestuur verordeningen kan vaststellen.
                    In ieder geval zal een financiële verordening worden opgesteld en een
                    organisatieverordening waarin de taken en bevoegdheden alsmede de ambtelijke
                    organisatie nader worden uitgewerkt (zie tevens artikel 10.2).</al><tussenkop>Artikel 7.4. Bindende voorschriften brandweerzorg</tussenkop><al>Deze bepaling vloeit voort uit het Regionaal organisatieplan brandweerzorg en
                    rampenbestrijding 2004-2007 Brabant-Noord zoals dit op 23 juni 2004 door het
                    algemeen bestuur van de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord ter uitvoering van
                    het bepaalde in artikel 4a Brandweerwet 1985 is vastgesteld. Overigens wordt
                    verwezen naar de toelichting bij artikel 3.3.</al><tussenkop>Artikel 7.5. Dagelijks bestuur</tussenkop><al>De betreffende artikelen uit de Gemeentewet luiden als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 53</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester stelt, met inachtneming van hetgeen het College
                                    heeft bepaald, dag en plaats van de vergadering van het College
                                    en het tijdstip van de opening vast. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester maakt dag en plaats van te houden openbare
                                    vergaderingen en het tijdstip van de opening bekend. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 53a</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester bevordert de eenheid van het collegebeleid.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan onderwerpen aan de agenda voor een
                                    vergadering van het College toevoegen.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ten aanzien van geagendeerde onderwerpen een
                                    eigen voorstel aan het College voorleggen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 74</al><lijst><li nr="1."><al>Alle aan de Raad of aan het College gerichte stukken worden door
                                    of namens de burgemeester geopend.</al></li><li nr="2."><al>Van de ontvangst van aan de Raad gerichte stukken die niet
                                    terstond in de vergadering van de Raad aan de orde worden
                                    gesteld, doet hij in de eerstvolgende vergadering van de Raad
                                    mededeling.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 170</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester ziet toe op:</al><lijst><li nr="a."><al>een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering
                                            van het gemeentelijk beleid en van de daaruit
                                            voortvloeiende besluiten, als mede op een goede
                                            afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding,
                                            vaststelling en uitvoering zijn betrokken;</al></li><li nr="b."><al>een goede samenwerking van de gemeente met de andere
                                            gemeenten en andere overheden;</al></li><li nr="c."><al>de kwaliteit van de procedures op het vlak van de
                                            burgerparticipatie;</al></li><li nr="d."><al>een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;</al></li><li nr="e."><al>een zorgvuldige behandeling van klachten door het
                                            gemeentebestuur.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de
                                    gemeentelijke</al></li></lijst></li></lijst><al>aangelegenheden.</al><al>-Artikel 171</al><al>De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte.</al><tussenkop>Hoofdstuk 9. Functies, personeel en organisatie</tussenkop><tussenkop>Artikel 9.1. Secretaris</tussenkop><al>De secretaris is als zodanig de eerste adviseur van het bestuur en verzorgt de
                    coördinatie en de bewaking van de integraliteit van de ambtelijke voorstellen .
                    In de organisatieverordening wordt onder meer de structuur van het secretariaat
                    vastgelegd. De functie van secretaris wordt uit doelmatigheidsoverwegingen
                    ingevuld in de vorm van een personele unie met de functie van regionaal
                    commandant.</al><tussenkop>Artikel 9.2. Regionaal commandant brandweer</tussenkop><al>In het derde lid wordt geregeld dat de regionaal commandant is belast met de
                    leiding over het veiligheidsbureau. De regionaal commandant brandweer is
                    portefeuillehouder van het veiligheidsbureau. Hij stemt de uit te voeren
                    werkzaamheden en de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming af met de
                    korpschef, de regionaal geneeskundig functionaris en de coördinerend
                    gemeentesecretaris.</al><tussenkop>Artikel 9.3. Regionaal geneeskundig functionaris</tussenkop><al>In het tweede lid wordt bepaald dat de regionaal geneeskundig functionaris (RGF)
                    is belast met de operationele leiding over de geneeskundige hulpverlening. De
                    bevoegdheden van de RGF zijn een afgeleide van de bevoegdheden van het openbaar
                    bestuur, die zijn vastgelegd in artikel 11 van de wet Rampen en zware
                    ongevallen. De RGF wordt rechtstreeks aangesteld en aangestuurd door het
                    openbaar bestuur; een dergelijke positie is nodig om op bestuurlijk niveau
                    afspraken te kunnen maken met zorginstellingen. De taken van de RGF worden met
                    name genoemd in de artikelen 4 en 5 van de wet Geneeskundige hulpverlening bij
                    ongevallen en rampen: ‘de RGF coördineert de voorbereiding van de spoedeisende
                    medische hulpverlening op de geneeskundige hulpverlening en stemt de maatregelen
                    ter voorbereiding van de geneeskundige hulpverlening af op de maatregelen van de
                    andere bij de rampenbestrijding betrokken disciplines’. De RGF kan, op grond van
                    artikel 2 van de wet Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen,
                    ingeval van een ramp of zwaar ongeval ook aanwijzingen geven aan degene die
                    belast is met de leiding over de meldkamer ambulancezorg. Deze leidinggevende en
                    coördinerende taak van de RGF tijdens de bestrijding van de ramp is
                    vergelijkbaar met de operationele leiding die de brandweercommandant heeft over
                    brandweereenheden.</al><tussenkop>Artikel 9.4. Korpschef politie</tussenkop><al>De korpschef van de politie wordt middels een mandaat belast met de uitvoering
                    van taken die het GMC betreffen. De korpschef wordt daarmee verantwoordelijk
                    voor de uitvoering van de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het beheer van
                    het GMC dat omvat het facilitair beheer (gebouw e.d.), beheer van de ICT,
                    informatievoorziening en financieel beheer. De Korpschef is portefeuillehouder
                    van het GMC en stemt bij de uitvoering van zijn verantwoordelijkheden af met de
                    regionaal commandant brandweer en de regionaal geneeskundig functionaris.</al><tussenkop>Artikel 9.6. Organisatieverordening</tussenkop><al>In de organisatieverordening worden nadere bepalingen opgenomen over de
                    onderlinge verdeling van werkzaamheden en de ambtelijke organisatie.</al><tussenkop>Hoofdstuk 10. Financiële bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 10.2. Financiële administratie, geldelijk beheer en
                    controle</tussenkop><al>De betreffende artikelen uit de Gemeentewet luiden als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 212</al><lijst><li nr="1."><al>De Raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                                    financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer
                                    en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze
                                    verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van
                                    rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>regels voor waardering en afschrijving van activa;</al></li><li nr="b."><al>grondslagen voor de berekening van de door het
                                            gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van
                                            tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b,
                                            alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing
                                            bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>regels inzake de algemene doelstellingen en de te
                                            hanteren richtlijnen en limieten van de
                                            financieringsfunctie, alsmede inzake de administratieve
                                            organisatie van de financieringsfunctie, daaronder
                                            begrepen taken en bevoegdheden, de
                                            verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                            informatievoorziening.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Artikel 213</al></li><li nr="1."><al>De Raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het
                            financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
                            Deze verordening dient te waarborgen dat de rechtmatigheid van het
                            financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie
                            wordt getoetst.</al></li><li nr="2."><al>De Raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393,
                            eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de
                            controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij
                            verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een
                            verslag van de bevindingen.</al></li><li nr="3."><al>De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle aan
                            of:</al></li><li nr="a."><al>de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten als
                            de grootte en samenstelling van het vermogen;</al></li><li nr="b."><al>de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                            gekomen en</al></li></lijst><al>c de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of krachtens
                    algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in artikel 186.</al><lijst><li nr="4."><al>Het verslag van de bevindingen bevat in ieder geval bevindingen
                            over:</al></li><li nr="a."><al>de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële
                            organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken
                            en</al></li><li nr="b."><al>onrechtmatigheden in de jaarrekening.</al></li><li nr="5."><al>De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van
                            bevindingen aan de Raad en een afschrift daarvan aan het College.</al></li><li nr="6."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
                            met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging omtrent de
                            accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="7."><al>Accountants als bedoeld in het tweede lid kunnen in gemeentelijke dienst
                            worden aangesteld en worden in dat geval door de Raad benoemd, geschorst
                            en ontslagen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10.3. Begroting</tussenkop><al>In de begroting wordt aangegeven wat de bijdrage is van de aan de regeling
                    deelnemende rechtspersonen voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
                    Uitgangspunt daarbij is financiële stabiliteit in meerjarenperspectief. In de
                    aanloop naar het GMC is een verdeelsleutel tussen de hulpdiensten afgesproken
                    van 55% (politie) – 30% (brandweer) en 15% (GGD). Inmiddels hebben zich
                    ontwikkelingen voorgedaan die de kapstok GMC overstijgen en zullen zich
                    dergelijke ontwikkelingen blijven voordoen. Op basis van voortschrijdende
                    inzichten, actuele ontwikkelingen e.d - een goed voorbeeld daarvan is C2000 -
                    kan deze verdeelsleutel worden aangepast aan de realiteit van het moment waarop
                    de begroting moet worden ingediend.</al><tussenkop>Artikel 10.4. Begrotingsprocedure</tussenkop><al>Om te komen tot een betere afstemming in de beleidsprocessen met de deelnemende
                    gemeenten is in juni 2005 een nieuwe procedure voor de behandeling van de
                    begroting ontwikkeld. Voor 1 december van het betreffende jaar verstuurt de
                    gemeenschappelijke regeling een aankondigingbrief aan de deelnemende gemeenten
                    voor de behandeling van de jaardocumenten. Voor eind januari stelt de
                    gemeenschappelijke regeling de kaders voor de productbegroting op. Na bespreking
                    van deze kaders door het Dagelijks Bestuur wordt de nota voor 1 februari 2005
                    verzonden aan de Colleges van de deelnemende gemeenten (i.a.a. de
                    raadsgriffiers). Voor 31 maart worden de kaders productbegroting besproken in de
                    Colleges en Commissies en/of Raden van de deelnemende gemeenten, afhankelijk van
                    de in de gemeente gemaakte afspraken.</al><al>Eind maart/begin april bespreekt het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke
                    regeling de kaders van de productbegroting en stelt deze, met inachtneming van
                    de reacties van de gemeenten, vast. Voor 1 mei verzendt de gemeenschappelijke
                    regeling de concept-productbegroting (en jaarrekening) naar de gemeenten. De
                    gemeenten maken uiterlijk eind juni 2005 hun zienswijze op de begroting kenbaar.
                    Uiterlijk 1 juli stelt het Algemeen Bestuur de begroting vast en verstuurt deze
                    voor 15 juli naar het College van Gedeputeerde Staten van de provincie
                    Noord-Brabant.</al><al>Uit de begroting volgt de verdeling der kosten die betrekking hebben op het
                    GMC.</al><al>In het vijfde lid wordt geregeld dat de aan de meldkamer ambulancezorg toe te
                    rekenen kosten in rekening worden gebracht bij de RAV; zie daarover verder de
                    toelichting bij artikel 3.4.</al><tussenkop>Hoofdstuk 11. Archieffunctie en ombudsfunctie</tussenkop><tussenkop>Artikel 11.1. Archiefbescheiden</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur stelt een archiefverordening vast. Als bewaarplaats van het
                    statisch archief verdient het de voorkeur die van de gemeente ’s-Hertogenbosch
                    aan te wijzen.</al><tussenkop>Artikel 11.2. Ombudsfunctie</tussenkop><al>De Wet extern klachtrecht legt het recht vast voor burgers op een onafhankelijke
                    behandeling van bestuursorganen. De wet is een aanvulling op de Algemene wet
                    bestuursrecht. De Wet extern klachtrecht is met ingang van 1 januari 2006 ook
                    van toepassing op de bestuursorganen van alle gemeenschappelijke regelingen. De
                    gemeenschappelijke regelingen vallen per die datum van rechtswege onder de
                    Nationale Ombudsman tenzij in de gemeenschappelijke regeling zelf wordt
                    aangegeven dat externe klachten behandeld worden via een ombudsvoorziening van
                    één van de aangesloten gemeenten. In de regeling wordt ervoor gekozen voor
                    invulling van de ombudsfunctie aansluiting te zoeken bij de ombudsvoorziening
                    van de gemeente ’s-Hertogenbosch.</al><tussenkop>Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 13.1.</tussenkop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2006.</al><al>De opheffing van de gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsdienst
                    Brabant-Noord en de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Meldcentrum
                    Brabant-Noord is bij wijze van overgangsbepaling opgenomen. Daarmee wordt
                    bereikt dat beide regelingen eerst feitelijk worden opgeheven zodra deze nieuwe
                    regeling Veiligheidsregio Brabant- Noord in werking treedt. Voor de op te heffen
                    regelingen worden nog liquidatieplannen opgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>