<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20713_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Regionaal Milieubedrijf            Brabant-Noordoost</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 22-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/96</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>ingangsdatum 1 juni 2003, toevoeging artikel 13, lid 7</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Regionaal Milieubedrijf
            Brabant-Noordoost</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        18 november 1997;</al><al>gelet op de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Definities</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling : deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>het openbaar lichaam : het intergemeentelijk
                                            samenwerkingsverband Regionale Milieudienst
                                            Brabant-Noordoost, hierna te noemen: Regionale
                                            Milieudienst;</al></li><li nr="c."><al>de dienst : de Regionale Milieudienst
                                            Brabant-Noordoost;</al></li><li nr="d."><al>de gemeenten : de aan de regeling deelnemende
                                            gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>de raad/de raden : de raden van de deelnemende
                                            gemeenten;</al></li><li nr="f."><al>algemeen bestuur : het in artikel 10 van deze regeling
                                            bedoelde bestuursorgaan;</al></li><li nr="g."><al>dagelijks bestuur : het in artikel 18 van deze regeling
                                            bedoelde bestuursorgaan;</al></li><li nr="h."><al>Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van
                                            Noord-Brabant;</al></li><li nr="i."><al>de wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="j."><al>modelovereenkomst : de in het kader van artikel 5 van de
                                            regeling vastgestelde Modelovereenkomst
                                            milieu-uitvoeringstaken.</al><al>2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of
                                            enige andere wet of wettelijke regeling van
                                            overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in
                                            die artikelen in plaats van: de gemeente, de raad, het
                                            college van burgemeester en wethouders en de
                                            burgemeester, onderscheidenlijk: het
                                            Samenwerkingsverband, het algemeen bestuur, het
                                            dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Instelling</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd: Regionaal Milieubedrijf
                                Brabant-Noordoost, gevestigd te Cuijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzorgingsgebied van het Regionale Milieubedrijf wordt gevormd
                                door het grondgebied van de daaraan deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II.</nr><titel>Doel van de regeling</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen beleidsdoel</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het openbaar lichaam heeft de behartiging van de
                                    gemeenschappelijke belangen op het gebied van de milieuzorg tot
                                    taak. Zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader
                                    is bepaald over de aan haar opgedragen taken en
                                    bevoegdheden.</al></li><li nr="2."><al>Voor de behartiging van de gemeenschappelijke milieuzorgtaken
                                    wordt een Regionaal Milieubedrijf opgericht.</al></li></lijst><al><cursief>Uitwerking van het algemeen beleidsdoel</cursief></al><al><vet>1.</vet><vet> Ontwikkeling, afstemming en coördinatie van
                                milieubeleid</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de milieuzorg wordt aan het Regionaal
                                    Milieubedrijf opgedragen de ontwikkeling, afstemming en
                                    coördinatie van het milieubeleid van de bij het Regionaal
                                    Milieubedrijf aangesloten gemeenten en van de door deze
                                    gemeenten op te richten samenwerkingsverbanden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het eerste lid voortvloeiende werkzaamheden worden
                                    opgedragen en uitgewerkt in een Regionaal Milieubeleidsplan en
                                    een meerjaren Regionaal Milieu-uitvoeringsprogramma. Het
                                    Regionaal Milieu-uitvoeringsprogramma wordt door het algemeen
                                    bestuur vastgesteld, gelijktijdig met de begroting als bedoeld
                                    in artikel 37, derde lid.</al></li></lijst><al><vet>2.</vet><vet> De uitvoering van milieutaken</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de
                                    burgemeester van een gemeente kunnen, ieder voor zover zij
                                    bevoegd zijn, aan het Regionaal Milieubedrijf opdragen de
                                    uitvoering van milieutaken van hen over te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Voor het opdragen en uitvoeren van milieutaken als bedoeld in
                                    lid 1 van dit artikel wordt tussen de daar om verzoekende
                                    gemeente en het Regionaal Milieubedrijf een contract gesloten
                                    overeenkomstig de door het algemeen bestuur van het Regionaal
                                    Milieubedrijf daarvoor vast te stellen Model-overeenkomst.</al></li></lijst><al><vet>3.</vet><vet> Op verzoek te behartigen belangen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester van de deelnemende gemeenten kunnen, ieder voor zover
                                zij bevoegd zijn, aan het Regionaal Milieubedrijf verzoeken de
                                behartiging van belangen op het gebied van milieuzorg en/of
                                afvalverwerking anders dan bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze
                                regeling, van hen over te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek
                                tot het wijzigen van de met toepassing van dit en het volgende
                                artikel overgenomen belangenbehartiging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester kunnen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, na overleg
                                met het dagelijks bestuur van het Regionaal Milieubedrijf, bepalen,
                                dat de met toepassing van dit en het volgende artikel door het
                                Regionaal Milieubedrijf overgenomen belangenbehartiging ten behoeve
                                van die gemeente, geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd. Daarvan
                                wordt door het desbetreffende gemeentebestuur aan gedeputeerde
                                staten mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Op verzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid van het vorige
                                    artikel, beslist het algemeen bestuur. Bij dat besluit wordt
                                    bepaald, welke taken en bevoegdheden worden overgenomen of in
                                    hoeverre deze worden gewijzigd.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur kan, na overleg met het desbetreffende
                                    gemeentelijk orgaan, de met toepassing van het vorige en dit
                                    artikel overgenomen belangenbehartiging geheel of gedeeltelijk
                                    beëindigen.</al></li><li nr="3."><al>Bij een besluit als bedoeld in de vorige leden of indien het
                                    derde lid van het vorige artikel toepassing vindt, regelt het
                                    algemeen bestuur, na overleg met het desbetreffende gemeentelijk
                                    orgaan, de financiële en overige gevolgen en/of voorwaarden voor
                                    de desbetreffende gemeente(n).</al></li><li nr="4."><al>Een besluit als bedoeld in dit artikel, wordt door het dagelijks
                                    bestuur aan de besturen van de gemeenten en aan gedeputeerde
                                    staten medegedeeld.</al></li></lijst><al><vet>Afvalverwerking</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de afvalverwerking worden aan het Regionaal
                                    Milieubedrijf de taken en bevoegdheden opgedragen inzake de
                                    voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het
                                    afvalverwerkingsbeleid.</al></li><li nr="2."><al>Tot het afvalverwerkingsbeleid behoren in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de nazorg voor gesloten stortplaatsen, met dien
                                            verstande, dat dit taakonderdeel zich, tot nadere
                                            besluitvorming, zal beperken tot deelname aan een
                                            meerjarig onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van handhavingsactiviteiten in het kader
                                            van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>deel te nemen aan de Vereniging van contractanten;</al></li><li nr="d."><al>uitvoering van de Provinciale Milieuverordening voor
                                            zover dat in het kader van de Afvalverwerking
                                            noodzakelijk is;</al></li><li nr="e."><al>het beheer van de in het gebied gelegen stortplaat te
                                            Oss (Voorste Heide);</al></li><li nr="f."><al>het opstellen van een regionaal uitvoeringsplan voor de
                                            afvalverwerking.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Volkshuisvesting</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7b</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de volkshuisvesting worden aan het Regionale
                                    Milieubedrijf de taken en bevoegdheden opgedragen inzake de
                                    gehele uitvoering van het Besluit woninggebonden subsidies, voor
                                    zover bepaald voor het budgethoudend bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Tot de uitvoering van het Besluit woninggebonden subsidies
                                    behoren in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de besteding van de budgetten, door d minister aan het
                                            Streekgewest Brabant-Noordoost en aan het Regionale
                                            Milieubedrijf toegedeeld, voor zover betrekking hebbend
                                            op het Besluit Woninggebonden Subsidies, door verlening
                                            van geldelijke steun aan belanghebbenden. Ten behoeve
                                            hiervan heeft het Regionale Milieubedrijf de bevoegdheid
                                            geldleningen aan te gaan;</al></li><li nr="b."><al>het voeren van een bijbehorende verplichtingen- en
                                            kasadministratie c.q. budgetbeheer;</al></li><li nr="c."><al>de verantwoording naar de rijksoverheid toe;</al></li><li nr="d."><al>de besteding van de vrijvallende middelen ten behoeve
                                            van de volkshuisvesting.</al></li></lijst></li></lijst><al>(Per ingangsdatum van de wijziging alle taken en bevoegdheden in het
                            kader van het Besluit woninggebonden subsidies over te dragen aan het
                            Regionaal Milieubedrijf Brabant-Noordoost; met uitzondering van de
                            gemeente Oss.)</al><al><vet><cursief> Verhouding van de taakopdracht aan het
                                    Samenwerkingsverband tot de bevoegdheden van de
                                    gemeentebesturen</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De gemeenten onthouden zich van het uitoefenen van de hun toekomende
                            bevoegdheden, indien en voor zover zij die aan het Regionaal
                            Milieubedrijf hebben overgedragen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Het bestuur van de regeling</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemene bepalingen</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur van het Regionaal Milieubedrijf bestaat uit een
                                    algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het Regionaal
                                    Milieubedrijf.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en tevens
                                    van het dagelijks bestuur.</al></li></lijst><al><cursief>Samenstelling van het algemeen bestuur</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur bestaat uit leden die door de raden uit hun
                                    midden, de voorzitter inbegrepen, worden aangewezen. De raden
                                    wijzen elk één lid van het algemeen bestuur aan.</al></li><li nr="2."><al>De raden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, tevens
                                    één plaatsvervangend lid aan.</al></li><li nr="3."><al>De raden besluiten zo mogelijk in de eerste vergadering van elke
                                    zittingsperiode tot de aanwijzing van het lid en het
                                    plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="4."><al>De zittingsperiode van het algemeen bestuur is gelijk aan die
                                    van de raden. Indien de leden hun kwaliteit om aangewezen te
                                    worden behouden, blijven zij na periodieke aftreding hun functie
                                    als lid van het algemeen bestuur waarnemen, totdat de raad is
                                    overgegaan tot aanwijzing van een lid voor de nieuwe
                                    zittingsperiode.</al></li><li nr="5."><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat
                                    schriftelijk in bij de voorzitter van de raad, die hen heeft
                                    aangewezen. Indien zij hun kwaliteit om aangewezen te worden
                                    behouden, blijven zij hun functie als lid van het algemeen
                                    bestuur waarnemen, totdat in hun opvolging is voorzien.</al></li><li nr="6."><al>In tussentijdse vacatures wordt door de raad die het aangaat. zo
                                    mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering voorzien.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders doen binnen acht dagen aan de
                                    voorzitter van het algemeen bestuur mededeling van het ontstaan
                                    van tussentijdse vacatures en van de aanwijzing van een nieuw
                                    lid, ter voorziening in die vacatures.</al></li></lijst><al><cursief>Onverenigbare betrekkingen</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het
                                Regionaal Milieubedrijf aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel
                                gelijkgesteld zij die in dienst van het Regionaal Milieubedrijf op
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Zodra blijkt, dat een lid van het algemeen bestuur een met het
                                    lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid
                                    te zijn.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur geeft hiervan kennis aan
                                    de voorzitter van de raad, die het lid heeft aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van het algemeen bestuur komt te verkeren in het
                                    geval, genoemd in het eerste lid, geeft hij hiervan kennis aan
                                    het algemeen bestuur, met vermelding van de reden.</al></li><li nr="4."><al>Indien de kennisgeving niet is gedaan en het dagelijks bestuur
                                    van oordeel is, dat een lid van het algemeen bestuur verkeert in
                                    het geval, genoemd in het eerste lid, waarschuwt het de
                                    belanghebbende.</al></li><li nr="5."><al>Het staat deze vrij de zaak binnen acht dagen daarna aan het
                                    oordeel van het algemeen bestuur te onderwerpen.</al></li></lijst><al><cursief>Bevoegdheden van het algemeen bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van de vervulling van de bij artikel 4, artikel 5 en
                                    artikel 6 overgedragen taken, wordt door de besturen van de
                                    gemeenten aan het bestuur van het Regionaal Milieubedrijf de
                                    bevoegdheid overgedragen tot het aanvragen en het aanvaarden van
                                    subsidies, bijdragen en dergelijke van derden voor zover die
                                    niet behoren tot de financiële verhouding tussen het Rijk en de
                                    gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Bij toepassing van lid 1 worden de bevoegdheden, die nodig zijn
                                    om de daarbij overgedragen casu quo op verzoek overgenomen taken
                                    te kunnen vervullen, concreet aangegeven. Onder deze
                                    bevoegdheden kan ook begrepen zijn de bevoegdheid tot het
                                    vaststellen van verordeningen, door strafbepaling of
                                    bestuursdwang te handhaven, en tot het heffen van rechten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het Regionaal Milieubedrijf is niet bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van en het deelnemen in stichtingen,
                                            maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere
                                            verenigingen;</al></li><li nr="b."><al>het uitlenen van gelden, het tijdelijk beleggen van
                                            overtollige kasgelden daaronder niet begrepen;</al></li><li nr="c."><al>het waarborgen van geldelijke verplichtingen, door
                                            anderen aan te gaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van hetgeen is bepaald in lid 3 van dit artikel kan worden
                                    afgeweken met toepassing van lid 48 van deze regeling.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in lid 3a van dit artikel is niet van toepassing op
                                    de oprichting van de Stichting Eindafwerking en Nazorg
                                    Stortplaatsen.</al><lijst><li nr="6.1."><al>Aan het algemeen bestuur van het Regionaal Milieubedrijf
                                            Brabant-Noordoost worden de bevoegdheden overgedragen
                                            tot het besluiten van:</al></li><li nr="a."><al>het voeren van civielrechtelijke rechtsgedingen:</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>ter invordering van schadevergoedingen op grond van onrechtmatig
                                    handelen (artikel 6:162 BW en volgende) en wanprestatie (artikel
                                    6:174 BW en volgende) voor door het Regionaal Milieubedrijf
                                    geleden schade;</al></li><li nr="-"><al>ter invordering van vergoedingen voor dienstverlening door het
                                    Regionaal Milieubedrijf;</al></li><li nr="-"><al>ter zake van onverschuldigd verrichte betalingen door het
                                    Regionaal Milieubedrijf;</al><lijst><li nr="b."><al>het voeren van verweer ter zake van tegen het Regionaal
                                            Milieubedrijf ingestelde civielrechtelijke
                                            rechtsvorderingen;</al></li><li nr="c."><al>het ingevolge de Algemene wet bestuursrecht of een
                                            andere wet indienen van bezwaar en het instellen van
                                            beroep bij een administratieve rechter tegen een besluit
                                            van een bestuursorgaan; een en ander voor zover het
                                            Regionaal Milieubedrijf rechtstreeks belanghebbende is
                                            in het kader van het uitvoeren van de haar door de
                                            gemeente in onderhavige regeling opgedragen taken op de
                                            terreinen van milieu en afvalverwerking.</al></li><li nr="6.2."><al>Het algemeen bestuur is bevoegd om de onder 1 genoemde
                                            bevoegdheden over te dragen op het dagelijks
                                            bestuur.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Het derde lid onder c is niet van toepassing op de
                                    garantiestelling ten behoeve van de contractuele verplichtingen
                                    van NV Sturing Afvalverwijdering Noord-Brabant jegens de NV
                                    Afval-verbranding Zuid-Nederland betreffende de verbranding van
                                    afvalstoffen in de Afvalverbrandingsinstallatie Moerdijk, zoals
                                    deze garantiestelling is opgenomen in artikel 2, derde lid van
                                    de overkomst van 15 juli 1993 tussen het Streekgewest
                                    Brabant-Noordoost in liquidatie en de NV Sturing
                                    Afvalverwijdering Noord-Brabant.</al></li></lijst><al><cursief>Vergaderingen van het algemeen bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste drie maal en
                                    voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit
                                    nodig oordeelt, of tenminste eenvijfde van het aantal leden dit,
                                    onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van de voorzitter worden dag en uur van de
                                    vergadering in elke gemeente door de burgemeester ter openbare
                                    kennis gebracht.</al></li><li nr="3."><al>De uitnodigingen voor de vergaderingen worden, spoedeisende
                                    gevallen uitgezonderd, tenminste twee weken vóór het houden van
                                    de vergadering aan de leden en de plaatsvervangende leden van
                                    het algemeen bestuur, alsook aan de besturen van de gemeenten,
                                    toegezonden.</al></li><li nr="4."><al>Elk lid heeft in de vergadering van het algemeen bestuur één
                                    stem.</al></li></lijst><al><cursief>Sluiting van de deuren</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een
                            hesluit genomen worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen;</al></li><li nr="d."><al>besluiten, als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 van de
                                    regeling;</al></li><li nr="e."><al>het invoeren, wijzigen of afschaffen van rechten of
                                    belastingen;</al></li><li nr="f."><al>het toetreden tot, uittreden uit, wijziging, vervanging en
                                    opheffing van de regeling, als bedoeld in de artikelen 46 tot en
                                    met 49 van deze regeling.</al></li></lijst><al><cursief>Reglement van orde</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden vast.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand
                                    wordt verleend aan de leden van het bestuur.</al></li></lijst><al><cursief>Stemrecht</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk lid heeft in de vergadering van het algemeen bestuur één
                                    stem.</al></li><li nr="2."><al>Als toepassing is/wordt gegeven aan het bepaalde in de artikelen
                                    6 en 7 van deze regeling, onthouden de vertegenwoordigers van
                                    niet aan de behartiging van een belang deelnemende gemeenten
                                    zich bij de besluitvorming daaromtrent van stemming.</al></li></lijst><al><cursief>Dagelijks Bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>1.Het dagelijks bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter en</al></li><li nr="b."><al>twee andere leden, die door het algemeen bestuur uit zijn midden
                                    worden aangewezen.</al><lijst><li nr="2."><al>De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur
                                            vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen
                                            bestuur van elke zittingsperiode.</al></li><li nr="3."><al>Zij houden op lid van het dagelijks bestuur te zijn op
                                            de dag, waarop zij ophouden lid van het algemeen bestuur
                                            te zijn.</al></li><li nr="4."><al>In de gevallen, voorzien in de leden 3 en 4, blijven de
                                            leden van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen,
                                            zolang zij hun functie als lid van het algemeen bestuur
                                            blijven vervullen of op grond van de leden 4 of 5 van
                                            artikel 10 waarnemen en in hun opvolging als lid van het
                                            dagelijks bestuur nog niet is voorzien.</al></li><li nr="5."><al>De artikelen 40 en 41 van de Gemeentewet zijn van
                                            overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
                                            openvalt, voorziet het algemeen bestuur ten spoedigste
                                            daarin. Gaat het openvallen van een plaats gepaard met
                                            het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur,
                                            dan stelt het algemeen bestuur het aanwijzen van een
                                            nieuw lid uit, totdat de opengevallen plaats in het
                                            algemeen bestuur is bezet.</al></li><li nr="7."><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis van een lid van
                                            het dagelijks bestuur, alsmede in geval een lid met de
                                            waarneming van het voorzitterschap is helast, kan het
                                            algemeen bestuur een lid uit zijn midden aanwijzen, dat
                                            tijdelijk met de waarneming van de functie van het
                                            desbetreffende lid van het dagelijks bestuur wordt
                                            belast.</al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Vergaderingen van het dagelijks bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter stelt dag, uur en plaats van de vergaderingen vast
                                    met inachtneming van hetgeen daaromtrent in het reglement van
                                    orde, bedoeld in artikel 20, is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het
                                    dagelijks bestuur de onderlinge verdeling van werkzaamheden en
                                    de onderlinge plaatsvervanging. Daarvan worden het algemeen
                                    bestuur en de raden in kennis gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één
                                    stem.</al></li><li nr="5."><al>Voor de vergadering van het dagelijks bestuur kunnen adviseurs
                                    worden uitgenodigd.</al></li></lijst><al><cursief>Reglement van orde</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                            werkzaamheden een reglement van orde vast.</al><al><cursief>Voorzitter</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden
                                    aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis wordt de functie
                                    waargenomen door een lid, door het dagelijks bestuur uit zijn
                                    midden aan te wijzen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het Regionaal Milieubedrijf in en
                                    buiten rechte.</al></li></lijst><al><cursief>Commissies</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur van het Regionaal Milieubedrijf kan
                                    commissies van advies instellen. Het regelt de bevoegdheden en
                                    de samenstelling daarvan.</al></li><li nr="2."><al>De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks
                                    bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar
                                    bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen
                                    bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk
                                    van de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                                    voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk
                                    de voorzitter ingesteld.</al></li><li nr="4."><al>Voor de uitvoering van verzoektaken op grond van een besluit als
                                    bedoeld in artikel 6 van deze regeling kunnen, ingevolge artikel
                                    25 van de wet, door het algemeen bestuur commissies met
                                    bestuursbevoegdheden worden ingesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het ontwerp voor een besluit tot instelling van een commissie
                                    als bedoeld in het voorgaande lid wordt aan de raden toegezonden
                                    om de in artikel 25, tweede lid van de wet bedoelde verklaring
                                    van geen bezwaar te kunnen krijgen.</al></li><li nr="6."><al>De in het vijfde lid bedoelde verklaring van geen bezwaar wordt
                                    geacht te zijn gegeven, indien niet binnen dertien weken na
                                    verzending van het in het vijfde lid bedoelde ontwerpbesluit een
                                    reactie van de betrokken raad is ontvangen.</al></li><li nr="7."><al>Samenstelling en bevoegdheden van de in lid 4 bedoelde
                                    bestuurscommissies worde~oor het algemeen bestuur bij
                                    afzonderlijke verordening geregeld.</al></li><li nr="8."><al>Ingevolge lid 4 van dit artikel worden commissies met
                                    bestuursbevoegdheden ingesteld voor:</al><lijst><li nr="-"><al>de afvalverwerking in de regio Brabant-Noordoost;</al></li><li nr="-"><al>de afvalinzameling in het Land van Cuijk.</al></li></lijst></li></lijst><al>(Geen overgangsrecht voor gemeente Uden is van toepassing.)</al><al><cursief>Inlichting van leden aan de raden</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad, die hem
                                    heeft aangewezen, alle inlichtingen, die één of meer leden van
                                    die raad van hem verlangen.</al></li><li nr="2."><al>De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd. De vragensteller
                                    vermeldt daarbij of schriftelijk dan wel mondeling antwoord
                                    wordt verlangd. De vragen worden bij de voorzitter van de raad
                                    ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge
                                    beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering
                                    van de raad beantwoord. Indien om een schriftelijke
                                    beantwoording is gevraagd, geschiedt deze uiterlijk binnen acht
                                    weken, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de
                                    gestelde vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is
                                    geschied, een afschrift van het antwoord, worden aan de leden
                                    van de raad ter kennisname toegestuurd.</al></li><li nr="4."><al>Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde
                                    termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo
                                    spoedig mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks
                                    aan de vragensteller en de leden van de raad, onder opgave van
                                    redenen tijdig medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van
                                    dit artikel, vragen heeft gesteld, kan bij de mondelinge
                                    beantwoording in dezelfde raadsvergadering en bij de
                                    schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende
                                    raadsvergadering, zonder verlof van de raad, nadere inlichtingen
                                    vragen omtrent het door het lid van het algemeen bestuur gegeven
                                    antwoord.</al></li></lijst><al><cursief>Verantwoording van de leden</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd
                                    aan de raad die hem heeft aangewezen, voor het door hem in het
                                    algemeen bestuur gevoerde beleid.</al></li><li nr="2."><al>Indien een lid van de raad het door de raad aangewezen lid van
                                    het algemeen bestuur ter verantwoording wenst te roepen omtrent
                                    een onderwerp, vreemd aan de orde van de dag, verzoekt hij
                                    daartoe het verlof van de raad.</al></li><li nr="3."><al>Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met
                                    de vragen die hij wenst te stellen, tenminste vier maal
                                    vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering in handen
                                    van de voorzitter van de raad. Deze zorgt, dat de leden van de
                                    raad daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis
                                    krijgen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het verlof wordt verleend, bepaalt de raad tevens, in
                                    welke vergadering de interpellatie wordt gehouden.</al></li><li nr="5."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.</al></li></lijst><al><cursief>Ontslag</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen
                                    bestuur, dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig
                                    ontslag verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst><al><cursief>Inlichtingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen
                                bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen
                                    bestuur, wanneer een of meer van zijn leden hier om verzoeken,
                                    alle gevraagde inlichtingen.</al></li><li nr="3."><al>De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge
                                    beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering
                                    van het algemeen bestuur beantwoord. Indien om een schriftelijke
                                    beantwoording is gevraagd, geschiedt deze uiterlijk binnen vier
                                    weken, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de
                                    gestelde vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is
                                    geschied, een afschrift van het antwoord, worden aan de leden
                                    van het algemeen bestuur en aan de gemeenten ter kennisname
                                    toegestuurd.</al></li><li nr="4."><al>Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde
                                    termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo
                                    spoedig mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks
                                    aan de vragensteller en aan de leden van het algemeen bestuur,
                                    onder opgave van redenen, tijdig medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van
                                    dit artikel vragen heeft gesteld, kan bij mondelinge
                                    beantwoording in dezelfde vergadering van het algemeen bestuur
                                    en hij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende
                                    vergadering, zonder verlof van het algemeen bestuur, nadere
                                    inlichtingen vragen omtrent een door het dagelijks bestuur of
                                    een lid daarvan gegeven antwoord.</al></li><li nr="6."><al>De vorige leden zijn eveneens van toepassing op de voorzitter
                                    voor het door hem gevoerde bestuur.</al></li></lijst><al><cursief>Verantwoording dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen
                                bestuur</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van het algemeen bestuur het dagelijks bestuur,
                                    of een lid van dat college afzonderlijk, ter verantwoording
                                    wenst te roepen omtrent een onderwerp, vreemd aan de orde van de
                                    dag, verzoekt hij daartoe het verlof van het algemeen
                                    bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met
                                    de vragen, welke hij daarbij wenst te stellen, tenminste vier
                                    maal vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering in
                                    handen van de voorzitter. Deze zorgt, dat de leden van het
                                    algemeen bestuur en de gemeenten daarvan zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk kennis krijgen.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het verlof wordt verleend, bepaalt het algemeen
                                    bestuur tevens in welke vergadering de interpellatie kan worden
                                    gehouden.</al></li><li nr="4."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.</al></li><li nr="5."><al>De vorige leden zijn eveneens van toepassing op de voorzitter
                                    voor het door hem gevoerde bestuur.</al></li></lijst><al><cursief>Ontslag</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, dat
                                    zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslag
                                    verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 50 van de Gemeentewet, is daarop van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt mede voor de voorzitter.</al></li></lijst><al><cursief>Inlichtingen van het bestuur aan de raden</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter
                                verstrekken aan de raden de door een of meer leden van die raden
                                gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor
                                zover dat niet in strijd is met het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzoeken om inlichtingen worden door de leden van een raad
                                ingediend hij de voorzitter van zijn raad, die ze onmiddellijk
                                doorzendt aan het desbetreffende orgaan van het Regionaal
                                Milieubedrijf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen in ieder geval binnen
                                acht weken; het dagelijks bestuur en de voorzitter binnen vier
                                weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter zendt een afschrift van een verzoek om inlichtingen en
                                de reactie daarop zo spoedig mogelijk aan de raden van de overige
                                gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV.</nr><titel>Vergoedingen en tegemoetkomingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Vergoedingen en tegemoetkomingen</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen
                                een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie
                                van wethouder, burgemeester of secretaris vervullen, een vergoeding
                                voor hun werkzaamheden ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissies van advies en van de commissies met
                                bestuursbevoegdheden die geen burgemeester, wethouder of lid van de
                                raad zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
                                van de commissies ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoedingen en de
                                tegemoetkomingen vast. De daartoe strekkende besluiten worden aan
                                gedeputeerde staten gezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V.</nr><titel>Personeel en organisatie</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>De secretaris</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Regionaal Milieubedrijf heeft een secretaris, die door het
                                    algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen. Indien
                                    de omstandigheden dat nodig maken, kan het dagelijks bestuur tot
                                    een voorlopige schorsing besluiten.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is directeur van het Regionaal Milieubedrijf.</al></li><li nr="3."><al>Voor elke benoeming dient het dagelijks bestuur een aanbeveling
                                    in van, zo mogelijk, tenminste twee personen.</al></li><li nr="4."><al>Alvorens zijn betrekking te aanvaarden, worden door de
                                    secretaris, zonodig, in de vergadering van het algemeen bestuur,
                                    in handen van de voorzitter, achtereenvolgens de gebruikelijke
                                    eden of beloften afgelegd.</al></li></lijst><al><cursief>Taak van de secretaris</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur,
                                    de voorzitter en de commissies bij in de uitoefening van hun
                                    taak. Hij is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het
                                    dagelijks bestuur aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Alle stukken, uitgaande van het algemeen bestuur en van het
                                    dagelijks bestuur, worden door de secretaris
                                    mede-ondertekend.</al></li></lijst><al><cursief>Benoeming, schorsing en ontslag van het overig
                                personeel</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan zich de benoeming, schorsing en het
                                    ontslag van andere personen in dienst van het Regionaal
                                    Milieubedrijf voorbehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien geen voorbehoud als bedoeld in het vorige lid is gemaakt,
                                    geschiedt de benoeming, schorsing en ontslag van personen in
                                    dienst van het Regionaal Milieubedrijf, door het dagelijks
                                    bestuur.</al></li></lijst><al><cursief>Rechtspositie personeel</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt ten behoeve van de in dienst van het
                                    Regionaal Milieubedrijf werkzame personen een
                                    bezoldigingsregeling vast en de verdere rechtspositieregelingen
                                    welke nodig zijn.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kan het
                                    algemeen bestuur bepalen, dat rechtspositieregelingen van een in
                                    dat besluit genoemde gemeente van overeenkomstige toepassing
                                    zijn op de in dienst van het Regionaal Milieubedrijf werkzame
                                    personen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt bepaald dat bij
                                    het aangaan van deze regeling de rechtspositieregeling van de
                                    gemeente Cuijk van overeenkomstige toepassing is.</al></li></lijst><al><cursief>Organisatieverordening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening vast omtrent de organisatie
                            van het</al><al>ambtelijk apparaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl.</nr><titel>Archief</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Archief</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en het toezicht op
                                de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het Regionaal
                                Milieubedrijf en zijn organen, overeenkomstig de door het algemeen
                                bestuur, met inachtneming van de Archiefwet 1995, vast te stellen
                                regelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                                archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door
                                het algemeen bestuur vast te stellen regelen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Begroting</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur maakt elk jaar een ontwerp-begroting van
                                    uitgaven en inkomsten voor het volgende jaar.</al></li><li nr="3."><al>Nadat aan het bepaalde in de leden I tot en met 3 van artikel 35
                                    van de wet is voldaan, stelt het algemeen bestuur de begroting
                                    vast, uiterlijk op 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor
                                    deze geldt.</al></li></lijst><al><cursief>Rekening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Degene(n), die, ingevolge de in artikel 39 bedoelde
                                    voorschriften belast is/zijn met de samenstelling van een
                                    rekening, draagt/dragen er zorg voor, dat onmiddellijk na de
                                    sluiting van de dienst de rekening van uitgaven en inkomsten
                                    over het voorafgaande dienstjaar wordt opgemaakt. Hij legt/zij
                                    leggen deze vóór 1 maart aan het dagelijks bestuur over. Het
                                    dagelijks bestuur biedt deze rekening(en), na toevoeging van een
                                    verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, ingesteld door
                                    de op grond van artikel 36 aangewezen deskundige, en hetgeen het
                                    dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met
                                    alle bijbehorende bescheiden, ter vaststelling aan het algemeen
                                    bestuur aan. Een jaarverslag over de uitvoering van de middels
                                    de artikel 4 en artikel 5 van deze regeling opgedragen taken
                                    maakt deel uit van de rekening.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt de rekening(en) met het bijbehorende
                                    verslag eveneens aan de raden. Deze kunnen daaromtrent binnen
                                    acht weken na ontvangst het dagelijks bestuur van hun gevoelen
                                    doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin
                                    dit gevoelen is vervat, bij de rekening(en).</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur onderzoekt vervolgens de rekening(en)
                                    zonder uitstel, stelt ze vast, uiterlijk op I juli volgende op
                                    het jaar waarop deze betrekking heeft/hebben en zendt deze toe
                                    aan gedeputeerde staten.</al></li><li nr="5."><al>De vaststelling van een rekening strekt het dagelijks bestuur en
                                    de op grond van artikel 39 aangewezen functionarissen tot
                                    decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in
                                    geschrifte of andere onregelmatigheden.</al></li></lijst><al><cursief>Financiële administratie en geldelijk beheer</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de
                                organisatie van de administratie en van het beheer van
                                vermogenswaarden van het Regionaal Milieubedrijf. Deze regelen
                                dienen te waarborgen, dat aan de eisen van doelmatigheid en controle
                                wordt voldaan. De regelen worden aan gedeputeerde staten
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie en het beheer van vermogenswaarden worden door het
                                dagelijks bestuur opgedragen aan één of meer daartoe bij de in het
                                eerste lid bedoelde regelen aan te wijzen ambtenaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de controle
                            op de administratie en het beheer van vermogenswaarden van de in het
                            tweede lid van artikel 39 bedoelde ambtenaren. Deze controle wordt
                            opgedragen aan één of meer bij de bedoelde regelen aan te wijzen
                            deskundigen. De regelen worden aan gedeputeerde staten toegezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><al>Het algemeen bestuur stelt regelen vast omtrent de verzekering van de
                            gelden van de</al><al>Regionale Milieudienst tegen benadeling door zijn personeel of
                            anderen.</al><al><cursief>Bekostiging</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van de in artikel 4 bedoelde belangenbehartiging door het
                                Regionaal Milieubedrijf worden, voor zover zij niet op andere wijze
                                worden gedekt, door de gemeenten gedragen naar rato van het aantal
                                inwoners op 1 januari van het dienstjaar en overeenkomstig het
                                bepaalde in de leden 2 en 3 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inwonertal van het samenwerkingsverband is de som van de
                                inwoneraantallen van de gemeenten. Als inwonertal van de gemeenten
                                wordt aangehouden het bevolkingscijfer op 1 januari van het
                                betreffende dienstjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bepaalt in alle gevallen, waarin een andere
                                toerekening redelijk en mogelijk is, dat de kosten, verbonden aan
                                het uitvoeren van bepaalde taken of taakonderdelen, op een andere
                                dan op de in de voorgaande leden aangegeven wijze aan de gemeenten
                                worden toegerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van uitvoering van de milieutaken zoals bedoeld in artikel
                                5 komen, voor zover ze middels de Model-overeenkomst zijn
                                vastgelegd, voor rekening van de gemeente die de overeenkomst met
                                het Regionaal Milieubedrijf is aangegaan, en worden verrekend
                                overeenkomstig de bepalingen van de Model-overeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van belangenbehartiging voor milieu-uitvoeringstaken zoals
                                bedoeld in artikel 6 worden, voor zover ze niet middels de
                                Model-overeenkomst zijn vastgelegd, in rekening gebracht bij die
                                gemeente die deze belangenbehartiging vraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van belangenbehartiging ingevolge artikel 6, voor zover niet
                                vastgelegd middels de Model-overeenkomst, die jaarlijks in de
                                begroting zijn opgenomen, komen voor rekening van de gemeenten die
                                om deze taak verzocht hehben naar rato van de kosten van de in het
                                begrotingsjaar afgenomen taak als bedoeld in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Baten van belangenbehartiging ingevolge artikel 6, voor zover niet
                                vastgelegd middels de Model-overeenkomst, die jaarlijks in de
                                begroting zijn opgenomen, komen ten gunste van de gemeenten die om
                                deze taak verzocht hebben naar rato van de middels de
                                Model-overeenkomst aangegane overeenkomsten uitgedrukt in uren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van het Regionaal Milieubedrijf voor
                                    belangenbehartiging zoals bedoeld in artikel 6 worden, voor
                                    zover zij niet op andere wijze worden gedekt, gedragen door de
                                    gemeenten die om deze belangenbehartiging verzocht hebben naar
                                    rato van het aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar en
                                    overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 3 van dit
                                    artikel.</al></li><li nr="2."><al>Het inwonertal is de som van de inwoneraantallen van de
                                    gemeenten die om de belangenbehartiging zoals bedoeld in artikel
                                    6 hebben verzocht. Als inwoneraantal van de gemeenten wordt
                                    aangehouden het bevolkingscijfer op I januari van het
                                    betreffende dienstjaar.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur bepaalt in alle gevallen, waarin een andere
                                    toerekening redelijk en mogelijk is, dat de kosten, verbonden
                                    aan het uitvoeren van bedoelde belangenbehartiging of delen
                                    daarvan, op een andere dan de in de voorgaande leden aangegeven
                                    wijze aan de gemeenten worden toegerekend.</al></li></lijst><al><cursief>Garantie</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><al>Ten behoeve van de geldgever(s) garanderen alle gemeenten, naar rato van
                            de bij of krachtens artikel 42 vastgestelde kostenverdeling, de betaling
                            van renten en aflossingen van de door het Regionaal Milieubedrijf te
                            sluiten overeenkomsten van geldlening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII.</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Toetreding</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een gemeente verzoekt tot de regeling te mogen toetreden,
                                    stelt het algemeen bestuur, na overleg met de desbetreffende
                                    gemeente, de voorwaarden voor die toetreding vast.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt vervolgens het verzoek tot
                                    toetreding met de door het algemeen bestuur vastgestelde
                                    voorwaarden naar de raden.</al></li><li nr="3."><al>Toetreding vindt eerst plaats, indien de raden, de colleges van
                                    burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste
                                    twee-derde van de gemeenten vertegenwoordigende tenminste
                                    twee-derde van het inwonertal van de deel nemende gemeenten
                                    daarin bewilligen. Het algemeen bestuur stelt vast wanneer deze
                                    voorwaarde vervuld is.</al></li><li nr="4."><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op
                                    die van opname in het register, bedoeld in artikel 27, tweede
                                    lid, van de wet tenzij het algemeen bestuur, na overleg met de
                                    betreffende gemeente, anders heeft bepaald.</al></li></lijst><al><cursief>Uittreding</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>1.Uittreding van een gemeente uit deze regeling kan geschieden
                                    bij besluiten van de gemeenteraad, het college van burgemeester
                                    en wethouders en de burgemeester van de betreffende
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar vóór de datum
                                    van uittreding aan het dagelijks bestuur te worden
                                    aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt een besluit tot uittreding van een
                                    gemeente aan de raden.</al></li><li nr="4."><al>Voor een uittredende gemeente geldt een uittredingsverplichting
                                    voor het eerste jaar gelijk aan 100%, voor het tweede jaar
                                    gelijk aan 75 %, voor het derde jaar gelijk aan 50% en voor het
                                    vierde jaar gelijk aan 25% van het begrote nadelig saldo van het
                                    laatste jaar van deelname.</al></li><li nr="5."><al>De uittreding treedt niet in werking dan na opname in de
                                    registers als bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van
                                    de wet.</al></li></lijst><al><cursief>Wijziging en opheffing</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid, kan de regeling
                                op voorstel van het algemeen bestuur worden gewijzigd en worden
                                opgeheven, indien de raden, de colleges van burgemeester en
                                wethouders en de burgemeesters, ieder voor zover zij bevoegd zijn,
                                van tenminste drie-vierde van de gemeenten, vertegenwoordigende
                                tenminste drie-vierde van het inwonertal van het gebied, daartoe
                                besluiten. Het algemeen bestuur stelt vast wanneer deze voorwaarde
                                is vervuld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 4, 6, 10 en 18 kunnen slechts worden gewijzigd bij
                                eensluidende besluiten van de raden, de colleges van burgemeester en
                                wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. In
                                geval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en
                                stelt daartoe de nodige regels op.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden
                                gehoord, vastgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX.</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Eerste aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en
                                eerste vergadering</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt voor
                                    de eerste maal plaats binnen zes weken na de inwerkingtreding
                                    van de regeling.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur komt in eerste vergadering bijeen binnen
                                    acht weken na de inwerkingtreding van de regeling. In deze
                                    vergadering worden de voorzitter en de overige leden van het
                                    dagelijks bestuur aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De leden van het algemeen bestuur worden voor de in het tweede
                                    lid bedoelde vergadering bijeengeroepen door de voorzitter van
                                    de raad van de plaats van vestiging. Hij opent en leidt de
                                    eerste vergadering, tot een voorzitter is aangewezen.</al></li></lijst><al><cursief>Eerste begroting en rekening</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de
                                    periode, aanvangende op de dag, waarop de regeling in werking
                                    treedt, tot het einde van het kalenderjaar, dan wel, wanneer het
                                    algemeen bestuur dit bepaalt, tot het einde van het volgende
                                    kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>De eerste rekening heeft betrekking op de periode, waarvoor de
                                    eerste begroting geldt.</al></li></lijst><al><cursief>Eerste Regionale Milieu-uitvoeringsprogramma</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><al>Het eerste Regionale Milieu-uitvoeringsprogramma is, in afwijking van
                            het gestelde in artikel 4, lid 2, vastgesteld door de streekraad van het
                            Streekgewest Brabant-Noordoost op 30 juni 1997.</al><al><cursief>Eerste Model-overeenkomst</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5, lid 2 van deze regeling is
                            de eerste Model-overeenkomst vastgesteld door de streekraad van het
                            Streekgewest Brabant-Noordoost op 30 juni 1997.</al><al><cursief>Overname van personeel</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr></kop><al>Het personeel dat, hetzij als ambtenaar. hetzij op arbeidsovereenkomst
                            naar burgerlijk recht in dienst is hij het Streekgewest
                            Brabant-Noordoost en dat bij de herstructurering van het Streekgewest
                            Brabant-Noordoost in een functie wordt geplaatst hij het Regionaal
                            Milieubedrijf, wordt geacht in dienst te zijn van het Regionaal
                            Milieubedrijf Brabant-Noordoost met ingang van de dag, waarop de
                            regeling voor die dienst in werking treedt.</al><al><cursief>Toezending ter goedkeuring</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders van de plaats van vestiging
                            zendt de regeling aan gedeputeerde staten ter goedkeuring.</al><al><cursief>Inwerkingtreding en duur van de regeling</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr></kop><al>De regeling wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.</al><al>Zij treedt in werking op I januari 1998.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Gemeenteraad van ……………………in zijn openbare
                        vergadering</ondertekening><ondertekening>van .. -.. -.... ,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders op ..
                        -.. -.... ,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Burgemeester op .. -.. -.... ,</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>