<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2064_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Arnhem 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.Arnhem.nl">Arnhemse Koerier 7 maart 2012.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Arnhem 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.cvdr.nl">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.cvdr.nl">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 24-01-2012, nr. 2011.0.149.053</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Subsidieregeling amateurkunst.</al><al>Subsidieregeling Arnhems fonds samenlevingsbeleid.</al><al>Subsidieregeling extra activiteiten amateurkunst.</al><al>Subsidieregeling fonds cultuur.</al><al>Subsidieregeling huisvesting amateurkunst.</al><al>Subsidieregeling tijdelijke steun aan zelforganisaties.</al><al>Subsidieregeling vrijwillig jeugdwerk.</al><al>8. Subsidieregeling Actief meedoen.</al><al>9. Subsidieregeling Festivals podiumkunsten.</al><al>10. Subsidieregeling Integraal jeugdbeleid.</al><al>11. Subsidieregeling Talentontwikkeling podiumkunsten.</al><al>12. Subsidieregeling Maatschappelijke ondersteuning.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De oorspronkelijke regeling is vastgesteld op 11 maart 2002, CES/FBZ/2001/41 en gewijzigd bij raadsbesluit van 15 december 2003 en 27 februari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Arnhem 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidie: de aanspraak op financiële middelen door een
                                    bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten
                                    van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het
                                    bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;</al></li><li nr="b."><al>subsidieplafond:het bedrag dat gedurende een bepaald
                                    tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                    subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="c."><al>instelling:een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit
                                    en die zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten
                                    te verrichten ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente
                                    Arnhem;</al></li><li nr="d."><al>activiteit: een met gebruikmaking van de subsidie te leveren
                                    product, prestatie of dienst;</al></li><li nr="e."><al>activiteitenplan:plan waarin staat welk product, welke
                                    prestatie of welke dienst men wil gaan leveren met gebruikmaking
                                    van de subsidie en hoe men dat wil realiseren;</al></li><li nr="f."><al>verslag:een door de subsidieontvanger te maken overzicht
                                    van gerealiseerde activiteiten en de in verband daarmee gemaakte
                                    kosten en ontvangen inkomsten;</al></li><li nr="g."><al>tussentijds verslag:een gedurende het subsidietijdvak door
                                    de subsidieontvanger in te dienen overzicht van de gerealiseerde
                                    activiteiten;</al></li><li nr="h."><al>boekjaar: van 1 januari tot 31 december;</al></li><li nr="i."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Bij een andere verordening kan worden afgeweken van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats indien deze naar
                                het oordeel van</al><al> burgemeester en wethouders in voldoende mate in het algemeen
                                gemeentelijk belang zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie wordt slechts verleend indien de subsidieaanvrager
                                rechtspersoonlijkheid bezit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het tweede lid
                                afwijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting
                                die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder
                                de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De instelling die subsidie ontvangt, dient in haar personeelsbeleid
                                gelijke kansen voor vrouwen, gehandicapten en leden van etnische
                                minderheden na te streven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De instelling die subsidie ontvangt dient zich in te spannen om daar
                                waar activiteiten plaatsvinden in een accommodatie deze bereikbaar
                                en toegankelijk te maken voor gehandicapten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De instelling die subsidie ontvangt, dient – voor zover gewerkt
                                wordt met vrijwilligers – te beschikken over een
                                vrijwilligersstatuut, inhoudende een regeling van de verzekeringen
                                van de vrijwilligers, een regeling van de medezeggenschap van de
                                vrijwilligers in het organisatiebeleid en een
                                vergoedingsregeling.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De instelling die subsidie ontvangt dient voor de accommodatie waar
                                met subsidiegelden georganiseerde activiteiten plaatsvinden, nadere
                                spelregels op te stellen, gericht op een beperking van het gebruik
                                van alcohol en tabak.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het vijfde tot
                                en met het achtste lid afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsterrein</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten welke zijn
                                    gelegen op een of meerdere van de volgende
                                    beleidsterreinen:</al><al>* cultuur: - beeldende kunst en vormgeving</al><lijst><li nr="-"><al>amateurkunst</al></li><li nr="-"><al>culturele evenementen en festivals</al></li><li nr="-"><al>podiumkunsten</al></li><li nr="-"><al>film, media en informatietechnologie</al></li><li nr="-"><al>bibliotheekwerk en letteren</al></li><li nr="-"><al>cultuurbereik en –educatie</al></li><li nr="-"><al>cultuurerfgoed</al><al>* educatie: - onderwijsbegeleiding</al></li><li nr="-"><al>onderwijsvoorrangsbeleid</al></li><li nr="-"><al>volwasseneneducatie</al><al> * welzijn en zorg: - kinderopvang en
                                            peuterspeelzaalwerk</al></li><li nr="-"><al>jeugd en jongeren</al></li><li nr="-"><al>samenlevingsopbouw</al></li><li nr="-"><al>minderheden</al></li><li nr="-"><al>vrijwilligerswerk</al></li><li nr="-"><al>ouderen en gehandicapten</al></li><li nr="-"><al>maatschappelijke dienstverlening</al></li><li nr="-"><al>integrale veiligheid</al></li><li nr="-"><al>verslavingszorg</al></li><li nr="-"><al>volksgezondheid</al></li><li nr="-"><al>maatschappelijke opvang</al></li></lijst></li></lijst><al>* arbeidsinschakeling</al><al>* sport: - sportstimulering</al><al>-recreatieve activiteiten</al><al>* milieu</al><al>* economische promotie</al><al>* economische relaties, -ontwikkeling en –beheer</al><al>* stimuleringsmaatregelen op het gebied van toerisme, recreatie,
                            dienstverlening, handel, industrie en detailhandel</al><al>* promotie en public relations</al><al>* wonen/volkshuisvesting.</al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen per beleidsterrein, genoemd in
                                    het eerste lid, nadere regels vaststellen, welke betrekking
                                    kunnen hebben op:</al><lijst><li nr="-"><al>een nadere omschrijving van de activiteiten waarvoor
                                            subsidie kan worden verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>de criteria op grond waarvan subsidie kan worden
                                            verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming
                                            daarover;</al></li><li nr="-"><al>het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
                                            bedrag wordt bepaald;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van verdeling van de krachtens een vastgesteld
                                            subsidieplafond beschikbare middelen;</al></li><li nr="-"><al>de voorwaarden waaronder de subsidie wordt
                                            verleend;</al></li><li nr="-"><al>de verplichtingen van de subsidieontvanger;</al></li><li nr="-"><al>de vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="-"><al>de betaling van de subsidie en het verlenen van
                                            voorschotten;</al></li><li nr="-"><al>het intrekken en wijzigen van de subsidieverlening en
                                            –vaststelling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen voor
                                de verlening van subsidies voor activiteiten binnen
                                beleidsterreinenals genoemd in het eerste lid van artikel
                                4. Indien van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt bij de
                                bekendmaking van het subsidieplafond de wijze van verdeling van de
                                beschikbare middelen bekend gemaakt<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieplafond kan niet worden vastgesteld op een hoger bedrag
                                dan het op de begroting beschikbaar gestelde bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten over het al dan niet verlenen,
                                vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies als bedoeld in het
                                eerste lid van artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten over de aan de verlening te
                                verbinden voorschriften en voorwaarden, alsmede over het aangaan van
                                een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om
                                subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet en tot
                                het afwijzen van aanvragen om subsidie waarvoor noch een wettelijke
                                grondslag bestaat, noch het gestelde in artikel 4:23, derde lid, van
                                de wet van toepassing is. Het tweede lid is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de
                                wet genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien
                                gegronde reden bestaat aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet in voldoende mate in
                                        het algemeen gemeentelijk belang zijn;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden
                                        voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt
                                        gesteld;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of naar alle
                                        waarschijnlijkheid activiteiten zal ontplooien die in strijd
                                        zijn met de wet, het algemene belang of de openbare
                                        orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden,
                                        hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden
                                        kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                        dekken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin geen subsidieplafond is vastgesteld en uit de
                                toepasselijke wettelijke voorschriften geen aanspraak op
                                subsidieverstrekking voortvloeit, kunnen burgemeester en wethouders
                                een aanvraag om subsidie afwijzen op de enkele grond dat op de
                                begroting geen gelden beschikbaar zijn gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan besluiten als bedoeld in het
                            eerste en derde lid van artikel 6 van deze verordening verplichtingen
                            verbinden, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                            subsidie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>AANVRAAG SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><al>1.Voor zover door burgemeester en wethouders niet anders is bepaald,
                            dient de aanvraag vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd, ingediend te worden.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten aanvragen die na 1 oktober
                            zijn ingediend, niet te behandelen.</al><lijst><li nr="2."><al>De subsidieaanvraag dient in ieder geval vergezeld te gaan van
                                    een activiteitenplan en een begroting met toelichting.</al></li><li nr="3."><al>Bij een eerste subsidie aanvraag legt de instelling tevens
                                    over:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de instelling
                                            dan wel van de statuten van de instelling zoals deze
                                            laatstelijk zijn gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de organisatievorm van de
                                            instelling;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></li><li nr="d."><al>de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel
                                            361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de
                                            balans en de staat van baten en lasten en de toelichting
                                            daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag
                                            over de financiële positie van de aanvrager op het
                                            moment van de aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen overlegging eisen van andere
                                    bescheiden dan bedoeld in bovenstaande leden, dan wel nadere
                                    informatie verlangen, indien zij dit noodzakelijk achten voor
                                    een goede beoordeling van de subsidieaanvraag.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat een
                                    schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als
                                    bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                                    omtrent de getrouwheid van de in lid 3 sub d. bedoelde
                                    bescheiden dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is
                                    gebleken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Melding</titel></kop><al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie
                            heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij
                            daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van
                            zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                            aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zenden de aanvrager zo spoedig mogelijk na
                            ontvangst van de aanvraag van de subsidie een ontvangstbevestiging,
                            waarin de ontvangstdatum is vermeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>BESLISSING OP DE AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beslissing op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 3
                                maanden na binnenkomst van de aanvraag, genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken deze beslissing schriftelijk bekend
                                aan de aanvrager binnen drie weken nadat zij is genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tussentijds verslag en mededelingsplicht van
                                de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tot
                                subsidieverlening de verplichting opnemen dat de subsidieontvanger
                                een tussentijds verslag moet indienen over de voortgang van de te
                                verrichten activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een verplichting zoals vermeld in het eerste lid is opgelegd,
                                wordt in de beschikking tot subsidieverlening een termijn genoemd
                                waarbinnen dit bij burgemeester en wethouders ingediend moet
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het tussentijdse verslag
                                treden burgemeester en wethouders in overleg met de
                                subsidieontvanger omtrent de voortgang van de realisatie van de in
                                de beschikking tot subsidieverlening en/of de subsidieovereenkomst
                                vermelde activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen ontstaan
                                of dreigen te ontstaan tussen de voorgenomen activiteiten en de
                                geraamde inkomsten en uitgaven enerzijds en de werkelijke
                                activiteiten en de werkelijke inkomsten en uitgaven anderzijds, doet
                                de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan burgemeester
                                en wethouders onder vermelding van de oorzaak van de
                                verschillen.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4: VASTSTELLING SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover door burgemeester en wethouders niet anders is bepaald,
                                dient de subsidieontvanger voor 1 april van het jaar volgend op het
                                jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling
                                van de subsidie in te dienen bij burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een financieel verslag en
                                een activiteitenverslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het activiteitenverslag geeft aan of de activiteiten hebben
                                plaatsgevonden overeenkomstig de subsidieverlening en bevat een
                                rapportage over de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de
                                subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het financiële verslag omvat tevens de balans en de
                                exploitatierekening met een toelichting. De balans geeft getrouw,
                                duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief-
                                en passiefposten van het vermogen van de subsidieontvanger aan het
                                einde van het jaar waarop de vast te stellen subsidie betrekking
                                heeft, weer. De exploitatierekening geeft getrouw, duidelijk en
                                stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het jaar waarop
                                vast te stellen subsidie betrekking heeft, weer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het financiële verslag moet zijn voorzien van een schriftelijke
                                verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393 eerste lid,
                                van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de getrouwheid van
                                het verslag, voor zover dit betreft de in het derde lid genoemde
                                aspecten, alsmede over de realisering van de afgesproken
                                prestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het vorige lid
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot vaststelling van de subsidie na afloop van de
                                in het eerste lid bedoelde termijn niet is ingediend, kunnen
                                burgemeester en wethouders de subsidieontvanger een termijn stellen
                                binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De beschikking tot
                                subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                                bedrag overeenkomstig het in dit artikel en in artikel 4:52 van de
                                wet bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie uiterlijk 3 maanden
                                na binnenkomst van de aanvraag tot subsidievaststelling vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken deze beslissing schriftelijk bekend
                                aan de aanvrager binnen drie weken nadat zij is genomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>UITBETALING SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Betaling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het subsidiebedrag in gedeelten wordt betaald, vindt de
                                betaling plaats binnen zes weken na de subsidievaststelling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald. Bij de
                                subsidieverlening dient te worden bepaald hoe de gedeelten worden
                                berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger
                                voorschotten verlenen op basis van een verleende subsidie. De
                                beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                                voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorschotten bedragen in totaal ten hoogste 80 % van de verleende
                                subsidie. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven,
                                kunnen burgemeester en wethouders tot het volledige bedrag
                                voorschotten verlenen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>PER BOEKJAAR VERSTREKTE SUBSIDIES</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><al>De hoofdstukken 1 tot en met 5 en hoofdstuk 7 zijn op de per boekjaar
                            verstrekte subsidies van overeenkomstige toepassing, voor zover in dit
                            hoofdstuk niet anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Per boekjaar verstrekte subsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen met
                                    volledige rechtsbevoegdheid is afdeling 4.2.8. van de wet van
                                    toepassing, tenzij burgemeester en wethouders anders
                                    bepalen.</al></li><li nr="2."><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen zonder
                                    volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde krediet - en
                                    garantieverleningen, is afdeling 4.2.8 van de wet </al></li></lijst><al>zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij burgemeester en
                            wethouders anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Maximaal 4 jaar</titel></kop><al/><al>Subsidie per boekjaar wordt voor ten hoogste vier jaren verleend.</al><al>Artikel 20 De aanvraag tot subsidieverlening</al><al>De aanvraag van een subsidie per boekjaar wordt ingediend voor 1 oktober
                            van het jaar dat voorafgaat aan het boekjaar, tenzij burgemeester en
                            wethouders een andere termijn hebben aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>De beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk 1 januari op de
                                aanvraag van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders conform het bepaalde in artikel 19
                                een andere termijn hebben aangegeven, wordt uiterlijk binnen 3
                                maanden na deze termijn een beslissing op de aanvraag van de
                                subsidie genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>De subsidieontvanger dient voor 1 april van het jaar volgend op het
                            tijdvak waarover subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van
                            de subsidie in te dienen bij burgemeester en wethouders. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 De beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst
                            op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Betaling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het subsidiebedrag in gedeelten wordt betaald, vindt de
                                betaling plaats binnen zes weken na de subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald. Bij de
                                subsidieverlening dient te worden bepaald hoe de gedeelten worden
                                berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger
                                voorschotten verlenen op basis van een verleende subsidie. De
                                beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                                voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorschotten bedragen in totaal ten hoogste 80% van de verleende
                                subsidie. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven,
                                kunnen burgemeester en wethouders tot het volledige bedrag
                                voorschotten verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van burgemeester en
                                wethouders voor het verrichten van de in artikel 4:71 eerste lid,
                                van de wet genoemde handelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling of ontheffing
                                verlenen van het bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de subsidieontvanger een
                            egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><al>Artikel 4:76 van de wet is van overeenkomstige toepassing op
                            subsidieontvangers die hun inkomsten in overwegende mate ontlenen aan de
                            subsidie, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële
                                verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid,
                                van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de
                                bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het
                                activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met
                                het financiële verslag verenigbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een
                                schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële
                                verslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de
                                in het derde lid bedoelde verklaring.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De accountant onderzoekt tevens de naleving van de aan de subsidie
                                verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een aanwijzing over de reikwijdte
                                en de intensiteit van de controle als bedoeld in het tweede lid,
                                vast. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in dit artikel
                                ontheffing verlenen.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7: OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29 Afwijkingsmogelijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in individuele gevallen
                                    afwijken van een of meerdere bepalingen uit deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                    college van burgemeester en wethouders.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd controle uit te oefenen
                                    op de getrouwheid van het door de subsidieontvanger in te dienen
                                    bescheiden.</al></li><li nr="2."><al>De administratie van de subsidieontvanger dient zodanig
                                    inzichtelijk ingericht te zijn dat de in het eerste lid bedoelde
                                    controle op eenvoudige wijze mogelijk is.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is verplicht om de door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen ambtenaren inzage te geven in zijn boeken
                                    en andere zakelijke bescheiden en toegang te verlenen tot zijn
                                    gebouwen voor zover de in het eerste lid genoemde controle dat
                                    vereist.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Liquidatie, splitsing of fusie instelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een instelling welke voor haar inkomsten grotendeels afhankelijk
                                    is van gemeentelijke subsidies informeert burgemeester en
                                    wethouders terstond over het voornemen om een fusie aan te gaan,
                                    dan wel de instelling te liquideren of te splitsen.</al></li><li nr="2."><al>Subsidies en termijnbetalingen worden bij liquidatie, splitsing
                                    of fusie voor het nog niet gerealiseerde deel van het doel
                                    waarvoor subsidie beschikbaar werd gesteld, terugbetaald aan de
                                    gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Bij liquidatie worden het batig saldo van de liquidatierekening
                                    en een overblijvend eigen vermogen – voor zover deze direct of
                                    indirect gevormd zijn met subsidies van de gemeente Arnhem –
                                    door burgemeester en wethouders teruggevorderd.</al></li><li nr="4."><al>Bij splitsing of fusie besluiten burgemeester en wethouders, na
                                    overleg met betrokken instellingen, over de bestemming van het
                                    eigen vermogen voor zover dat direct of indirect gevormd is met
                                    subsidies van de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het is de instelling niet toegestaan om vrije reserves te
                                    vervreemden of onder te brengen bij zogenaamde
                                    dochterinstellingen behoudens voorafgaande schriftelijke
                                    goedkeuring van burgemeester en wethouders.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet,
                                    is de subsidieontvanger aan de gemeente een vergoeding van de
                                    vermogenswaarden verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                    vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></li><li nr="3."><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
                                    van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op
                                    het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
                                    verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor
                                    verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag
                                    dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
                                    ontvangen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                    door een onafhankelijke deskundige.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                            verleend, blijven de bepalingen van de bij raadsbesluit van 2 december
                            1996 vastgestelde Algemene Subsidie Verordening 1996 en daarop
                            gebaseerde nadere regels van burgemeester en wethouders van
                            toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na bekendmaking
                                    ervan.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene Subsidie Verordening Arnhem 1996 vervalt op het in
                                    het tweede lid bedoelde tijdstip, met dien verstande dat de
                                    daarin neergelegde bepalingen van kracht blijven ten aanzien van
                                    subsidies die voor dit tijdstip zijn verleend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            Arnhem 2002.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING OP DE ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING (ASV)</vet></al><al/><al><onderstreept>1. INLEIDING</onderstreept></al><al>Bij subsidieverstrekking moet het gemeentebestuur rekening houden met hetgeen in
                    de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald. De Awb bevat een groot aantal
                    artikelen over de subsidieprocedure (Titel 4.2) waarvan sommige artikelen direct
                    en sommige artikelen indirect van toepassing zijn op de subsidieverstrekking
                    door het gemeentebestuur. </al><al>Ingevolge een aantal adviezen van de commissie voor beroep en bezwaar kwam aan
                    het licht dat de ASV zoals deze was vastgesteld in 1996 (oude ASV) niet voorzag
                    in vervulling van de eisen die de Awb sinds 1998 aan de subsidieverlening stelt.
                    Met name bood de oude ASV geen wettelijke grondslag voor de verplichting die
                    artikel 4:23, eerste lid van de Awb stelt. In de oude ASV was namelijk geen
                    bepaling opgenomen waarin de te subsidiëren activiteiten werden genoemd.
                    Hierdoor was het niet mogelijk om rechtsgeldige subsidies te verstrekken die hun
                    grondslag vinden in de oude ASV. Om dit gebrek in de verordening te herstellen
                    is er in 2002 een nieuwe ASV vastgesteld.</al><al>In de structuur van de nieuwe ASV (2002) zijn de verschillende rechtsmomenten
                    die de Awb onderscheidt (verlening, vaststelling en betaling van subsidie)
                    verwerkt. De hoofdstukindeling van de nieuwe ASV luidt als volgt: </al><lijst><li nr="1."><al>Inleidende bepalingen;</al></li><li nr="2."><al>Aanvraag subsidie;</al></li><li nr="3."><al>Beslissing op de aanvraag;</al></li><li nr="4."><al>Vaststelling subsidie;</al></li><li nr="5."><al>Uitbetaling subsidie;</al></li><li nr="6."><al>Per boekjaar verstrekte subsidies;</al></li><li nr="7."><al>Overige bepalingen. </al></li></lijst><al>Om de nieuwe verordening vorm te kunnen geven is een aantal keuzes gemaakt. Deze
                    keuzes worden hieronder kort besproken.</al><al/><al><onderstreept>2. VORMEN VAN SUBSIDIES</onderstreept></al><al>De <onderstreept>oude</onderstreept> ASV (1996) onderscheidde verschillende
                    soorten subsidies: budgetsubsidies, incidentele subsidies, waarderingssubsidies.
                    Verder werden er subsidies verleend op grond van de begroting.</al><al>In de <onderstreept>nieuwe</onderstreept> ASV (2002) wordt dit onderscheid niet
                    meer gemaakt.</al><al>De nieuwe ASV (2002) kent enerzijds subsidies die voor maximaal
                        <onderstreept>een jaar</onderstreept> worden verstrekt (subsidies op basis
                    van stelposten zoals fonds cultuur, minderheden, etc.). Bij deze subsidies dient
                    er na een jaar weer een nieuwe aanvraag voor subsidiëring te worden ingediend en
                    vindt er een nieuwe beoordeling plaats.</al><al>Daarnaast is er een hoofstuk opgenomen (hoofdstuk 6) dat gaat over
                        <onderstreept>per boekjaar
                        verstrekte</onderstreept><onderstreept>subsidies</onderstreept>. Deze kunnen
                    voor maximaal 4 jaar worden verleend. Aan deze subsidies worden strengere eisen
                    gesteld welke in afdeling 4.2.8 van de Awb zijn opgenomen, bv. een
                    accountantscontrole. In de praktijk zullen deze subsidies voornamelijk worden
                    gebruikt voor de grotere instellingen.</al><al>Kenmerk van deze per boekjaar verstrekte subsidies is dat deze voor meerdere
                    jaren kunnen worden verleend en dat jaarlijks wordt vastgesteld (zie artikel
                    4:67 en 4:73 Awb) . In de beschikking tot subsidieverlening dient te worden
                    opgenomen welke gegevens de subsidieontvanger in verband met de vaststelling
                    moet verstrekken alsmede de tijdstippen waarop deze moeten worden overgelegd
                    (zie artikel 4:67, tweede lid, Awb).</al><al>a.Incidenteel subsidieverstrekken</al><al>Indien men incidenteel een subsidie wil verstrekken dan kan dat op grond van de
                    Awb, zonder wettelijke grondslag. De Awb geeft hiervoor een wettelijk kader.
                    Ingevolge het bepaalde in de Awb mag een incidentele subsidie in incidentele
                    gevallen voor ten hoogste vier jaar worden verstrekt. Met andere woorden, de
                    incidentele subsidie moet in tijdsduur beperkt zijn, maar ook het aantal
                    subsidieontvangers moet beperkt zijn. Hierbij moet gekeken worden vanuit het
                    perspectief van de subsidiegever. Indien het bestuursorgaan elk jaar een
                    dergelijke subsidie verleent, is er geen sprake van een incidentele subsidie. </al><al>De intentie van de subsidieverlening ‘nieuwe stijl’ is dat van de incidentele
                    subsidie slechts in incidentele gevallen gebruik gemaakt wordt. Indien een
                    subsidieaanvraag niet onder de beleidsterreinen valt en de desbetreffende
                    subsidie slechts deze ene maal wordt verstrekt. </al><al>Bijvoorbeeld: Champion Gelderland heeft dit ene jaar een tekort op de begroting
                    en het gemeentebestuur wil voor dit tekort wel subsidie verstrekken. Indien het
                    hier gaat om een eenmalige subsidie, kan het gemeentebestuur deze subsidie
                    verstrekken via de weg van de incidentele subsidies. Het is uitdrukkelijk niet
                    de bedoeling dat de gemeente wederom het jaar daarop via de incidentele subsidie
                    een dergelijk tekort aanvult. Mocht een dergelijk geval zich vaker voordoen, dan
                    dient de gemeente een wettelijke voorziening te treffen inzake het subsidiëren
                    van een dergelijk evenement. Dat kan de ASV zijn.</al><al>b.Subsidies ter waardering</al><al>Soms zal het gemeentebestuur via een geldelijke bijdrage zijn waardering uit
                    willen dragen voor bijvoorbeeld de bijzondere activiteiten die een organisatie
                    voor een bepaalde doelgroep verricht. Hierbij behoeft er dan geen verband te
                    bestaan tussen de kosten die de subsidieontvanger voor de activiteit maakt en de
                    subsidie die hij ontvangt. Deze zogenaamde ‘waarderingssubsidies’ kunnen op
                    grond van de ASV worden verstrekt. De definitie van subsidie in de ASV geeft
                    immers geen verband aan tussen de hoogte van subsidie en de kosten die gemoeid
                    zijn de activiteit. Indien het bestuursorgaan een dergelijke subsidie wil
                    toekennen dan kan het de ‘normale weg’ van de ASV volgen.</al><al>c.Investeringssubsidies</al><al>Investeringssubsidies (subsidies voor bijvoorbeeld de aankoop van onroerend
                    goed) komen niet vaak voor. Deze subsidies kunnen worden verleend door middel
                    van het opnemen van deze subsidie in de begroting. Er moet dan in de
                    (toelichting op de) begroting vermeld worden wie de subsidieontvanger is en wat
                    het maximale bedrag is dat deze ontvanger aan subsidie kan ontvangen (zie
                    artikel 4:23, derde lid, aanhef en sub c, van de Awb). Indien deze weg niet
                    mogelijk is of te omslachtig (omdat de begroting dan gewijzigd moet worden) kan
                    een dergelijke (niet veel voorkomende) subsidie langs de weg van een incidentele
                    subsidie worden verleend.</al><al/><al><onderstreept>3. ALGEMENE OF SPECIFIEKE VERORDENING</onderstreept></al><al>Het uitgangspunt is dat door het gemeentebestuur verstrekte subsidies een
                    wettelijke grondslag krijgen in de ASV. In bijzondere gevallen kan een
                    specifieke verordening in het leven worden geroepen. Dit soort situaties kan
                    zich voordoen indien er een duidelijke reden is om van de regelingen van de ASV
                    af te wijken. Een dergelijke reden kan zijn dat de termijnen van aanvraag en
                    verstrekking van subsidie anders dienen te liggen dan in de ASV bepaald, indien
                    een wet in formele zin eist dat er een aparte verordening in het leven wordt
                    geroepen voor deze specifieke subsidies of indien het onderwerp van een
                    dergelijke subsidie zo bijzonder is dat dit zich niet goed leent voor regeling
                    in de ASV.</al><al/><al><onderstreept>4. BEVOEGDHEIDSVERDELING</onderstreept></al><al>De Staatscommissie dualisme en lokale democratie bepleitte in haar aanbevelingen
                    dat er een duidelijke scheiding wordt aangebracht tussen de positie en
                    bevoegdheden van de gemeenteraad en die van burgemeester en wethouders. In dit
                    dualistische systeem kan de gemeenteraad vooraf kaders stellen voor het beleid
                    met zijn budgettaire en regelgevende functie en achteraf de uitvoering
                    controleren met alle hem ter beschikking staande controle-instrumenten.
                    Burgemeester en wethouders nemen de uitvoering van het beleid op zich. </al><al>Bij het opstellen van de nieuwe ASV (2002) is bij de verdeling van de
                    bevoegdheden gekozen voor een dergelijk systeem. De gemeenteraad stelt de
                    algemene kaders vast waarbinnen de subsidies verleend moeten worden. Hij werkt
                    de beleidsterreinen globaal uit in de ASV en stelt de begroting vast. </al><al>Burgemeester en wethouders mogen binnen dat kader subsidies verstrekken,
                    vaststellen, wijzigen en intrekken. </al><al>De controle van het gebruik van de bevoegdheden kan op de gebruikelijke weg
                    geschieden, bij de behandeling van de jaarrekening. </al><al/><al><onderstreept>5. PRAKTISCHE UITVOERING</onderstreept></al><al>De bovenstaande fundamentele keuzes hebben geleid tot de keuze van een bepaalde
                    systematiek voor subsidieverstrekking. Dit systeem ziet er als volgt uit. De
                    regels voor de hoofdlijnen van het verstrekken van de subsidies staan in de Awb
                    en de ASV. De regels die verdere uitwerking geven aan deze hoofdlijnen dienen -
                    op grond van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van de ASV - in nadere
                    regels van burgemeester en wethouders te worden opgenomen.</al><al>Hieronder worden enkele onderwerpen nader uitgewerkt die van belang zijn voor de
                    systematiek van de subsidieverstrekking.</al><al>a.Beleidsterreinen</al><al>In de ASV zijn de beleidsterreinen genoemd waarvoor men subsidies kan
                    verstrekken. Deze beleidsterreinen dienen verder gespecificeerd en uitgewerkt te
                    worden in door burgemeester en wethouders vast te stellen nadere regels. In deze
                    nadere regels kunnen de aspecten worden geregeld die door de raad in artikel 4,
                    tweede lid, van de ASV zijn genoemd.</al><al>Zolang op een bepaald in de ASV 2002 genoemd beleidsterrein door burgemeester en
                    wethouders géén nadere regels zijn vastgesteld, moet het desalniettemin mogelijk
                    worden geacht dat burgemeester en wethouders voor activiteiten op die in artikel
                    4, eerste lid, genoemde beleidsterreinen subsidie kunnen verstrekken. Een
                    dergelijke situatie (subsidiëring - bij het ontbreken van nadere regels - énkel
                    op basis van artikel 4, eerste lid, van de ASV 2002) moet echter zoveel mogelijk
                    worden voorkomen. De wederzijdse rechten en plichten van zowel de
                    subsidieontvanger als de subsidiegever zijn in zo’n situatie immers niet
                    duidelijk omlijnd. Het risico bestaat dat onder bepaalde omstandigheden een
                    subsidie niet kan worden geweigerd, alhoewel dat vanuit beleidsmatig oogpunt wel
                    wenselijk zou zijn. Dit is vanuit het oogpunt van beheersbaarheid van de
                    overheidsuitgaven een ongewenste zaak. Het is ook denkbaar dat de
                    bestuursrechter in een dergelijke situatie (subsidiëring - bij het ontbreken van
                    nadere regels - énkel op basis van artikel 4, eerste lid, van de ASV 2002) een
                    tegenovergestelde redenering volgt. In dat geval zal hij bepalen dat de
                    desbetreffende subsidie een onvoldoende wettelijke grondslag kent en daarom niet
                    is toegestaan (artikel 4:23, eerste lid, van de Awb).</al><al>Wat hier verder ook van zij, het mag duidelijk zijn dat subsidiëring enkel op
                    grondslag van artikel 4, eerste lid, van de ASV 2002 en niet mede op basis van
                    nadere regels van burgemeester en wethouders, zoveel mogelijk moet worden
                    voorkomen.</al><al>b.Subsidieplafond</al><al>Het subsidieplafond biedt een oplossing voor het gemeentebestuur indien het
                    aantal aanvragen voor subsidie en daarmee de omvang van het beroep op een
                    subsidieregeling vooraf onbekend is. De regeling in afdeling 4.2.2 van de Awb
                    geeft het gemeentebestuur de mogelijkheid om een subsidieplafond in te stellen
                    waardoor de wettelijke (financiële) aanspraken worden beperkt. Indien een
                    subsidieplafond op de juiste wijze is vastgesteld en bekendgemaakt levert
                    overschrijding van het subsidieplafond een verplichte weigeringsgrond voor een
                    subsidieaanvraag op. In de weigeringsbeschikking behoeft dan nog slechts
                    verwezen te worden naar het subsidieplafond en het feit dat dit plafond bereikt
                    is.</al><al>Indien er geen sprake is van een openeindregeling en van beleidsvrijheid
                    (meestal bij budgetsubsidies) is geen subsidieplafond nodig, hierbij is
                    afwijzing op beleidsmatige gronden - gerelateerd aan wettelijke
                    weigeringsgronden - mogelijk. Het bestuursorgaan kan hierbij ook weigeren op
                    grond dat onvoldoende gelden beschikbaar zijn (zie artikel 7, tweede lid, van de
                    ASV).</al><al>c.Wijze van verdeling</al><al>Indien voor een bepaald beleidsterrein een subsidieplafond wordt vastgesteld,
                    moet de wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebedrag volgens artikel
                    4:26 van de Awb geschieden bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan
                    dat de bevoegdheid daartoe aan een wettelijk voorschrift ontleent. </al><al>Mogelijkheden voor de verdeling zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’;</al></li><li nr="2."><al>tendersysteem: de aanvragen moeten op een bepaald tijdstip worden
                            ingediend. Hierna kan op grond van kwalitatieve criteria een rangorde
                            worden bepaald. Die criteria kunnen dan worden opgenomen in de nadere
                            regels;</al></li><li nr="3."><al>Proforma aanvragen: men kan ook verdelingsregel hanteren dat aanvragen
                            pas voor subsidie in aanmerking komen indien ze volledig zijn. Hiermee
                            voorkom je dat eerder ingediende - maar niet volledige - aanvragen
                            eerder moeten worden behandeld dan later ingediende - wél volledige -
                            aanvragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In dit artikel staan enkele algemene eisen voor subsidieverlening. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat subsidie in beginsel slechts verleend kan worden
                    aan een instelling met rechtspersoonlijkheid. Op basis van het derde lid hebben
                    burgemeester en wethouders evenwel de mogelijkheid om van het tweede lid af te
                    wijken. Zij kunnen derhalve eventueel subsidie verstrekken aan organisaties
                    zonder (volledige) rechtspersoonlijkheid of aan natuurlijke personen. </al><al>Het vierde lid geeft aan dat indien de begroting nog niet is vastgesteld de
                    subsidie slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                    beschikking worden gesteld. Deze voorwaarde kan overigens niet worden gesteld
                    indien er sprake is van subsidieverlening in het kader van een
                    openeinderegeling, dat wil zeggen een wettelijke subsidieregeling die bepaalt
                    dat de subsidie moét worden verleend indien aan bepaalde voorwaarden is
                    voldaan.</al><al>Vanwege het rechtszekerheidsbeginsel dient een eventueel gemaakt
                    begrotingsvoorbehoud in ieder geval altijd in de verleningsbeschikking vermeld
                    te worden (zie artikel 4:34 van de Awb).</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat de eis dat er voor
                    verstrekking van een subsidie een wettelijke grondslag moet bestaan: ‘een
                    bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift
                    dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt.’ Voor de
                    gemeente betekent dit dat subsidiëring in het algemeen gebaseerd moet zijn op
                    een (autonome) verordening. In de Algemene subsidieverordening (ASV) is ten
                    gevolge van deze wettelijke eis in het eerste lid van artikel 4 een lijst
                    opgenomen met beleidsterreinen waarop subsidie kan worden verstrekt. Zo stelt de
                    gemeenteraad de kaders waarbinnen de subsidiëring dient plaats te vinden.</al><al>De nadere uitwerking van deze op grond van het eerste lid subsidiabele
                    activiteiten dient vervolgens plaats te vinden door middel van de vaststelling
                    van nadere regels, per beleidsterrein, door het college van burgemeester en
                    wethouders. In deze nadere regels vult het college de meer gedetailleerde
                    onderwerpen in, binnen de door de raad in het eerste lid van artikel 4 gestelde
                    kaders.</al><al>In het tweede lid is sprake van delegatie van wetgevende bevoegdheid door de
                    raad aan het college op de voet van artikel 156 van de Gemeentewet. De ‘nadere
                    regels’ van het college van burgemeester en wethouders zijn derhalve algemeen
                    verbindende voorschriften, wettelijke voorschriften, en geen beleidsregels. Op
                    deze wijze wordt voldaan aan de eis dat de essentialia van subsidieverlening in
                    wettelijke voorschriften moeten zijn geregeld. Daarnaast is het per definitie zo
                    dat de rechtzekerheid het meest is gediend bij regeling per wettelijk
                    voorschrift.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>In dit artikel is vastgelegd dat burgemeester en wethouders een subsidieplafond
                    kunnen vaststellen. Met de vaststelling van een subsidieplafond wordt voorkomen
                    dat een subsidieregeling tot onbegrensde uitgaven leidt. Een subsidie
                        <cursief>moet</cursief> namelijk worden geweigerd, voor zover door
                    verstrekking van de subsidie een vastgesteld subsidieplafond zou worden
                    overschreden (artikel 4:25, tweede lid, van de Awb). De regeling van het
                    subsidieplafond beoogt enerzijds recht te doen aan de rechtszekerheid van
                    subsidieaanvragers, anderzijds aan de begrotingsdiscipline. Burgemeester en
                    wethouders krijgen de bevoegdheid om te bepalen hoe wordt omgegaan met het
                    verdelen van de beschikbare subsidiegelden (zie artikel 4:26 van de Awb). Per
                    beleidsterrein stellen zij de verdeelregels vast.</al><al>Het subsidieplafond dient jaarlijks apart te worden gepubliceerd in de Arnhemse
                    Koerier. Tegelijkertijd met het publiceren van het subsidieplafond, wordt tevens
                    de wijze van verdeling vermeld. </al><al>Voor de duidelijkheid wordt nog opgemerkt dat de vaststelling van de
                    begrotingspost door de raad niet tevens de vaststelling van het subsidieplafond
                    impliceert. De vaststelling van het plafond moet plaatsvinden bij een
                    afzonderlijk besluit van burgemeester en wethouders. Het is mogelijk om het
                    subsidieplafond vast te stellen op een lager bedrag dan het bedrag van de
                    begrotingspost.</al><al>In het tweede lid is voor alle duidelijkheid expliciet bepaald dat het
                    subsidieplafond nimmer kan worden vastgesteld op een hoger bedrag dan het in de
                    begroting beschikbaar gesteld bedrag. Aldus stelt de raad het college van
                    burgemeester en wethouders ook een financieel kader en wordt de
                    begrotingsdiscipline benadrukt.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel legt de bevoegdheid tot het verlenen, vaststellen, wijzigen en
                    intrekken van subsidies, die in het eerste lid van artikel 4 zijn beschreven,
                    bij burgemeester en wethouders. </al><al>De in het tweede lid genoemde overeenkomst is de zogenaamde
                    uitvoeringsovereenkomst die gesloten kan worden met de subsidieontvanger.
                    Hierbij moet in de eerste plaats gedacht worden aan overeenkomsten van
                    geldlening of borgtocht, ingeval de subsidie een vorm heeft van een krediet of
                    garantie. Ook de bijzondere vorm van een uitvoeringsovereenkomst, de zogenaamde
                    afdwingovereenkomst, behoort dankzij het tweede lid van artikel 4:36 Awb tot de
                    mogelijkheden.</al><al>In het derde lid is geregeld dat burgemeester en wethouders ook bevoegd zijn te
                    beslissen op aanvragen om subsidie in gevallen waarin op grond van artikel 4:23,
                    derde lid, van de Awb subsidie mag worden toegekend ondanks het feit dat geen
                    wettelijke grondslag aanwezig is. Het gaat hierbij met name om incidentele
                    subsidieverstrekking en de verstrekking van subsidie in een situatie waarin de
                    begroting de subsidieontvanger én het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                    worden vastgesteld, vermeldt.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De in dit artikel genoemde weigeringsgronden bevatten een aanvulling op de
                    weigeringsgronden die reeds in de Awb zijn vermeld. Zij zijn opgenomen om ervoor
                    te zorgen dat de subsidiegelden op de juiste wijze worden besteed.</al><al>De weigeringsgronden van de Awb vallen uiteen in subjectieve en objectieve
                    weigeringsgronden (artikel 4:35 van de Awb). De subjectieve gronden geven het
                    bestuursorgaan de gelegenheid te toetsen of er gegronde redenen bestaan om aan
                    te nemen dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen omtrent de activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                            inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                            belang zijn.</al></li></lijst><al>De objectieve gronden betreffen het verwijtbaar leveren van onjuiste gegevens en
                    het voorkomen dat de subsidie in een failliete of in een in surseance gaande of
                    verkerende boedel terechtkomt.</al><al>Meer specifieke weigeringsgronden zullen moeten worden opgenomen in de nadere
                    regels die burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid van artikel 4
                    kunnen vaststellen.</al><al>Het is overigens gewenst dat op elk beleidsterrein spoedig nadere regels worden
                    opgesteld. Zie hetgeen hiervoor is vermeld in het algemeen deel van de
                    Toelichting, onder punt 5. (‘Praktische uitvoering’) onder a.
                    (‘Beleidsterreinen’).</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De subsidieverlener dient aan de subsidieontvanger duidelijkheid te geven
                    omtrent de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn gekoppeld. In
                    artikel 4:37 Awb staan reeds standaardverplichtingen die het bestuursorgaan op
                    kan leggen aan de subsidieontvanger. De verplichtingen waarvan sprake is in
                    artikel 8, zijn de verplichtingen zoals genoemd in artikel 4:38 Awb. Artikel 8
                    beoogt de voorgeschreven wettelijke grondslag te creëren die ervoor zorgt dat er
                    nadere verplichtingen opgelegd kunnen worden die strekken tot verwezenlijking
                    van het doel van de subsidie. </al><al>De bovenstaande verplichtingen moeten opgenomen worden in de
                    verleningsbeschikking. Uiteraard mogen de verplichtingen niet verder strekken
                    dan redelijkerwijs nodig is om de doeleinden van de subsidie te kunnen
                    bereiken.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>In dit artikel van de ASV staat de datum waarvoor de instelling de aanvraag voor
                    subsidie in moeten dienen. Deze datum dient in ‘normale’ gevallen aangehouden te
                    worden. In ‘bijzondere’ gevallen kunnen burgemeester en wethouders een andere
                    datum bepalen. Deze andere datum kan eventueel in de nadere regels van
                    burgemeester en wethouders worden vastgelegd.</al><al>Elke instelling die een subsidieaanvraag indient, moet een activiteitenplan en
                    een begroting overleggen. In dit activiteitenplan zal inzicht moeten worden
                    verschaft in de kwantiteit en de kwaliteit van de te verrichten activiteiten. De
                    begroting zal hierop aangepast dienen te zijn d.w.z. dat voor de activiteiten
                    een afzonderlijk kostenoverzicht wordt overgelegd. </al><al>Indien aan de instelling voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is
                    verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten en
                    burgemeester en wethouders zijn niet genegen deze subsidie voort te laten duren,
                    dan is artikel 4:51 Awb van belang. Ingevolge dit artikel zal, indien
                    veranderende omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen de voortzetting
                    of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, een redelijke termijn in
                    acht genomen moeten worden.</al><al>Indien een organisatie niet eerder een subsidieaanvraag heeft gedaan, zal deze
                    nog extra informatie moeten overleggen, zodat onder andere geconstateerd kan
                    worden of de organisatie volledige rechtspersoonlijkheid bezit. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Dit artikel is van belang om ervoor te zorgen dat een activiteit niet
                    ‘overgesubsidieerd’ wordt. Indien (een redelijk percentage van) de kosten reeds
                    door andere subsidies wordt gedekt, kan het bestuursorgaan daar rekening mee
                    houden bij de beoordeling van de aanvraag.</al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger opleggen dat hij
                    halverwege het kalenderjaar voorlopige verantwoording moet afleggen over de
                    voortgang van de afgesproken activiteiten. Hierdoor kunnen tijdig afwijkingen
                    gesignaleerd worden waar burgemeester en wethouders weer op hun beurt op kunnen
                    reageren. Als een dergelijke verplichting wordt opgelegd, dan dient in de
                    beschikking tot subsidieverlening een termijn te worden genoemd waarbinnen het
                    tussentijdse verslag bij burgemeester en wethouders ingediend dient te
                    worden.</al><al>Indien een subsidieontvanger de afgesproken activiteiten (nog) niet heeft
                    gerealiseerd, dient hij de oorzaak daarvoor aan te geven. Op basis hiervan
                    kunnen burgemeester en wethouders de betaling van het subsidiebedrag of een
                    voorschot opschorten, de subsidie op een lager bedrag vaststellen of overgaan
                    tot terugvordering van het ter beschikking gestelde subsidiebudget . Aan een
                    dergelijke beslissing dient uiteraard een zorgvuldig onderzoek naar de oorzaken
                    van de geconstateerde afwijkingen vooraf te gaan. Tot dat onderzoek behoort ook
                    het voeren van overleg met de instelling. </al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Dit artikel schept de verplichting voor de subsidieontvanger om te rapporteren
                    over de efficiency en effectiviteit van de ingezette subsidiemiddelen. In het
                    verslag wordt een overzicht opgenomen van de verrichtte activiteiten en de
                    daarbij gemaakte kosten. </al><al>De verrichte activiteiten dienen zowel kwalitatief als kwantitatief in het
                    verslag behandeld te worden. Verder dient er vermeld te worden welke doelgroepen
                    de instelling heeft bereikt met de activiteiten. Het verslag dient verder een
                    vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een
                    toelichting op de verschillen te bevatten. Bovendien wordt vermeld hoe de
                    subsidiemiddelen doelgericht zijn ingezet. </al><al>Het vijfde lid bevat de verplichting een accountantsrapport bij te voegen. Dit
                    accountantsrapport dat wordt uitgebracht aan het bestuur van de instelling,
                    heeft betrekking op de in het vierde lid van dit artikel genoemde aspecten.
                    Tevens dient de accountant te rapporteren over de mate waarin de afgesproken
                    prestaties inderdaad overeenkomstig de subsidieverlening gerealiseerd zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Burgemeester en wethouders stellen na afloop van de subsidieperiode op basis van
                    het verslag van de subsidieontvanger de subsidie vast. Indien uit het verslag
                    blijkt dat de subsidieontvangende instelling de in de subsidieverlening
                    afgesproken activiteiten heeft verwezenlijkt, stellen burgemeester en wethouders
                    de subsidie vast conform de subsidieverlening (artikel 4:46 van de Awb).</al><al/><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen met de subsidieontvanger nadere afspraken
                    maken over de wijze waarop de betaling van de subsidie zal worden verricht. </al><al>Een eventuele bevoorschotting bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidie.
                    In bijzondere omstandigheden kunnen b&amp;w tot het volledige bedrag
                    voorschotten verlenen.</al><al/><al><vet>Artikel 17 t/m 27</vet></al><al>Dit hoofdstuk handelt over subsidies welke voor meer dan 1 jaar tot maximaal 4
                    jaar worden verleend.</al><al>Aan deze subsidies worden strengere eisen gesteld welke in afdeling 4.2.8 van de
                    wet zijn opgenomen. In de praktijk zullen per boekjaar verstrekte, meerjarige
                    subsidies voornamelijk worden gebruikt voor de grotere instellingen, welke
                    altijd een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zullen zijn (artikel
                    4:66 van de Awb).</al><al>Hoofdregel bij deze - eventueel - meerjarige, subsidies is dat voor meerdere
                    jaren wordt verleend en dat jaarlijks wordt vastgesteld (zie artikel 4:67 en
                    4:73 van de Awb).</al><al/><al><vet>Artikel 25</vet></al><al>In artikel 4:71 wordt de mogelijkheid gegeven toestemming voor te schrijven voor
                    een aantal handelingen die invloed kunnen hebben op de vermogenspositie van de
                    subsidieontvanger.</al><al/><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>Door middel van deze bepaling wordt gebruik gemaakt van de door artikel 4:72 Awb
                    gegeven mogelijkheid de ontvanger van boekjaarsubsidie te verplichten een
                    egalisatiereserve aan te houden. Deze reserve is een buffer, waarmee tekorten in
                    het ene jaar kunnen worden opgevangen met overschotten in het andere jaar.</al><al>De mogelijkheden om de subsidie op een lager bedrag vast te stellen dan bij de
                    subsidieverlening is bepaald, zijn beperkt.</al><al>Artikel 4:46 van de wet verplicht ertoe de subsidie overeenkomstig de
                    subsidieverlening vast te stellen, tenzij zich een situatie voordoet als genoemd
                    in het tweede en derde lid van dat artikel. Het geval dat de subsidieontvanger
                    de activiteit geheel conform de subsidiebeschikking heeft uitgevoerd, doch erin
                    is geslaagd dit te doen tegen lagere kosten of met een hogere opbrengst dan
                    begroot, behoort daar niet toe. Terughalen van overgebleven subsidiegelden bij
                    de subsidievaststelling is dan dus niet mogelijk.</al><al/><al><vet>Artikel 27</vet></al><al>Omdat de ontvangers van gemeentelijke boekjaarsubsidies tevens inkomsten kunnen
                    hebben uit andere bron, is in deze bepaling gebruik gemaakt van de mogelijkheid
                    van artikel 4:77 Awb om in die gevallen artikel 4:76 Awb van overeenkomstige
                    toepassing te laten zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 28</vet></al><al>Artikel 4:78 Awb eist ten behoeve van de vaststelling van boekjaarsubsidies
                    steeds een accountantsverklaring (behoudens vrijstelling of ontheffing). </al><al>De accountantsverklaring vereenvoudigt de vaststelling van de subsidie in
                    aanzienlijke mate en vormt een waarborg tegen onjuist gebruik van die
                    gelden.</al><al>Volgens het vijfde lid kan van de subsidieontvanger worden gevergd, dat hij de
                    accountant ook laat onderzoeken of aan alle dan wel bepaalde
                    subsidieverplichtingen is voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 31</vet></al><al>In het derde lid wordt gesproken over het terugvorderen van een batig saldo van
                    liquidatie van een instelling. Het spreekt vanzelf dat een subsidieontvanger bij
                    liquidatie het restantvermogen retourneert aan de gemeente voor zover dat
                    vermogen is opgebouwd met subsidies van de gemeente. Onder direct wordt hier
                    verstaan een directe toevoeging van de subsidie aan het vrije vermogen van de
                    subsidieontvanger. Onder indirect worden alle bestemde reserves verstaan die de
                    subsidieontvanger heeft opgebouwd, inclusief die van de investeringen.</al><al>Bij een fusie tussen twee of meer subsidie ontvangende instellingen moeten in
                    het algemeen alle reserves en schulden van de fuserende instellingen ingebracht
                    worden in de nieuw te vormen instelling. Burgemeester en wethouders kunnen na
                    overleg met de instellingen besluiten een batig liquidatiesaldo te laten bij de
                    nieuwe instelling.</al><al>Om bepaalde juridische of financiële redenen kunnen subsidieontvangers ertoe
                    overgaan zogenaamde dochtermaatschappijen op te richten. Op zich is dit een
                    vrijheid die instellingen hebben. Het kan echter niet zo zijn dat daarmee ook
                    een eventuele reserve die of een batig exploitatiesaldo dat direct of indirect
                    is opgebouwd met gemeentelijke subsidie, wordt overgeheveld naar een
                    dochterinstelling. </al><al>Het staat de subsidieontvanger wel vrij een te leveren prestatie 'uit te
                    besteden' (uitvoeren van een activiteit) bij een dochterinstelling. De
                    subsidieontvangende instelling blijft evenwel te allen tijde verantwoordelijk
                    voor de te leveren prestatie en de verantwoording van de bestede middelen via
                    het verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 32</vet></al><al>Het artikel geeft de mogelijkheid om te regelen dat de subsidieontvanger in een
                    aantal gevallen een vergoeding verschuldigd is aan het bestuursorgaan, indien de
                    subsidie bij de subsidieontvanger heeft geleid tot vermogensvorming. Omdat het
                    niet redelijk en doenlijk is iedere vermogenstoename af te romen, is de
                    vergoedingsplicht aan enkele beperkingen gebonden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>