<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20618_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reïntegratie in het kader van de Wet werk en bijstand 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-09-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 21-07-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">147, eerste lid van de Gemeentewet, de Wet Werk en Bijstand, de Wet Inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/48</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reïntegratie in het kader van de Wet werk en bijstand 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening reïntegratie in het kader van de Wet werk en bijstand
                        2004</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover daarvan in deze verordening niet wordt afgeweken
                                    gelden de begripsbepalingen in de Wet werk en bijstand en de
                                    Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet : Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Ioaw : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>Ioaz : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>uitkeringsgerechtigde : een persoon die een periodieke
                                            uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de
                                            wet, de Ioaw of de Ioaz;</al></li><li nr="e."><al>Anw-er : een persoon van 18 jaar of ouder, die een
                                            uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt
                                            en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij
                                            het Centrum voor Werk en Inkomen;</al></li><li nr="f."><al>traject : het totaal aan voorzieningen en begeleiding
                                            dat nodig is voor arbeidsinschakeling, met inbegrip van
                                            wederzijdse rechten en verplichtingen schriftelijk
                                            vastgelegd en ondertekend door de gemeente en de
                                            belanghebbende;</al></li><li nr="g."><al>algemeen geaccepteerde arbeid : iedere vorm van betaalde
                                            arbeid, met uitzondering van arbeid in het kader van de
                                            Wet sociale werkvoorziening, arbeid die gewetensbezwaren
                                            oproept of arbeid die leidt tot stafbare
                                            handelingen;</al></li><li nr="h."><al> duurzame arbeidsinschakeling : algemeen geaccepteerde
                                            arbeid die over een periode van ten minste zes maanden
                                            wordt verricht en geen gesubsidieerde arbeid is;</al></li><li nr="i."><al>doelgroep : een door het gemeentebestuur nader
                                            omschreven en afgebakende categorie van personen als
                                            bedoeld in dit artikel onder e, f, g en h.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht College</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College biedt aan personen als bedoeld in artikel 1, onder
                                    d, e en f ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor
                                    zover het College dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht
                                    op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het
                                    aanbieden van voorzieningen wordt door het College een afweging
                                    gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de
                                    voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van de
                                    belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op duurzame
                                    inschakeling in de arbeid binnen een redelijke termijn.</al></li><li nr="3."><al>Het College draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod
                                    aan ondersteuning en voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>De Raad stelt ter nadere uitvoering van deze
                                        verordening een beleidsplan vast, waarin beleidsprioriteiten
                                        worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van
                                        financiering. </onderstreept></al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Dit plan omvat in elk geval:</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>het beleid ten aanzien van verschillende
                                                doelgroepen en de prioritering binnen en tussen die
                                                groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als
                                                ui</onderstreept><onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>gangspunt
                                                wordt genomen;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al><onderstreept>een uitwerking van voorzieningen gericht
                                                op arbeidsinschakeling;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al><onderstreept>het inkoopbeleid;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al><onderstreept>de financiering van de verschillende
                                                voorzieningen;</onderstreept></al></li><li nr="e."><al><onderstreept>criteria voor ontheffing van de
                                                arbeidsverplichting met aandacht voor arbeid en
                                                zorg;</onderstreept></al></li><li nr="f."><al><onderstreept>de informatievoorziening aan en
                                                samenwerking met ketenpartners;</onderstreept></al></li><li nr="g."><al><onderstreept>inkomensvrijlating.</onderstreept></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><onderstreept>Het College
                                        </onderstreept><onderstreept>zend</onderstreept><onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>eenmaal
                                        per jaar aan </onderstreept><onderstreept>de Raad een
                                        verslag over de doeltreffendheid en de
                                        e</onderstreept><onderstreept>f</onderstreept><onderstreept>fecten
                                        van </onderstreept><onderstreept>het beleid. Dit verslag
                                        wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in
                                        art</onderstreept><onderstreept>i</onderstreept><onderstreept>kel
                                        77 van de wet.</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belanghebbende aan wie door het College een voorziening wordt
                                    aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></li><li nr="2."><al>De belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden
                                    aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, uit de Wet
                                    Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI) en uit deze
                                    verordening, alsmede aan de verplichtingen die het College aan
                                    de aangeboden voorziening heeft verbonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het College
                                    in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een
                                    verplichting tot arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="4."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde niet voldoet aan de in het
                                    eerste en tweede lid genoemde verplichtingen, dan kan het
                                    College de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is
                                    bepaald in de Verordening maatregelen en handhaving.</al></li><li nr="5."><al>Indien de belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde,
                                    niet voldoet aan de in het eerste en tweede lid genoemde
                                    verplichtingen, kan het College de kosten van de voorziening
                                    geheel of gedeeltelijk van de belanghebbende terugvorderen.</al></li><li nr="6."><al>Ten aanzien van de in lid 5 genoemde terugvordering kan het
                                    College nadere regels stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning en voorzieningen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitkeringsgerechtigden, ANW’ers, niet-uitkeringsgerechtigden,
                                alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet,
                                hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de
                                naar het oordeel van het College noodzakelijk geachte voorzieningen
                                gericht op arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening en het in artikel 3 genoemde
                                beleidsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er bestaat geen recht op een voorziening indien:</al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van een voorliggende voorziening die naar
                                                de mening van het College in voldoende mate
                                                bijdraagt aan arbeidsinschakeling van de
                                                belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>het netto gezinsinkomen van de belanghebbende hoger
                                                is dan anderhalf maal het bijstandsniveau als
                                                bedoeld in de Verordening bijzondere bijstand
                                                gemeente Uden;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende een Anw-er of
                                                niet-uitkeringsgerechtigde is die zich voor minder
                                                dan 16 uur per week beschikbaar stelt voor
                                                arbeid;</al></li><li nr="d."><al>de belanghebbende door het Centrum voor Werk en
                                                Inkomen is ingedeeld in fase 1.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer het vermogen van de belanghebbende hoger is dan de
                                        vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, lid 3 van de wet
                                        kunnen burgemeester en wethouders een eigen bijdrage in de
                                        kosten van het traject opleggen.</al></li><li nr="3."><al>De bijdrage als bedoeld in het voorgaande lid wordt
                                        vastgesteld op 50% van het bedrag waarmee de vermogensgrens
                                        wordt overschreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een uitkeringsgerechtigde die nieuw instroomt krijgt binnen
                                        6 maanden na inschrijving bij het CWI een aanbod voor een
                                        voorziening gericht op inschakeling in algemeen
                                        geaccepteerde arbeid.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het College
                                        heeft bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing
                                        van de arbeidsverplichting geldt.</al></li><li nr="3."><al>Het College kan in individuele gevallen afwijken van het
                                        gestelde in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Het College kan een persoon als
                                                  bedoeld in artikel 1, onder e, f, g en h (laten)
                                                  begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van
                                                  arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen
                                                  voor de
                                                  a</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>beidsinschakeling.</onderstreept></al></li><li nr="2."><al><onderstreept>In het beleidsplan wordt vastgelegd
                                                  welke voorzieningen het College kan aanbieden.
                                                  Voorzover deze verordening niet in een nadere
                                                  invulling voorziet, kan het beleidsplan een
                                                  precisering van de doelgroep, de duur van de
                                                  voorziening, het doel van de voorziening en de
                                                  verplichtingen van de belanghebbende bevatten.
                                                </onderstreept></al></li><li nr="3."><al><onderstreept>De voorzieningen kunnen betrekking
                                                  hebben op:</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>s</onderstreept><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>ciale
                                                  activering gericht op arbeid of
                                                  zorg;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al><onderstreept>onkostenvergoedingen voor
                                                  vrijwilligerswerk;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al><onderstreept>scholing, opleiding en
                                                  training;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al><onderstreept>vergoeding van kosten ten
                                                  behoeve van activiteiten die bijdragen tot
                                                  a</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>beidsinschakeling;</onderstreept></al></li><li nr="e."><al><onderstreept>werken met behoud van
                                                  uitkering;</onderstreept></al></li><li nr="f."><al><onderstreept>gesubsidieerde
                                                  arbeid;</onderstreept></al></li><li nr="g."><al><onderstreept>premies ter bevordering van
                                                  arbeidsinschakeling;</onderstreept></al></li><li nr="h."><al><onderstreept>nazorg na het aanvaarden van
                                                  arbeid.</onderstreept></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><onderstreept> Het College kan ter uitvoering van
                                                  dit artikel met een persoon als bedoeld in artikel
                                                  1, onder e, f, g en h een arbeidsovereenkomst
                                                  aangaan als bedoeld in artikel 610, eerste lid,
                                                  van Boek 7 van het Burgerlijk
                                                  Wetboek.</onderstreept></al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Het College kan voor de uitvoering van
                                                  ondersteuning voorzieningen gebruik maken van de
                                                  diensten van derden, waaronder werkgevers en
                                                  reï</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>tegratiebedrijven.
                                                </onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beëindiging voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Het College kan de voorziening
                                                  beëindigen:</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>als de belanghebbende, die
                                                  deelneemt aan een voorziening, de aan hem
                                                  opgelegde
                                                  verplic</onderstreept><onderstreept>h</onderstreept><onderstreept>tingen
                                                  niet nakomt;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al><onderstreept>als een persoon die deelneemt
                                                  aan een voorziening, niet meer tot een categorie
                                                  als bedoeld in artikel 1 onder e, f, g of h
                                                  behoort;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al><onderstreept>als het College een andere
                                                  voorziening aanbiedt;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al><onderstreept>als de voorziening naar oordeel
                                                  van het College onvoldoende bijdraagt aan een
                                                  snelle
                                                  a</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>beidsinschakeling.</onderstreept></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><onderstreept>Beëindiging van de voorziening kan
                                                  mede bestaan uit het opzeggen van de
                                                  dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 8, lid 4,
                                                  en 11 lid 1 van deze verordening, of het
                                                  beëindigen van de subsidie als bedoeld in artikel
                                                  11, lid 2, van deze
                                                verordening.</onderstreept></al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Wanneer een voorziening al dan niet
                                                  voortijdig beëindigd is en niet het beoogde doel
                                                  heeft
                                                  b</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>reikt,
                                                  kan het College besluiten gedurende een door het
                                                  College te bepalen periode geen nieuwe
                                                  voo</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>ziening
                                                  aan te bieden aan de betreffende
                                                  belanghebbende.</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wiw- en ID-banen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College draagt zorg voor de uitvoering van de
                                                dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de
                                                Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw), zoals dit
                                                luidde op 31 december 2003, en stimuleert de
                                                uitstroom uit deze dienstbetrekkingen.</al></li><li nr="2."><al>Het College draagt zorg voor de subsidiëring van de
                                                dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het
                                                Besluit In- en Doorstroombanen (ID) zoals dit
                                                besluit luidde op 31 december 2003, en voor de
                                                subsidiëring van de arbeidsovereenkomsten zoals
                                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wiw, zoals
                                                dit luidde op 31 december 2003, en stimuleert de
                                                uitstroom uit deze banen.</al></li><li nr="3."><al>Het College stelt de hoogte van de in het voorgaande
                                                lid bedoelde subsidie vast en kan nadere voorwaarden
                                                aan de subsidieverstrekking verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het College kan, met inachtneming van het
                                                beleidsplan, nadere regels stellen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>het opleggen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten waarvoor premie kan worden
                                                verstrekt</al></li><li nr="d."><al>wie voor een premie in aanmerking komt;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag van een premie en de
                                                besluitvorming;</al></li><li nr="f."><al>het bedrag van de premie dan wel de wijze waarop dit
                                                bedrag wordt bepaald;</al></li><li nr="g."><al>andere mogelijke uitvoeringsaspecten van deze
                                                verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en
                                                  hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen, waarin deze verordening niet
                                                voorziet, beslist het College.</al></li><li nr="2."><al>Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van
                                                de bepalingen in deze verordening, als toepassing
                                                hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard
                                                leidt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                        ‘Reïntegratieverordening gemeente Uden’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum,
                                        gelegen zes weken na de datum van bekendmaking van de
                                        vaststelling van deze verordening.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juli
                        2004.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Reïntegratieverordening </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting </tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Volgens de WWB krijgen B en W de opdracht voor de reïntegratie van
                    bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en Anw’ers. De WWB
                    draagt aan de gemeenteraad op om een verordening vast te stellen waarin de
                    reïntegratietaak van de gemeente wordt geregeld. Tevens wordt hierin de
                    aanspraak van burgers op ondersteuning bij reïntegratie geregeld.</al><al>De basis voor de verordening is neergelegd in artikel 8, eerste lid onder a en
                    tweede lid en artikel 10 eerste en tweede lid:</al><tussenkop>Artikel 8, lid 1, onder a</tussenkop><al>De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het ondersteunen
                    bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op
                    arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.</al><tussenkop>Artikel 8, lid 2</tussenkop><al>De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder geval
                    betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7, eerste lid,
                    onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor de verschillende doelgroepen
                    daarbinnen, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken.</al><tussenkop>Artikel 10 lid 1</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Personen die algemene bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden-
                            of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en
                            niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de verordening,
                            bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op
                            ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het
                            College noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die vanwege
                            een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de
                            groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren.</al></li></lijst><al>Naast deze wettelijke basis valt uit de memorie van toelichting af te leiden
                    welke zaken in of via de verordening geregeld moeten of kunnen worden:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanspraak van de doelgroepen op ondersteuning door de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>het beleid ten aanzien van de diverse doelgroepen en
                            subdoelgroepen;</al></li><li nr="3."><al>het beleid ten aanzien van de combinatie van werk en zorgtaken;</al></li><li nr="4."><al>de beschikbaarheid van financiële middelen.</al></li></lijst><tussenkop>De verordening: procedureel of uitgebreid</tussenkop><al>De WWB vraagt aan de gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een verordening
                    vast te leggen. </al><al>Het beleid kan op een aantal niveaus geregeld worden:</al><lijst><li nr="1."><al>In de verordening zelf. Hiermee ligt het beleid voor langere duur vast.
                            Het aanpassen van een verordening vergt relatief langere tijd.
                            Uitgangspunt kan zijn dat je een verordening vaststelt die vervolgens op
                            hoofdlijnen een aantal jaren meekan.</al></li><li nr="2."><al>In beleidsregels. Het voordeel van het regelen in beleidsregels is, dat
                            hiermee flexibeler kan worden omgegaan. Deze figuur geeft aan B en W ook
                            meer mogelijkheden in individuele gevallen af te wijken.</al></li><li nr="3."><al>In een beleidsplan, dat ook door de Raad vastgesteld wordt. Naast
                            algemene uitgangspunten kunnen hierin ook onderwerpen aan de orde komen
                            als het inkoop- en aanbestedingsbeleid en de afstemming met andere
                            beleidsterreinen als onderwijs, zorg en economie.</al></li><li nr="4."><al>In delegatie aan het College (uitvoeringsbesluiten).</al></li></lijst><al> Gekozen is voor een beknopte verordening met een uitwerking in een beleidsplan
                    en op onderdelen de mogelijkheid van nadere regels in de vorm van beleidsregels
                    en of uitvoeringsbesluiten. De overweging hiervoor is om de uitvoering werkbaar
                    en overzichtelijk te houden. Daarbij komt dat het niet mogelijk is om op dit
                    moment al het hele beleid in de verordening te verwerken.</al><tussenkop>Relatie met andere verordeningen</tussenkop><al>De WWB geeft de gemeenteraad ook opdracht om verordeningen vast te stellen op
                    een tweetal terreinen, die een relatie hebben met de reïntegratieverordening:
                    afstemming en cliëntenparticipatie.</al><tussenkop>Afstemmingverordening</tussenkop><al>De WWB vraagt aan gemeenten verordeningen op te stellen waarin het samenstel van
                    de rechten en plichten van de cliënt wordt geregeld. </al><al>De reïntegratieverordening en de maatregelenverordening zijn nauw met elkaar
                    verbonden. Immers, aan de plicht tot meewerken aan een traject kunnen sancties
                    worden verbonden die gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Dit zou
                    ervoor pleiten de beide verordeningen te integreren.</al><al>Echter, de gemeente kan aan de verstrekking van bijstand ook verplichtingen
                    verbinden, die geen directe relatie hebben met reïntegratie.</al><al>Geizen de relatie tussen de beide verordeningen is wel voorgeschreven dat ze
                    gelijktijdig worden vastgesteld.</al><tussenkop>Verordening cliëntenparticipatie</tussenkop><al>De WWB geeft aan de gemeenteraad ook opdracht een verordening
                    cliëntenparticipatie op te stellen. Uit Inspraak en participatieverordening
                    vloeit voort dat bij de vaststelling van het beleidsplan het Platform Minima
                    Uden wordt betrokken.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="72*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Toelichting Reïntegratieverordening </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    Werk en Bijstand. </al><al>Artikel 2. Opdracht College</al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het College vormgegeven analoog aan artikel
                    7 van de WWB. </al><al>In de WWB is in artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op
                    voorzieningen alleen geldt voor die personen die ook daadwerkelijk inwoner van
                    de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste lid van
                    de wet. Door deze verwijzing ook aan de opdracht aan het College te koppelen, is
                    aangeven dat voorzieningen alleen voor de eigen inwoners worden ingezet.</al><al>Het tweede lid is aangegeven dat het College een afweging maakt en rekening
                    houdt met de mogelijkheden en capaciteit van een cliënt.</al><al>Het derde lid geeft het College de specifieke opdracht een zodanig aanbod van
                    voorzieningen te realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen
                    worden. </al><tussenkop>Artikel 3. Beleidsplan</tussenkop><al>Zoals ook in de algemene toelichting is gesteld, vraagt de WWB aan de Raad om
                    het reïntegratiebeleid in een verordening vast te leggen. Hier is gekozen voor
                    de systematiek om niet alles in de verordening te regelen, maar ook gebruik te
                    maken van beleidsplannen en eventueel uitvoeringsbesluiten.</al><al>Het eerste lid geeft aan dat de gemeenteraad een beleidsplan vaststelt. </al><al>In het tweede lid geeft de gemeenteraad aan welke specifieke onderwerpen in het
                    beleidsplan aan de orde dienen te komen.</al><al>Het derde lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. De WWB geeft
                    aan dat het College elk jaar een voorlopig en een definitief verslag over de
                    uitvoering (VODU) naar het rijk zendt. Deze verslagen dienen gepaard te gaan van
                    een verklaring van de Raad. Daarom is ervoor gekozen expliciet op te nemen dat
                    er een verantwoordingsverslag aan de Raad moet worden gezonden. Het ligt voor de
                    hand dat bij de vormgeving van het verslag op grond van deze verordening wordt
                    aangesloten bij de inhoud van het VODU.</al><tussenkop>Artikel 4. Verplichtingen</tussenkop><al>In de WWB is uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het recht op
                    een uitkering. </al><al>In het eerste en tweede lid zijn verplichtingen opgenomen die voortvloeien uit
                    de wet.</al><al>In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om iemand tijdelijk te ontheffing
                    van de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden</al><al>Het vierde lid biedt de verbinding met de afstemmingsverordening. Deze
                    verordening regelt het opleggen van een maatregel indien de
                    uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel
                    bestaat uit het verlagen van de uitkering met een bepaald percentage.</al><al>Voor personen zonder uitkering, ANW’ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan
                    de gemeente de uitkering niet verlagen als maatregel. Daarom is in het vijfde
                    lid de mogelijkheid opgenomen dat in die gevallen de gemeente (een deel van) de
                    kosten die gemaakt zijn terug kan vorderen.</al><al>Het zesde lid geeft aan dat de terugvordering in nadere regels wordt
                    vastgelegd.</al><al> Voor terugvordering bestaat in feite geen juridische basis. Aan de cliënt
                    worden vooral immateriële zaken ter beschikking gesteld (ondersteuning,
                    begeleiding, deelname aan scholing en activiteiten). De cliënt krijgt over het
                    algemeen geen geld, dus valt er niets terug te vorderen. Opname van een
                    terugbetalingsplicht heeft eigenlijk alleen symbolische waarde.</al><tussenkop>Artikel 5. Aanspraak op ondersteuning en voorzieningen</tussenkop><al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten. Deze rechten zijn meestal elders
                    in wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen beslissingen op grond van -de wet
                    en- deze verordening staat bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb). Het recht op inzage in gegevens en zonodig correctie
                    daarvan is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). </al><al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de
                    verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld.
                    Uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een algemene
                    bepaling over de aanspraak op te nemen.</al><al>In het tweede lid wordt expliciet te koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden
                    van voorzieningen. Daarbij wordt verwezen naar elk document waarin die criteria
                    geformuleerd kunnen worden, doch minimaal de verordening en het
                    beleidsplan.</al><al>Artikel 6 Beperkingen</al><al>Beperkingen zijn in de wet niet expliciet geregeld. Het is echter denkbaar dat
                    er rechtsongelijkheid kan ontstaan als er geen beperkingen gesteld worden. Niet
                    uitkeringsgerechtigden of mensen met een eigen vermogen kunnen een bijdrage in
                    een voorziening leveren of een voorziening geheel zelf betalen. Daarom wordt
                    ervoor gekozen in de verordening daarover iets te regelen. </al><al>Bij de beperkingen wordt gerelateerd aan de normen die gelden bij de verlening
                    van bijstand.</al><tussenkop>Artikel 7. Sluitende aanpak </tussenkop><al>De Wiw kende een wettelijke sluitende aanpak voor jongeren. Daarnaast zijn in
                    het kader van de Agenda voor de Toekomst afspraken gemaakt over een sluitende
                    aanpak voor nieuwe instroom en voor het zittend bestand.</al><al>De WWB kent geen bepaling over sluitende aanpak. De wetgever gaat ervan uit dat
                    door de systematiek van de wet er in de praktijk de facto een sluitende aanpak
                    ontstaat.</al><al>Desondanks kan de Raad van oordeel zijn dat een sluitende aanpak geregeld dient
                    te worden. Hierbij kan in ieder geval gedacht worden aan nieuwe instroom, maar
                    ook aan andere groepen uitkeringsgerechtigden.</al><al>Dit artikel regelt een sluitende aanpak voor nieuwe instroom, met de
                    mogelijkheid in het beleidsplan ook andere groepen aan te wijzen. Omdat voor het
                    zittende jongerenbestand de sluitende aanpak is gerealiseerd hoeft deze groep
                    niet afzonderlijk genoemd te worden. Via de nieuwe instroom blijft elke jongere
                    onder de sluitende aanpak vallen.</al><al>Het eerste lid van dit artikel geeft de algemene formulering. Het tweede lid
                    geeft aan dat de sluitende aanpak niet van toepassing is op diegenen die een
                    ontheffing van de arbeidsverplichting hebben gekregen. Het derde lid geeft de
                    mogelijkheid om van de algemene sluitende aanpak in specifieke, individuele
                    gevallen af te wijken.</al><al>Artikel 8. Voorzieningen</al><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen.</al><al>Het derde lid geeft een algemene aanduiding van de mogelijke aard van
                    voorzieningen.</al><al> De WWB regelt in art. 31 lid 2 sub k de maximale voor de uitkeringsberekening
                    buiten beschouwing te laten onkostenvergoedingen voor het verrichten van
                    vrijwilligerswerk (€ 20 per week, met een maximum van € 720 per jaar). Deze
                    onkostenvergoedingen zijn onbelast en werken niet door bij inkomensafhankelijke
                    regelingen. Gekozen is om dit als een vorm van een voorziening te zien en op te
                    nemen in het beleidsplan.</al><al>Het is denkbaar dat de gemeente, ter stimulering van de arbeidsinschakeling,
                    besluit diverse kosten te vergoeden voor activiteiten die daaraan bijdragen.
                    Gedacht kan worden aan reiskosten, verhuiskosten en kosten voor
                    kinderopvang.</al><al>De verordening houdt (lid 4) de mogelijkheid open om (net als in de Wiw
                    gebeurde) personen een dienstverband aan te bieden, om op detacheringsbasis
                    werkervaring op te doen. </al><al>Het vijfde lid geeft aan dat het werkgeversschap of de uitvoering van trajecten
                    aan derden kan worden uitbesteed. Bij de dienstbetrekkingen uit de Wet
                    Inschakeling Werkzoekenden (Wiw) was de gemeente de wettelijke, formele
                    werkgever. De WWB geeft geen regels over het werkgeverschap. Het instrument
                    detacheringsbaan kan dus ook in zijn geheel, inclusief het formeel
                    werkgeverschap, uitbesteed worden aan een reïntegratiebedrijf. </al><al>Voor gesubsidieerde arbeid is, blijkens ook de verzamelcirculaire van het
                    ministerie van SZW van 7 april 2004, Europese regelgeving van belang. Als de
                    subsidie wordt verstrekt aan een organisatie die geen economische activiteiten
                    onderneemt valt de subsidie niet onder de noemer ‘staatssteun’. Als de
                    organisatie wel economische activiteiten verricht moet beoordeeld worden of de
                    subsidie voldoet aan de vrijstellingbepalingen van de Europese Verordening
                    Werkgelegenheidssteun (2204/2002) of de Verordening de minimis-steun. Als dat
                    het geval is kan de gemeente volstaan met het bijhouden en 10 jaar bewaren van
                    de dossiers. Als niet aan de vrijstellingsbepalingen wordt voldaan moet de
                    subsidieregeling vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Europese
                    Commissie.</al><al>Zie voor een meer uitgebreide toelichting de genoemde verzamelcirculaire.</al><tussenkop>Artikel 9. Beëindiging voorziening</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan dat het College een voorziening kan beëindigen en in welke
                    gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
                    stopzetten van subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                    arbeidsovereenkomst. Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen
                    vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel
                    aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen.</al><al>Artikel 10. Voormalige Wiw- en ID-banen</al><al>Door het vervallen van de Wiw en ID-regeling is het lopende arbeidscontract niet
                    vervallen. Voor personen die voor 1 januari 2003 geplaatst zijn in een van deze
                    regelingen blijft het dienstverband gelden. Daarom is in deze verordening een
                    artikel opgenomen om aan te geven dat deze banen nu aangemerkt worden als
                    voorziening in de zin van de WWB. Het is niet de bedoeling hierin nog nieuwe
                    cliënten te laten instromen. Gesubsidieerde arbeid wordt in de toekomst alleen
                    voor een bepaalde tijd aangeboden, en alleen als opstap naar reguliere arbeid.
                    Zie ook de toelichting op artikel 8 voor het belang van Europese regelgeving
                    voor gesubsidieerde arbeid.</al><tussenkop>Artikel 11. Nadere regels</tussenkop><al>De Raad kan er voor kiezen het beleid en de uitvoering tot in detail te regelen
                    in verordening en beleidsplan, maar heeft ook de mogelijkheid om de hoofdlijn
                    aan te geven en de details aan het College over te laten. Voor zover de Raad
                    ruimte openlaat kan die ruimte door het College worden ingevuld met nadere
                    regelgeving.</al><tussenkop>Artikel 12. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al> Artikel 13. Citeertitel</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 14 Inwerkingtreding</al><al>In het kader van de gefaseerde invoering van de WWB hebben gemeenten tot 1
                    januari 2005 de tijd om de verordening vast te stellen. De aanspraak van artikel
                    10 WWB kan pas ‘te gelde’ worden gemaakt als de verordening is ingegaan.</al><al>De Tijdelijke Referendumwet is van toepassing waardoor de verordening in werking
                    treedt zes weken na de bekendmaking.</al><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juli 2004.</al><al>De Raad voornoemd</al><al>de griffier de voorzitter</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Artikelgewijze toelichting Reïntegratieverordening </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>