<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 23-04-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening 2003 en de Subsidieverordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>overwegende dat het wenselijk is in het kader van de herziening van het
                        subsidiebeleid een nieuwe verordening vast te stellen die als
                        kaderverordening zal dienen voor de verstrekking van subsidies;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        8 januari 2008;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:23 van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Kaderverordening verstre</vet><vet>k</vet><vet>king subsidies
                        gemeente Uden 2008</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College : College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>wet : Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle
                                subsidieverstrekkingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk
                                niet van toepassing is in de in artikel 4:23, derde lid, van de wet
                                genoemde gevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid</titel></kop><al>Het College is het bevoegd bestuursorgaan voor de uitvoering van titel
                            4.2 van de wet en deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Grondslag subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van
                                openbare orde en veiligheid, bestuur, bouwen en wonen, natuur en
                                landschap, openbare ruimte, verkeersveiligheid en vervoer, lokale
                                economie, werk, inkomen en zorg, onderwijs, vorming en ontwikkeling,
                                kunst en cultuur, sport en recreatie, doelgroepenbeleid,
                                gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening en milieu en
                                afval.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen
                                aan de realisering van gemeentelijk beleid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of groep
                                van natuurlijke personen, indien de noodzaak daartoe voortvloeit uit
                                de aard van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidiebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag subsidieverstrekking</titel></kop><al>Het College kan regels stellen over de termijn waarbinnen een aanvraag
                            om subsidie te verstrekken moet worden ingediend en over de gegevens en
                            bescheiden die de aanvrager daarbij moet overleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een aanvraag om subsidie te verstrekken wordt beslist binnen acht
                                weken na ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een kalenderjaar waarvoor nog
                                geen begroting is vastgesteld of goedgekeurd, wordt op de aanvraag
                                beslist binnen vier weken na de dag waarop de begroting is
                                vastgesteld of goedgekeurd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan voor een of meer beleidsterreinen of onderdelen
                                daarvan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het eerste lid toepassing vindt, stelt het College vast op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de wet genoemde
                                gevallen kan de subsidieverlening en, indien geen beschikking tot
                                subsidieverlening is gegeven, de subsidievaststelling worden
                                geweigerd, indien blijkt dat of een gegronde reden bestaat om aan te
                                nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet aanwijsbaar ten goede
                                        komen aan de inwoners van de gemeente of niet bijdragen aan
                                        de realisering van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>de subsidie niet besteed zal worden aan de activiteiten
                                        waarvoor subsidie is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet of het algemeen
                                        belang;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager de activiteiten kan bekostigen uit eigen
                                        middelen of middelen die hij kan verkrijgen van derden;</al></li><li nr="e."><al>subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid
                                        van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:50 van de wet bedoelde gevallen kan de
                                subsidieverlening en, indien geen beschikking tot subsidieverlening
                                is gegeven, de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten nadele
                                van de subsidieontvanger worden gewijzigd in de in het eerste lid,
                                aanhef en onder a tot en met e, bedoelde gevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende gelden ter
                            beschikking worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>Het College kan een subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inrichting begroting en rekening</titel></kop><al>Het College kan regels vaststellen over de wijze waarop de begroting en
                            jaarrekening van een subsidieontvanger moeten worden ingericht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verklaring accountant</titel></kop><al>Indien het College bij de subsidieverlening heeft bepaald dat een
                            verklaring van een accountant moet worden overgelegd, dient daaruit te
                            blijken dat, aangaande het financieel beleid en beheer van de
                            subsidieontvanger, subsidievoorschriften zijn nagekomen en dat de
                            subsidie is aangewend voor het doel waarvoor deze is verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan regels stellen over vermogensvorming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet is de
                                subsidieontvanger aan de gemeente een door het College vast te
                                stellen vergoeding verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee
                                subsidieverstrekking door het College heeft bijgedragen aan de
                                vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan
                                hebben bijgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Rekenkamer(commissie)</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht te voldoen aan een bevoegdelijk gedaan
                            verzoek van de rekenkamer(commissie) om inlichtingen te verstrekken,
                            stukken over te leggen en mee te werken aan een onderzoek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Het College wijst ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de
                            naleving van het bij en krachtens deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Ingetrokken verordeningen</titel></kop><al>Ingetrokken worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de Algemene subsidieverordening 2003;</al></li><li nr="b."><al>de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 17 bedoelde verordeningen en daarop gebaseerde
                                beleidsregels blijven van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidies die verstrekt zijn vóór 1 januari 2008;</al></li><li nr="b."><al>subsidies die verstrekt zijn na 1 januari 2008 en betrekking
                                        hebben op voorgaande jaren;</al></li><li nr="c."><al>subsidies die verstrekt zijn na 1 januari 2008 en betrekking
                                        hebben op 2008, voor zover verstrekt aan professionele
                                        instellingen welke als zodanig zijn aangewezen door het
                                        College bij besluit van 11 december 2007.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 2, eerste lid, geldt niet voor subsidieverstrekkingen
                                krachtens de Subsidieverordening duurzame energie 2006 en de
                                Verordening subsidiering algemeen maatschappelijk werk 1996.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij
                            bekend is gemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Kaderverordening verstrekking
                            subsidies gemeente Uden 2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari 2008.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al><vet>Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen</vet> 1</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1</al><al>Artikel 2. Reikwijdte 1</al><al>Artikel 3. Beslissingsbevoegdheid 1</al><al>Artikel 4. Grondslag subsidieverstrekking 1</al><al>Artikel 5. Rechtspersoonlijkheid 2</al><al><vet>Hoofdstuk 2. Subsidiebepalingen</vet> 2</al><al>Artikel 6. Aanvraag subsidieverstrekking 2</al><al>Artikel 7. Beslissingstermijn 2</al><al>Artikel 8. Subsidieplafond 2</al><al>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden 2</al><al>Artikel 10. Begrotingsvoorbehoud 2</al><al>Artikel 11. Voorschotten 2</al><al>Artikel 12. Inrichting begroting en rekening 3</al><al>Artikel 13. Verklaring accountant 3</al><al>Artikel 14. Vermogensvorming 3</al><al>Artikel 15. Rekenkamer(commissie) 3</al><al><vet>Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen</vet> 3</al><al>Artikel 16. Toezicht 3</al><al>Artikel 17. Ingetrokken verordeningen 3</al><al>Artikel 18. Overgangsrecht 3</al><al>Artikel 19. Inwerkingtreding 3</al><al>Artikel 20. Citeertitel 4</al><al><vet>Toelichting Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden
                                2008</vet> 7</al><al>Algemeen 7</al><al><vet>Hoofdstuk 1</vet><vet>Inleidende bepalingen</vet> 9</al><al>Artikel 2. Reikwijdte 9</al><al>Artikel 3. Beslissingsbevoegdheid 10</al><al>Artikel 4. Grondslag subsidieverstrekking 11</al><al>Artikel 5. Rechtspersoonlijkheid 11</al><al><vet>Hoofdstuk 2</vet><vet>Subsidiebepalingen</vet> 11</al><al>Artikel 6. Aanvraag subsidieverstrekking 11</al><al>Artikel 7. Beslissingstermijn 11</al><al>Artikel 8. Subsidieplafond 12</al><al>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden 12</al><al>Artikel 4:25. (Weigering subsidie) 12</al><al>Artikel 4:35. (Weigering subsidie) 13</al><al>Artikel 10. Begrotingsvoorbehoud 13</al><al>Artikel 11. Voorschotten 13</al><al>Artikel 12. Inrichting begroting en rekening 13</al><al>Artikel 13. Verklaring accountant 14</al><al>Artikel 14. Vermogensvorming 14</al><al>Artikel 15 Rekenkamer(commissie) 14</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen</vet> 15</al><al>Artikel 18 Overgangsrecht 15</al><al/><al/><tussenkop>Toelichting Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden
                    2008</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met de inwerkingtreding van titel 4.2. (“subsidierecht”) van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) op 1 januari 1998 is het verlenen van subsidies door
                    bestuursorganen wettelijk geregeld. Deze kaderverordening is een aanvullende
                    regeling op de wettelijke bepalingen van de Awb. De kaderverordening is daarmee
                    in de praktijk van het verstrekken van subsidies door de gemeente te beschouwen
                    als “regelend of aanvullend recht”.</al><al>Enkele bepalingen van titel 4.2. van de Awb verwijzen naar een wettelijk
                    voorschrift waarin bepaalde onderwerpen geregeld kunnen of moeten worden. Dit
                    wettelijk voorschrift is neergelegd in deze kaderverordening, maar ook het door
                    de gemeenteraad vastgestelde subsidiebeleidskader.</al><al>Daarnaast kunnen gemeentelijke beleidsregels worden opgesteld. Deze regels, met
                    een algemene strekking kunnen zowel aanvullend zijn op deze verordening, als op
                    het eerder genoemde subsidiebeleidskader. Deze regels noemen we
                    beleidsregels.</al><al>Bij het vaststellen van de kaderverordening is ernaar gestreefd een zo goed
                    mogelijk evenwicht tot stand te brengen tussen enerzijds voldoende waarborgen
                    voor de subsidieaanvrager wat betreft een zorgvuldige behandeling van zijn
                    subsidieaanvraag en anderzijds het behoud van voldoende beleidsvrijheid voor het
                    College van burgemeester en wethouders bij de verdeling van subsidiegelden en de
                    financiële beheersbaarheid van subsidies.</al><al>Het voldoen aan de bepalingen van deze kaderverordening alleen geeft geen recht
                    op subsidie.</al><al>In de eerste plaats worden subsidies uitsluitend verstrekt voor activiteiten die
                    bijdragen aan de realisering van gemeentelijk beleid; gemeentelijk beleid zoals
                    vastgelegd is in subsidiebeleidskaders en beleidsnota’s, en door de Raad is
                    vastgesteld. Deze subsidiebeleidskaders/beleidsnota’s vormen dus een
                    toetsingskader voor zowel het verlenen als het vaststellen van subsidies.</al><al>In de tweede plaats moet de gemeenteraad gelden op de gemeentebegroting
                    beschikbaar hebben gesteld, en mag een geldend subsidieplafond niet worden
                    overschreden.</al><tussenkop>Het karakter van de bepalingen in de Algemene wet
                    bestuursrecht</tussenkop><al>De Awb kent vier soorten regels.</al><al>-<onderstreept>Dwingende regels</onderstreept></al><al>Van deze regels mag niet worden afgeweken, tenzij de wet zelf een afwijking
                    toestaat. De gemeente is niet gerechtigd van deze dwingende regels af te
                    wijken.</al><al>-<onderstreept>Hoofdregels</onderstreept></al><al>Ook door een lagere regelgever kan van deze regels worden afgeweken. Hoofdregels
                    zijn herkenbaar aan de toevoeging ‘tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald’. Zo met het verstrekken van subsidie bij wettelijk voorschrift worden
                    bepaald. </al><al>-<onderstreept>Regels van aanvullend recht</onderstreept></al><al>Een voorbeeld van aanvullend recht (ook wel regelend recht genoemd) zijn
                    Subsidie Verordeningen, de Ziektewet, AWBZ. (afwijkingen in de specifieke
                    regelgeving).</al><al>-<onderstreept>Facultatieve standaardregelingen</onderstreept></al><al>Voorbeelden van deze standaardregelingen zijn de uitgebreide openbare
                    voorbereidingsprocedures.</al><al>Als het om subsidiebeschikkingen gaat hebben wij (in hoofdzaak) te maken met
                    dwingende regels en aanvullend recht).</al><tussenkop>Het subsidieproces</tussenkop><al>De wetgever onderscheidt in het subsidieproces drie belangrijke momenten, te
                    weten:</al><lijst><li nr="-"><al>de subsidieverlening;</al></li><li nr="-"><al>de subsidievaststelling;</al></li><li nr="-"><al>de betaling.</al></li></lijst><al>Het besluit (de beschikking) om <onderstreept>subsidie te
                        verlenen</onderstreept> moet worden aangevraagd. Op deze aanvraag zijn de
                    artikelen 4:1 tot en met 4:5 Awb van toepassing. De beschikking tot
                    subsidieverlening is een antwoord op de vraag.</al><al>Indien een beschikking tot verlening van subsidie is afgegeven, dient de
                    subsidieontvanger na afloop van de activiteiten, of het tijdvak waarvoor de
                    subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststellen van de subsidie in. Op deze
                    aanvraag zijn de artikelen 4:44 tot en met 4:46 Awb van toepassing. De
                    beschikking tot vaststellen van de verleende subsidie is een antwoord op de
                    vraag.</al><al>Subsidieverlening en subsidievaststelling zijn onlosmakelijk aan elkaar
                    verbonden. Deze verbintenis noemen we subsidieverstrekking. Daarvoor is een
                    reden.</al><al>Wil een aanvraag tot het verlenen van subsidie voldoende concreet zijn om tot
                    behandeling aanleiding te geven, dan dient in ieder geval aangegeven te worden
                    voor welke activiteiten subsidie wordt aangevraagd (jurisprudentie). Of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd passen binnen deze verordening
                    of aanvullende beleidsregel, dan wel voldoen aan het door de gemeente gevormde
                    beleid (subsidiebeleidskader/beleidsnota’s), moet door het College van
                    burgemeester en wethouders worden beoordeeld. <onderstreept>Een precieze en goed
                        onderbouwde omschrijving van de beoogde activiteiten in de
                        aa</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>vraag vormt
                        derhalve een essentieel onderdeel van de subsidieaanvraag.</onderstreept>
                    Pas wanneer de aanvraag juist en volledig is, kan het College een weloverwogen
                    beslissing nemen.</al><al>Indien een beschikking tot verlenen van subsidie is gegeven, dient na afloop van
                    de subsidieperiode een verzoek tot subsidievaststelling te worden gedaan. Bij
                    deze aanvraag tot subsidievaststelling dient de aanvrager aan te tonen
                        <onderstreept>dat de activiteiten conform de verlening zijn verricht en dat
                        de daarbij h</onderstreept><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>rende
                        verplichtingen zijn nageleefd. Tevens wordt
                        financi</onderstreept><onderstreept>ë</onderstreept><onderstreept>le
                        rekening en verantwoording afgelegd.</onderstreept></al><al>De beschikking tot subsidieverlening geeft <onderstreept>de subsidieaanvrager
                        nog geen aanspraak op betaling. Dat recht ontstaat op het moment waarop een
                        beschikking tot vaststelling van subsidie is afgegeven.</onderstreept></al><al>Dat is de reden waarom in deze kaderverordening in hoofdstuk 2 sprake is van een
                    subsidieproces. Dit proces bestaat globaal uit: subsidie aanvragen?subsidie
                    verlenen?aanvragen de verleende subsidie vast te stellen?subsidie vaststellen?de
                    aanspraak op betaling van de subsidie.</al><al>Subsidieverstrekking (dus het aanvragen van subsidie, het verlenen van subsidie
                    op de aanvraag, het aanvragen van het vaststellen van de verleende subsidie, het
                    vaststellen van de verleende subsidie op deze aanvraag) is de zogenoemde “lange
                    procedure”.</al><al>Het College kan in voorkomende gevallen besluiten de “korte procedure” toe te
                    passen. De subsidie wordt gelijkertijd verleend en vastgesteld. Er is dus één
                    besluit/beschikking nodig.</al><tussenkop>De betaling</tussenkop><al>De beschikking tot subsidieverlening geeft, zoals eerder is gezegd, nog geen
                    aanspraak op betaling van subsidie. Dat recht ontstaat pas na de beschikking tot
                    subsidievaststelling. </al><al>Om de aanvang en voortgang van de activiteiten van de subsidieaanvrager niet te
                    frustreren, <onderstreept>kan</onderstreept> het College besluiten
                        <onderstreept>voorschotten te verlenen.</onderstreept> Het verlenen van
                    voorschotten wordt in de beschikking tot verlenen van subsidie neergelegd.
                    Artikel 4:52 Awb is hierop van toepassing.</al><al>Na het vaststellen de subsidie wordt een beschikking tot subsidievaststelling
                    afgegeven. Deze beschikking geeft dan de aanspraak op het vastgestelde bedrag,
                    overeenkomstig afdeling 4.2.7 Awb; en van toepassing is eveneens artikel 4:42
                    Awb.</al><al>Onder verrekening van de verleende voorschotten wordt het resterende deel van de
                    subsidie uitbetaald en wel binnen vier weken na het daartoe genomen
                    besluit.</al><tussenkop>Terugvordering</tussenkop><al>Het niet nakomen van verplichtingen zoals in de beschikking tot verlenen van
                    subsidie en daaraan verbonden andere opgelegde verplichting kan leiden tot
                    terugvordering van het verleende voorschot op de subsidieverstrekking.</al><tussenkop>Beleidsregel</tussenkop><al>Een beleidsregel zoals bedoeld en omschreven in artikel 1:3 vierde lid Awb is
                    een bij besluit genomen vaste gedragsregel bij het uitvoeren van bevoegdheden
                    van een bestuursorgaan. Het College stelt de beleidsregels vast. Voor het
                    subsidieproces zijn/worden een of meer beleidsregels vastgesteld, om inhoud en
                    een rechtmatige structuur te geven aan de uitvoering van het
                    subsidieproces.</al><tussenkop>Grondslag van de subsidieverstrekking</tussenkop><al>Subsidiebesluiten van bestuursorganen moeten, op grond van het bestuursrecht,
                    voldoen aan een aantal geschreven en ongeschreven normen. De geschreven normen
                    staan in de wet. Ongeschreven normen zijn onder meer de beginselen van
                    behoorlijk bestuur. De Awb is een aanbouwwet. Dat betekent dat aan deze wet
                    regelmatig een stuk wordt aangebouwd (tranches). In de eerste tranche van de Awb
                    is “het verkeer tussen bestuursorganen en burgers” vastgelegd. Er staan
                    bepalingen over besluiten/beschikkingen in en er worden het bezwaar en beroep
                    tegen genomen besluiten/beschikkingen in geregeld. De derde tranche van de Awb
                    regelt het subsidierecht. Er is sprake van een bestuursrechtelijke inkadering
                    van de subsidiebeschikking door het voorschrift dat de subsidieverstrekking in
                    beginsel slechts mogelijk is door een wettelijk voorschrift. In de gemeente Uden
                    is het wettelijk voorschrift deze Kaderverordening verstrekking subsidies
                    gemeente Uden 2008. De kaderverordening is van toepassing op alle subsidies die
                    door de gemeente worden verstrekt, en regelt op welke terreinen van beleid
                    subsidie kan worden verstrekt. Dat het verstrekken van subsidies gebaseerd moet
                    zijn op een wettelijk voorschrift, komt voort uit de wens de rechtszekerheid van
                    de subsidieaanvrager/ontvanger te verbeteren. Hiernaast streeft de wetgever de
                    verbetering van de doelmatigheid van overheidsuitgaven na. Onzorgvuldig en
                    willekeurig handelen is beter te toetsen aan de hand van een subsidieverordening
                    en subsidiebeleidskader, dan aan de hand van een op zichzelf staand besluit van
                    een College of een daartoe gemandateerde ambtenaar.</al><tussenkop>Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008</tussenkop><tussenkop>Over de Kaderverordening zelf</tussenkop><al>In deze kaderverordening komen, althans in beginsel, geen algemene
                    subsidievoorschriften terug waarvoor de Awb al een afdoende regeling heeft
                    getroffen. Waar de Awb sluitende voorschriften biedt, is geen nadere aanvulling
                    of regeling nodig. Indien nodig zijn/worden subsidievoorschriften uitgewerkt in
                    beleidsregels. De kaderverordening is toepasselijk voor alle te verstrekken
                    subsidies.</al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte</tussenkop><al>Deze kaderverordening beoogt:</al><lijst><li nr="1."><al>De door de wet (Awb) vereiste wettelijke grondslag voor gemeentelijke
                            subsidieverstrekking te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Uit het tweede lid van artikel 2 blijkt dat subsidie wordt verstrekt
                            overeenkomstig een wettelijke grondslag. Het derde lid van artikel 4:23
                            van de Awb geeft de <onderstreept>uitzonderingen aan op het vereiste van
                                een wettelijke grondslag:</onderstreept></al><lijst><li nr="a."><al>Vooruitlopend op de totstandkoming van een wettelijke grondslag
                                    kan maximaal een jaar <onderstreept>zonder</onderstreept>
                                    wettelijke grondslag worden gesubsidieerd.</al></li><li nr="b."><al>Indien er sprake is van een Europees programma, dan wordt
                                    daarmee voldaan aan de eisen van transparante rechtszekerheid.
                                    De vertaling in een Nederlandse subsidieregeling is onnodig en
                                    bovendien tijdrovend.</al></li><li nr="c."><al>Indien in de gemeentebegroting de <onderstreept>ontvanger van
                                        het subsidiebedrag</onderstreept> wordt vermeld. Dat kan
                                    hooguit voor een jaar. Indien het meerdere potentiële
                                    subsidieontvangers betreft, dan is een wettelijke grondslag
                                        <cursief>wel</cursief> noodzakelijk.</al></li><li nr="d."><al>Voor het verlenen van <onderstreept>Incidentele subsidies is
                                        geen wettelijke grondslag
                                        vereist</onderstreept><cursief>.</cursief> Met “incidenteel”
                                    bedoelt de wetgever <onderstreept>niet</onderstreept> dat
                                    slechts een enkele maal subsidie wordt verstrekt; maar dat de
                                    subsidie naar zijn aard incidenteel is (jurisprudentie). Indien
                                    beleid geformuleerd is en vastgesteld door de gemeenteraad, op
                                    grond waarvan subsidie wordt verstrekt is er
                                        <onderstreept>geen</onderstreept> sprake van incidentele
                                    subsidie. Met andere woorden: is er sprake van een structurele
                                    mogelijkheid van subsidieverstrekking, dan is er geen sprake van
                                    incidentele subsidie. Indien desondanks de uitzondering op de
                                    vereiste van een wettelijke grondslag wordt toegepast en het
                                    derde lid van het artikel is niet toepasselijk, dan is er in
                                    beginsel sprake van <onderstreept>onrechtmatige
                                        verlening</onderstreept> en is dit besluit vatbaar voor
                                    vernietiging (jurisprudentie).</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze kaderverordening vormt dus de wettelijke grondslag voor
                        <onderstreept>alle</onderstreept> subsidieverstrekking in de gemeente Uden.
                    Daarnaast geeft zij – <onderstreept>kaderstellend</onderstreept><cursief>
                        –</cursief> beheersmatige voorschriften. In
                        <onderstreept>aanvulling</onderstreept>daarop bestaat, zoals
                    eerder is duidelijk gemaakt, de mogelijkheid om via beleidsregels en
                    (sectorspecifieke) uitvoeringsvoorschriften nadere voorwaarden te stellen. De
                    (sectorspecifieke) uitvoeringsvoorschriften kunnen opgenomen worden in een door
                    de Raad vast te stellen, als verordening, subsidiebeleidskader. Hiermee wordt
                    het subsidiebeleidskader naast deze verordening, een algemeen verbindend
                    voorschrift.</al><tussenkop>Artikel 3. Beslissingsbevoegdheid</tussenkop><al>De verdeling van bevoegdheden tussen de gemeenteraad en het College van
                    burgemeester en wethouders wordt bepaald door het duaal stelsel. Dit houdt in,
                    dat het College bevoegd is om binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders
                    subsidies te verstrekken. Deze kaders betreffen in hoofdzaak deze verordening,
                    subsidiebeleidskaders/beleidsnota’s en meerjarenprogramma’s, mits door de
                    gemeenteraad vastgesteld. Bovendien is het College bevoegd om zo nodig
                    aanvullende sectorspecifieke administratieve -, procedurele - en
                    controlevoorschriften vast te stellen.</al><al>Met betrekking tot de artikelen 2 en 3 bevat de derde tranche van de Awb een
                        <onderstreept>aantal dwingende
                        bep</onderstreept><onderstreept>a</onderstreept><onderstreept>lingen.</onderstreept>
                    Om een volledig beeld te krijgen van alle regels waardoor gemeentelijke
                    subsidies worden beheerst, is alleen een kaderverordening niet voldoende.</al><lijst><li nr="1."><al>De kaderverordening moet worden beschouwd in samenhang met de wet.</al></li><li nr="2."><al>De kaderverordening moet worden beschouwd in samenhang met
                            subsidiebeleidskaders dan wel beleidsnota’s waarin de inhoudelijke
                            grondslagen van het verstrekken van gemeentelijke subsidies is
                            neergelegd.</al></li><li nr="3."><al>De kaderverordening moet worden beschouwd in samenhang met het door het
                            College te bepalen nadere voorschriften en bepalingen die aan de
                            subsidieverstrekking worden verbonden en (eventueel) worden vastgelegd
                            in een overeenkomst; zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>inhoudelijke criteria;</al></li><li nr="-"><al>procedurevoorschriften;</al></li><li nr="-"><al>sectorspecifieke voorschriften etc.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Grondslag subsidieverstrekking</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Met het eerste lid van dit artikel is bedoeld dat de kaderverordening de
                            wettelijke grondslag is voor alle subsidieverstrekkingen. Met het
                            benoemen van activiteiten behorende bij in de gemeentebegroting
                            opgenomen beleidsterreinen/begrotingsposten is er een relatie gelegd met
                            het financieel beleid van de gemeente, zoals neergelegd in de
                            Verordening Financieel beleid en beheer (ex artikel 212 Gemeentewet) van
                            de gemeente en de mogelijkheid per beleidsterrein/begrotingspost een
                            subsidieplafond in te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Met het tweede lid is bedoeld een relatie te leggen tussen subsidie “als
                            beleidsinstrument” om gemeentelijk beleid/beleidsdoelen te
                            realiseren.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Rechtspersoonlijkheid</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het op de eerste plaats subsidie verstrekken aan rechtspersonen heeft
                            een bedoeling. De gemeente moet weten “met wie zij van doen heeft”.
                            Hierin zit een zekere waarborg dat de subsidie conform de
                            subsidieverlening en doelstelling zal worden besteed.</al></li><li nr="2."><al>Het tweede lid van dit artikel maakt een uitzondering op bovenstaande
                            regel, door aan een natuurlijk persoon of een groep natuurlijke personen
                            subsidie te verstrekken. Subsidiëring is alleen mogelijk indien daarbij
                            de rechtmatigheid, doelgerichtheid en doelmatigheid van de vestrekking
                            niet in gedrang komt, en de subsidie bijdraagt aan het realiseren van
                            gemeentelijk beleid/beleidsdoelen. Subsidie kan alleen worden verstrekt
                            met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager.</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 2 Subsidiebepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 6. Aanvraag subsidieverstrekking</tussenkop><al>Het subsidieproces bestaat uit drie onderdelen: het verlenen van subsidie (op
                    aanvraag van een subsidieaanvrager), het vaststellen van verleende subsidie
                    (eveneens op aanvraag) en de betaling. Omdat aanspraak op financiële middelen
                    verstrekt door een bestuursorgaan pas ontstaat nadat een beschikking tot
                    vaststellen van de verleende subsidie is afgegeven, gaat dit artikel alleen om
                    (1) het verlenen van subsidie en (2) het vaststellen van subsidie.</al><al>Het College kan regels stellen over de termijn waarbinnen een aanvraag tot het
                    verlenen van subsidie ingediend moet zijn. Bovendien kan het College regels
                    stellen over de gegevens en bescheiden die de aanvrager daarbij dient te
                    overleggen.</al><tussenkop>Artikel 7. Beslissingstermijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De Awb laat een subsidieverlening toe, zolang de subsidie niet is
                            vastgesteld en de subsidiabele activiteit nog niet is afgelopen. De
                            wetgever heeft hiermee de weg vrij gemaakt om voor de
                            subsidievaststelling een beschikking tot het verlenen van subsidie af te
                            geven en tot betaling van voorschotten over te gaan. Hiernaast heeft de
                            wetgever bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van subsidie moet
                            zijn ingediend vóór de aanvang van de activiteiten. Op
                                <onderstreept>volledige
                                subsidieaa</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>vragen
                                dient te worden beslist binnen de termijn die is aangegeven in de
                                verordening.</onderstreept> Indien binnen deze termijn geen besluit
                            kan worden genomen, wordt dit feit onverwijld medegedeeld aan de
                            subsidieaanvrager, waarbij tevens een datum wordt aangegeven waarbinnen
                            het besluit wel kan worden genomen. Bij niet tijdig beslissen kan de
                            aanvrager op grond van artikel 6:2 Awb bezwaar aantekenen bij het
                            College van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>In voorkomende gevallen zoals bedoeld in dit artikel, wordt de
                            subsidieaanvrager bericht dat een besluit op de aanvraag tot het
                            verlenen van subsidie zal worden genomen binnen een termijn van vier
                            weken na vaststelling/goedkeuring van de gemeentebegroting door de
                            gemeenteraad.</al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie
                            vast (artikel 4:42 Awb) en geeft aanspraak op betaling van het
                            vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7 Awb. De vaststelling
                            geeft dus een onvoorwaardelijke en afdwingbare aanspraak op een bepaald
                            geldbedrag. Daarom wordt in de beschikking altijd het subsidiebedrag in
                            Euro’s (of andere valuta) vastgelegd. <onderstreept>Daarmee is het
                                besluitvormingsproces rondom de subsidieverstrekking
                                voltooid.</onderstreept> In deze verordening is het tijdvak bepaald
                            waarbinnen het besluit, na ontvangst van de aanvraag, wordt
                            genomen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8. Subsidieplafond</tussenkop><al>Subsidieplafonds kunnen slechts gebruikt worden door ze op te nemen in een
                    wettelijke subsidieregeling (artikel 4:25 e.v. Awb). Door artikel 8 op te nemen
                    in de kaderverordening is voldaan aan deze bepaling. Met de instelling van
                    subsidieplafonds kan subsidie worden geweigerd voor “zover door verstrekking van
                    de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden”.</al><al>De eis van een wettelijke grondslag heeft tot gevolg dat de criteria voor het
                    verlenen van subsidies vast staan én openbaar zijn. </al><al>Het (kunnen) instellen van subsidieplafonds heeft een reden. Het is bij voorbaat
                    niet altijd duidelijk hoeveel te honoreren aanvragen voldoen aan door de
                    gemeente bepaalde criteria en wettelijke regelingen. Hierdoor zou – zonder
                    instelling van subsidieplafonds – een openeinderegeling kunnen ontstaan. Indien
                    de aanvraag voldoet aan de wettelijke criteria dan
                        <onderstreept>moet</onderstreept> deze gehonoreerd worden ook als het voor
                    de subsidie gereserveerde budget uitgeput is. Om deze problemen te voorkomen
                    geeft afdeling 4.2.2 Awb de mogelijkheid subsidieplafonds in te stellen. Een
                    subsidieplafond heeft tot gevolg dat het bedrag dat het bestuur aan bepaalde
                    subsidies kan uitgeven eindig is. Het subsidieplafond geeft een bepaald bedrag
                    aan, meer mag niet worden uitgegeven. Indien door honorering van een aanvraag
                    het subsidieplafond zou worden overschreden, moet de aanvraag worden afgewezen
                    (artikel 4:22 Awb). Overschrijding van het subsidieplafond is daarom een
                    verplichte weigeringsgrond.</al><tussenkop>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden</tussenkop><al>De gronden waarop de subsidie geweigerd kan worden kunnen een verschillende
                    oorsprong hebben. Zo kan op inhoudelijke gronden (de subsidieaanvraag past niet
                    in het subsidiebeleidskader/beleids-nota) geweigerd worden, maar ook omdat de
                    aanvraag te laat was, het verleden van de aanvrager tot weigering aanleiding gaf
                    en geeft enz.</al><al>Een in de praktijk belangrijke weigeringsgrond is dat de activiteiten waarvoor
                    subsidie wordt gevraagd <onderstreept>niet</onderstreept> die zijn waarvoor de
                    subsidiemogelijkheid is. Daarbij maakt het verschil of er een subsidieregeling
                    bestaat die betrekking heeft op de activiteiten of dat deze ontbreekt.</al><al>Met deze kaderverordening en de nota Subsidie-instrument heeft de gemeente Uden
                    de bedoelde subsidieregeling. Nu de subsidiemogelijkheid op een wettelijk
                    voorschrift berust, dan kan een subsidieaanvraag rechtens worden geweigerd
                    wanneer de aanvraag niet voldoet aan de wettelijke criteria
                    (jurisprudentie).</al><al>Niettemin blijft het gemeentebestuur, met inachtneming van hetgeen in de
                    betreffende (subsidie) verordeningen is bepaald, een grote mate van
                    beleidsvrijheid houden bij het verlenen, verminderen en beëindigen van een
                    subsidie. Deze beleidsvrijheid vindt haar begrenzing in de algemene beginselen
                    van behoorlijk bestuur.</al><al>1.De Awb geeft in de artikelen 4:25 en 4:35 Weigeringsgronden. Artikel 4:25 Awb
                    handelt over het subsidieplafond.</al><tussenkop>Artikel 4:25. (Weigering subsidie)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift
                            worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de
                            subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van
                            een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de
                            verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het
                            tijdstip waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had
                            moeten worden genomen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:35. (Weigering subsidie)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                            gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al></li><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                            subsidie van belang zijn. </al></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd, indien
                            de aanvrager:</al></li><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                            beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of
                            ten aanzien van hem de schuldsanering natuurlijke personen van
                            toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                            ingediend.</al></li></lijst><al>De in deze wettelijke regeling (de kaderverordening) overige gronden spreken
                    voor zich.</al><tussenkop>Artikel 10. Begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>Het verlenen van subsidie onder begrotingsvoorbehoud kan alleen indien deze
                    mogelijkheid is opgenomen in een wettelijke regeling (artikel 4:34, tweede lid
                    Awb). In deze kaderverordening is de bedoelde mogelijkheid vastgelegd, dus
                    toepasbaar.</al><al>Is de subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                    goedgekeurd, dan kan alleen subsidie worden verleend onder de voorwaarde dat bij
                    de (definitieve) begrotingsvaststelling of –goedkeuring voldoende geld ter
                    beschikking wordt gesteld (jurisprudentie). Hiermee heeft de gemeenteraad het
                    laatste woord en kan terugkomen op een voorwaardelijke subsidieverlening. Is dit
                    het geval, dan dient het College binnen vier weken na vaststelling of
                    goedkeuring van de begroting waarin niet of niet voldoende geld ter beschikking
                    is gekomen, de subsidieverlening in te trekken (artikel 4:48, eerste lid Awb),
                    en overeenkomstig artikel 4:50 Awb (veranderende omstandigheden).</al><tussenkop>Artikel 11. Voorschotten</tussenkop><al>Artikel 4:54 en 4:55 van de Awb bieden de mogelijkheid na verlening van de
                    subsidie tot voorschotverlening over te gaan. Dit moet bij wettelijke regeling
                    zijn bepaald; hetgeen hier het geval is. Artikel 11 van de kaderverordening
                    regelt de verlening van voorschotten.</al><al>Voorschotverlening geschiedt bij beschikking. In de beschikking tot het verlenen
                    van subsidie, dan wel in een latere beschikking tot het verlenen van
                    voorschotten moet het bedrag aan voorschotten zijn vermeld dan wel de manier
                    waarop dit bedrag is bepaald. Binnen vier weken na de beschikking
                    voorschotverlening moet het voorschot worden betaald. De gemeente Uden houdt
                    zich aan de termijn zoals in de wet bepaald.</al><tussenkop>Artikel 12. Inrichting begroting en rekening</tussenkop><al>Met betrekking tot de subsidieaanvraag is afdeling 4.1.1 Awb van toepassing.
                    Artikel 4.1 Awb schrijft voor dat de subsidieaanvraag schriftelijk moet zijn
                    ingediend. Artikel 4.2 Awb bepaalt dat de subsidieaanvraag in ieder geval moet
                    bevatten:</al><lijst><li nr="-"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>de dagtekening;</al></li><li nr="-"><al>een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd;</al></li><li nr="-"><al>de aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de
                            beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs kan
                            beschikken;</al></li><li nr="-"><al>de aanvraag moet zijn ondertekend.</al></li></lijst><al>In deze kaderverordening is bepaald dat zowel voor de begroting als de rekening
                    door het College nadere inrichtingseisen opgelegd kunnen worden. Het betreft
                    hier een wettelijk voorschrift, omdat deze aanvullende bepaling is opgenomen in
                    de kaderverordening.</al><al>Juist omdat het College op een aanvraag tot subsidieverlening het
                    zorgvuldigheidsbeginsel hanteert, kan zij om een evenwichtige en rechtvaardige
                    beslissing te nemen, nadere gegevens van de aanvrager nodig achten.</al><al>Voor de vaststelling van de verleende subsidie zijn ook gegevens nodig. Zijn de
                    verleende subsidiegelden besteed voor het doel die in de beschikking of
                    overeenkomst zijn vastgelegd. Zijn de verleende gelden ook doelgericht en
                    doelmatig besteed. Daarvoor is in de eerste plaats een <onderstreept>financieel
                        verslag</onderstreept> nodig. Op het gebied van financiële verslaglegging is
                    aansluiting gezocht bij hetgeen in het Burgerlijk Wetboek is geregeld over
                    jaarrekeningen. Rechtspersonen die op grond van het ter zake bepaalde zijn
                    gehouden aan het opmaken van een jaarrekening, kunnen op die manier financiële
                    verantwoording afleggen. Voor andere gevallen geeft de Awb regels:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en
                            verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                            inkomsten., voor zover deze voor de subsidievaststelling van belang zijn
                            (artikel 4:45, tweede lid Awb);</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de
                            subsidie, omvat het financieel verslag de balans en de
                            exploitatierekening met de toelichting; komt het vermogen en
                            exploitatiesaldo in beeld, zodat door het College een verantwoord
                            oordeel kan worden gevormd; en daardoor een getrouw beeld ontstaat
                            (artikel 4:76 Awb en artikel 4:77 Awb).</al></li></lijst><al>Het College is, op grond van het ter zake in de verordening bepaalde, bevoegd
                    nadere eisen te stellen aan de inrichting van de begroting en jaarrekening.</al><tussenkop>Artikel 13. Verklaring accountant</tussenkop><al>Subsidiegelden moeten rechtmatig, doelgericht en doelmatig worden besteed. Om
                    dit te waarborgen dient bij de aanvraag tot vaststelling van verleende subsidies
                    waarop afdeling 4.2.8. Awb van toepassing is, een accountantsverklaring te
                    worden overlegd, tenzij van deze eis ontheffing is verleend in de beschikking
                    tot subsidieverlening. Zo kan het College besluiten dat er geen
                    accountantsverklaring noodzakelijk is wanneer “de kosten
                        <onderstreept>niet</onderstreept> voor de baat uitgaan”, wanneer de subsidie
                    een bepaalde subsidiesom niet overstijgt enz.</al><al>Deze kaderverordening maakt het mogelijk, op grond van artikel 4:79 Awb bij
                    wettelijk voorschrift de omvang van de accountantscontrole te beïnvloeden. De
                    omvang van de accountantscontrole kan ook in de beschikking tot verlenen van
                    subsidie worden opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 14. Vermogensvorming</tussenkop><al>Sommige verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de bepaling van de
                    subsidietitel zelf. De vergoedingsplicht die op een subsidieontvanger kan rusten
                    wanneer subsidiëring heeft geleid tot vermogensvorming, is al geregeld in
                    artikel 4:41 Awb. Om tot een vergoedingsplicht te komen, dient het causaal
                    verband tussen het verstrekken van subsidiegelden en het vormen van vermogen te
                    worden aangetoond. Met het verstrekken van subsidie wordt niet beoogd het vormen
                    van vermogen (jurisprudentie). De vergoeding – ter afroming van het
                    vermogensvoordeel – is slechts verschuldigd bij het einde van de subsidierelatie
                    (artikel 4:41, tweede lid sub d Awb), of als de rechtspersoon wordt ontbonden
                    (artikel 4:41, tweede lid sub e Awb).</al><tussenkop>Artikel 15 Rekenkamer(commissie)</tussenkop><al>Zie: Hoofdstuk 3, artikel 16 Toezicht.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><al>Overheden verstrekken subsidies om beleidsdoelstellingen te realiseren. Ook in
                    subsidieland geldt “voor wat, hoort wat”. Het voornaamste instrument voor de
                    overheid is “het opleggen van verplichtingen aan de subsidieontvanger”.</al><al>“Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen (artikel
                    4:37 Awb) met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                            inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden
                            die nodig zijn voor een beslissing omtrent subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de te verzekeren risico’s;</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de te verrichten
                            activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover
                            deze voor de vaststelling van subsidie van belang zijn;</al></li><li nr="g."><al>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor
                            derden;</al></li><li nr="h."><al>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel
                            393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het
                            bestuursorgaan gevoerde financieel beheer en de financiële
                            verantwoording daarover.</al></li></lijst><al>We noemen de bovenstaande verplichtingen “doelgerelateerde verplichtingen”.</al><al>Het spreekt voor zich dat de gemeente als subsidieverstrekker de plicht heeft er
                    op toe te zien dat hetgeen verordend is, ook wordt nagekomen. De
                    rekenkamer(commissie) is het orgaan dat toezicht houdt op het handelen van de
                    gemeente.</al><tussenkop>Artikel 18 Overgangsrecht</tussenkop><al>De (ongeschreven) hoofdregel dat een nieuwe wettelijke regeling, een
                    onmiddellijke werking heeft, is hier niet van toepassing. Het subsidierecht kent
                    een belangrijke uitzondering. “Op een subsidievaststelling is in beginsel het
                    recht van toepassing, dat gold ten tijde van de subsidieverlening”
                    (jurisprudentie).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>