<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20609_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling voor de Gemeenschappelijk Gezondheidsdienst Hart voor Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 29-06-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling GGD Hart van Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 23-06-2005, College 19-04-2005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/GGD%20Hart%20voor%20Brabant/355844/355844_1.html">Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant 01-01-2015</extref></al><al>Wet Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>de versie 01-01-2015 staat bij overheidsorganisatie GGD Hart voor Brabant zoals vermeld onder gedelegeerde regelgeving; onderstaande 2005-versie verving die van 4 juli 2002</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling voor de Gemeenschappelijk Gezondheidsdienst Hart voor Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant</vet></al><al/><al>De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                        Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle,
                        Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Landerd, Lith, Loon
                        op Zand, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oisterwijk, Oss, Schijndel, Sint
                        Anthonis, SintMichielsgestel, Sint-Oedenrode, Tilburg, Uden, Veghel, Vught
                        en Waalwijk, ieder voor zover het zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden
                        aangaat,</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>ingevolge artikel 5 van de Wet collectieve preventie volksgezondheid
                                de gemeenten de zorg dragen voor de instelling en instandhouding van
                                gemeentelijke gezondheidsdiensten;</al></li><li nr="-"><al>het voor een optimale behartiging van deze publiekrechtelijke taak
                                wenselijk is dat zij tot samenwerking overgaan;</al></li><li nr="-"><al>zij daartoe een openbaar lichaam willen instellen;</al></li><li nr="-"><al>zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling
                                aan te geven belangen willen opdragen, bevoegdheden willen
                                overdragen en middelen ter beschikking willen stellen;</al></li><li nr="-"><al>het bestuur en het beheer van het openbaar lichaam zo moet zijn
                                ingericht dat de gemeentebesturen zoveel mogelijk betrokken blijven
                                bij die belangenbehartiging;</al></li><li nr="-"><al>het Algemeen en het Dagelijks Bestuur daarbij primair het beleid van
                                de <vet>GGD </vet>Hart voor Brabant gestalte geven en de uitvoering
                                ervan controleren, waarbij de bedrijfsvoering bij de directie
                                ligt;</al></li><li nr="-"><al>de financiële risico's voor de gemeenten door een adequate
                                bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven; </al></li></lijst><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>de tekst van de Gemeenschappelijke regeling voor de Gemeenschappelijke
                        Gezondheidsdienst Hart voor Brabant te wijzigen in de volgende:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet : Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="b."><al>regeling : Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor
                                        Brabant;</al></li><li nr="c."><al>gemeenten : aan de regeling deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="d."><al>college : College van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="e."><al>werkgebied : gebied van de aan deze regeling deelnemende
                                        gemeenten;</al></li><li nr="f."><al>Brabant-Noord : het deel van het werkgebied, dat bestaat uit
                                        het gebied van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer,
                                        Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden,
                                        Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, 0ss,
                                        Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel,
                                        Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught;</al></li><li nr="g."><al>Midden-Brabant : het deel van het werkgebied dat bestaat uit
                                        het gebied van de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle,
                                        Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en
                                        Waalwijk;</al></li><li nr="h."><al>Gedeputeerde Staten : het College van Gedeputeerde Staten
                                        van Noord Brabant;</al></li><li nr="i."><al>GGD : Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst;</al></li><li nr="j."><al>geneeskundige hulpverlening : naar aanleiding van een zwaar
                                        ongeval of een ramp als bedoeld in artikel 1, het
                                        organiseren van de medische hulpverlening onderdeel b, van
                                        de Wet rampen en zware ongevallen, de gewondenzorg door
                                        militairen daaronder niet begrepen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere
                                wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                                wordt in die artikelen in plaats van ‘de gemeente’, de ‘raad’,
                                ‘burgemeester en wethouders’ en ‘de burgemeester’ respectievelijk
                                gelezen: ‘de GGD’, ‘het Algemeen Bestuur’, ‘het Dagelijks Bestuur’
                                en ‘de voorzitter’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd GGD Hart voor Brabant, gevestigd te
                            Tilburg.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Doelstelling en taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Algemene doelstelling</titel></kop><al>De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de openbare
                            gezondheidszorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenten dragen aan de GGD met inachtneming van het bepaalde in
                                artikel 5a van de Wet collectieve preventie volksgezondheid de
                                uitvoering van de gemeentelijke taken op die worden genoemd in de
                                artikelen 2 tot en met 3a van de Wet collectieve preventie
                                volksgezondheid en van de toezichtstaken die worden genoemd in de
                                Wet kinderopvang.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gemeenten of derden kunnen aan de GGD de uitvoering van producten
                                (doen) opdragen in het kader van de sociaal-medische advisering en
                                de geneeskundige hulpverlening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De taken van de GGD zijn ondergebracht in basistaken en plustaken.
                                De basistaken vloeien voort uit wettelijke verplichtingen en de
                                keuzes van het Algemeen Bestuur en vormen naar omvang een verplicht
                                pakket.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de inhoud van de basistaken vast bij de
                                vaststelling van de begroting als bedoeld in artikel 22 van deze
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De basistaken zijn gesplitst in een uniform pakket en een
                                maatwerkpakket. Het uniform pakket wordt aangeboden aan alle
                                gemeenten en wordt uitgevoerd afhankelijk van de doelgroep en de
                                problematiek.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het maatwerkpakket is door iedere gemeente individueel samen te
                                stellen. bijvoorbeeld op basis van zijn gezondheidsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De afname van plustaken door de gemeenten is geheel vrijwillig.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de tarieven vast voor de producten in het
                                maatwerkpakket en voor de plustaken.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De GGD levert de producten uit het maatwerkpakket en de plustaken
                                verder op basis van de voorwaarden zoals het Dagelijks Bestuur die
                                heeft vastgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>De bestuursorganen -samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Samenstelling bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bestuur van de GGD bestaat uit een Algemeen Bestuur. een
                                Dagelijks Bestuur en een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van de GGD.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter is zowel voorzitter van het Algemeen Bestuur als van
                                het Dagelijks Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Samenstelling, benoeming en ontslag van het Algemeen
                                Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal
                                gemeenten. Iedere gemeente wordt door één lid vertegenwoordigd.
                                Ieder lid heeft een plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur worden zo spoedig mogelijk, maar
                                uiterlijk binnen twaalf weken na aanvang van de zittingsperiode van
                                de gemeenteraden door die raden uit hun midden, hun voorzitters
                                inbegrepen en uit hun wethouders, aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt met ingang van de
                                dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als de leden van het Algemeen Bestuur ophouden lid van de
                                gemeenteraad, voorzitter daarvan of wethouder te zijn, houden zij
                                van rechtswege ook op lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Die
                                gemeenteraad voorziet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen
                                twaalf weken, in de vacature.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geeft het
                                college dat het aangaat binnen één week kennis aan de voorzitter van
                                het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur dat het vertrouwen niet meer bezit
                                van de raad die hem als lid heeft aangewezen, kan, nadat dit lid in
                                de gelegenheid is geweest zich te verantwoorden, door die raad als
                                zodanig worden ontslagen. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet
                                zijn dan van overeenkomstige toepassing. Op dit ontslagbesluit is
                                artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het bepaalde in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel is mede van
                                toepassing op de plaatsvervangers als bedoeld in het eerste lid van
                                dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan zich in zijn werkzaamheden laten bijstaan
                                door een of meer adviseurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Samenstelling, benoeming en ontslag van het Dagelijks
                                Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur wijst bij het begin van elke zittingsperiode
                                uit zijn midden de leden van het Dagelijks Bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bestaat uit minimaal zes leden en maximaal
                                zeven, de voorzitter daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de zetelverdeling streeft het Algemeen Bestuur naar een
                                spreiding over het werkgebied.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Drie leden van het Dagelijks Bestuur worden aangewezen uit de leden
                                die de gemeenten vertegenwoordigen met meer dan 75.000 inwoners. Een
                                lid van het Dagelijks Bestuur wordt aangewezen uit de leden die de
                                gemeenten vertegenwoordigen met meer dan 35.000 maar minder dan
                                75.000 inwoners. Twee leden van het Dagelijks Bestuur worden
                                aangewezen uit de leden die de gemeenten vertegenwoordigen met
                                minder dan 35.000 inwoners.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Hij die ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt ook op
                                lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Als tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur beschikbaar
                                komt, kiest het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 5 van dit artikel en lid 4 van
                                artikel 6 blijft degene die geen lid meer is van het Dagelijks
                                Bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeft
                                aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan het Dagelijks Bestuur of een of meer leden
                                daarvan ontslag verlenen als het of deze(n) het vertrouwen van het
                                Algemeen Bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat het, hij of zij
                                de gelegenheid is geboden zich te verantwoorden en voorts met
                                overeenkomstige toepassing van de artikelen 49 en 50 van de
                                Gemeentewet. Op dit ontslagbesluit is artikel 7:1 van de Algemene
                                wet bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan zich in zijn werkzaamheden laten bijstaan
                                door een of meer adviseurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend
                                voorzitter uit zijn midden aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de GGD in en buiten rechte. Hij kan
                                deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen
                                persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken die van het
                                openbaar lichaam uitgaan. Het Algemeen Bestuur kan de voorzitter
                                toestaan de ondertekening op te dragen aan de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergoeding bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur
                                kunnen, als het Algemeen Bestuur daartoe besluit, een tegemoetkoming
                                in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder of
                                burgemeester vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden
                                ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur brengt besluiten over deze vergoedingen ter
                                kennis van Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>De bestuursorganen - bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Algemene bevoegdheidstoedeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de bevoegdheden van de bestuursorganen zijn van overeenkomstige
                                toepassing de regels, in de ruimste zin, die bij of krachtens de
                                Gemeentewet zijn gesteld voor de verdeling van de bevoegdheden van
                                de gemeentebesturen over de gemeentelijke bestuursorganen, voor de
                                uitoefening van die bevoegdheden en voor het toezicht daar op. Dit
                                geldt niet voor zover daarvan bij of krachtens de wet of deze
                                regeling is afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt de uitoefening van zijn bevoegdheden
                                voor zover als mogelijk in mandaat op aan de directie. Een door het
                                Dagelijks Bestuur vast te stellen organisatieverordening beschrijft
                                de taken van de directie en de wijze waarop het Dagelijks Bestuur
                                toeziet op de uitvoering daarvan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Verantwoording en inlichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verantwoording- en inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd,
                                en in ieder geval binnen zes weken, te informeren en inlichtingen te
                                verschaffen over alle zaken betreffende deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een
                                of meer gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen, die
                                hij in verband met deze regeling nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk lid van het Algemeen Bestuur is verplicht de door een of meer
                                leden van de raad die hem heeft aangewezen gevraagde inlichtingen te
                                verstrekken. Hij verstrekt de gevraagde inlichtingen aan de raad zo
                                spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd, dit in
                                overeenstemming met het reglement van orde van de betreffende
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid van het Algemeen Bestuur is verantwoording verschuldigd voor
                                het door hem gevoerde beleid aan de raad die hem als lid aangewezen
                                heeft. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat hem
                                daarom gevraagd is, dit in overeenstemming met het reglement van
                                orde van de betreffende raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur zijn gezamenlijk en ieder
                                afzonderlijk verantwoording schuldig aan het Algemeen Bestuur voor
                                het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur en geven hierover
                                alle door het Algemeen Bestuur verlangde inlichtingen; een en ander
                                voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder
                                geval binnen zes weken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>De bestuursorganen - werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vergaderingen van het Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de
                                orde van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur, voor zover
                                daarvan bij de wet niet is afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en
                                verder zo dikwijls als de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit
                                nodig oordeelt of tenminste vijf leden dit schriftelijk verzoeken,
                                onder opgave van de te behandelen onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, met
                                dien verstande, dat de openbare kennisgeving op verzoek van de
                                voorzitter geschiedt door de burgemeester van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Elk lid heeft in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur een
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn
                                vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe ambtelijke
                                bijstand wordt verleend aan het bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De
                                        deuren worden gesloten wanneer tenminste een vijfde van de
                                        aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                        oordeelt. Artikel 25 van de Gemeentewet is van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of
                                        besloten over:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                        verordeningen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De werkwijze van het Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts
                                zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste drie
                                leden van het Dagelijks Bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder
                                opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de
                                vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 56 van de
                                Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk lid heeft in de vergadering van het Dagelijks Bestuur een
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stemming in het Dagelijks Bestuur geschiedt mondeling, tenzij de
                                voorzitter of een der leden verzoekt om schriftelijke stemming. De
                                secretaris heeft in de vergaderingen een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                vergaderingen en andere werkzaamheden vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies en commissies ter
                                behartiging van bepaalde belangen instellen. De secretaris heeft in
                                deze commissies een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt in ieder geval als adviescommissie in de
                                Commissie onderzoek begroting en rekening. Deze commissie komt
                                minstens een maal per jaar bijeen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>Personeel en organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De directie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het hoofd van de GGD staat een directie die belast is met de
                                dagelijkse leiding en het beheer van de dienst. Het Algemeen Bestuur
                                benoemt en ontslaat de directie op voorstel van het Dagelijks
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van het Dagelijks Bestuur kan het Algemeen Bestuur
                                besluiten een tweehoofdige directie aan te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directie is secretaris van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. De
                                artikelen 102 tot en met 105 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een tweehoofdige directie functioneert de door het Algemeen
                                Bestuur aangewezen directeur als secretaris.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretaris woont de vergaderingen bij van het Algemeen Bestuur en
                                het Dagelijks Bestuur en heeft daarin een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De directie is bestuurder in de zin van de Wet op de
                                ondernemingsraden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Rechtspositieregeling</titel></kop><al>Het Algemeen Bestuur stelt voor het personeel van de GGD de
                            rechtspositieregeling vast en volgt daarbij hij het VNG-model van de
                            Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Organisatieverordening</titel></kop><al>Bij of krachtens een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen
                            organisatieverordening worden de inrichting van de ambtelijke
                            organisatie, de op te dragen bevoegdheden en de medische
                            verantwoordelijkheid nader geregeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Archief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                                GGD en stelt daarvoor een regeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst
                                in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen
                                archiefbewaarplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeentearchivaris van de gemeente 's-Hertogenbosch oefent de
                                inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in
                                artikel 25, lid 2, van de Archiefwet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Middelenbeheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geldmiddelen van de GGD worden afzonderlijk beheerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt bij of krachtens de beheersverordening
                                nadere regels voor de financiële administratie en het
                                geldverkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de
                                artikelen 213,214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De GGD neemt deel in de Frauderisico-Onderlinge van Gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Dienstjaar</titel></kop><al>Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>De begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar op voorstel van de directie een
                                ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar op en een
                                meerjarenraming, voorzien van de nodige toelichting en
                                specificaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 15 april stuurt het Dagelijks Bestuur de ontwerpbegroting,
                                de meerjarenraming en een raming van de door elke gemeente
                                verschuldigde inwonersbijdrage toe aan de gemeenten en aan het
                                Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor een
                                ieder ter inzage, stellen deze, tegen betaling van de kosten,
                                algemeen verkrijgbaar en geven hiervan openbaar kennis. Het Algemeen
                                Bestuur beraadslaagt over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee
                                weken na de openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inwonersbijdragen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, voor de
                                activiteiten bedoeld onder artikel 4, lid 1 worden vastgesteld op
                                basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar
                                voorafgaande aan het dienstjaar conform de door het Centraal Bureau
                                voor de Statistiek gepubliceerde bevolkingscijfers. De overige
                                bijdragen van de gemeenten en derden worden bepaald op grond van
                                tarieven per verrichting, zoals vastgesteld door het Algemeen
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raden van de gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending van
                                de ontwerpbegroting bij het Dagelijks Bestuur schriftelijk hun
                                zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting
                                zoals hij deze aanbiedt aan het Algemeen Bestuur. Hij brengt ook het
                                advies van de Commissie onderzoek begroting en rekening ter kennis
                                van het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur biedt de
                                ontwerpbegroting, vergezeld van de eventuele reacties van de
                                gemeenten en de adviezen van de genoemde Commissie uiterlijk 20 juni
                                aan het Algemeen Bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens stelt het Algemeen Bestuur de begroting vast v66r 1
                                juli.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stuurt de vastgestelde begroting binnen twee
                                weken na vaststelling toe aan de raden van de gemeenten. Ais de
                                vastgestelde begroting niet afwijkt van de eerder verzonden
                                ontwerpbegroting kan het Dagelijks Bestuur volstaan met een
                                schriftelijke mededeling daarover.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raden kunnen hierover schriftelijk bij Gedeputeerde Staten hun
                                zienswijze naar voren brengen en zenden dan een afschrift van dit
                                schrijven aan het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Ais de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven
                                van Gedeputeerde Staten, moet onder het achtste lid gelezen worden
                                dat de begroting ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten wordt
                                toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Op een begrotingswijziging zijn de bepalingen van dit artikel zoveel
                                mogelijk van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging
                                zal leiden tot een verhoging van de inwonersbijdragen voor de taken
                                van artikel 4, lid 1. Andere begrotingswijzigingen kunnen
                                vastgesteld worden door het Algemeen Bestuur zonder toepassing van
                                de leden 6 en 7 van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>De jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de jaarrekening over het
                                voorgaande jaar op. Hij zendt uiterlijk 15 april deze jaarrekening
                                met de daarbij behorende stukken aan de gemeenten en ter controle
                                naar de accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het
                                accountantsrapport uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jaarrekening bevat de door elke gemeente werkelijk verschuldigde
                                bijdrage. Het bepaalde in artikel 24, lid 3 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nadat de Commissie onderzoek begroting en rekening advies heeft
                                uitgebracht over de ontwerpjaarrekening, het accountantsrapport en
                                de eventuele opmerkingen van de gemeenten, stelt het Algemeen
                                Bestuur de rekening vast v66r 1 juli.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt de gemeenten in kennis van de
                                vaststelling van de jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vaststelling van de jaarrekening ontlast de leden van het
                                Dagelijks Bestuur en de controller van het daarin verantwoorde
                                financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken
                                onregelmatigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Bijdragen gemeenten en derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten betalen de helft van de in de begroting geraamde
                                bijdrage v66r respectievelijk 16 februari en 16 juli, behalve
                                wanneer het Algemeen Bestuur anders besluit. Bij te late betaling is
                                de wettelijke rente verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de activiteiten genoemd onder artikel 4 lid 7 vindt
                                plaats na declaratie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een mogelijk nadelig saldo zoals dat in de jaarrekening is
                                vastgesteld, wordt verrekend met hiertoe te vormen reserves als
                                bedoeld in artikel 25.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Reservevorming</titel></kop><al>Reserves en voorzieningen worden gevormd overeenkomstig de door het
                            Algemeen Bestuur vast te stellen Nota reserves en voorzieningen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toetreding van een gemeente volstaan de eensluidende
                                besluiten van de raad en het college van die gemeente. Die
                                toetreding behoeft de instemming van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toetreding kan het Algemeen Bestuur voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur geeft van elk bericht van toetreding kennis aan
                                de gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke gemeente kan bij eensluidende besluiten van raad en college de
                                deelname aan deze regeling opzeggen met ingang van twee
                                kalenderjaren na het jaar waarin dit besluit is genomen. De gemeente
                                brengt zo'n besluit terstond ter kennis van het Dagelijks
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen en de
                                overige gevolgen van de uittreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ais het Algemeen Bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde
                                van het aantal uitgebrachte stemmen daartoe besluit, kan hij een
                                kortere termijn toestaan dan de in lid 1 genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur brengt elk besluit tot uittreding terstond ter
                                kennis van de gemeenten en Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten gaan deze regeling aan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats bij eensluidende
                                besluiten van de raden en de colleges van tenminste tweederde van de
                                gemeenten, die samen tweederde van het aantal inwoners van het
                                werkgebied omvatten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het
                                Algemeen Bestuur of door de colleges van tenminste vijf
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een voorstel als bedoeld in het vorige lid uitgaat van colleges,
                                dienen zij dit in bij het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur
                                legt het voorstel ter beslissing voor aan de raden van de
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een
                                regeling vast voor de gevolgen van de opheffing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zonodig blijven de bestuursorganen functioneren tot de liquidatie
                                voltooid is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur brengt elk besluit tot opheffing of wijziging
                                van deze regeling terstond ter kennis van de gemeenten en
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter van het
                                openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de benoeming van
                                alle colleges is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De regeling kan worden aangehaald onder de titel
                                    'Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant'.</al></li><li nr="2."><al>De deelnemende gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van
                                    deze regeling.</al></li><li nr="3."><al>Deze regeling kent een toelichting.</al></li><li nr="4."><al>Het gemeentebestuur van de gemeente Tilburg is aangewezen als
                                    het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de wet.</al></li><li nr="5."><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                                    Algemeen Bestuur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Uden </ondertekening><ondertekening>in zijn vergadering van 19 april 2005</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Uden </ondertekening><ondertekening>in zijn vergadering van 23 juni 2005</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Voor akkoord, de burgemeester van de gemeente Uden</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen 1</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen 1</al><al>Artikel 2. Het openbaar lichaam 2</al><al>HOOFDSTUK 2. Doelstelling en taken 2</al><al>Artikel 3. Algemene doelstelling 2</al><al>Artikel 4. Taken 2</al><al>Artikel 5. Samenstelling bestuur 3</al><al>Artikel 6. Samenstelling, benoeming en ontslag van het Algemeen Bestuur 3</al><al>Artikel 7. Samenstelling, benoeming en ontslag van het Dagelijks Bestuur 3</al><al>Artikel 8. Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 4</al><al>Artikel 9. Vergoeding bestuur 4</al><al>HOOFDSTUK 4. De bestuursorganen - bevoegdheden 4</al><al>Artikel 10. Algemene bevoegdheidstoedeling 4</al><al>HOOFDSTUK 5. Verantwoording en inlichtingen 4</al><al>Artikel 11. Verantwoording- en inlichtingenplicht 4</al><al>HOOFDSTUK 6. De bestuursorganen - werkwijze 5</al><al>Artikel 12. Vergaderingen van het Algemeen Bestuur 5</al><al>Artikel 13. Openbaarheid 5</al><al>Artikel 14. De werkwijze van het Dagelijks Bestuur 5</al><al>Artikel 15. Commissies 5</al><al>HOOFDSTUK 7. Personeel en organisatie 6</al><al>Artikel 16. De directie 6</al><al>Artikel 17. Rechtspositieregeling 6</al><al>Artikel 18. Organisatieverordening 6</al><al>Artikel 19. Archief 6</al><al>HOOFDSTUK 8. Financiële bepalingen 6</al><al>Artikel 20. Middelenbeheer 6</al><al>Artikel 21. Dienstjaar 6</al><al>Artikel 22. De begroting 7</al><al>Artikel 23. De jaarrekening 7</al><al>Artikel 24. Bijdragen gemeenten en derden 8</al><al>Artikel 25. Reservevorming 8</al><al>HOOFDSTUK 9. Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing 8</al><al>Artikel 26. Toetreding 8</al><al>Artikel 27. Uittreding 8</al><al>Artikel 28. Wijziging en opheffing 8</al><al>HOOFDSTUK 10. Slotbepaling 9</al><al>Artikel 29 9</al><al>Toelichting Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant 1</al><al>Artikelsgewijze toelichting 2</al><al>Artikel 4. Taken 2</al><al>Artikel 7. Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks bestuur 4</al><al>Artikel 10. Algemene bevoegdheidsverdeling 4</al><al>Artikel 12. Vergaderingen van het Algemeen Bestuur 5</al><al>Artikel 15. Commissies 5</al><al>Artikel 22. en 23. Begroting en Jaarrekening 5</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In deze regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij de bepalingen in de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen en/of de Gemeentewet. Hieronder volgt, waar nodig,
                    een toelichting op de artikelen van deze regeling. Overal waar 'hij' of 'zijn'
                    staat, zou even goed 'zij' of 'haar' kunnen staan.</al><tussenkop>Aanhef</tussenkop><al>In de aanhef staat een aantal uitgangspunten voor het bestuursmodel dat is
                    vastgelegd in de regeling. Deze kunnen als volgt worden toegelicht.</al><al>Gemeenten worden door de Wet collectieve preventie volksgezondheid (artikel 5)
                    verplicht een gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden voor de
                    uitvoering van taken genoemd in die wet. Om deze verantwoordelijkheid optimaal
                    te behartigen, hebben de genoemde gemeenten per 1 januari 2001 een
                    gemeenschappelijke regeling ingesteld, als rechtsopvolger van de opgeheven
                    gemeenschappelijke regelingen van de GGD Midden-Brabant, de GGD Regio
                    's-Hertogenbosch en de GGD Brabant-Noordoost. </al><tussenkop>Wijzigingen t. o. v. de oude regeling</tussenkop><al>In deze (nieuwe) regeling zijn ontwikkelingen verwerkt die zich na 1 januari
                    2001 </al><al>hebben voorgedaan:</al><lijst><li nr="-"><al>het verdwijnen van Ravenstein als zelfstandige gemeente (per 1 januari
                            2003);</al></li><li nr="-"><al>het instellen van de nieuwe Gemeenschappelijke regeling
                            Hulpverleningsdienst Brabant-Noord per 1 januari 2003;</al></li><li nr="-"><al>de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (ingangsdatum: 1 januari
                            2005), die het GHOR-bestuur verantwoordelijk maakt voor het in stand
                            houden van de (infrastructuur van de) meldkamer ambulancezorg;</al></li><li nr="-"><al>het voorstel voor de Wet ambulancezorg, die moet ingaan per 01-01-2006
                            en die de verantwoordelijkheid voor de ambulancezorg legt bij een
                            Regionale Ambulancevoorziening. Tegelijk met deze wijziging ligt er bij
                            de gemeenten nu een voorstel voor een nieuwe gemeenschappelijke regeling
                            voor de ambulancezorg;</al></li><li nr="-"><al>de per 01-01-2003 gewijzigde Wet collectieve preventie volksgezondheid
                            (WCPV) en het Besluit jeugdgezondheidszorg, die duidelijker dan daarvoor
                            de gemeentelijke taken regelen en daarvoor ook de nieuwe termen 'uniform
                            deel' en 'maatwerkdeel' gebruiken. Daardoor was het nodig om deze
                            begrippen te gaan gebruiken en ook te definiëren (zie artikel 4);</al></li><li nr="-"><al>de nieuwe Wet kinderopvang, die de GGD'en aanwijst voor het toezicht op
                            die kinderdagverblijven.</al></li></lijst><al>De functie van het bestuursorgaan burgemeester had in de vorige regeling een
                    plaats vanwege de relatie met de rampenbestrijding (geneeskundige
                    hulpverlening). Deze taak hebben de gemeenten opgedragen aan afzonderlijke
                    gemeenschappelijke regelingen, zodat de nieuwe regeling slechts wordt aangegaan
                    door raden en colleges. Van de burgemeester wordt wei zijn akkoord gevraagd met
                    deze wijziging.</al><al>Het bestuursmodel van de GGD hangt nauw samen met de relatie tussen gemeenten en
                    GGD en de werkwijze van de GGD. Centraal hierin staat dat de gemeenten politieke
                    en bestuurlijk verantwoordelijk zijn voor het gezondheidsbeleid. De functies van
                    de GGD -preventie en acute zorg-zijn bij uitstek overheidstaken. De minister van
                    VWS heeft ook uitgesproken dat hier duidelijk plaats is voor een
                    publiekrechtelijke organisatie met publiekrechtelijke taken.</al><al>De gemeente formuleert zijn lokaal gezondheidsbeleid en stuurt de GGD vanuit dit
                    kader aan. De GGD moet dan ook genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel
                    zijn om aan te sluiten op de lokale wensen. Maar hij moet ook bedrijfsmatig
                    optimaal kunnen opereren om daarmee de risico's voor de gemeenten te
                    minimaliseren. </al><al>De uitgangspunten bij de vormgeving van de bestuurlijke structuur zijn dan
                    ook:</al><al>Gemeenten hebben bij een regierol ten opzichte van de GGD. Daarnaast moeten zij
                    de GGD zo nodig direct kunnen inzetten.</al><al>Er moet ruimte zijn voor gemeenten om de GGD zowel individueel als gezamenlijk
                    aan te sturen.</al><al>De GGD functioneert vanuit de door de gemeenten geformuleerde kaders als een
                    zelfstandige, professionele organisatie: het beheer van de organisatie is
                    geprofessionaliseerd en voor het beheer functioneert het bestuur op
                    afstand.</al><al>De structuur moet toegankelijk zijn: gemeenten moeten kunnen ingrijpen als de
                    GGD de taken niet goed uitvoert. Een gemeenschappelijke regeling maakt dit
                    mogelijk.</al><al>Van belang is dat de GGD een slagvaardige bedrijfsvoering kan voeren, die leidt
                    tot het behalen van de door de gemeenten geformuleerde doelen. Daarbij kunnen de
                    gemeenten inhoudelijke kaders stellen en op afstand toezicht houden op het
                    beheer van de GGD.</al><al>Het Algemeen Bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de
                    rekening.</al><al>Het Dagelijks Bestuur richt zich vooral op de toezicht op de directie.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 4. Taken</tussenkop><al>Artikel 4 van deze regeling beschrijft het pakket van de GGD in globale termen.
                    Hierdoor houdt het Algemeen Bestuur zijn expliciete bevoegdheid om zelf de
                    omvang en de inhoud van dat pakket bij te stellen als hij dat nodig vindt. Het
                    geëigende moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de
                    productbegroting.</al><al>De GGD is niet de enige organisatie die deze taken kan of moet uilvoeren, zie
                    artikel 5a van de WCPV: de gemeente kan taken op het gebied van de
                    jeugdgezondheidszorg ook aan andere instellingen opdragen.</al><al>Bij de invoering van de gewijzigde WCPV per 1 januari 2003 zijn de basistaken
                    van de gemeenten redelijk nauwkeurig omschreven, vooral op het gebied van de
                    jeugdgezondheidszorg (uitgewerkt in het Besluit jeugdgezondheidszorg). Daardoor
                    heeft het Algemeen Bestuur bij de jaarlijkse) vaststelling van de basistaken
                    voor de jeugdgezondheidszorg minder beleidsvrijheid, maar bijvoorbeeld bij het
                    onderdeel gezondheidsbevordering veel meer. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen
                    voor het maatwerkpakket. Voor de jeugdgezondheidszorg, met haar veelheid aan
                    uniforme en verplichte producten, zullen de gemeenten immers minder
                    maatwerkproducten kiezen dan bijvoorbeeld voor gezondheidsbevordering.</al><al>De uitvoering van het uniform pakket kan per gemeente verschillen: niet alle
                    gemeenten of directe klanten zullen evenveel gebruik maken van dit uniforme
                    aanbod. Soms is dit afhankelijk van incidenten (bijv. een infectieziekte of een
                    crisissituatie op een school), soms van de bevolkingssamenstelling (bijvoorbeeld
                    bij sociaal-economische gezondheidsverschillen) of van het beroep wat op de GGD
                    wordt gedaan (bijvoorbeeld het documentatiecentrum of de website). En natuurlijk
                    zijn de burger of de instelling zelf niet verplicht om gebruik te maken van het
                    GGDaanbod (bijvoorbeeld bij gezondheidsonderzoeken of lespakketten).</al><al>Het begrip 'plustaak' is bewust niet gedefinieerd. Dit geeft het Algemeen
                    Bestuur de mogelijkheid om een aantal concrete producten uitdrukkelijk als
                    plustaak te benoemen. Maar het is ook mogelijk om dit begrip een louter
                    financiële betekenis te geven, bijvoorbeeld door als plusproduct te benoemen elk
                    product waarvoor betaald wordt buiten de inwonersbijdrage. Gemeenten en derden
                    kunnen er op contractbasis voor kiezen deze taken bij de GGO af te nemen.</al><al>Hieronder volgen nog enkele relevante bepalingen uit de Wet collectieve
                    preventie volksgezondheid.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de
                            samenhang binnen collectieve preventie alsmede de onderlinge afstemming
                            tussen deze collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.</al></li><li nr="2."><al>Ter verwezenlijking van het bepaalde in het eerste lid draagt de
                            gemeenteraad in ieder geval zorg voor:</al></li><li nr="a."><al>het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de
                            gezondheidssituatie van de bevolking; deze taak omvat in ieder geval het
                            eenmaal per vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota
                            gemeentelijk gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 3b, op landelijk
                            gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens omtrent deze
                            gezondheidssituatie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieraan
                            nadere regels worden gesteld.;</al></li><li nr="b."><al>het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen;</al></li><li nr="c."><al>het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van
                            preventieprogramma’s, met inbegrip van gezondheidsvoorlichting en
                            -opvoeding;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medisch-milieukundige zorg, waaronder in ieder geval
                            wordt verstaan het signaleren van ongewenste situaties, het adviseren
                            over risico's, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen, het
                            beantwoorden van vragen uit de bevolking, het geven van voorlichting en
                            het doen van onderzoek;</al></li><li nr="e."><al>het bevorderen van technische hygiënezorg, waaronder in ieder geval
                            wordt verstaan het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien
                            de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten
                            worden verricht, een verhoogd risico bestaat op verspreiding van
                            pathogene micro-organismen, het adviseren van deze instellingen over
                            mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de
                            activiteiten om deze risico's te verkleinen, het signaleren van
                            ongewenste situaties, het beantwoorden van vragen uit de bevolking en
                            hel geven van voorlichting;</al></li><li nr="f."><al>het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, waaronder in
                            ieder geval wordt verstaan het signaleren en bestrijden van
                            risicofactoren op het gebied van de openbare geestelijke
                            gezondheidszorg, het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en
                            risicogroepen, het functioneren als meldpunt voor signalen van crisis of
                            dreiging van crisis bij kwetsbare personen en risicogroepen, het bieden
                            van psychosociale hulp bij rampen en het tot stand brengen van afspraken
                            tussen belrokken organisaties over de uitvoering van de openbare
                            geestelijke gezondheidszorg.</al></li><li nr="3."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het tweede lid, onder a
                            en onder c t0t en met f, vermelde werkzaamheden nader worden
                            uitgewerkt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad draagt zorg voor de uitvoering van de
                            infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval wordt verslaan
                            algemene infectieziektebestrijding, bestrijding van seksueel
                            overdraagbare aandoeningen. waaronder aids, tuberculosebestrijding,
                            bron-en contactopsporing bij vermoeden op epidemieën van
                            infectieziekten, het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het
                            geven van voorlichting en begeleiding, voor zover dit bij algemene
                            maatregel van bestuur is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Onze Minister kan ter zake van de bestrijding van een epidemie van
                            infectieziekten een aanwijzing geven aan de gemeenteraad, indien deze
                            niet of niet naar behoren maatregelen treft ter bestrijding van de
                            epidemie, terwijl er ernstig gevaar voor de volksgezondheid dreigt en
                            een bovenregionale verspreiding van de desbetreffende infectieziekte te
                            verwachten is.</al></li><li nr="3."><al>Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing
                            overleg met de gemeenteraad. Hij deelt het nemen van de aanwijzing,
                            onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de beide kamers van de
                            Staten-Generaal.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3a</tussenkop><lijst><li nr="1"><al>De gemeenteraad draagt eveneens zorg voor de uitvoering van de
                            jeugdgezondheidszorg.</al></li><li nr="2"><al>Ter verwezenlijking van het eerste lid draagt de gemeenteraad in ieder
                            geval zorg voor:</al></li><li nr="a."><al>het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de
                            gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en
                            bedreigende factoren;</al></li><li nr="b."><al>het ramen van de behoeften aan zorg;</al></li><li nr="c."><al>de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met
                            uitzondering van de perinatale schending op phenylketonurie (PKU),
                            congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS) en het
                            aanbieden van vaccinaties voortkomend uit het
                            Rijksvaccinatieprogramma;</al></li><li nr="d."><al>het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;</al></li><li nr="e."><al>het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van
                            gezondheidsbedreigingen.</al></li><li nr="3"><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het tweede lid genoemde
                            taken nader worden uitgewerkt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7. Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks
                    bestuur</tussenkop><al>In het Algemeen Bestuur zijn alle gemeente op een gelijkwaardige wijze
                    vertegenwoordigd: één gemeente, één stem. In het Dagelijks Bestuur zullen
                    minimaal zes en maximaal zeven leden -inclusief de voorzitter-zitting hebben uit
                    de kring van de gemeenten. De zetelverdeling gaat ervan uit dat de gemeenten met
                    een GGDvestiging tenminste in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd zijn en dat
                    er verder een zekere spreiding is over het werkgebied.</al><tussenkop>Artikel 10. Algemene bevoegdheidsverdeling</tussenkop><al>Het Dagelijks Bestuur is primair bestuurlijk verantwoordelijk voor de
                    bedrijfsvoering van de GGD. Het vult deze verantwoordelijkheid in met een
                    toezichtsmodel: het Dagelijks Bestuur mandateert een groot deel van zijn
                    bevoegdheden -binnen nader door het bestuur vast te stellen randvoorwaarden- aan
                    de directie en houdt toezicht op de manier waarop de directie dit mandaat
                    invult. Accountancy en controlling "verzekeren" de bestuurlijke positie.</al><al>De keuze voor een brede mandatering van de directie wordt vooral ingegeven door
                    het feit, dat bilaterale afspraken tussen GGD en gemeenten een zware rol spelen
                    bij de aansturing van (de verschillende onderdelen van) de GGD. In de
                    randvoorwaarden van het mandaat wordt geregeld hoe de directie zich over haar
                    handelen verantwoordt naar het Dagelijks Bestuur. Voor het regelen van de
                    relatie tussen Dagelijks Bestuur en directie is er een
                    organisatieverordening.</al><al>Op de mandaatverlening is de Algemene wet bestuursrecht (AWB) van toepassing,
                    die onder andere bepaalt dat de gemandateerde bevoegdheid wordt uitgeoefend
                    namens het bestuursorgaan. De verantwoordelijkheid voor het in mandaat genomen
                    besluit blijft dus berusten bij het bestuursorgaan dat het mandaat verleend
                    heeft, waarbij van elk besluit duidelijk zijn dat het namens het bestuursorgaan
                    genomen is.</al><al>De mandaatgever kan instructies geven voor de uitoefening van een verleend
                    mandaat.</al><al>Artikel 10:3 AWB bepaalt dat mandaat alleen is toegestaan voor zover de aard van
                    de te mandateren bevoegdheid zich daartegen niet verzet.</al><tussenkop>Artikel 12. Vergaderingen van het Algemeen Bestuur</tussenkop><al>De vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur vloeit voort uit de planning
                    &amp; controlcyclus van de GGD. Deze cyclus sluit op zijn beurt aan bij de
                    beleidscyclus van de gemeenten. Hierdoor kunnen gemeenten tijdig invloed
                    uitoefenen op de beleidsrichting en de financiële kaders van de GGD en deze
                    vervolgens meenemen in de eigen beleidscyclus.</al><tussenkop>Artikel 15. Commissies</tussenkop><al>Op grond van artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen
                    commissies met bestuursbevoegdheden worden ingesteld. Instelling van zo'n
                    commissies ligt bijvoorbeeld voor de hand als:</al><lijst><li nr="-"><al>de bestuurlijke aansturing van en verantwoordelijkheid voor taken moeten
                            worden gedeeld met andere partners die geen zitting kunnen hebben in het
                            Algemeen Bestuur;</al></li><li nr="-"><al>samenwerkende gemeenten daar bij de uitvoering van facultatieve taken
                            voor kiezen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 22. en 23. Begroting en Jaarrekening</tussenkop><al>Aan de opstelling van de begroting gaan de kaders voor deze begroting vooraf.
                    Hierin staan de hoofdlijnen van het strategisch beleid voor de komende jaren. De
                    nota geeft de globale financiële gevolgen van eventuele beleidswijzigingen weer.
                    Het Algemeen Bestuur bespreekt de kaders in maart.</al><al>De productbegroting werkt de besluiten in de voorjaarsnota uit. Onderdelen van
                    de productbegroting zijn: het budget en de inwonerbijdrage op basis van de
                    budgetsystematiek, een overzicht van de productie en de kosten per product. Het
                    Algemeen Bestuur stelt in juni de productbegroting vast. Daarnaast stelt het
                    Dagelijks Bestuur in december een beheersbegroting vast, die de middeleninzet
                    beschrijft van personeel, huisvesting en kapitaallasten.</al><al>Het jaarbericht geeft een beredeneerd financieel verslag over het afgelopen
                    jaar, inclusief accountantsverklaring. Het Algemeen Bestuur stelt deze vast in
                    juni.</al><tussenkop>Indexsystematiek en budgetsystematiek</tussenkop><al>De GGD volgt bij het opstellen van de begroting de indexsystematiek van de
                    gemeente Tilburg. Jaarlijks wordt de vastgestelde inwonersbijdrage gecorrigeerd
                    op loon-en prijsstijgingen. Dit betekent onder meer dat prognoses worden
                    gecorrigeerd voor de werkelijke ontwikkeling. Hierdoor is er geen cumulatie van
                    te hoge of te lage budgetten door foute inschattingen vooraf.</al><al>Jaarlijks stelt het Algemeen Bestuur het budget (bijdrage per inwoner) vast.
                    Hierbij geeft de GGD aan welke output daarvoor geleverd wordt. In dit systeem
                    wordt de hoogte van het budget bepaald door de vastgestelde inwonersbijdrage van
                    het voorgaand jaar te verhogen met de autonome kostenstijgingen, zoals loon-en
                    prijsstijgingen en rechtspositionele wijzigingen. Naast deze aanpassing voor
                    nominale ontwikkelingen vindt in principe geen budgetaanpassing plaats. Alleen
                    voor externe onvermijdelijke ontwikkelingen zal het Algemeen Bestuur hiervan
                    afwijken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>