<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20608_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijk regeling Werkvoorzieningschap Noord-Oost Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 29-12-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijk regeling Werkvoorzieningschap Noord-Oost Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2003-10-30</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2003/106</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijk regeling Werkvoorzieningschap Noord-Oost Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeenschappelijke regeling voor Werkvoorzieningschap
                        Noordoost-Brabant</vet></al><al/><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters
                        van de gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Bernheze, Landerd, Lith,
                        Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Veghel, ieder
                        voorzover het zijn bevoegdheden betreft;</al><al>overwegende, dat zij van oordeel zijn, dat het voor een optimale
                        behartiging van de in deze regeling nader aan te geven belangen van die
                        gemeenten en van de belangen van die gemeenten gezamenlijk, wenselijk
                        is, dat door de besturen van die gemeenten tot samenwerking wordt
                        overgegaan;</al><al>dat zij het voornemen hebben daartoe een openbaar lichaam in te
                        stellen;</al><al>dat zij bereid zijn aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in
                        deze regeling aan te geven belangen op te dragen, en bevoegdheden over
                        te dragen en middelen ter beschikking te stellen om die
                        belangenbehartiging gestalte te kunnen geven;</al><al>dat het bestuur van het openbaar lichaam zodanig dient te worden
                        ingericht, dat de gemeentebesturen zoveel mogelijk bij die
                        belangenbehartiging betrokken blijven;</al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al>b e s l u i t e n</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling : deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>het openbaar lichaam : Werkvoorzieningschap
                                        Noordoost-Brabant;</al></li><li nr="c."><al>de gemeenten : de aan de regeling deelnemende
                                        gemeenten;</al></li><li nr="d."><al>de raad/de raden : de raden van de deelnemende
                                        gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>Algemeen Bestuur : het in artikel 7 van deze regeling
                                        bedoelde bestuursorgaan;</al></li><li nr="f."><al>Dagelijks Bestuur : het in artikel 14 van deze regeling
                                        bedoelde bestuursorgaan;</al></li><li nr="g."><al>gedeputeerde staten : gedeputeerde staten van
                                        Noord-Brabant;</al></li><li nr="h."><al>de wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="i."><al>de deelregio : de deelregio Land van Cuijk, Oss/Maasland en
                                        Uden/Veghel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of enige andere wet
                                of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden
                                verklaard, treden in die artikelen in plaats van: de gemeente, de
                                Raad, het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester,
                                onderscheidenlijk: Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant, het
                                Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd: Werkvoorzieningschap
                                Noordoost-Brabant, gevestigd te Oss.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzorgingsgebied voor Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant
                                wordt gevormd door het grondgebied van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II.</nr><titel>Doel van de regeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Aan Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant wordt, met inachtneming van
                            het bepaalde in deze regeling, de behartiging opgedragen van de in
                            artikel 4 van deze regeling nader omschreven belangen van de gemeenten
                            ten aanzien van werkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant heeft tot doel: het continueren
                            van een gemeenschappelijke voorziening ter integrale uitvoering van de
                            Wet sociale werkvoorziening en de daaruit voortvloeiende en daarmee
                            verband houdende voorschriften en regelingen, alsmede andere vormen van
                            gesubsidieerde arbeid.</al><al>Met name wordt bevorderd dat inwoners uit de regio Noordoost-Brabant met
                            een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt, hulp wordt geboden bij
                            het verkrijgen van betaald werk.</al><al><vet><cursief>Verhouding van de taakopdracht aan het
                                    samenwerkingsverband tot de
                                    be</cursief></vet><vet><cursief>voegd</cursief></vet><vet><cursief>he</cursief></vet><vet><cursief>den
                                    van de gemeentebesturen.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al>Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant is werkgever van werknemers in
                            het kader van de Wsw.</al><al>De gemeenten onthouden zich van het uitoefenen van de hun toekomende
                            bevoegdheden, indien en voorzover zij die aan Werkvoorzieningschap
                            Noordoost-Brabant hebben overgedragen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III.</nr><titel>Het bestuur van de regeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant bestaat uit
                                een Algemeen Bestuur, een Dagelijks Bestuur en een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van Werkvoorzieningschap
                                Noordoost-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is voorzitter van het Algemeen Bestuur en tevens van
                                het Dagelijks Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Samenstelling van het Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bestaat uit leden die door de raden uit hun
                                midden, de voorzitter inbegrepen, worden aangewezen. De raden wijzen
                                elk één lid van het Algemeen Bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, tevens één
                                plaatsvervangend lid aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De zittingsperiode van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de
                                raden. Indien de leden hun kwaliteit om aangewezen te worden
                                behouden, blijven zij na periodieke aftreding hun functie als lid
                                van het Algemeen Bestuur waarnemen, totdat de raad is overgegaan tot
                                aanwijzing van een lid voor de nieuwe zittingsperiode.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden besluiten zo mogelijk in de eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode tot de aanwijzing van het lid en het
                                plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat
                                schriftelijk in bij de voorzitter van de raad, die hen heeft
                                aangewezen. Indien zij hun kwaliteit om aangewezen te worden
                                behouden, blijven zij hun functie als lid van het Algemeen Bestuur
                                waarnemen, totdat in hun opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In tussentijdse vacatures wordt door de raad die het aangaat, zo
                                mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen binnen acht dagen aan de voorzitter
                                van het Algemeen Bestuur mededeling van het ontstaan van
                                tussentijdse vacatures en van de aanwijzing van een nieuw lid, ter
                                voorziening in die vacatures.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Onverenigbare betrekkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van
                                Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant aangesteld of daaraan
                                ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel
                                gelijkgesteld zij, die in dienst van Werkvoorzieningschap
                                Noordoost-Brabant op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                werkzaam zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zodra blijkt, dat een lid van het Algemeen Bestuur een met het
                                lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van het Algemeen Bestuur geeft hiervan kennis aan de
                                voorzitter van de raad, die het lid heeft aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van het Algemeen Bestuur komt te verkeren in het
                                geval, genoemd in het eerste lid, geeft hij hiervan kennis aan het
                                Algemeen Bestuur, met vermelding van de reden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de kennisgeving niet is gedaan en het Dagelijks Bestuur van
                                oordeel is, dat een lid van het Algemeen Bestuur verkeert in het
                                geval, genoemd in het eerste lid, waarschuwt het de
                                belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het staat deze vrij de zaak binnen acht dagen daarna aan het oordeel
                                van het Algemeen Bestuur te onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bevoegdheden van het Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van de vervulling van de bij de artikelen 3 en 4
                                overgedragen taken, wordt door de besturen van de gemeenten aan het
                                bestuur van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant de bevoegdheid
                                overgedragen tot het verzoeken om en het aanvaarden van subsidies,
                                bijdragen en dergelijke van derden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing worden de bevoegdheden, die nodig zijn om de daarbij
                                overgedragen casu quo op verzoek overgenomen taken te kunnen
                                vervullen, concreet aangegeven. Onder deze bevoegdheden kan ook
                                begrepen zijn de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen,
                                door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven, en tot het heffen
                                van rechten als bedoeld in artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant is niet bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van en het deelnemen in stichtingen,
                                        maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere
                                        verenigingen;</al></li><li nr="b."><al>het waarborgen van geldelijke verplichtingen, door anderen
                                        aan te gaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van hetgeen is bepaald in lid 3 van dit artikel kan worden afgeweken
                                met toepassing van artikel 42, eerste lid van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde lid, onder a, is niet van toepassing op IBN-HOLDING
                                BV.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Naast hetgeen in deze regeling met betrekking tot de bevoegdheden
                                van het Algemeen Bestuur bepaald is, is het Algemeen Bestuur bevoegd
                                tot vaststelling van het strategisch plan, de begroting, de
                                meerjarenbegroting, de rekening en het jaarverslag van het openbaar
                                lichaam en het nemen van besluiten strekkende tot uitoefening van
                                aandeelhoudersbevoegdheden van IBN-HOLDING BV.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur neemt geen besluiten voordat het Dagelijks
                                Bestuur in de gelegenheid is geweest zijn standpunt daaromtrent
                                kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vergaderingen van het Algemeen Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en
                                voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig
                                oordeelt, of ten minste eenvijfde van het aantal leden dit, onder
                                opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van de voorzitter worden dag en uur van de vergadering in
                                elke gemeente door de burgemeester ter openbare kennis
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitnodigingen voor de vergaderingen worden, spoedeisende gevallen
                                uitgezonderd, ten minste twee weken vóór het houden van de
                                vergadering aan de leden en de plaatsvervangende leden van het
                                Algemeen Bestuur, alsook aan de besturen van de gemeenten,
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid heeft in de vergadering van het Algemeen Bestuur ten minste
                                één stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor iedere 10.000 inwoners, die de gemeente die een lid heeft
                                afgevaardigd in het Algemeen Bestuur heeft, heeft dat lid een extra
                                stem in vergaderingen van het Algemeen Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Sluiting van de deuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een
                                besluit genomen worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen, wijzigen of intrekken van
                                        verordeningen;</al></li><li nr="d."><al>besluiten, als bedoeld in artikel 3 en artikel 4 van de
                                        regeling;</al></li><li nr="e."><al>het invoeren, wijzigen of afschaffen van rechten of
                                        belastingen;</al></li><li nr="f."><al>het toetreden tot, het uittreden uit, het wijzigen van, het
                                        vervangen en opheffen van de regeling, als bedoeld in de
                                        artikelen 40 tot en met 42 van de regeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                vergaderingen en andere werkzaamheden vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand aan
                                haar wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>zes leden, uit iedere deelregio twee, die door het Algemeen
                                Bestuur uit zijn midden worden aangewezen en</al></li><li nr="b."><al>de voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN-HOLDING
                                        BV lid;</al></li><li nr="c."><al>de te benoemen leden zoals bedoeld in dit lid onder a.
                                        worden voorgedragen door de deelregio waaruit ze afkomstig
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur loopt
                                gelijk met de zittingsperiode van de leden van het Algemeen
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing van de leden van het Dagelijks Bestuur vindt plaats
                                door het Algemeen Bestuur in de eerste vergadering van elke
                                zittingsperiode. De leden als bedoeld in het eerste lid sub a van
                                dit artikel houden op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn op de
                                dag, waarop zij ophouden lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Het
                                lid bedoeld in het eerste lid, sub b van dit artikel houdt op lid
                                van het Dagelijks Bestuur te zijn op de dag waarop hij/zij ophoudt
                                voorzitter van de Raad van Commissarissen van IBN-HOLDING BV te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde ontslag
                                nemen. Zij dienen dit schriftelijk in bij het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de gevallen, voorzien in de leden 4, 5 en 6, blijven de leden van
                                het Dagelijks Bestuur hun functie waarnemen, zolang in hun opvolging
                                als lid van het Dagelijks Bestuur nog niet is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt,
                                voorziet het Algemeen Bestuur ten spoedigste daarin. Gaat het
                                openvallen van een plaats gepaard met het openvallen van een plaats
                                in het Algemeen Bestuur, dan stelt het Algemeen Bestuur het
                                aanwijzen van een nieuw lid uit, totdat de opengevallen plaats in
                                het Algemeen Bestuur is bezet.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis van een lid van het
                                Dagelijks Bestuur, alsmede in geval een lid met de waarneming van
                                het voorzitterschap is belast, kan het Algemeen Bestuur voorzien in
                                de waarneming van de functie van het desbetreffende lid van het
                                Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur heeft naast hetgeen in deze regeling is
                                bepaald tot taak:</al><al>a.het ontwerpen van het strategisch plan, begroting,
                                begrotingswijziging, meerjarenbegroting, rekening en
                                jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Aan het Dagelijks Bestuur behoren alle bevoegdheden en
                                verplichtingen die niet bij deze regeling aan het Algemeen Bestuur
                                zijn voorbehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergaderingen van het Dagelijks Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter stelt dag, uur en plaats van de vergaderingen vast,
                                met inachtneming van hetgeen daaromtrent in het reglement van orde,
                                bedoeld in artikel 16, is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het
                                Dagelijks Bestuur de onderlinge verdeling van werkzaamheden en de
                                onderlinge plaatsvervanging. Daarvan worden het Algemeen Bestuur en
                                de raden in kennisgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft in de vergadering één
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de vergadering van het Dagelijks Bestuur kunnen adviseurs
                                worden uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                            werkzaamheden een reglement van orde vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt op voordracht van de deelregio, waarbij de drie
                                deelregio's Land van Cuijk, Oss/Maasland en Uden/Veghel bij
                                toerbeurt voordragen, benoemd door en uit het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is voorzitter van het Algemeen Bestuur en het
                                Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis wordt de functie waargenomen
                                door een lid, door het Dagelijks Bestuur uit zijn midden aan te
                                wijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies instellen. Het regelt
                                de bevoegdheden en de samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks
                                Bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en
                                samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van
                                het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de
                                voorzitter worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de
                                voorzitter ingesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inlichtingen van leden aan de raden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan de raad, die hem
                                heeft aangewezen, alle inlichtingen, die één of meer leden van die
                                raad van hem verlangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd. De vragensteller
                                vermeldt daarbij dat of schriftelijk dan wel mondeling antwoord
                                wordt verlangd. De vragen worden bij de voorzitter van de raad
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge
                                beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering van de
                                raad beantwoord. Indien om een schriftelijke beantwoording is
                                gevraagd, geschiedt deze uiterlijk binnen acht weken, nadat de
                                vragen zijn ingediend. Een afschrift van de gestelde vragen en,
                                indien de beantwoording schriftelijk is geschied, een afschrift van
                                het antwoord, worden aan de leden van de raad ter kennisname
                                toegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde
                                termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo spoedig
                                mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks aan de
                                vragensteller en de leden van de raad, onder opgave van redenen
                                tijdig medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit
                                artikel, vragen heeft gesteld, kan bij de mondelinge beantwoording
                                in dezelfde raadsvergadering en bij de schriftelijke beantwoording
                                in de eerstvolgende raadsvergadering, zonder verlof van de raad,
                                nadere inlichtingen vragen omtrent het door het lid van het Algemeen
                                Bestuur gegeven antwoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verantwoording van de leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het Algemeen Bestuur is verantwoording verschuldigd aan
                                de raad die hem heeft aangewezen, voor het door hem in het Algemeen
                                Bestuur gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een lid van de raad het door de raad aangewezen lid van het
                                Algemeen Bestuur ter verantwoording wenst te roepen omtrent een
                                onderwerp, vreemd aan de orde van de dag, verzoekt hij daartoe het
                                verlof van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met de
                                vragen die hij wenst te stellen, ten minste viermaal vierentwintig
                                uur vóór de aanvang van de vergadering in handen van de voorzitter
                                van de Raad. Deze zorgt, dat de leden van de raad daarvan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk kennis krijgen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het verlof wordt verleend, bepaalt de raad tevens in welke
                                vergadering de interpellatie wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur,
                                dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslag
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inlichtingen van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen
                                Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door hen gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur,
                                wanneer een of meer van zijn leden hier om verzoeken, alle gevraagde
                                inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge
                                beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering van
                                het Algemeen Bestuur beantwoord. Indien om een schriftelijke
                                beantwoording is gevraagd, geschiedt deze uiterlijk binnen vier
                                weken, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de gestelde
                                vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is geschied, een
                                afschrift van het antwoord, worden aan de leden van het Algemeen
                                Bestuur en aan de gemeenten ter kennisname toegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde
                                termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo spoedig
                                mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks aan de
                                vragensteller en aan de leden van het Algemeen Bestuur, onder opgave
                                van redenen, tijdig medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit
                                artikel vragen heeft gesteld, kan bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde vergadering van het Algemeen Bestuur en bij schriftelijke
                                beantwoording in de eerstvolgende vergadering, zonder verlof van het
                                Algemeen Bestuur, nadere inlichtingen vragen omtrent een door het
                                Dagelijks Bestuur of een lid daarvan gegeven antwoord.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vorige leden zijn van toepassing op de voorzitter voor het door
                                hem gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verantwoording Dagelijks Bestuur ten opzichte van het Algemeen
                                Bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur, of
                                een lid van dat college afzonderlijk, ter verantwoording wenst te
                                roepen omtrent een onderwerp, vreemd aan de orde van de dag,
                                verzoekt hij daartoe het verlof van het Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met de
                                vragen, welke hij daarbij wenst te stellen, ten minste vier maal
                                vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering in handen van
                                de voorzitter. Deze zorgt, dat de leden van het Algemeen Bestuur en
                                de gemeenten daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis
                                krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval dat het verlof wordt verleend, bepaalt het Algemeen
                                Bestuur tevens in welke vergadering de interpellatie kan worden
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vorige leden zijn eveneens van toepassing op de voorzitter voor
                                het door hem gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan een lid van het Dagelijks Bestuur, dat zijn
                                vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 50 van de Gemeentewet is daarop van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt mede voor de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inlichtingen van het bestuur aan de raden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter
                                verstrekken aan de raden de door een of meer leden van die raden
                                gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk,
                                voorzover dat niet in strijd is met het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzoeken om inlichtingen worden door de leden van een raad
                                ingediend bij de voorzitter van zijn raad, die ze onmiddellijk
                                doorzendt aan het desbetreffende orgaan van Werkvoorzieningschap
                                Noordoost-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur verstrekt de inlichtingen in ieder geval binnen
                                acht weken; het Dagelijks Bestuur en de voorzitter binnen vier
                                weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter zendt een afschrift van een verzoek om inlichtingen en
                                de reactie daarop zo spoedig mogelijk aan de raden van de overige
                                gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV.</nr><titel>Vergoedingen en tegemoetkomingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Vergoedingen en tegemoetkomingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur kunnen
                                een tegemoetkoming in de kosten ontvangen en voorzover zij niet de
                                functie van fulltime wethouder, burgemeester of secretaris
                                vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissies van advies die geen burgemeester,
                                fulltime wethouder of lid van de raad zijn, kunnen een vergoeding
                                voor het bijwonen van vergaderingen van de commissies
                                ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt de bedragen van de vergoedingen en de
                                tegemoetkomingen vast. De daartoe strekkende besluiten worden aan
                                gedeputeerde staten gezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V.</nr><titel>Personeel en organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris.
                                Indien de omstandigheden dat nodig maken, kan het Dagelijks Bestuur
                                tot een voorlopige schorsing besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor elke benoeming dient het Dagelijks Bestuur een aanbeveling
                                in.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Taak van de secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de
                                voorzitter en de commissies bij in de uitoefening van hun taak. Hij
                                is in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks
                                Bestuur en de commissies aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken, uitgaande van het Algemeen Bestuur en van het
                                Dagelijks Bestuur, worden door de secretaris mede-ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan de
                                commissies, het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur over alle
                                zaken waarvoor het bestuur is opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor een efficiënte en effectieve
                                voorbereiding van de vergadering van de commissies, het Algemeen
                                Bestuur en het Dagelijks Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Benoeming, schorsing en ontslag van het overig personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan zich de benoeming, schorsing en het ontslag
                                van andere personen in dienst van Werkvoorzieningschap
                                Noordoost-Brabant voorbehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geen voorbehoud als bedoeld in het vorige lid is gemaakt,
                                geschiedt de benoeming, schorsing en ontslag van personen in dienst
                                van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant, door het Dagelijks
                                Bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Rechtspositie personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt ten behoeve van de in dienst van het
                                openbaar lichaam werkzame ambtenaren en alsmede de werknemers van
                                het openbaar lichaam die een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht hebben, hieronder niet begrepen werknemers die een
                                arbeidsovereenkomst op grond van de Wsw hebben, een
                                bezoldigingsregeling vast en de verdere rechtspositieregelingen,
                                welke nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kan het Algemeen
                                Bestuur bepalen, dat rechtspositieregelingen van een in dat besluit
                                genoemde gemeente van overeenkomstige toepassing zijn op de in het
                                eerste lid van dit artikel bedoelde personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Organisatieverordening</titel></kop><al>Het Algemeen Bestuur stelt een verordening vast omtrent de organisatie
                            van het ambtelijk secretariaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI.</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr></kop><al>Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor en het toezicht op de
                            bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van Werkvoorzieningschap
                            Noordoost-Brabant en zijn organen, overeenkomstig de door het Algemeen
                            Bestuur, met inachtneming van de Archiefwet 1995, vast te stellen
                            regelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar een ontwerpbegroting van
                                uitgaven en inkomsten voor het volgende jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nadat aan het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 van artikel 35 van
                                de Wet gemeenschappelijke regelingen is voldaan, stelt het Algemeen
                                Bestuur de begroting vast, uiterlijk op 1 juli voorafgaande aan het
                                jaar waarvoor deze geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Rekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene(n), die, ingevolge de in artikel 36 bedoelde voorschriften
                                belast is/zijn met de samenstelling van een rekening, draagt/dragen
                                er zorg voor, dat onmiddellijk na de sluiting van de dienst de
                                rekening van uitgaven en inkomsten over het voorafgaande dienstjaar
                                wordt opgemaakt. Hij legt/zij leggen deze vóór 1 maart aan het
                                Dagelijks Bestuur over. Het Dagelijks Bestuur biedt deze
                                rekening(en), na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar
                                de deugdelijkheid, ingesteld door de op grond van artikel 37
                                aangewezen deskundige, en hetgeen het Dagelijks Bestuur te zijner
                                verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden, ter
                                vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de rekening(en) met het bijbehorende
                                verslag eveneens aan de raden. Deze kunnen daaromtrent binnen acht
                                weken na ontvangst het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen
                                blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren, waarin dit
                                gevoelen is vervat, bij de rekening(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur onderzoekt vervolgens de rekening(en) zonder
                                uitstel en stelt ze vast, uiterlijk op 1 juli volgende op het jaar
                                waarop deze betrekking heeft/hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vaststelling van een rekening strekt het Dagelijks Bestuur en de
                                op grond van artikel 36 aangewezen functionarissen tot decharge,
                                behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere
                                onregelmatigheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Financiële administratie en geldelijk beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de
                                organisatie van de administratie en van het beheer van
                                vermogenswaarden van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. Deze
                                regelen dienen te waarborgen, dat aan de eisen van doelmatigheid en
                                controle wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie en het beheer van vermogenswaarden worden door het
                                Dagelijks Bestuur opgedragen aan één of meer daartoe bij de in het
                                eerste lid bedoelde regelen aan te wijzen ambtenaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr></kop><al>Het Algemeen Bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de controle
                            op de administratie en het beheer van vermogenswaarden van de in het
                            tweede lid van artikel 36 bedoelde ambtenaren. Deze controle wordt
                            opgedragen aan één of meer bij de bedoelde regelen aan te wijzen
                            deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant worden,
                                voorzover zij niet op andere wijze worden gedekt, door de gemeenten
                                als volgt gedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>de bestuurskosten en kosten secretariaat worden, voorzover
                                        zij niet ten laste van andere middelen kunnen worden
                                        gebracht, aan de gemeenten toegerekend naar rato van het
                                        aantal inwoners;</al></li><li nr="b."><al>een mogelijk exploitatietekort wordt voor de helft aan de
                                        gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners en
                                        voor de helft aan de gemeenten toegerekend naar rato van het
                                        aantal geplaatste werknemers.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inwonertal van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant is de som
                                van de inwonertallen van de gemeenten. Als inwonertal van de
                                gemeenten wordt aangehouden het bevolkingscijfer per 1 januari van
                                het betreffende jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bepaalt in alle gevallen, waarin een andere
                                toerekening redelijk en mogelijk is, dat de kosten, verbonden aan
                                het uitvoeren van bepaalde taken of taakonderdelen, op een andere
                                dan op de in de voorgaande leden aangegeven wijze aan de gemeenten
                                worden toegerekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII.</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Toetreding</titel></kop><al>Ten behoeve van de geldgever(s) garanderen alle gemeenten, naar rato van
                            de bij of krachtens artikel 38 vastgestelde kostenverdeling, de betaling
                            van renten en aflossingen van de door het Samenwerkingsverband te
                            sluiten overeenkomsten van geldlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een gemeente verzoekt tot de regeling te mogen toetreden,
                                stelt het Algemeen Bestuur, na overleg met de desbetreffende
                                gemeente, de voorwaarden voor die toetreding vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt vervolgens het verzoek tot toetreding
                                met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde voorwaarden naar de
                                raden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding vindt eerst plaats, nadat de raden, de colleges van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters van ten minste
                                drievierde van de gemeenten daarin bewilligen. Het Algemeen Bestuur
                                stelt vast wanneer deze voorwaarde vervuld is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die
                                van opname in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van
                                de wet tenzij het Algemeen Bestuur, na overleg met de betreffende
                                gemeente, anders heeft bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uittreding van een gemeente kan geschieden bij besluiten van de
                                gemeenteraad, het ollege van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester, ieder voor zover zij bevoegd zijn, van de betreffende
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar vóór de datum van
                                uittreding aan het Dagelijks Bestuur te worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt een besluit tot uittreding van een
                                gemeente aan de raden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een uittredende gemeente is gehouden na uittreding bij te dragen in
                                het begrote nadelig saldo van het laatste volledige jaar van
                                deelname, en wel in het eerste kalenderjaar na uittreding het volle
                                aandeel, in het tweede jaar na uittreding 75 procent van het
                                aandeel, in het derde jaar na uittreding 50 procent van het aandeel
                                en in het vierde jaar na uittreding 25 procent van het aandeel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een uittredende gemeente is voorts gehouden tot betaling van de door
                                het Algemeen Bestuur vast te stellen desintegratiekosten, welke het
                                gevolg zijn van die uittreding.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uittreding treedt niet in werking dan na opname in de registers
                                als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid, kan de regeling
                                op voorstel van het Algemeen Bestuur worden gewijzigd en worden
                                opgeheven, indien de raden, de colleges van burgemeester en
                                wethouders en de burgemeesters, ieder voorzover zij bevoegd zijn,
                                van ten minste drievierde van de gemeenten, vertegenwoordigende ten
                                minste drievierde van het inwonertal van het gebied, daartoe
                                besluiten. Het Algemeen Bestuur stelt vast wanneer deze voorwaarde
                                is vervuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 3, 4, 6, 7 en 14 kunnen slechts worden gewijzigd bij
                                eensluidende besluiten van de raden, de colleges van burgemeester en
                                wethouders en de burgemeesters van de gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van opheffing besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie
                                en stelt daartoe de nodige regels op.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden
                                gehoord, vastgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX.</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Eerste aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur en eerste
                                vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur vindt voor de
                                eerste maal plaats binnen zes weken na de inwerkingtreding van de
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur komt in eerste vergadering bijeen binnen acht
                                weken na de inwerkingtreding van de regeling. In deze vergadering
                                worden de voorzitter en de overige leden van het Dagelijks Bestuur
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur worden voor de in het tweede lid
                                bedoelde vergadering bijeengeroepen door de voorzitter van de raad
                                van de plaats van vestiging. Hij opent en leidt de eerste
                                vergadering, tot een voorzitter is aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Eerste begroting en rekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de periode,
                                aanvangende op de dag, waarop de regeling in werking treedt, tot het
                                einde van het kalenderjaar, dan wel, wanneer het Algemeen Bestuur
                                dit bepaalt, tot het einde van het volgende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eerste rekening heeft betrekking op de periode, waarvoor de
                                eerste begroting geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Overname van personeel</titel></kop><al>Het personeel dat, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst
                            naar burgerlijk recht in dienst is bij Werkvoorzieningschap
                            Noordoost-Brabant en dat bij de liquidatie van het Streekgewest
                            Brabant-Noordoost in een functie wordt geplaatst bij
                            Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant, wordt geacht in dienst te zijn
                            van Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant met ingang van de dag, waarop
                            de regeling in werking treedt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Toezending ter goedkeuring</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders van de plaats van vestiging
                            zendt de regeling aan gedeputeerde staten ter goedkeuring.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Inwerkingtreding en duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.</al><al>Zij treedt in werking op 1 januari 1998.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van .............. in zijn
                        openbare vergadering van ..-..-....,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders op
                        ..-..-....,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester op ..-..-....,</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al><vet>HOOFDSTUK 1.</vet><vet>Algemene bepalingen</vet> 1</al><al>Artikel 1. Definities 1</al><al>Artikel 2. Instelling 2</al><al><vet>HOOFDSTUK II.</vet><vet>Doel van de regeling</vet> 2</al><al>Artikel 3. 2</al><al>Artikel 4. 2</al><al>Artikel 5. 2</al><al><vet>HOOFDSTUK III.</vet><vet>Het bestuur van de regeling</vet> 2</al><al>Artikel 6. Algemene bepalingen 2</al><al>Artikel 7. Samenstelling van het Algemeen Bestuur 2</al><al>Artikel 8. Onverenigbare betrekkingen 3</al><al>Artikel 9. 3</al><al>Artikel 10. Bevoegdheden van het Algemeen Bestuur 3</al><al>Artikel 11. Vergaderingen van het Algemeen Bestuur 4</al><al>Artikel 12. Sluiting van de deuren 4</al><al>Artikel 13. Reglement van orde 4</al><al>Artikel 14. Dagelijks Bestuur 4</al><al>Artikel 15. Vergaderingen van het Dagelijks Bestuur 5</al><al>Artikel 16. Reglement van orde 5</al><al>Artikel 17. Voorzitter 5</al><al>Artikel 18. Commissies 5</al><al>Artikel 19. Inlichtingen van leden aan de raden 5</al><al>Artikel 20. Verantwoording van de leden 6</al><al>Artikel 21. Ontslag 6</al><al>Artikel 22. Inlichtingen van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen
                            Bestuur 6</al><al>Artikel 23. Verantwoording Dagelijks Bestuur ten opzichte van het
                            Algemeen Bestuur 7</al><al>Artikel 24. Ontslag 7</al><al>Artikel 25. Inlichtingen van het bestuur aan de raden 7</al><al><vet>HOOFDSTUK IV.</vet><vet>Vergoedingen en tegemoetkomingen</vet>
                            7</al><al>Artikel 26. Vergoedingen en tegemoetkomingen. 7</al><al><vet>HOOFDSTUK V.</vet><vet>Personeel en organisatie</vet> 8</al><al>Artikel 27. 8</al><al>Artikel 28. Taak van de secretaris 8</al><al>Artikel 29. Benoeming, schorsing en ontslag van het overig personeel
                            8</al><al>Artikel 30. Rechtspositie personeel 8</al><al>Artikel 31. Organisatieverordening 8</al><al><vet>HOOFDSTUK VI.</vet><vet>Archief</vet> 8</al><al>Artikel 32. 8</al><al><vet>HOOFDSTUK VII.</vet><vet>Financiële bepalingen</vet> 9</al><al>Artikel 33. Begroting 9</al><al>Artikel 34. Rekening 9</al><al>Artikel 35. Financiële administratie en geldelijk beheer 9</al><al>Artikel 36. 9</al><al>Artikel 37. Bekostiging 9</al><al><vet>HOOFDSTUK VIII.</vet><vet>Toetreding, uittreding, wijziging en
                                opheffing.</vet> 10</al><al>Artikel 38. Toetreding 10</al><al>Artikel 39. 10</al><al>Artikel 40. Uittreding 10</al><al>Artikel 41. Wijziging en opheffing 10</al><al><vet>HOOFDSTUK IX.</vet><vet>Slot- en overgangsbepalingen</vet> 12</al><al>Artikel 42. Eerste aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur en
                            eerste vergadering 12</al><al>Artikel 43. Eerste begroting en rekening 12</al><al>Artikel 44. Overname van personeel 12</al><al>Artikel 45. Toezending ter goedkeuring 12</al><al>Artikel 46. Inwerkingtreding en duur van de regeling 12</al></bijlage></regeling></body></cvdr>