<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20583_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 5 maart 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, artikel 16 en 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-04-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van reglementen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/92</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordeningen vervangen het Reglement van orde voor de raad van de gemeente Uden van 30 maart 2003, alsmede de Verordening op de raadscommissies 2005 van 22 december 2005. Tevens wordt ingetrokken de Veordening vervanging raadsleden in raadscommissies van 17 februari 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gezien het advies van de commissie Algemene Zaken van 5 september
                        2007;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de</al><al><vet>Verordening op de raadscommissies 2007</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid : lid of buitengewoon lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter : voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier : secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier : griffier van de Raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering : vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="f."><al><cursief>agendacommissie</cursief><cursief> :</cursief><cursief>
                                        agendacommissie van de Raad;</cursief></al></li><li nr="g."><al><cursief>Presidium</cursief><cursief> :</cursief><cursief>
                                        presidium van de Raad.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De Raad stelt de volgende raadscommissies in:
                                </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Algemene Zaken (AZ); </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>Publiekszaken (PZ); </cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>Ruimtelijke en Economische Zaken (REO).
                                        </cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De raadscommissie AZ adviseert en overlegt over de volgende
                                    onderwerpen: </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bestuurszaken; </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>veiligheid;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>financiën;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>beheer openbare ruimte</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De raadscommissie PZ adviseert en overlegt over de volgende
                                    onderwerpen: </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>onderwijs; </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>welzijn;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>sociale zaken;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>sport,</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>cultuur;</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>De raadscommissie REO adviseert en overlegt over de
                                    volgende onderwerpen: </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>economie; </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>vastgoed;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>stadsontwikkeling;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>ruimtelijke ordening;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>verkeer;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>milieu. </cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat,
                                    wordt het onderwerp in de
                                    afzonde</cursief><cursief>r</cursief><cursief>lijke
                                    raadscommissies besproken, tenzij de agendacommissie beslist dat
                                    een gezamenlijke
                                    verg</cursief><cursief>a</cursief><cursief>dering van de
                                    raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest
                                    aa</cursief><cursief>n</cursief><cursief>gaat, het onderwerp
                                    behandelt. </cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><cursief>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies
                                    wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die
                                    het onderwerp het meest aangaat, de taken van de
                                    voorzitter.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al><cursief>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het uitbrengen van advies aan de Raad over een voorstel
                                        of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2,
                                        tweede, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>het uitbrengen van advies aan de Raad uit eigener
                                        beweging;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>voeren van overleg met het College of de burgemeester
                                        over in ieder geval door het College of de burgemeester
                                        verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien
                                        van de in artikel 2,
                                        twe</cursief><cursief>e</cursief><cursief>de lid, derde of
                                        vierde lid, genoemde onderwerpen.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Een raadscommissie bestaat uit twee leden per
                                    fractie.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De in het eerste lid genoemde leden worden door de Raad op
                                    voordracht van de fracties
                                    b</cursief><cursief>e</cursief><cursief>noemd. </cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Elke fractie kan daarnaast maximaal drie niet-raadsleden
                                    aanwijzen die als vervanger van een tot dezelfde fractie
                                    behorend raadslid in diens plaats kunnen deelnemen aan de
                                    openbare en
                                    b</cursief><cursief>e</cursief><cursief>sloten</cursief><cursief>vergaderingen
                                    van de raadscommissies en openbare en besloten
                                    informatiebijeenkomsten voor de raadscommissies en de
                                    Raad.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De
                                    artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                                    G</cursief><cursief>e</cursief><cursief>meentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. De
                                    in het eerste lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de
                                    laatste verkiezingen van de Raad geplaatst te zijn op de
                                    kandidatenlijst van een fractie. </cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Als vervanger, bedoeld in het derdelid, kan worden
                                    aangewezen degene die voor de betrokken fractie voorkomt op de
                                    geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatstgehouden
                                    verkiezing van de leden van de Raad.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><cursief>De betrokken fractie kan aan het Presidium van de Raad een
                                    kandidaat voordragen die niet
                                    voo</cursief><cursief>r</cursief><cursief>komt op de geldig
                                    verklaarde lijst van kandidaten voor de laatstgehouden
                                    verkiezing van de leden van de Raad.</cursief></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al><cursief>Het Presidium neemt ten aanzien van de voordracht zo
                                    spoedig mogelijk een besluit. Daarbij gaat het Presidium na of
                                    de voorgedragen kandidaat voldoet aan het bepaalde in artikel
                                    10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet.</cursief></al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al><cursief>Na goedkeuring door het Presidium kan de betrokken fractie
                                    de voorgedragen kandidaat
                                    aanwi</cursief><cursief>j</cursief><cursief>zen als vervanger
                                    zoals bedoeld in het derde lid.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de Raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het lidmaatschap van een plaatsvervangend lid eindigt
                                    tevens zodra zijn of haar aanwijzing als lid van de commissie
                                    door de betrokken fractie wordt
                                    ing</cursief><cursief>e</cursief><cursief>trokken.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de Raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                Raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de Raad niet langer vertegenwoordigd is in de Raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                medewerker van de griffie als commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                daartoe door de Raad aangewezen medewerker van de griffie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris</titel></kop><al><cursief>1</cursief><cursief> De burgemeester en de
                                </cursief><cursief>wethouders hebben toegang tot de vergaderingen en
                                kunnen aan de b</cursief><cursief>e</cursief><cursief>raadslagingen
                                deelnemen.</cursief></al><al><cursief>2</cursief><cursief> De burgemeester, de wethouders en de
                                secretaris kunnen daarnaast door de voorzitter worden uitgenodigd om
                                in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                nemen.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>In de regel vinden de vergaderingen van de
                                        raadscommissie drie weken voor de vergaderingen van de Raad
                                        plaats. </cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 uur
                                    en vinden plaats in het Gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Er is een agendacommissie.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de
                                        Raad en de voorzitters van de
                                        raadsco</cursief><cursief>m</cursief><cursief>missies. De
                                        griffier en de commissiegriffier zijn in elke vergadering
                                        van de agendacommissie aanwezig.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De agendacommissie beslist over het agenderen van
                                        onderwerpen op de agenda’s van de
                                        ve</cursief><cursief>r</cursief><cursief>schillende
                                        raadscommissies.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>Bij stemming brengt elk lid één stem
                                    uit.</cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Iedere fractie kan onderwerpen agenderen voor de agenda
                                        van de raadscommissies. Als het te agenderen onderwerp een
                                        mededeling betreft, dient het voorstel tot agendering
                                        voorzien te zijn van een korte
                                            motivering</cursief><vet><cursief>.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden, <cursief>voor zover
                                        deze stukken niet eerder ten behoeve van de
                                        commissievergaderingen aan de Raad zijn
                                        toegezonden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda <cursief>toevoegen </cursief>of van de agenda
                                    afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het College
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen.
                                        <cursief>De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het
                                        onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
                                    </cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor de <cursief>leden van de Raad en de
                                        commi</cursief><cursief>s</cursief><cursief>sies op het
                                        Gemeentehuis ter inzage gelegd en voor eenieder op een
                                        daartoe bestemde plaats</cursief>. Indien na het verzenden
                                    van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd,
                                    wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en <cursief>zo
                                        mogelijk in een openbare kennisgeving.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het Gemeentehuis gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging op de gemeentelijke informatiepagina en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien; </al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende
                                        stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de
                                        gemeente geplaatst</cursief>.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over onderwerpen <cursief>die door de agendacommissie ter
                                        bespreking op de voorlopige agenda zijn geplaatst.
                                    </cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan; </al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen; </al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. </al><lijst><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil
                                                  maken, meldt dit ten minste <cursief>72</cursief>
                                                  uur voor de aanvang van de vergadering aan de
                                                  griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                                  telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het
                                                  woord wil voeren. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van
                                                  aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde
                                                  afwijken, indien dit in het belang is van de orde
                                                  van de vergadering. </al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het
                                                  woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd
                                                  evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                                                  sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                                  bijzondere gevallen afwijken van de maximale
                                                  lengte van de spreektijd. </al></li><li nr="6."><al><cursief>De spreker voert het woord, nadat de
                                                  voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter
                                                  kan de deelnemers aan de commissievergadering
                                                  toestaan aan insprekers een korte, verhelderende
                                                  vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                                  tussen een inspreker en deelnemers van de
                                                  verg</cursief><cursief>a</cursief><cursief>dering.
                                                  </cursief></al></li><li nr="7."><al><cursief>De voorzitter of een lid doet een
                                                  voorstel voor de behandeling van de inbreng van de
                                                  burger. </cursief></al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De conceptbesluitenlijst van de voorgaande vergadering
                                        wordt, zo mogelijk, aan de leden
                                        toeg</cursief><cursief>e</cursief><cursief>zonden voor de
                                        eerstkomende vergadering van de Raad.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt <cursief>de
                                        besluitenlijst</cursief> van de vorige vergadering
                                    vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de
                                    besluitenlijst aan de raadscommissie te doen, indien het verslag
                                    onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de
                                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te worden
                                    ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag moet inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen
                                            voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die
                                            het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt
                                            vermeld</al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest; </al></li><li nr="d."><al> een samenvatting van het advies aan de Raad onder
                                            vermelding van de namen van de leden die mededeling
                                            hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met
                                            aantekening van de namen van de leden die zich niet
                                            uitgelaten hebben; </al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 26 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>De besluitenlijst</cursief> wordt opgesteld onder de
                                    verantwoordelijkheid van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><cursief>De vastgestelde besluitenlijst</cursief> wordt door de
                                    voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al><cursief>Van de vergadering wordt tevens een geluidsopname
                                        gemaakt, waarbij het volgende geldt:</cursief></al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><cursief>de vergaderingen van de Raad en de raadscommissie
                                        worden digitaal vastgelegd;</cursief></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><cursief>de volledige geluidsopname is toegankelijk voor iedere
                                        belangstellende;</cursief></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al><cursief>de geluidsopname wordt beschikbaar gesteld door
                                        plaatsing op de website van de gemeente Uden;</cursief></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al><cursief>het in het tweede en derde lid vermelde is niet van
                                        toepassing op besloten vergaderingen;</cursief></al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al><cursief>ingeval van technische calamiteiten dient de griffier
                                        zorg te dragen voor een samenvattend schriftelijk
                                        verslag.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De leden van de commissie spreken vanaf hun plaats en
                                        richten zich tot de voorzitter.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De voorzitter en de griffier spreken vanaf hun plaats.
                                        De griffier richt zich tot de voorzitter.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De wethouders spreken van de spreekplaats en richten
                                        zich tot de voorzitter.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>Insprekers en overige aanwezigen spreken vanaf de
                                        spreekplaats en richten zich tot de
                                    voorzitter.</cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen
                                        dat de leden van de commissie en de
                                        ov</cursief><cursief>e</cursief><cursief>rige aanwezigen
                                        vanaf een andere plaats spreken.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><cursief>De spreektijd bedraagt in elke termijn vijf minuten per
                                        fractie.</cursief></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al><cursief>De voorzitter of een lid van de commissie kan bij een
                                        agendapunt een voorstel doen omtrent de spreektijd van de
                                        leden en de overige aanwezigen. </cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in
                                                behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                                herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                                orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                                vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                                vergadering voor een door hem te bepalen tijd
                                                schorsen en - indien na de heropening de orde
                                                opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
                                            </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan
                                                een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang
                                                van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
                                                vergadering te ontzeggen. </al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                                                aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
                                                onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                                lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                                toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het College of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie op
                                    voorstel van de voorzitter wat de inhoud is van het advies dat
                                    aan de Raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gestemd wordt uitsluitend in gevallen waarin besluitvorming door
                                    de raadscommissie als zodanig vereist is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij stemming brengt ieder lid van de commissie één stem uit. De
                                    uitslag van de stemming wordt vastgesteld met inachtneming van
                                    de zwaarte van elke stem. De zwaarte van een stem wordt bepaald
                                    door het aantal zetels in de Raad van de fractie waartoe het lid
                                    behoort te delen door het aantal leden dat voor die fractie
                                    zitting heeft in de raadscommissie.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                                overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te
                                heffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stukken waaromtrent door de raadscommissie geheimhouding is opgelegd
                                worden op verzoek van het presidium voor de leden van de Raad ter
                                inzage gelegd bij de griffier, tenzij het openbaar belang zich
                                hiertegen verzet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de Raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 13 december 2007.</al><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de raadscommissies 2005,
                            vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 2005.</al><al><cursief>Tevens vervalt op dat tijdstip de
                                </cursief><cursief>Verordening vervanging raadsleden in
                                raadscommi</cursief><cursief>s</cursief><cursief>sies, vastgesteld
                                bij raadsbesluit van 17 februari 2005.</cursief></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2007.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen 1</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen 1</al><al>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling 1</al><al>Artikel 2. Instelling raadscommissies 1</al><al>Artikel 3.Taken 2</al><al>Artikel 4. Samenstelling 2</al><al>Artikel 5. Voorzitter 2</al><al>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 3</al><al>Artikel 7. Griffier en commissiegriffier 3</al><al>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris 3</al><al>Artikel 8. Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris 3</al><al>Hoofdstuk 4 Vergaderingen 3</al><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding 3</al><al>Artikel 9. Vergaderfrequentie 3</al><al>Artikel 10. Agendacommissie 4</al><al>Artikel 11. Oproep 4</al><al>Artikel 12. De agenda 4</al><al>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 4</al><al>Artikel 14. Openbare kennisgeving 4</al><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering 5</al><al>Artikel 15. Presentielijst 5</al><al>Artikel 16. Opening vergadering en quorum 5</al><al>Artikel 17. Spreekrecht burgers 5</al><al>Artikel 18. Verslag 6</al><al>Artikel 19. Aantal spreektermijnen 6</al><al>Artikel 20. Spreekregels 6</al><al>Artikel 21. Voorstellen van orde 7</al><al>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing 7</al><al>Artikel 23. Beraadslaging 7</al><al>Artikel 24. Deelname aan de beraadslaging door anderen 7</al><al>Artikel 25. Advies 7</al><al>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering 8</al><al>Artikel 26. Algemeen 8</al><al>Artikel 27. Verslag 8</al><al>Artikel 28. Geheimhouding 8</al><al>Artikel 29. Opheffing geheimhouding 8</al><al>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers 8</al><al>Artikel 30. Toehoorders en pers 8</al><al>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties 8</al><al>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons 8</al><al>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen 9</al><al>Artikel 33. Uitleg verordening 9</al><al>Artikel 34. Inwerkingtreding 9</al><al>Toelichting op de verordening op de raadscommissies 1</al><al>Artikelgewijze toelichting 2</al><al>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen 2</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen 2</al><al>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling 2</al><al>Artikel 2. Instelling raadscommissies 2</al><al>Artikel 3. Taken 2</al><al>Artikel 4. Samenstelling 3</al><al>Artikel 5. Voorzitter 3</al><al>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 4</al><al>Artikel 7. Griffier en commissiegriffier 4</al><al>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris 5</al><al>Artikel 8. Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris 5</al><al>Hoofdstuk 4 Vergaderingen 6</al><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding 6</al><al>Artikel 9. Vergaderfrequentie 6</al><al>Artikel 10. Agendacommissie 6</al><al>Artikel 11. Oproep 6</al><al>Artikel 12. De agenda 6</al><al>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 7</al><al>Artikel 14. Openbare kennisgeving 7</al><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering 7</al><al>Artikel 15. Presentielijst 7</al><al>Artikel 16. Opening der vergadering en quorum 7</al><al>Artikel 17. Spreekrecht burgers 7</al><al>Artikel 18. Verslag 8</al><al>Artikel 19. en artikel 20. Spreektermijnen en Spreekregels 9</al><al>Artikel 21. Voorstellen van orde 9</al><al>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing 9</al><al>Artikel 23. Beraadslaging 9</al><al>Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door anderen 10</al><al>Artikel 25. Advies 10</al><al>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering 10</al><al>Artikel 26. Algemeen 10</al><al>Artikel 27. Verslag 10</al><al>Artikel 28. Geheimhouding 11</al><al>Artikel 29. Opheffing geheimhouding 11</al><al>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers 11</al><al>Artikel 30. Toehoorders en pers 11</al><al>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties 11</al><al>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons 11</al><al>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen 11</al><al>Artikel 33. Uitleg verordening en artikel 34 Inwerkingtreding 11</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de Raad voor en
                    voeren overleg met het College en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de Raad, het College of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al>Deze modelverordening heeft betrekking op de raadscommissies. In veel gemeenten
                    is de afgelopen jaren stil gestaan bij het bestaande vergaderstelsel. De
                    praktijk laat zien dat het commissiestelsel niet alleen op verschillende
                    manieren wordt heringericht, maar dat er ook gemeenten zijn die de keuze hebben
                    gemaakt om zonder raadscommissies te werken. De ‘Handreiking vernieuwend
                    vergaderen: voorbeelden uit de praktijk’ gaat uitgebreid in op de nieuwe
                    overlegvormen. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de Raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De Raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen
                    van raadscommissies. Om te bevorderen dat de discussie in de Raad plaatsvindt,
                    zijn er gemeenten die ervoor kiezen om geen raadscommissie(s) in te stellen. De
                    vaststelling van een verordening op de raadscommissies is uiteraard overbodig
                    als er geen raadscommissie wordt ingesteld. De instelling van raadscommissies
                    geschiedt veelal bij verordening, waarin de taken bevoegdheden, samenstelling en
                    werkwijze van de raadscommissies worden vastgelegd. <cursief>De voorliggende
                        verordening is gebaseerd op de VNG model-verordening. Voor zover nodig, zijn
                        in deze toelichting de afwijkingen van Uden van de model-verordening
                        toegelicht.</cursief></al><al>De bestaande VNG-verordening uit 2002 is in 2006 herzien. Na vier jaar ervaring
                    met de duale werkwijze van de Raad was er behoefte aan een herziening van het
                    Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad.
                    Door de samenhang tussen het reglement en de commissieverordening is ook dit
                    laatste herzien. De meest principiële wijzing in beide regelingen is het
                    verwijderen van het spreekrecht uit het reglement van orde en een versterking
                    van dit recht in de verordening op de raadscommissies. Uit de praktijk kwamen
                    steeds meer signalen dat het inspreekrecht tijdens de raadsvergadering niet de
                    goede manier was om burgers te betrekken bij de besluitvorming.</al><al>Juist omdat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces
                    dat lang daarvoor al is begonnen (ambtelijke organisatie, College, commissies)
                    is de kans klein dat de Raad op dat moment – als reactie op het inspreken van
                    een burger - nog van richting verandert. De inspreekmogelijkheid van de burger
                    tijdens de raadsvergadering kan daarmee als “schijnspreekrecht” worden betiteld.
                    De mogelijkheden van burgers om tijdens de commissievergaderingen in te spreken
                    zou daar en tegen beter benut kunnen worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans
                    laagdrempeliger en hebben meer mogelijkheden om met de inspreker in overleg te
                    gaan in een informele setting. Afhankelijk van de grootte van de commissie
                    schuift de inspreker aan tafel bij de commissieleden, in plaats van het spreken
                    achter een spreekgestoelte in de raadsvergadering.</al><al>Andere wijzigingen betreffen: de introductie van een agendacommissie; enige mate
                    van deregulering door het schrappen van de bepalingen over spreekregels en de
                    volgorde van sprekers; vereenvoudiging van de regels voor de aanwezigheid van de
                    burgemeester, wethouder en secretaris bij de vergaderingen; aanpassing van de
                    bepalingen over het verslag; het opnemen van plaatsing van stukken op internet
                    als service aan de burger, hoewel wettelijk niet verplicht.</al><al>Uiteraard is de VNG-verordening slechts een model. In de artikelgewijze
                    toelichting worden nog enkele alternatieve bepalingen gegeven. De verordening
                    zal in ieder geval aan het voorschrift moeten voldoen dat collegeleden geen lid
                    mogen zijn van raadscommissies. Bovendien moet de voorzitter van een
                    raadscommissie een raadslid zijn en zal er sprake moeten zijn van een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties in de raadscommissies. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Instelling raadscommissies</tussenkop><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere raadscommissies.
                    Uiteraard zijn allerlei andere modellen denkbaar. Zo zullen sommige gemeenten
                    ervoor kiezen één raadscommissie in te stellen om te bevorderen dat de discussie
                    zich van de raadscommissies naar de Raad verplaatst en gelet op de attributie
                    van de bestuursbevoegdheden in de Gemeentewet aan het College. In dat geval kan
                    worden volstaan met een artikel 2 dat luidt: De Raad stelt een raadscommissie
                    in. De leden 2 tot en met 5 zijn in dat geval overbodig. Zoals gezegd kan de
                    Raad er zelfs voor kiezen om geen raadscommissies in te stellen. Naarmate er
                    meer taken aan het College zijn gedelegeerd, is wellicht het verminderen of
                    afschaffen van raadscommissies een meer voor de hand liggende keuze. De Raad zal
                    deze keuze moeten maken.</al><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het
                    onderwerp besproken zal worden. In dit model is ervoor gekozen om de voorzitters
                    van de betrokken raadscommissies hierover zeggenschap te geven. Indien er een
                    agendacommissie is ingesteld bestaande uit de (plaatsvervangende) voorzitters
                    van de raadscommissies en de (plaatsvervangend) voorzitter van de Raad, ligt het
                    voor de hand dat de agendacommissie hierover beslist. Het is ook denkbaar dat
                    het presidium hierin een rol vervult. Hierop zal de verordening dan moeten
                    worden aangepast. Zie ook artikel 10 van deze verordening.</al><al>In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie
                    die het onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor
                    zich dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de functie van
                    commissiegriffier vervult.</al><al>Desgewenst kunnen het vijfde en zesde lid echter ook achterwege gelaten worden,
                    aangezien in artikel 38 van deze verordening is bepaald dat de raadscommissie op
                    voorstel van de voorzitter beslist in de gevallen waarin de verordening niet
                    voorziet. Aldus kan ad hoc afstemming tussen raadscommissies plaatsvinden en
                    praktische werkafspraken gemaakt worden.</al><tussenkop>Artikel 3. Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de Raad voor
                    en overleggen met het College of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de Raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de Raad plaats.</al><tussenkop>De opzet in Uden is dat het politieke debat in de Raad wordt
                    gevoerd.</tussenkop><al>De taak om de besluitvorming van de Raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de Raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de Raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de Raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de Raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het College maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de Raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium
                    (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de Raad)of de
                    agendacommissie (bestaande uit de voorzitters van de raadscommissies en de
                    voorzitter van de Raad). Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp
                    eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><tussenkop>Artikel 4. Samenstelling</tussenkop><al>De Raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de Raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de Raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 van de
                    modelverordening voor dat een raadscommissie bestaat uit ten minste een en
                    maximaal 3 leden per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in de
                    Raad. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                    jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de Raad.
                        <cursief>Sommige gemeenten kiezen voor een maximum van twee leden per
                        fractie, zo ook in Uden.</cursief></al><al><cursief>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een
                        raadscommissie geen raadslid te zijn. In dit artikel is de regeling
                        vervanging raadsleden opgenomen die voor de Udense situatie geldt. Deze
                        reg</cursief><cursief>e</cursief><cursief>ling kan hierdoor komen te
                        vervallen</cursief>. </al><al>Op grond van het vierde lid moeten leden, evenals raadsleden, voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit
                    betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15.</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    het vijfde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor
                    de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een
                    raadscommissie. De vervangingsregeling geldt uitsluitend voor de op basis van
                    het eerste lid benoemde leden.</al><tussenkop>Artikel 5. Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de Raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de Raad te laten benoemen. </al><al>Het staat de Raad echter vrij om te bepalen dat een raadscommissie de
                    (plaatsvervangende) voorzitter benoemt. Gelet op de belangrijke functie die de
                    raadscommissies ten opzichte van de Raad vervult, ligt het wel in de rede dat de
                    Raad de (plaatsvervangende) voorzitters benoemt. Ook kan er voor gekozen worden
                    om de voorzitters te laten benoemen door de Raad en de plaatsvervangend
                    voorzitters door de raadscommissies.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter
                    op grond van artikel 1 van de modelverordening) geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter
                    ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend)
                    voorzitter tevens lid van een raadscommissie is. Indien de Raad er voor kiest om
                    de voorzitters tevens lid van de raadscommissies te laten zijn dan zullen de
                    artikelen 4 en 5 hierop aangepast moeten worden.</al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de Raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de Raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 4, tweede lid.</al><tussenkop>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de Raad
                    hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de Raad niet meer vertegenwoordigd is in de Raad (zevende
                    lid).</al><al>De Raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. <cursief>In dit artikel
                        is de regeling opgenomen dat de fractie de plaatsvervangend leden kunnen
                        aanwijzen maar ook kunnen terugtrekken.</cursief> Desgewenst kan de Raad er
                    voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare ontslagregeling als voor de voorzitter
                    op te nemen door aanvulling van het vierde lid. De (plaatsvervangend) voorzitter
                    van een raadscommissie kan de Raad ook zonder voorstel van een fractie ontslaan,
                    bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen
                    van de meerderheid van de Raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de
                    situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het zij door
                    overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7. Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Afhankelijk
                    van de omvang van de griffie is dit een medewerker van de griffie of een
                    ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. In dit geval kunnen de
                    volgende bepalingen gebruikt worden:</al><al>Alternatief eerste lid:</al><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar als
                    commissiegriffier. De Raad en het College beslissen in overleg welke ambtenaar
                    deze functie vervult. </al><al>Alternatief derde lid:</al><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door daartoe door de
                    Raad en het College aangewezen ambtenaar.</al><al>De medewerker van de griffie kan ook parttime door de Raad als commissiegriffier
                    worden benoemd. Het verschil tussen deze beide opties komt tot uitdrukking in de
                    alternatieven voor het eerste en derde lid.</al><al>Indien de commissiegriffier een medewerker van de griffie is, is de Raad de
                    werkgever en benoemt deze de commissiegriffier en regelt zijn vervanging. De
                    vervanging van de commissiegriffiers kan ook worden overgelaten aan de griffier,
                    in dat geval zal het derde lid moeten worden gewijzigd.</al><al>Als de commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie
                    is, is het College de werkgever en zal de Raad in overleg met het College moeten
                    beslissen welke ambtenaar deze functie vervult en wie hem bij zijn afwezigheid
                    of verhindering vervangt. De facto zal de secretaris bij deze beslissing vaak
                    een rol vervullen.</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 26 van deze modelverordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Of de
                    griffier aanwezig is in de vergaderingen van de raadscommissies zal afhangen van
                    de omvang van de griffie en het daarmee samenhangende profiel van de
                    commissiegriffier. Als de commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere
                    organisatie is en voornamelijk administratieve taken vervult, ligt het meer voor
                    de hand dat de griffier ook in de vergaderingen van de raadscommissies aanwezig
                    is.</al><al>Het kan ook zijn dat de griffier de taken van de commissiegriffier vervult, maar
                    gelet op de overige taken die de griffier moet vervullen wordt dit minder
                    wenselijk geacht.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. Aanwezigheid College, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het College , de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat
                    artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris
                    uiteraard altijd aanwezig zijn.</al><tussenkop>Binnenkort wordt er een wettelijke regeling van kracht wardoor het
                    College het recht wordt toegekend om aanwezig te zijn en deel te nemen aan de
                    beraadslagingen. Dit doet ook recht aan de situatie zoals deze in Uden feitelijk
                    aan de orde is. Daarom wordt dit wetsvoorstel nu reeds opgenomen in de
                    verordening.</tussenkop><al>De bepaling is met de herziening in 2006 gewijzigd. Er is gekozen voor een wat
                    minder strenge duale redactie. Zo is het artikel over de secretaris geïntegreerd
                    in dit artikel 8 en is weggelaten dat aan het College toestemming moet worden
                    gevraagd voor de aanwezigheid van de secretaris (aangezien het College werkgever
                    is van de secretaris). Het oude artikel 9 over de secretaris is hierdoor
                    vervallen.</al><al>Daarnaast is in dit artikel de bepaling geschrapt dat raadscommissie bij aanvang
                    van de vergadering kan beslissen dat de burgemeester en één of meer wethouders
                    niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen
                    deelnemen. Gezien de eerste bepaling van het artikel is dit feitelijk
                    overbodig.</al><al>De stuurgroep Leenhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het College in de
                    commissievergaderingen. Naar verwachting komt het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties met voorstellen voor een minder ‘stramme’
                    ontvlechting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9. Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de Raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. In plaats van twee fracties kan gekozen worden voor een
                    bepaald deel van de raadscommissie. Ook zou de agendacommissie of het presidium
                    hierin een rol kunnen vervullen. Deze keuzes zijn aan de Raad voorbehouden.
                    Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier.
                    Indien de commissiegriffier echter meer inhoudelijke taken vervult, is het ook
                    denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de commissiegriffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze modelverordening geen
                    bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling
                    wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies.
                    Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><tussenkop>Artikel 10. Agendacommissie</tussenkop><al>Dit artikel is aan de verordening toegevoegd omdat is gebleken dat binnen
                    gemeenten waar raadscommissies zijn ingesteld veelal behoefte bestaat aan een
                    agendacommissie. De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de
                    agendering van zaken in commissies. De agendacommissie stelt de agenda’s van de
                    raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van
                    een raadscommissie geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de
                    vergadering.</al><tussenkop>Artikel 11. Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><tussenkop>Artikel 12. De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    College wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    College. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    College of de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Veelal zal dit in het
                    Gemeentehuis zijn, maar uiteraard kan in een gemeente met meerdere dorpskernen
                    ook gekozen worden voor terinzagelegging op meerdere plaatsen zoals een
                    bibliotheek. In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen.
                    Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies
                    ook bij de commissiegriffier in plaats van bij de griffier inzien. Deze keuze is
                    aan de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 14. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen op de agenda en stukken ook op internet te plaatsen.
                    Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende
                    regeling die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook
                    praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de
                    Gemeentewet; gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te
                    nemen.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 15. Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt,
                    ondertekent hij de presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van belang om
                    de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 16. Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering.</al><tussenkop>Artikel 17. Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Deze bepaling heeft een facultatief karakter. In de algemene inleiding is
                    aangegeven dat bij de herziening van het Reglement van orde ervoor gekozen is
                    het spreekrecht in de raadsvergadering te schrappen en in de
                    commissievergadering meer uit te werken. Dit omdat de besluitvormingsproces in
                    de raadsvergadering al zover gevorderd is dat aan het inspreken geen recht kan
                    worden gedaan. Tijdens de commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden voor
                    de inspreker om van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te
                    dragen aan de besluitvorming. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het
                    vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers
                    op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                    van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde
                    onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een
                    raadscommissie aangaan. Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een
                    andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de
                    betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst.</al><al>Het burgerinitiatief is een instrument voor burgers om een niet-geagendeerd
                    onderwerp op de agenda van de raad- of commissie te plaatsen. Dit is uitgewerkt
                    in de Handreiking burgerinitiatief van de Vernieuwingsimpuls.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het College vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich ten minste <cursief>72
                        uur</cursief> voor de vergadering melden bij de griffier. Uiteraard kan er
                    afhankelijk van de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de
                    commissiegriffier. <cursief>Deze uren zijn met name van belang voor de
                        vergadering die op mandag plaatsvindt en om een goede voorbereiding mogelijk
                        te maken.</cursief></al><al>In het zesde lid is ervoor gekozen om een burger één maal het woord te geven. De
                    Raad kan er ook voor kiezen om burgers die inspreken een tweede termijn te
                    geven. In dat geval zal het zesde lid moeten worden aangepast. Op basis van
                    artikel 18, eerste lid, wordt het verslag toegezonden aan de burgers die hebben
                    ingesproken.</al><tussenkop>Artikel 18. Verslag</tussenkop><al><cursief>De besluitenlijst</cursief> wordt tegelijkertijd met de schriftelijk
                    oproep verstuurd aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben
                    toegezonden. De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een
                    voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan
                    de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend.. Het recht om
                    aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid
                    en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het
                    is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag
                    vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep
                    (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Het is aan te bevelen
                    uitsluitend een zakelijke samenvatting van hetgeen besproken is, te geven. De
                    commissiegriffier stelt het verslag, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid
                    ligt hiervoor bij de griffier op grond van het vijfde lid. Er kan ook voor
                    worden gekozen om deze verantwoordelijkheid bij de commissiegriffier te leggen.
                    Na vaststelling van het verslag ondertekenen de voorzitter en de
                    commissiegriffier deze.</al><al>Als een gemeente de mogelijkheid aan burgers biedt om
                    burgerinitiatiefvoorstellen in te dienen, moeten het verslag ook hiervan melding
                    maken. Dit betekent dat het vierde lid aangevuld moet worden.</al><tussenkop>Tevens is een bepaling opgenomen ter zake van het geluidsverslag. In Uden
                    wordt met en beknopte besluitenlijst gewerkt voor de commissies in combinatie
                    met een audio-verslag. Beide stukken worden zo spoedig mogelijk na de
                    vergadering, doch in ieder geval voor de raadsvergadering beschikbaar gesteld
                    via de website</tussenkop><tussenkop>Artikel 19. en artikel 20. Spreektermijnen en Spreekregels</tussenkop><al>Indien wel gekozen wordt voor het opnemen van spreekregels kunnen de volgende
                    bepalingen gebruikt worden<cursief>:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris voeren
                                het woord na het aan de
                                voorzi</cursief><cursief>t</cursief><cursief>ter gevraagd en van hem
                                verkregen te hebben.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het
                                woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</cursief></al></li></lijst><al>Artikel 20 strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><tussenkop>Artikel 21. Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20, tweede lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie Bij
                    staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 23. Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 21).</al><tussenkop>Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de
                    voorzitter van een deelraad aan de beraadslaging over
                    deelgemeenteaangelegenheden). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden,
                    de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op
                    grond van de artikel 8 van deze modelverordening reeds het recht om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet
                    dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om
                    een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de
                    spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 25. Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    Raad voor en overlegt met het College en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de Raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de Raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de Raad.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 26. Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 27. Verslag</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de Raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze modelbepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage
                    liggen bij de griffier. Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier
                    worden gekozen, indien deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie
                    beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><tussenkop>Artikel 28. Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het College en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de Raad of het College ten
                    aanzien van stukken die zij aan de Raad of het College overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    Raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de Raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de Raad oplegt, opheffen. In deze modelbepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 30. Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de Raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 32. Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 33. Uitleg verordening en artikel 34 Inwerkingtreding</tussenkop><tussenkop>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>