<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20539_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 21-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeentewet, artikel 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/113, geconsolideerd incl 1ste wijziging</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede
            voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
            organisatie van de gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst : iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het College heeft;</al></li><li nr="b."><al>administratie : het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Uden en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie : het onderdeel van de administratie
                                    dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Uden, teneinde te komen tot een goed
                                    inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve orga- het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand</al><al> nisatie : brengen en het in stand houden van de goede werking
                                    van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten
                                    behoeve van de verantwoordelijke leiding;</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Uden;</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid : het realiseren van bepaalde prestaties met een
                                    zo beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid : de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                            effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;</al></li><li nr="h."><al>offerte : voorstel voor nieuw beleid als bijdrage in de te realiseren
                            doelen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad steltin ieder geval bij aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode per beleidsveld vast:</al><lijst><li nr="-"><al>de visie op het beleidsveld;</al></li><li nr="-"><al>het doel van het beleidsveld en;</al></li><li nr="-"><al>de beoogde maatschappelijke effecten van het
                                        beleidsveld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en brengt offertes uit voor de
                                te leveren goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Raad stelt de indicatoren en de offertes, bedoeld in het tweede
                                lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de Raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productenraming aan de
                                beleidsvelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de beleidsvelden in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>1.Het College stelt een nota vast over de kaders voor het volgende
                            begrotingsjaar en de drie opeenvolgende jaren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de producten;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden
                                        dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde
                                        beleidsveld onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College draagt er zorg voor dat de lasten van de beleidsvelden
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                College maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake de
                                bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                gemeentelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                College neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de Raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College informeert de Raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten,
                                de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is
                                de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval
                                aandacht besteed aan afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de beleidsvelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                beleidsvelden. In de verantwoording geeft het College aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de beleidsvelden
                                of de beleidsdoelen voor het lopende jaar bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de Raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief worden lineair in 4 jaar afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden lineair afgeschreven conform nader door het
                                College vast te stellen beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000,00 worden
                                niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
                                genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van:
                                (inrichting) wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
                                kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij
                                raadsbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere, door de Raad aan te geven
                                tijdsduur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers;</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>precariobelasting;</al></li><li nr="d."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="e."><al>en reinigingsrechten;</al><al> wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Uden wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en
                                    de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen
                                    vermogen en voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het College neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                            A-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                            rating agency, of bij collega-overheden of instanties
                                            binnen de Europese Unie, die de publieke taak dienen en
                                            voor wiens schuldpapier een solvabiliteitsbeoordeling
                                            van de vigerende Centrale Bank geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is;</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                            financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                            jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                            financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro;</al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                            wettelijke waarden. Het College informeert de Raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te
                                            worden overschreden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                    financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid
                                    worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij
                                    het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                    aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                    taak bedingt het College indien mogelijk zekerheden. Het College
                                    motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                    uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                    financiële participaties.</al></li><li nr="4."><al>Het gestelde in het bovenstaande is vastgelegd in het
                                    Treasurystatuut gemeente Uden en in de Verordening algemene
                                    garantievoorwaarden welke door de Raad zijn vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het College
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de Raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College biedt jaarlijks een nota lokale heffingen aan. Deze nota
                                behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                        bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het College draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de Raad verstrekt het College aan de Raad
                                per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal
                                van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het College in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><al>1.Het College geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen en
                            risico-inventarisatie van de begroting en van de jaarstukken de risico’s
                            van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s
                            zich voordoen. Het College brengt hierbij in elk geval de risico’s in
                            beeld en actualiseert de risico’s. Het College geeft in deze paragraaf
                            tevens aan in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s
                            van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                            opgevangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks biedt het College een geactualiseerd meerjarig
                                uitvoeringsplan onderhoud openbare ruimte aan dat is afgeleidt van
                                het vastgestelde beoogd onderhoudsniveau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding
                                van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaarlijks biedt het College een geactualiseerd meerjarig
                                uitvoeringsplan rioleringen aan dat is afgeleidt van het
                                vastgestelde beoogd onderhoudsniveau.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College biedt jaarlijks een nota onderhoud gebouwen aan ter
                                behandeling en vaststelling door de Raad. De nota bevat de
                                voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten
                                en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                                beslag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Jaarlijks biedt het College een geactualiseerd meerjarig
                                uitvoeringsplan onderhoud gebouwen aan dat is afgeleidt van het
                                vastgestelde beoogd onderhoudsniveau.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het College in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het College in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en;</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de Raad. In
                                deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de beleidsvelden van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen.</al><al> De nota wordt ter vaststelling aangeboden aan de Raad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College biedt tenminste eens in de vierjaar
                                gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het kader voor de
                                verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de
                                toegekende gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota wordt ter vaststelling door het College aan de Raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het College draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het Rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het College draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de diensten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het College draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het College draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Uden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 11 december 2003, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam Financiële
                            verordening gemeente Uden.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2003.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="19*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="81*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Financiële verordening</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><tussenkop>Toelichting op de artikelen</tussenkop><al>Artikel 2. Programmabegroting</al><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de Raad tot uiting komt. De Raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast,
                    evenals de kengetallen waarop de Raad wil sturen en controleren.</al><tussenkop>Artikel 3. Producten</tussenkop><al>De Raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het College - zoals geregeld in het Besluit begroting en verantwoording - een
                    productraming op. Het College is vrij in het aantal producten en de indeling
                    daarvan. De productraming is in de systematiek van het besluit geen onderdeel
                    van de begroting. De Raad kan van oordeel zijn dat hij bij de programmabegroting
                    en verantwoording een overzicht wil hebben van welke producten er bij de
                    beleidsvelden horen. Dit wordt geregeld in het eerste lid.</al><tussenkop>Artikel 4. Kaders begroting</tussenkop><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    4 gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt, zoals in de meeste
                    gemeenten gebruikelijk is, de grondslag voor de eigenlijke begroting. Door het
                    vaststellen van de programbegroting door de Raad worden de gehanteerde
                    begrotingskaders impliciet geaccordeerd.</al><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><al>In artikel 5 legt de Raad het College een aantal eisen op die voor een goede
                    uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt bepaald
                    dat het College de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van
                    de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen voor de onderwerpen die van
                    belang zijn voor de opstelling van de productraming. Lid 3 doet hetzelfde voor
                    de uitvoering van de programma’s van de begroting.</al><al>In het duale stelsel geeft de Raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de
                    prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het College.</al><tussenkop>Artikel 6. Interne controle</tussenkop><al>De Raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    Daarmee verkrijgt de Raad de zekerheid dat het College aan de eisen genoemd in
                    met name artikel 5, eerste lid, zal kunnen voldoen.</al><al>De verordening geeft in het eerste en tweede lid aan het College de opdracht
                    voor de inrichting van de financiële organisatie verschillende maatregelen te
                    treffen op het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een adequate
                    functiescheiding. Voor een goede interne controle zijn echter aanvullende
                    onderzoeken nodig. Het vierde en vijfde lid regelt dat het College op grond van
                    de uitkomsten van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel
                    treft en dat de Raad over de uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele
                    maatregelen tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al><al>De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne onderzoeken van
                    het College naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                    bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn opgenomen in de verordening
                    artikel 213a Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Artikel 7, formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van
                    de Raad. De Raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het College
                    standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de Raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten
                    of bijsturing nodig is.</al><al>In het tweede lid van het artikel geeft de Raad kaders voor de inrichting van de
                    tussenrapportages. In het derde lid geeft de Raad aan waarover hij in elk geval
                    in de tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de gemeentelijke organisatie
                    niet op te zadelen met een rapportagecircus is het natuurlijk wel zaak, dat de
                    tussenrapportages niet te uitgebreid en overzichtelijk zijn.</al><al>De stand van zaken van - en prognose voor het lopende begrotingsjaar kan
                    overigens naast de jaarstukken van het afgelopen jaar mede een belangrijke basis
                    zijn voor het inzicht voor en het opstellen van de komende begroting.</al><tussenkop>Artikel 8. Jaarrekening</tussenkop><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het College, c.q. de controle van de Raad daarop.
                    Basis daarvoor is de productrealisatie. In het eerste lid wordt daarvoor een
                    kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool van artikel 2, tweede
                    lid.</al><tussenkop>Artikel 9. De financiële positie</tussenkop><al>De Raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    College voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de Raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van
                    deze kredieten zou anders als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten
                    en batenstelsel buiten de boot vallen. Investeringen van gemeenten worden
                    voornamelijk geactiveerd en drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de
                    onder de beleidsvelden verantwoorde lasten.</al><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    ‘regels voor waardering en afschrijving activa’. Artikel 10 stelt de regels voor
                    de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met
                    economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al>Het eerste lid bepaalt, dat het saldo van agio en disagio en de kosten voor
                    onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief lineair worden afgeschreven in
                    4 jaar. Deze immateriële activa mogen volgens het ‘Besluit begroting en
                    verantwoording gemeenten en provincies’ ook ineens ten laste van het resultaat
                    worden gebracht. Er geldt een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de
                    kosten van onderzoek en ontwikkeling en een maximale afschrijvingstermijn voor
                    de kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
                    gelijk aan de looptijd van de lening.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de kosten voor het afsluiten van geldleningen ineens
                    ten laste van het resultaat worden gebracht.</al><al>Het derde lid geeft de afschrijvingssystematiek van de materiele vaste activa
                    met economisch nut. De afschrijvingswijze van deze activa is lineair. De
                    afschrijvingstermijnen kunnen worden afgestemd op de specifiek gemeentelijke
                    situatie. De maat voor de afschrijvingstermijnen is natuurlijk de economische
                    levensduur.</al><al>Het vierde lid geeft een opsomming van de activa van de gemeente, welke slechts
                    een maatschappelijk en geen economisch nut hebben. Investeringen in vaste activa
                    met alleen maatschappelijk nut mogen ineens ten laste van de exploitatie worden
                    gebracht. Deze investeringen genereren geen inkomsten en brengen bij verkoop
                    geen geld op. Activering van deze activa geeft een opwaartse vertekening van het
                    eigen vermogen. Het is de bedoeling dat de verordening een limitatieve opsomming
                    geeft. Hierbij dient opgemerkt te worden dat alleen investeringen in de openbare
                    ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd mogen worden. Er moet namelijk in
                    de praktijk een (h)erkenbaar criterium zijn voor de onderscheiding van activa
                    met alleen een maatschappelijk nut. In het vierde lid is er voor gekozen om aan
                    te geven welke soorten van activa het betreft. Meer gedetailleerd gaat het dan
                    om de zaken als waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken,
                    wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels,
                    verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie
                    openbare ruimten, parken en overig groen.</al><al>Het vijfde lid bepaalt, dat activa met alleen maatschappelijk nut onder aftrek
                    van bijdragen van derden en bestemmingsreserves direct ten laste van de
                    exploitatie worden gebracht. Slechts bij uitzondering mogen dergelijke
                    investeringen met toestemming van de Raad worden geactiveerd. Dit kan nodig zijn
                    ingeval een gemeente een (aantal) zeer grote investering in de openbare ruimte
                    wil uitvoeren. Een gemeente kan bij een dergelijk (meerjarige) investering de
                    begroting mogelijk niet sluitend krijgen. Dit is echter wel verplicht. Artikel
                    189 Gemeentewet bepaalt namelijk, dat de begroting in enig jaar in evenwicht is,
                    dan wel evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht. In een
                    dergelijk geval kan activering van deze investeringen bij wijze van uitzondering
                    uitkomst bieden.</al><tussenkop>Artikel 11. Waardering oninbare vorderingen</tussenkop><al>Artikel 11 geeft de regels voor de instelling van een voorziening voor oninbare
                    vorderingen inzake lokale heffingen en rechten en overige facturen. Nadere
                    beleidsregels inzake invordering zullen nog worden vastgesteld. </al><tussenkop>Artikel 12. Kostprijsberekening</tussenkop><al>In artikel 12 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, tweede lid, let b Gemeentewet wordt
                    geëist. De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk
                    politieke besluitvorming door de Raad op basis van de geraamde hoeveelheden en
                    de geraamde kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In
                    dit artikel worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen
                    gegeven.</al><al>Artikel 12, eerste lid bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te
                    rekenen kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de
                    vervaardiging van het product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. De
                    salariskosten van de burgemeester hoeven dus niet worden meegenomen voor de
                    kostprijsberekening van de rioolrechten. Het toe te rekenen deel van de overhead
                    van de gemeentelijke dienst waaronder het rioolbeheer valt moet dus wel worden
                    meegenomen in de kostprijsberekening.</al><al>Artikel 229b, tweede lid, Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan
                    bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de
                    betrokken activa voor bepaling van de geraamde kostprijs en dus voor de bepaling
                    van het tarief of de heffing mogen worden meegenomen. Veel gemeenten hanteren
                    daarnaast het mechanisme van rentetoerekening over de reserves en de
                    voorzieningen aan in gebruik zijnde kapitaalgoederen. Artikel 12, tweede lid van
                    de modelverordening bepaalt, dat deze beide kosten ook daadwerkelijk worden
                    meegenomen voor de berekening van de geraamde kostprijs. Indien is gekozen voor
                    het systeem van het toerekenen van bespaarde rente dan is het verplicht deze
                    rente als lasten mee te nemen in de kostprijs.</al><al>Op grond van tweede lid moeten ook worden meegenomen de kosten compensabele BTW
                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing. De begroting en
                    jaarstukken zijn exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is
                    echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen mogen worden in de
                    kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft, ook al wordt de
                    BTW gecompenseerd.</al><al>Het rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op de
                    lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. Indien men voor de bouw van een
                    school een lening heeft afgesloten, kan men er voor kiezen de rentelasten op de
                    kosten van het schoolgebouw te laten drukken. Dit wordt in de gemeentelijke
                    boekhouding bereikt door de zogenaamde rente-omslagmethode. Het rentepercentage
                    dat wordt gehanteerd bij de omslagmethode, is van invloed op de kostprijs. Het
                    rentepercentage valt zodoende onder het budgetrecht van de Raad. Daarnaast is
                    bij de rente-omslag van de kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente
                    over het eigen vermogen toegestaan. Artikel 12, derde lid legt het te hanteren
                    rentepercentage voor de omslagrente van de kapitaallasten vast.</al><al>Artikel 13. Financieringsfunctie</al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel
                    212, tweede lid onder c. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven. In dit artikel stelt de
                    Raad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het College gelden. Het
                    vierde lid van het artikel draagt het College op een financieringsstatuut
                    (treasurystatuut) op te stellen dat met name protocollen bevat voor de
                    dagelijkse uitvoering. Dit statuut is in de gemeente Uden reeds vastgesteld en
                    in werking.</al><al>Het derde lid gaat in op nader vast te stellen regels inzake het verstrekken van
                    leningen en garantieverklaringen. In onze organisatie zijn deze regels
                    vastgelegd in de verordening algemene garantievoorwaarden.</al><tussenkop>Artikel 14. Registratie bezittingen en activa</tussenkop><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie
                    actueel en juist is, wordt in dit artikel het College opgedragen periodiek de
                    registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te
                    treffen.</al><tussenkop>Artikel 15. Lokale heffingen</tussenkop><al>Het nieuwe artikel 212 Gemeentewet eist in het tweede lid, onderdeel b, dat de
                    verordening 212 Gemeentewet minimaal de grondslagen bevat voor de berekening van
                    de door het gemeentebestuur in rekening te brengen tarieven voor rechten als
                    bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en in rekening te brengen heffingen als
                    bedoeld in artikel 15.33 Wet milieubeheer. In de verordening is er voor gekozen
                    om als uitgangspunt van het financieel beleid de grondslagen voor de bepaling
                    van heffingen, tarieven en prijzen in het algemeen te verankeren. Zo zijn ook
                    opgenomen regels voor de bepaling van de lokale belastingen.</al><al>Het eerste lid van artikel 15 regelt, dat het College elk jaar een nota lokale
                    heffingen aan de Raad aanbiedt ter behandeling en vaststelling van de lokale
                    lasten. Deze nota moet voor de begrotingsbehandeling door de Raad worden
                    vastgesteld.</al><al>Op grond van de vastgestelde nota moeten vervolgens de bijbehorende
                    belastingverordeningen worden aangepast en door de Raad worden vastgesteld. De
                    nota bevat eveneens een overzicht van de overige verordeningen, waarin
                    heffingen, tarieven en prijzen zijn vastgelegd. Zo kan de Raad op grond van de
                    nota ook de actualisatie van deze verordeningen agenderen.</al><al>Artikel 229b Gemeentewet en artikel 15.33 Wet milieubeheer stellen echter
                    randvoorwaarden aan de hoogte van de meeste tarieven en heffingen. Behalve
                    tarieven voor het geven van vermakelijkheden en belastingen mogen de tarieven en
                    heffingen niet het bedrag van de geraamde kostprijs te boven gaan. Voor het
                    vaststellen van de hoogte van de verschillende tarieven en heffingen heeft de
                    Raad dus de geraamde kostprijs per tarief c.q. heffing nodig.</al><al>In afwijking van de voorgaande alinea is bij meer producten en diensten
                    opgenomen in één verordening het mogelijk dat een bepaald product hoger wordt
                    geprijsd dan de geraamde kostprijs zolang het totaal van de geraamde opbrengst
                    de totale kosten van de in de verordening genoemde producten en diensten niet
                    overschrijdt. Dit is het geval bij de leges, welke in de regel bijeen worden
                    gebracht in één legesverordening.</al><al>Voor inzicht in de hoogte van de baten in begrotingstechnische zin heeft de Raad
                    ook informatie nodig over de geraamde afzet in hoeveelheid. Het tweede lid
                    regelt, dat het College de geraamde kostprijs per verordening en de geraamde
                    hoeveelheden per product/dienst aan de Raad verstrekt voor vaststelling van de
                    heffingen, tarieven en prijzen.</al><al>Het derde lid regelt over welke feiten aangaande de lokale lasten de Raad in elk
                    geval in de verplichte paragraaf lokale heffingen bij de begroting en
                    jaarstukken wordt geïnformeerd. Hier kan de Raad invulling geven aan zijn eigen
                    informatiebehoefte over de lokale lasten en heffingen. Het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten schrijft de minimumeisen voor die in de
                    paragraaf moeten worden vermeld, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de geraamde inkomsten;</al></li><li nr="b."><al>het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van de lokale lastendruk;</al></li><li nr="e."><al>een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan men bijvoorbeeld opnemen:</al><lijst><li nr="f."><al>de kostendekkendheid van de rioolrechten, reinigingsheffing en
                            afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="g."><al>de lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudens,
                            meerpersoonshuishoudens en bedrijven;</al></li><li nr="h."><al>het aantal en het bedrag aan kwijtscheldingen;</al></li><li nr="i."><al>de waardeontwikkeling van onroerende zaken in de gemeente.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 16. Weerstandsvermogen</tussenkop><al>Een gemeente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                    een deel van deze risico’s kan een gemeente zich verzekeren, of er moeten
                    voorzieningen worden gevormd, of ze kunnen anderszins worden opgevangen. Voor
                    een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. Daarnaast kiezen
                    gemeenten er soms voor om voor bepaalde verzekerbare risico’s eigen risicodrager
                    te worden door zich bewust niet voor deze risico’s te verzekeren.</al><al>De niet verzekerde risico’s hebben, als ze zich voordoen, (grote) financiële
                    consequenties. Het is dus zaak voor een gemeente, dat ze zich bewust is van de
                    risico’s die ze loopt, en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter
                    niet mogelijk. Waar gewerkt wordt vallen spaanders. Niet verzekerde risico’s die
                    zich voordoen, moet de gemeente opgevangen met het eigen vermogen, door
                    belastingverhoging of door beleidsmatige ombuigingen op de begroting.</al><tussenkop>Artikel 17. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al>In artikel 17 stelt de raad regels voor de begrotings- en
                    verantwoordingsinformatie aan de raad over het onderhoud aan kapitaalgoederen.
                    De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst. Er worden eens per vier jaar een
                    nota aan de raad aangeboden over het gewenste onderhoudsniveau van de
                    verschillende categorieën kapitaalgoederen. Hierin kan op de stand van zaken
                    worden ingegaan en kan de raad de kaders voor het toekomstig beleid
                    uiteenzetten.</al><al>Vervolgens wordt er jaarlijks ter kennisgeving een geactualiseerd meerjarig
                    onderhoudsplan voor de diverse kapitaalgoederen gepresenteerd. Het ambitie
                    niveau van de raad inzake onderhoud heeft een meer statisch karakter en wordt
                    eenmaal per 4 jaar heroverwegen. De onderhoudsplannen zijn dynamisch van aard en
                    dienen dan ook ieder jaar geactualiseerd te worden.</al><tussenkop>Artikel 18. Financiering</tussenkop><al>De basis voor dit artikel is gelegen in artikel 13. Artikel 18 regelt over welke
                    feiten inzake het financieel beheer van de financieringsfunctie de Raad in elk
                    geval in de verplichte paragraaf financiering bij de begroting en jaarstukken
                    wordt geïnformeerd. De Raad kan aangeven om over meerdere zaken geïnformeerd te
                    willen worden zoals de samenstelling en omvang van het vreemde vermogen en van
                    de uitzettingen en de liquiditeitspositie.</al><tussenkop>Artikel 19. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    College. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door het
                    College.</al><al>Het eerste lid regelt over welke feiten aangaande het financieel beheer van de
                    bedrijfsvoering de Raad in de verplichte paragraaf bedrijfsvoering geïnformeerd
                    wordt. In dit artikel kan de Raad invulling geven aan zijn eigen
                    informatiebehoefte over de middelen bedrijfsvoering. Men kan hiervoor
                    bijvoorbeeld opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>aantal personeelsleden in dienst onderverdeeld naar leeftijd en
                            beloningsschaal;</al></li><li nr="b."><al>de instroom, uitstroom en het percentage ziekteverzuim van
                            personeel;</al></li><li nr="c."><al>de directe loonkosten;</al></li><li nr="d."><al>de personeelskosten</al></li><li nr="e."><al>de kosten inleenkrachten;</al></li><li nr="f."><al>de kosten van ingehuurde externen;</al></li><li nr="g."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="h."><al>de automatiseringskosten;</al></li><li nr="i."><al>vernieuwing, uitbreiding, herstructurering, reorganisatie en inkrimping
                            van de ambtelijke organisatie, de gemeentelijke huisvesting, het
                            gemeentelijk materieel en de gemeentelijke automatiseringssystemen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 20. Verbonden partijen</tussenkop><al>Artikel 20 stelt regels voor de verantwoordingsinformatie over de verbonden
                    partijen.</al><tussenkop>Artikel 21. Grondbeleid</tussenkop><al>Een belangrijke taak van een gemeente is het daadwerkelijk ingrijpen in de
                    ruimtelijke ordening van een gemeente door zelf vastgoedlocaties te (laten)
                    ontwikkelen. De uitgangspunten van het financieel beleid ten aanzien van het
                    grondbeleid horen bij de Raad thuis. Artikel 21, eerste lid, regelt, dat het
                    College eenmaal per raadsperiode een nota grondbeleid aan de Raad aanbiedt ter
                    behandeling en vaststelling. In deze nota kan de Raad de kaders vaststellen voor
                    het toekomstig grondbeleid. De Raad kan de nota altijd tussentijds
                    agenderen.</al><al>Het tweede lid van artikel 21 schrijft de feiten voor aangaande het grondbeleid
                    waarover de Raad in elk geval in de verplichte paragraaf grondbeleid bij de
                    begroting en jaarstukken moet worden geïnformeerd. Hier kan de Raad invulling
                    geven aan zijn eigen informatiebehoefte over het grondbeleid. Dit naast de
                    verplichtingen die het Besluit begroting en verantwoording voorschrijft. Het
                    besluit schrijft voor:</al><lijst><li nr="a"><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de
                            begroting;</al></li><li nr="b"><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                            uitvoert;</al></li><li nr="c"><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                            grondexploitatie;</al></li><li nr="d"><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e"><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie
                            tot de risico’s van de grondzaken.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan men denken aan:</al><lijst><li nr="f"><al>huidige vastgoedpositie;</al></li><li nr="g"><al>de aan- en verkoop van vastgoed;</al></li><li nr="h"><al>de deelname in PPS-constructies;</al></li><li nr="i"><al>de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling genomen
                            project;</al></li><li nr="j"><al>in erfpacht uitgegeven gronden;</al></li><li nr="k"><al>inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst><al>Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening geëiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het opnemen van de financiële
                    onderhandelingsruimte in de begroting voor de aankoop van een stuk grond.
                    Dergelijke informatie tast de onderhandelingspositie van de gemeente aan. Zulke
                    gegevens neemt men vanzelfsprekend niet herkenbaar op in de begroting,
                    jaarstukken en openbare nota’s.</al><al>Artikel 22. Verstrekking subsidies</al><al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en het
                    budgetrecht van de Raad raakt, betreft de verstrekking van gemeentelijke
                    subsidies. Hiervoor is geen paragraaf bij de begroting en de jaarstukken
                    opgenomen. Artikel 4.23 Algemene wet bestuursrecht vereist dat een subsidie
                    slechts door een bestuursorgaan kan worden verstrekt op grond van een wettelijk
                    voorschrift. Het voorschrift moet regelen voor welke activiteiten subsidies
                    kunnen worden verstrekt. Voor incidentele gevallen met een subsidieduur van ten
                    hoogste vier jaar geldt het bovengenoemde vereiste niet. Gemeenteraden hebben in
                    de regel op grond van deze wettelijke bepaling een subsidieverordening
                    vastgesteld.</al><al>Artikel 22 regelt, dat de Raad jaarlijks een nota ontvangt waarin het College
                    het voorgenomen beleid uiteenzet voor de verstrekking van subsidies en een
                    overzicht van de toegekende subsidies.</al><tussenkop>Artikel 23. Administratie</tussenkop><al>In artikel 23 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet - inherent aan het dualisme - de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het College. Deze
                    zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie. Een en ander geldt ook voor artikel 24, 25 en 26.</al><tussenkop>Artikel 24. Financiële administratie</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het Besluit begroting en
                    verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan de Raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun
                    rol als toezichthouder, het Rijk, de Europese Unie etc.</al><tussenkop>Artikel 25. Financiële organisatie</tussenkop><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het College bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het College, waaraan hij zich moet houden.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In de onderdelen c t/m f worden eisen gesteld aan de
                    budgettoedeling en de verantwoording daarover.</al><tussenkop>Artikel 26. Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel
                    26 legt aan het College de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan
                    de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels
                    (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de
                    rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van
                    interne regels.</al><tussenkop>Artikel 27. Subsidieverstrekking en steunverlening</tussenkop><al>Een ander kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en
                    steunverlening aan ondernemingen. Ook hiervoor is het hanteren van een protocol
                    te zien als een vorm van risicobeheersing. Daarnaast is op delen van deze
                    activiteit de Europese regelgeving inzake staatssteun van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 28. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van het oude artikel
                    212 Gemeentewet opgestelde verordening. De wetgever heeft bepaald, dat de nieuwe
                    verordening artikel 212 Gemeentewet bij alle gemeenten op het begrotingsjaar
                    2004 van toepassing moet zijn. De oude verordening blijft nog van kracht op de
                    begroting en jaarrekening van 2003.</al><tussenkop>Artikel 29. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><al>De Begroting 2004 moet voor 15 november 2003 zijn toegezonden aan gedeputeerde
                    staten (artikel 191 Gemeentewet) en dus moet de begroting voor die datum door de
                    Raad zijn vastgesteld. De nieuwe verordening 212 is van toepassing op de
                    Begroting 2004. De wetgever heeft dan ook bepaald dat de nieuwe verordening 212
                    voor 15 november 2003 door de Raad moet zijn vastgesteld. Daarnaast moet de
                    verordening binnen twee weken na vaststelling door de Raad door het College naar
                    gedeputeerde staten worden verzonden (artikel 214 Gemeentewet).</al><al>De ondertekening van uitgaande stukken van de Raad door de burgemeester is in
                    het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75, eerste lid Gemeentewet). Door
                    de komst van de griffier zijn de taken van de gemeentesecretaris gewijzigd. De
                    secretaris hoeft niet meer aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de Raad.
                    Deze taak wordt overgenomen door de griffier (artikel 107b Gemeentewet). Door
                    deze wijziging is het niet meer de secretaris, die de uitgaande stukken van de
                    Raad meeondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raadsvergaderingen meeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2003.</al><al>De Raad voornoemd</al><al>de griffier de voorzitter</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="73*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Toelichting Financiële verordening</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>