<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR205289_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Planschadeverordening Cromstrijen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, d.d. 17 augustus 2012, Gemeenteblad 2012/4</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Planschadeverordening Cromstrijen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Afd. 6.1 Wro jo afd.6.1 Bro</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1210663</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Planschadeverordening Cromstrijen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Cromstrijen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 mei 2012;</al><al>gelet op afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1 Besluit
                        ruimtelijke ordening;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Planschadeverordening Cromstrijen 2012</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als
                        bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al><al>adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen
                        persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke
                        ordening;</al><al>adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 5,
                        vijfde lid, van deze verordening;</al><al>Besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gemeente: gemeente Cromstrijen;</al><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet
                        ruimtelijke ordening;</al><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke
                        ordening;</al><al>Wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Aanvrager maakt voor de indiening van een aanvraag op grond van artikel 6.1
                        van de Wet gebruik van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>Recht</titel></kop><al>Het te heffen recht voor een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade
                        als bedoeld in artikel 6.4, derde lid, van de Wet bedraagt € 500,00. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in
                        artikel 6.1.3.1 van het Besluit verstrekt het college aan één of meerdere
                        adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te
                        brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het Besluit
                        of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door
                        het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
                        deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.</al><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid
                        bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                        planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en
                        omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door
                        het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied
                        van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering.</al><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid
                        bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op
                        planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien
                        de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra
                        deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die
                        deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van
                        waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische
                        verslechtering.</al><al>Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van
                        toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde
                        adviseurs aangewezen.</al><al>Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie,
                        waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.</al><al>De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><al>1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
                        verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te
                        zijn met betrekking tot de in artikel 5, eerste, tweede of derde lid,
                        bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen.</al><al>Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de raad.
                        Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel
                        waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding advies</titel></kop><al>1.Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                        aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling
                        daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie
                        noodzakelijke bescheiden ter beschikking.</al><al>Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die
                        de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht
                        bijstaat.</al><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of
                        meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde
                        ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag
                        toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag
                        relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente
                        over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken.
                        Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als
                        bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de Wet worden eveneens in
                        de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.</al><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip
                        waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
                        bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.</al><al>Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende
                        zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de
                        aanvrager een afspraak gemaakt.</al><al>Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid
                        bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de
                        adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat
                        onderdeel vormt van het uit te brengen advies. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de
                                adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de
                                opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de
                                aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de Wet. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan
                                deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen.</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de Wet worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na
                                de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te
                                reageren.</al></li><li nr="3."><al>In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of
                                de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in
                                het tweede lid bedoelde termijn een advies uit aan het college,
                                waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.</al></li><li nr="4."><al>In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                                adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken
                                van de in het tweede lid bedoelde termijn een advies uit aan het
                                college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9</nr><titel>Besluit</titel></kop><al>1.Het bestuursorgaan beslist binnen 12 weken nadat de adviseurs hun advies
                        hebben uitgebracht en mits het besluit dat aan de planologische wijziging
                        ten grondslag ligt, onherroepelijk is.</al><al>Indien de beslissing het toekennen van schadevergoeding inhoudt, wordt het
                        bedrag vastgesteld. In het besluit wordt bepaald vóór welke datum de
                        schadevergoeding moet zijn geregeld of betaalbaar gesteld. </al><al>Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt aan aanvrager. Tegen
                        dit besluit kan aanvrager bezwaar maken als bedoeld in hoofdstuk 6 van de
                        Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking. </al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening trekken
                                wij de ‘planschadeverordening’, vastgesteld d.d. 11 december 2001,
                                en de ‘procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in
                                planschade gemeente Cromstrijen 2008’, vastgesteld d.d. 29 september
                                2009 in. </al></li><li nr="3."><al>De verordening kan worden aangehaald als ‘Planschadeverordening
                                Cromstrijen 2012’. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen in zijn openbare
                        vergadering gehouden op 19 juni 2012</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>