<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2045_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Oisterwijk 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.do.nl/nieuwsklok/w0808.htm">Nieuwsklok, 20-02-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Oisterwijk 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ALG009178</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Oisterwijk 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bevoegd gezag: het bestuur van een volgens de Wet op het
                                    basisonderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school
                                    voor basisonderwijs, voor speciaal onderwijs en voortgezet
                                    onderwijs, die gelegen is op het grondgebied van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>advies van de Onderwijsraad: het advies van de Onderwijsraad als
                                    bedoeld in de Wet op het basisonderwijs, de Wet op de
                                    expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Overleg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Overleg lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin het
                                    college met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen
                                    overleg voert over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal
                                    onderwijsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overlegorgaan komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht
                                            overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het
                                            primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de
                                            Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                            onderwijsbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                    artikel 12 niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schoolbesturen laten zich vertegenwoordigen in het
                                    overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe maximaal drie
                                    vertegenwoordigers aan, die namens dit schoolbestuur het overleg
                                    voeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen
                                    in het overlegorgaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt het college in
                                    het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als
                                    voorzitter van het overlegorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een of meer schoolbesturen of het college kunnen zich tijdens
                                    het overleg in het overlegorgaan laten bijstaan door een
                                    adviseur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit
                                    wenst of één van de schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit
                                    wensen, deelnemen aan een overleg, mits zij ten minste één dag
                                    te voren zijn aangemeld bij de voorzitter van het
                                    overlegorgaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Stuurgroep brede school</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Functie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een stuurgroep brede school die met inachtneming van het
                                    bepaalde in artikel 2, lid 1 en 2 onder a het college adviseert
                                    over de brede school ontwikkeling als onderdeel van werk aan de
                                    wijk. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de stuurgroep komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>in samenhang met het lokaal onderwijsbeleid de
                                            inhoudelijke ontwikkeling van de brede school als
                                            onderdeel van werk aan de wijk;</al></li><li nr="b."><al>de fysieke realisatie van brede scholen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de onderwerpen, als genoemd in lid 2, is artikel 12 niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het onderwijs,
                                    welzijn en zorg. De leden van de stuurgroep worden benoemd en
                                    ontslagen door het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het
                                    overlegorgaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt het college in
                                    het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als
                                    voorzitter van het overlegorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Van toepassing zijnde bepalingen</titel></kop><al>Voor de stuurgroep brede school zijn de artikel 4, artikel 8, lid 1
                                en 2, artikel 9, artikel 10, eerste volzin, artikel 11, artikel 13,
                                lid 1, lid 3 en lid 4, artikel 15, artikel 16 en artikel 17, lid 1
                                en 2 dienovereenkomstig van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens het college een voorstel aan de raad doet over een
                                    onderwerp, zendt zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met
                                    een toelichting daarop en de inventarisatie als bedoeld in
                                    artikel 13, aan alle schoolbesturen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                    datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen.
                                    Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum
                                    van het overleg liggen ten minste drie weken, tenzij het een
                                    spoedeisend onderwerp betreft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor
                                    de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan dit
                                    overleg hiervan in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Het college voert het secretariaat van het overlegorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Een of meer schoolbesturen of het college kunnen een voorbereidend
                                overleg tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en het
                                college instellen dat voorafgaat aan het overleg in het
                                overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een
                                inventarisatie van de onderwerpen waarover wel en waarover geen
                                overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het
                                gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder
                                a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een of meer schoolbesturen of het college kunnen een
                                    agendaoverleg instellen. Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen
                                    op welk tijdstip in het overlegorgaan aan de orde kunnen komen.
                                    Op grond hiervan stelt het college de agenda op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en
                                    twee vertegenwoordigers van schoolbesturen deel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer schoolbesturen of het college een advies van
                                    de Onderwijsraad wensen over een onderwerp waarop het op
                                    overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken ze dit
                                    uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale
                                    zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
                                    gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies
                                    van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                    verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle vertegenwoordigers worden in het overleg in de gelegenheid
                                    gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek
                                    om advies van de Onderwijsraad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Zij doet dit uiterlijk binnen twee weken
                                    na afloop van het overleg. Daarbij wordt de Onderwijsraad tevens
                                    geïnformeerd over de in het tweede lid bedoelde
                                    zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van een advies wordt
                                    opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad het
                                    college uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van advies aan
                                    te vullen met gegevens die hij nodig heeft voor een goede
                                    vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is
                                    aangevuld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het
                                    advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van het
                                    uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het
                                    geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de
                                    Onderwijsraad zou leiden tot een meer inhoudelijke bijstellingen
                                    van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd,
                                    worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van
                                    het advies uitgenodigd voor nader overleg.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader overleg
                                    over het advies van de Onderwijsraad wenselijk is. Zij geven dit
                                    aan bij de toezending van het afschrift van het advies van de
                                    Onderwijsraad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het overleg als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee
                                    weken plaats nadat de Onderwijsraad zijn advies heeft
                                    uitgebracht. Het college informeert de raad over dit overleg in
                                    de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel
                                    13.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt een verslag van het overleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
                                    waarbij per onderwerp wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>of het bepaalde in artikel 2, tweede lid onder a of b
                                            van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
                                            bereikt;</al></li><li nr="c."><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren
                                            gebrachte zienswijzen en -indien van toepassing- de
                                            zienswijzen als bedoeld in artikel 8, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg
                                            toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijk
                                            voorstel;</al></li><li nr="e."><al>indien artikel 12, eerste lid van toepassing is, wordt
                                            hiervan eveneens een weergave opgenomen in het
                                            verslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
                                    kan het college spoedheidshalve het verslag ter commentaar
                                    toezenden aan de vertegenwoordigers van de schoolbesturen.
                                    Binnen tien dagen na de dag waarop het concept-verslag is
                                    toegezonden, maken de schoolbesturen die deel hebben genomen aan
                                    het overleg schriftelijk hun opmerkingen over het concept van
                                    het verslag kenbaar. Het college stelt het verslag vast met
                                    inachtneming van de opmerkingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt het verslag gelijktijdig met het voorstel
                                    over het onderwerp ter kennis van de raad. Voor zover het
                                    college afwijkt van de tijdens het overleg naar voren gebrachte
                                    zienswijzen, zoals weergegeven in het vastgestelde verslag,
                                    wordt dit gemeld in het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij
                                    de redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van deze
                                    zienswijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het
                                    voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat
                                    de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de
                                    raadscommissie dat volgens het college geacht kan worden een
                                    meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat
                                    het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een
                                    heropening van het overleg plaats vinden. Het college beslist
                                    daarover. Zij heropent het overleg in ieder geval indien de
                                    inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als
                                    bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a, waarover
                                    overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college het overleg heropent, dan roepen zij het
                                    overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch uiterlijk voor
                                    het moment waarop de raad een definitief besluit neemt over het
                                    onderwerp. In dit overleg hebben de vertegenwoordigers de
                                    gelegenheid om hun zienswijze te geven op het oordeel van de
                                    raadscommissie. Het college informeert de raad over het
                                    resultaat van dit overleg in de vorm van een aanvulling op het
                                    verslag als bedoeld in artikel 13. De raad betrekt de in dit
                                    aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn
                                    besluitvorming over de vaststelling van het onderwerp.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Evaluatie van de verordening</titel></kop><al>Het overlegorgaan evalueert jaarlijks de inhoud en werking van de
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college
                            gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening overleg
                                    lokaal onderwijsbeleid gemeente Oisterwijk 2008".</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2008. </al></li><li nr="3."><al>Met ingang van 1 maart 2008 wordt de "Verordening overleg lokaal
                                    onderwijsbeleid gemeente Oisterwijk 1998" ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oisterwijk op 14 februari 2008,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw N. van Wijk, drs. Y.C.Th.J. Kortmann.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>