<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR204491_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad de Grenskoerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing regeling d.d. 26 juli 2012</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit Maatschappelijke Ondersteuning</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> Lid 1. Wet</al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>Lid 2. College</al><al>College van burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 3. Compensatieplicht</al><al>De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch
                        psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
                        compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
                        maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een
                        huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te
                        verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan
                        sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College
                        de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en
                        dat in het individuele geval maatwerk is. </al><al>Lid 4. Aanmelding</al><al>De mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen
                        ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een
                        gesprek.</al><al>Lid 5. Gesprek</al><al>Het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke
                        ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien
                        van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te
                        kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het
                        netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve,
                        (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Van het gesprek wordt
                        een verslag gemaakt wat door belanghebbende (n) en door de verslaglegger
                        wordt ondertekend.</al><al>Lid 6. Aanvraag</al><al>Het op schrift gesteld verzoek, voorzien van een legitieme ondertekening,
                        van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere
                        voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze
                        verordening.</al><al>Lid 7. Belanghebbende</al><al>Een persoon die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het
                        bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het
                        zelfstandig functioneren, die voor zichzelf, of als gemachtigde voor een
                        ander, een aanmelding of een aanvraag doet.</al><al>Lid 8. Psychosociaal probleem</al><al>Een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan
                        mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door
                        belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn
                        sociale omgeving<sup/>. </al><al>Lid 9. Algemene voorziening</al><al>Een voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is
                        door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die
                        anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op
                        eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder hiervoor een
                        aanvraagprocedure te moeten doorlopen.</al><al>Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking,
                        dus ook door anderen gebruikt wordt, in de winkel te koop is en niet –
                        aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Voor een nadere
                        uitwerking van wat wordt verstaan onder algemeen gebruikelijk wordt verwezen
                        naar het Besluit.</al><al>Lid 11. Collectieve voorziening</al><al>Een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere
                        personen tegelijk wordt gebruikt.</al><al>Lid 12. Voorliggende voorziening</al><al>Een voorziening die al in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en
                        bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Alvorens een aanspraak op
                        een Wmo voorziening mogelijk is, zal belanghebbende allereerst een beroep
                        moeten doen op de aanwezige voorliggende voorzieningen.</al><al>Lid 13. Respijtzorg</al><al>Een tijdelijke en volledige ovename van de zorg van een mantelzorger met het
                        doel om die mantelzorger vrijaf te geven en het gevaar van overbelasting te
                        voorkomen.</al><al>Lid 14. Gebruikelijke zorg</al><al>De zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden
                        van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Het protocol
                        Gebruikelijke Zorg wordt hierbij van toepassing verklaard.</al><al>Lid 15. Voorziening in natura</al><al>Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van
                        goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke
                        dienstverlening.</al><al>Lid 16. Persoonsgebonden budget</al><al>Een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als
                        alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>Lid 17. Financiële tegemoetkoming</al><al>Een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een
                        voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.</al><al>Lid 18. Mantelzorger</al><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1
                        onder b van de wet biedt.</al><al>Lid 19. Besluit</al><al>Gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck wat
                        jaarlijks als uitvloeisel van de Verordening Wet maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Cranendonck door het college wordt vastgesteld.
                        Hierin zijn ook opgenomen tarieven, normen – inkomensgrenzen etc.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. de aanmelding, Het gesprek en de aanvraag</vet></al><al>Artikel 2. Scheiding aanmelding en aanvraag</al><al>Lid 1.</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef
                        en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder
                                een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een
                                gesprek heeft gevoerd, maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>Belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen
                        vervalt het gestelde in het eerste lid onder a en b.</al><al>Artikel 3. Aanmelding voor een gesprek</al><al>Lid 1.</al><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of
                        telefonisch worden gedaan bij het Wmo loket door of namens een persoon met
                        een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                        probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen
                        van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig
                        functioneren.</al><al>Lid 2.</al><al>Direct bij aanmelding of binnen 5 werkdagen na aanmelding wordt een afspraak
                        voor een gesprek gemaakt, of een bericht verzonden waarbij een termijn
                        gesteld wordt. Deze afspraak wordt aan de aanmelder schriftelijk
                        bevestigd.</al><al>Lid 3.</al><al>Bij de mondeling of telefonische aanmelding dient steeds te worden afgewogen
                        of een gesprek noodzakelijk is gelet op de vraagstelling en het
                        zelfoplossend vermogen van de belanghebbende daarbij de bepalingen in deze
                        verordening in acht nemend in het bijzonder volgens de uitgangspunten van
                        het gesprek als bepaald in artikel 4.</al><al/><al>Artikel 4. Het gesprek</al><al>Lid 1</al><al>Het gesprek wordt bij voorkeur gevoerd bij belanghebbende thuis om op die
                        wijze zo integraal mogelijk de omstandigheden van belanghebbende in relatie
                        tot de beperkingen, die worden ondervonden, inzichtelijk te maken</al><al>Lid 2.</al><al>Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een vastgesteld gespreksformulier
                        waarin de relevante aandachtspunten zijn opgenomen, wat als basis dient voor
                        het verslag.</al><al>Lid 3</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                        Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden
                        gehanteerd.</al><al>Lid 4</al><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo
                        mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de
                        belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg.</al><al/><al>Artikel 5. Het verslag</al><al>Lid 1.</al><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Het gespreksformulier als
                        bedoeld in lid 2 wordt in het bijzijn van belanghebbende ingevuld. Het
                        volledige gespreksverslag, waarbij het gespreksformulier als basis dient,
                        wordt binnen 2 tot 3 werkdagen aan belanghebbende verstrekt met het verzoek
                        het verslag voor akkoord te tekenen.</al><al> Lid 2.</al><al>Het verslag van het gesprek bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem
                                en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door
                                belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>De mogelijkheden en onmogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks
                                het vastgesteld probleem of beperking;</al></li><li nr="c."><al>De resultaten die belanghebbende wil bereiken gelet op de in
                                hoofdstuk 4 van de verordening omschreven aspecten;</al></li><li nr="d."><al>De mogelijkheden die belanghebbende heeft om oplossingen te
                                bewerkstelligen door middel van algemene voorzieningen, algemeen
                                gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke zorg, mantelzorg,
                                burenhulp, collectieve voorzieningen of andere voorliggende
                                voorzieningen alsmede de inzet van eigen financiële capaciteit als
                                bedoeld in artikel 4 lid 2 van de wet;</al></li><li nr="e."><al>Een positief of negatief advies voor het indienen van een aanvraag
                                voor de individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig blijken om
                                de geformuleerde doelstellingen te bereiken.</al></li></lijst><al> Lid 3.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, verwijzend naar het
                        gespreksverslag, een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex
                        artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.</al><al/><al>Artikel 6. De aanvraag</al><al>Lid 1. </al><al>De aanvraag van een individuele voorziening kan schriftelijk of elektronisch
                        plaatsvinden.</al><al>Lid 2.</al><al>Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier)
                        plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze
                        bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. de te bereiken resultaten</vet></al><al><onderstreept>Paragraaf 1. Algemene regels</onderstreept></al><al>Artikel 7. Het maken van een afweging</al><al>Lid 1.</al><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het
                        college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het
                        college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de
                        belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en
                        mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken
                        resultaat.</al><al>Lid 2.</al><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die
                        beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing
                        hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden,
                        eerst beoordeeld.</al><al>Lid 3.</al><al>Naast de in deze verordening vastgestelde bepalingen, die kunnen leiden tot
                        het niet verlenen van ondersteuning als bedoeld in de Wet, zijn er op een
                        aantal resultaatgebieden, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 paragraaf 2 van de
                        verordening, aanvullende uitsluiting- of weigeringgronden van toepassing.
                        Hiervoor wordt verwezen naar het Besluit.</al><al><onderstreept>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten</onderstreept></al><al>Artikel 8. Een schoon en leefbaar huis</al><al>Lid 1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt
                        ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek (ken), keuken en sanitaire
                        ruimten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening
                        getroffen worden in de vorm van hulp bij het huishouden inclusief indien
                        noodzakelijk ondersteuning bij de organisatie van het huishouden. Het
                        leveren van maatwerk is in deze leidend.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die in staat zijn
                        werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke
                        zorg beoordeeld. </al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en de in het vorige lid genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 9. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</al><al>Lid 1.</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde
                        hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd
                        wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook het noodzakelijk
                        opwarmen en aanreiken van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al> Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
                        kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen
                        van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en
                        toiletartikelen, alsmede het opwarmen en aanreiken van maaltijden.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft dan wel andere
                        personen in zijn sociale netwerk, die beschikbaar en in staat zijn de
                        boodschappen als bedoeld in lid 1 over te nemen of voor zover de
                        belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare
                        boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie
                        van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze
                        mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 10. Beschikken over schone en draagbare kleding</al><al>Lid 1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit het aanwezig zijn gewassen, al dan niet gestreken,
                        opgevouwen of opgehangen kleding.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone en draagbare kleding kan een
                        individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen
                        en strijken en opruimen van de dagelijkse was, waaronder eveneens linnengoed
                        en dergelijke.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in
                        staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van
                        gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 11. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren</al><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                        huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                        het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk
                        voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die
                        in principe voor de kinderen zorgt.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere
                        opvangmogelijkheden of advisering door instellingen in het kader van
                        jeugdzorg, die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen
                        leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                        beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 12. Wonen in een geschikt huis</al><al>Lid 1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden is het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over
                        beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken,
                        sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                        voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                        toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een
                        gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het
                        te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze
                        beoordeling vindt alleen plaats indien de aanpassing van de woning een
                        bedrag van € 10.000,-- te boven gaat.</al><al>Lid 4.</al><al>Bij de beoordeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het tijdig
                        inspelen op mogelijke verminderde geschiktheid van de woning als gevolg van
                        achteruitgang van fysieke mogelijkheden vanwege de leeftijd van
                        belanghebbende. De eigen verantwoordelijkheid voor het leven is in deze van
                        belang.</al><al>Lid 5.</al><al>Stimuleren en vergroten mogelijkheden om levensloopbestendig te bouwen
                        alsmede het optimaal benutten van de mogelijkheden voor het realiseren van
                        zorg- of mantelzorgwoningen is een belangrijke overweging. </al><al>Lid 6.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en lid 3 en lid 4 van dit artikel genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 13. Zich verplaatsen in en om de woning</al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de
                        woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de
                        slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon
                        kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren
                        mogelijk is.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele
                        voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks
                        zittend gebruik.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de belanghebbende
                        kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheden eerst
                        beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 14. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per
                        vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het
                        kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste
                        activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Tot de directe
                        woonomgeving wordt ook verstaan de regio voor die zich niet verder uitstrekt
                        van 5 zones gelijk aan het openbaar vervoer</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een
                        individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen
                        binnen de in lid 1 beoogde woon- en leefomgeving.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbare scootermobielpool, of van collectief vraagafhankelijk vervoer van
                        deur tot deur, of andere in de gemeente aanwezige collectieve
                        vervoersmogelijkheden, die in de individuele situatie van de belanghebbende
                        kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                        beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al>Artikel 15. De mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met medemensen
                        en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                        activiteiten</al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om regionaal
                        contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                        maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk
                        kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste
                        activiteiten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben als bedoeld in lid 1
                        kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer
                        naar de gewenste bestemmingen.</al><al>Lid 3. </al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige en
                        bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van
                        belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze
                        mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 7 lid 2 en in het vorige lid 3 genoemde
                        mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Verstrekkingswijze voorzieningen </vet></al><al><onderstreept>Paragraaf 1. Verstrekking van
                        voorzieningen</onderstreept></al><al>Artikel 16. Mogelijke verstrekkingwijzen</al><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                        persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden
                        verstrekt.</al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 2. Verstrekking in natura</onderstreept></al><al>Artikel 17. Inhoud beschikking</al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking
                        vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur is van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe en door welke leverancier de voorziening in natura verstrekt
                                wordt en</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld.</al></li><li nr="e."><al>voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt en de
                                informatieplicht aan belanghebbende ten aanzien van relevante
                                wijzigingen van omstandigheden, die van invloed kunnen zijn op de
                                verstrekte voorziening;</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 3. Verstrekking als persoonsgebonden
                            budget</onderstreept></al><al>Artikel 18. Overwegende bezwaren</al><al>Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is van
                        overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt
                        wordt.</al><al/><al>Artikel 19. Inhoud beschikking</al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                        budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt
                                moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan
                                bij de besteding voldaan moet worden.</al></li><li nr="2."><al>Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang
                                tot stand is gekomen.</al></li><li nr="3."><al>Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden
                                budget bedoeld is</al></li><li nr="4."><al>Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                persoonsgebonden budget.</al></li><li nr="5."><al>Welke gevolgen het niet nakomen van de regels bedoeld onder lid 1
                                sub 4 heeft.</al></li><li nr="6."><al>Voorwaarden waaronder de voorziening wordt verstrekt en de
                                informatieplicht aan belanghebbende ten aanzien van relevante
                                wijzigingen van omstandigheden, die van invloed kunnen zijn op de
                                verstrekte voorziening;</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al><onderstreept>Paragraaf 4. Verstrekking als financiële
                            tegemoetkoming</onderstreept></al><al>Artikel 20. Inhoud beschikking</al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                        tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd
                                is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is en</al></li><li nr="e."><al>op welke wijze er verantwoording afgelegd dient te worden</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al>Hoofdstuk 5 Eigen bijdragen, eigen aandeel en Financiele Drempel</al><al>Artikel 21. Eigen bijdragen en eigen aandeel</al><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen
                        aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen
                                rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>De eigen bijdrage dan wel eigen aandeel als bedoeld in lid 1 is enkel van
                        toepassing bij een persoon als bedoeld in artikel 1 lid 3 van deze
                        verordening van 18 jaar of ouder die in aanmerking wordt gebracht voor een
                        individuele voorziening in de genoemde resultaatgebieden. Bij hulp bij het
                        huishouden, een vervoersvoorziening of een woonvoorziening in natura of
                        persoonsgebonden budget, is een eigen bijdrage verschuldigd en in het geval
                        sprake is van een financiële tegemoetkoming is men een eigen aandeel
                        verschuldigd, tenzij anders is bepaald; </al><al>Lid 3. </al><al>De omvang van de eigen bijdrage en eigen aandeel wordt berekend aan de hand
                        van het bepaalde in artikel 4.1 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning (algemene maatregel van bestuur). Dit bedrag wordt vastgesteld
                        en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK); </al><al>Lid 4.</al><al>Indien de voorziening in de vorm van een lease overeenkomst (natura) of een
                        persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt gedurende maximaal
                        vijfenzestig perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening
                        gebracht;</al><al>Lid 5.</al><al>Indien de voorziening hulp bij het huishouden betreft wordt ongeacht de
                        verstrekkingvorm ( in natura of een persoonsgebonden budget), wordt
                        gedurende gehele looptijd van de voorziening een eigen bijdrage in rekening
                        gebracht.</al><al/><al>Artikel 22. Voorzieningen zonder eigen bijdragen en eigen aandeel</al><al>Lid 1. </al><al>Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor de (sport) rolstoelen wat op
                        grond van artikel 4.1. lid 4 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning niet is geoorloofd;</al><al>Lid 2.</al><al>Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd voor de collectieve
                        vervoersvoorziening omdat bij gebruikmaking van collectief vervoer de klant
                        al bijdraagt in de kosten. Immers de klant moet een deel van de kosten
                        (kosten per openbaar vervoerzone) van een rit zelf betalen. Hetzelfde geldt
                        voor het gebruik van de eigen auto, het (rolstoel)taxivervoer en de bijdrage
                        in brandstof/elektriciteitskosten voor een vervoersvoorziening. Ten aanzien
                        van deze voorzieningen dient de persoon met beperkingen al zelf bij te
                        dragen in de kosten;</al><al>Lid 3.</al><al>De kosten van tijdelijke huisvesting wordt verleend aan de eigenaar van een
                        woning, veelal de woningcorporatie. Het is niet goed voorstelbaar dat die
                        eigenaar een eigen aandeel zou moeten betalen;</al><al>Lid 4. </al><al>Voor verhuis- en inrichtingskosten is een normbedrag bepaald, waardoor de
                        persoon met beperkingen zelf al bijdraagt in de kosten;</al><al>Lid 5. </al><al>Respijtzorg is er ter ontlasting van mantelzorg en is van beperkte duur,
                        derhalve wordt er geen eigen bijdrage geheven.</al><al/><al>Artikel 23. Financiële drempel</al><al>Vervallen</al><al/><al>Artikel 24. Inkomensgrenzen vervoersvoorzieningen, hulp bij het huishouden
                        en overgangsbepaling </al><al>Vervallen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                            besluitvorming, intrekking en terugvordering</vet></al><al>Artikel 25. Beslistermijn</al><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis:
                                maximaal 8 weken.</al></li><li nr="b."><al>Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis: maximaal 13
                                weken.</al></li><li nr="c."><al>Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning:
                                maximaal 8 weken.</al></li><li nr="d."><al>Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel:
                                maximaal 8 weken.</al></li><li nr="e."><al>Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis
                                daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 26. Beperkingen</al><al>Lid 1.</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij
                                kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken
                                resultaat.</al></li><li nr="b."><al>De te verstrekken voorziening als voldoende compenserend is aan te
                                merken en daarnaast als goedkoopste voorziening is aan te
                                merken.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is.</al></li><li nr="b."><al>Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
                                Cranendonck.</al></li><li nr="c."><al>Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het
                                moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of
                                deze voorziening noodzakelijk was en voldoet aan de bepaling in lid
                                1 sub d.</al></li><li nr="d."><al>Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
                                regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of
                                verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 27. Advisering</al><al>Lid 1.</al><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                        beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie
                        een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                        huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te
                                bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen.</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of
                                meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of
                                onderzoeken.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een
                                voorziening heeft gehad dan wel met wie niet eerder een gesprek als
                                bedoeld in artikel 3 is gevoerd.</al></li><li nr="b."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een
                                voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3
                                heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn
                                veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een
                                voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden.</al></li><li nr="c."><al>Het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst><al> Lid 3.</al><al>Indien belanghebbende zonder afmelding niet aanwezig is bij het gesprek of
                        de afspraak voor nader onderzoek zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit
                        artikel, zal het college de door het adviesorgaan in rekening te brengen
                        kosten ten laste brengen van belanghebbende, tenzij belanghebbende
                        (achteraf) kan aantonen dat er een gegronde rede was voor zijn
                        afwezigheid.</al><al/><al>Artikel 28. Wijziging situatie</al><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is
                        verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te
                        doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet
                        zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al><al/><al>Artikel 29. Intrekking</al><al>Lid 1</al><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel
                        of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze
                                verordening.</al></li><li nr="b."><al>Gebleken is dat de gegevens op grond waarvan beschikt is, zodanig
                                onjuist of onvolledig waren dat, waren de juiste en volledige
                                gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                genomen.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                        persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                        tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                        aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft
                        plaatsgevonden.</al><al/><al>Artikel 30. Terugvordering</al><al>Lid 1.</al><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een
                        reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                        worden teruggevorderd.</al><al>Lid 2.</al><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken
                        kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend
                        op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 31. Hardheidsclausule</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al><al/><al>Artikel 32. Indexering</al><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening
                        en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Cranendonck geldende bedragen verhogen of verlagen
                        conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau van
                        de Statistiek.</al><al/><al>Artikel 33. Evaluatie</al><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt in overeenstemming met de
                        cyclus van het beleidsplan Wmo geëvalueerd waarna verslag over
                        doeltreffendheid en effectiviteit aan de raad wordt voorgelegd. </al><al/><al>Artikel 34. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al><al>Alle voorgaande verordeningen m.b.t. de Wmo vervallen met in werking stellen
                        van deze verordening.</al><al/><al>Artikel 35. Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Cranendonck 2012”.</al></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Verordening </al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning </al><al>gemeente Cranendonck 2012</al><al>(versie 26 juni 2012) </al><al>INHOUDSOPGAVE</al><al><vet>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</vet> 4</al><al><cursief>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</cursief> 4</al><al><vet>HOOFDSTUK 2 DE AANMELDING, HET GESPREK EN DE AANVRAAG</vet> 6</al><al><cursief>Artikel 2 Scheiding aanmelding en aanvraag</cursief> 6</al><al><cursief>Artikel 3 Aanmelding voor een gesprek</cursief> 6</al><al><cursief>Artikel 4 Het gesprek</cursief> 6</al><al><cursief>Artikel 5 Het verslag</cursief> 7</al><al><cursief>Artikel 6 De aanvraag</cursief> 7</al><al><vet>HOOFDSTUK 3 DE TE BEREIKEN RESULTATEN</vet> 8</al><al><onderstreept>Paragraaf 1. ALGEMENE REGELS</onderstreept></al><al><cursief>Artikel 7 Het maken van een afweging</cursief> 8</al><al><onderstreept>Paragraaf 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN</onderstreept> 8</al><al><cursief>Artikel 8 Een schoon en leefbaar huis</cursief> 8</al><al><cursief>Artikel 9 Beschikken over goederen voor primaire
                        levensbehoeften</cursief> 8</al><al><cursief>Artikel 10 Beschikken over schone en draagbare kleding</cursief> 9</al><al><cursief>Artikel 11 Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren</cursief> 9</al><al><cursief>Artikel 12 Wonen in een geschikt huis</cursief> 10</al><al><cursief>Artikel 13 Zich verplaatsen in en om de woning</cursief> 10</al><al><cursief>Artikel 14 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</cursief> 11</al><al><cursief>Artikel 15 De mogelijkheid om regionaal contacten te hebben met
                        medemensen</cursief></al><al><cursief> en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                        activiteiten</cursief> 11</al><al><vet>HOOFDSTUK 4 VERSTREKKINGSWIJZE VOORZIENINGEN</vet> 12</al><al><onderstreept>Paragraaf 1. VERSTREKKINGEN VAN VOORZIENINGEN</onderstreept>
                    12</al><al><cursief>Artikel 16 Mogelijke verstrekkingwijzen</cursief> 12</al><al><onderstreept>Paragraaf 2. VERSTREKKING IN NATURA</onderstreept> 12</al><al><cursief>Artikel 17 Inhoud beschikking</cursief> 12</al><al><onderstreept>Paragraaf 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN
                        BUDGET</onderstreept> 12</al><al><cursief>Artikel 18 Overwegende bezwaren</cursief> 12</al><al><cursief>Artikel 19 Inhoud beschikking</cursief> 12</al><al><onderstreept>Paragraaf 4 VERSTREKKING ALS FINANCIELE
                        TEGEMOETKOMING</onderstreept> 13</al><al><cursief>Artikel 20 Inhoud beschikking</cursief> 13</al><al><vet>HOOFDSTUK 5 EIGEN BIJDRAGEN, EIGEN AANDEEL, FINANCIELE DREMPEL</vet></al><al><vet> EN INKOMENSGRENZEN</vet> 14</al><al><cursief>Artikel 21 Eigen bijdragen en eigen aandeel</cursief> 14</al><al><cursief>Artikel 22 Voorzieningen zonder eigen bijdragen en eigen
                        aandeel</cursief> 14</al><al><cursief>Artikel 23 Vervallen</cursief> 15</al><al><cursief>Artikel 24 Vervallen</cursief> 15</al><al><vet>HOOFDSTUK 6 PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN</vet></al><al><vet> BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING</vet> 17</al><al><cursief>Artikel 25 Beslistermijn</cursief> 17</al><al><cursief>Artikel 26 Beperkingen</cursief> 17</al><al><cursief>Artikel 27 Advisering</cursief> 17</al><al><cursief>Artikel 28 Wijziging situatie</cursief> 18</al><al><cursief>Artikel 29 Intrekking</cursief> 18</al><al><cursief>Artikel 30 Terugvordering</cursief> 18</al><al><vet>HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN</vet> 19</al><al><cursief>Artikel 31 Hardheidsclausule</cursief> 19</al><al><cursief>Artikel 32 Indexering</cursief> 19</al><al><cursief>Artikel 33 Evaluatie</cursief> 19</al><al><cursief>Artikel 34 Inwerkingtreding</cursief> 19</al><al><cursief>Artikel 35 Citeertitel</cursief> 19</al><al/><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>