<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>203560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratie verordening gemeente Diemen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-08-03</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Courant dd 3-3-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratie verordening gemeente Diemen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 147 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand artikelen 7,8 en 10 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer, de artikelen 34,35 en 36</dcterms:source><dcterms:issued>2004-02-26</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 34,35 en 36</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04-09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wet werk en bijstand (wwb)</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de "Verordening op de verstrekking van uitstroompremies
                    en werkaanvaardingsubsidies</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening gemeente Diemen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>[na wijziging door Wijzigingsverordening Wwb gemeente Diemen per 1
                            januari 2012]</cursief></al><al>De Raad van de gemeente Diemen</al><lijst><li nr="·"><al>gezien het advies van de Commissie Sociale Infrastructuur</al></li><li nr="·"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari
                                2004</al></li><li nr="·"><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7
                                en 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34,
                                35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 34, 35 en 36
                                van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen,</al></li><li nr="·"><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening te regelen op
                                welke wijze invulling wordt gegeven aan de opdracht ondersteuning te
                                bieden bij reïntegratie van personen die algemene bijstand
                                ontvangt;</al></li><li nr="·"><al>besluit vast te stellen de volgende:</al></li></lijst><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><enig-artikel><al>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</al><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al><cursief>de wet:</cursief> de Wet werk en bijstand, hierna te noemen
                                WWB; </al></li><li nr="2."><al><cursief>het college:</cursief> het college van burgemeester en
                                wethouders; </al></li><li nr="3."><al><cursief>uitkeringsgerechtigde:</cursief> een persoon die een
                                uitkering heeft in het kader van de Wet werk en bijstand, de IOAW of
                                de IOAZ, in de leeftijd van 18 tot 65 jaar; </al></li><li nr="4."><al><cursief>niet-uitkeringsgerechtigde (nugger):</cursief> een persoon
                                van en 18 jaar en ouder en jonger dan 65 jaar, die als werkloze
                                werkzoekende staat geregistreerd bij de Centrale organisatie voor
                                Werk en Inkomen en die geen recht heeft op een uitkering op grond
                                van deze wet of de Werkloosheidswet, de Wet
                                arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet
                                arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de
                                arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke
                                wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, dan
                                wel op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en
                                strekking overeenstemt; </al></li><li nr="5."><al><cursief>belanghebbende:</cursief> de in sub c en d genoemde persoon
                                en diegene, die een uitkering in het kader van de Algemene
                                nabestaandenwet ontvangt, wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                is betrokken. </al></li><li nr="6."><al><cursief>voorziening:</cursief> een instrument binnen een
                                reïntegratietraject dat ingezet wordt om belemmeringen bij
                                aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen; </al></li><li nr="7."><al><cursief>algemeen geaccepteerde arbeid:</cursief> arbeid die
                                algemeen maatschappelijk aanvaard is; </al></li><li nr="8."><al><cursief>vrijstelling:</cursief> de ontheffing van een verplichting,
                                verbonden aan de bijstand; </al></li><li nr="9."><al><cursief>reïntegratietraject:</cursief> het geheel aan begeleiding
                                en voorzieningen op arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="10."><al><cursief>trajectplan:</cursief> een plan opgesteld, gericht op het
                                vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het
                                arbeidsproces; </al></li><li nr="11."><al><cursief>Werkaanvaarding premie:</cursief> een financiële vergoeding
                                voor het aanvaarden van arbeid; </al></li><li nr="12."><al><cursief>Termijn van duurzaamheid:</cursief> periode waarin
                                belanghebbende door het aanvaarden van een arbeidsovereenkomst
                                rechten op een voorliggende voorziening opbouwt.</al></li></lijst><al>Artikel 2 - Verantwoording en opdracht</al><al>Het college draagt zorg voor de reïntegratie van belanghebbenden.</al><lijst><li nr="1."><al>jaarlijks stelt het college beleidsregels vast, waarin wordt
                                aangegeven:</al><lijst><li nr="1."><al>de doelstelling;</al></li><li nr="2."><al>de doelgroep of doelgroepen;</al></li><li nr="3."><al>de voorzieningen;</al></li><li nr="4."><al>het beschikbare budget, zowel per doelgroep als in totaal,
                                        dat voor de doelstelling beschikbaar is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>in het jaar volgend op de looptijd van de beleidsregels doet het
                                college verslag aan de raad van de resultaten.</al></li><li nr="3."><al>de beleidsregels maken deel uit van het afdelingsplan van de
                                afdeling Werk, Inkomen en Zorg.</al></li></lijst><al> Hoofdstuk 2 - Rechten en plichten</al><al>Artikel 3 - Vrijstelling</al><lijst><li nr="1."><al>naar oordeel van het college kunnen personen genoemd in artikel 1
                                sub c tijdelijk worden vrijgesteld van een of meerdere van de
                                (reïntegratie)verplichtingen verbonden aan het recht op uitkering;
                            </al></li><li nr="2."><al>na maximaal een jaar zal de tijdelijke vrijstelling opnieuw
                                beoordeeld worden, tenzij een door het college aangevraagd advies
                                anders bepaalt.</al></li></lijst><al>Artikel 4 - Voorzieningen</al><al>Het college stelt voorzieningen beschikbaar, die belanghebbende in staat
                        stelt om deel te nemen aan het reïntegratietraject.</al><lijst><li nr="1."><al>de voorzieningen die worden ingezet, moeten noodzakelijk zijn voor
                                de reïntegratie van belanghebbende naar deelname aan het
                                maatschappelijke verkeer of betaalde arbeid;</al></li><li nr="2."><al>de noodzakelijkheid wordt door het college bepaald.</al></li></lijst><al>Artikel 5 - Subsidieplafonds</al><al>Het college kan een plafond instellen voor o.a. de hoogte van de voorziening
                        en het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke
                        voorziening.</al><al>Artikel 6 - Verplichtingen en trajectplan</al><lijst><li nr="1."><al>Belanghebbende is verplicht om een door het college aangeboden
                                reïntegratietraject, ongeacht of het initiatief van belanghebbende
                                is uitgegaan, te volgen en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar
                                regulier betaalde arbeid kan plaatsvinden; </al></li><li nr="2."><al> Indien het reïntegratietraject vroegtijdig wordt beëindigd danwel
                                indien de uitstroom naar betaalde arbeid wordt belemmerd en zulks te
                                wijten is aan handelen of het nalaten ervan door belanghebbende, dan
                                kan dit leiden tot: </al><lijst><li nr="1."><al>afstemming van het recht op uitkering. Het gestelde in de
                                        Afstemmingsverordening van de gemeente Diemen is in deze
                                        situatie van toepassing; </al></li><li nr="2."><al>het instellen van een vordering op belanghebbende van de
                                        reeds gemaakte en nog verschuldigde kosten, voor zover deze
                                        althans door het college aan derden betaald worden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>de afspraken en verplichtingen worden vastgelegd in een trajectplan
                                dat door het college, belanghebbende en het reïntegratie bedrijf
                                wordt ondertekend; </al></li><li nr="4."><al>naar oordeel van het college worden de afspraken gemaakt in het
                                trajectplan na het afsluiten van elke fase tussentijds geëvalueerd;
                            </al></li><li nr="5."><al>indien noodzakelijk kan na evaluatie het trajectplan worden
                                bijgesteld of stopgezet.</al></li></lijst><al> Artikel 7 - Algemene bepalingen over voorzieningen</al><lijst><li nr="1."><al>In beleidsregels worden vastgelegd welke voorzieningen het college
                                in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij
                                gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                                bepalingen zijn opgenomen. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan een voorziening beëindigen: </al><lijst><li nr="1."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de wet niet nakomt; </al></li><li nr="2."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet; </al></li><li nr="3."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
                                    </al></li><li nr="4."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Door middel van beleidsregels kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder
                                geval betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="1."><al>De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
                                    </al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
                                    </al></li><li nr="3."><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                        -vaststelling; </al></li><li nr="4."><al>de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en
                                        premies; </al></li><li nr="5."><al>de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
                                    </al></li><li nr="6."><al>het vragen van een eigen bijdrage </al></li><li nr="7."><al>overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                        verstrekken van subsidies.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 8 - Premies</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan personen een activeringspremie toekennen. </al></li><li nr="2."><al>Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen: </al><lijst><li nr="1."><al>Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, niet
                                        zijnde gesubsidieerde arbeid; </al></li><li nr="2."><al>Het aanvaarden van gesubsidieerde arbeid; </al></li><li nr="3."><al>Het deelnemen aan sociale activering; </al></li><li nr="4."><al>Het met goed gevolg afronden van scholing;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de doelgroepen
                                en de hoogte van de premies.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 3 - Regelingen in verband met de wijzigingen in de </al><al>WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012.</al><al>Artikel 8a </al><al>In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de volgende
                        voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet niet
                        worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van belanghebbenden jonger dan 27
                        jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de
                                wet;</al></li><li nr="b."><al>de voorzieningen bedoeld in artikel 31, lid 2 sub j en k.</al></li></lijst><al>Artikel 8c - Verlening uitsluitend recht tot uitvoering van
                        voorzieningen.</al><al>Het College is bevoegd een uitsluitend recht als bedoeld in artikel 17 van
                        het</al><al>Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten te verlenen met
                        betrekking tot het uitvoeren van één of meer voorzieningen door een
                        aanbestedende dienst.</al><al>Hoofdstuk 4 - Overige bepalingen</al><al> Artikel 9 - Bevoegdheid</al><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.</al><al>Artikel 10 - Onvoorziene omstandigheden</al><al>Indien zich omstandigheden voordoen die bij het opstellen van de verordening
                        niet waren voorzien, neemt het college een beslissing.</al><al> Artikel 11 - Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Reïntegratieverordening gemeente
                        Diemen”</al><al>Artikel 12 - Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                verstrijken van een termijn van zes weken na 1 maart 2004. </al></li><li nr="2."><al>Bij het inwerking treden van deze verordening vervalt de verordening
                                op de verstrekking van uitstroompremies en
                                werkaanvaardingssubsidies.</al></li></lijst></enig-artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad voornoemd in zijn openbare vergadering van
                        ......</al><al>de griffier,</al><al>de voorzitter</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting bij de verordening</al><al>Algemeen</al><al>Inleiding</al><al>Volgens de WWB krijgen B en W de opdracht voor de reïntegratie van
                    bijstandsgerechtigden, nuggers en Anw-ers. De WWB draagt aan de gemeenteraad op
                    om een verordening vast te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien
                    van haar reïntegratietaak wordt neergelegd. Tevens wordt hierin de aanspraak van
                    burgers op ondersteuning bij reïntegratie geregeld.</al><al>De basis voor de verordening is neergelegd in de artikel 8, eerste lid onder a
                    en tweede lid en artikel 10 eerste en tweede lid van de Wet werk en
                    bijstand:</al><al>Citaat:</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>lid 1 onder a:</titel></kop><al><cursief>De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het
                            ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen
                            gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>lid 2:</titel></kop><al><cursief>De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder
                            geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7,
                            eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor de verschillende
                            doelgroepen daarbinnen, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met
                            zorgtaken.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>lid 1en 2:</titel></kop><al>1.<cursief>Personen die algemene bijstand ontvangen, personen met een
                            nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene
                            nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de
                            verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op
                            ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het
                            college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling.</cursief></al><al><cursief>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die
                            vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van
                            de groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren.</cursief></al><al>Naast deze wettelijke basis valt uit de memorie van toelichting af te leiden
                        welke zaken in of via de verordening geregeld moeten of kunnen worden:</al><lijst><li nr="·"><al>De aanspraak van de doelgroepen op ondersteuning door de gemeente;
                            </al></li><li nr="·"><al>het beleid ten aanzien van de diverse doelgroepen en subdoelgroepen;
                            </al></li><li nr="·"><al>het beleid ten aanzien van de combinatie van werk en zorgtaken;
                            </al></li><li nr="·"><al>De beschikbaarheid van financiële middelen.</al></li></lijst><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                        Wet Werk en Bijstand. Waar dat mogelijk is, kan de gemeente via de
                        begripsbepalingen eigen accenten leggen.</al><al>Artikel 2 - Verantwoording en opdracht</al><al>In dit artikel is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan
                        artikel 7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en
                        consistentie. Tevens biedt dit artikel de mogelijkheid om aan het college
                        specifieke opdrachten mee te geven. Een voorbeeld kan zijn een speciale
                        opdracht om uitstroom uit bestaande gesubsidieerde arbeid te stimuleren. In
                        de WWB is in artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op
                        voorzieningen alleen geldt voor die personen die ook daadwerkelijk inwoners
                        van de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste
                        lid van de wet. Door deze verwijzing ook aan de opdracht aan het college te
                        koppelen, kan de gemeente aangeven voorzieningen alleen voor de eigen
                        doelgroep in te willen zetten.</al><al>De gemeente moet evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen besteden,
                        en daarbij rekening houden met de combinatie arbeid en zorg. In de
                        beleidsregels, maar met name in de uitvoering komt vervolgens tot uiting hoe
                        dit punt uitgewerkt wordt.</al><al>Het college geeft de specifieke opdracht een zodanig aanbod van
                        voorzieningen te realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen
                        worden. Dit is met name van belang omdat de gemeente de aanspraak op een
                        voorziening niet kan weigeren als slechts het budget ontoereikend is: er
                        dient altijd een alternatief voorhanden te zijn.</al><al>De WWB vraagt aan de gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een
                        verordening vast te leggen. Hier is gekozen voor de systematiek om niet
                        alles in de verordening te regelen, maar ook gebruik te maken van
                        beleidsregels en uitvoeringsbesluiten.</al><al>Het artikel geeft aan dat de het college jaarlijks beleidsregels vaststelt.
                        De gemeenteraad geeft bij deze verordening aan welke specifieke
                        beleidsonderwerpen in de beleidsregels aan de orde dienen te komen.</al><al>Onderdeel b. biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. De WWB
                        geeft aan dat het college elk jaar een voorlopig en een definitief verslag
                        over de uitvoering Verslag Over De Uitvoering (VODU) naar het rijk zendt.
                        Deze verslagen dienen gepaard te gaan van een verklaring van de
                        gemeenteraad. Daarom is ervoor gekozen expliciet op te nemen dat er een
                        verantwoordingsverslag aan de raad moet worden gezonden. Het ligt voor de
                        hand dat bij de vormgeving van het verslag op grond van deze verordening
                        wordt aangesloten bij de inhoud van het VODU.</al><al>De cliëntenraad wordt overeenkomstig de bepalingen van de verordening
                        cliëntenparticipatie betrokken bij de vaststelling van en de verantwoording
                        over het beleid.</al><al>Artikel 3 - Vrijstelling</al><al>Dit behoeft geen verdere toelichting.</al><al>Artikel 4 - Voorzieningen</al><al>Het artikel geeft het college de algemene bevoegdheid om voorzieningen in te
                        stellen. De noodzakelijkheid van de voorziening voor de reïntegratie wordt
                        door het College bepaald.</al><al>Artikel 5 - Subsidieplafonds</al><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken
                        van de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in de
                        beleidsregels gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter
                        nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel
                        mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening subsidieplafonds
                        instellen.</al><al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan
                        zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan
                        welke andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus is
                        dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per
                        voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat
                        er naar een ander instrument wordt uitgeweken.</al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om
                        plafonds in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de
                        plafonds wordt verwezen naar de bedragen die in het beleidsplan of in de
                        begroting voor de verschillende voorzieningen worden gereserveerd.</al><al>Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een
                        subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor
                        deze geldt (artikel 4:27 lid 1 Awb).</al><al>Artikel 6 - Verplichtingen en trajectplan</al><al>In de WWB is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het
                        recht op een uitkering. Uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn de
                        verplichtingen conform de wet geformuleerd.</al><al>Artikel 6 b.1. biedt de verbinding met de afstemmingsverordening. Deze
                        verordening regelt het opleggen van een maatregel indien de
                        uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel
                        bestaat uit het verlagen van de uitkering met een bepaald percentage. Voor
                        personen zonder uitkering, ANW-ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan
                        de gemeente de uitkering als maatregel niet verlagen. Daarom is in artikel 6
                        b.2. de mogelijkheid opgenomen dat in die gevallen de gemeente (een deel
                        van) de kosten die gemaakt zijn terug kan vorderen.</al><al>Artikel 7 - Algemene bepalingen over voorzieningen</al><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe
                        enkele zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen. Het
                        eerste lid geeft daarom aan dat de verordening geen uitputtende opsomming
                        van voorzieningen bevat.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening
                        nadere verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse
                        aard zijn. Zo kan bepaald worden dat een cliënt gedurende het traject op
                        gezette tijden met de consulent de voortgang bespreekt.</al><al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                        welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan
                        het stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                        arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van
                        beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het
                        arbeidsrecht en de eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te
                        worden genomen. Een bijzonder aandachtspunt is hier het uitbesteden van
                        voorzieningen aan reïntegratiebedrijven. Immers, bij uitbesteden wordt een
                        deel van de regie uit handen gegeven. Het verdient dan ook aanbeveling dat
                        in het contract met het reïntegratiebedrijf wordt verklaard dat deze
                        reïntegratieverordening van toepassing is.</al><al>Het vierde lid geeft het college de algemene bevoegdheid om voor
                        voorzieningen nadere regels te stellen. Dit heeft met name tot doel om bij
                        subsidieverstrekking de uitvoering zoveel mogelijk aan het college over te
                        laten. De bepaling over het vragen van een eigen bijdrage heeft betrekking
                        op de doelgroep Nuggers. Immers, van deze groep is het niet vanzelfsprekend
                        dat zij op een laag inkomensniveau zitten. Het vragen van een eigen
                        bijdrage, eventueel gerelateerd aan de hoogte van het inkomen, kan dan op
                        zijn plaats zijn. Dit is ook met zoveel woorden terug te vinden in de Nota
                        naar aanleiding van het verslag van de WWB.</al><al>Artikelen 8 - Premies</al><al>In de WWB is geregeld in art. 31 lid 2 sub j dat jaarlijks een
                        activeringspremie van maximaal € 1944 kan worden verstrekt. Deze premie is
                        onbelast, en telt dus ook niet mee bij de toepassing van
                        inkomensafhankelijke regelingen.</al><al>De gemeente kan haar premiebeleid afstemmen op de verschillende activiteiten
                        die in het kader van activering verricht worden en daarbij de hoogte van de
                        premie laten variëren. De gemeente kan ook besluiten bepaalde activiteiten
                        in het geheel niet te premieren. Tenslotte kan de gemeente de premie
                        afhankelijk maken van doelgroepen, zoals arbeidsgehandicapten, ouderen,
                        jongeren, afstand tot de arbeidsmarkt etc.</al><al>De WWB regelt in art. 31 lid 2 sub k de maximale onkostenvergoedingen bij
                        het verrichten van vrijwilligerswerk (€ 20 per week, met een maximum van €
                        720 per jaar). Ook deze zijn onbelast en werken niet door bij
                        inkomensafhankelijke regelingen. Ook hier kan de gemeente variëren in
                        hoogte.</al><al>Artikel 9 - Bevoegdheid</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 10 - Onvoorziene omstandigheden</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 11 - Citeertitel</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 12 - Inwerkingtreding</al><al>In het kader van de gefaseerde invoering van de WWB hebben gemeenten tot 1
                        januari 2005 de tijd om de verordening vast te stellen. De aanspraak van
                        artikel 10 WWB kan pas ‘te gelde’ worden gemaakt als de verordening is
                        ingegaan.</al><al>Van belang is hierbij ook de Tijdelijke referendumwet. Er moet van worden
                        uitgegaan dat de Reïntegratieverordening een op grond van artikel 8 eerste
                        lid onder a TRW (Tijdelijke referendumwet) referendabel besluit is. Op grond
                        van artikel 22 lid 2 TRW kan de inwerkingtreding van de
                        Reïntegratieverordening niet worden vastgesteld op een datum eerder dan zes
                        weken na bekendmaking. Uitgaande van een eerst mogelijke vaststelling van de
                        verordening door de Gemeenteraad op 1 maart 2004, kan deze op zijn vroegst
                        in werking treden op 12 april 2004</al><al>Tenslotte is in het Invoeringsbesluit WWB bepaald dat de
                        reïntegratieverordening en de afstemmingsverordening op hetzelfde tijdstip
                        in dienen te gaan.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>