<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20260_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2008-73</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, art. 5, 8 en 10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 7, 75, 84, lid 2 en 3 en art. 85</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-04-24</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voorstel B&amp;W 19 febuari 2008; (raadvoorstel nr. dS+V 07/4741); raadstuk 2008-608</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit besluit is in werking getreden op 12 juni en werkt terug tot en met 1 januari 2008. - Hierbij vervalt: Huisvestingsverordening Rotterdam 2003: Gemeenteblad 2002, nummer 159, nadien gewijzigd bij 2004, nummer 148, 2005, nummer 14, 2006, nummer 31 en 2006, nummer 135. - Dit is de tekst van dit besluit zoals deze geldt met ingang van 1 oktober 2010, de datum van inwerkingtreding van wijziging 1</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rotterdam,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 februari 2008;
                        (raadsvoorstel nr. dS+V 07/4741); raadsstuk 2008-608;</al><al>gelet op de artikelen 5, 8 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen
                        grootstedelijke problematiek en de artikelen 7, 75, 84, tweede en derde lid,
                        en 85 van de Huisvestingswet;</al><al><vet>Besluit</vet><vet>:</vet></al><al><vet>vast te stellen de navolgende </vet></al><al><vet>Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder: </al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al> de Huisvestingswet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>besluit:</al></entry><entry colname="col3"><al> het Huisvestingsbesluit; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rotterdamwet:</al></entry><entry colname="col3"><al> de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke
                                                problematiek; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>minister:</al></entry><entry colname="col3"><al> de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
                                                Ordening en Milieubeheer; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al> besloten ruimte, die al dan niet tezamen met een of
                                                meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor
                                                bewoning door een huishouden; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>zelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al> een woonruimte welke een eigen toegang heeft en
                                                welke door een huishouden kan worden bewoond zonder
                                                dat die daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                                voorzieningen buiten die woonruimte; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>onzelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al> woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor
                                                inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
                                                niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder
                                                dat die daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                                voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als
                                                wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt keuken en
                                                toilet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>kamer:</al></entry><entry colname="col3"><al> elke afzonderlijke ruimte in een woonruimte,
                                                geschikt voor wonen en slapen met een oppervlakte
                                                van ten minste 6 m²; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>inwoning:</al></entry><entry colname="col3"><al> het bewonen van een deel van een woonruimte die
                                                door een ander huishouden als hoofdbewoner in
                                                gebruik is genomen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>kamerverhuur:</al></entry><entry colname="col3"><al> de verhuur van een deel van al dan niet
                                                zelfstandige woonruimte ten behoeve van langdurige
                                                bewoning aan personen, voor welke bewoning
                                                inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie
                                                als bedoeld in de Wet gemeentelijke
                                                basisadministratie persoonsgegevens noodzakelijk is;
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>huisvestingsvergunning:</al></entry><entry colname="col3"><al> de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                                van de wet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>huishouden: </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1<sup> o</sup>.</al></entry><entry colname="col2"><al> alleenstaande; </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2<sup> o</sup>.</al></entry><entry colname="col3"><al> twee of meer personen die, onmiddellijk voorafgaand
                                                aan de aanvraag van de huisvestingsvergunning,
                                                volgens de gemeentelijke basisadministratie
                                                gezamenlijk gedurende één jaar aansluitend op een
                                                zelfde adres staan ingeschreven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3<sup>o</sup>.</al></entry><entry colname="col3"><al>twee of meer personen die ten genoegen van
                                                burgemeester en wethouders hebben aangetoond, dat
                                                zij een gemeenschappelijke huishouding willen
                                                voeren; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>huurprijs:</al></entry><entry colname="col3"><al> de rekenhuur, bedoeld in artikel 5 van de Wet op de
                                                huurtoeslag; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>huurprijsgrens:</al></entry><entry colname="col3"><al> de huurprijsgrens, bedoeld in artikel 5 van de Wet
                                                op de huurtoeslag; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al> het norminkomen, bedoeld in artikel 14 van de Wet
                                                op de huurtoeslag; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>ingezetene:</al></entry><entry colname="col3"><al> degene die in de gemeentelijke basisadministratie
                                                van één van de gemeenten in de regio is opgenomen en
                                                feitelijk aldaar hoofdverblijf heeft in een voor
                                                permanente bewoning aangewezen woonruimte; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>bereidverklaring:</al></entry><entry colname="col3"><al> de schriftelijke verklaring van of namens de
                                                eigenaar, dat hij bereid is de woonruimte aan de
                                                aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik
                                                te geven; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar:</al></entry><entry colname="col3"><al> de eigenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid,
                                                van de wet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.</al></entry><entry colname="col2"><al>onttrekkingsvergunning:</al></entry><entry colname="col3"><al> de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste
                                                lid, van de wet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.</al></entry><entry colname="col2"><al>stadsvernieuwings- of herstructureringplan:</al></entry><entry colname="col3"><al> een door burgemeester en wethouders bepaald
                                                grootschalig bouw- en verbouwproject, waarvan de
                                                uitvoering en uitplaatsing van huishoudens binnen
                                                één jaar zal plaatsvinden; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u.</al></entry><entry colname="col2"><al>toegelaten instellingen:</al></entry><entry colname="col3"><al> verenigingen en stichtingen werkzaam in het belang
                                                van de volkshuisvesting als bedoeld in artikel 70,
                                                eerste lid, van de Woningwet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v.</al></entry><entry colname="col2"><al>splitsing:</al></entry><entry colname="col3"><al> splitsing in appartementsrechten of de verlening
                                                van deelnemings- of lidmaatschapsrechten, als
                                                bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid van de
                                                wet; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>w.</al></entry><entry colname="col2"><al>splitsingsvergunning:</al></entry><entry colname="col3"><al> de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet;
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>x.</al></entry><entry colname="col2"><al>stadsregio:</al></entry><entry colname="col3"><al> het grondgebied van de gemeenten Albrandswaard,
                                                Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den
                                                IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel,
                                                Lansingerland (Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs,
                                                Bleiswijk), Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam,
                                                Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen,
                                                Westvoorne. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2.</nr><titel>Werkingsgebied van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing in de gebieden, die door de
                                Minister op grond van artikel 5, lid 1 van de Wet bijzondere
                                maatregelen grootstedelijke problematiek zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde aangewezen gebieden zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Carnisse (CBS-buurt 72), Hillesluis (CBS-buurt 82),
                                        Oud-Charlois (CBS-buurt 74), Tarwewijk (CBS-buurt 71);</al></li><li nr="b."><al>alle adressen in de volgende straten:</al><al>Groene Hilledijk (ten noorden van de Strevelsweg),
                                        Putsebocht, Strevelsweg, Dordtselaan, Hillevliet,
                                        Slaghekstraat, Riederstraat, Moerkerkestraat,
                                        Borselaarstraat, Bas Jungeriusstraat, Katendrechtse
                                        Lagedijk, Mathenesserdijk, Dirk Danestraat, Willem
                                        Beukelszoonstraat, Wallisweg, Vosmaerstraat, Mathenesserweg,
                                        Grote Visserijstraat, West-Kruiskade en 1e Middellandstraat
                                        (van de West-Kruiskade tot aan de ’s-Gravendijkwal), voor
                                        zover niet liggend in de vier CBS-buurten, genoemd in het
                                        eerste lid. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op te huur aangeboden zelfstandige of
                            onzelfstandige woonruimte (maar geen woonruimte bestemd voor inwoning),
                            met een huurprijs onder de huurprijsgrens. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een te huur aangeboden zelfstandige of
                                onzelfstandige woonruimte met een huurprijs onder de huurprijsgrens,
                                zonder een huisvestingsvergunning in gebruik te nemen voor
                                bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor
                                bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt
                                over een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Aanvraag huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning voor een woonruimte
                                wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van
                                de volgende gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de aanvrager; </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil
                                        betrekken; </al></li><li nr="d."><al>het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op
                                        heeft; </al></li><li nr="e."><al>een bereidverklaring van of namens de eigenaar dat de
                                        aanvrager de woonruimte kan huren, behoudens in de gevallen,
                                        bedoeld in artikel 7:267, zesde lid 6, artikel 7:268, derde
                                        lid en artikel 7:270, eerste lid, van het Burgerlijk
                                        Wetboek; </al></li><li nr="f."><al>een verklaring omtrent de bron en de hoogte van het inkomen
                                        van het huishouden van de aanvrager; en </al></li><li nr="g."><al>een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager,
                                        indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en
                                bescheiden kunnen burgemeester en wethouders nadere regels
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag van een
                                huisvestingsvergunning binnen zes weken na de dag van ontvangst van
                                de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid bedoelde
                                termijn eenmaal met zes weken verlengen en doen hiervan mededeling
                                aan de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>Toegang tot de woningmarkt en criteria voor
                                vergunningverlening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien
                            wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit of wordt op
                                    grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager is vreemdeling en houdt rechtmatig verblijf als
                                    bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de
                                    Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager is 18 jaar of ouder of is het hoofd van een
                                    huishouden met minderjarig(e) kind(eren);</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager voldoet aan de inkomenseis, bedoeld in de Wet
                                    grootstedelijke problematiek;</al></li><li nr="e."><al>de woonruimte wordt met toepassing van artikel 2.6. passend
                                    geacht voor het huishouden van de aanvrager van de
                                    huisvestingsvergunning; en</al></li><li nr="f."><al>ingeval het onzelfstandige woonruimte betreft, de woonruimte
                                    maakt onderdeel uit van een verblijfsinrichting, waarvoor alle
                                    voor de exploitatie noodzakelijke vergunningen zijn
                                    verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.</nr><titel>Inkomenseis Rotterdamwet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.4, komt de aanvrager die minder dan zes jaar
                                voorafgaand aan de aanvraag van een huisvestingsvergunning
                                onafgebroken ingezetene is van één van de gemeenten van de
                                stadsregio slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning,
                                indien hij beschikt over:</al><lijst><li nr="a."><al>een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten
                                        van arbeid;</al></li><li nr="b."><al>een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf;</al></li><li nr="c."><al>een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig
                                        vervroegd uittreden;</al></li><li nr="d."><al>een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene
                                        Ouderdomswet;</al></li><li nr="e."><al>een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet
                                        op de loonbelasting 1964, of</al></li><li nr="f."><al>studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering
                                        2000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de aanvrager die niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde
                                eis, kunnen burgemeester en wethouders de aangevraagde
                                huisvestingsvergunning verlenen. indien het weigeren van de
                                huisvestingsvergunning tot een onbillijkheid van overwegende aard
                                zou leiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Passendheid van de woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grootte van de woonruimte moet passen bij de omvang van het
                                huishouden. Om te bepalen of dit bij de aanvrager het geval is,
                                wordt de volgende tabel toegepast: </al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal kamers</al></entry><entry colname="col2"><al>Aantal leden van het huishouden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1 tot en met 4 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2 tot en met 5 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten minste gelijk aan aantal kamers en ten
                                                  hoogste twee meer dan aantal kamers</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de toepassing van de tabel worden de volgende uitvoeringsregels
                                gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>bij éénouderhuishoudens telt het hoofd van het huishouden
                                        voor twee personen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer er sprake is van een zwangerschap van ten minste
                                        drie maanden, telt betrokkene voor twee personen. In dat
                                        geval dient het origineel van een door een arts of
                                        verloskundige opgestelde zwangerschapsverklaring te worden
                                        overgelegd;</al></li><li nr="c."><al>het aantal kamers dat de woning telt op het moment van ter
                                        beschikking komen is bepalend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.</nr><titel>Intrekken van huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen één
                                    maand na verlening van de huisvestingsvergunning in gebruik
                                    heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon
                                    weten dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het
                            verstrekken van een vergunning als bedoeld in deze paragraaf. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1.</nr><titel>Onttrekking, samenvoeging en omzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimte. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2.</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><al>Het is verboden om zonder een onttrekkingsvergunning een woonruimte: </al><lijst><li nr="a."><al>aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een
                                        zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die
                                        woonruimte daardoor niet langer geschikt is voor bewoning
                                        door een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze
                                        zonder onttrekking geschikt is;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te
                                        zetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3.</nr><titel>Aanvraag onttrekkingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij
                                    Burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                    gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van
                                            de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van
                                            de eigenaar van de te onttrekken woonruimte(n);</al></li><li nr="d."><al>naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van
                                            belanghebbende;</al></li><li nr="e."><al>plaats en aard van de te onttrekken, samen te voegen of
                                            om te zetten woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de
                                            grond(en) waarop deze berust;</al></li><li nr="g."><al>de namen van eventuele bewoners van de te onttrekken
                                            woonruimte;</al></li><li nr="h."><al>bij kamerverhuur: het aantal personen waarvoor de
                                            kamerverhuur is bedoeld.</al></li><li nr="i."><al>een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van
                                            de kadastrale kaart van het gebouw;</al></li><li nr="j."><al>een akkoordverklaring van de eigenaar, indien de
                                            aanvrager geen eigenaar is van de te onttrekken
                                            ruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                                    onttrekkingsvergunning binnen dertien weken na de dag van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde
                                    termijn eenmaal met dertien weken verlengen en doen hiervan
                                    mededeling aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid, houden burgemeester en
                                    wethouders de beslissing aan indien voor het verzoek om
                                    vergunning de woonruimte geheel te onttrekken ten behoeve van
                                    een bedrijf een toestemming tot gebruikswijziging is vereist en
                                    op de wijziging van het gebruik nog niet is beslist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De onttrekkingsvergunning wordt geweigerd, indien de toestemming
                                    tot gebruikswijziging, bedoeld in het vierde lid, is
                                    geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.4.</nr><titel>Criteria voor verlening onttrekkingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen een onttrekkingsvergunning
                                    als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet, tenzij het
                                    belang van het behoud of de samenstelling van de
                                    woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking,
                                    samenvoeging of omzetting gediende belang en indien het belang
                                    van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad
                                    niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende
                                    kan worden gediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat zowel het
                                    belang van de aanvrager als het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad zwaar wegen, of dat het
                                    belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van het
                                    behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad, kan zij de
                                    onttrekkingsvergunning verlenen, indien voldoende compensatie
                                    als bedoeld in artikel 3.1.6. wordt geboden en overigens aan
                                    door burgemeester en wethouders gestelde voorwaarden en
                                    voorschriften is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                    aanvragen van een onttrekkingsvergunning ten behoeve van de
                                    uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van
                                    Koophandel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning
                                    ten behoeve van omzetting van zelfstandige in onzelfstandige
                                    woonruimte ten behoeve van kamerverhuur, tenzij de om te zetten
                                    woonruimte onderdeel uitmaakt van een stadsvernieuwingsplan, of
                                    in een straat, laan of buurt, of delen hiervan, het
                                    oorspronkelijk karakter van de woonsituatie ter plaatse door de
                                    voorgenomen kamerverhuur teveel zou worden aangetast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de in het vierde lid bedoelde afweging houden burgemeester
                                    en wethouders rekening met de in het gebied gemeten belasting
                                    van het leefmilieu, een evenwichtige stedelijke spreiding van
                                    kamerverhuur en de beleidsuitgangspunten van de deelgemeente op
                                    het gebied van kamerverhuur. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het
                                    gestelde in het vijfde lid voor delen van de gemeente, in nadere
                                    regels een maximum aantal toegestane verblijfsinrichtingen
                                    vaststellen, zogenaamde gebiedsquota voor kamerverhuur. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de gebiedsquota kan een onderscheid
                                    worden gemaakt tussen een quotum voor de sociale sector
                                    (woningcorporaties) en een quotum voor de particuliere
                                    sector.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.5.</nr><titel>Tijdelijke onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning voor
                                een beperkte periode van ten hoogste vijf jaar verlenen, indien de
                                aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke
                                onttrekking, samenvoeging of omzetting rechtvaardigt en waarbij vast
                                staat dat die situatie niet langer dan vijf jaar zal duren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.6.</nr><titel>Onttrekking van woonruimte met compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat bij een
                                    aanvraag van een onttrekkingsvergunning zowel het belang van de
                                    aanvrager als het belang van het behoud of de samenstelling van
                                    de woonruimtevoorraad zwaar wegen, of dat het belang van de
                                    aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad, kunnen burgemeester en
                                    wethouders de onttrekkingsvergunning verlenen onder voorwaarde
                                    van compensatie. Compensatie kan worden geboden door het aan de
                                    woonruimtevoorraad toevoegen van, naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders aan de te onttrekken woonruimte (of
                                    deel ervan) in alle opzichten gelijkwaardige woonruimte, dan wel
                                    door middel van een door burgemeester en wethouders te bepalen
                                    financiële compensatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte, zoals bedoeld
                                    in het vorige lid, wordt binnen vier weken na de verzenddatum
                                    van het desbetreffende besluit van burgemeester en wethouders
                                    door de aanvrager een waarborgsom betaald, die gelijk is aan het
                                    bedrag dat had moeten worden betaald, indien hij voor de in dat
                                    besluit gestelde financiële compensatievoorwaarde zou hebben
                                    gekozen. De totale waarborgsom zal worden terugbetaald, indien
                                    binnen een half jaar na de verzenddatum van het desbetreffende
                                    besluit van burgemeester en wethouders daadwerkelijke toevoeging
                                    van aan de onttrokken woonruimte in alle opzichten
                                    gelijkwaardige woonruimte heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid van dit artikel bedoelde toevoeging van
                                    woonruimte aan de woonruimtevoorraad dient binnen een half jaar
                                    na de verzending van een onttrekkingsbesluit daadwerkelijk te
                                    zijn geschied.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval van een keuze voor een financiële
                                    compensatievoorwaarde geldt een bedrag van € 190,59 per
                                    vierkante meter te onttrekken woonruimte. In bijzondere gevallen
                                    kan dit bedrag worden verminderd. Indien door het samenvoegen
                                    van woonruimten de woonruimteverdeling in Rotterdam wordt
                                    geschaad, geldt een compensatiebedrag van € 45,38 per vierkante
                                    meter bijgevoegde woonruimte. Financiële compensatie wordt
                                    betaald op de in de beschikking van burgemeester en wethouders
                                    aangegeven wijze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het ongedaan maken van een woonruimteonttrekking wordt een
                                    betaalde compensatiesom niet gerestitueerd, indien die
                                    onttrekking feitelijk vijf jaar of langer heeft geduurd.</al><al>Is de periode van onttrekking korter dan vijf jaar en is zij
                                    vervat in een tijdelijke onttrekkingsvergunning, dan dient per
                                    jaar van feitelijke onttrekking aan de woonbestemming 20% te
                                    worden betaald van het compensatiebedrag dat zou zijn verlangd
                                    bij permanente onttrekking.</al><al>Wordt in geval van een vergunning voor permanente onttrekking
                                    achteraf geconstateerd dat de periode van feitelijke onttrekking
                                    korter dan vijf jaar heeft geduurd, dan zal in geval van een
                                    reeds volledig betaald compensatiebedrag een bedrag van 20% van
                                    het totale compensatiebedrag worden terugbetaald per vol jaar
                                    dat die onttrekking korter heeft bestaan. Dit bedrag zal niet
                                    worden vermeerderd met rente.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de berekening van het aantal vierkante meters te onttrekken
                                    woonruimte wordt uitgegaan van de som der oppervlakten gemeten
                                    op 1,5 m hoogte van alle te onttrekken ruimten, waarbij de
                                    maximaal te berekenen oppervlakte van een eventueel aanwezige
                                    berging gelijk zal zijn aan het daarover bepaalde in NEN 2580,
                                    waarnaar bij het begrip gebruiksoppervlakte wordt verwezen in
                                    artikel 1,1 lid 2 van het Bouwbesluit.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Achterstallig onderhoud of een slechte technische staat, die het
                                    gevolg is van achterstallig onderhoud, wordt niet meegewogen bij
                                    de vaststelling van de hoogte van de financiële
                                    compensatie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij vergunningverlening voor omzetting van zelfstandige in
                                    onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur worden
                                    geen financiële compensatievoorwaarden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.7.</nr><titel>Onttrekking van woonruimte zonder compensatie</titel></kop><al>Zonder het eisen van compensatie kunnen burgemeester en wethouders
                                een onttrekkingsvergunning verlenen ten behoeve van: </al><lijst><li nr="a."><al>het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte
                                        ten behoeve van kamerverhuur;</al></li><li nr="b."><al>het samenvoegen van woningen tot één grote woning;</al></li><li nr="c."><al>het onttrekken van woonruimte ten behoeve van de uitoefening
                                        van een erkende medische of paramedische praktijk;</al></li><li nr="d."><al>het onttrekken van een gedeelte aan de woonruimte ten
                                        behoeve van het werken aan huis, tot een maximum van 30
                                        procent van de vloeroppervlakte van de betreffende woning,
                                        met dien verstande dat op deze wijze nooit meer dan 70 m²
                                        per woning bedrijfsmatig in gebruik mag worden genomen en de
                                        voor bewoning noodzakelijke voorzieningen voor de woning
                                        behouden blijven;</al></li><li nr="e."><al>burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                        aanvragen van een onttrekkingsvergunning ten behoeve van de
                                        uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van
                                        Koophandel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.8.</nr><titel>Intrekken onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
                                intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen in de onttrekkingsvergunning bepaalde termijn,
                                        nadat deze vergunning onherroepelijk is geworden, is
                                        overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de onttrekkingsvergunning is verleend op grond van door de
                                        aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="c."><al>ingeval de onttrekkingsvergunning wordt verleend voor
                                        omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten
                                        behoeve van kamerverhuur, niet binnen twaalf weken na
                                        verzending van het besluit van burgemeester en wethouders de
                                        desbetreffende ruimte is aangepast aan de technische
                                        vereisten op grond van het Bouwbesluit en de Bouwverordening
                                        van de gemeente Rotterdam;</al></li><li nr="d."><al>de onttrekkingsvergunning is verleend in verband met
                                        omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten
                                        behoeve van kamerverhuur en de vergunning
                                        verblijfsinrichting op grond van hoofdstuk 7A van de
                                        Bouwverordening is ingetrokken of vervallen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.9.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het
                                verstrekken van een vergunning als bedoeld in deze paragraaf. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2.</nr><titel>Splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte
                                waarvan de kale huurprijs, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder j,
                                juncto vierde en vijfde lid, van de Huisvestingswet, de volgende
                                grenzen niet te boven gaat: </al><lijst><li nr="a."><al>bij woonruimten met 4 kamers of minder: de huurprijs onder
                                        de aftoppingsgrens, bedoeld in de Wet op de huurtoeslag voor
                                        één- of tweepersoonshuishoudens;</al></li><li nr="b."><al>bij woonruimten met 5 kamers of meer: de huurprijs onder de
                                        aftoppingsgrens, bedoeld in de Wet op de huurtoeslag voor
                                        drie- of meerpersoonshuishoudens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2.</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een recht op een gebouw zonder
                                    splitsingsvergunning te splitsen in appartementsrechten als
                                    bedoeld in artikel 5:106, eerste en derde lid van het Burgerlijk
                                    wetboek, indien een of meer van de appartementsrechten de
                                    bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten
                                    van het gebouw als woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen
                                    van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                    verbintenis door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw
                                    als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3.</nr><titel>Aanvraag splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                    Burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                    gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en correspondentieadres in Nederland van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>naam en correspondentieadres in Nederland van de
                                            opdrachtgever, indien dit een ander is dan de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>straat en huisnummer van het gebouw waarvan het recht
                                            wordt gesplitst;</al></li><li nr="e."><al>een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van
                                            de kadastrale kaart van het gebouw waarvan het recht
                                            wordt gesplitst;</al></li><li nr="e."><al>bouwjaar van het gebouw waarvan het recht wordt
                                            gesplitst;</al></li><li nr="f."><al>het aantal appartementsrechten waarin het recht op het
                                            gebouw zal worden gesplitst;</al></li><li nr="g."><al>de tegenwoordige en toekomstige bestemming van de te
                                            vormen appartementsrechten;</al></li><li nr="h."><al>de namen en adressen van de bewoners van het gebouw
                                            waarvan het recht wordt gesplitst;</al></li><li nr="i."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 5:109 van het
                                            Burgerlijk Wetboek en het krachtens dat artikel
                                            vastgestelde Besluit betreffende splitsing in
                                            appartementsrechten;</al></li><li nr="j."><al>het ontwerp van de akte van splitsing waarvoor het
                                            Modelreglement bij Splitsing in Appartementsrechten van
                                            2006 van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als
                                            uitgangspunt heeft gediend of waarin dit Modelreglement
                                            van toepassing is verklaard. Indien het reglement van
                                            splitsing deel uitmaakt van de akte van splitsing wordt
                                            in de ontwerpakte, bijvoorbeeld door vet of afwijkend
                                            lettertype kenbaar gemaakt, wat de ten opzichte van
                                            bedoeld Modelreglement toegepaste veranderingen of
                                            weglatingen zijn en</al></li><li nr="k."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                            afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het
                                            gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur. Dit rapport
                                            bevat in elk geval mede een beschrijving en een
                                            beoordeling van de onderhoudstoestand van het
                                            gebouw.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt door de aanvrager en, indien dit een ander is,
                                    door de opdrachtgever ondertekend. De overige bescheiden worden
                                    door de aanvrager of opdrachtgever ondertekend dan wel
                                    gewaarmerkt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag van een
                                    splitsingsvergunning binnen dertien weken na de dag van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het
                                    derde lid, eenmaal met dertien weken verlengen en doen hiervan
                                    mededeling aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders doen van de intrekking van een
                                    aanvraag van een splitsingsvergunning schriftelijk mededeling
                                    aan de bewoners van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4.</nr><titel>Aanhouden wegens gebreken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag
                                    voor een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager
                                    aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
                                    termijn de gebreken, bedoeld in artikel 3.2.8 met het oog op de
                                    voorgenomen splitsing zal opheffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag
                                    voor een splitsingsvergunning op grond van het eerste lid
                                    aanhouden, vermelden zij in het besluit tot aanhouding welke
                                    gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden
                                    hersteld en binnen welke termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5.</nr><titel>Aanhouden wegens stadsvernieuwing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag
                                    van een splitsingsvergunning aanhouden, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft, een
                                            voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de
                                            Wet op de Ruimtelijke Ordening van kracht is met het oog
                                            op de voorbereiding van een stadsvernieuwingsplan of van
                                            een herziening daarvan,</al></li><li nr="b."><al>het onder a bedoelde voorbereidingsbesluit is genomen
                                            voordat de aanvraag om vergunning werd ingediend,</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
                                            stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen nadelig
                                            kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen splitsing,
                                            en</al></li><li nr="d."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat het belang dat de
                                            vergunningaanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt
                                            tegen het belang van het voorkomen van belemmering van
                                            de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanhouding, bedoeld in het vorige lid, duurt tot het moment
                                    dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de Wet op
                                    de Ruimtelijke Ordening is vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6.</nr><titel>Weigeren ter zake van woonruimte en huurprijs</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer woonruimten
                                        bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van een of meer van die woonruimten of
                                        voormalige woonruimten lager is dan de huurprijsgrens;</al></li><li nr="c."><al>niet gewaarborgd is, dat die woonruimte of woonruimten na de
                                        voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter
                                        bewoning, en </al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft,
                                        niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
                                        woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een
                                        deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur
                                        is bestemd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7.</nr><titel>Weigeren wegens ander gebruik, huurprijs en
                                    woonruimtevoorraad</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren,
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel
                                        of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd
                                        met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in
                                        artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of met
                                        enig ander wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor
                                        een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen,</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van een of meer der voormalige woonruimten
                                        lager is dan de huurprijsgrens,</al></li><li nr="c."><al>niet gewaarborgd is, dat de voormalige woonruimte of
                                        woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd
                                        zullen worden voor verhuur ter bewoning, en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft,
                                        niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
                                        woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een
                                        deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur
                                        is bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8.</nr><titel>Weigeren wegens toestand van het gebouw</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning van een
                                splitsingsvergunning weigeren, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                        betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of staat
                                        van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                        voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kan worden
                                        opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is dat die gebreken
                                        zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.9.</nr><titel>Weigeren wegens stadsvernieuwing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren,
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, een
                                        stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet
                                        op de stads- en dorpsvernieuwing of een
                                        leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van die wet
                                        van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan of een
                                        zodanige verordening of voor een herziening daarvan in
                                        procedure is,</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel
                                        voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de
                                        aanvraag van een vergunning is ingediend, dan wel, indien de
                                        aanvraag krachtens het tweede lid is aangehouden, voordat
                                        die aanhouding is geëindigd,</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen kan hebben voor
                                        de met het plan of de verordening nagestreefde of na te
                                        streven doeleinden, en het belang dat de vergunningaanvrager
                                        bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het
                                        voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.10.</nr><titel>Intrekken van splitsingsvergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen de in de splitsingsvergunning gestelde termijn
                                        waarbinnen van de vergunning gebruikgemaakt kan worden,
                                        nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is
                                        overgegaan tot overschrijving in de openbare registers van
                                        de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in
                                        artikel 5:109 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het
                                        verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; </al></li><li nr="b."><al>de splitsingsvergunning is verleend op grond van door de
                                        aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.11.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het
                                verstrekken van een vergunning als bedoeld in deze paragraaf. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het
                            bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard, kunnen Burgemeester en wethouders afwijken van het
                            bepaalde in deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor de
                            uitvoering van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 2.2, artikel 3.1.2 of artikel 3.2.2 wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van
                                de derde categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn
                                overtredingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en
                            wethouders op grond van artikel 75, eerste lid, van de wet aangewezen
                            ambtenaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van de bij deze verordening strafbaar gestelde feiten
                            zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering,
                            belast de krachtens artikel 75, lid 1 van de wet aangewezen ambtenaren,
                            voor zover zij tevens als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn
                            aangewezen door de minister van Justitie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, waarbij zij zich uitsluitend zullen laten
                            leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige en
                            rechtvaardige verdeling van woonruimte en de samenstelling van de
                            woonruimtevoorraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            plegen burgemeester en wethouders overleg met de toegelaten instellingen
                            als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Woningwet en met andere
                            daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen
                            de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Intrekking verordening</titel></kop><al>De Huisvestingsverordening Rotterdam 2003 wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen van een huisvestingsvergunning, onttrekkingsvergunning of
                                splitsingsvergunning die zijn ingediend vóór het in werking treden
                                van deze verordening en waarop ten tijde van het in werking treden
                                van deze verordening nog niet is beslist, worden behandeld op grond
                                van de in deze verordening vervatte criteria, tenzij het voordien
                                geldende recht voor de aanvrager gunstiger is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de behandeling
                                van bezwaar- en beroepschriften waarop ten tijde van het
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, gericht
                                tegen enige beschikking die is genomen voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>Inwerkingtreding en geldigheidsduur van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening
                            van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en
                            met 1 januari 2008. </al><al>Deze verordening geldt voor de duur van de aanwijzing door de minister
                            als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                            aangewezen gebieden Rotterdam.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 2008.</al></slotformulering><ondertekening><functie>De griffier</functie><naam><voornaam>K.D.</voornaam><achternaam>Handstede</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>De voorzitter</functie><naam><voornaam>M.</voornaam><achternaam>Çelik, plv.</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>