<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR202412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Amstelveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Amstelveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09-67</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Financiële verordening gemeente Amstelveen, vastgesteld door de raad op 13 december 2006.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het
            financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
            Amstelveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie : het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken
                                en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie
                                van de gemeente Amstelveen en ten behoeve van de verantwoording die
                                daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="b."><al>financiële administratie : het onderdeel van de administratie dat
                                omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                        daarover;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>administratieve organisatie : het stelsel van organisatorische
                                maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden
                                van een goede bestuurlijke en ambtelijke informatievoorziening ten
                                behoeve van de verantwoordelijke leiding, en een goede werking van
                                de primaire processen;</al></li><li nr="d."><al>financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht op
                                het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                gemeente;</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid : het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen;</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid : het realiseren van prestaties met een zo beperkt
                                mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid : de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst><al>Titel 1 Begroting en verantwoording</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Meerjarige financiële kaders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het vormgeven van een meerjarig financieel
                            kader, waarin opgenomen de, al of niet op basis van separate
                            raadsbesluiten vastgestelde, grondslagen van beleid met betrekking tot
                            het staand beleid, het raadsprogramma, het reserve-, activa- en
                            tarievenbeleid, ombuigingen en de verwachte
                            begrotingsontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt dit kader vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kadernota begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ieder jaar een nota aan over de kaders voor het
                            volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk in de laatste raadsvergadering voor
                            het zomerreces vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Programmabegroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale lasten en de totale baten per programma;</al></li><li nr="b."><al>de totale lasten en de totale baten van de algemene
                                    dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>de investeringsvolumen, overeenkomstig de door het college
                                    aangereikte investeringsplan. Het investeringsplan en de daaruit
                                    voortkomende kredieten worden voor het komende begrotingsjaar
                                    vastgesteld. Voor de drie daaropvolgende jaren zijn de opgegeven
                                    bedragen indicatief van karkater;</al></li><li nr="d."><al>de volumen van de betreffende jaarschijf van de
                                    bouwgrondexploitaties en de locatieontwikkelingsprojecten, zoals
                                    die bij de laatste actualisering (artikel 8, lid 1) zijn
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="e."><al>het subsidieplafond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                            indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording
                            over de gemeentelijk productie van goederen en diensten en de
                            maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de programmabegroting en programmarekening wordt per programma een
                            overzicht gegeven van de toedeling van de bestuurlijke producten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering en beheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op basis van de vastgestelde programmabegroting geeft het college de
                            directie opdracht tot uitvoering, met de ramingen per bestuurlijk
                            product als financieel kader.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vervaardigt een nota begrotingsbeheer, waarin het
                            referentiekader is geformuleerd waarbinnen de uitvoering van de
                            begroting door het college dient plaats te vinden. De raad stelt deze
                            nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vervaardigt middels de nota budgetbeheer financiële
                            beheersregels, waarbinnen het ambtelijk management de uitvoering van de
                            begroting ter hand neemt. Het college brengt deze nota ter kennis van de
                            betreffende raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Naast hetgeen voortvloeit uit de nota begrotingsbeheer (artikel 5,
                                lid 2) informeert het college de raad door middel van de
                                tijdvakrapportage over de tussentijdse stand van zaken omtrent de
                                realisatie van de begroting van het lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De uitkomsten van de tijdvakrapportages worden aan de raad
                                aangeboden tijdig voor de behandeling van de begroting van het
                                komend begrotingsjaar.</al></li><li nr="3."><al>De inrichting van de tijdvakrapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="4."><al>De rapportage gaat in op afwijkingen wat betreft de baten en de
                                lasten, de prestaties en, indien daar aanleiding voor is, de
                                maatschappelijke effecten. De rapportage heeft betrekking op de
                                onderdelen zoals genoemd in het tweede lid van artikel vier.</al></li><li nr="5."><al>De raad wordt met ingang van 1 januari 2009 gedurende het jaar
                                tussentijds geïnformeerd door middel van een tweetal
                                tijdvakrapportages over de voortgang van het lopende begrotingsjaar.
                                De eerste tijdvakrapportage betreft een periode van de eerste vier
                                maanden en de tweede tijdvakrapportage betreft een periode van de
                                eerste 8 maanden van een jaar.</al></li></lijst><al>Titel 2 Financiele beleid en beheer</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Materiële vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In relatie met het meerjarig financieel kader, zoals bedoeld in artikel
                            2, draagt het college zorg, middels een (bijstelling van de) nota, voor
                            een actueel beleid met betrekking tot de materiële vaste activa. In deze
                            nota is in ieder geval opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een inzicht voor de middellange termijn van de verwachte
                                    jaarlijkse en meerjarige onderhoudskosten en de verwachte
                                    onderhouds- en vervangingsinvesteringen met betrekking tot
                                    activa met economisch nut en de inpassing daarvan in de
                                    meerjarenraming van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>een inzicht voor de middellange termijn van de verwachte
                                    jaarlijkse en meerjarige onderhoud en vervanging van activa met
                                    maatschappelijk nut;</al></li><li nr="c."><al>de grondslagen van waardering en afschrijving (inclusief de
                                    onderscheidene afschrijvingstermijnen).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. In de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” van de begroting geeft
                            het college een samenvattende schets van het vigerende beleidskader met
                            daarop de belangrijkste ontwikkelingen;</al><lijst><li nr="b."><al>in de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” in de jaarstukken
                                    geeft het college een verslag van de stand van de
                                    onderhoudssituatie in relatie tot het vigerend
                                    beleidskader.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Grondbeleid, grondexploitaties en locatieontwikkeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt vóór of gelijktijdig met de behandeling van de
                            jaarstukken de actualiseringen van de gronden in exploitaties en overige
                            locatieontwikkelingsprojecten voor, welke de raad vaststelt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor en besluit over een actuele
                            grondprijzentabel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. In de paragraaf “grondbeleid” van de begroting beschrijft het college
                            het beleidskader;</al><lijst><li nr="b."><al>in de paragraaf “grondbeleid” in de jaarstukken geeft het
                                    college een verslag van de ontwikkelingen betreffende het
                                    grondbeleid in relatie tot het vigerend beleidskader.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In relatie met het meerjarig financieel kader, zoals bedoeld in artikel
                            2, draagt het college zorg, middels een (bijstelling van de) nota, voor
                            een actueel beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de
                                    voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zowel de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke vorderingen
                            wordt jaarlijks bij de opmaak van de jaarstukken een voorziening wegens
                            dubieuze vorderingen gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
                            van de openstaande vorderingen naar ouderdom.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>a. In de paragraaf “weerstandvermogen” van de begroting wordt op basis
                            van de reserve en voorzieningenpositie van de gemeente Amstelveen de
                            weerstandscapaciteit bepaald. Een nadere toelichting op de belangrijkste
                            ontwikkelingen is opgenomen in een bijlage van de
                            programmabegroting;</al><lijst><li nr="b."><al>in de paragraaf “weerstandsvermogen” in de jaarstukken wordt op
                                    basis van de reserve en voorzieningenpositie de
                                    weerstrandscapaciteit bepaald. De weerstandscapaciteit wordt
                                    afgezet tegen de onderkende risico’s. Een nadere toelichting op
                                    de belangrijkste ontwikkeling is opgenomen in een bijlage van de
                                    programmarekening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                    uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                    door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen
                                    voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                    financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                    kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zoveel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en
                                    het bereiken van een marktconform rendement op de
                                    uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                    bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de in
                            het treasurystatuut opgenomen richtlijnen in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                            aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                            bedingt het college, indien mogelijk, zekerheden. Het college motiveert
                            in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                            middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het
                            eerste tot en met derde lid en legt deze regels, alsmede de regels voor
                            taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                            informatievoorziening vast in een besluit treasurystatuut. Het college
                            legt het treasurystatuut ter besluitvorming aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            “financiering” in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de ontwikkeling van de financieringsbehoefte;</al></li><li nr="b."><al>de rentevisie;</al><al> c de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In relatie met het meerjarig financieel kader, zoals bedoeld in artikel
                            2, draagt het college zorg middels een (bijstelling van de) nota
                            tarievenbeleid. Deze nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de omvang en samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                    belastingen en heffingen;</al></li><li nr="b."><al>het beleidskader en de relevante ontwikkelingen voor de
                                    verschillende heffingen;</al></li><li nr="c."><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="d."><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen en de verdeling
                                    daarvan;</al></li><li nr="e."><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als onderdeel van de jaarlijkse begrotingscyclus vervaardigt het college
                            de tarievennota, met daarin de tariefsvoorstellen voor het komend
                            begrotingsjaar. De tariefsvoorstellen worden tegelijkertijd met de
                            begroting vastgesteld door de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. In de paragraaf “lokale heffingen” van de begroting geeft het college
                            een samenvattende schets van het vigerende beleidskader met daarop de
                            belangrijkste ontwikkelingen;</al><al> b in de paragraaf “lokale heffingen” in de jaarstukken geeft het
                            college een verslag van de ontwikkeling van de gemeentelijke lokale
                            heffingen in relatie tot het vigerend beleidskader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd.
                                Hierbij draagt het college er zorg voor dat de lasten en baten
                                eenduidig en transparant zijn toegewezen aan de
                                begrotingsonderdelen. Bij de kostentoerekening worden naast de
                                directe kosten ook de indirecte kosten betrokken, die samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Dit systeem en de te hanteren kostenverdeelsleutels legt het college
                                in een nota vast en brengt die nota ter kennis van de betreffende
                                raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                betreft een door de raad vastgestelde (meerjarige) rekenrente.</al></li></lijst><al>Titel 3 Financiele organisatie en administratie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Organisatie en bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een bedrijfsfilosofie vast dat dient als kader en
                            leidraad voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering en
                            voor de dagelijkse praktijk van besturen, leiding geven en werken. De
                            nota wordt ter kennisgeving aan de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor en besluit over een eenduidige indeling van
                            de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de
                            gemeentelijke taken aan de verschillende organisatie-onderdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate scheiding van taken, functies,
                            bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                            controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte
                            informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor en besluit over de verlening van mandaten
                            en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de
                            toegekende budgetten en investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate beschrijving van
                            werkprocessen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            bedrijfsvoering verslag van de bestuurlijk relevante ontwikkelingen
                            betreffende de bedrijfsvoering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor regels voor de verlening van décharge over
                            het gevoerde beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de verschillende
                                    organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enz.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="e."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="g."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie;</al></li><li nr="h."><al>de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                    regelgeving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor een actuele en volledige registratie van
                        bezittingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid
                        van de jaarrekening zorg voor de interne toetsing van de getrouwheid van de
                        informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij
                        afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al><al>Titel 4 Slotbepalingen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                            gemeente Amstelveen” vastgesteld door de raad op 13 december 2006.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening
                        gemeente Amstelveen”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2009.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>INLEIDING EN ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE FINANCIËLE VERORDENING
                        GEMEENTE AMSTELVEEN</titel></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al>Artikel 212 van de gemeentewet stelt dat de raad een verordening opstelt over
                    het financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. Het
                    doel van het artikel 212 Gemeentewet is dat de raad de uitgangspunten vastlegt
                    voor de uitvoering van de financiële functie.</al><al>De verordening is voor het eerst opgesteld in november 2003 en is getoetst aan
                    de praktijk en aan nieuwe inzichten, hetgeen na drie jaar leidt tot deze nieuwe
                    versie.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>212</nr><titel>gemeentewet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële
                                beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van
                                de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan
                                de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt
                                voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>regels voor waardering en afschrijving van activa;</al></li><li nr="b."><al>grondslagen voor de berekening van de door het
                                        gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van
                                        tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede,
                                        voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in
                                        artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren
                                        richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede
                                        inzake de administratieve organisatie van de
                                        financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en
                                        bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                        informatievoorziening.</al></li></lijst></li></lijst><al>De structuurkenmerken van de verordening kunnen als volgt worden
                        samengevat:</al><lijst><li nr="·"><al>De verordening regelt de relatie tussen raad en college, niet de
                                relatie tussen college en ambtelijke organisatie;</al></li><li nr="·"><al>De verordening sluit aan bij de opzet van het Besluit Begroting en
                                Verantwoording provincies en gemeenten;</al></li><li nr="·"><al>De verordening werkt de duale taakverdeling tussen raad en college
                                uit;</al></li><li nr="·"><al>De verordening bevat belangrijke elementen van planning en control
                                zowel voor de raad als voor het college.</al></li></lijst><al>Van belang is te onderkennen dat de relatie tussen de raad en het college
                        ingericht wordt op hoofdlijnen. De verordening geeft hiervoor het raamwerk.
                        Op enkele cruciale onderdelen van het financieel beleid wordt het college
                        verplicht met nota’s te komen, die de raad vaststelt. Op de meeste aspecten
                        echter strekt de verordening niet verder dan het college te verplichten
                        zaken goed te regelen en vast te leggen. Dit past goed bij de verhouding
                        tussen raad en college, omdat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden op
                        die aspecten aan het college toebehoren.</al><al>Aan de begroting en verantwoording worden ook eisen gesteld middels het
                        Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De eisen die daarin gesteld
                        worden betreffen vooral inrichtingseisen van de begroting en de jaarstukken.
                        De inhoud van deze verordening sluit daarop aan, waarmee de verordening en
                        het BBV in elkaars verlengde dienen te worden gezien. De voorschriften uit
                        het BBV zijn (vanzelfsprekend) niet nogmaals verwoord in deze
                        verordening.</al><al>Dit laatste geldt ook voor de eisen die worden gesteld vanuit de wet Fido
                            (<vet>Fi</vet>nanciering <vet>d</vet>ecentrale
                        <vet>o</vet>verheden).</al><al>Ten behoeve van de eerste invoering in 2003 hebben de VNG en het ministerie
                        van BZK een modelverordening vervaardigd. Deze handreiking hebben zij
                        inmiddels bijgesteld. Dit vanuit hun onderzoek naar de praktijk waaruit
                        bleek dat de modelverordening erg uitgebreid was, waarmee gemeenten meer
                        verplichtingen in huis haalden dan nodig, met onnodige administratieve
                        lasten en rechtmatigheidsproblemen als gevolg.</al><al>Evenals de werkwijze in 2003 is de modelverordening als handreiking benut;
                        delen zijn overgenomen, maar de inhoud is toegespitst op de Amstelveense
                        situatie. Dat houdt ondermeer in dat rekening is gehouden met de
                        organisatieverordening, het bedrijfsvoeringsconcept en het bestaand
                        bestuurlijk instrumentarium. Daarbij wordt aangetekend dat de
                        modelverordening naar onze beleving een sterk beheerstechnisch karakter
                        heeft. De nadruk ligt op inrichtingseisen van onderdelen van de begrotings-
                        en verantwoordingscyclus, de administratie en de financiële organisatie. Het
                        lijkt erop dat de modelverordening sterk is gevoed vanuit het hedendaags
                        rechtmatigheidsdenken, en te veel voorbij gaat aan de mogelijkheid middels
                        deze verordening de raad meerjarige kaderstellende instrumenten in handen te
                        geven.</al><al>Voor de uitwerking van de verordening voor Amstelveen is er voor gekozen
                        vooral ook de belangrijke sturingsinstrumenten, zoals het financieel
                        meerjarenperspectief en de kadernota, en de samenhang tussen die
                        sturingsinstrumenten en het beleid ten aanzien van reserves, activa en
                        tarieven een plaats te geven. Naar onze mening ontstaat daarmee een beter
                        evenwicht tussen de kaderstellende en de controlerende rol van de raad,
                        zonder daarbij voorbij te gaan aan de te stellen eisen van rechtmatigheid,
                        verantwoording en controle.</al><al>Hieronder volgt de artikelgewijze toelichting op de verordening. De
                        verordening zelf is verwoord in een raadsbesluit. Ter informatie is de oude
                        verordening bijgevoegd met daarin de doorgevoerde wijzigingen, zodat
                        vergelijking mogelijk wordt.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Titel 1 begroting en verantwoording</tussenkop><al>Titel 1, de artikelen 2 tot en met 6, behandelen de hoofdbestanddelen van de
                    begrotingscyclus (ook meerjarig). </al><tussenkop>Artikel 2 Meerjarige financiële kaders</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om de grondslagen van het meerjarig financieel beleid
                    neer te zetten. Ook al is deze insteek in de modelverordening niet terug te
                    vinden, in Amstelveen is het gebruik van tijd tot tijd een (herzien) financieel
                    meerjarenperspectief uit te werken, waarin de uitgangspunten en speerpunten van
                    beleid ten aanzien van het raadsprogramma, het beleid omtrent reserves, activa
                    en tarieven samenkomen. Dit meerjarig kader vormt de basis voor de jaarlijkse
                    begrotingscyclus.</al><tussenkop>Artikel 3 Kadernota</tussenkop><al>Jaarlijks legt het college de kadernota voor, waarin de meerjarige kaders worden
                    geactualiseerd naar de meest recente inzichten, zoals die voortkomen uit het
                    jaarverslag van het afgelopen jaar, veranderingen in het gemeentefonds en
                    consequenties van gemeentelijke beleidskeuzen. Met de kadernota ontstaat een
                    voortschrijdende cyclus van vier jaar. De kadernota vormt de basis voor de
                    eigenlijke begroting. Gegeven het grote belang van het budgetrecht van de raad,
                    is het logisch dat de raad expliciet een budgettair kader vaststelt.</al><tussenkop>Artikel 4 Programmabegroting en jaarstukken</tussenkop><al>Dit artikel bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting
                    waarin de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op
                    basis van dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting
                    vast, evenals de indicatoren waarop de raad wil sturen en controleren.</al><al>Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten grondslag ligt aan de indeling van
                    de programma’s, stelt de raad de indeling vast. Uitgangspunt is dat die
                    vaststelling voor een gehele raadsperiode geldt. </al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: <onderstreept>w</onderstreept>at
                    willen we bereiken, <onderstreept>w</onderstreept>at gaan we daar voor doen en
                        <onderstreept>w</onderstreept>at mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee
                    vragen zijn in de praktijk indicatoren nodig. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook bieden zij de raad de
                    gelegenheid zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten en
                    resultaten van de programma's te beoordelen. </al><al>De gemeente Amstelveen kent geen separate productenbegroting meer. In de
                    programmabegroting is de uitsplitsing naar bestuurlijke producten opgenomen. De
                    baten en lasten per bestuurlijk product is het niveau waarop het college het
                    ambtelijk apparaat opdracht geeft de uitvoering ter hand te nemen.</al><tussenkop>Artikel 5 Uitvoering en beheersing</tussenkop><al>In artikel 5 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede
                    uitvoering van de begroting en het omgaan met afwijkingen tijdens de uitvoering
                    noodzakelijk zijn. Deze zijn verwoord in de nota ‘begrotingsbeheer’, die recent
                    is geactualiseerd.</al><al>In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels. Deze
                    uitvoeringsregels zijn aan het college. Parallel aan de uitwerking van de nota
                    ‘begrotingsbeheer’ heeft het college ook budgetregels vervaardigd waarbinnen het
                    ambtelijk apparaat de uitvoering ter hand neemt. Deze nota ‘budgetbeheer’ is de
                    raad ter informatie toegestuurd.</al><tussenkop>Artikel 6 Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Artikel 6 formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van
                    de raad. De raad geeft namelijk aan, de aard van de informatie die het college
                    standaard dient te verstrekken. In combinatie met de uitgangspunten van
                    begrotingsbeheer (zie artikel 5) kan de raad de uitvoering van de begroting
                    volgen en besluiten of bijsturing nodig is.</al><al>Artikel 6 regelt wanneer de raad tussentijds over de stand van zaken in het
                    lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd. Er is gekozen voor één
                    allesomvattende tussenrapportage, net vóór de begrotingsbehandeling. Op
                    ambtelijk en college-niveau wordt ook eerder in het jaar bezien in hoeverre de
                    realiteit past op de begrotingskaders. Voor de raad relevante afwijkingen
                    zullen, zoals neergelegd in de nota begrotingsbeheer, aan de orde worden
                    gesteld. </al><al>Ook de voor de zomervakantie door de raad te behandelen kadernota (artikel 3)
                    geeft op hoofdlijnen een tussentijdse actualisering van de structurele
                    begrotingspositie van het lopende jaar.</al><al>Voor 2007 wordt (naast de tijdvakrapportage) voor het eerst gewerkt met een
                    speerpuntrapportage. Omdat hiermee eerst een jaar ervaring wordt opgedaan, zijn
                    de vorm, frequentie en inhoud hiervan nog niet verwoord in de verordening.</al><al>De stand van zaken van en prognose voor het lopende begrotingsjaar kunnen
                    overigens, naast de jaarstukken van het afgelopen jaar, mede een belangrijke
                    basis zijn voor het inzicht voor en het opstellen van de komende begroting. De
                    uitkomsten van de tijdvakrapportage zullen derhalve beschikbaar moeten zijn voor
                    de begrotingsbehandeling.</al><tussenkop>Titel 2 Financieel beleid en beheer</tussenkop><al>De artikelen 7 tot en met 12 gaan in op grondslagen van het beleid en
                    beheer.</al><tussenkop>Artikel 7 Materiële vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. Binnen Amstelveen is het
                    activabeleid vormgegeven middels een specifieke nota op dit gebied. Essentieel
                    daarin is dat het college inzicht verschaft in de verwachte onderhouds- en
                    vervangingssituatie voor de toekomst. </al><al>De wijze waarop Amstelveen omgaat met de vraagstelling wel of niet activeren,
                    waarderingsgrondslagen, afschrijvingstermijnen e.d. dient ook onderdeel te zijn
                    van de activanota. </al><al>Aangezien de nota geldt als meerjarig kaderstellend is het evident dat jaarlijks
                    in de begroting en de jaarstukken de ontwikkelingen t.o.v. het beleidskader
                    worden geschetst.</al><tussenkop>Artikel 8 Grondbeleid, grondexploitaties en
                    locatieontwikkeling</tussenkop><al>Amstelveen kent de jaarlijkse actualiseringen van de grondexploitaties en de
                    locatieontwikkelingsprojecten in voorbereiding en in uitvoering, hetgeen is
                    verwoord in lid 1. Verder is kaderstellend in lid 2 opgenomen dat het college
                    zorgdraagt voor een jaarlijkse herziening van de grondprijzentabel.</al><tussenkop>Artikel 9 Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt, dat het college een nota over de reserves en voorzieningen
                    aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota kan de raad
                    het kader vaststellen voor het beleid en de omvang van de reserves. </al><al>Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat
                    voorzieningen een verplichtend karakter kennen. Wel is het inzichtelijk om in de
                    nota in te gaan op de voorzieningen.</al><al>Lid 4 gaat in op de bepaling van de hoogte van de voorziening voor vermoedelijk
                    oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening worden
                    percentages gehanteerd gerelateerd aan de ouderdom van de vorderingen. </al><al>Aangezien de nota geldt als meerjarig kaderstellend is het evident dat jaarlijks
                    in de begroting en de jaarstukken de ontwikkelingen t.o.v. het beleidskader
                    worden geschetst.</al><tussenkop>Artikel 10 Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel
                    212, tweede lid onder c. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven.</al><al>In dit artikel stelt de raad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor
                    het college gelden. Het vierde lid van het artikel draagt het college op een
                    treasurystatuut op te stellen dat met name protocollen bevat voor de dagelijkse
                    uitvoering. </al><al>Onderwerpen die in zo’n statuut aan de orde komen betreffen met name het
                    derivatenbeheer (indien van toepassing), het kasbeheer, het risicobeheer, de
                    financiering en de administratieve organisatie. Onder het risicobeheer vallen
                    het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het koersrisicobeheer en het
                    interne liquiditeitsbeheer. </al><al>In het tweede lid onder a wordt gesproken van een vereiste rating die een
                    financiële instelling moet hebben. De regelgeving schrijft voor dat het minimaal
                    om een A-rating moet gaan. Amstelveen hanteert ook deze norm, maar stelt een
                    zwaardere rating naarmate de uitzettingen voor langere termijn zijn.</al><al>De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn wettelijk geregeld (Wet financiering
                    decentrale overheden, artikel 3 en 4, respectievelijk 5 en 6). Overschrijding is
                    niet toegestaan. Gedeputeerde staten van de provincie moeten in hun hoedanigheid
                    van toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. Bij overschrijding kan de gemeente worden
                    geconfronteerd met preventief toezicht op het sluiten van kortlopende
                    (kasgeldlimiet) of langlopende (renterisiconorm) leningen. De raad dient daarom,
                    wanneer overschrijding dreigt, terstond geïnformeerd te worden.</al><al>Ter informatie wordt vermeld dat tegelijk met de wet Fido de ‘Regeling
                    uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ en het ‘Besluit
                    leningvoorwaarden decentrale overheden’ zijn vastgesteld. In deze stukken is
                    bepaald dat:</al><lijst><li nr="-"><al>overtollige geldmiddelen uitsluitend worden uitgezet tegen vastrentende
                            waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind
                            van de looptijd in tact is;</al></li><li nr="-"><al>derivaten uitsluitend worden gebruikt ter beperking van financiële
                            risico’s;</al></li><li nr="-"><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen
                            of het verlenen van garanties luiden in euro.</al></li></lijst><al>Vanwege deze regelgeving zijn deze onderdelen niet langer opgenomen in de
                    verordening.</al><tussenkop>Artikel 11 Lokale heffingen</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet eist in het tweede lid, onderdeel b, dat de verordening
                    212 Gemeentewet minimaal de grondslagen bevat voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen tarieven voor rechten als bedoeld in
                    artikel 229b Gemeentewet en in rekening te brengen heffingen als bedoeld in
                    artikel 15.33 Wet milieubeheer. In de verordening is er voor gekozen om als
                    uitgangspunt van het financieel beleid de grondslagen voor de bepaling van
                    heffingen, tarieven en prijzen in het algemeen te verankeren (zie artikel 12).
                    Daarmee zijn ook opgenomen regels voor de bepaling van de lokale tarieven.</al><al>Het eerste lid van artikel 11 regelt, dat het college een nota tarievenbeleid
                    aan de raad aanbiedt ter behandeling en vaststelling, waarbij de minimale eisen
                    zijn verwoord. </al><al>Het derde lid regelt de jaarlijkse tarievennota, zoals we die in Amstelveen
                    gewend zijn als onderdeel van het begrotingstraject.</al><al>Aangezien de nota geldt als meerjarig kaderstellend is het evident dat jaarlijks
                    in de begroting en de jaarstukken de ontwikkelingen t.o.v. het beleidskader
                    worden geschetst.</al><tussenkop>Artikel 12 Kostprijsberekening</tussenkop><al>In artikel 12 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt geëist.
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven. Dit zijn
                    integraliteit, eenduidigheid en transparantie.</al><al>Artikel 12, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te rekenen
                    kosten ook de indirecte kosten die samenhangen met de vervaardiging van het
                    product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. </al><al>Het derde lid betreft het uitgangspunt dat in Amstelveen gewerkt wordt met een
                    vaste rekenrente.</al><al>De uitwerking van de grondslagen voor kostentoerekeningen is in een separate
                    notitie weergegeven en is vastgesteld door het college.</al><tussenkop>Titel 3 Financiële organisatie en administratie</tussenkop><al>Titel 3 gaat voornamelijk in op de eisen die de raad stelt aan de
                    gegevensvastlegging, de administratie organisatie, interne controle en het
                    bestaan van protocollen op specifieke processen.</al><tussenkop>Artikel 13 Organisatie en bedrijfsvoering</tussenkop><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    college. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door het
                    college. In dit artikel staat dat dan ook dat de bedrijfsfilosofie slechts ter
                    kennisgeving aan de raad wordt overlegd.</al><al>In de leden 2, 3 en 4 worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan zij zich moet houden.</al><al>In de leden 2 en 3 worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In lid 4 worden eisen gesteld in de vorm van mandatering, wat
                    de basis is voor de budgettoedeling en de verantwoording daarover. </al><al>In plaats van de vier artikelen 21 tot en met 24 van de oude verordening, is lid
                    5 van dit artikel neergezet. </al><tussenkop>Artikel 14 Administratie</tussenkop><al>In dit artikel worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties
                    van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet, inherent aan het dualisme, de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze
                    zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie. Een en ander geldt ook voor de komende artikelen.</al><tussenkop>Artikel 15 Registratie bezittingen</tussenkop><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. </al><al>Met de term bezittingen wordt niet alleen gedoeld op de materiële vaste activa,
                    al of niet geactiveerd, maar ook gronden, vorderingen, voorraden en
                    liquiditeiten; feitelijk de activa-zijde van de balans, aangevuld met vaste
                    activa die niet geactiveerd zijn.</al><tussenkop>Artikel 16 interne controle</tussenkop><al>De raad legt in dit artikel de uitgangspunten vast voor de interne controle,
                    waarmee het college de verantwoordelijkheid draagt voor continue toetsing van
                    rechtmatigheid en getrouwheid, en voor het nemen van maatregelen in geval van
                    afwijkingen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>