<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR202021_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut gemeente Sint Anthonis 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut gemeente Sint Anthonis 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Keijzers</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut gemeente Sint Anthonis 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op 1 januari 2001 is de Wet financiering lagere overheden (Wet filo)
                            vervangen door de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In
                            deze nieuwe wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente
                            en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van
                            decentrale overheden. De Wet fido definieert de treasuryfunctie daarbij
                            als: het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
                            houden op:</al><al>de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële
                            posities en</al><al>de hieraan verbonden risico’s</al><al>De gemeente Sint Anthonis onderkent het belang van een verantwoord en
                            adequaat beheer van haar financiële middelen. Mede als gevolg van de Wet
                            fido wenst zij haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo
                            transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten.</al><al>In 2002 heeft onze gemeente een eigen treasurystatuut vastgesteld. Na 5
                            jaar is het goed om de actualiteit en werkbaarheid nogmaals te
                            beoordelen. Dit is de aanzet geweest om dit statuut te
                            actualiseren.</al><al>De Wet fido vereist de invoering van twee instrumenten op het gebied van
                            treasury: allereerst het voor u liggende treasurystatuut. In dit
                            treasurystatuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de
                            treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten,
                            doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een
                            objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.
                            Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een
                            treasuryparagraaf op in zowel de begroting als in de jaarrekening.
                            Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de
                            uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken.</al><al>In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de
                            doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden
                            vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury:
                            risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de
                            organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven.
                            Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de
                            taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de
                            uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het
                            gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de
                            Memorie van Toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut
                            opgenomen artikelen toegelicht.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Statuut</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Treasurystatuut</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel worden de belangrijkste begrippen gedefinieerd
                                    die met betrekking tot treasury relevant zijn.</al><al>Algemene begrippen treasuryfunctie:</al><al>a. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten
                                    op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het
                                    toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële
                                    stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden
                                    risico’s.</al><al>b. Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten,
                                    doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en
                                    administratieve kaders, de informatievoorziening en de
                                    administratieve organisatie ter uitvoering van de
                                    treasuryfunctie. Het beleid wordt vastgelegd in een
                                    treasurystatuut.</al><al>c. Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de
                                    treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De
                                    realisaties daarvan voor een referentieperiode komen aan de orde
                                    in de treasuryparagraaf van achtereenvolgens de
                                    programmabegroting en de programmarekening.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties:</al><al>a. Risicobeheer, waaronder rente-, krediet-, koers- en
                                    valutarisicobeheer.</al><al>b. Gemeentefinanciering, waaronder financiering en uitzettingen
                                    &gt; 1 jaar.</al><al>c. Kasbeheer, waaronder geldstromenbeheer.</al><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><al>- Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen
                                    voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen
                                    bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; </al><al>- Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om
                                    liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf
                                    als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);</al><al>- Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke
                                    wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren
                                    investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen
                                    afwijken van de verwachtingen;</al><al>- Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte
                                    van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de
                                    gemeente bij aanvang van het jaar;</al><al>- Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de
                                    organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                    koersontwikkelingen;</al><al>- Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een
                                    vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van
                                    de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie
                                    of deficit; </al><al>- Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen
                                    voor een periode tot één jaar;</al><al>- Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de
                                    toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per
                                    tijdseenheid;</al><al>- Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen
                                    bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; </al><al>- Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan
                                    een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden
                                    kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn.
                                    Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te
                                    sturen en financieringskosten te minimaliseren;</al><al>- Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                                    (financiële) resultaten van de gemeente door
                                    rentewijzigingen;</al><al>- Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van
                                    de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste
                                    schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden
                                    overschreden; </al><al>- Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd
                                    van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de
                                    geldlening sprake is van een door de verstrekker van de
                                    geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;</al><al>- Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                    rekeningen;</al><al>- Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling; </al><al>- Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire
                                    toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische
                                    ruimte (lidstaten van de Europese Unie, uitgebreid met
                                    Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van
                                    een instelling kan worden toegekend;</al><al>- Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
                                    zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden
                                    over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden,
                                    de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan
                                    verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier
                                    deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en
                                    debiteuren- en crediteurenbeheer;</al><al>- Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan
                                    derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.
                                    Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot
                                    één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een
                                    periode van één jaar of langer.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><al>1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten
                                    tegen acceptabele condities;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                    (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals
                                    renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                                    liquiditeitsrisico’s;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                    Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het
                                    treasurystatuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                                    uitgangspunten:</al><al>De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van
                                    de “publieke taak” verstrekken. Het gemeentebestuur bepaalt de
                                    publieke taak. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de
                                    financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende
                                    partij. De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de
                                    gemeente rechtvaardigt.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
                                    treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter
                                    hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door
                                    het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze
                                    uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en
                                    limieten van dit treasurystatuut;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden
                                    conform de Wet fido uitsluitend toegepast ter beperking van
                                    financiële risico’s. Een schriftelijk advies van een
                                    onafhankelijke adviseur wordt ingewonnen alvorens een
                                    derivatentransactie wordt afgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet
                                    fido;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet
                                    fido;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                    financiële positie en de liquiditeitenplanning;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                    lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                                    rentestand en de rentevisie;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld en
                                    opgenomen in de treasuryparagraaf van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en 4 streeft de gemeente
                                    naar spreiding in de rentetypische looptijden van de
                                    leningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde
                                    van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te
                                    hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s,
                                    commercial paper (CP), certificates of deposit (CD), obligaties,
                                    medium term notes (MTN) en garantieproducten. Daarbij geldt
                                    hoofdsomgarantie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel
                                    7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de
                                    liquiditeitenplanning.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het aan- en verkopen van aandelen geschiedt uitsluitend in het
                                    kader van de uitoefening van de publieke taak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury vindt
                                    uitsluitend plaats bij:</al><al>• Nederlandse overheden en andere publiekrechtelijke lichamen
                                    met een solvabiliteitsratio van 0%;</al><al>• Financiële instellingen met ten minste een AAA-rating;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                                    worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                                treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenplanning
                                (looptijd tot één jaar).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                                leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één
                                    jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                    uitoefening van de publieke taak;</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                    mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                    financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken
                                    teneinde het renteresultaat te optimaliseren;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen
                                    zijn: onderhandse leningen, commercial paper (CP) en medium term
                                    notes (MTN);</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen
                                    alvorens een financiering wordt aangetrokken. De (telefonische)
                                    offertes worden intern schriftelijk vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie
                                    voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende
                                    uitgangspunten:</al><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5
                                    en 6 genoemde voorwaarden;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen
                                    alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan. De
                                    (telefonische) offertes worden intern schriftelijk
                                    vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q.
                                    marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten.
                                    Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:</al><al>(Bank)relaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid
                                    minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel
                                    6;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                    beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en
                                    pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins
                                    EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de
                                    Verzekeringskamer.</al><al/><al>Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de
                                    lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en
                                    Lichtenstein</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Tussenpersonen dienen minimaal geregistreerd te staan bij de
                                    Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning
                                    als makelaar te hebben ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: </al><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                    gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te
                                    stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie
                                    voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig
                                    kunnen worden nagekomen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch
                                    uitgevoerd door één bank.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de
                                    volgende specifieke richtlijnen:</al><al>De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige
                                    liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met
                                    de gunstigste condities;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                                    kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel
                                    4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
                                    middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op
                                    rekening courant;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
                                    periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld,
                                    spaarrekeningen en deposito’s;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de
                                    in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen
                                    alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een
                                    looptijd korter dan één jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                                    controle</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                                    uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en
                                    interne controle.</al><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                                    treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk
                                    vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk
                                    vastgelegd;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                    doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:</al><al>a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen
                                    geautoriseerd (het vier-ogen-principe);</al><al>b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke
                                    functionarissen;</al><al>c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie
                                    geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                                    transactie te versturen naar de financiële administratie zonder
                                    tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van
                                    de transacties;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van
                                de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><al/><table summary="De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd."><title>Verantwoordelijkheden</title><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Functie </al></entry><entry><al>• Het vaststellen van treasurydoelstellingen,
                                                  globale richtlijnen en limieten;• Het vaststellen
                                                  van de treasuryparagraaf in begroting en
                                                  jaarrekening;• Het houden van toezicht op de
                                                  uitvoering van het treasurybeleid.• Het evalueren
                                                  en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van
                                                  het treasurybeleid</al></entry></row><row><entry><al>De Gemeenteraad</al></entry><entry><al>• Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                                  verantwoordelijkheid);• Het rapporteren aan de
                                                  Gemeenteraad over de uitvoering van het
                                                  treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>• Het uitvoeren van het treasurybeleid
                                                  (politieke verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>• Het uitvoeren van de aan hem/haar
                                                  gemandateerde treasuryactiviteiten conform het
                                                  treasurystatuut en de treasuryparagraaf;• Het
                                                  zorgdragen voor juiste verantwoording van de
                                                  uitvoering van de door hem/haar gemandateerde
                                                  treasuryactiviteiten;• Het rapporteren aan B&amp;W
                                                  over de uitvoering van het treasurybeheer;• Het
                                                  afleggen van verantwoording aan het college van
                                                  B&amp;W.</al></entry></row><row><entry><al>Het afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>• Het opzetten van administratieve richtlijnen
                                                  op het gebied van treasury;• Het bewaken van de
                                                  kwaliteit van de treasuryprocessen;• Het
                                                  controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid
                                                  van de informatievoorziening van de
                                                  treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het
                                                  college van B&amp;W.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>• Het opzetten van administratieve richtlijnen
                                                  op het gebied van treasury;• Het bewaken van de
                                                  kwaliteit van de treasuryprocessen;• Het
                                                  controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid
                                                  van de informatievoorziening van de
                                                  treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het
                                                  college van B&amp;W.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>• Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                  informatie die hun sector aanlevert aan de
                                                  afdeling Financiën met betrekking tot toekomstige
                                                  uitgaven en ontvangsten.</al></entry></row><row><entry><al>De budgethouders </al></entry><entry><al>• Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                  informatie die hun teams aan de afdeling Financiën
                                                  met betrekking tot toekomstige uitgaven en
                                                  ontvangsten;• Het zorgdragen voor het tijdig
                                                  aanleveren van betrouwbare operationele informatie
                                                  over toekomstige geldstromen aan de afdeling
                                                  Financiën;• Het fiatteren van betalingen en
                                                  ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun
                                                  budgetten.</al></entry></row><row><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>• Het uitvoeren van de activiteiten met
                                                  betrekking tot de volgende deelfuncties: het
                                                  risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering,
                                                  uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze
                                                  activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en
                                                  de treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de
                                                  transacties dienen geautoriseerd te zijn door het
                                                  hoofd afdeling Inwoners en Financiën; • Het
                                                  opstellen van de rentevisie;• Het aantrekken en
                                                  uitzetten van gelden in het kader van het saldo-
                                                  en liquiditeitenbeheer;• Het beheren van de
                                                  geldstromen;• Het onderhouden van contacten met
                                                  banken, geldmakelaars en overige financiële
                                                  instellingen;• Het afsluiten van financiële
                                                  contracten voortvloeiend uit bovenstaande
                                                  deelfuncties;• Het schriftelijk vastleggen van de
                                                  treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan
                                                  de kassier;• Het voorbereiden en ontwikkelen van
                                                  beleidsvoorstellen op treasurygebied;• Het
                                                  aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare
                                                  gegevens aan de gemeentelijke administratie;• Het
                                                  afleggen van verantwoording aan het afdelingshoofd
                                                  Inwoners en Financiën over de uitvoering van de
                                                  aan hem/haar gemandateerde activiteiten.</al></entry></row><row><entry><al>De kassier</al></entry><entry><al>• Het overboeken van saldi tussen
                                                  bankrekeningen;• Het afhandelen van het contante
                                                  en girale betalingsverkeer;• Het aanleveren van
                                                  tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de
                                                  gemeentelijke administratie;• Het rapporteren aan
                                                  het hoofd Inwoners en Financiën belast met
                                                  controle over de uitvoering van de aan hem/haar
                                                  gemandateerde activiteiten.</al></entry></row><row><entry><al>Financiële administratie</al></entry><entry><al>• Het juist en volledig administreren van de
                                                  bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                                  inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in
                                                  de verplichtingen- en financiële
                                                  administratie;</al></entry></row><row><entry><al>Het afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>• Het ontvangen van de orderbevestiging van
                                                  derden en het controleren of deze overeenkomt met
                                                  de transactie-informatie zoals verstrekt door de
                                                  medewerker belast met treasury;• Het voeren van
                                                  controle op de uitgevoerde
                                                  treasurytransacties;</al></entry></row><row><entry><al>De externe accountant</al></entry><entry><al>• Het in het kader van haar reguliere
                                                  controletaak adviseren en controleren omtrent de
                                                  feitelijke naleving van het treasurystatuut.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                                treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde
                                fiattering. Binnen de afdeling inwoners en financiën heeft de
                                teamleider financieel beheer de functie van treasurer. </al><al/><table summary="bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. "><title>Bevoegdheden</title><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Bevoegd functionaris(eerste handtekening) </al></entry><entry><al>Autorisatie door(tweede handtekening)/
                                                  fiattering</al></entry></row><row><entry><al><vet>Saldo-, liquiditeiten- en
                                                  geldstromenbeheer</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1. Het uitzetten van geld via callgeld, deposito
                                                  en spaarrekening</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>2. Het aantrekken van geld via callgeld of
                                                  kasgeld</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>3. Betalingsopdrachten voorbereiden en
                                                  versturen</al></entry><entry><al>Kassier</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry></row><row><entry><al><vet>Bankrelatiebeheer</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>5. Bankcondities en tarieven afspreken</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al><vet>Financiering en uitzetting</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>6. Het afsluiten van kredietfaciliteiten</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>7. Het aantrekken van gelden via onderhandse
                                                  leningen zoals vastgelegd in de
                                                  treasuryparagraaf</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>8. Het aantrekken van gelden MTN’s zoals
                                                  vastgelegd in de treasuryparagraaf</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën </al></entry><entry><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry><al>9. Het uitzetten van gelden via
                                                  (staats)obligaties, MTN’s, CP’s, CD’s, onderhandse
                                                  geldleningen zoals vastgelegd in de
                                                  treasuryparagraaf</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry><al>10. Het beleggen in garantieproducten</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry><al>11. Het verstrekken van leningen aan derden uit
                                                  hoofde van de publieke taak</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry><al>12. Het garanderen van gelden uit hoofd van de
                                                  publieke taak</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry><entry><al>College van B&amp;W</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al/><table summary="Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: "><title>Informatievoorziening</title><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al><vet>Informatie </vet></al></entry><entry><al><vet>Frequentie</vet></al></entry><entry><al><vet>Informatie-verstrekker(s)</vet></al></entry><entry><al><vet>Informatie-ontvanger</vet></al></entry></row><row><entry><al>1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                  ontvangsten voor de liquiditeitenplanning </al></entry><entry><al>Kwartaal / Incidenteel</al></entry><entry><al>Afdelingshoofden</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry></row><row><entry><al>2. Liquiditeitenplanning</al></entry><entry><al>Per jaar / Incidenteel</al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer</al></entry><entry><al>Afdelingshoofd Inwoners en Financiën</al></entry></row><row><entry><al>3. Treasuryparagraaf van begroting</al></entry><entry><al>Jaarlijks </al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer </al></entry><entry><al>Gemeenteraad </al></entry></row><row><entry><al>4. Evaluatie treasuryactiviteiten in
                                                  treasuryparagraaf van jaarrekening</al></entry><entry><al>Jaarlijks </al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer </al></entry><entry><al>Gemeenteraad </al></entry></row><row><entry><al>5. Verantwoording n.a.v. treasuryparagraaf via
                                                  jaarverslag</al></entry><entry><al>Jaarlijks </al></entry><entry><al>Teamleider financieel beheer </al></entry><entry><al>Gemeenteraad </al></entry></row><row><entry><al>6. Informatie aan derden (CBS) zoals genoemd in
                                                  art. 8 Wet fido</al></entry><entry><al>Kwartaal </al></entry><entry><al>Team financieel beheer </al></entry><entry><al>Derden </al></entry></row><row><entry><al>7. Informatie aan derden (toezichthouder) zoals
                                                  genoemd in art. 8 Wet fido</al></entry><entry><al>Kwartaal </al></entry><entry><al>Team financieel beheer </al></entry><entry><al>Derden </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2008.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit treasurystatuut treedt in de plaats van het Treasurystatuut
                                    gemeente Sint Anthonis vastgesteld door de raad op 4 maart
                                    2002.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit treasurystatuut wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald
                                onder de naam “Treasurystatuut gemeente Sint Anthonis 2008”.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Sint
                        Anthonis van 17 december 2007.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers J.M.J. Verbeeten</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><al>In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en
                    richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de
                    treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. </al><al>De treasuryparagraaf in de begroting geeft de plannen voor de treasuryfunctie
                    voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het
                    bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete
                    beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de
                    plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse
                    financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en
                    uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken
                    dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven.
                    De treasuryparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een
                    verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting
                    en de realisatie in het verslagjaar.</al><al>Artikel 2 In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de
                    gemeente weergegeven, hieronder worden deze doelstellingen afzonderlijk
                    toegelicht.</al><al>Artikel 2 lid 1 In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de
                    gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele
                    condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is
                    de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                    overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken).
                    De condities die daar bij worden bedongen dienen, in het licht van de op het
                    betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform)
                    te zijn.</al><al>Artikel 2 lid 2 Door haar activiteiten loopt de gemeente de volgende financiële
                    risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne
                    liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasury
                    dergelijke risico’s zo veel mogelijk te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8
                    wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al><al>Artikel 2 lid 3 De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het
                    minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële
                    posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                    betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt
                    mogelijk uit te voeren. </al><al>Artikel 2 lid 4 De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren.
                    Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo
                    hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat
                    daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de
                    treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van
                    financiële risico’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling
                    (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de
                    Wet fido en dit treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar
                    optimalisatie van de renteresultaten. </al><al>Artikel 3 lid 1</al><al>De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking
                    tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties
                    dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds.
                    Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken
                    van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen
                    “uit hoofde van treasury”.</al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde
                    van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende
                    aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de
                    begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de
                    publieke taak”. In dit licht is het dus niet de afdeling Inwoners en Financiën
                    die het politieke besluit voor dergelijke garanties en leningen voorbereidt. Wel
                    wordt geadviseerd dat het gemeentebestuur advies van de afdeling Inwoners en
                    Financiën (in het licht van haar expertise) inwint alvorens een beslissing te
                    nemen t.a.v. het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de
                    publieke taak. De gemeente Sint Anthonis heeft dit advies overgenomen. </al><al>De afdeling Inwoners en Financiën adviseert over bijv. financieringsvoorwaarden
                    en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie
                    van de gemeente . Daarnaast is het van belang dat de afdeling Inwoners en
                    Financiën de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning.</al><al>Artikel 3 lid 2</al><al>Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie
                    toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. </al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip
                    “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als
                    oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen,
                    is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van
                    toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en
                    uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg
                    van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut
                    vallen binnen de kaders van de Wet fido.</al><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd
                    om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te
                    garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen
                    of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente .</al><al>Artikel 3 lid 3 Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen
                    aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed
                    toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en
                    financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten
                    uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s.</al><al/><al>Artikel 4 lid 1 Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van
                    (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente;</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote
                    fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te
                    stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is
                    in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor
                    korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien
                    fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed
                    hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van
                    het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. </al><al>Artikel 4 lid 2 Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de
                    renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één
                    jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                    leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een
                    vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld.</al><al>Artikel 4 lid 3 Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt bedragen slechts
                    te lenen cq. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig
                    respectievelijk beschikbaar zijn.</al><al>Artikel 4 lid 5 Een rentevisie is een toekomstverwachting over de
                    rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid
                    wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de
                    gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd
                    worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals
                    de huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld
                    het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd op het moment dat men een
                    rentestijging verwacht.</al><al>Artikel 5 lid 1 Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden
                    gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als
                    belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting in tact
                    blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de
                    looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”)
                    uitgekeerd. </al><al>Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, spaarrekening, daggeld of
                    deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen. Het kan bij dergelijke producten
                    echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij
                    deposito’s en soms bij een spaarrekening). Certificates of deposit, commercial
                    papers, obligaties en medium term notes zijn vastrentende waarden die
                    (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop kunnen koersrisico’s
                    worden gelopen. Wanneer deze waarden tot het einde van hun looptijd worden
                    aangehouden zal minimaal de nominale waarde worden uitgekeerd. </al><al>Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële)
                    instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de
                    hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit
                    en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een
                    aandelen-index (zoals de AEX-index). Garantieproducten waarbij minder dan 100%
                    van de hoofdsom wordt gegarandeerd zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet
                    fido. </al><al>Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd.</al><al>Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan
                    verminderen, verdient het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een
                    hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijv. ter hoogte van het
                    inflatieniveau) te eisen.</al><al>Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit
                    treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van
                    belang is dat de Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de
                    “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld
                    mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren. </al><al>Artikel 5 lid 2 Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de
                    organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar – wegens wijziging in
                    de liquiditeitenplanning – voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen,
                    dan wordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de huidige waarde van de
                    uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd. Om deze
                    koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd van de
                    uitzetting af met de liquiditeitenplanning.</al><al>Artikel 6 lid 1</al><al>Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor
                    de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet
                    / belegt. </al><al>Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een
                    instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft
                    door gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard &amp; Poor’s, Moody’s en
                    Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard &amp; Poor’s en
                    Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van
                    hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C
                    en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. </al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een
                    status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat (bijv. De
                    Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling.
                    Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%)
                    hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of
                    gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij
                    andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een
                    overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van
                    woningcorporaties).</al><al>Aangezien niet alle financiële instellingen over een rating beschikken, terwijl
                    ze wel voldoende kredietwaardig kunnen zijn (minimaal met een A-rating
                    vergelijkbaar), biedt de Wet fido de mogelijkheid ook bij financiële
                    instellingen zonder rating uitzettingen te doen. Uitzettingen bij dergelijke
                    instellingen zijn toegestaan mits dit op een transparante wijze gebeurt. Voorop
                    staat dat deze transparantie de controle-organen van de gemeente (met name het
                    gemeentebestuur) inzicht biedt en daarmee een belangrijk mechanisme vormt om
                    ervoor te zorgen dat binnen de gemeente zelf kritisch wordt omgegaan met
                    financiële instelling zonder rating (toelichting op de Regeling uitzettingen en
                    derivaten decentrale overheden). </al><al>Artikel 6 lid 2 De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren
                    bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de
                    publieke taak. Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak en worden leningen
                    of garanties uitsluitend verstrekt aan door het gemeentebestuur goedgekeurde
                    partijen. Teneinde de kredietrisico’s te verkleinen kunnen zekerheden of
                    garanties worden verlangd van de debiteuren.</al><al>Artikel 7 Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de
                    gemeente gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de
                    looptijd van de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het
                    doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk
                    een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld
                    een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een
                    obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de
                    financiële resultaten. </al><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op
                    een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de
                    gehele organisatie zijn gepland. </al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                    liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente
                    onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de
                    hieraan verbonden financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de
                    afdeling Financiën juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige
                    afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al><al>Artikel 8 Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid van de
                    gemeente. Valutarisico’s uit hoofde van operationele transacties ontstaan
                    bijvoorbeeld op het moment dat de gemeente een aankoop van goederen uit de
                    Verenigde Staten met dollars moet betalen.</al><al>Artikel 9 lid 1 Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te
                    beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van
                    toelichting op de Wet fido) nadrukkelijk niet toegestaan. </al><al>Artikel 9 lid 2 Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel
                    mogelijk intern gefinancierd.</al><al>Artikel 9 lid 3 Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden
                    van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden
                    vastgesteld. Een Medium Term Note (MTN) is een verhandelbare schuldbekentenis
                    aan toonder, met een minimumlooptijd van twee jaar en een minimum- omvang van
                    nominaal € 500.000. Deze maakt onderdeel uit van een MTN- programma. De term
                    Commercial Paper staat voor verhandelbare schuldbekentenissen met een looptijd
                    korter dan twee jaar, uitgegeven door niet-kredietinstellingen. </al><al>Artikel 9 lid 4 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te
                    waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-)
                    clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere
                    offertes wordt bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat
                    moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis
                    daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al><al>Artikel 10 Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van
                    treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer
                    (artikel 3 tot en met 8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente
                    karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende
                    richtlijnen met betrekking tot uitzettingen geformuleerd.</al><al>Artikel 10 lid 2 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van uitzettingen te
                    waarborgen, voor bijv. het ontvangen rentepercentage, de hoogte van
                    transactiekosten etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt
                    dat de gemeente een beter beeld heeft van de alsdan gebruikelijke tarieven en
                    voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze
                    worden gemaakt.</al><al>Artikel 11 lid 3 Tussenpersonen hebben een bemiddelaarsfunctie bij het afsluiten
                    van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten
                    van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te
                    ondervangen stelt de gemeente voor tussenpersonen als eis dat zij onder toezicht
                    van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als
                    makelaar hebben ontvangen.</al><al>Artikel 12 lid 1 Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een
                    efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden
                    afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte
                    ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet
                    trekken (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken)
                    teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.</al><al>Artikel 12 lid 2 Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank
                    heeft als voordeel dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen
                    verschillende banken over te boeken. </al><al>Artikel 13 lid 1 Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de
                    dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de
                    noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden
                    verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een
                    rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en
                    creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één
                    gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.</al><al>Artikel 13 lid 3 In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                    financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd)
                    staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks
                    gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een
                    vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast
                    rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid
                    debet (“rood”) te staan op de rekening courant.</al><al>Artikel 14 Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Het
                    statuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke
                    taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met
                    het oog op de omvang van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s,
                    zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een
                    transparante functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de
                    uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties. </al><al>Artikel 15 De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die
                    binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15
                    respectievelijk artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en
                    bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of
                    functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten,
                    besluiten e.d.). </al><al>Artikel 16 De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij
                    het bestuur van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het
                    dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over
                    aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft dus
                    vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er slagvaardiger
                    kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk
                    rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming,
                    uitvoering, administratie en controle. </al><al>Artikel 17 De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de
                    informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en
                    2), beleidsmatige informatie (punt 3) en verantwoordingsinformatie (punt 4, t/m
                    7). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante
                    verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden
                    voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente
                    .</al><al>Punt 1</al><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen op de momenten waarop
                    zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of
                    omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij uitstel van een
                    grote investering).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>