<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR201869_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Ten Boer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.tenboer.nl/nieuws/persberichten-1/141210-advertentie-noorderkrant-10-december-2014">Noorderkrant, 10 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Apv 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Voor het graven in gemeentegrond is een vergunning nodig op grond van art. 2:1.5.2 APV. Bij het invoeren van de nieuwe verordening is het noodzakelijk om ook de APV te wijzigen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemeen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening Ten Boer
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</al>
            <al>Artikel 1.2 Beslissingstermijn</al>
            <al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag</al>
            <al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al>
            <al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al>
            <al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al>
            <al>Artikel 1.7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</al>
            <al>Artikel 1.8 Algemene weigeringsgronden</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Orde en veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop> Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden</al>
              <tussenkop> Paragraaf 2 Optochten en betogingen</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.2.2 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</al>
              <al>Artikel 2.1.2.3 Afwijking termijn</al>
              <al>Artikel 2.1.2.4 Te verstrekken gegevens</al>
              <tussenkop> Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen</al>
              <tussenkop> Paragraaf 4 Vertoningen e.d. op de weg</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.4.1. Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                    strijd met de publieke functie ervan </al>
              <tussenkop> Paragraaf 5 Bruikbaarheid van de weg</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.5.2 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                    weg</al>
              <al>Artikel 2.1.5.3 Maken en veranderen van een uitweg</al>
              <tussenkop> Paragraaf 6 Veiligheid van de weg</tussenkop>
              <al>Artikel 2.1.6.3 Uitzicht belemmerende beplanting of
                                    voorwerp</al>
              <al>Artikel 2.1.6.4 Openen straatkolken e.d.</al>
              <al>Artikel 2.1.6.12 Veiligheid op het ijs</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toezicht op evenementen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 2.2.2 Evenementen</al>
              <al>Artikel 2.2.3 Uitzonderingen vergunningsplicht </al>
              <al>Artikel 2.2.4 Ordeverstoring</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop> Paragraaf 1 Toezicht op horecabedrijven</tussenkop>
              <al>Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 2.3.1.4 (Vervallen)</al>
              <al>Artikel 2.3.1.5 Tijdelijk geldende sluitingsuren; tijdelijke
                                    sluiting</al>
              <al>Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al>
              <al>Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring</al>
              <al>Artikel 2.3.1.8 Burgemeester en wethouders als bevoegd
                                    bestuursorgaan </al>
              <al>Artikel 2.3.1.9 Zakelijke karakter van de vergunning</al>
              <al>Artikel 2.3.1.10 Toegang ambtenaren van politie</al>
              <al>Artikel 2.3.1.11 Handel in horecabedrijven</al>
              <tussenkop> Paragraaf 2 (Vervallen)</tussenkop>
              <tussenkop> Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden</tussenkop>
              <al>Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.4.1 (Vervallen)</al>
              <al>Artikel 2.4.1a Betreden gesloten woning, lokaal</al>
              <al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</al>
              <al>Artikel 2.4.3 Vervoer plakgereedschap e.d.</al>
              <al>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen</al>
              <al>Artikel 2.4.8 Hinderlijk drankgebruik</al>
              <al>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al>
              <al>Artikel 2.4.10 Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten </al>
              <al>Artikel 2.4.14 Bewakingsapparatuur</al>
              <al>Artikel 2.4.17 Loslopende honden, verboden plaatsen,
                                identificatie</al>
              <al>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door honden</al>
              <al>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden</al>
              <al>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al>
              <al>Artikel 2.4.21 (Vervallen)</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het
                                verkoopregister</al>
              <al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht</al>
              <al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al>
              <al>Artikel 2.5.5 Handel te water</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Route gevaarlijke stoffen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.6.1 (Vervallen)</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.7.1 Begripsomschrijving</al>
              <al>Artikel 2.7.2 Afleveren van vuurwerk</al>
              <al>Artikel 2.7.3 Bezigen van vuurwerk</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 2.8.1 Sluiting van drugspanden</al>
              <al>Artikel 2.8.2 Verbod begeven op de weg om drugs te verhandelen</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>BORDELEN, SEKSWINKELS E.D.</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 3.1 Bordelen e.d.</al>
            <al>Artikel 3.2 Sekswinkels e.d.</al>
            <al>Artikel 3.3 Seksclubs, seksbioscopen, seksautomatenhallen e.d.</al>
            <al>Artikel 3.4 Uitlokken ontucht; kwetsing openbare zedelijkheid</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Voorschriften ter uitvoering van voorschrift 2.12 van het Besluit
                                horeca-inrichtingen milieubeheer</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 4.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al>
              <al>Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al>
              <al>Artikel 4.1.5 (Vervallen)</al>
              <al>Artikel 4.1.6 (Vervallen)</al>
              <al>Artikel 4.1.7 Overige geluidhinder</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Afvalstoffen (vervallen)</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <tussenkop> Paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen(vervallen)</tussenkop>
              <tussenkop> Paragraaf 4 Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen</tussenkop>
              <al>Artikel 4.4.5 Straatvegen </al>
              <al>Artikel 4.4.6 Natuurlijke behoefte doen</al>
              <al>Artikel 4.4.8 Toestand van sloten</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 4.5.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 4.5.2 Kapverbod</al>
              <al>Artikel 4.5.3 Aanvraag vergunning</al>
              <al>Artikel 4.5.3a Weigeringsgronden</al>
              <al>Artikel 4.5.5 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al>
              <al>Artikel 4.5.6 Herplant-/instandhoudingsplicht</al>
              <al>Artikel 4.5.7 Schadevergoeding</al>
              <al>Artikel 4.5.8 Bestrijding iepziekte</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bescherming van flora en fauna</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 4.6.1 Bescherming groenvoorzieningen</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 4.7.1 Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans,
                                afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouw-producten e.d.</al>
              <al>Artikel 4.7.2 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames
                                e.d.</al>
              <al>Artikel 4.7.3 Aanschrijving</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen</al>
              <al>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al>
              <al>Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen</al>
              <al>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken</al>
              <al>Artikel 5.1.5 Caravans e.d.</al>
              <al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen</al>
              <al>Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen</al>
              <al>Artikel 5.1.8 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al>
              <al>Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al>
              <al>Artikel 5.1.11 Overlast door fiets of bromfiets</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.2.3 Standplaatsen: uitstallingen op de weg</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.3.1 Gebruik van openbaar water</al>
              <al>Artikel 5.3.2 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al>
              <al>Artikel 5.3.3 Voorschriften ligplaats</al>
              <al>Artikel 5.3.4 Verbod innemen ligplaats</al>
              <al>Artikel 5.3.5 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</al>
              <al>Artikel 5.3.6 Reddingsmiddelen</al>
              <al>Artikel 5.3.7 Veiligheid op het water</al>
              <al>Artikel 5.3.8 Overlast aan vaartuigen</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.4.1 Crossterreinen</al>
              <al>Artikel 5.4.2 Beperking gemotoriseerd verkeer en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Stoken van vuur</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Lijkbezorging en asverstrooiing</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Artikel 5.6.1 Begripsomschrijving</al>
              <al>Artikel 5.6.2 Tijdvak voor begraven e.d.</al>
              <al>Artikel 5.6.3 Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</al>
              <al>Artikel 5.6.4 Aanwijzingen</al>
              <al>Artikel 5.6.5 incidentele asverstrooiing</al>
              <al>Artikel 5.6.6 idem</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken,
                                gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                                standplaatsen</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemene bepalingen</titel>
              </kop>
              <structuurtekst>
                <al>Artikel 5.7.1 Begripsomschrijvingen</al>
                <al>Artikel 5.7.2 delegatie van beslissingen aan het college.</al>
                <al>Artikel 5.7.3 Naamgeving en begrenszing van woonplaatsen,
                                    wijken, buurten en openbare ruimte</al>
                <al>Artikel 5.7.4 vaststelling ligplaatsen en standplaatsen</al>
                <al>Artikel 5.7.5 Afbakenen van panden en verblijfsobjecten</al>
                <al>Artikel 5.7.6 nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                                    satdnplaatsen en afgebakende terreinen</al>
                <al>Artikel 5.7.7 aanbrengen van namen en nummers</al>
                <al>Artikel 5.7.8. Uitvoeringsvoorschriften en handhaving</al>
              </structuurtekst>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.7</nr>
                </kop>
                <al/>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 6.1 Strafbepaling</al>
            <al>Artikel 6.1a Toezichthouders</al>
            <al>Artikel 6.2 (Vervallen)</al>
            <al>Artikel 6.3 Betreden dan wel binnentreden woningen, andere gebouwen en
                            terreinen</al>
            <al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding</al>
            <al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling</al>
            <al>Artikel 6.6 Citeertitel</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>A.Weg:</vet>
            </al>
            <al>1 de weg , als bedoel in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel1/geldigheidsdatum_13-03-2013" struct="BWB">artikel 1, eerste lid , onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994</extref>, alsmede de daaraan liggende en als
                            zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al>
            <al>2 de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke
                            pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en
                            andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                            vaartuigen;</al>
            <al>3 de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen,
                            passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik
                            zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al>
            <al>4 andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
                            stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
                            afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene
                            die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al>
            <al>
              <vet>B.Openbaar water:</vet>
            </al>
            <al>alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                            bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.</al>
            <al>
              <vet>C.Bebouwde kom:</vet>
            </al>
            <al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben
                            vastgesteld overeenkomstig artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001948/geldigheidsdatum_13-03-2013#HoofdstukV_1_Artikel27" struct="BWB">27, tweede lid, van de Wegenwet</extref>, bij hun
                            besluit van 29 april 1993, provinciaal blad nummer 25.</al>
            <al>
              <vet>D.Rechthebbende</vet>:</al>
            <al>een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een
                            zakelijk of persoonlijk recht.</al>
            <al>
              <vet>E.Voertuigen:</vet>
            </al>
            <al>alle voertuigen als bedoel in artikel 1, onder a en onder al, van het
                            Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering
                            van:</al>
            <al>1 treinen en trams;</al>
            <al>2 kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.</al>
            <al>
              <vet>F.Vaartuigen:</vet>
            </al>
            <al>alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede
                            woonschepen, glijboten en ponten.</al>
            <al>
              <vet>G.Woonschepen:</vet>
            </al>
            <al>schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning
                            bestemd.</al>
            <al>
              <vet>H.Bouwwerk:</vet>
            </al>
            <al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                            materiaal, welke op de plaats van bestem-ming hetzij direct of indirect
                            met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of
                            op de grond.</al>
            <al>
              <vet>I.Gebouw:</vet>
            </al>
            <al>elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al>
            <al>
              <vet>J.Vee:</vet>
            </al>
            <al>dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004054/geldigheidsdatum_31-12-2005#BijlageA" struct="BWB">bijlage A van de Meststoffenwet</extref>.</al>
            <al>
              <vet>K.Handelsreclame:</vet>
            </al>
            <al>iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk
                            beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al>
            <al>
              <vet>L.Bevoegd gezag</vet>:</al>
            <al>Bestuursorgaan als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/geldigheidsdatum_13-03-2013#Hoofdstuk1" struct="BWB">artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht. </extref></al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Beslissingstermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde onder 1 en in afwijking van artikel
                                1.3 van de APV geldt voor grote evenementen een aanvraagtermijn van
                                12 weken</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2.</al>
              <al>(aanlegvergunning), artikel 4.5.2. (kapverbod) of artikel 4.7.2.
                                (handelsreclame). </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste 8 weken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde onder 1 en in afwijking van artikel
                                1.3 van de APV geldt voor grote evenementen een aanvraagtermijn van
                                12 weken</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2.
                                (aanlegvergunning), artikel 4.5.2. (kapverbod) of artikel 4.7.2.
                                (handelsreclame).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of
                                ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of
                                ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <al>a indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                            zijn verstrekt;</al>
            <al>b indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                            opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden
                            aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang
                            of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                            vereist;</al>
            <al>c indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                            beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al>
            <al>d indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                            binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                            dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al>
            <al>e indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.7</nr>
              <titel>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde
                                tijd</titel>
            </kop>
            <al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.8</nr>
              <titel>Algemene weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Orde en veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.1.1</nr>
                  <titel>Samenscholing en
                                        ongeregeldheden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval,
                                        waardoor er wanordelijkheden ontstaan of drei-gen te
                                        ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                        gevende gebeurtenis, waardoor er wanordelijkheden ontstaan
                                        of drei-gen te ontstaan, dan wel zich be-vindt in of
                                        aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een
                                        daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn
                                        weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting
                                        te verwijderen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                        wegen of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het
                                        bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Optochten en betoginge</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.2</nr>
                  <titel>Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze
                                        gehouden zal worden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van hetgeen in artikel
                                        2.1.2.4, eerste lid hierover is bepaald.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld
                                        in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004318/geldigheidsdatum_19-03-2013#ParagraafI_Artikel1" struct="BWB">artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid,
                                            van de Wet openbare manifestaties</extref>, te weten een
                                        plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat
                                        voor het publiek, met uitzondering van een gebouw of
                                        besloten plaats als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_19-03-2013#Hoofdstuk1_Artikel6" struct="BWB">artikel 6, tweede lid, van de
                                            Grondwet.</extref></al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.3</nr>
                  <titel>Afwijking termijn</titel>
                </kop>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.2 eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en een
                                    mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.2.4</nr>
                  <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al> Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave
                                        verlangen van:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>a</lidnr>
                  <al> naam en adres van degene die de betoging houdt;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>b.</lidnr>
                  <al>het doel van de betoging;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>c.</lidnr>
                  <al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>d.</lidnr>
                  <al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>e.</lidnr>
                  <al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>f.</lidnr>
                  <al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is
                                        vermeld.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.3.1</nr>
                  <titel>Beperking aanbieden e.d. van
                                        geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan
                                        door burgemeester en wethouders aangewezen wegen of
                                        gedeelten daarvan.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen de werking van het in het
                                        eerste lid gestelde verbod beperken tot bepaalde dagen en
                                        uren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor het
                                        huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van de in
                                        het eerste lid bedoelde gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.4.1</nr>
                  <titel>het plaatsen van voorwerpen op of aan
                                        de weg in strijd met de publieke functie ervan</titel>
                </kop>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                            gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
                                            daarvan, als:</al><al> a het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al><al> b het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li>
                  <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de
                                            openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                            stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen.
                                        </al></li>
                  <li nr="3."><al>Het bevoegd bestuurorgaan kan ontheffing verlenen van
                                            het in het eerste lid gestelde verbod.</al></li>
                  <li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><al> a evenementen als bedoeld in art. 2.2.2;</al><al> b standplaatsen als bedoeld in art. 5.2.3.</al></li>
                  <li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                            voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_19-03-2013" struct="BWB">Wet beheer
                                                rijkswaterstaatwerken</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004318/geldigheidsdatum_19-03-2013#ParagraafI_Artikel1" struct="BWB">art. 5 van de Wegenverkeerswet</extref>
                                            of het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Bruikbaarheid van de weg</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.5.2</nr>
                  <titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen
                                        van een weg</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al> Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in
                                        een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel1/geldigheidsdatum_19-03-2013" struct="BWB">artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref> daaronder verstaat, alsmede alle
                                        niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij
                                        het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod gedt voorts niet voor
                                        het leggen, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen
                                        van kabels, leidingen en buizen met toebehoren in wegen door
                                        aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of van
                                        een omroepnetwerk waarop Telecommunciatieverordening
                                        gemeente Ten Boer van toepassing is, dan wel door een
                                        aanbieder van een openbare nutsvoorziening waarop de
                                        Graafverordening Ten Boer van Toepassing is</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/geldigheidsdatum_19-03-2013" struct="BWB">Wetboek van Strafrecht</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_19-03-2013">de Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of het
                                        Provinciaal wegenreglement van Groningen of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/geldigheidsdatum_19-03-2013" struct="BWB">Telecommunicatiewet</extref> en de daarop
                                        gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing
                                        is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.5.3</nr>
                  <titel>Maken en veranderen van een
                                        uitweg</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al> Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>a.</lidnr>
                  <al>een uitweg te maken naar de weg;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>b.</lidnr>
                  <al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>c</lidnr>
                  <al>erandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel1/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        </extref>daaronder verstaat.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij
                                        het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Ten aanzien van verzoeken voor een tweede uitrit voor één
                                        perceel geldt dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen
                                        worden gehonoreerd</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet
                                        beheer Rijkswaterstaatswerken, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel5/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref>, de Waterschapskeur of het wegenreglement
                                        van de provincie Groningen van toepassing is.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast,
                                                door de werkzaamheden toegebracht aan de gemeente of
                                                aan derden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                    <li nr="d."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li>
                    <li nr="e."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li>
                    <li nr="g."><al>de bescherming van groenvoorzieningen;</al></li>
                    <li nr="h."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Veiligheid van de weg</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.1</nr>
                  <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht of
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel5/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                            1994</extref> van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.3</nr>
                  <titel>Uitzicht belemmerende beplanting of
                                        voorwerp</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daardoor op andere wijze hinder of
                                    gevaar ontstaat.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.4</nr>
                  <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
                </kop>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting,
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.1.6.12</nr>
                  <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>1 Het is verboden:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>a.</lidnr>
                  <al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>b.</lidnr>
                  <al> bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen,
                                        weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het
                                        gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar
                                        van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming
                                        van gevaar voor personen of goederen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr/>
                  <al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                        Wetboek van Strafrecht of het vaarwegen-reglement Groningen
                                        van toepassing is.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toezicht op evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukX/Artikel160/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 160 eerste lid, onder h van de
                                                Gemeentewet</extref> en artikel snuffelmarkt van
                                            deze verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">Drank- en Horecawet</extref>
                                            gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004318/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">Wet openbare
                                            manifestaties</extref>;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikel 2.3.3.1
                                            (speelgelegenheden) van deze verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.1.2.1. op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.2</nr>
                <titel>Evenementen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 1.8 van deze
                                    verordening, kan de vergunning ook worden geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de aard en het karakter van de locatie waarvoor een
                                            vergunning is aangevraagd zich verzetten tegen het
                                            houden van een evenement of;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het toestaan van het aangevraagde evenement of de
                                            aangevraagde evenementen geen gevarieerd programma van
                                            evenementen ontstaat.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan gebieden en periodes aanwijzen waarin
                                    beperkingen worden gesteld aan het aantal te houden
                                    evenementen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbiedt van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel10/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 10 </extref>juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukVII/Artikel148/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">148 van de Wegenverkeerswet 1994.</extref></al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.3</nr>
                <titel>Uitzondering vergunningsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod genoemd in artikel 2.2.2 (verboden zonder vergunning
                                    een evenement te organiseren), geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, mits:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt
                                            dan 100 personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement wordt gehouden tussen 9:00 en 24:00
                                            uur;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of
                                            anderszins een belemmering vormt voor het verkeer,
                                            tenzij daarvoor een ontheffing is verleend;</al></li>
                  <li nr="d."><al>slechts enkele kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10m² per object;</al></li>
                  <li nr="e."><al>sprake is van een aanwijsbare organisator;</al></li>
                  <li nr="f."><al>aan evenementen worden de volgende geluidsnormen
                                            opgelegd: tot 20:00 uur gelden er geen geluidsnormen, de
                                            op- en afbouw moet in beginsel tussen 8:00 en 20:00 uur
                                            plaatsvinden en vanaf 20:00 uur tot de vergunde eindtijd
                                            is een geluidsniveau van maximaal 85dB toegestaan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid
                                    stelt de burgemeester tenminste drie weken voorafgaand aan het
                                    evenement van het houden daarvan in kennis op een ander door de
                                    burgemeester te bepalen wijze.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De organisator dient zich te houden aan de voorschriften die de
                                    burgemeester stelt met het oog op een ordelijk en veilig verloop
                                    van een evenement als bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.4</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Toezicht op horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.1</nr>
                  <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                        voor het publiek toegankelijke besloten ruimten waarin
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of
                                        rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid
                                        of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                        aanhorigheden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                        besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                        horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                        tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of
                                        verstrekt.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die
                                        een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in
                                        artikel 2.3.1.2 of artikel 2.3.1.3.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>5.</lidnr>
                  <al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>a.</lidnr>
                  <al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders wonende
                                        bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                        zijlijn tot en met de derde graad;</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>b.</lidnr>
                  <al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelII/Artikel438/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">438 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref>, alsmede personen bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelII/Artikel438/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 438, derde lid van het Wetboek voor
                                            Strafrecht</extref>,</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>c.</lidnr>
                  <al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.4</nr>
                  <titel>vervallen</titel>
                </kop>
                <al/>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.5</nr>
                  <titel>Tijdelijk geldende sluitingsuren;
                                        tijdelijke sluiting</titel>
                </kop>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of
                                    meer horecabedrijven, tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                                    2.3.1.4 geldende sluitingsuren vaststellen.</al>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_20-03-2013#Artikel13b" struct="BWB">artikel 13b van de Opiumwet</extref> van
                                    toepassing is.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.6</nr>
                  <titel>Aanwezigheid in gesloten
                                        horecabedrijf</titel>
                </kop>
                <al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf krachtens een op grond van artikel 2.3.1.5
                                    genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                                    bevinden.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.7</nr>
                  <titel>Ordeverstoring</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.8</nr>
                  <titel>Burgemeester en wethouders als bevoegd
                                        bestuursorgaan</titel>
                </kop>
                <al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                    inrichting is in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel174/geldigheidsdatum_20-03-2013" struct="BWB">artikel 174 Gemeentewet</extref> treedt niet de
                                    burgemeester maar het college van burgemeester en wethouders op
                                    als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van de artikelen 2.3.1.2
                                    tot en met 2.3.1.5.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.9</nr>
                  <titel>Zakelijk karakter van de
                                        vergunning</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al> De vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 is
                                        overdraagbaar.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>In geval van overdracht van de in het eerste lid bedoelde
                                        vergunning dient de nieuwe houder van de vergunning
                                        onmiddellijk hiervan schriftelijk mededeling te doen aan de
                                        burgemeester onder vermelding van zijn naam en zijn
                                        adres.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.10</nr>
                  <titel>Toegang ambtenaren van politie</titel>
                </kop>
                <al>De houder van een horecabedrijf is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en
                                    onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf:</al>
                <al>a gedurende de tijd dat het bedrijf voor bezoekers geopend is;
                                    dan wel</al>
                <al>b gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn en
                                    indien die ambtenaren van politie, gebruik makend van hun
                                    bevoegdheden op grond van artikel 6.3, hun vermoeden uiten dat
                                    daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.1.11</nr>
                  <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al> Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te
                                        laten dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in
                                        dat bedrijf enig voorwerp verhandelt.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al> Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor
                                        openbare verkopingen en veilingen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al> In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr/>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>horecabedrijf: het horecabedrijf als bedoeld in
                                                artikel 2.3.1.1, eerste en tweede lid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1,
                                                vierde lid.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf(Vervallen)</titel>
              </kop>
              <structuurtekst>
                <al/>
              </structuurtekst>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.3.1</nr>
                  <titel>Speelgelegenheden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op deKansspelen
                                                vergunning is verleend.</al></li>
                    <li nr="b."><al>Speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen</al></li>
                    <li nr="c."><al>Speelgelegenheden alwaar de mogelijkheid wordt
                                                geboden om het kleine kansspel als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_20-03-2013#TitelIa_Artikel7c" struct="BWB">artikel 7c van de Wet op de
                                                  Kansspelen</extref> te beoefenen, of te spelen op
                                                speelautomaten als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_20-03-2013#TitelVA" struct="BWB">artikel 30 van de Wet op de
                                                  kansspelen</extref>, of de handeling als bedoeld
                                                in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen
                                                te verrichten</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>De burgemeester weigert de vergunning</al>
                  <lijst>
                    <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid en de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid.</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>2.3.3.2</nr>
                  <titel>Kansspelautomaten</titel>
                </kop>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                      <li nr="a."><al>Wet: de wet op de kanspelen.</al></li>
                      <li nr="b."><al>Kanspelautomaten: automaat als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelVA_1_Artikel30" struct="BWB">artikel 30, onder c. van de
                                                  Wet</extref>.</al></li>
                      <li nr="c."><al>Hoogdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelVA_1_Artikel30" struct="BWB">artikel 30, onder d. van de
                                                  Wet.</extref></al></li>
                      <li nr="d."><al>Laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 30, onder 3, van de Wet.</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee
                                            kansspelautomaten toegestaan.</al></li>
                  <li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten
                                            niet toegestaan.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.1</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning, lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel174a/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 174a Gemeentewet</extref> gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_25-03-2013#Artikel13b" struct="BWB">artikel 13b, van de Opiumwet</extref> gesloten
                                    voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal, een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.2</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden de weg of dat gedeelte van een roerende of
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een roerende of
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding,
                                    aan te plakken of te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen ;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                    afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen aanplakborden aanwijzen voor
                                    het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het
                                    aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, welke geen
                                    betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingenGTB.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.3</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden tussen des avonds 10 uur en des morgens 6 uur
                                    op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben
                                    enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof
                                    of verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet
                                    zijn gebezigd of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden
                                    in artikel 2.4.2.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.4</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden tussen des avonds 10 uur en des morgens 6 uur op
                                    de weg te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse
                                    sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap,
                                    voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de in dat lid bedoelde gereedschappen, voorwerpen of
                                    middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in dat lid
                                    bedoelde handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.4</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.8</nr>
                <titel>Hinderlijk drankgebruik. </titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan wegen die deel uitmaken vanen door het
                                    college aangewezen gebied alcoholhoudende drank te nuttigen, dan
                                    wel al dan niet geopende flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben met de kennelijke
                                    bedoeling op of aan de hier bedoelde wegen tot nuttiging van de
                                    drank over te gaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op terrassen van inrichtingen waarin een horecabedrijf
                                            of een horecawerkzaamheid wordt uitgeoefend, waar
                                            alcoholhoudende drank wordt verstrekt voor gebruik ter
                                            plaatse;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op dagen en tijdstippen, voor welke het door de
                                            burgemeester op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_25-03-2013#i5_Artikel35" struct="BWB">artikel 35 van de Drank- en
                                                Horecawet</extref> is toegestaan zwakalcoholische
                                            drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A</nr>
              <titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank en Horecawet</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.34</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>De begripsbepalingen uit artikel 1 van de Drank- en Horecawet zijn
                                op deze verordening van toepassing.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.35</nr>
                <titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend vanaf één uur voor aanvang tot uiterlijk anderhalf
                                    uur na beëindiging van de activiteiten die passen binnen de
                                    statutaire doelstellingen van de desbetreffende paracommerciële
                                    rechtspersoon. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan aan een paracommerciële rechtspersoon in
                                    bijzondere omstandigheden, in relatie tot de activiteiten van
                                    die rechtspersoon, ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.36</nr>
                <titel>Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                                    die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                    desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt
                                    tot oneerlijke mededinging.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Paracommerciële rechtspersonen geven aan derden geen gelegenheid
                                    om in de inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens
                                    in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke
                                    aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of
                                    niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan aan een paracommerciële rechtspersoon in
                                    bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het bepaalde
                                    in het eerste en tweede lid. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.9</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag bij of in
                                    gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort van een
                                    openbaar gebouw op te houden, of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een openbaar
                                    gebouw te zitten of te liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van gebouwen, die
                                    voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk
                                    doel te bevinden in een voor gemeenschappe-lijk gebruik bestemde
                                    ruimte van een zodanig gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.10</nr>
                <titel>Gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt
                                    en kermisterrein e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                gehouden wordt welke publiek trekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.14</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zonder toestemming bewakingsapparatuur te gebruiken
                                indien daarmee personen kunnen worden gadegeslagen in een ander
                                gebouw, vaartuig of besloten erf </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.17</nr>
                <titel>Loslopende honden, verboden plaatsen,
                                    identificatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="b."><al> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door burgemeester en
                                            wethouders aangewezen plaats</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een door middel van tatoeage aangebracht
                                            identificatiemerk, die de eigenaar of houder duidelijk
                                            doen kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap laat begeleiden door een
                                    geleidehond en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is
                                    of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                    gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.18</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van
                                    uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats, met uitzondering
                                    van de goot van de rijweg naast een hoger gelegen trottoir.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich
                                    met een hond op een openbare plaats bevindt, een hulpmiddel bij
                                    zich te hebben dat dient tot het opruimen van openbare plaats
                                    bevindt, een hulpmiddel bij zich te hebben dat dient tot het
                                    opruimen van openbare plaats bevindt, een hulpmiddel bij zich te
                                    hebben dat dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De geboden genoemd in het eerste en vierde lid gelden niet voor
                                    zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.19</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag of
                                    hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                    aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor
                                    zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte gemeten
                                    van hand tot halsband van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een muikorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Doormiddel van een stevige riem zodanig rond de hals is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens
                                            niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>Zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.4.17 eerste lid onder c
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.20</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>aanwezig te hebben;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al> aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>te voeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde
                                    regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                    door hen is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de rechtheb-bende op een
                                    onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid
                                    aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het
                                    in het tweede lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.21</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen. </titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="A."><al>Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelII/Artikel437/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
                                            van Strafrecht</extref></al></li>
                <li nr="B."><al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle</al><al> gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.2</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al>
              <al>a het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                goed;</al>
              <al>b de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al>
              <al>c een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat
                                mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al>
              <al>d de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                goed;</al>
              <al>e de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.3</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437
                                    ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelII/Artikel437ter/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 437 ter, tweede lid, van het Wetboek
                                        van Strafrecht</extref>, de burgemeester of de door deze
                                    aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij
                                    van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens
                                    schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het
                                    volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn
                                    onderneming in gebruik genomen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b</lidnr>
                <al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                    register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen,
                                    schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn
                                    woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem
                                    ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde
                                    lokaliteit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                    gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van
                                    de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan
                                    redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig
                                    is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan
                                    onverwijld kennis te geven aan de onder a. bedoelde
                                    functionaris;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de
                                    burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen
                                    ambtenaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                    gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar
                                    niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan
                                    onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in
                                    kennis te stellen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.4</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen</titel>
              </kop>
              <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al>
              <al>Afdeling 6 Consumentenvuurwerk</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Consumentenvuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al>
              <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.2</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van
                                    consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stllen aanwezig te houden, zonder vergunning van het
                                college.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.3</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                    burgemeester en wethouders in het belang van de voorkoming van
                                    gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden vuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek
                                    toegankelijke plaats te gebruiken indien zulks gevaar, schade of
                                    overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelI/Artikel429/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref> van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7.1</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_25-03-2013#Artikel2" struct="BWB">artikel 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_25-03-2013#Artikel3" struct="BWB">3 van de Opiumwet</extref>, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>PROSTITUTIEBEDRIJVEN, SEKSWINKEL, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen en nadere regels</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.2.</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>
                    <cursief> Prostitutie</cursief>: het zich
                                        beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                                        handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>
                    <cursief> Prostituee</cursief>: degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>
                    <cursief> Prostitutiebedrijf</cursief>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een prostitutiebedrijf worden in
                                        elk geval verstaan: een erotische massagesalon, sekstheater,
                                        bordeel of een parenclub, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>
                    <cursief> Escortbedrijf</cursief>: de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt,
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>
                    <cursief> Sekswinkel</cursief>: de voor het
                                        publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin goederen van
                                        erotisch- pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht;</al></li>
                <li nr="f."><al>
                    <cursief> Exploitant:</cursief> de natuurlijke
                                        persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die
                                        een prostitutiebedrijf of escortbedrijf exploiteert of
                                        exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>
                    <cursief>Beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een prostitutiebedrijf of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>
                    <cursief> Bezoeker</cursief>: degene die aanwezig is in een
                                        prostitutiebedrijf, met uitzondering van:</al></li>
                <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                <li nr="4."><al>het personeel dat in het prostitutiebedrijf werkzaam
                                        is;</al></li>
                <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.1a Apv;</al></li>
                <li nr="6."><al>andere personen van wie aanwezigheid in het
                                        prostitutiebedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk
                                        is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.3.</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college van burgemeester en wethouders of, voor zover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel174/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 174 van de Gemeentewet</extref>, de
                                burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.4.</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3.3.2. genoemde belangen, kan het
                                college van burgemeester en wethouders over de uitoefening van de
                                bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Prostitutiebedrijf, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.1.</nr>
                <titel>Prostitutiebedrijf en escortbedrijf</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een prostitutiebedrijf of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan( Het aantal prostitutiebedrijven is niet hoger
                                    dan 1).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning als bedoeld in
                                    het tweede lid worden in ieder geval vermeld:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>de aard van het prostitutiebedrijf of het escortbedrijf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het aantal werkzame prostituees;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>de plaatselijke en kadastrale ligging van het prostitutiebedrijf
                                    door middel van een situatietekening met een schaal van
                                    tenminste 1:1000 en een plattegrond van het prostitutiebedrijf
                                    door middel van een tekening met een schaal van tenminste
                                    1:100;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van
                                    Koophandel; en</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>g.</lidnr>
                <al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het
                                    gebruik van de ruimte bestemd voor het prostitutiebedrijf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De vergunning wordt verleend voor een periode van vier jaar. Na
                                    44 maanden zal opnieuw vergunning voor een volgende periode
                                    moeten worden aangevraagd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> De burgemeester kan een aanvraagformulier vaststellen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.2.</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of voogdij;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/EersteBoek/TitelIIA/Tweedeafdeling/Artikel37/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref> in een psychiatrisch ziekenhuis
                                    geplaatst of met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/EersteBoek/TitelIIA/Tweedeafdeling/Artikel37a/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 37a van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref> ter beschikking gesteld;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvolwaardelijke vrijheidstraf van zes maanden of meer door een
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba, Sint Eustatius dan wel door een andere rechter
                                    wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                    voorlopige hechtenis ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/EersteBoek/TitelIV/Tweedeafdeeling/1/Artikel67/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                        Strafvordering</extref> is toegelaten;</al>
                <al>c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                    rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                    andere hoofdstraf als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/EersteBoek/TitelII/Artikel9/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht</extref>, wegens dan wel mede wegens
                                    overtreding van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="1º"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">Drank- en Horecawet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">de Opiumwet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0011823/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">de Vreemdelingenwet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0007149/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">de Wet arbeid
                                            vreemdelingen</extref>;</al></li>
                  <li nr="2º"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelV/Artikel137c/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikelen 137c</extref> tot en met
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelV/Artikel137g/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">137g</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelV/Artikel140/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">140</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/Artikel240b/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">240b</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/Artikel242/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">242</extref> tot en met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/Artikel249/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">249</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/Artikel250a/geldigheidsdatum_31-12-2004" struct="BWB">250a(</extref>oud), <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/Artikel252/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">252</extref>, 273a, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXX/Artikel300/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">300</extref> tot en met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXX/Artikel303/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">303</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXXX/Artikel416/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">416</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXXX/Artikel417/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">417</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXXX/Artikel417bis/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">417bis</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelI/Artikel426/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">426</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelII/Artikel429quater/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">429quater</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelVI/Artikel453/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">453 van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref>;</al></li>
                  <li nr="3º"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel8/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikelen 8</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukIX/Artikel162/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">162, derde lid</extref>, alsmede
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel6/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 6</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukII/1/Artikel8/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 8</extref> of juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukIX/Artikel163/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                1994</extref>;</al></li>
                  <li nr="4º"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelI_Artikel1" struct="BWB">artikelen 1, onder a, b en d</extref>,
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelII_Artikel13" struct="BWB">13</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelII_Artikel14" struct="BWB">14</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelIV_Artikel27" struct="BWB">27</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002469/geldigheidsdatum_25-03-2013#TitelVA_2_Artikel30b" struct="BWB">30b van de Wet op de
                                                Kansspelen</extref>;</al></li>
                  <li nr="5º"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001980/geldigheidsdatum_25-03-2013#Hoofdstuk1_Artikel2" struct="BWB">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001980/geldigheidsdatum_25-03-2013#Hoofdstuk1_Artikel3" struct="BWB">3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen</extref>;</al></li>
                  <li nr="6º"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/geldigheidsdatum_25-03-2013#i12_Artikel54" struct="BWB">artikelen 54</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/geldigheidsdatum_25-03-2013#i12_Artikel55" struct="BWB">55 van de Wet wapens en
                                                munitie</extref>.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/EersteBoek/TitelVIII/Artikel74/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB">artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht</extref> of<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002320/HoofdstukIX/Afdeling2/Artikel76/geldigheidsdatum_25-03-2013" struct="BWB"> artikel 76, derde lid onder a van de Algemene
                                        wet inzake rijksbelastingen</extref>, tenzij de geldsom
                                    minder dan 375 euro bedraagt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>bij intrekking van de vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van de intrekking van de vergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                    exploitant of beheerder geweest van een escortbedrijf of
                                    prostitutiebedrijf dat voor ten minste één maand door het
                                    bevoegde bestuursorgaan is gesloten of waarvan de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.2.1. is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.3.</nr>
                <titel>Sluitingsuur</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de openingstijden en het verplichte
                                    sluitingsuur van een prostitutiebedrijf vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>Het is verboden een prostitutiebedrijf voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    buiten de toegestane openingstijden, of zonder dat de ingevolge
                                    artikel 3.2.1. op de vergunning vermelde exploitant of beheerder
                                    in het prostitutiebedrijf aanwezig is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>Het is een bezoeker van een prostitutiebedrijf verboden zich
                                    daarin te bevinden gedurende de tijd dat die prostitutiebedrijf
                                    krachtens het eerste lid en eerste lid onder a, dan wel
                                    krachtens artikel 3, eerste lid gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester door middel
                                    van een vergunningvoorschrift</al>
                <al> als bedoeld in artikel 1.43 voor een afzonderlijke
                                    prostitutiebedrijf andere sluitingstijden vaststellen </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van
                                    toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.4.</nr>
              </kop>
              <al>
                <vet>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting</vet>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan;</al></li>
                <li nr="a."><al>tijdelijke andere dan krachtens artikel 3.2.3, eerste lid,
                                        geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                <li nr="b."><al>van een afzonderlijke prostitutiebedrijf al dan niet
                                        tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                        bevelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk3/Afdeling36/Artikel341/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 3:41 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</extref>, maakt het bevoegd bestuursorgaan
                                        het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk3/Afdeling36/Artikel342/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">3:42 Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref>.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.5</nr>
              </kop>
              <al>
                <vet>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</vet>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een prostitutiebedrijf voor bezoekers
                                        geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1. op
                                        de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                        prostitutiebedrijf aanwezig is.</al></li>
                <li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al></li>
                <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXIV/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">misdrijven tegen de zeden</extref>), XX
                                            (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXX/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">mishandeling</extref>), XXII (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXXII/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">diefstal</extref>) en XXX (heling) van
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht</extref>, in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001941/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">de Opiumwet</extref> en in d<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">e Wet wapens en munitie</extref>; en</al></li>
                <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0007149/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0011823/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.6.</nr>
              </kop>
              <al>
                <vet>Straat- en raamprostitutie</vet>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                        toegankelijke plaats of op een plaats, zichtbaar vanaf de
                                        weg of vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats
                                        iemand door woord, houding, gebaar of op enigerlei andere
                                        wijze tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                        te lokken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Een ieder die van een ambtenaar van politie in het belang
                                        van de naleving van het bepaalde in het eerste lid, het
                                        bevel krijgt zich van de daar bedoelde plaats te verwijderen
                                        in een bepaalde richting is verplicht aan dat bevel gevolg
                                        te geven.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is degene aan wie dit door of namens burgemeester en
                                        wethouders in het belang van de openbare orde of
                                        zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich anders dan in
                                        een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen wegen en plaatsen
                                        gedurende de uren daarbij genoemd.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het derde lid gestelde verbod geldt gedurende het in
                                        de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf
                                        weken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.7.</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren. Onder onroerende zaak wordt mede verstaan
                                een gedeelte daarvan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.8.</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_27-03-2013#Hoofdstuk1_Artikel7" struct="BWB">artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet</extref>.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.9.</nr>
                <titel>Toezicht door opsporingsambtenaren en toezichthouders</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder van een prostitutiebedrijf of
                                    escortbedrijf zijn verplicht ervoor te zorgen dat
                                    politieambtenaren vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd
                                    toegang hebben tot de inrichting:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>gedurende de tijd dat deze voor bezoekers geopend is;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>gedurende de tijd dat deze voor bezoekers gesloten dient te
                                    zijn, indien die opsporingsambtenaren hun vermoeden dat daarin
                                    bezoekers aanwezig zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd om toezichthouders aan te wijzen. De
                                    exploitant en de beheerder van een prostitutiebedrijf of
                                    escortbedrijf zijn verplicht hen op hun verzoek toegang te
                                    verlenen</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Geluid- en lichthinder.</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.1.</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De voorschriften 1.1.1., 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage
                                    onder B van het Besluit gelden niet voor negen (9) door het
                                    college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
                                    geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een
                                    of meer van de volgende delen:..</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 3 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 uit de bijlage onder
                                    B van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij het voorschrift
                                    1.5.1 uit de Bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing
                                    is mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor
                                    de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                    heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.7</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                    hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    bepaalde ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin voorzien
                                    wordt door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003227/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet geluidhinder</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002120/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Zondagswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004318/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet openbare manifestaties</extref>, het
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0013360/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Vuurwerkbesluit</extref> of de Provinciale
                                        Milieuverordening<cursief>.</cursief></al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Afvalstoffen(vervallen)</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging(vervallen)</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.5</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders ten behoeve
                                van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst
                                aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander
                                voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                                tijdsperiode.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.6</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.8</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
              <al>Afdeling 5 Het bewaren van houtopstanden</al>
              <al>1 In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a)"><al>Boom: een houtachtig, overblijvend gewas, met een
                                        dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op
                                        1,30 hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
                                        geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;</al></li>
                <li nr="b)"><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;</al></li>
                <li nr="c)"><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen;</al></li>
                <li nr="d)"><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand;</al></li>
                <li nr="e)"><al>monumentale houtopstand: de houtopstand die voldoet aan de
                                        hierna te noemen basisvoorwaarden en aan tenminste één van
                                        de nader te noemen specifieke voorwaarden. </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>Basisvoorwaarden </cursief>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>50 jaar of ouder; </al></li>
                <li nr="-"><al>redelijke conditie; minimaal 10 tot 15 jaar nog te
                                        leven;</al></li>
                <li nr="-"><al>karakteristiek (door natuurlijke groei en/of snoeiwijze
                                        ontstaan). </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>Specifieke voorwaarden</cursief>
              </al>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van de ecologische infrastructuur;</al></li>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van een karakteristieke boomgroep of
                                                laanbeplanting;</al></li>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van een zeldzame biotoop </al></li>
                    <li nr="-"><al>zeldzaam, gedenkboom; </al></li>
                    <li nr="-"><al>bepalend voor de omgeving (zichtbaar vanaf openbare
                                                weg en levert bijdrage </al><al> aan de kwaliteit van de openbare ruimte); </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="-"><al>herkenningspunt.</al></li>
                <li nr="f)"><al>potentieel monumentale houtopstand: de houtopstand die
                                        voldoet aan de hierna te noemen basisvoorwaarden en aan
                                        tenminste één van de nader te noemen specifieke voorwaarden.
                                    </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>Basisvoorwaarden </cursief>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>35 jaar of ouder; </al></li>
                <li nr="-"><al>redelijke conditie; minimaal 10 tot 15 jaar nog te
                                        leven;</al></li>
                <li nr="-"><al>karakteristiek (door natuurlijke groei en/of snoeiwijze
                                        ontstaan). </al></li>
              </lijst>
              <al>
                <cursief>Specifieke voorwaarden</cursief>
              </al>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van de ecologische infrastructuur;</al></li>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van een karakteristieke boomgroep of
                                                laanbeplanting;</al></li>
                    <li nr="-"><al>onderdeel van een zeldzame biotoop </al></li>
                    <li nr="-"><al>zeldzaam, gedenkboom; </al></li>
                    <li nr="-"><al>bepalend voor de omgeving (zichtbaar vanaf openbare
                                                weg en levert bijdrage </al><al> aan de kwaliteit van de openbare ruimte); </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="-"><al>herkenningspunt.</al></li>
                <li nr="g)"><al>bomenlijst: lijst waarop monumentale en potentieel
                                        monumentale houtopstanden zijn opgenomen.</al></li>
                <li nr="h)"><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002357/geldigheidsdatum_27-03-2013#AfdelingI_Artikel1" struct="BWB">artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet.</extref></al></li>
                <li nr="i)"><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostom ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocytis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li>
                <li nr="j)"><al>iepenspintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus
                                        multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.</al></li>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.2</nr>
                <titel>Kapverbod</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de
                                houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de
                                bomenlijst.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.3</nr>
                <titel>Aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                houtopstand te beschikken.</al>
              <al>Wanneer het bureau Laser aan burgemeester en wethouders een
                                afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld
                                in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002357/geldigheidsdatum_27-03-2013#AfdelingII_Artikel2" struct="BWB">artikel 2 van de Boswet</extref>, beschouwen
                                burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een
                                vergunningaanvraag.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.3a</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders verlenen in beginsel geen
                                    kapvergunningen anders dan na een zorgvuldige belangenafweging
                                    op basis van de criteria “waardering”, “overlast”, “kwaliteit”
                                    en “dringende redenen”.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan met betrekking tot de in het vorige lid genoemde
                                    criteria en de te maken afweging beleidsregels vaststellen</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.5</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden
                                herplant.</al>
              <al> Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al>
              <al> Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met
                                ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt en dat
                                indien gedurende de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige
                                voorziening is gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat
                                op dat verzoek is beslist.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.6</nr>
                <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze
                                    teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                    van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                    herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hen te stellen termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                    treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                                    om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                    door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor
                                    die bedreiging wordt weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
                                    tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
                                    is verplicht daaraan te voldoen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.7</nr>
                <titel>Schadevergoeding</titel>
              </kop>
              <al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4.5.2, artikel 4.5.5 of artikel 4.5.6, schade
                                lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                                anderszins is verzekerd, kennen burge-meester en wethouders hem op
                                zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                toe.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.8</nr>
                <titel>Bestrijding iepziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                    bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>a het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                    in voorraad te hebben of te vervoeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> b het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
                                    iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                                    cm.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> c Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    onder a van dit lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bescherming van flora en fauna</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6.1</nr>
                <titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel>
              </kop>
              <al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7.1.</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvaststoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c</lidnr>
                <al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al>
                <al>d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                    een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref> of de
                                    desbetreffende provinciale verordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7.1a</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Meststoffenwet;</al>
                <al> b emissiearm aanwenden: gebruiken van dierlijke meststoffen op
                                    de wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                    dierlijke meststoffen 1998 behorende bijlage II, met dien
                                    verstande echter dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet
                                    worden: ‘tijdens het uitrijden van de dierlijke mest deze
                                    gelijktijdig wordt ondergewerkt’;</al>
                <al> c grond: bouwland, maïsland en grasland.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden dierlijke meststoffen uit te rijden, op
                                    te brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag,
                                    zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit
                                    artikel, wordt aangewend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                    geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                    zindelijke staat verkeren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7.2</nr>
                <titel>Vergunningsplicht handelsreclame</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning het bevoegd gezag op of
                                        aan een onroerende zaak</al><al> handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een
                                        opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook,
                                        die vanaf de weg zichtbaar is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></li>
                <li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></li>
                <li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                        daartoe aangewezen door de overheid;</al></li>
                <li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                        langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                        op:</al></li>
                <li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                        verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li>
                <li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                        onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                        bestemd;</al></li>
                <li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li>
                <li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor opschriften of aankondigingen van
                                        kennelijk tijdelijke aard, voor</al><al> zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits:</al></li>
                <li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
                                        is gedaan aan het college;</al></li>
                <li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                        kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li>
                <li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                        weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li>
                <li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al></li>
                <li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li>
                <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li>
                <li nr="5."><al>De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet
                                        voorbouwwerken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7.3</nr>
                <titel>Eisen aan niet-vergunningsplichtige handelsreclame</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in artikel 4.7.2., tweede lid,de veiligheid van het verkeer
                                in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                        paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers
                                        en de tot die wegen behorende paden en bermen of
                                        zijkanten</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al></li>
                <li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li>
                <li nr="2."><al>tweewielige fietsen en tweewielige bromfiets;</al></li>
                <li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                            1990</extref>;</al></li>
                <li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke voertuigen,
                                        rolstoelen;</al></li>
                <li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al> drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                    toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een
                                    straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan
                                    wel</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>b de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                    eerste lid genoemde persoon.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.3</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.4</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat
                                    rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een
                                    kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.5</nr>
                <titel>Caravans e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende of houder van kampeerwagens, caravans,
                                    magazijnwagens, aanhangwagens, keetwagens of andere dergelijke
                                    voertuigen die voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend
                                    of mede voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebezigd
                                    verboden deze langer dan vijf werkdagen achtereen te doen of te
                                    laten staan op wegen, waaronder mede worden begrepen openbare
                                    parkeerterreinen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het onder het eerste en
                                    het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen, mits het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente niet wordt geschaad, of, voor
                                    zover van toepassing, de evenredige verdeling van de beschikbare
                                    openbare parkeerruimte niet wordt aangetast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover de bij of krachtens de Wet op de openluchtrecreatie
                                    gestelde voorschriften, de Provinciale caravan- en
                                    tentenverordening, het Provinciaal Wegenreglement of de
                                    provinciale landschapsverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.6</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.7</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer
                                    dan 2,6 meter te parkeren binnen de bebouwde kommen van de
                                    gemeente op de weg of op een openbare parkeergelegenheid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>
                  <cursief>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        het parkeren:</cursief>
                </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>
                      <cursief>op de daartoe door het college aangewezen wegen
                                                en/of openbare parkeergelegenheden;</cursief>
                    </al></li>
                  <li nr="b."><al>
                      <cursief>op werkdagen van 7:00 tot 18:00 uur gedurende
                                                ten hoogste één uur</cursief>
                    </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>
                  <cursief>Het co</cursief>llege kan van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlene</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.8</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>
                  <cursief>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                        lading, een lengte heeft van meer dan </cursief>
                  <cursief> 6 meter of een hoogte van meer dan 2,6 meter, op de
                                        weg te parkeren bij een voor </cursief>
                  <cursief> bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op
                                        zodanige wijze dat daardoor </cursief>
                  <cursief>het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                        gebouw op hinderlijke wijze wordt </cursief>
                </al>
                <al>
                  <cursief> belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                                        aangedaan.</cursief>
                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>
                  <cursief>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren </cursief>
                  <cursief> van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                        voertuig ter plaatse noodzakelijk </cursief>
                  <cursief> is.</cursief>
                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.10</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                    plantsoen of een van gemeenteweg aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1. , onder
                                            a.;</al></li>
                  <li nr="b"><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li>
                  <li nr="c"><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.11</nr>
                <titel>Overlast door fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.3</nr>
                <titel>Standplaatsen: uitstallingen op de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere
                                    - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke
                                    en in de openlucht gelegen plaats:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een
                                    standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening
                                    van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                    verstrekken, dan wel diensten aan te bieden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om
                                    deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan
                                    publiek.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan,
                                    dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn
                                    uitgestald als bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                    aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven
                                    stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_27-03-2013#Hoofdstuk1_Artikel7" struct="BWB">artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet</extref>. Alsdan geldt ook het in het tweede lid
                                    gestelde verbod niet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
                                    de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de
                                    gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de
                                    markt gehouden wordt voor een evenement als bedoeld in artikel
                                    2.2.1, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in
                                    artikel 5.2.4.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het wegenreglement van de provincie
                                    Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a</lidnr>
                <al> in het belang van de openbare orde;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c</lidnr>
                <al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d</lidnr>
                <al>d in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat
                                    door het verlenen van de vergunning een redelijk
                                    verzorgingsni-veau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f</lidnr>
                <al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag
                                    voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens
                                    een milieuwetplichtige activiteit betreft en indien geen
                                    toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag
                                    waarop de beslissing over de milieuvergunningaanvraag is
                                    genomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.4.</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluiten dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li>
                <li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van de openbare orde.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.1</nr>
                <titel>Gebruik van openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een
                                    voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in, of boven openbaar
                                    water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Het in het
                                    eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004364/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Scheepvaartverkeerwet</extref>,de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Telecommunicatiewet</extref> of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003628/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref> of
                                    het vaarwegenreglement Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.2</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of
                                    te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of
                                    beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een
                                    vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a</lidnr>
                <al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> b beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet milieubeheer</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003628/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref> of
                                    het vaarwegenreglement Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.3</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                    bepaalde kunnen burgemeester en wethouders aan de rechthebbende
                                    op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang
                                    van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                    milieu-hygiëne en het aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met
                                    betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                    ligplaats op te volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003628/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref> of
                                    het vaarwegenreglement Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.4</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, tweede
                                lid en 5.3.3 bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.5</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroei-ing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/TweedeBoek/TitelXXVII/Artikel350/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 350 Wetboek van Strafrecht</extref>, de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003628/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Binnenvaartpolitiereglement</extref> of het
                                    vaarwegenreglement Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.6</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.7</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de<extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008331/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB"> Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref> of
                                    het vaarwegenreglement Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.8</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                    een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop
                                    of daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.1</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in </al>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>
                      <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/HoofdstukI/Artikel1/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 1, onderdeel z, en een
                                                bromfiets als bedoeld in artikel 1</extref>
                    </al></li>
                </lijst>
                <al>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/HoofdstukI/Artikel1/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">onderdeel i, van het Reglement verkeersregels
                                        en verkeerstekens 1990</extref> een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het
                                    publiek.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet milieubeheer</extref> of het Besluit
                                    geluidsproductie sportmotoren van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.2</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij
                                    verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/HoofdstukI/Artikel1/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 1, onderdeel z, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990</extref> of een
                                    bromfiets als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/HoofdstukI/Artikel1/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 1, onderdeel i, van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeersteken-s 1990</extref>, een fiets
                                    of een paard aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan
                                    berokkenen aan milieuwaarden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaatsen:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al> a zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in
                                    het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden, dan
                                    wel;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> b zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een
                                    fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing
                                    aangeduid tijdstip.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor berijders
                                    van paarden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al> a ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/HoofdstukII/12/Artikel29/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 29, eerste lid, van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990</extref> door de
                                    minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al> b die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    plaatsen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al> c die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al> d van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van
                                    percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen plaatsen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e</lidnr>
                <al> e voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                    van de onder d. bedoelde personen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a</lidnr>
                <al> op wegen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel1/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                        Wegenverkeerswet 1994</extref>;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b</lidnr>
                <al>binnen de bij of krachtens de provinciale 'Verordening
                                    stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het tweede lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Stoken van vuur</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5.1</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken
                                    of te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> a in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> b ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al> c ter bescherming van de flora en de fauna;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>d.ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het
                                    milieu door rook, roet, stof, walm of stank.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a</lidnr>
                <al> op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b</lidnr>
                <al>de provinciale milieuverordening;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c</lidnr>
                <al>
                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/DerdeBoek/TitelI/Artikel429/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek
                                        van strafrecht</extref> van toepassing is; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d</lidnr>
                <al>het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                    dergelijke,sfeervuren, zoals terrashaarden, vuurkorven en
                                    dergelijke of vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen
                                    gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5a</nr>
              <titel>Carbidschieten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5a.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="I."><al>carbidschieten: het in een (melk)bus, container, opslagvat
                                        of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve
                                        wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie
                                        tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                        vergelijkbare eigenschappen.</al></li>
                <li nr="II."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en
                                        wethouders of, voorzover het openbare vermakelijkheden als
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel174/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">artikel 174 van de Gemeentewet</extref>
                                        betreft, de burgemeester.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5a.2</nr>
                <titel>Verbodsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Carbidschieten in de openlucht is verboden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur
                                        en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar op een
                                        erf behorende bij een woning buiten de bebouwde kom, waarbij
                                        gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van
                                        60 liter mits aan de volgende voorwaarden wordt
                                        voldaan:</al></li>
              </lijst>
              <al>I er maximaal vier personen aanwezig zijn die carbidschieten,
                                waaronder een meerderjarige bewoner van de betreffende woning die
                                ervoorzorgdraagt dat deze voorwaarden worden nageleefd;</al>
              <al>II er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene
                                die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen
                                vermoeden dat daardoor gevaar kan optreden voor mens en milieu;</al>
              <al>III er in totaal niet meer dan twee bussen worden gebruikt;</al>
              <al>IV er naast de onder I genoemde personen geen publiek aanwezig is
                                anders dan bewoners van de betreffende woning;</al>
              <al>V de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot
                                gebouwen van derden tenminste 100 meter bedraagt;</al>
              <al>VI het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt; dit terrein is
                                in eigendom van of wordt gehuurd of gepacht door een bewoner van de
                                betreffende woning en daarin zijn geen openbare pad en/of wegen
                                gelegen;</al>
              <al>VII indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het
                                schietterrein goed te worden verlicht.</al>
              <al>VIII De onderdelen I en IV zijn niet van toepassing op de door het
                                college aangewezen gebieden of op aanvraag toegewezen locaties
                                buiten de bebouwde kom</al>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast of in het belang van de
                                        natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar
                                        het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="5."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet milieubeheer</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0008804/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet wapens en munitie</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0003892/geldigheidsdatum_31-05-2008" struct="BWB">Wet milieugevaarlijke stoffen</extref>, de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0007606/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet vervoer gevaarlijke stoffen</extref> of
                                        het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wetboek van Strafrecht</extref> van
                                        toepassing is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Lijkbezorging en asverstrooiing</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemene bepalingen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.1</nr>
                  <titel>Begripsomschrijving</titel>
                </kop>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
                                    de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
                                    gewenste plek buiten een permanent terrein.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.2</nr>
                  <titel>Tijdvak voor begraven e.d.</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden te begraven of urnen met asbus bij te zetten
                                    buiten het tijdvak van 17.00 uur tot 09.00 uur.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.3</nr>
                  <titel>Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</titel>
                </kop>
                <al>Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of
                                    zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.4</nr>
                  <titel>Aanwijzingen</titel>
                </kop>
                <al>Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of
                                    namens de rechtheb-bende op een begraafplaats gegeven worden met
                                    betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang
                                    van de orde en rust op de begraaf-plaats.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.5</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>a.</lidnr>
                  <al>verharde delen van de weg</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>b.</lidnr>
                  <al>schoolpleinen en kinderspeelplaatsen</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit nemen waarin
                                        voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere
                                        plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                        plaatsvindt.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de
                                        nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van
                                        bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod
                                        als bedoeld in het eerste lid tot incidentele asverstrooiing
                                        op verharde delen van de weg. Geen ontheffing wordt verleend
                                        van het verbod tot incidentele asverstrooiing op
                                        school-pleinen en kinderspeelplaatsen.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.6.6</nr>
                </kop>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Benoemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken,
                                gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                                standplaatsen</titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemene bepalingen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.1</nr>
                  <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
                </kop>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>adres: door het college aan een verblijfsobject, een
                                            standplaats, een ligplaats of een afgebakend terrein
                                            toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de
                                            naam van een woonplaats, de naam van een openbare ruimte
                                            en een nummeraanduiding.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="b."><al>afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of
                                            natuurlijke afbakening, waarop zich geen
                                            verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en
                                            afsluitbaar is.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="d."><al>convenant: het tussen de minister van VROM, de
                                            Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke
                                            TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant
                                            inzake postcodes.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="e."><al>ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig
                                            aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld
                                            met een op de over aanwezig terrein of een gedeelte
                                            daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van
                                            een woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden
                                            geschikt vaartuig.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="f."><al>nummeraanduiding: door of namens het college als zodanig
                                            toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een
                                            standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat
                                            bestaat uit één of meer Arabische cijfers, al dan niet
                                            met toevoegingen van een letter- en/of
                                            cijfercombinatie.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="g."><al>openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen
                                            en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één
                                            woonplaats is gelegen.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="h."><al>pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
                                            bouwkundig- constructief zelfstandige eenheid die direct
                                            en duurzaam met de aarde is verbonden en betredbaar en
                                            afsluitbaar is.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="i."><al>rechthebbende: een ieder die krachtens een zakelijk of
                                            persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een
                                            onroerende zaak dathij naar burgerlijk recht bevoegd is
                                            om in die zaak te behandelen zoals in de verordening is
                                            voorgeschreven, alsmede de beheerder.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="j."><al>standplaatsen: een formeel door de gemeente als zodanig
                                            aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is
                                            bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct
                                            en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-,
                                            bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte
                                            ruimte.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="k."><al>uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake
                                            naamgeving en nummering. Deze bepalingen zijn opgenomen
                                            in het Handboek Naamgeving en Nummering.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="l."><al>verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere
                                            panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of
                                            recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die
                                            ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf
                                            de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte,
                                            die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke
                                            rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig
                                            is.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="m."><al>wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in
                                            wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze
                                            indeling verbindt.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="n."><al>woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en
                                            van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van
                                            de gemeente.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="o."><al>de wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0023466/geldigheidsdatum_27-03-2013" struct="BWB">Wet Basisregistraties Adressen en
                                                Gebouwen</extref></al></li>
                </lijst>
                <al/>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.2</nr>
                  <titel>Delegatie van beslissingen aan het college</titel>
                </kop>
                <al>De raad delegeert de beslissingen met betrekking tot naamgeving
                                    en vaststelling, zoals 1. genoemd in de artikelen 5:41 en 5:42
                                    aan het college op grond van de algemene delegatiebevoegdheid
                                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel156/geldigheidsdatum_23-03-2013" struct="BWB">artikel 156, eerste lid, van de
                                        Gemeentewet</extref>.</al>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.3</nr>
                  <titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                        buurten en openbare ruimte.</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het college stelt de naam van de woonplaats(en) vast en kan
                                        desgewenst de woonplaats(en) in wijken en buurten verdelen
                                        en aanduiden met namen, zo nodig met letters en
                                        nummers.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de
                                        openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en
                                        bouwwerken.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het college mandateert de geometrische afbakening van
                                        woonplaatsen, wijken, buurten en delen van de openbare
                                        ruimte aan de algemeen directeur van de dienst die belast is
                                        met de uitvoering van de wet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Onder vaststellen, afbakenen, verdelen, aanduiden en
                                        toekennen, zoals bedoeld in het eerste, tweede en derde lid,
                                        wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken
                                        daarvan.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.4</nr>
                  <titel>Vaststelling ligplaatsen en standplaatsen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1</lidnr>
                  <al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast,
                                        nadat toetsing aan het vigerend bestemmingsplan heeft
                                        plaatsgevonden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het college mandateert de geometrische afbakening van de
                                        ligplaatsen en standplaatsen aan de algemeen directeur van
                                        de dienst die belast is met de uitvoering van de wet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Onder vaststellen ene afbakenen, zoals bedoeld in het eerste
                                        en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                        intrekken daarvan</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.5</nr>
                  <titel>Afbakenen van panden en verblijfsobjecten</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het college mandateert de geometrische afbakening van panden
                                        en verblijfsobjecten aan </al>
                  <al> de algemeen directeur van de dienst die belast is met de
                                        uitvoering van de wet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder afbakenen, zoals bedoeld is in het eerste lid, wordt
                                        tevens begrepen het wijzigen </al>
                  <al> en intrekken daarvan.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.6</nr>
                  <titel>Nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                                        standplaatsen en afgebakende terreinen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Het college mandateert de toekenning van nummers aan
                                        verblijfsobjecten, ligplaatsen, </al>
                  <al> standplaatsen en afgebakende terreinen aan de algemeen
                                        directeur van de dienst die </al>
                  <al> belast is met de uitvoering van de wet.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                        tevens begrepen het wijzigen en </al>
                  <al> intrekken daarvan.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.7</nr>
                  <titel>Aanbrengen van namen en nummers</titel>
                </kop>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>De door het college toegekende of vastgestelde namen,
                                            zoals vervat in artikel 5:41, worden door of in opdracht
                                            van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende
                                            aantallen ter plaatse aangebracht.</al></li>
                  <li nr="2."><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artkel 5:44, waarvoor
                                            een nummer is vastgesteld en waarvoor een beschikking is
                                            opgemaakt, moet dat nummer op een doeltreffende wijze
                                            zijn aangebracht.</al></li>
                  <li nr="3."><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd, verboden
                                            namen aan woonplaatsen, wijken, buurten en openbare
                                            ruimte toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te
                                            brengen.</al></li>
                  <li nr="4."><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd, verboden
                                            aan een verblijfsobject, standplaats, ligplaats of
                                            afgebakend terrein nummers toe te kennen door deze op
                                            zichtbare wijze aan te brengen.</al></li>
                  <li nr="5."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met
                                            wijk-of buuraanduiding, borden met namen van openbare
                                            ruimte en naamverwijsborden aan een gebouw, muur of
                                            andere soort terreinafscheiding worden aangebracht,
                                            draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier
                                            bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig
                                            de aanwijzingen van de gemeente worden bevestigd,
                                            onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="6."><al>Indien het college het noodzakelijk acht een naambord,
                                            waarop een vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk
                                            naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven, zal
                                            de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het
                                            college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                            verbonden.</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="7."><al>De rechthebbende zorgt ervoor dat de in het eerste en
                                            tweede lid bedoelde borden en nummeringen vanaf de
                                            openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al></li>
                  <li nr="8."><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de nummers
                                            binnen vier weken na kennisgeving of binnen vier weken
                                            na voltooiing van het object zijn aangebracht.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.8</nr>
                  <titel>Uitvoeringsvoorschriften en handhaving</titel>
                </kop>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen
                                            betreffende het proces en de wijze van:</al></li>
                  <li nr="a."><al>naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                            buurten en openbare ruimte;</al></li>
                  <li nr="b."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                                            standplaatsen en afgebakende terreinen;</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="c."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen</al></li>
                  <li nr="2."><al>Deze uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met de
                                            wet en het convenant inzake postcodes.</al></li>
                  <li nr="3."><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn beschreven in het
                                            handboek naamgeving en nummering en zijn opgesteld onder
                                            verantwoordelijkheid van de algemeen directeur van de
                                            dienst </al><al> die belast is met de uitvoering van de wet.Handhaving
                                            van de uitvoeringsvoorschriften is opgedragen aan de
                                            algemeen directeur van de dienst die is belast met het
                                            beheer en onderhoud van de openbare ruimte.</al></li>
                </lijst>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Overtreding van bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
                                bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover ten aanzien van
                                overtreding van bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften of beperkingen in hogere regelingen straf is
                                bepaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1a</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij het besluit van burgemeester en
                            wethouders d.d. 2 september 2010 aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Opsporingsambtenaren</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet> (Vervallen)</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Betreden dan wel binnentreden woning, andere gebouwen en
                                terreinen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>1 Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in
                            de Noorderkrant waarin zij is geplaatst.</al>
            <al>2 Op dat tijdstip worden de Algemene Plaatselijke Verordening voor de
                            gemeente Ten Boer, zoals vastgesteld bij besluit van de raad van de
                            gemeente Ten Boer d.d. 28 mei 2008, ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Vergunningen en ontheffingen hoe ook genaamd verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artike II tweede lid blijven indien en voor
                                zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
                                zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende 5 jaren
                                na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening van kracht.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de
                                wijzigingsverordening bedoeld in artikel II, tweede lid, blijven -
                                indien en voor zover de bepalingen in gevolge welke deze
                                voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze
                                verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken nog gedurende 5 jaren na de inwerkingtreding van deze
                                wijzigingsverordening van kracht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                dezewijzigingsverordening een aanvraag om een vergunning of
                                ontheffing hoe ook genaamd op grond van een verordening bedoeld in
                                artikel II, tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze wijzgingsverordening nog niet op die
                                aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van
                                deze wijzigingsverordening toegepast. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al> Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel II, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel II, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze wijzigingsverordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod
                                vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste
                                zestig dagen voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn
                                bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting op de wijzigingsvoorstellen van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening</titel>
        </kop>
        <tussenkop>
          <vet>Artikel 2.3.3.1 Kansspelautomaten</vet>
        </tussenkop>
        <al>Met de invoering van de Wet op de kansspelen zijn deze bepalingen aangepast in
                    het model. Het was nog niet meegenomen in onze verordening.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen</tussenkop>
        <al>Redactioneel aangepast en in overeenstemming gebracht met de delictomschrijving
                    van de Wetboek van strafrecht.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door honden</tussenkop>
        <al>Het betreft hier een inhoudelijke wijziging van het eerste lid en de toevoeging
                    van lid 4 en 5. Deze wijzigingen stemmen overeen met het hondenpoepbeleid 2012
                    dat door het college is aangenomen. Dit beleid is een verscherping van het
                    beleid uit 2007. Het hondenpoepbeleid 2012 (evenals het voorheen geldende beleid
                    uit 2007) van Ten Boer gaat uit van een opruimplicht van hondenpoep binnen de
                    bebouwde kom. Het huidige APV artikel gaat uit van een beperktere opruimplicht.
                    Om overeenstemming te krijgen tussen het beleid en de APV, hiermee de handhaving
                    van het beleid te bevorderen en de regels omtrent hondenpoep helder en eenduidig
                    te maken, wordt voorgesteld lid 1 te wijzigen. Lid 2 blijft met de wijziging van
                    kracht: het college kan plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid genoemde
                    verbod niet geldt. Het college kan bijvoorbeeld het buiten bebouwde kom gebied
                    aanwijzen als gebied waar het verbod niet geldt. </al>
        <al>Lid 3 blijft ongewijzigd. Lid 4 is een toevoeging aan het huidige APV artikel.
                    Eigenaren of houders van een hond worden verplicht een opruimmiddel bij zich te
                    dragen. Dit kan in verschillende vormen, waaronder een schepje of een plastic
                    zakje. Op deze manier wordt verwacht dat het opruimen van de hondenpoep
                    gestimuleerd wordt. Tevens maakt het handhaving gemakkelijker; waar handhaving
                    nu moet gebeuren met een betrapping op heterdaad zal met de inwerkingtreding van
                    dit artikel het niet meedragen van een opruimmiddel beboet worden. Lid 5 is een
                    toevoeging aan het huidige APV artikel, dat een uitzondering van de genoemde
                    verplichting maakt voor eigenaren of houders die vanwege een handicap gebruik
                    maken van een geleidehond. Door de wijziging van lid 1 is de daarin genoemde
                    verplichting uitgebreid van een aantal in de oude bepaling genoemde plaatsen
                    (voetgangerswegen, speelplaatsen, etc.) tot alle openbare plaatsen, met
                    uitzondering van de goot van de rijweg naast een hoger gelegen trottoir. Verder
                    kan het college plaatsen aanwijzen waar het verbod niet geldt. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden is aangepast. Het
                    betreft een technische wijziging vanwege een naamsverandering van het
                    ministerie. Daarnaast is het verouderde en niet bijzonder diervriendelijke
                    tatoeëren van honden ter identificatie geschrapt</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Artikelen 2.62 en 26.3 zijn aangepast aan de tijd. Het
                    overbodige zinsdeel “van de gemeente (…) gevestigd” is geschrapt. Het woord
                    “bezigen” is vervangen door “gebruiken”.</tussenkop>
        <al/>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
          <vet> wijziging 1-1-2014</vet>
        </al>
        <al> De bestuursrechter in Den Haag heeft in januari 2012 uitgesproken dat de
                    Gemeente Den Haag haar APV-bepaling over het weghalen van buiten de rekken
                    geplaatste fietsen niet mocht handhaven. Vanwege deze uitspraak heeft de VNG een
                    aantal bepalingen in de model APV aangepast. Een kwestie van formulering De
                    Afdeling Bestuursrechtspraak heeft nooit een probleem gemaakt van de formulering
                    van deze bepaling, maar de Rechtbank Den Haag wijst in haar uitspraak
                    (zaaknummer AWB 11/5584 BESLU) op een annotatie van J.M.H.F. Teunissen in de
                    Gemeentestem (Gst 2008 nr. 54 over de uitspraak van de Afdeling
                    bestuursrechtspraak Raad van State van 24 oktober 2007, LJN BB6346) waarin
                    Teunissen op dit punt wees. </al>
        <al>Het is een kwestie van formulering. Kort samengevat: Door de tekst “Het college
                    kan gebieden aanwijzen waar het verboden is om …” wordt de indruk gewekt dat het
                    college door de gebiedsaanwijzing een verbod in het leven roept, terwijl het
                    college daartoe niet bevoegd is. Met de formulering: “Het is verboden om in door
                    het college aangewezen gebieden…” is duidelijk dat de raad in haar verordening
                    het verbod creëert. Voor de volledige uitleg verwijzen wij naar de genoemde
                    annotatie in de Gemeentestem.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Toelichting op afdeling 8A</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>Aangezien de paracommerciële verordening een medebewindsverordening is, kan
                    volstaan worden met een verwijzing naar de begripsbepalingen van de Drank- en
                    Horecawet.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</vet>
        </al>
        <al>Volgens artikel 4, derde lid, van de DHW moeten bij verordening in ieder geval
                    regels worden gesteld over de schenktijden ter voorkoming van oneerlijke
                    concurrentie. Uit oogpunt van eenvoud en handhaafbaarheid wordt geen onderscheid
                    gemaakt in de aard van de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon. </al>
        <al>Alle paracommerciële organisaties mogen alleen alcoholhoudende drank schenken
                    vanaf een uur voor aanvang tot anderhalf uur na beëindiging van activiteiten die
                    passen binnen de statutaire doelstellingen van de rechtspersoon.</al>
        <al>In tegenstelling tot de ontheffingsbevoegdheid op grond van artikel 4 lid 4 van
                    de DHW heeft een op grond van lid 3 verleende ontheffing een doorlopend
                    karakter.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen</vet>
        </al>
        <al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op bijeenkomsten die geen
                    direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële
                    rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea,
                    verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en
                    dergelijke. Persoonlijke bijeenkomsten die toch direct verband houden met de
                    activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een
                    vereniging, vallen niet onder het bereik van deze bepaling en zijn dus wel
                    toegestaan. </al>
        <al>Verder moet bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                    zijn, gedacht worden aan bijv. bedrijfsfeesten en bijeenkomsten van andere
                    organisaties. Dit doet zich voor als een paracommerciële rechtspersoon zijn
                    kantine of een andere ruimte verhuurt aan derden om bijvoorbeeld een feest te
                    geven of activiteiten te organiseren waarbij alcoholhoudende drank wordt
                    verstrekt. Als dit laatste het geval is, dan kan er ook oneerlijke mededinging
                    ontstaan met de reguliere horeca. </al>
        <al>In tegenstelling tot de ontheffingsbevoegdheid op grond van artikel 4 lid 4 van
                    de DHW heeft een op grond van lid 3 verleende ontheffing een doorlopend
                    karakter.</al>
        <al>Door de formulering van dit artikel zijn alle bijeenkomsten die leiden tot
                    oneerlijke mededinging verboden. Wanneer er geen sprake is of kan zijn van
                    oneerlijke mededinging, is de bijeenkomst dus toegestaan. Dit komt er op neer
                    dat bruiloften, feesten en dergelijke bij sportverenigingen, dorpshuizen en
                    dergelijke in beginsel zijn toegestaan wanneer er geen reguliere horeca in de
                    omgeving aanwezig is die een reëel alternatief biedt. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel</vet>
        </al>
        <al>De bestaande voorschriften en beperkingen voor paracommerciële rechtspersonen op
                    grond van artikel 4 lid 2 van de Drank- en Horecawet zoals die geldig waren voor
                    1-1-2013 vervallen van rechtswege op het moment van inwerkingtreding van deze
                    verordening. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 3.2.2</tussenkop>
        <al> is aangepast aan de nieuwe staatrechtelijke constellatie. In het tweede lid van
                    dit artikel zijn de zgn. BES eilanden toegevoegd. In de leden twee en drie
                    worden eveneens de bedragen aangepast aan de Euro. Het betreft hier technische
                    aanpassingen. Een aantal verwijzingen naar bepalingen in andere wetten zijn
                    aangepast.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 4.1.7 lid 3 is aangepast aan de modelverordening. </tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 4.7.1</tussenkop>
        <al>Het betreft hier kleine tekstuele wijzigingen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.1.7 en artikel 5.1.8 Parkeren van grote
                    voertuigen</tussenkop>
        <al>Het is wenselijk vrachtwagenparkeren te weren uit de openbare ruimte in de
                    bebouwde kommen. Daarom is sinds een paar jaar op het bedrijventerrein Dijkshorn
                    een vrachtwagenparkeerplaats gecreëerd. Het vrachtwagenparkeren in de bebouwde
                    kommen van Ten Boer is hiermee echter nog niet geregeld. Het is nu namelijk niet
                    mogelijk hier goed op te handhaven.</al>
        <tussenkop>Waarom een vrachtwagenparkeerverbod</tussenkop>
        <al>De kernen van de gemeente Ten Boer zijn verblijfgebieden en zijn niet ingericht
                    om het parkeren van vrachtwagens te faciliteren. Vrachtwagens dienen hieruit
                    zoveel mogelijk geweerd te worden, waartoe de vrachtwagenparkeerplaats Dijkshorn
                    is ingericht of er dient geparkeerd te worden op eigen erf. Geparkeerde
                    vrachtwagens in de openbare ruimte:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>veroorzaken geluidsoverlast. De startende motoren en koelaggregaten
                            zorgen voornamelijk ’s nachts en ’s morgens voor geluidsoverlast; </al></li>
          <li nr="-"><al>nemen parkeergelegenheid in die in eerste instantie bedoeld is voor
                            bewoners en bezoekers;</al></li>
          <li nr="-"><al>passen niet in het straatbeeld en tasten het uiterlijk aanzien van de
                            dorpen aan;</al></li>
          <li nr="-"><al>belemmeren soms het uitzicht en kunnen de weg deels blokkeren waardoor
                            de verkeersveiligheid en doorstroming niet meer gegarandeerd kunnen
                            worden. </al></li>
        </lijst>
        <al>Nu is alleen in Ten Post het verbod op vrachtwagenparkeren formeel geregeld
                    middels bebording bij de komgrenzen; de overige dorpen kennen geen
                    vrachtwagenparkeerverbod. </al>
        <al>Het weren van vrachtwagenparkeren uit de kernen kan op twee manieren geregeld
                    worden:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Instellen van vrachtwagenparkeerverbodszones in alle kernen.</al></li>
          <li nr="2."><al>Regelen via de Algemene Plaatselijke Verordening.</al></li>
        </lijst>
        <al>In het kader van de bezuinigingen verdient het de voorkeur het
                    vrachtwagenparkeren te regelen middels de Algemene Plaatselijke Verordening
                    (APV). Wanneer dit zou geregeld worden middels het instellen van
                    vrachtwagenparkeerverbodszones, dan dienen in totaal circa 120 extra borden bij
                    alle komgrenzen van de dorpen geplaatst te worden. Door dit te regelen via de
                    APV wordt circa € 15.000,- aan investeringskosten bespaard en voldoen wij aan
                    onze doelstelling het aantal verkeersborden te minimaliseren. Tevensiis de
                    noodzaak van 120 extra borden niet aanwezig gezien het gering aantal
                    vrachtwagens van ondernemers van buiten Ten Boer. In onze communicatiekanalen
                    zullen wij bekendheid geven aan het gewijzigd beleid </al>
        <al/>
        <tussenkop>Vrachtwagenparkeerplaats</tussenkop>
        <al>Onderdeel van het instellen van een vrachtwagenparkeerverbod in bebouwde kommen
                    is dat de gemeente verplicht gesteld wordt een parkeerlocatie aan te wijzen. Dit
                    is de vrachtwagenparkeerplaats op het bedrijventerrein Dijkshorn. Het wijzigen
                    van de APV heeft geen gevolgen voor het functioneren van dit terrein. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Wijzigingen APV</tussenkop>
        <al>Hiervoor dient artikel 5.1.7. van de APV te worden aangepast. In de APV worden
                    de bebouwde kommen aangegeven als locatie waar het niet toegestaan is voertuigen
                    langer dan 6,0 meter of hoger dan 2,6 meter te parkeren. Het gestelde verbod
                    geldt niet voor het parkeren:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>op de daartoe door het college aangewezen wegen en/of openbare
                            parkeergelegenheden;</al></li>
          <li nr="b."><al>op werkdagen tussen 07.00 en 18.00 uur voor ten hoogste één uur om het
                            incidenteel bezorgen/ophalen van ladingen/goederen mogelijk te
                            maken.</al></li>
        </lijst>
        <al>Daarnaast is artikel 5.1.8. aangepast, waarbij de hoogte van parkerende
                    voertuigen van 2,4 naar 2,6 meter gaat. Dit omdat sommige bedrijfsbusjes hoger
                    zijn dan 2,4 meter en anders niet meer in de openbare ruimte binnen de bebouwde
                    kom geparkeerd mogen worden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.4.1 Crossterrein</tussenkop>
        <al>Het oorspronkelijke lid 3 wordt ook reeds genoemd in de definitiebepalingen van
                    artikel 1. Het is daarom geschrapt.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Afdeling 5.7. Naamgeving van de openbare ruimte en de
                    nummering</tussenkop>
        <al>Hoofdstuk 5, afdeling 7 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente
                    Ten Boer regelt de wijze van naamgeving van de openbare ruimte en de
                    nummering.</al>
        <al>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (Wet BAG) in
                    werking getreden. Het gebruik van de gegevens die op grond van de Wet BAG zijn
                    geregistreerd wordt per 1 juli 2011 verplicht binnen de
                    (semi)overheidsinstellingen in Nederland.</al>
        <al>De invoering van de Wet BAG verplicht de gemeente om de expliciet in de wet
                    genoemde zaken van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het
                    deze zaken betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. </al>
        <al>Op basis van de Wet BAG worden de volgende begrippen in de afdeling 7 van de APV
                    toegevoegd: adres, afgebakend terrein, convenant, nevenadres, nummeraanduiding,
                    pand, verblijfsobject, woonplaats, wijken, buurten, subbuurten en de wet.</al>
        <al>De volgende begrippen zijn verwijderd uit de afdeling 7 van de APV: bouwwerk,
                    gebouw, object en rechthebbende.</al>
        <al>Tenslotte zijn de volgende begrippen opnieuw gedefinieerd: openbare ruimte,
                    ligplaats, standplaats en uitvoeringsvoorschriften</al>
        <al>De vrijheid die de gemeente heeft om zelf een regeling rond naamgeving en
                    nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 van de Gemeentewet. Dit
                    artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met wetten,
                    algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Dit betekent dat
                    de gemeente een aanvullingsbevoegdheid heeft op de hogere regelgeving.</al>
        <al>Het staat de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering van het
                    medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet BAG
                    nader te regelen.</al>
        <al>In deze herziene afdeling 7 van de APV zijn bepalingen inzake naamgeving en
                    nummering opgenomen waarin de Wet BAG niet voorziet. Het betreft met name de
                    afbakening en aanduiding van wijken, buurten, subbuurten en gemeentelijke
                    bouwwerken en de nummering van afgebakende en afsluitbare terreinen. </al>
        <al>Op het punt van de taaktoedeling wordt in de afdeling 7 van het APV ervan
                    uitgegaan dat de in artikel 6 van de Wet BAG genoemde beslissingen door het
                    college genomen worden. Uit artikel 5.7.2 en 5.7.3 van de APV blijkt dat de raad
                    deze beslissingen aan het college heeft gedelegeerd op grond van de algemene
                    delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.7.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in
                    artikel 1 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG).</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.7.2 Naamgeving, afbakening en
                    nummering</tussenkop>
        <al>Het eerste lid regelt het vaststellen van woonplaatsen. Het totale grondgebied
                    van de gemeente is opgedeeld in één of meer woonplaatsen. Dit betekent dat de
                    gemeentegrens altijd samenvalt met een woonplaatsgrens. </al>
        <al>Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om de woonplaatsen te verdelen in
                    wijken, buurten en subbuurten. Uitgangspunt daarbij is dat gemeente de
                    CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling aanhoudt, tot de minister van
                    Economische Zaken als coördinerend bewindvoerder nadere bijhoudingsregels
                    vaststelt. Een verdere verdeling van een buurt in subbuurten kan vastgesteld
                    worden ten behoeve van de informatievoorziening en statistische doeleinden. </al>
        <al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet
                    BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de afbakening van benoemde delen van de
                    openbare ruimte. Daar is in lid twee van dit artikel wel voor gekozen om te
                    voorkomen dat delen van de openbare ruimte een dubbele naam krijgen of deels
                    geen naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de afbakening.</al>
        <al>Het derde lid regelt het geometrisch afbakenen van woonplaatsen, wijken,
                    buurten, subbuurten, en adresseerbare objecten overeenkomstig de wet.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.7.7 Aanbrengen van namen </tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.7.7 Aanbrengen van nummers</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5.7.8 Uitvoeringsvoorschriften en
                    handhaving</tussenkop>
        <al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                    ten aanzien van naamgeving en nummering. Deze voorschriften zijn gebaseerd op
                    landelijke richtlijnen en op vast gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn
                    bij beroeps- en bezwaarprocedures. De uitvoeringsvoorschriften kunnen bepalingen
                    bevatten met betrekking tot bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten
                    van de naamgeving en nummering, alsmede bepalingen over de wijk- en
                    buurtindeling, de toekenning van nummers, de uitvoering en plaatsing van borden
                    en voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen
                    worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.</al>
        <al>Het tweede lid geeft aan dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen
                    zijn met het convenant inzake postcodes.</al>
        <al>In lid drie wordt verwezen naar het handboek naamgeving en nummering, waarin de
                    uitvoeringsvoorschriften zijn beschreven.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>