<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR200664_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen)2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering  (adressen)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen)2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1.</label></kop><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder:</al><al>• a. Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats</al><al>toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een</al><al>openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.</al><al>• b. Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening,</al><al>waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.</al><al>• c. College: het college van burgemeester en wethouders.</al><al>• d. Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en</al><al>Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG</al><al>Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes.</al><al>• e. Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan</al><al>niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die</al><al>is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of</al><al>recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.</al><al>• f. Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van</al><al>een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat</al><al>bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letteren/</al><al>of cijfercombinatie.</al><al>• g. Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam</al><al>voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen.</al><al>• h. Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief</al><al>zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en</al><al>betreedbaar en afsluitbaar is.</al><al>• i. Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht</al><al>of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat</al><al>hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de</al><al>verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder.</al><al>• j. Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte</al><al>daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en</al><al>duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve</al><al>doeleinden geschikte ruimte.</al><al>• k. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering</al><al>(adressen).</al><al>• l. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor</al><al>woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die</al><al>ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf</al><al>of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke</al><al>rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.</al><al>• m. Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten</al><al>conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt.</al><al>• n. Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam</al><al>voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al><al>• o. De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al><al><vet><cursief> </cursief></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 2. Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen. </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2.</label></kop><al>• 1. Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan</al><al>desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en</al><al>buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers.</al><al>• 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte</al><al>en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al><al>• 3. Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste</al><al>lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.</label></kop><al>• 1. Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al><al>• 2. Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe aan</al><al>verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al><al>• 3. Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen</al><al>en ligplaatsen.</al><al>• 4. De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook</al><al>op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet verblijfsobjecten of op</al><al>afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college</al><al>noodzakelijk is.</al><al>• 5. Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met</al><al>vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.</label></kop><al>• 1. De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of</al><al>in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter</al><al>plaatse aangebracht.</al><al>• 2. Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld</al><al>moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al><al>• 3. Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan de openbare</al><al>ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare</al><al>wijze aan te brengen.</al><al>• 4. Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of</al><al>verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen</al><al>door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al><al><vet><cursief> </cursief></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 3. Plaatsen van naam- en nummerborden</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5. Gedoogplicht naamborden</label></kop><al>• 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of</al><al>buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,</al><al>naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere</al><al>(verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een</al><al>andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de rechthebbende er</al><al>zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig</al><al>de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of</al><al>verwijderd.</al><al>• 2. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen</al><al>naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te</al><al>handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een</al><al>termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.</al><al>• 3. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde</al><al>borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</label></kop><al>• 1. Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object</al><al>er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht</al><al>op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.</al><al>• 2 De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde</al><al>nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn</al><al>aangebracht.</al><al>• 3. Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein</al><al>nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing</al><al>aangebracht.</al><al>• 4. Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen</al><al>nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te</al><al>handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als</al><al>daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.</al><al>• 5. Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.</al><al><vet><cursief> </cursief></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4. Nadere voorschriften</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften</label></kop><al>• 1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en</al><al>de wijze van:</al><al>o a. naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en</al><al>bouwblokken;</al><al>o b. naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al><al>o c. nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en</al><al>afgebakende terreinen;</al><al>o d. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al><al>• 2. De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant inzake</al><al>postcodes.</al><al><vet><cursief> </cursief></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 5. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8. Strafbepaling</label></kop><al>• 1. Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot en</al><al>met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al><al>• 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze</al><al>verordening is belast de &lt; naam afdeling of dienst &gt;.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Inwerkingtreding</label></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag, na datum van bekendmaking in de Extra,</al><al>waarin de publicatie is gedaan.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Vervallen oude regels</label></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en</al><al>voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de</al><al>daaraan liggende objecten.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Overgangsbepaling</label></kop><al>• 1. Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en</al><al>voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze</al><al>verordening bestaan.</al><al>• 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in</al><al>het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers</al><al>binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen</al><al>en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde</al><al>voorschriften.</al><al><vet> </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en nummering</al><al>(adressen)’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet><cursief>Toelichting op de Verordening naamgeving en nummering (adressen)</cursief></vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Wettelijke grondslag</al><al>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties Adressen en Gebouwen (hierna: Wet BAG), in</al><al>werking getreden. Deze wet omvat ondermeer regels betreffende de methodische registratie</al><al>van adresgegevens. Met de invoering van de Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om</al><al>ten behoeve van de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde</al><al>zaken, van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken betreft is</al><al>er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet.</al><al>Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond naamgeving en nummering</al><al>te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet. Dit artikel stelt, dat de gemeentelijke</al><al>regeling niet in strijd mag zijn met wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale</al><al>verordeningen. Deze bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een</al><al>aanvullingsbevoegheid heeft op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding</al><al>daarvan wel rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de</al><al>bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in strijd zijn</al><al>met hogere regelgeving).</al><al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering van het</al><al>medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet BAG nader te</al><al>regelen. Het gaat hier om het zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen</al><al>regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde</al><al>methodische registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan</al><al>woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van</al><al>nummeren aan objecten en plaatsen.</al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen huishouding, toegestaan</al><al>om in de verordening inzake naamgeving en nummering bepalingen op te nemen over zaken</al><al>waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet. Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de</al><al>afbakening en aanduiding van wijken, buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van</al><al>afgebakende en afsluitbare terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De</al><al>verordening naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met</al><al>betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er sprake van</al><al>regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid, en artikel 149 van de</al><al>Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige beslissingen betreft het regeling en bestuur</al><al>op grond van artikel 108, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen</al><al>voor deze verordening worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd.</al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die wet</al><al>genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee wordt</al><al>aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel 108, eerste lid en</al><al>hoofstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede ingevolge artikel 149 van de</al><al>Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel, ook het onderwerpelijke</al><al>medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de verordening zelf kan delegatie van</al><al>beslissingen aan het college worden geregeld op grond van de algemene</al><al>delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van de Gemeente. Dit is in deze verordening</al><al>ook het geval. (Zie verder ook hierna onder dualistisch bestel)</al><al>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</al><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet alleen voor</al><al>dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en ambulancebedrijven, maar</al><al>ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur, het notariaat en het bedrijfsleven. Zij</al><al>kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren zonder goed sluitende informatie over</al><al>adressen. Ook de burger heeft belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst</al><al>in brede zin vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een</al><al>wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties geordend</al><al>(toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn adressen van</al><al>wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit deze registraties. Het</al><al>benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen straatnamen) en het toekennen van</al><al>nummers aan verblijfsobecten (voorheen huisnummers) is een taak die de gemeente met extra</al><al>zorg moet omgeven.</al><al>Algemene wet bestuursrecht</al><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is een</al><al>besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal aan de formele en</al><al>materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een</al><al>besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de</al><al>mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht van de</al><al>arrondissementsrechtbank.</al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van een besluit.</al><al>Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien het besluit zich richt op bepaalde,</al><al>concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling</al><al>die een gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met het</al><al>op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening</al><al>zal derhalve sprake zijn van een besluit tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of</al><al>intrekking van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de</al><al>reikwijdte van de AWB. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet worden</al><al>afgewezen of een een besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbenden zou treffen,</al><al>moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen</al><al>houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit wordt</al><al>genomen.</al><al>Dualistisch bestel</al><al>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid inzake naamgeving en nummering; namelijk</al><al>het dualistische stelsel. De kern van het dualisme is de ontvlechting van de positie en</al><al>bevoegdheden van de raad en het college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden</al><al>worden bij de raad gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college</al><al>geconcentreerd. Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden onderscheiden in a.)</al><al>bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden</al><al>in medebewindswetten en c.) de autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die</al><al>in de Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering</al><al>gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd.</al><al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome</al><al>bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na de</al><al>aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en 147</al><al>Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig blijft deze</al><al>bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen om vooruitlopend op</al><al>deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan het</al><al>college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel ligt dit ook in de rede. Wel</al><al>blijft ook in het dualistische stelsel de verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit</al><al>betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling van een verordening op de naamgeving en</al><al>nummering bij de raad blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor kiezen om de</al><al>verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156</al><al>Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat is in deze modelverordening ook voor</al><al>gekozen.</al><al>Regelen van de gevolgen</al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college rekening</al><al>houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van een naam of een</al><al>nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er</al><al>sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot regeling van de gevolgen van de</al><al>wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:</al><al>• 1. Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient</al><al>voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de gewijzigde</al><al>naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer deze periode</al><al>is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende maatregelen. De in</al><al>artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen als een redelijke</al><al>voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan afwijken, zoals sterk naar buiten</al><al>tredende bedrijven met een groot klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden</al><al>bezien. Het verdient aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met</al><al>de betrokken bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent</al><al>deze verplichting op grond van artikel 4:8.</al><al>• 2. Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het vergoeden</al><al>van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte</al><al>of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al><al>• 3. Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte voorbereidingsperiode</al><al>geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal adreswijzigingkaarten in de meeste</al><al>gevallen een redelijke vorm van schadeloosstelling.</al><al>• 4. Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk in hun</al><al>belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op vergoeding van een</al><al>deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen:</al><al>o a. De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;</al><al>o b. Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te</al><al>rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op</al><al>verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of</al><al>productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te behoren;</al><al>o c. De lengte van de voorbereidingsperiode;</al><al>o d. De specifieke aspecten van het bedrijf;</al><al>o e. De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige</al><al>productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te rekenen;</al><al>o f. De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;</al><al>o g. Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt</al><al>e genoemde zaken;</al><al>o h. De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de</al><al>onder punt e genoemde zaken.</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in artikel 1</al><al>van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde begrippen straatnaam,</al><al>huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject,</al><al>pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling, wooonplaats en convenant zijn aan de</al><al>begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de</al><al>goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip &lt; openbare ruimte &gt; onder punt g niet</al><al>precies overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.</al><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het totale</al><al>grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden opgedeeld. Dit</al><al>betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de woonplaatsgrenzen. Verder biedt het</al><al>eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen te verdelen in wijken en buurten. In het kader van</al><al>de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het</al><al>Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt</al><al>aangeduid met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht,</al><al>omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling</al><al>van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch</al><al>interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon ontstaan over de te hanteren wijk- en</al><al>buurtindeling. De minister van Economische Zaken is voornemens zijn coördinerende rol</al><al>inzake wijk- en buurtindeling te reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere</al><al>bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen van een</al><al>woonplaats in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit</al><al>1970 aan te houden.</al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet BAG zijn</al><al>geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de openbare ruimte.</al><al>Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare</al><al>ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege</al><al>onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen van</al><al>begrenzingen van benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in</al><al>het tweede lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen.</al><al>Deze taak kan, naast de naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de</al><al>Commissie voor de naamgeving worden opgedragen.</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een einde aan</al><al>discussies over de naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet BAG schrijft</al><al>namelijk voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt</al><al>dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via een rijks- of</al><al>provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als zij worden</al><al>gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam aan een deel van de openbare ruimte.</al><al>Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG voor rijks- en provinciale wegen</al><al>een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In</al><al>dit soort gevallen kan worden aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste</al><al>werkwijze, waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op de nummer en het type weg.</al><al>Bijvoorbeeld door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam &lt;Rijksweg A3&gt; toe te kennen.</al><al>Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft onveranderd. (Eaanduidingen</al><al>moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.) Zo kan ook</al><al>bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam &lt;Provinciale weg N999&gt; worden toegekend.</al><al>Ook hier blijft het type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben</al><al>gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden.</al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale betekenis. Na</al><al>ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare buitenruimten geen</al><al>regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de gemeente immers geen enkele</al><al>aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze rivieren en wateren. Het behoeft</al><al>bovendien geen nadere uitleg dat het tot onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een</al><al>rivier per woonplaats een andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen</al><al>aan een object of plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast</al><al>voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht voordoen om een</al><al>naam van een rivier of water van internationale betekenis te wijzigen, dan kan dat niet eerder</al><al>plaatsvinden dan na gehouden overleg met het bestuursorgaan die dat aangaat.</al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en toekennen, zoals</al><al>bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze</al><al>passage is opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen.</al><al><vet>Artikel 3.</vet></al><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het</al><al>toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende</al><al>terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende terreinen,</al><al>lig- en standplaatsen niet kan worden gesproken van huis. Vandaar dat de term</al><al>nummeraanduiding wordt gebruikt.</al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester en</al><al>wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een verzoek van</al><al>een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de</al><al>Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de</al><al>hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting).</al><al>De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. Het</al><al>vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op andere</al><al>betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het</al><al>college dat nodig oordeelt.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in</al><al>het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is</al><al>opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen.</al><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden aangebracht.</al><al>De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De in het eerste lid vervatte</al><al>zinsnede ‘in voldoende aantallen ter plaatse’ verdient nadere toelichting. Onder dit begrip</al><al>wordt verstaan, dat een verkeersdeelnemer bij het oprijden van een kruising van wegen, door</al><al>in voldoende aantallen aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de</al><al>naam van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken van</al><al>de kruising borden dienen te worden aangebracht.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college toegekend</al><al>nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid geboden toe te zien op</al><al>de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog op de dienstverlening is het</al><al>immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook ter plaatse</al><al>terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt verwezen naar de algemene</al><al>toelichting.</al><al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te kennen aan delen</al><al>van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te brengen. Het komt</al><al>steeds vaker voor dat burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de</al><al>tuin plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met de door</al><al>de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft de gemeente de</al><al>bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop gewezen dat het iedereen</al><al>vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak, zolang dat geen verwarring</al><al>geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte.</al><al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te kennen aan</al><al>onroerende zaken die prive bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Het</al><al>aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten,</al><al>plaatsen en terreinen is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de</al><al>invoering van de BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden</al><al>nummers soms zo abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van</al><al>doeltreffendheid, zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen worden</al><al>uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7.</al><al><vet>Artikel 5.</vet></al><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door of</al><al>namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden aangebracht.</al><al>Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan gebouwgevels,</al><al>terreinafscheidingen of aan paaltjes die op prive-terrein worden geplaatst. De betrokken</al><al>rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het artikel houdt verder rekening met de</al><al>omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente</al><al>door derden worden aangebracht.</al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude (doorgehaalde)</al><al>naam enige tijd te handhaven naast een bord met de nieuwe naam. Op deze wijze wordt</al><al>voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte zijn, hun bestemming niet</al><al>kunnen vinden.</al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van een</al><al>aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of</al><al>reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende ervoor dient te</al><al>zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.</al><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van</al><al>nummerborden per gemeente verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengen de</al><al>nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of</al><al>overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van een</al><al>bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om de nummers,</al><al>conform de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.</al><al>In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het nummer</al><al>dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal vaak het geval zijn bij</al><al>nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht.</al><al>Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de</al><al>tekst van het nummerbesluit te regelen.</al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen een</al><al>bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid,</al><al>moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn aangebracht.</al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude (doorgehaalde)</al><al>nummer enige tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze wijze wordt</al><al>voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op de hoogte zijn, hun bestemming niet</al><al>kunnen vinden. Het handhaven van het oude (doorgehaalde) nummer wordt soms bij</al><al>omvangrijke of ingewikkelde vernummering toegepast.</al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid genoemde</al><al>termijnen te verlengen.</al><al><vet>Artikel 7.</vet></al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen ten aanzien</al><al>van naamgeving en nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op vast</al><al>gemeentelijk beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De</al><al>uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met betreking tot de bestuurlijke,</al><al>taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede bepalingen over de wijken</al><al>buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en</al><al>plaatsing van borden en voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen</al><al>modellen worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.</al><al>Artkel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het</al><al>postcodeconvenant.</al><al><vet>Artikel 8.</vet></al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin wanneer</al><al>deze verplichtingen bij nalatigheid of overtreding kunnen worden afgedwongen, zodra deze</al><al>worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste</al><al>categorie te verbinden.</al><al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van de</al><al>bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling of dienst</al><al>Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht steeds vaker opgedragen aan de afdeling</al><al>waaraan de bijhouding van de BAG is opgedragen.</al><al><vet>Artikel 9.</vet></al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.</al><al><vet>Artikel 10.</vet></al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit artikel spreekt</al><al>voor zich.</al><al><vet>Artikel 11.</vet></al><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van</al><al>verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen dateert al uit de vorige</al><al>eeuw. In de loop der jaren zijn veel opvolgende voorschriften van kracht geweest. Het is niet</al><al>zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te</al><al>worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers</al><al>die onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel</al><al>de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen.</al><al><vet>Artikel 12.</vet></al><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van</al><al>verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de term straatnaam</al><al>geen juiste term is voor plantsoenen, wegen e.d., is gekozen voor de nieuwe citeertitel</al><al>Verordening naamgeving en nummering (adressen).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>