<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR200306_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkgeverscommissie Tytsjerksteradiel 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 25-07-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkgeverscommissie Tytsjerksteradiel (2012)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 83 lid; artikel 107 tot en met 107e; artikel 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet, artikel 125</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ondernemingsraden, artikel 3; artikel 23</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuusrecht, afdeling 10.1.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Delegatiebesluit “Dualisering en rechtspositie” d.d. 9 oktober 2003 ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening werkgeverscommissie Tytsjerksteradiel 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering d.d. 12 juli , agendapunt 13</al><al> van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al>overwegende dat:</al><al>- gelezen het voorstel van de Werkgeverscommissie d.d. 26 juni ;</al><al>- gelet op artikel 83, eerste lid, de artikelen 107 tot en met 107e, en
                        artikel 156 van de Gemeentewet; artikel 125 van de Ambtenarenwet; de
                        artikelen 3 en 23 van de Wet op de ondernemingsraden; en afdeling 10.1.2 van
                        de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>BESLUIT: </al><al>1. het delegatiebesluit “Dualisering en rechtspositie” d.d. 9 oktober in te
                        trekken;</al><al>2. de arbeidsvoorwaardenregelingen van de gemeente Tytsjerksteradiel zoals
                        deze laatstelijk gewijzigd zijn, tot uiterlijk op de dag van de bekendmaking
                        van het onderhavige raadsbesluit, ten behoeve van de griffier en de
                        medewerkers van de griffie over te nemen en vast te stellen;</al><al>3. een werkgeverscommissie in te stellen;</al><al>4. de raadsleden E.M. Bruins Slot – Janmaat, A. Tuinier-Koster en B. de
                        Vries te benoemen tot leden van de werkgeverscommissie voor de resterende
                        duur van de zittingsperiode van de raad;</al><al>5. de ‘Verordening werkgeverscommissie Tytsjerksteradiel (2012)' als volgt
                        vast te stellen:</al><al/><al><vet>Verordening werkgeverscommissie Tytsjerksteradiel (2012)</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Taken en bevoegdheden werkgeverscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de
                            griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die door
                            de raad aan haar zijn gedelegeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de bevoegdheid van de werkgeverscommissie behoren ook de
                            voorbereiding en uitvoering van de overige tot het werkgeverschap van de
                            raad behorende besluiten en regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de werkgeverscommissie worden de volgende bevoegdheden gedelegeerd:
                            de bevoegdheden die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de
                            op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele
                            voorschriften en de artikelen 107 tot en met 107e Gemeentewet en het
                            vaststellen en wijzigen van de arbeidsvoorwaardenregeling voor de
                            griffie. De volgende bevoegdheden zijn uitgezonderd van delegatie: de
                            bevoegdheden als bedoeld in artikel 107, 107a, tweede lid, 107d, eerste
                            lid en 107e, eerste lid, van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgeverscommissie kan de aan haar overgedragen bevoegdheden ten
                            aanzien van het griffiepersoneel mandateren aan de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Samenstelling werkgeverscommissie</titel></kop><al/><al>1. De werkgeverscommissie bestaat uit een voorzitter, een secretaris en één
                        lid. De werkgeverscommissie bepaalt in onderling overleg welke leden de rol
                        van voorzitter en secretaris uitoefenen.</al><al>2. De leden van de werkgeverscommissie worden door de raad uit zijn midden
                        benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad.</al><al>3. Het lidmaatschap van de werkgeverscommissie eindigt: </al><al>a. op eigen verzoek; het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de
                        raad; het </al><al> ontslag gaat in als de opvolger door de raad is benoemd;</al><al>b. indien het lid aftreedt als lid van de raad; c. indien de raad van
                        oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid</al><al>van de werkgeverscommissie te vervullen.</al><al>4.In voorkomende gevallen kunnen, op verzoek van de leden van de
                        werkgeverscommissie of de griffier, adviseurs worden uitgenodigd om in de
                        vergadering van de werkgeverscommissie aanwezig te zijn ter informatie of
                        advies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter draagt in ieder geval zorg voor: </al><al>a. het tijdig en periodiek bijeenroepen van de werkgeverscommissie; </al><al>b. het leiden van de vergaderingen; </al><al>c. het doen naleven van deze verordening;</al><al> d. het ondertekenen van de stukken en de besluiten die van deze commissie
                        uitgaan, alsmede het zorg dragen voor de uitvoering van de besluiten van de </al><al>werkgeverscommissie;</al><al>e.het fungeren als schakel tussen de werkgeverscommissie en de griffier als
                        eerstverantwoordelijke voor de personele en organisatorische zaken van de
                        griffie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Taken secretaris</titel></kop><al>De secretaris draagt in ieder geval zorg voor: </al><al>a. de verslaglegging van de vergaderingen van de werkgeverscommissie en
                        de</al><al> functionerings- en beoordelingsgesprekken met de griffier;</al><al>b.het medeondertekenen van stukken en besluiten die van de
                        werkgeverscommissieuitgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ondersteuning van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier, of een door deze aan te wijzen functionaris, staat de
                            werkgeverscommissie terzijde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ook het team P&amp;O staat de werkgeverscommissie terzijde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><al/><al>1. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, uitgebracht door de
                        leden zoals bedoeld in artikel 2.</al><al>2. Besluiten worden alleen genomen indien in de vergadering meer dan de
                        helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al><al>3.Indien niet alle leden van de werkgeverscommissie aanwezig zijn en er geen
                        overeenstemming kan worden bereikt wordt de besluitvorming uitgesteld naar
                        een volgende vergadering. In het geval uitstel van de besluitvorming, gezien
                        de aard van het te nemen besluit, niet wenselijk is, is de stem van de
                        voorzitter van de werkgeverscommissie doorslaggevend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslotenheid van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de werkgeverscommissie worden in het belang als
                            bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e of f van de Wet openbaarheid
                            van bestuur in beslotenheid gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de agenda, de stukken en de verslagen berust geheimhouding, tenzij de
                            werkgeverscommissie beslist dat hierop, of een deel daarvan,
                            openbaarheid rust.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een raadslid de stukken als bedoeld in het tweede lid wil inzien,
                            kan hij daartoe een verzoek indienen bij de voorzitter van de
                            werkgeverscommissie. De voorzitter weigert een dergelijk verzoek slechts
                            als sprake is van strijd met het openbaar belang. Het tweede lid is van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>De werkgeverscommissie vergadert tenminste twee keer per jaar en voorts zo
                        vaak als door de voorzitter of één van de leden nodig wordt geacht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad en de griffie sluiten zich aan bij het reguliere Georganiseerd
                            Overleg (gezamenlijk GO) en de raad en het college stellen een
                            gemeenschappelijke ondernemingsraad (GOR) in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens de conceptadviezen c.q. conceptregelingen aan GO en/of OR
                            worden voorgelegd, neemt de werkgeverscommissie hiertoe een voorgenomen
                            besluit. </al><al> In de concepten wordt, indien de werkgeverscommissie dit noodzakelijk
                            acht, een </al><al> griffiespecifieke regeling opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur is gemandateerd om het overleg te voeren met de
                            ondernemingsraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na behandeling in GO en OR neemt de werkgeverscommissie een (definitief)
                            besluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over aangelegenheden die in hoofdzaak op de griffier en de
                            griffiemedewerkers betrekking hebben, worden slechts voorstellen en
                            aanvragen aan de ondernemingsraad voorgelegd die de instemming hebben
                            van werkgeverscommissie en griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De werkgeverscommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van de leden
                            1 en 3 van dit artikel. De medezeggenschap van de griffie wordt in dat
                            geval afzonderlijk geregeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>De werkgeverscommissie brengt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7
                        periodiek verslag uit aan het presidium van haar werkzaamheden en
                        bevindingen. Vastgestelde arbeidsvoorwaardenregelingen worden ter kennis van
                        de raad gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, of bij twijfel over de
                        toepassing ervan, beslist de werkgeverscommissie op voorstel van de
                        voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn
                            bekendmaking<vet>. </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als 'Verordening werkgeverscommissie
                        Tytsjerksteradiel (2012)'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 12 juli 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening werkgeverscommissie</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De gemeente is de werkgever van de bij de gemeente werkzame ambtenaren en dit
                    werkgeverschap is vervolgens onderverdeeld in de collegeorganisatie en de
                    raadorganisatie. Het college van B&amp;W is daarbij het bevoegd gezag van de
                    collegeorganisatie en de gemeenteraad is het bevoegd gezag van de griffie. Gelet
                    op de publieke taken, de grootte en de samenstelling van de raad ligt het voor
                    de hand dat de raad voor de feitelijke invulling van het werkgeverschap een
                    commissie instelt waaraan deze taken gedelegeerd worden. Een bestuurscommissie
                    ligt, gelet op artikel 83 en artikel 156 lid 1 van de Gemeentewet, het meest
                    voor de hand. Daarin voorziet deze verordening. </al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al> Artikel 1. Taken en bevoegdheden werkgeverscommissie </al><al>In dit artikel wordt verwoord dat de werkgeverscommissie alle taken en
                    bevoegdheden vervult die bij het werkgeverschap horen. Naast het nemen van
                    personele besluiten buigt deze commissie zich bijvoorbeeld ook over het te
                    voeren HRM-beleid, integriteitsbeleid (o.a. gedragscode, ambtseed,
                    vertrouwenspersoon) en bereidt zij de voorstellen aan de raad voor die
                    voortvloeien uit het werkgeverschap. Andere voorbeelden die horen tot de
                    werkgeverstaak zijn het voeren van overleg met de griffier over de voortgang van
                    de werkzaamheden van de griffie, het voeren van functionerings- en
                    beoordelingsgesprekken met de griffier en het doen van voorstellen over de
                    inrichting van de griffie. De werkgevers-commissie zal de
                    arbeidsvoorwaardenregeling voor de griffie vaststellen en wijzigen. Ook is de
                    werkgeverscommissie door middel van delegatie namens de raad belast met de
                    volgende taken: het verlenen van vakantie en verlof aan de griffier en het
                    griffiepersoneel, het vaststellen van dienstopdrachten ten aanzien van de
                    griffier en het griffiepersoneel, het nemen van besluiten met betrekking tot de
                    ontwikkeling, beoordeling en beloning van de griffier en het griffiepersoneel en
                    het vertegenwoordigen van de raad in bezwaar- en beroepszaken met betrekking tot
                    personeelsaangelegenheden van het griffiepersoneel. </al><al>Ten behoeve van de raad bereidt de werkgeverscommissie de volgende zaken voor
                    c.q. uitgezonderd van delegatie zijn: het nemen van besluiten met betrekking tot
                    de aanstelling, overplaatsing, schorsing of het ontslag van de griffier en het
                    griffiepersoneel, het nemen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de
                    griffier en het griffiepersoneel, het vaststellen van de instructie van de
                    griffier, het regelen van de vervanging van de griffier en het stellen van
                    regels over de organisatie van de griffie. </al><al>Via het 4<sup>e</sup> lid kan de werkgeverscommissie op haar beurt weer bepaalde
                    werkzaamheden mandateren aan de griffier. Daarbij gaat het om de werkgeversrol
                    van de griffier ten opzichte van de griffiemedewerkers. De inhoud van dit
                    mandaat is geregeld in het Mandaatbesluit griffiepersoneel.</al><al>Het is wellicht van belang om als raad aan de leden van de werkgeverscommissie
                    scholing aan te bieden op het specifieke terrein waarop deze commissie zich
                    begeeft.</al><al>Artikel 2. Samenstelling werkgeverscommissie</al><al>Uit artikel 83 van de Gemeentewet vloeit voort dat de burgemeester (en de
                    wethouders) geen lid kunnen zijn van de werkgeverscommissie. Dit is volledig in
                    de lijn met het feit dat de raad het bevoegde gezag is van de griffie en niet
                    het college van B&amp;W. De burgemeester is geen lid van de raad en kan om die
                    reden ook geen lid zijn van de werkgeverscommissie. Omdat de burgemeester lid is
                    van het college, is de griffier niet aan hem ondergeschikt. </al><al>De burgemeester is echter wel technisch voorzitter van de raad en zal in die
                    hoedanigheid toch vaak een beroep doen op de griffier. In dat kader kan het
                    zinvol zijn om de burgemeester in voorkomende gevallen uit te nodigen in de
                    vergaderingen van de werkgeverscommissie als informant en/of adviseur. Daarnaast
                    kan de werkgeverscommissie ook een beroep doen op andere informanten/adviseurs
                    zoals de voorzitters van de raadscommissies, de secretaris en de voorzitter van
                    de rekenkamercommissie. </al><al>Artikel 3. Taken voorzitter </al><al>Gelet op de taken van de voorzitter van de werkgeverscommissie kan het zinvol
                    zijn om voor de invulling van dit voorzitterschap een voorzittersprofiel op te
                    stellen. Artikel 4. Taken secretaris</al><al>De secretaris maakt verslag van de besprekingen van de commissie en ondertekent
                    samen met de voorzitter de stukken.</al><al>Artikel 5. Ondersteuning van de commissie</al><al>Ambtelijke ondersteuning ontvangt de werkgeverscommissie van de griffie(r) en
                    van het team Personiel en Organisaasje.</al><al>Artikelen 6. Besluitvorming</al><al> De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Voor het van toepassing verklaren van arbeidsvoorwaardenregelingen op de
                    griffie, is een besluitvormingsformat ontwikkeld.</al><al>Artikel 7. Beslotenheid van vergaderingen</al><al>Het uitgangspunt is dat de stukken en de vergaderingen van de
                    werkgeverscommissie geheim zijn. Dit heeft uiteraard te maken met de personele
                    aangelegenheden die aan bod komen. De agenda, de stukken en de verslagen zijn in
                    beginsel ook besloten, tenzij de werkgeverscommissie beslist dat deze stukken
                    openbaar gemaakt kunnen worden. De werkgeverscommissie is op grond van artikel 7
                    lid 2 van deze verordening, en in lijn met artikel 86 van de Gemeentewet,
                    bevoegd de geheimhouding op te heffen. De raadsleden kunnen wel inzage krijgen
                    in de stukken, omdat de raad het oorspronkelijk bevoegde orgaan is. </al><al> Artikel 8. Vergaderfrequentie </al><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich. </al><al>Artikel 9. Medezeggenschap.</al><al>Bij de overheid is sprake van twee vormen van medezeggenschap: GO en OR.</al><tussenkop>Georganiseerd Overleg (GO)</tussenkop><al>Voor de sector Gemeenten vindt op centraal niveau het overleg over de
                    arbeidsvoorwaarden</al><al>plaats in het LOGA. Plaatselijk gebeurt dit in de commissie voor georganiseerd
                    overleg (GO). Deze commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
                    gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de toegelaten
                    werknemersorganisaties.</al><al>Het GO voert overleg over alle aangelegenheden van algemeen belang voor de
                    rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens
                    welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd. Besluiten op decentraal niveau of
                    voorstellen die specifiek de rechtstoestand van de griffie en de
                    griffiemedewerkers betreffen, moeten door de raad worden genomen.</al><al>Het feit dat er twee bevoegd gezagen zijn die namens de gemeente de
                    werkgeversrol vervullen, vraagt om een herbezinning op de wijze waarop het
                    decentrale overleg wordt gevoerd. De raad kan deze taak niet delegeren of
                    mandateren aan het college.</al><al>De raad kan decentraal uitsluitend overleg voeren over de specifieke regelingen
                    voor de griffier en de griffiemedewerkers die aanvullend op de CAR dan wel op de
                    CAR-UWO worden vastgesteld. Het is daarnaast van belang dat de raad als bevoegd
                    gezag voor de griffie wel degelijk meepraat over de niet-specifieke
                    griffieregelingen.</al><al>Hieruit vloeit voort dat in de gemeente twee arbeidsvoorwaardenregelingen moeten
                    worden vastgesteld bestaande uit in ieder geval de CAR-bepalingen, zoals die
                    voor de sector</al><al>Gemeenten in het LOGA zijn vastgesteld en voor zover daarin bepalingen zijn
                    opgenomen</al><al>die voor alle gemeenteambtenaren gelden. Dat geldt ook voor de UWO-bepalingen.
                    Wanneer het LOGA voor specifieke groepen werknemers (griffiers,
                    griffiemedewerkers, vrijwillige brandweer, beroepsbrandweer) bepalingen
                    afspreekt, kunnen deze decentraal alleen door het bevoegd gezag van de
                    betreffende werknemers worden vastgesteld. Eenzelfde situatie geldt voor
                    decentrale afspraken.</al><al>Voor het voeren van decentraal arbeidsvoorwaardenoverleg betekent dit weer dat
                    het overleg dan ook zal moeten worden gevoerd door beide bevoegde gezagen en aan
                    de kant van de gemeenteambtenaren, door zowel medewerkers ressorterend onder de
                    raad als onder het college. Dit brengt dan ook met zich mee dat de samenstelling
                    van de werkgeversdelegatie zowel bestaat uit een vertegenwoordiging van het
                    college als een vertegenwoordiging van de raad. Deze mogen zich beide laten
                    vergezellen door een of meer adviseurs: de secretaris en de griffier en
                    ambtelijke ondersteuning vanuit de afdeling P&amp;O.</al><al>Het is vanuit deze gedachtegang mogelijk te kiezen voor een apart of gezamenlijk
                    GO. Het voordeel van een gezamenlijk GO is dat er tevens afstemming plaatsvindt
                    vanwege het uitgangspunt dat de arbeidsvoorwaardenregeling in principe voor de
                    gehele organisatie dezelfde is, tenzij.</al><tussenkop>Ondernemingsraad (OR)</tussenkop><al>De WOR voorziet in overleg met de ondernemer over bedrijfsorganisatorische,
                    economische</al><al>en financiële aangelegenheden en over onderwerpen die regelingen over het
                    sociale beleid van de onderneming betreffen. De ondernemingsraad (OR) ziet onder
                    meer toe op een juiste uitvoering van de arbeidsvoorwaardenregelingen, de
                    arbeidsomstandigheden en de werk- en rusttijden. Allemaal zaken dus die ook
                    griffiemedewerkers betreffen.</al><al>De collegeorganisatie en de griffie vormen twee aparte ondernemingen, terwijl de
                    rechtspersoon gemeente de enige ondernemer is. Anders gezegd, de gemeentelijke
                    ondernemer leidt twee ondernemingen. De WOR verplicht elke ondernemer die een
                    zeker aantal medewerkers in dienst heeft, een OR in te stellen.</al><al>De ‘WOR-bestuurder’ vertegenwoordigt de ondernemer in het overleg met het
                    medezeggenschapsorgaan. De griffier vervult daarbij de positie van
                    ‘WOR-bestuurder’ voor de griffieorganisatie, zoals de secretaris die heeft in de
                    collegeorganisatie. Afhankelijk van de medezeggenschapsstructuur zijn de
                    secretaris en de griffier ieder voor zich of gezamenlijk de WOR-bestuurders. Bij
                    afzonderlijke ondernemingsraden voor organisatieonderdelen is</al><al>iedere hoogste (ambtelijk) leidinggevende WOR-bestuurder voor zijn
                    organisatieonderdeel.</al><al>Als er een zelfstandige of gemeenschappelijke ondernemingsraad is ingesteld,
                    dan</al><al>zijn beiden WOR-bestuurder, zij het dat het voor de hand ligt dat
                    ‘concernaangelegenheden’</al><al>worden besproken met de secretaris. Griffieaangelegenheden worden echter weer
                    besproken door de griffier.</al><al>De meeste griffies zijn te klein van omvang om een eigen OR in te stellen.
                    Mogelijkheden zijn dan: een personeelsvergadering (PV), een
                    Personeelsvertegenwoordiging (PVT), een gemeenschappelijke OR (GOR) of een
                    onderdeelcommissie griffie binnen de bestaande OR.</al><al>Het gevolg van een GOR is dat er één OR wordt ingesteld voor de gezamenlijke
                    onderneming waarvoor alle medewerkers van zowel de collegeorganisatie als de
                    griffie actief en passief kiesrecht hebben. Zowel de secretaris als de griffier
                    zijn WOR-bestuurder en hebben om die reden geen actief en passief
                    kiesrecht.</al><al>In Tytsjerksteradiel is voor een praktische aanpak gekozen: waar mogelijk wordt
                    aangesloten bij het bestaande GO en de bestaande OR. De werkgeverscommissie
                    stelt de conceptregelingen (voorgenomen besluit) en definitieve regelingen vast
                    voor de griffie, zoals het college dat voor de ambtelijke organisatie doet.
                    Indien het noodzakelijk en mogelijk is, wordt er in de regeling een
                    griffiespecifieke afwijking opgenomen. De medezeggenschap (GO en OR) vindt
                    gezamenlijk plaats, waarbij de directeur optreedt als WOR-bestuurder (ook namens
                    de griffier).</al><al>Alleen in die gevallen waarin college en/of directeur zich niet kunnen vinden in
                    de griffiespecifieke afwijking in een voorgenomen regeling, wordt de
                    medezeggenschap voor de griffie afzonderlijk geregeld via een
                    personeelsvergadering (PV).</al><al>Zie ook het bijgevoegde schema ‘Vaststellen arbeidsvoorwaarden /
                    medezeggenschap’. </al><al>Artikel 10. Verantwoording</al><al>De raad heeft sinds de dualisering van het gemeentebestuur een eigen secretaris
                    gekregen, de griffier. Daarnaast heeft de raad ook een griffie ingericht om hem,
                    zijn organen en de griffier te ondersteunen. Hierdoor heeft de raad er formeel
                    een taak bij gekregen, namelijk die van de invulling van het werkgeverschap ten
                    opzichte van de griffie. </al><al>Vanuit dat oogpunt is het van belang dat de raad inzicht krijgt en houdt in wat
                    er onder het werkgeverschap moet worden verstaan. Een manier om daaraan bij te
                    dragen is de verantwoording door de werkgeverscommissie van haar werkzaamheden
                    en bevindingen aan het presidium waarin alle fracties zijn vertegenwoordigd. </al><al>Vastgestelde (algemene) arbeidsvoorwaardenregelingen worden aan de raad ter
                    kennisgeving aangeboden. </al><al>Artikelen 11, 12 en 13. Onvoorziene omstandigheden, Inwerkingtreding en
                    Citeertitel</al><al>De inhoud van deze artikelen spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>