<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" cvdr-version="1.0" owms-version="3.5" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>2002_1</dcterms:identifier><dcterms:title>EILANDSBESLUIT van 17 mei 1957, no.6, houdende algemene maatregelen, regelende de bijdragen in de kosten van exploitatie van bijzondere bewaarscholen en voorbereidende klassen verbonden aan bijzondere scholen voor lager onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:CaribischOpenbaarLichaam">Bonaire</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-11-14</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">P.B. 1962, no. 10</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidiebesluit voorbereidend onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanAnderOpenbaarLichaam">Bestuurscollege</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>1962-06-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1962-06-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1962-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><OVERHEIDrg:uitwerkingtredingDatum xmlns:OVERHEIDrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/">2010-10-10</OVERHEIDrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2 ,3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>n.v.t.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.</al><al>Het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit - dat ligt voor de datum van
                    publicatie (22-5-1957) - is bij wege van fictie vastgesteld, niet door
                    uitdrukkelijke verlening van terugwerkende kracht.</al><al>Bij de wijzigingsregeling van 13-6-1962 (A.B. 1962, no. 10) is alleen aan de
                    wijziging van artikel 1, onder b, terugwerkende kracht verleend tot en met
                    1-1-1962. </al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>EILANDSBESLUIT van 17 mei 1957, no.6, houdende algemene maatregelen, regelende de
            bijdragen in de kosten van exploitatie van bijzondere bewaarscholen en voorbereidende
            klassen verbonden aan bijzondere scholen voor lager onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen worden aan het
                        bestuur van een gesubsidieerde school voor lager onderwijs de volgende
                        bijdragen verleend in de kosten van exploitatie van een bijzondere
                        bewaarschool of van voorbereidende klassen verbonden aan de gesubsidieerde
                        school voor lager onderwijs:</al><lijst><li nr="a."><al>een vergoeding per verplichte leerkracht, gelijk aan het bedrag van
                                de bezoldiging en toelagen, waarop die leerkracht aanspraak zou
                                hebben gehad, indien hij in dezelfde positie bij het openbaar
                                onderwijs ware werkzaam geweest;</al></li><li nr="b."><al>bovendien worden vergoed de kosten van genees- en heelkundige
                                behandeling van verplichte leerkrachten met inbegrip van de kosten
                                van genees- en verbandmiddelen, zomede die welke voortvloeien uit
                                operaties en verpleging in een ziekeninrichting, overeenkomstig de
                                regelen hiervoor ten behoeve van leerkrachten bij het openbaar
                                onderwijs vastgesteld of nader vast te stellen;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van f. 20,-- (twintig gulden) per maand en per
                                lokaal, dat door voormeld bestuur voor dat onderwijs is beschikbaar
                                gesteld;</al></li><li nr="d."><al>een vergoeding van leermiddelen van f. 4,-- (vier gulden) per
                                leerling per jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij de berekening van de vergoedingen als bedoeld in het vorige artikel
                            onder d worden als leerlingen aangemerkt, degenen, die aan de betrokken
                            school onderricht ontvangen overeenkomstig de regelen, welke in Afdeling
                            III van het Onderwijsbesluit 1935 (P.B. 1935 no. 49 zoals gewijzigd)
                            zijn gesteld met betrekking tot de toelating en afschrijving van
                            leerlingen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De vergoeding wordt berekend naar het gemiddeld aantal leerlingen, dat
                            in het betrokken kalenderjaar onderricht heeft ontvangen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij de berekening van de vergoeding als bedoeld in artikel 1 onder a
                            worden als verplichte leerkrachten aangemerkt, de leerkrachten als
                            vermeld in de artikelen 23 en 24 van de Onderwijsverordening 1935 (P.B.
                            1954 no. 43 zoals gewijzigd) tot een aantal berekend overeenkomstig de
                            Ieerlingenschaal, als omschreven in de artikelen 60 en volgende van
                            laatstgemelde verordening, op grond waarvan het aantal verplichte
                            leerkrachten wordt berekend voor de lagere school, waarvoor wordt
                            opgeleid.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt slechts uitgekeerd voor
                            die leerkrachten, welke een bezoldiging ontvangen, overeenkomstig de
                            regelingen voor de bezoldiging van het personeel van. openbare
                            bewaarscholen en voorbereidende klassen aan openbare scholen voor lager
                            onderwijs.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4</nr></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Bij de berekening van de vergoeding als bedoeld in artikel 1 onder c
                            worden als lokalen aangemerkt, de door het Bestuurscollege, gehoord het
                            Hoofd van de Geneeskundige Dienst, voor het onderwijs geschikt bevonden
                            lokalen, tot een aantal ten hoogste gelijk aan het aantal der verplichte
                            leerkrachten als bedoeld in artikel 3, eerste lid.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt niet uitgekeerd, indien
                            de stichtingskosten van het gebouw, waarin het onderwijs wordt gegeven
                            van overheidswege is vergoed of indien terzake uit anderen hoofde
                            enigerlei jaarlijkse uitkering of vergoeding uit de eilandskas wordt
                            genoten.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5</nr></kop><al>Het bestuur van de gesubsidieerde school voor lager onderwijs, dat in
                        aanmerking wenst te komen voor de vergoedingen als in artikel 1 bedoeld
                        zendt jaarlijks voor 1 februari de nodige gegevens en bewijsstukken in voor
                        de vaststelling der vergoedingen over het afgelopen kalenderjaar.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">6</nr></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als "Subsidiebesluit voorbereidend
                        onderwijs" en wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van 1
                        januari 1957.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>