<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR20008_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene inspraakverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 17-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-04-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/118</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene inspraakverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College : College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>inspraak : het overeenkomstig deze verordening betrekken van
                                    ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van
                                    gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al>bestuursorgaan : de Raad, het College van burgemeester en
                                    wethouders en de burgemeester.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen
                                    bevoegdheden of inspraak wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                                    verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een
                                            eerder vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift
                                            is uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                            waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                            beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                            dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV
                                            van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                            spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
                                            afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het
                                            belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor
                                            kwetsbare groepen in de samenleving.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vorm van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Inspraak wordt verleend door overeenkomstige toepassing van
                                    afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een
                                    andere procedure vaststellen. Daarbij kan geheel of ten dele
                                    worden afgeweken van afdeling 3.4. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht en kan het bestuursorgaan de kring van
                                    inspraakgerechtigden nader bepalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de vorm waarin inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het verslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene
                                    inspraakverordening.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op een door het College te bepalen
                                    tijdstip.</al></li><li nr="3."><al>De Inspraakverordening voor de gemeente Uden wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="4."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                    aangevangen inspraakprocedures worden afgewikkeld overeenkomstig
                                    de Inspraakverordening voor de gemeente Uden.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2004.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="72*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Algemene inspraakverordening </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toelichting op de Algemene inspraakverordening</tussenkop><al>De Algemene inspraakverordening volgt grotendeels de Modelinspraakverordening,
                    opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG zond deze
                    verordening toe aan haar leden bij brief van 22 augustus 2003, kenmerk Lbr.
                    03/114, BJZ/2003003186. Afwijkingen van het model zijn aangegeven in een bij
                    deze toelichting gevoegde Vergelijking VNG-model met Algemene
                    inspraakverordening. </al><al>Voor een algemene en artikelsgewijze toelichting op de verordening wordt
                    verwezen naar de toelichting op de Modelinspraakverordening.</al><al>Hierna worden de afwijkingen toegelicht.</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Toegevoegd is een begripsomschrijving van College en bestuursorgaan.</al><al>Het begrip inspraak is gerelateerd aan de verordening.</al><al>De begripsomschrijvingen van inspraakprocedure en beleidsvoornemen zijn
                    geschrapt, omdat deze voor zichzelf spreken.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Aangezien inspraak krachtens de verordening altijd betrekking heeft op de
                    voorbereiding van gemeentelijk beleid, kan de desbetreffende zinsnede in het
                    eerste lid vervallen. De overige leden zijn ongewijzigd.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De formulering van het eerste lid sluit nauwer dan in het model aan bij de tekst
                    van het nieuwe artikel 150 van de Gemeentewet. Er is sprake van
                    ‘overeenkomstige’ toepassing, omdat afdeling 3.4. uitsluitend betrekking heeft
                    op besluiten. Besluiten zijn schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan
                    die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhouden. Beleidsvoornemens zijn geen
                    besluiten.</al><al>In het tweede lid is aanvullend verduidelijkt dat incidenteel of permanent voor
                    een beleidsvoornemen of categorie van beleidsvoornemens een afwijkende procedure
                    kan worden vastgesteld. Op grond van dit lid kan de inspraak, afhankelijk van
                    het beleidsvoornemen, ook worden beperkt tot bepaalde groepen van inwoners of
                    belanghebbenden, uiteraard voorzover een bijzondere wet niet anders bepaalt. Het
                    model biedt daarover niet de gewenste duidelijkheid.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Dit artikel spreekt van verslag dat van de inspraak wordt opgemaakt in plaats
                    van eindverslag ter afronding van de inspraak, zoals de Modelverordening doet.
                    Er is geen beletsel om zonodig ook tussentijds een verslag op te maken. De
                    verplichting van de burgemeester om het verslag van de inspraak in het
                    burgerjaarverslag te vermelden, is niet overgenomen. Dat laat de vrijheid van de
                    burgemeester onverlet om, met inachtneming van de eisen die de Gemeentewet stelt
                    en op de wijze die de burgemeester verkieslijk acht, in het burgerjaarverslag,
                    aandacht te besteden aan de gevolgde inspraakprocedures.</al><tussenkop>Artikel 6, 7 en 8</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Vergelijking VNG-model met algemene inspraakverordening</tussenkop><tussenkop>VNG-model</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                            voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;
                        </al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                            vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Onderwerp van inspraak</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                            beleid.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al></li><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld
                            beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                            uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                            bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en
                            belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat
                            inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de
                            verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de
                            samenleving.</al></li></lijst><tussenkop>Algemene inspraakverordening</tussenkop><al>Artikel 1. Begripsbepaling</al><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: College van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="b."><al>inspraak: het overeenkomstig deze verordening betrekken van ingezetenen
                            en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al>bestuursorgaan: de Raad, het College van burgemeester en wethouders en
                            de burgemeester.</al></li></lijst><al>Artikel 2. Onderwerp van inspraak</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen
                                bevoegdheden of inspraak wordt
                            verleend.</onderstreept></al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                                verplicht.</onderstreept></al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 3. Inspraakgerechtigden</tussenkop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al><tussenkop>Artikel 4. Inspraakprocedure</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4. van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Eindverslag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6. Intrekking oude verordening</tussenkop><al>De Verordening … wordt ingetrokken.</al><tussenkop>Artikel 7. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in werking.</al><tussenkop>Artikel 3. Inspraakgerechtigden</tussenkop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al><tussenkop>Artikel 4. Vorm van inspraak</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Inspraak wordt verleend door overeenkomstige toepassing van afdeling
                            3.4. van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            procedure vaststellen. Daarbij kan geheel of ten dele worden afgeweken
                            van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht en kan het
                            bestuurorgaan de kring van inspraakgerechtigden nader bepalen.</al></li><li nr="3."><al>Bij inspraak overeenkomstig het eerste lid op ruimtelijke plannen of
                            herziening daarvan als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de
                            Ruimtelijke Ordening wordt een zienswijze aangeduid als inspraakreactie.
                        </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Verslag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag bevat in elk geval:</al></li><li nr="a."><al>een overzicht van de vorm waarin inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of
                            schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt
                            aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                            beleidsvoornemen wordt overgegaan;</al></li><li nr="d."><al>het bestuursorgaan maakt het verslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6. Slotbepaling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene
                            inspraakverordening.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op een door het College te bepalen tijdstip.</al></li><li nr="3."><al>De Inspraakverordening voor de gemeente Uden wordt ingetrokken.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8. Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening.</al><al>4. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aangevangen
                    inspraakprocedures worden afgewikkeld overeenkomstig de Inspraakverordening voor
                    de gemeente Uden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>