<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR199930_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 20-07-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2012/18</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011, vastgesteld op 19-04-2011. Artikel 4.5 bevat overgangsbepalingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5112</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum;</al><al/><al>gelezen het voorstel d.d. 6 maart 2012 van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; </al><al/><al>B E S L U I T : </al><al>I. Vast te stellen de navolgende ‘Huisvestingsverordening Gooi en
                        Vechtstreek 2011 – eerste wijziging’;</al><al>II. Gelijktijdig in te trekken de ‘Huisvestingsverordening Gooi en
                        Vechtstreek 2011’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>a. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet op
                            de</al><al> huurtoeslag;</al><al> b. BBSH: Besluit Beheer Sociale Huursector;</al><al> c. besluit: het Huisvestingsbesluit, tenzij anders is aangegeven;</al><al> d. Convenant; het Convenant Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek
                            2011 zijnde de overeenkomst tussen de gemeenten in de regio, in de in de
                            regio actieve toegelaten instellingen en eventueel andere partijen,
                            inhoudende de afspraken over onder meer de woonruimteverdeling;</al><al> e. economische binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin
                            gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan,
                            een redelijk belang heeft zich in de regio te vestigen, met dien
                            verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten
                            aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn
                            aangewezen op het duurzaam (tenminste 19 uur per week) verrichten van
                            arbeid binnen of vanuit de regio, waarbij ook het duurzaam volgen van
                            een dagopleiding in de regio hiermee wordt gelijkgesteld;</al><al> f. eigenaar: degene die voldoet aan het in artikel 1 lid 2 van de wet
                            bepaalde;</al><al> g. EC besluit: het besluit van de Europese Commissie inzake staatssteun
                            woningcorporaties (E 2/2005);</al><al> h. GBA: gemeentelijke basisadministratie;</al><al> i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek;</al><al> j. herhuisvestingsurgente: de woningzoekende aan wie op grond van de
                            ‘Verhuisregeling bij herstructurering in de Gooi en Vechtstreek’ (zie
                            bijlage) een herhuisvestingsurgentie is toegekend;</al><al> k. huishouden: een alleenstaande die een huishouding voert, danwel twee
                            of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, danwel
                            wenst te voeren resp. wensen te voeren;</al><al> l. huishoudinkomen: het ten aanzien daarvan in het EC besluit
                            gestelde;</al><al> m. huurprijs: de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van
                            de woonruimte (netto huur), uitgedrukt in een bedrag per maand;</al><al> n. huurprijsgrens: de huurprijsgrens voor sociale huurwoningen zoals
                            gedefinieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken;</al><al> o. ingezetene: degene die, voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of
                            woningtoewijzing, gedurende tenminste één jaar onafgebroken in de GBA
                            van één van de gemeenten in de regio is ingeschreven en in die gemeente
                            zijn/haar hoofdverblijf heeft conform de wet GBA;</al><al> p. inschrijftijd: de periode gerekend vanaf de datum dat iemand zich
                            inschrijft als woningzoekende;</al><al> q. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon-
                            en/of slaapruimte;</al><al> r. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m van
                            de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de regio,
                            daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale
                            samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te vestigen,
                            met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt
                            aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de regio woonachtig
                            zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar
                            onafgebroken ingezetene zijn geweest van de regio;</al><al> s. mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                            hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen
                            uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
                            voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
                            huisgenoten voor elkaar overstijgt;</al><al> t. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het gebruiken
                            van een woning voor een ander doel dan permanente bewoning;</al><al> u. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van
                            de wet;</al><al> v. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft
                            en/of welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder
                            afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die
                            woon¬ruimte;</al><al> w. overgangsregeling: regeling die aangeeft welke woningzoekenden
                            rechten uit een voorgaand woonruimteverdeelsysteem mee kunnen nemen naar
                            een nieuw systeem voor het verdelen van woonruimte en omschrijft wat die
                            rechten inhouden;</al><al> x. overige woning: (on)zelfstandige woonruimte niet vallend onder de
                            werking van de Huurprijzenwet Woonruimte of niet bestemd voor
                            verhuur;</al><al> y. pfh wwz: portefeuillehoudersoverleg wonen welzijn zorg van het
                            gewest belast met intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het
                            terrein van de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van
                            het geweststatuut;</al><al> z. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum,
                            Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren;</al><al> aa. regionale urgentiecommissie: een op voordracht van het pfh wwz door
                            het dagelijks bestuur van het gewest benoemde onafhankelijke commissie,
                            bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten en toegelaten
                            instellingen alsmede een van die partijen onafhankelijke voorzitter en
                            vice-voorzitter die in de regio advies uitbrengt betreffende de
                            toekenning van urgentie, als bedoeld in de Huisvestingsverordening Gooi
                            en Vechtstreek 2011;</al><al> bb. statushouder: persoon van wie de asielaanvraag uitmondt in een
                            geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en voor
                            wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als Nederlanders
                            gelden;</al><al> cc. tweede kans: de aan een huurder van de toegelaten instellingen, die
                            met uitzetting wordt bedreigd vanwege omstandigheden die in de sfeer van
                            de huurder liggen, geboden gelegenheid tot verplichte begeleiding
                            teneinde de problematiek, die tot huisuitzetting van huurder zou leiden,
                            op te lossen dan wel sterk te verminderen;</al><al> dd. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 70 van de
                            Woningwet;</al><al> ee. uitschrijving als woningzoekende: een inschrijving als
                            woningzoekende die vervalt indien een woningzoekende een woning
                            accepteert die valt onder de werking van het convenant;</al><al> ff. urgentie: op basis van het gestelde in hoofdstuk 2 van de
                            Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 verkregen
                            voorrangspositie bij de woningtoewijzing op andere woningzoekenden,
                            gedurende een periode van drie maanden; </al><al> gg. van binding vrijgestelde: een gepensioneerde, arbeidsongeschikte,
                            langdurig werkloze, remigrant zonder economische binding, van echt
                            gescheidene zonder economische binding, wettelijk erkende vluchteling
                            aan wie de verblijfsstatus is toegekend en maatschappelijk
                            gebondene;</al><al> hh. wet: Huisvestingswet, tenzij anders is aangegeven;</al><al> ii. woning: woning conform artikel 7: 234 Burgerlijk Wetboek met een
                            eigen toegang welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te
                            zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, die vallen onder de
                            werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd zijn voor
                            verhuur voor onbepaalde tijd;</al><al> jj. woningzoekende: ingezetene van een gemeente in de regio in de zin
                            van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011, economisch
                            gebondene, maatschappelijk gebondene, van binding vrijgestelde en
                            diegene aan wie op grond van artikel 2.7 lid 9 van deze verordening een
                            urgentie op basis van mantelzorg is toegekend, die zich op de
                            woningmarkt begeeft;</al><al> kk. zoekwaarde: waarde die de totaal opgebouwde wachttijd van een
                            woningzoekende weergeeft die nodig is voor de bepaling van de rangorde
                            van woningzoekenden bij de woningtoewijzing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Urgentieregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing in de regio.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als zelfstandige woonruimten van de toegelaten instellingen worden
                                aangewezen alle huurwoningen met een huur tot het maximumbedrag
                                zoals aangegeven in het EC besluit en gedefinieerd door het
                                Ministerie van Binnenlandse Zaken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het gestelde in de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011
                                is niet van toepassing op:</al><al> a. onzelfstandige woningen en woonruimte voor inwoning;</al><al> b. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al><al> c. woonwagens en standplaatsen voor woonwagens.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gemeenten kunnen met verhuurders overeenkomen dat het gestelde in
                                hoofdstuk 2 van deze huisvestingsverordening niet van toepassing is
                                op nieuwbouwwoningen die voor de eerste keer worden toegewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Behandeling van verzoeken om toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die wegens een noodsituatie met voorrang voor een woning in
                                aanmerking wenst te komen kan daartoe een schriftelijk verzoek
                                indienen bij burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen ten behoeve van het in het eerste
                                lid bedoelde verzoek een model aanvraagformulier vast en bepalen
                                welke gegevens bij het verzoek moe¬ten worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vermelden op een verzoek als bedoeld in
                                het eerste lid de datum van ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De behandeling van een urgentieaanvraag vangt aan, na ontvangst van
                                zowel het aanvraagformulier als de behandelkosten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek als bedoeld in
                                het eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken
                                na aanvang van de behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Criteria t.a.v. de aanvrager van een urgentie en de leden van het
                                huishouden voor wie de urgentie mede bedoeld is</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager van een urgentie moet voldoen aan de navolgende
                                criteria:</al><al> a. ingezetene zijn in de zin van de Huisvestingsverordening Gooi en
                                Vechtstreek 2011;</al><al> b. een economische of maatschappelijke binding aan de regio hebben;
                                of</al><al> c. van binding zijn vrijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager van de urgentie voor het huishouden moet de Nederlandse
                                nationaliteit bezitten of over een geldige verblijfstitel in
                                Nederland beschikken.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het lid of de leden van de huishouding wiens omstandigheden de
                                grondslag vormen voor de urgentieaanvraag, moet/moeten eveneens de
                                Nederlandse nationaliteit hebben of over een geldige verblijfstitel
                                in Nederland beschikken.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het gestelde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op een
                                aanvrager van urgentie die een beroep doet op artikel 2.7 lid 9 van
                                de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek, (Mantelzorg).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen op een verzoek als bedoeld in
                                artikel 2.2 lid 1 de gevraagde urgentie slechts toe op basis van
                                randvoorwaarden en criteria als nader bepaald in artikel 2.6 en
                                artikel 2.7 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De toegekende urgentie geldt uitsluitend voor het woningtype dat
                                naar het oordeel van de regionale urgentiecommissie passend is voor
                                het oplossen van het woonprobleem.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders over
                                het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies in van de
                                regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit aan
                                de in het tweede lid bedoelde commissie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een urgentie heeft een geldigheid van drie maanden vanaf de datum
                                van toezending van het besluit tot toekenning.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De urgentie dient gebruikt te worden om te reflecteren op aangeboden
                                woningen in de gehele regio, tenzij burgemeester en wethouders op
                                grond van de specifieke omstandigheden van de aanvrager of het
                                belanghebbende lid van het gezin, een beperkter gebied hebben
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het in lid 6 vermelde is niet van toepassing op een urgent
                                woningzoekende uit een regiogemeente met een leeftijd van 65 jaar of
                                ouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Status van een urgentie</titel></kop><al>De urgentie betekent een voorrangspositie ten opzichte van:</al><al> a. andere woningzoekenden;</al><al> b. herhuisvestingsurgenten;</al><al> c. andere voorrangseisen zoals ‘bij voorrang voor’ een bepaalde
                            leeftijdscategorie, tenzij de woningen naar type en toegankelijkheid
                            bestemd zijn voor specifieke doelgroepen als ouderen en mensen met een
                            lichamelijke beperking, blijkende uit aangebrachte fysieke kenmerken in
                            de woning of wanneer het specifiek benoemde jongerencomplexen
                            betreft.</al><al> De urgentie geeft wel een voorrangspositie indien de urgent
                            woningzoekende valt binnen de bedoelde doelgroep.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Randvoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een urgentie wordt alleen toegekend indien sprake is van een
                                noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer
                                korte termijn -uiterlijk binnen drie maanden- een (andere) woning
                                beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het
                                welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de
                                woonsituatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De individuele situatie van de aanvrager en/of een lid van zijn/haar
                                huishouden is uitgangspunt voor de beoor¬deling van de
                                urgentieaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het
                                ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat voorop. De
                                aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij geprobeerd heeft het
                                probleem zelf op te lossen en op welke wijze(n) hij/zij dat gedaan
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De woningzoekende die geen ingezetene is van de regio in de zin van
                                deze verordening, maar wel een binding aan de regio heeft of van
                                binding is vrijgesteld, dient voorts aan te tonen dat het
                                woonprobleem uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Urgentiecriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een woningzoekende komt voor een urgentie in aanmerking, indien
                                hij/zij en/of een ander lid van het gezin voldoet aan een of meer
                                van de onder lid 2 t/m 9 in dit artikel opgenomen criteria en per
                                criterium aan alle daarbij gestelde en van toepassing zijnde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Medische gronden.</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van een medische problematiek, waarop de
                                huidige woonsituatie een zeer ernstige, negatieve invloed heeft en
                                die binnen de huidige woonsituatie redelijkerwijs niet oplosbaar
                                is;</al><al> b. de beoordeling van de medische situatie geschiedt door een
                                regionaal optredend medisch deskundige, wiens advies wordt gevraagd
                                door het regionaal urgentiebureau die dat verwerkt in haar
                                rapportage aan de regionale urgentiecommissie als bedoeld in artikel
                                2.4. lid 3 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dakloosheid ten gevolge van brand en andere calamiteiten.</al><al> Voorwaarde:</al><al> a. de woning dient blijvend onbewoonbaar te zijn en de
                                woningzoekende kan niet zelf in andere woonruimte voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Dakloosheid van een ouder met minderjarige kind(eren).</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. de ouder kan bij een scheiding, dan wel na beëindiging van
                                opname in een psychiatrische inrichting, niet over een woning
                                beschikken voor hem/haar en zijn/haar minderjarig(e)
                                kind(eren);</al><al> b. de andere ouder kan het kind/de kinderen van de aanvrager
                                aantoonbaar evenmin huisvesten;</al><al> c. de aanvrager moet aantonen dat redelijkerwijze niet van hem of
                                haar kan worden gevergd dat de echtelijke woning wordt
                                opgeëist.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Financiële ontwrichting.</al><al> Voorwaarde:</al><al> a. er dient sprake te zijn van een onvoorziene en niet aan
                                aanvrager te wijten financiële ontwrichting van het huishouden
                                waarvoor geen oplossing in financiële zin is, waardoor de huidige
                                woonlasten niet (meer) kunnen worden opgebracht.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Geweld.</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van zeer ernstige overlast in de vorm van
                                geweld of reële bedreiging die tot gevolg heeft dat aanvrager niet
                                langer in de huidige woning kan blijven wonen en direct elders geen
                                (tijdelijk) onderdak beschikbaar is</al><al> b. het geweld of de bedreiging moet aantoonbaar zijn, zo mogelijk
                                door een rapport van de politie.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Langdurige inwoning van een ouder met minderjarige kinderen bij
                                familie of vrienden/kennissen.</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van een inwoonsituatie met minderjarige
                                kinderen in de regio die tenminste twee jaren heeft geduurd;</al><al> b. aanvrager dient aan te tonen dat in ieder geval gedurende een
                                periode van twee jaren voorafgaande aan de urgentieaanvraag, naar
                                het oordeel van de urgentiecommissie, in voldoende mate regionaal is
                                gereageerd op passende woningaanbiedingen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Sociale indicatie.</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van zeer ernstige problemen met betrekking
                                tot de huidige woonsituatie én</al><al> b. er moet sprake zijn van een situatie waarin de aanvrager in
                                samenhang met zeer ernstige woonproblemen niet meer in staat dreigt
                                te zijn zelfstandig te functioneren in gezin (of als alleenstaande)
                                en/of maatschappij.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Mantelzorg.</al><al> Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van langdurige en onbetaalde dagelijkse zorg
                                voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner,
                                ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis;</al><al> b. het betreft geen beroepsmatige zorg, maar zorg vanwege een
                                persoonlijke band met de zorgbehoeftige;</al><al> c. de zorg betreft niet de alledaagse zorg voor bijvoorbeeld een
                                gezond kind.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Weigering urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren de gevraagde urgentie
                                indien:</al><al> a. de aanvrager heeft geweigerd gebruik te maken van een tweede
                                kans, als gedefinieerd in artikel 1 onder cc, dan wel</al><al> b. de aanvrager gebruik heeft gemaakt van de tweede kans maar door
                                aan aanvrager te wijten oorzaken de tweede kans is mislukt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien er een termijn van drie jaar is verstreken, gerekend vanaf de
                                datum van het besluit als bedoeld in artikel 14 van het Convenant
                                Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek 2011, is het bepaalde inzake
                                de weigering van urgentie als bedoeld in lid 1 van dit artikel niet
                                meer van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Verlenging geldigheid urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een verzoek om verlenging van de geldigheid van een urgentie wordt
                                schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders over
                                het verzoek als bedoeld in artikel 2.2 lid 1, het advies in van de
                                regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verlenging van de geldigheid van een urgentie wordt alleen verleend
                                indien:</al><al> a. de urgent woningzoekende binnen de geldigheidstermijn van drie
                                maanden van de toegekende urgentie, naar het oordeel van de
                                regionale urgentiecommissie, in voldoende mate (regionaal) heeft
                                gereageerd op het aanbod van beschikbaar komende passende woningen
                                zoals aangegeven in de urgentiebeschikking;</al><al> b. de urgent woningzoekende geen aangeboden woning(en) ongegrond
                                heeft geweigerd;</al><al> c. er binnen de geldigheidstermijn van drie maanden geen aanbod is
                                geweest van passende woningen zoals aangegeven op de
                                urgentiebeschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Intrekken urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een toegekende urgentie in ieder
                                geval intrekken indien:</al><al> a. de aanvrager niet meer voldoet aan het criterium of de criteria
                                op grond waarvan de urgentie is toegekend;</al><al> b. het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op basis
                                waarvan de urgentie is verleend;</al><al> c. de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de
                                beschrijving van die omstandigheden in de gemeentelijke
                                basisadministratie;</al><al> d. de urgent woningzoekende daarom heeft verzocht;</al><al> e. de urgent woningzoekende na afgifte van de toegekende urgentie
                                een woning in gebruik heeft genomen;</al><al> f. de urgent woningzoekende binnen een termijn van drie maanden na
                                afgifte van de toegekende urgentie niet heeft gereageerd op het
                                aanbod van beschikbaar komende woningen die zijn afgestemd op de
                                aard van de urgentie;</al><al> g. de urgent woningzoekende een aangeboden woning ongegrond heeft
                                geweigerd;</al><al> h. de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de
                                aanvrager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                onvolledig waren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen over de voorgenomen intrekking winnen
                                burgemeester en wethouders het advies in van de regionale
                                urgentiecommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Nadere bepalingen omtrent urgentiecommissie</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt -gecoördineerd door
                            middel van het pfh wwz nadere regels vast waarin de taak, samenstelling,
                            werkwijze en bevoegdheden van de in artikel 2.4. lid 3 bedoelde
                            commissie worden vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Deelname aan aanbiedingssysteem</titel></kop><al>De urgent woningzoekende dient, om voor een woning in aanmerking te
                            komen, te reflecteren op een woning die volgens het convenant wordt
                            aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Relatie tussen toegekend woningtype en
                                huisvestingsproblematiek</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woningen, zoals
                            genoemd in artikel 1.x en 1.ii van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Woningonttrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                een woning geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot woning te
                                onttrekken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder het onttrekken aan de bestemming tot woning wordt in deze
                                verordening verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander doel
                                dan bewoning. Onder onttrekking wordt mede verstaan het samenvoegen
                                met een andere woning en het omzetten van een zelfstandige woning in
                                onzelfstandige woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 is geen vergunning vereist
                                indien de sloop van de woning als bedoeld in lid 2 plaatsvindt met
                                het oog op vervangende woningbouw zodanig, dat het aantal te slopen
                                woningen gelijk is aan, dan wel kleiner is dan, het aantal nieuw te
                                bouwen woningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Aanvragen onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>De aanvraag om een onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2
                            wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders en
                            vermeldt:</al><al> a. naam en adres van de eigenaar;</al><al> b. de personalia van de bewoner(s);</al><al> c. de huur- of koopprijs van het pand;</al><al> d. een exacte aanduiding van de te onttrekken woning of vertrekken van
                            het pand;</al><al> e. het beoogde gebruik van (de onttrokken delen van) het pand na de
                            onttrekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Ongenoegzaamheid van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als de ingevolge artikel 3.3 in te dienen gegevens niet volledig
                                zijn, stellen burgemeester en wethouders aanvrager schriftelijk in
                                de gelegenheid om de benodigde ontbrekende gegevens alsnog binnen
                                vier weken in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als de aanvullende gegevens niet tijdig worden ingediend, of in
                                tweede instantie niet voldoen aan de eisen genoemd in artikel 3.3,
                                nemen burgemeester en wet¬houders het verzoek niet in
                                behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Besluitvormingstermijn</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken op een aanvraag om
                            vergunning als bedoeld in artikel 3.3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Afwegingscriterium</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning als bedoeld in artikel
                            3.3 tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de
                            woningvoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming
                            tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de
                            samenstelling van de woningvoorraad niet door het stellen van
                            voorwaarden of voorschriften voldoende kan worden gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan het verlenen van een
                                onttrekkingsvergunning de voorwaarde van het, naar keuze van
                                vergunninghouder, hetzij het bieden van compensatie door het
                                toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende woning(en),
                                welke naar hun oordeel gelijkwaardig zijn aan de te onttrekken
                                woning(en), hetzij het bieden van een financiële compensatie,
                                overeenkomstig het bepaalde in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen vaststellen met
                                betrekking tot het beschikbaar stellen van vervangende woningen c.q.
                                heffing van een financiële bijdrage bij onttrekking van
                                woningen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Het Convenant Woonruimteverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders komen met de besturen van de toegelaten
                                instellingen en eventueel ook andere partijen, een Convenant
                                Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek 2011 overeen. Dit convenant
                                vormt een aanvulling op deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het convenant als bedoeld in het 1e lid wordt ter goedkeuring
                                voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en ter
                                kennis gebracht van het pfh wwz van het gewest.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inhoud van het in het 1e lid bedoelde convenant wordt in ruime
                                mate door burgemeester en wethouders bij de ingezetenen en andere
                                belangstellenden bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd van de bepalingen in deze
                                verordening af te wijken, indien strikte toepassing daarvan zou
                                leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alle besluiten op grond van hardheid worden ter kennis gebracht van
                                het pfh wwz van het gewest.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Overleg bij wijziging </titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            plegen burgemeester en wethouders - gecoördineerd door middel van het
                            pfh wwz van het gewest- overleg met de in de gemeente werkzame
                            toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking komende partijen die binnen de gemeente op het gebied van de
                            woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Status toelichting</titel></kop><al>De bij deze verordening behorende Toelichting op de
                            Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 wordt geacht
                            onlosmakelijk deel uit te maken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Verzoeken tot het toekennen van urgentie welke zijn ingediend vóór 1
                                september 2011 worden afgedaan op de voet van het bepaalde in de
                                Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2005, inclusief de
                                eerste aanvulling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen tot verlening van een onttrekkingsvergunning welke zijn
                                ingediend vóór 1 september 2011 worden afgedaan op de voet van het
                                bepaalde in de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2005,
                                inclusief eerste aanvulling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en
                            vervangt daarmee de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek
                            2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Huisvestingsverordening
                            Gooi en Vechtstreek 2011 – eerste wijziging’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 19 april
                        2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot mevrouw J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i119056.pdf">Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging, Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>