<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR198662_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Randvoorwaarden Kruimelontheffing Mantelzorg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 18-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Randvoorwaarden Kruimelontheffing Mantelzorg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=BESLUIT OMGEVINGSRECHT">Besluit omgevingsrecht, bijlage II artikel 4 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 24-4-2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Randvoorwaarden Kruimelontheffing Mantelzorg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Deze randvoorwaarden zijn een aanvulling op de Beleidsregels Planologische
                        Afwijkingen zoals deze op 15 februari 2011 door het college van B&amp;W zijn
                        vastgesteld.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Definitie</titel></kop><structuurtekst><al>Mantelzorger</al><al> Een mantelzorger zorgt langdurig en onbetaald voor een chronisch zieke,
                            gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid,
                            vriend of kennis. Een mantelzorger is geen beroepsmatige zorgverlener,
                            maar geeft zorg omdat hij of zij een persoonlijke band heeft met degene
                            voor wie hij of zij zorgt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Regels</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de bouw/plaatsing van een bijbehorend bouwwerk kunnen burgemeester
                            en wethouders afwijken van het bestemmingsplan onder voorwaarde
                            dat:</al><al> 1. Uit advies van een objectieve deskundige blijkt, dat er mantelzorg
                            verleend moet worden en dat hiervoor de bouw/plaatsing van een tijdelijk
                            bijbehorend bouwwerk of het gebruik van een bestaand bijbehorend
                            bouwwerk noodzakelijk of anders zeer wenselijk is.</al><al> 2. Er zijn geen andere redelijke mogelijkheden voor opvang/mantelzorg
                            in de woning aanwezig.</al><al> 3. Er met de gemeente een overeenkomst is gesloten dat het bijbehorende
                            bouwwerk wordt verwijderd/het bestaande bijbehorende bouwwerk in de oude
                            staat wordt gebracht zodra het verlenen van mantelzorg niet meer
                            noodzakelijk is. De kosten van de verwijdering en het in de oude staat
                            terugbrengen van het bouwwerk komen voor rekening van de zorgvrager. Dit
                            wordt ook in de overeenkomst vastgelegd.</al><al> 4. Er met de gemeente een planschadeovereenkomst is gesloten.</al><al> 5. Het bijbehorend bouwwerk niet groter is dan 60 m2. In zeer
                            bijzondere situaties als het om de huisvesting van 2 personen gaat, mag
                            het bijbehorend bouwwerk niet groter zijn dan 80 m2. Ten minste 10 m2
                            van het achtererfgebied moet onbebouwd blijven.</al><al> 6. Het bijbehorende bouwwerk mag bestaan uit één bouwlaag. De plek waar
                            het bijbehorend bouwwerk wordt geplaatst wordt in overleg bepaald.</al><al> 7. Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden
                            van de aangrenzende gronden. De initiatiefnemer voert overleg met
                            belanghebbenden (buren) en koppelt de uitkomsten van dit overleg terug
                            op de gemeente.</al><al> 8. In principe kan van deze regeling alleen gebruik worden gemaakt
                            indien degene die mantelzorg nodig heeft, al in de gemeente woont. In
                            bijzondere situaties kan hiervan afgeweken worden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Toelichting op de bovenstaande regels:</titel></kop><structuurtekst><al>Ad 1: Over het algemeen kan de WMO consulent aangegeven wanneer wel of
                            wanneer niet plaatsing van een bijbehorend bouwwerk noodzakelijk of zeer
                            wenselijk is. De WMO consulent zal indien dat wenselijk is, nader advies
                            van andere deskundigen kunnen inwinnen.</al><al>Aanvragers voor realisatie van een mantelzorgwoning zijn zeer divers.
                            Het kan bijvoorbeeld gaan om:</al><al> - Een oudere alleenstaande die graag in de eigen woning wil blijven
                            wonen maar bijvoorbeeld geen trap meer kan lopen.</al><al> - Een echtpaar van wie een van de twee extra zorg nodig heeft.</al><al> - Een jonger iemand die zijn vader of moeder in huis of dicht bij wil
                            laten wonen omdat deze zorg nodig heeft.</al><al> - Een ouder van een chronisch ziek kind, dat meer privacy nodig
                            heeft.</al><al> Ad 2: Een aantal aanvragen komt op grond van de Verordening individuele
                            voorzieningen Wmo in aanmerking voor vergoeding. In de Verordening is
                            immers opgenomen dat in geval van grote aanpassingen in principe wordt
                            uitgegaan van het primaat van een losse woonunit boven een aanbouw of
                            aanzienlijke verbouwing van een woning. Uiteraard dient een toetsing
                            plaats te vinden op de goedkoopst adequate oplossing.</al><al> De aanvraag dient in nauw overleg met de mantelzorger en de zorgvrager
                            te worden behandeld. Hierbij is de Wmo-consulent de spin in het web. De
                            Wmo-consulent maar ook de mantelzorger kan advies c.q. ondersteuning
                            vragen bij steunpunt mantelzorg. </al><al>Criteria om in aanmerking te komen voor een vergoeding op grond van de
                            Wmo</al><al> - Indien blijkt dat de zorgvrager in de “oude woning” als gevolg van
                            ziekte of gebrek belemmeringen ondervindt bij het normale gebruik van de
                            woning, kan een woonvoorziening worden toegekend in de vorm van een
                            losse woonunit.</al><al> - Voorwaarde voor een tegemoetkoming in de kosten voor de plaatsing
                            voor een losse woonunit zijn dat de woningaanpassing die in de “oude
                            woning” gerealiseerd moet worden, duurder is dan het plaatsen van een
                            losse woonunit.</al><al> - De zorgvrager komt niet in aanmerking voor een individuele vergoeding
                            op grond van de Wmo als er ten gunste van de zorgvrager in het verleden
                            al een aanzienlijke aanpassing van de “oude woning” is
                            gerealiseerd.</al><al> - alle overige bepalingen uit de Voorzieningenverordening
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente zijn van toepassing.</al><al> Zorgvrager komt tevens voor een tegemoetkoming in aanmerking voor alle
                            niet gebruikelijke voorzieningen die in de losse woonunit geplaatst
                            moeten worden. Te denken valt aan aangepast in hoogte verstelbare
                            wastafel en toilet maar ook tilhulpmiddelen.</al><al> Het kan echter ook voorkomen, dat aanvrager geen vergoeding vanuit de
                            WMO krijgt. Ook in dat geval zal de Wmo-consulent advies moeten geven of
                            plaatsing van een unit gewenst is.</al><al/><al>Ad 3 en 4: Het sluiten van een overeenkomst kan tijd kosten. Hoewel het
                            om een kleine planologische aanpassing gaat, het bijbehorend bouwwerk is
                            immers niet hoog en beperkt van omvang, kunnen de financiële gevolgen
                            (planschade) niet op de gemeente worden afgewenteld. Dit risico ligt bij
                            de aanvrager. We hebben hier wel standaard contracten voor.</al><al/><al>Ad 5: Het te plaatsen tijdelijke bijbehorende bouwwerk is vaak een
                            standaard gebouw, maar hoeft dat niet te zijn. De 10m2 is opgenomen om
                            de achtertuin (bij rijtjes-huizen) niet volledig vol te bouwen.</al><al/><al>Ad 6: Eén bouwlaag om de omgeving niet te belasten met hogere bouwwerken
                            of bouwwerken met een kap. In principe wordt een plek voor het
                            bijbehorend bouwwerk gekozen, die voor de omgeving het minst bezwarend
                            is. De belangen van de bewoner spelen hierbij uiteraard een bijzondere
                            rol.</al><al/><al>Ad 7: Dit wordt bepaald door de medewerkers RO en BWT en zo nodig in
                            overleg met de wethouder. Aangezien de belanghebbenden/buren door de
                            aanvrager geïnformeerd worden, kennen wij ook die zienswijzen.</al><al/><al> Ad 8: Deze bepaling is opgenomen, om extra kosten voor de gemeente te
                            voorkomen.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Eemnes in de vergadering van 24 april 2012.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>