Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Papendrecht

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Papendrecht
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2011
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerptarieven en heffing inzamelen huishoudelijke afvalstoffen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De “Verordening afvalstoffenheffing 2010”, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 229
  2. Wet milieubeheer, art. 10.23, lid 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

06-01-201101-01-201101-01-2012Nieuwe regeling

16-12-2010

PN 29-12-2010

2010/075
01-01-201001-01-2011Nieuwe regeling

10-12-2009

PN 06-01-2010

2009/077

Tekst van de regeling

Artikel 1      Aard van de belasting

 

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

 

Artikel 2      Belastbaar feit en belastingplicht

 

1.       De belasting wordt geheven van degene die feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2.       Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a.  degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;         

b.  in geval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene, die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

 

Artikel 3      Maatstaf van heffing en tarief

 

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar                                                       €  222,00

 

Artikel 4      Belastingtijdvak

 

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 5      Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

 

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

 

Artikel 6      Wijze van heffing

 

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 7       Termijnen van betaling

 

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald, uiterlijk op de laatste dag van de maand, twee maanden na de maand die in de dagtekening is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 3.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in gelijke termijnen van minimaal € 5,-, waarbij de laatste termijn vervalt op de laatste dag van de tiende maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de eerdere termijnen telkens een maand eerder.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 8      Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders          

 

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.

 

Artikel 9      Inwerkingtreding en citeerartikel

 

1.       De “Verordening afvalstoffenheffing 2010” van 10 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.       Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3.       De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.

4.       Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2011”.